Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Analyse pesten

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas havo | 8348 woorden
  • 7 maart 2004
  • 190 keer beoordeeld
Cijfer 7.2
190 keer beoordeeld

1. Wat is het probleem?
Hoogbegaafde kinderen worden sneller en vaker gepest. Allereest moet duidelijk worden wat het verschil is tussen pesten en plagen.

1.1 Plagen of pesten


Iemand van zijn fiets aftrekken: dat kan plagen zijn. Maar ook pesten. Het is plagen als de kinderen aan elkaar gewaagd zijn: de ene keer doet de een iets onaardigs, een volgende keer is het de ander. Het is een spelletje, niet altijd leuk, maar nooit echt bedreigend. Door elkaar te plagen leren kinderen om met conflicten om te gaan. Het hoort bij het groot worden.

Pesten is wel bedreigend. En het gebeurt niet zomaar een keer, maar iedere dag weer, soms een jaar of langer achter elkaar.

Bij pesten wordt een slachtoffer uitgezocht om de baas over te spelen op een heel bedreigende manier. De pestkop misbruikt zijn macht: het slachtoffer wordt geslagen, uitgescholden, vernederd, gekleineerd.
Vaak is er een groepje kinderen dat meedoet met de pestkop, dit zijn de meelopers.
Naast deze openlijke vormen van pesten komen ook vormen van pesten voor die niet zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld als een kind altijd wordt buitengesloten, nooit ergens aan mee mag doen, op geen enkel feestje wordt uitgenodigd.

1.2 Verschillende manieren


Er wordt op verschillende manieren gepest. Kinderen pesten met woorden, lichamelijk, door achtervolging, het buistensluiten van personen, stelen of vernielen van dingen of door afpersing. Voorbeelden hiervan:

Met woorden:

-Vernederend: Hou jij onze handschoenen maar even vast, dat is toch het enige dat jij kunt.
-Schelden: Viezerik, vuurtoren, schele.
-Dreigen: Je vertelt het niet aan de meester, want dan pakken we je straks.
-Belachelijk maken, uitlachen.
-Kinderen niet bij hun eigen naam noemen maar altijd bij een bijnaam.
-Gemene briefjes schrijven
Lichamelijk:
-Trekken aan kleding, duwen, etc. -Schoppen en slaan -Krabben, bijten, haren trekken -Met wapens zoals messen en stokken
Door achtervolging:

-Achterna lopen, opjagen -In ‘de val laten lopen’, klemzetten -Opsluiten
Door uitsluiting:
-Doodzwijgen: niet reageren op wat het kind doet of zegt, niet tegen hem/haar praten - Uitsluiten: het kind mag niet meedoen met spelletjes, niet meelopen naar huis, niet komen op een verjaardag.
Door stelen of vernielen van bezittingen:
-Afpakken van kledingstukken en andere spullen. - Beschadigen van spullen: kliederen op boeken, schoppen en gooien met een schooltas, banden lek steken.
Door afpersing:
-Dwingen om geld of spullen af te geven. -Dwingen om iets voor de pesters te doen: geld of snoep meenemen, een klus opknappen.

1.3 Hoe pesten werkt:


Bij pesten zijn drie rollen te onderscheiden. Er zijn kinderen die andere kinderen pesten, er zijn kinderen die gepest worden en er zijn kinderen die niet direct bij het pesten betrokken zijn.
Kinderen beginnen met pesten om allerlei redenen. Het kan zijn dat ze indruk willen maken op andere kinderen, het kan ook zijn dat ze niet weten hoe ze op een positieve manier contact kunnen leggen. Pesten kan beginnen als een spelletje, als iets dat leuk is om te doen. Het gepeste kind voelt zich erg ongemakkelijk door het pesten. Het lukt haar of hem niet om terug te plagen, een grapje te maken of onverschillig te blijven. Het kind reageert angstig en gaat soms huilen.
Het pestende kind merkt dat het succes heeft en dat smaakt naar meer. Bewonderd door andere kinderen gaat zij of hij door met uitschelden, afpakken of schoppen. Door het pesten versterkt het kind zijn of haar plaats in de klas of het vriendengroepje. Na een tijdje wordt het een gewoonte om het slachtoffer te pesten zodra de gelegenheid zich voordoet.

Meestal hebben de pestende kinderen niet in de gaten hoe afschuwelijk het pesten is voor het gepeste kind. Terwijl het gepeste kind vreselijk bang is voor de pauze of niet op straat durft te gaan, ziet de pester het nog steeds als een lolletje.
Ook kinderen die niet direct bij het pesten zijn betrokken, spelen een rol. Doordat zij de gepeste kinderen niet steunen of de pester stoppen, kunnen de pesters vrijelijk hun gang gaan. Vaak versterken zij het succes van de pestende kinderen door op een afstandje toe te kijken en te lachen om wat er gebeurt.

