1). Wat is nu de bio-industrie of de intensieve veehouderij?


De bio-industrie of intensieve veehouderij zijn vormen van veehouderij, vooral van pluimvee, varkens en vleeskalveren, die worden gekenmerkt door hun grote omvang en de sterk op efficiëntie gerichte bedrijfsvoering.


2). Hoe belangrijk is de bio-industrie voor Nederland? (economisch)

Economisch gezien is de bio-industrie van groot belang voor de export van Nederland. Nederland produceert grote aantallen vlees en andere producten uit de bio-industrie.

Overzicht aantallen productie / jaar
Vleeskuikens 400.000.000
Legkippen 42.000.000
Varkens 24.000.000
Eenden 5.000.000
Kalkoenen 5.000.000
Konijnen 3.000.000
Kalveren 1.300.000
Vleesvee 700.000
Vissen niet geteld

Maar Nederland bezit ook een economische kwetsbaarheid, doordat men grote aantallen produceert in sterk gespecialiseerde bedrijven.
Kwetsbaarheden zijn: *Nederland is geteisterd door veeziektes.
*De grote aantallen vee produceren mest en uitstoot van ammoniak.
Dit kost Nederland veel geld. De beleidsmaatregelen voor het voorkomen van bv ziektes zoals de varkenspest en BSE kosten handenvol geld. Ook de controle op het veevoeder is niet goedkoop.


3) Is de bio-industrie de laatste 10 jaar veranderd? (vergelijkende)

In de laatste vijftig jaar is de veehouderij van een kleinschalige (ambachtelijke) bedrijfstak veranderd in een grootschalige industrie. Door de komst van enkele grootschalige bedrijven werd het voor de ‘kleine boer’ onmogelijk om klein te blijven.

Het dierenwelzijn in Nederland liep de afgelopen jaren op een laag pitje. Er waren weinig beleidsmaatregelen voor het sturen van het dierenwelzijn. De afgelopen 10 jaar heeft de overheid met behulp van de GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSWET voor dieren (GWWD) gewerkt aan verbetering van het dierenwelzijn. Deze wet heeft zeker bijgedragen aan het realiseren van een aantal welzijnsverbeteringen.
De wet heeft gezorgd voor een aantal veranderingen in het dierenwelzijn:

*De omslag van individuele huisvesting naar groepshuisvesting van dieren
*Ook is er een beperkende lijst tot stand gekomen met dieren voor productie mogen worden gehouden.

Maar deze veranderingen hebben niet genoeg bijgedragen aan het verhogen van het dierenwelzijn. De dieren verkeren nog altijd onder barre omstandigheden. Er zijn echter nog mogelijkheden tot verbeteringen.

4). Wat is dierenwelzijn? Wat zijn de politieke standpunten en hoe leven de dieren in de bio- industrie?

Een goed dierenwelzijn begint met een goede gezondheid. Een goed dierenwelzijn omvat zowel fysieke als niet fysieke welzijn van dieren.

Een goed dierenwelzijn beleid is ook berust op een aantal normen en waarden van de samenleving:

Dit zijn enkele voorbeelden
-Jagen voor je plezier is immoreel.
-Een dier mishandel je niet.
- Geen enkel dier zou omwille van economisch gewin gedwongen mogen worden tot onnatuurlijk gedrag of onthouden mogen worden van de mogelijkheid om het eigen, natuurlijke gedrag te vertonen.
- Op één bedrijf leven vaak duizenden of zelfs tienduizenden dieren. Zij worden moeten gezien worden als een levend wezen met gevoel en emoties en niet als een product

De standpunten van de politieke partijen verwoorden vaak goed de normen en waarden van de samenleving:

Socialistische Partij (SP)

-Dierenmishandeling moet worden gezien als een misdrijf. Wet en regelgeving moeten hierop anders worden afgesteld.
- Het gesleep met levende dieren heeft onder druk van economische prestatie-eisen krankzinnige vormen aangenomen.
- Dierenwelzijn mag niet langer de sluitpost zijn van de voedselproductie. De bio-industrie moet verdwijnen.

Partij van de Arbeid (Pvda)

- De overheid heeft en houdt een belangrijke rol in het stimuleren en het desnoods wettelijk afdwingen van een diervriendelijkere veehouderij.
- Ook voor de z.g. verborgen bio-industrie, zoals de houderij van kalkoenen, eenden, struisvogels en konijnen moeten wettelijke minimumeisen worden gesteld.

Groenlinks
- GroenLinks vindt dat een dier een eigen waarde heeft, los van nut of schadelijkheid voor de mens.
- Europese Regelgeving kan geen excuus zijn voor het verlies van onze waardigheid t.o.v. onze medeschepselen.
- . GL wil ook af van een productielandbouw gericht op topfok, maar een dier- en portemonneevriendelijke balans vinden tussen productie en dierenwelzijn.
- wil alle bio-industrie zo snel mogelijk verbieden. (ook de verborgen bio-industrie)
Op basis van waarden en normen van de samenleving zijn er een vijftal vrijheden geformuleerd voor dieren.