Pesten heeft veel te maken met de verhoudingen binnen een groep. Daarom is het niet eenvoudig om er een eind aan te maken. Als de leerkracht schelden verbiedt, zoeken de kinderen andere manieren en andere momenten om te pesten.
Aanpakken van het pestprobleem betekent meer dan verbieden alleen. Kinderen moeten leren om met elkaar om te gaan zonder de ander wezenlijk te kwetsen. Volwassenen (leerkrachten, begeleiders van clubs, ouders) kunnen hen daarbij helpen, bijvoorbeeld door samen met de kinderen oplossingen te zoeken en door duidelijke grenzen te trekken.

1.4 De gepeste kinderen


Sommige kinderen hebben meer kans om gepest te worden dan andere kinderen. Dat kan met hun uiterlijk samenhangen, maar veel vaker heeft het te maken met hun gedrag, hun gevoelens en de manier waarop ze zich uiten. Bovendien worden kinderen pas gepest in situaties waarin pesters de kans krijgen om een slachtoffer te pakken te nemen, dus in onveilige situaties.
Kinderen die gepest worden doen vaak andere dingen dan de meeste leeftijdgenoten in hun omgeving. Ze zijn lid van een actiegroep en niet van een hobbyclub (of andersom). Ze spelen accordeon en geen viool (of andersom). Ze zijn majorette en zitten niet op ballet (of andersom). Hun ouders zijn gewoon getrouwd en niet gescheiden (of andersom). Ze zijn goed in rekenen of juist niet. Aanleidingen genoeg om door anderen gepest te worden als die andere kinderen daar de kans voor krijgen.

Veel kinderen die worden gepest hebben moeite om zichzelf te verdedigen. Ze voelen zich machteloos tegenover de pestkoppen. Vaak zijn ze angstig en onzeker in een groep, ze durven niks te zeggen omdat ze bang zijn om uitgelachen te worden. Deze angst en onzekerheid worden versterkt door het pesten.
Pesters hebben snel in de gaten welke kinderen gemakkelijk aan het huilen te brengen zijn.
Gepeste kinderen voelen zich vaak eenzaam, hebben geen vrienden om op straat te spelen, geen vast clubje in de klas. Soms kunnen ze beter met volwassenen opschieten dan met leeftijdgenoten.
Jongens die worden gepest horen meestal niet tot de sterksten van de groep. Ze zijn vaak onhandig in spel en sport.

1.5 De meelopers

De meeste kinderen zijn niet direct betrokken bij pesten. Sommigen kijken alleen toe, anderen doen af en toe mee. Dit zijn de meelopers. Er zijn kinderen die niet merken dat er gepest wordt of ze willen het niet weten.
Meelopers zijn vaak bang om zelf slachtoffer te worden. Het kan ook zijn dat ze stoer gedrag interessant vinden en denken daardoor populair in een groep te worden.Meisjes doen nogal eens mee met pesten om een vriendin te kunnen houden.

Doordat deze kinderen meepesten met een groep voelen ze zich niet zo erg verantwoordelijk voor wat er met pesten wordt uitgericht.

Hoewel deze kinderen geen actieve rol spelen bij het pesten, zijn zij medebepalend voor het voortduren van het pesten. De pestende kinderen voelen zich gesterkt door de instemming van de toeschouwers. Als andere kinderen het gepeste kind te hulp komen of tegen de pester zeggen dat hij moet ophouden, verandert de situatie aanzienlijk. Het pesten wordt dan minder vanzelfsprekend.
Het helpt als kinderen die minder betrokken zijn bij het pesten zelf, de leerkracht inlichten.

Ook de ouders kunnen een belangrijke rol spelen. Ouders van kinderen die gepest worden en die dit probleem met de school of op de club willen bespreken, zijn emotioneel bij het onderwerp betrokken. Ouders van kinderen die niet direct bij het pesten zijn betrokken, kunnen meer afstand nemen. Daardoor zijn ze beter in staat om duidelijk te maken dat er iets aan het pesten gedaan moet worden. Dit is ook in het belang van hun eigen kind. Als er in de omgeving van een kind gepest wordt, heeft het kind zelf ook last van een onveilige, onprettige sfeer in de groep of de klas.
Vaak vinden de kinderen het heel vervelend dat er wordt gepest op school, maar willen ze ook niet als enige voor het gepeste kind opkomen. Ouders kunnen hun kinderen dan adviseren om er met vriendjes of vriendinnetjes over te praten. Misschien durven ze samen iets te ondernemen naar de pesters of de leerkracht.

2 Hoe omvangrijk is het probleem?


Er wordt veel gepest onder kinderen. Vaak hebben de kinderen niet door dat ze daadwerkelijk iemand aan het pesten zijn.

2.1 Feiten over pesten

De meeste basisschoolleerlingen, ruim zestig procent, worden wel eens gepest. Een enkel keertje gepest worden, daar is overheen te komen. Echter, 8 % van de basisschoolleerlingen wordt minstens één keer per week gepest. Dit zijn er minimaal twee per klas. Pesten gebeurt vooral op school. Bijna de helft van de gepeste kinderen vertelt het aan de leerkracht. Volgens de leerlingen grijpen de leerkrachten lang niet altijd in als er gepest wordt. De meeste kinderen vinden het vervelend om te merken dat andere kinderen gepest worden. Veertig procent van de kinderen probeert te helpen als een ander kind wordt gepest. Ongeveer even veel kinderen vinden dat ze eigenlijk iets zouden moeten doen, maar doen het toch niet.
Veel kinderen vertellen thuis niet dat ze gepest worden.


Van de leerlingen in het voortgezet onderwijs (klas 2 en 4) meldt dertig procent dat ze niet worden gepest. Twee procent wordt meer dan één keer per week gepest. Een klein gedeelte van de jongeren vertelt aan een docent dat hij of zij is gepest. De leerkrachten grijpen niet vaak in als er wordt gepest. Ruim twintig procent van de jongeren in het voortgezet onderwijs probeert een gepest kind te helpen. Twee keer zoveel jongeren vinden dat ze eigenlijk zouden moeten helpen, maar doen het niet.

2.2 Meiden en pesten


Pesten heeft bij meisjes te maken met vriendschappen. Ze pesten bijvoorbeeld een ander meisje om te zorgen dat dit meisje hun vriendin niet afpakt.
Meisjes pesten kinderen die dichter bij hun staan, die een rol spelen in de concurrentie van vriendinnen. Meisjes pesten lichamelijk niet vaak maar meer met woorden, ook maken meisjes onderlinge afspraken om iemand uit te sluiten. Meisjes maken ook veel gebruik van dreigementen.
Soms wil er wel een meisje het slachtoffer helpen maar ze wil het risico niet lopen om zelf gepest te worden. Pestgedrag van meisjes valt meestal niet erg op, de meeste zijn ook niet onder de indruk van een serieus gesprek of een tijdelijke schorsing.

2.3 Jongens en pesten :

Jongen die pesten gaan meestal met elkaar op de vuist. Ze willen wel zien wie de sterkste is. De sterkste jongen is meestal het populairst. Jongens lijken vooral kinderen te pesten waar ze in hun vriendengroep niet veel mee te maken hebben, in tegenstelling tot de meiden. Het pestgedrag bij jongens valt meestal erg op en daarom is dat meestal ook beter aan te pakken. Zij zijn meestal wel wat sneller onder de indruk van een gesprek of schorsing in vergelijking met de meiden.

Dit blijkt uit een landelijk onderzoek uit 1991. Er deden 30 scholen voor basisonderwijs aan mee en 36 voortgezet onderwijs-scholen. In totaal zijn 88 klassen kinderen bij het onderzoek betrokken. Het onderzoek bouwt voort op grootschalig onderzoek in Scandinavië. De uitkomsten van het Nederlandse onderzoek kloppen in grote lijnen met de resultaten uit andere landen.


Overigens worden niet alleen kinderen gepest. Ook op het werk lijkt pesten regelmatig voor te komen.

2.4 Zwijgen


Pesten is een groot probleem voor kinderen, vooral voor de kinderen die zelf worden gepest. Toch praten veel kinderen er thuis niet over.

Een kind dat wordt gepest, schaamt zich daar vaak voor. Het wil zijn ouders niet teleurstellen. Een gepest kind is geen populair kind en dat hadden z’n vader en moeder wel graag gewild. Dat voelt een kind haarscherp aan. Het kan ook zijn dat een kind thuis niets zegt omdat het pestprobleem onoplosbaar lijkt. Het is misschien bang dat het probleem juist groter wordt. Stel je voor: je vader of moeder zou weleens contact op kunnen nemen met de ouders van de pestkop of met de leerkracht op school! Misschien brengt de leerkracht in de klas het probleem ter sprake, dan weten de klasgenoten dat er 'geklikt' is. De pesterijen worden dan misschien juist erger.

Ook kinderen die zelf pesten zullen thuis niet gemakkelijk over het pesten praten. Zij kunnen er alleen over beginnen als ze zich bewust zijn van hun gedrag en van de ernstige gevolgen daarvan.
Pesters weten vaak zelf niet waarom ze iemand pesten. Ook dringt het niet tot ze door hoe erg hun gepest voor het slachtoffer is: 'ze lokte het toch zelf uit, wie loopt er nou nog met zo'n stomme schooltas?' is hun redenering.
Daarnaast willen veel pestende kinderen de machtspositie die ze door het pesten verkrijgen, niet verliezen.