Dieren zijn vrij:

*Van dorst, honger en onjuiste voeding;
*Van fysiek, en fysiologisch ongerief;
*Van pijn, verwondingen en ziektes;
*Van angst en chronische stress;
*Om hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen.

Deze vrijheden gezamenlijk zijn bepalend voor het welzijn van de dieren.
“Gehouden dieren leven in een omgeving waarin zij hun soorteigen gedrag kunnen vertonen”.

Hoe leven de dieren in de bio-industrie?

Er moet een onderscheid worden gemaakt met dieren die leven in de bio-industrie en dieren die leven op een biologisch bedrijf.

Verschil biologisch bedrijf met intensieve veehouderij:

“In een biologische veehouderij staat het vertonen van natuurlijk gedrag centraal”
Dus geen

In de onderstaande tabellen zijn er vergelijkingen weergegeven tussen biologische bedrijven en bio-industrieën. We nemen het voorbeeld van zeugen. Dit zijn de EU normen voor de huisvesting van de dieren:


Binnenruimte (m2) Buitenruimte (m2) (exclusief weiland) Totale ruimte (m2) (exclusief weiland)
Gangbaar Biologisch Gangbaar Biologisch Gangbaar Biologisch
Niet zogende zeugen 2,25 2,5 in groep - 1,9 in groep 2,25 4,4 in groep
Zogende zeugen 1,3 7,5 - 2,5 1,3 10
Biggen Vleesvarkens 50 - 85 kg 0,8 1,1 - 0,8 0,8 1,9
> 85 kg 1,0 1,3 - 1,0 1,0 2,3

Overige huisvestingseisen
Gangbaar Biologisch
Speenleeftijd 21-28 dagen 40 dagen
Vloer Min. 30% dicht Min. 50% dicht
Strogebruik Geen Verplicht op min. 50% van de vloer
Buitenuitloop Geen Verplicht voor alle dieren
Weidegang Geen Verplicht voor niet-zogende zeugen

Het is direct te zien dat dieren in een ‘biologisch’ bedrijf een veel betere huisvesting hebben dan de dieren in een ‘gangbaar’ bedrijf.

Maar wat levert het extra op voor het dier?

*De biologische zeugen hebben een hoger uitval percentage. Dit komt door de kraamstal.

Uitval Zeugen Gangbaar Biologisch
2001 13% 21%
2002 13% 19%



Bij Rundvee was de verbetering van het welzijn van het dier ook goed te zien in een ‘Biologisch’ bedrijf:

*De runderen werden 1 jaar ouder op een ‘Biologisch bedrijf’ (6jaar)
*Er kwamen minder vruchtbaarheidsproblemen voor
*Er kwamen minder stofwisselingsproblemen voor.

Conclusie: Het onderbrengen van dieren naar een ‘Biologisch’ bedrijf heeft zeker voordelen.

5). Wat is het plan van de overheid?

De overheid heeft kritieken van verschillende partijen ernstig aangenomen. Deze partijen waren de consument, verschillende dierenorganisatie’s (Wakker Dier, Dierenbescherming).
Dit kwam in de politiek tot uiting in het verschenen beleidsvoornemen ‘Houden van Dieren’ in oktober 2001. Een jaar later verscheen de beleidsnota ‘Dierenwelzijn’ (maart 2002).

De ambitie van de nota is om binnen 10 tot 20 jaar de houderij van dieren om te buigen in de richting van het perspectief van het soorteigen gedrag.

De aanpak die het kabinet voor ogen staat is als volgt:

-Ondersteuning van voorlopers met behulp van: *Fiscale instrumenten
-Bevorderen van transparantie met behulp van: *Etikettering *Welzijnsmeter
*Onderwijs
*Voorlichting

-Internationale strategie voor welzijn met behulp van: *Europese Unie
*Koploperstrategie

Voorlopers zijn van groot belang om het dierenwelzijn naar een hoger niveau te tillen.
“Als er een schaap over de dam is, volgen er meer!”

De overheid wil via onderstaande instrumenten ondernemers en consumenten die willen voorlopen in het dierenwelzijn ondersteunen.

Fiscale instrumenten:


-Investeringsaftrek
-BTW: De overbrenging van vlees naar een hoger BTW- tarief met handhaving van het lage tarief voor biologisch vlees zal positieve effecten hebben op het milieu en op het dierenwelzijn. (conclusie werkgroep Vergroening).

Transparantie (transparantie zorgt voor openheid en inzicht in het productieproces).