Toch is het niet waar dat pesters nooit willen dat een volwassene het probleem aanpakt. Misschien willen ze wel anders omgaan met andere kinderen, maar hoe moet dat dan?

De meeste kinderen houden zich het liefst afzijdig als er wordt gepest. Als ze het zouden opnemen voor het slachtoffer, lopen ze de kans zelf gepest te worden. En iedere dag zien ze hoe erg dat is. Veel kinderen voelen zich schuldig dat ze niet in de bres springen voor het slachtoffer of een volwassene te hulp roepen.
Er zijn ook kinderen die absoluut niet in de gaten hebben dat er gepest wordt. Ze zien misschien wel iets gebeuren, maar kunnen de ernst van de situatie niet inschatten.

2.5 gevolgen van gepest worden


De gevolgen van gepest worden zijn onder andere:

• Je voelt je minderwaardig, het voel niks meer goed te kunnen doen. Dit heeft op alles invloed, van vrienden tot je school.
• Eenzaam, je wordt gezien als anders en vreemd, waar door je veel mensen gemeden wordt, en genegeerd.
• School gaat minder of slecht. Je bent bang om naar school te gaan, en ontwijkt dit het liefste, in je latere leven blijft deze angst heel groot. Ook om naar buiten te gaan. Dit is een angst die nooit helemaal verdwijnt, vooral in nieuwe situaties is dit heel herkenbaar.
• Bang om nieuwe vrienden te maken, en nieuwe contacten aan te gaan. Bang om teleurgesteld te worden.

• Depressief/ zelfmoord. Uiteindelijk kan pesten lijden tot zelfmoord of depressiviteit. Vaak is het ook zo dat je na een tijd het pesten gaat geloven. Door het pest gedrag wordt je buitengesloten en dit bevorderd de depressieve gevoelens ook niet.

Pesten kan het leven van het slachtoffer grondig vergallen. Het slachtoffer kan het gevoel hebben in een nachtmerrie te leven. Kinderen die gepest worden, schamen zich vaak om er met anderen over te praten, zelfs met hun ouders. Die moeten dan uit signalen opmaken dat er iets mis is met hun kind. Mogelijke signalen zijn: angst om naar school te gaan, last krijgen van nare dromen of concentratiestoornissen waardoor de schoolprestaties achteruit gaan. Het kind kan klagen over hoofdpijn of buikpijn, en somber of teruggetrokken worden. In het uiterste geval kan het zelfs zelf- moord overwegen, als enige uitweg uit de situatie. Ook in het latere leven kunnen jeugdervaringen met pesten hun sporen nalaten, in de vorm van (o.a.) nachtmerries, depressies, gebrek aan zelfvertrouwen en zelfhaat.

2.6 Gevolgen van pesten

Een pester die zijn gang kan gaan, leert dat pesten de enige manier is om je in een groep te handhaven. Hij denkt zijn aanzien te kunnen krijgen door anderen te pakken en leert niet om zijn agressie op eeen andere manier te uiten.
Pesters kunnen lang last ondervinden van hun agressieve gedrag naar anderen toe. Ze hebben bijvoorbeeld veelal moeite om vrienden te maken en/of ze te behouden, treedt anderen in eerste instantie aanvallend tegemoet.
Uit onderzoek is gebleken dat pesters, vaker dan andere kinderen, langer doorgaan met agressief gedrag. Ze komen daardoor eerder in aanraking met de politie.
Kinderen die langdurig gepest hebben, lopen een groter risico om op latere leeftijd probleemgedrag te krijgen zoals criminaliteit.
Van groot belang is het dan ook om het pesten te laten stoppen. Niet alleen voor de slachtoffers, maar ook voor de pesters, om de kansen op een normale ontwikkeling zo groot mogelijk te maken.



3. Leg uit waarom het een sociaal en/of politiek probleem is.

Pesten is een probleem voor zowel het sociale gedeelte als het politieke gedeelte. Hoewel een politieke partij niet veel kan doen aan pesten kunnen zij wel een beleid ontwikkelen en via de media duidelijk maken dat pesten echt geen spelletje is (zie o.a. de campagne tegen zinloos geweld).

Doordat er gepest word bestaat er ook de kans dat de gepeste persoon op latere leeftijd of zelfs zijn hele leven arbeidsongeschikt raakt. Dat brengt weer heel wat met zich mee.
(zie krantenartikel hieronder ‘Pesten op het werk kost miljoenen’: mensen komen terrecht in de ziektewet doordat ze gepest worden, maar ook doordat ze ooit gepest zijn, en daardoor heel angstig zijn voor herhaling)
------------------------------------------------------------------------------------
Krantenartikel Telegraaf:

Pesten op het werk kost miljoenen
door Harrie Nijen Twilhaar APELDOORN - Het Nederlandse bedrijfsleven loopt vele tientallen miljoenen euro's mis doordat er in toenemende mate op de werkvloer op een zeer agressieve wijze wordt gepest. Honderdduizenden slachtoffers belanden hierdoor onnodig jaarlijks in de Ziektewet.
Het Apeldoornse adviesbureau STO(M)P, dat in opdracht van verzekeraar Interpolis hiernaar een grootschalig onderzoek deed, heeft zorgwekkende cijfers bekend gemaakt.
In totaal 3,5 procent van de ruim 7 miljoen werkende Nederlanders heeft te maken met pesten en agressie op het werk. Deze 250.000 werknemers worden gemiddeld zes maanden lang vrijwel dagelijks systematisch door collega's gepest.

Van de kwart miljoen gepeste werknemers wordt 44 procent belaagd door collega-werknemers en 37 procent door de werkgever. In tien procent van de gevallen spannen de werkgever samen met ondergeschikten tegen één werknemer en in 9 procent van alle gevallen pesten werknemers hun directie of leidinggevende.
Trauma
De gevolgen van pestgedrag worden door de slachtoffers vergeleken met traumatische ervaringen die volgens onderzoekers gelijk staan aan de gevolgen van kapingen, gijzelnemingen en verkrachtingen.
Het bedrijfsleven is onvoldoende in staat de oorzaken van pesten en agressie te onderkennen.
De directe economische effecten zoals langdurig ziekteverzuim en improductiviteit zijn een gevolg.
Volgens pesttherapeut Rijkelt Middelbeek van STO(M)P is er sprake van een substantiële toename van pesten op het werk.
Steeds vaker doen bedrijven een beroep op de helpdesk van het adviesbureau. "We worden dagelijks geconfronteerd met allerlei vormen van pesten. Het gaat om schrijnende gevallen. Pesten is een vorm van karaktermoord."
Volgens hem worden er complete bestanden van computers gewist bij afwezigheid van de werknemer. In andere gevallen wordt er pornografisch materiaal verspreid via computers van personeelsleden die vervolgens onterecht worden ontslagen. Het komt ook regelmatig voor dat er angstaanjagende mailtjes worden verstuurd die steeds bedreigender en indringender worden.

Het openbaar ministerie heeft nog weinig mogelijkheden tot haar beschikking om agressie en pesten op het werk juridisch aan te pakken. De Tweede Kamer heeft in februari van dit jaar het wetsontwerp goedgekeurd dat bescherming van de werknemers tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk moet regelen.
Diversen bedrijven in ons land schakelen speciale 'pesttrainers' in die de terreur moeten onderzoeken en waar nodig op verzoek van de opdrachtgever stevig moeten ingrijpen.
Bij chemiereus DSM is er inmiddels een antipest-reglement opgesteld dat elke computergebruiker iedere ochtend tijdens het inloggen op zijn scherm te zien krijgt.
Verzekeringsmaatschappij Interpolis gaat haar klanten die met abnormaal hoog ziekteverzuim te maken hebben, heropvoeden door gerichte preventieve pestprogramma's te organiseren.
Wim de Graaf, manager Markt- en Distributiemanagement: "Wij merken dat de normale Arbodiensten onvoldoende op pestgedrag letten. Als verzekeraar is het onze taak om pestsignalen structureel aan te pakken. Wij huren daarom pesttrainers in."
Volgens dr. Bob van der Meer, onderzoeker en auteur van het boek 'Pesten op het werk', loopt het in Nederland schrikbarend uit de hand. "Veel slachtoffers lopen trauma's op." Er rust volgens hem nog steeds een taboe op pesten op het werk.
------------------------------------------------------------------------------------


Mensen moeten leren omgaan met verschillen. Je mag verwachten dat anderen jou met respect behandelen. Ze moeten je vrij laten om jezelf te zijn en je eigen keuzen te maken. Een ander mag jou niet storen, kwetsen of beschadigen. Je geeft zelf de grens aan. Als jij ‘nee’ voelt, dan zeg je duidelijk ‘nee’.
Natuurlijk ben je vrij jezelf te zijn, maar dat betekent niet dat je een ander mag storen, kwetsen of beschadigen. Als een ander ‘nee’ zegt, dan is het ‘nee’. Je mag niet over die streep gaan. Als je daar moeite mee hebt, moet je leren om te gaan met verschillen.
Bij hoogbegaafde kinderen is het zo dat je rekening moet houden met hun denk- en doewijze. Hierbij kun je de volgende dingen doen om rekening te houden met het hoogbegaafde kind, en het hoogbegaafde kind met andere kinderen:
-Probeer je als klasgenoot eens te verplaatsen in de situatie van de hoogbegaafde. Misschien heeft deze wel moeite met het maken van sociale contacten. Vertel hem of haar eens op een prettige manier hoe jij dat doet. Loop niet in een boog of hem of haar heen. Betrek je klasgenoot bij de dagelijkse gang van zaken in de les.
-Vertel eens hoe jij woordjes leert of andere schoolse zaken 'erin stampt'.
-Toon eens oprechte bewondering voor zijn of haar goede resultaten. Ook al ben je zelf niet hoogbegaafd, waardeer je klasgenoot als mens met alle goede en minder goede eigenschappen.