De overheid wil met deze mogelijkheden de biologische producten meer bij de consument brengen:

-Etikettering: Het is de bedoeling om de consument te informeren hoe dierlijk de producten zijn.
-Welzijnsmeter: Met de welzijnsmeter wordt aangegeven welk niveau van welzijn van toepassing is op het dier. Het is belangrijk dat het welzijnsniveau op het dier zelf wordt gemeten. De informatie die door de welzijnsmeter beschikbaar komt kan ook een informatiefunctie hebben voor het management zelf.
-Onderwijs: Door middel van onderwijs kan aan bestaande veehouders informatie worden gegeven over dierenwelzijn. Hiermee kunnen zij inspelen op de eisen die door de samenleving worden gesteld.
-Voorlichting:Deze zal zich richten op het informeren hoe de houderij van dieren er daadwerkelijk uitziet. Ook is het erg belangrijk dat de burger zelf medeverantwoordelijk is voor het dierenwelzijn door de keuzes die hij maakt in het aankoopgedrag. Gedacht moet worden aan informatie via scholen en internet.

De voorlichting zal effectiever worden als organisaties zoals de Dierenbescherming, Wakker Dier of de Consumentenbond hier ook hun verantwoordelijkheid nemen door via hun campagnes hun voorkeuren aan te geven voor diervriendelijke systemen.


Europese Unie en koploperspositie:

Het stellen van normen op Europees niveau in plaats van nationaal niveau heeft de voorkeur. Het streven naar een hoog dierenwelzijnniveau binnen Europa komt zowel het welzijn ten goede als de concurrentiepositie van de Nederlandse veehouderij.

De Nederlandse wens tot een hoog dierenwelzijn is vaak sterker dan bij een aantal andere Europese landen. Om toch vooruitgang te boeken wordt aansluiting gezocht bij Europese landen die ook een hoog dierenwelzijn wensen. Dit dient twee doelen. Aan de ene kant wordt zo eerder een hoog welzijn bereikt en wordt tevens een hoogwaardige afzetmarkt gecreeerd. Daarnaast kan dit de besluitvorming in EU- verband versnellen in de richting van een hoog dierenwelzijn.

Wetgeving

De overheid heeft de verantwoordelijkheid voor het tegengaan van welzijnsonvriendelijke methoden die plaatsvinden met gehouden dieren. Het gaat hier om methoden die ernstige welzijnsaantastingen veroorzaken en daarom als ongewenst worden beschouwd. De intentie is om deze methoden uit te bannen, indien nodig en mogelijk, via een verbod. Dit verbond dient bij voorkeur tot stand te komen als Europese maatregel of door middel van afspraken met andere Europese partners. Indien nodig zal worden gekozen voor een Nationale regel. Dit kan er toe leiden dat bepaalde systemen elders wel worden toegestaan, maar in Nederland niet worden geaccepteerd.

Wat wordt veronderstaan met welzijnsonvriendelijke methoden?

Het niet voldoen aan de eerder genoemde vijf vrijheden vormt de basis om een methode als ongewenst te beschouwen. Hierbij spelen criteria als mogelijkheid tot natuurlijk gedrag, ruimtegebrek, ernstige gezondheidsproblemen, hoge uitval en inbegrepen aan het dier een belangrijke rol.

Conclusie

Wat zijn de gevolgen van een hoger dierenwelzijn in Nederland?

Economisch gebied:

1. Het kan leiden tot een bedrijfseconomische achteruitgang als:

-Als verbeteringen op het terrein van dierenwelzijn worden doorgevoerd. Vooral als er wettelijke maatregelen worden aangenomen ter verbetering van het dierenwelzijn op nationaal niveau.

*Dit heeft weer als gevolg dat aantal bedrijven zal afnemen. Zij kunnen niet voor voldoende bedrijfsresultaat zorgen.
*Concurrentie positie van Nederland zal afnemen op de algemene markt. Dit heeft als gevolg dat Nederland het ‘welzijn- probleem’ naar het buitenland verplaatst en welzijnsonvriendelijke producten importeert.

Positief is:

1. Nederlandse markt kent een hoge toegevoegde waarde.
Dit heeft als gevolg:

*De Nederlandse veehouderij zich een duurzame positie kan verwerven in de veeleisende markten van met name Noordwest- Europa.

Biologisch gebied: Een hoger dierenwelzijn heeft effect.

Hoofdconclusie:

Voor dierenwelzijn dragen bedrijfsleven, consumenten, maatschappelijke organisaties en overheid ieder een eigen verantwoordelijkheid. Het bedrijfsleven moet uit eigener beweging verantwoord ondernemen, de consumenten hebben de verantwoordelijkheid voor hun aankoopbeslissingen, maatschappelijke organisaties kunnen bijdragen aan bewustwording en de overheid kan waar nodig mogelijk stimuleren en regels stellen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.