4. Hoe is het probleem ontstaan?

Pesten is niet iets van de laatste tijd. Honderd jaar geleden werd er gepest, en waarschijnlijk zal er over 100 jaar ook nog gepest worden. Maar waarom pesten mensen eigenlijk?
Het kan zijn dat de pesters indruk willen maken op andere kinderen, het kan ook zijn dat ze niet weten hoe ze op een positieve manier contact kunnen leggen. Pesten kan beginnen als een spelletje, als iets dat ‘leuk’ is om te doen.

Het pestende kind merkt dat het succes heeft en dat smaakt naar meer. Bewonderd door andere kinderen gaat zij of hij door met uitschelden, afpakken of schoppen. Door het pesten versterkt het kind zijn of haar ‘plaats’ in de klas of het vriendengroepje. Na een tijdje wordt het een gewoonte om het slachtoffer te pesten zodra de gelegenheid zich voordoet.
Meestal hebben de pestende kinderen niet in de gaten hoe afschuwelijk het pesten is voor het gepeste kind. Terwijl het gepeste kind vreselijk bang is voor de pauze of niet op straat durft te gaan, ziet de pester het nog steeds als een lolletje.
Ook kinderen die niet direct bij het pesten zijn betrokken, spelen een rol. Doordat zij de gepeste kinderen niet steunen of de pester stoppen, kunnen de pesters vrijelijk hun gang gaan. Vaak versterken zij het succes van de pestende kinderen door op een afstandje toe te kijken en te lachen om wat er gebeurt.
Soms is een pestkop een kind dat in een andere situatie zelf gepest werd. Om te voorkomen weer het mikpunt van pesten te worden, kan een kind zich bijvoorbeeld in de zwemclub of op een andere school agressief gaan opstellen.

Pesters kunnen lang last ondervinden van hun agressieve gedrag ten opzichte van anderen. Ze hebben bijvoorbeeld vaak moeite om vrienden te maken of te houden.

Pesten is ook voor de pester niet goed. In vergelijking met leeftijdsgenoten heeft een pester 400% meer kans om in de criminaliteit terecht te komen.
Onderzoek wijst uit dat agressie niet aangeboren is, maar aangeleerd wordt. Het ontwikkelt zich vooral in de opvoedingsrelaties. Veel hangt af van de manier waarop ouders met hun kinderen omgaan. Zijn ze consequent in hun opvoeding? Trekken ze duidelijke grenzen? Hoe is de algemene situatie thuis? De opvoeding is dus cruciaal. Vandaar dat kinderen uit kansarme milieus - in ons land één op vijftig - vaker agressief gedrag zullen vertonen dan andere. Daarentegen kunnen factoren als echtscheiding, geldproblemen, horrorfilms agressief gedrag wel bevorderen, maar niet automatisch veroorzaken.

5. Welke groepen houden zich met het probleem bezig?
5.1 De kindertelefoon:

De kindertelefoon kan een gepeste bellen als diegene verder geen luisterend oor heeft of zich schaamt voor zijn situatie, ook kan er gebeld worden voor vragen over pesten.

De medewerker en het slachtoffer gaan dan samen bedenken wat het beste zou zijn, of waar diegene terecht kan voor meer hulp en informatie.

5.2 Ministerie van Onderwijs:

Het ministerie van onderwijs heeft een campange opgezet 'De veilige school'. Het is de bedoeling dat scholen meer hun best gaan doen om de school veiliger te maken voor de leerlingen. Bijvoorbeeld door middel van posters, folders en lezingen te geven op de scholen. Een ander onderdeel van de campange is ook ‘De Onderwijstelefoon’. Het ministerie van onderwijs wilde graag weten of meer leerlingen, maar misschien ook ouders, leerkrachten, schoolleiders of andere mensen die op school werken last hadden van een onveilig gevoel op school, en of er behoefte was aan hulp of advies om de situatie te verbeteren. Om daar achter te komen besloot het ministerie om de Onderwijstelefoon op te richten.

5.3 Stichting Zinloos Geweld:

De Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld is hard op weg om een belangrijke bijdrage te leveren aan de oplossing van zinloos geweld met een professionele aanpak gericht op de lange termijn. Geen revolutie in strafmaatregelen. Niet een eenmalige commercialcampagne. Maar een structurele ombuiging van mentaliteit om te voorkomen dat kinderen van nu later in defilé langs het zoveelste slachtoffer lopen en denken zie wat er van komt omdat ze toen niet hebben opgelet. Door de vele campanges (zoals:'Leef je uit in voetbal ... maar nooit op een ander', bierviltjes tegen zinloos geweld', 'wees sterk! reken af met geweld en natuurlijk Kids tegen geweld) hebben ze al veel bekendheid en publiciteit, en veel leden die zich inzetten voor het doel.

5.4 Stichting Stomp:

De stichting ‘stomp’ heeft heel duidelijk de volgende doelstellingen aan:

- Het bestrijden van pesten en agressie, waaronder het pesten en agressie in de sport, onderwijs, bedrijfsleven en non-profitorganisaties
-Het stimuleren van een mentaliteitsverandering in de maatschappij om pesten en agressie te voorkomen
-Het verrichten van alle activiteiten, hetzij rechtstreeks hetzij zijdelings verband houden met het vorenstaande of daartoe bevorderlijk kunnen zijn, alles in de ruimste zin des woords
En geeft ook aan hoe zij dat willen bereiken:

-Het voeren van (publiciteits)campagne
-Het organiseren van bijeenkomsten
-Het ontwikkelen van studie- en voorlichtingsmiddelen
Verder geeft de stichting cursussen en organiseert praatgroepen.

5.5 Het LAKS

Het LAKS behartigt de belangen van scholieren in vmbo, havo en vwo. Hoe doet het LAKS dat?
We verstrekken informatie en advies aan scholieren, onderwijsorganisaties en aan de overheid
We zijn vertegenwoordigd in diverse gespreksorganen en organisaties, zowel op regionaal als op landelijk- en overheidsniveau
We zijn de enige scholierenorganisatie die door zowel pers en politiek als door de onderwijsveld erkend wordt als de spreekbuis voor scholieren
Op die manier willen we bijdragen aan de verbetering van het leef- en leerklimaat op school en de kwaliteit van het onderwijs verbeteren.


5.6 Hoe zou je pesten kunnen voorkomen of bestrijden?


Om het pesten op school aan te pakken is er een nationaal onderwijsprotocol tegen pesten opgezet. Dit is gebeurd door middel van 6 aanbevelingen:
1 Kinderen die gepest worden, pestende kinderen, meelopers, afzijdige kinderen, leerkrachten en ouders moeten pesten onderkennen als een probleem.
2 Op scholen moeten projecten uitgevoerd worden over pesten en omgaan met elkaar. De leraren moeten een veilige sfeer weten te scheppen in hun klas.
3 Leraren moeten in staat zijn om pesten te signaleren.
4 Leraren moeten een duidelijke stelling nemen als ze merken dat leerlingen gepest worden.
5 De school moet beschikken over diverse aanpakken als er gepest wordt.
6 Er is een vertrouwenspersoon op school die de vragen van leerlingen en eventueel van de ouders kan behandelen. Leraren en ouders kunnen, eventueel met behulp van een vertrouwenspersoon, een klacht indienen over het pestbeleid op school bij een klachtencommissie.
Pesten is geen eenvoudig probleem. Daarom lijkt het vaak onoplosbaar. Toch is pesten wel te bestrijden als het serieus wordt genomen. Dat betekend dat kinderen moeten weten dat ze om hulp kunnen aankloppen bij volwassenen om hen heen.

Voor volwassenen betekend het, dat ze aandacht moeten hebben voor signalen van de kinderen.Ze moeten luisteren naar wat de kinderen te vertellen hebben en daarover praten. Voor leerkrachten en begeleiders van groepen in de vrije tijd betekend dat ze groepsgesprekken moeten voeren, regels moeten afspreken en zorgen dat die regels ook werken. Het pestprobleem word lang niet altijd serieus aangepakt. Als volwassene alleen af en toe ingrijpen, kan dat verkeerd uitpakken. Gepeste kinderen worden daarna nog meer slachtoffer omdat ze geklikt hebben.
Daarom is het belangrijk om het pestprobleem degelijk aan te pakken. Daarbij zijn alle betrokkenen nodig. Ieder van hen kaan een begin maken met het oplossen van het pestprobleem.
Kinderen die worden gepest kunnen beginnen door met hun ouders, leerkrachten of andere vertouwde personen te gaan praten. Ze kunnen ook om raad vragen, bijvoorbeeld bij de kindertelefoon.
Andere kinderen kunnen bij hun ouders of leerkrachten aankaarten dat er gepest wordt.
Ouders kunnen met hun gaan praten en het probleem met andere ouders, op school of in de speeltuin bespreken.
Leraren kunnen het pesten als algemeen probleem regelmatig in hun klas bespreken. Ze kunnen proberen in de klas een open en vriendelijk sfeer te creëren. Concrete pestsituaties kunnen ze met de betrokken kinderen bepraten. Samen met hun collega’s kunnen ze werken aan een schoolbeleid rond sociale regels en pesten.
De directie van een school of buurthuis, het bestuur, de ouderraad of de medezeggenschapsraad kunnen de manier van omgaan bespreken en toewerken naar een beleid daarover.

Begeleiders van groepen, trainers en andere die te maken hebben met kinderen buiten schooltijd, kunnen het pesten met de kinderen bespreken. Ze kunnen proberen de samenwerking tussen de kinderen te bevorderen.
Anderen, zoals de schoolarts of de wijkagent, kunnen sociale problemen tussen kinderen die zij hebben geconstateerd aan de orde stellen in hun contacten met scholen of buurthuizen. Ook kunnen zei door hun bijzondere positie soms net een andere invloed uitoefenen op de kinderen dan de leraren en begeleiders.

6. Welke opvattingen hebben de groepen over pesten?

De hierboven genoemde instellingen houden zich allemaal bezig met het bestrijden van pesten, dus hun opvatting is dat pesten fout is. Ook hebben de instellingen vrijwel dezelfde mening wanneer het gaat over de oorzaken, de gevolgen en het huidige beleid.

De slachtoffers van pesten zijn natuurlijk ook tegen pesten, omdat dit hen vaak onzeker en onveilig maakt. Het is vaak heel erg kwetsend voor die mensen die er mee geconfronteerd worden. Ze kunnen hierdoor vaak minder goed functioneren, bijvoorbeeld op school en raken wellicht Vaak voelen ze zich niet meer prettig in hun woonomgeving of meer in het algemeen, in de samenleving, als ze gepest worden. Het is gewoon niet goed voor hun ontplooiing, zelfvertrouwen etc.
We weten zeker dat pesten vaker voorkomt dan we weten of horen.

Wanneer het gaat om agressie, zijn er verschillende opvattingen hierover.
Er is de opvatting dat agressie een aangeboren drift is met een een duidelijke functie, nl. zelfbehoud. En er is de opvatting dat agressie aangeleerd gedrag is naar aanleiding van frustraties of van een bepaalde interpretatie van gebeurtenissen. Belangrijk daarbij is dat in beide stromingen agressie wordt ingezet ten dienste van het zelfbehoud en dat het volledig uitsluiten van agressie niet haalbaar wordt geacht.

Agressie stelt ons in staat om ons te verzetten tegen wat levensbedreigend is, om onszelf te beschermen, om op te komen voor onze eigen identiteit. Je moet op je tanden kunnen bijten om te overleven. Je moet durven te knokken als het nodig is en bereid zijn om te vechten en niet op te geven. Je moet iets wat vernieuwing in de weg staat, opzij kunnen duwen zodat vooruitgang mogelijk is. Want niet alles wat je nodig hebt, komt je zomaar in de schoot gevallen. Zonder agressie was de mens al lang uitgestorven.


Maar dit alles wil zeker niet zeggen dat pestgedrag en agressie goedgekeurd wordt. Integendeel zelfs.

7. Welke normen hanteren de betrokken groepen?

De normen van de betrokkenen zijn:
Je mag iemand niet pesten.

De waarden van kinderen die betrokken zijn:
· Veiligheid
· Vrije meningsuiting
· Behouden van persoonlijke kenmerken

Deze normen en waarden botsen:
· Behouden van persoonlijke kenmerken en vrijheid van meningsuiting

Zelf vind ik de volgende normen en waarden het belangrijkst:
· Veiligheid
· Vrijheid van meningsuiting

Maar ook respect voor elkaar vinden wij heel belangrijk.
De normen en waarden in het onderwerp pesten spelen een belangrijke rol in verband met de belangen van de kinderen. De kinderen willen graag het liefst zichzelf zijn zonder gepest te worden met wie ze zijn.

8. Zijn de opvattingen van de betrokken groepen in de loop van de tijd veranderd?


Pesten wordt nu meer herkend en er wordt nu wel strenger opgetreden om het probleem tegen te gaan. Maar ik denk dat de groepen er voorheen ook al tegen waren. Voor zover ik weet zijn de opvattingen niet tot weinig veranderd. Al zullen ze nu strenger moeten optreden om het probleem tegen te gaan.

Dit doen de organisaties door middel van allerlei acties. Zo hebben zij ook het
Nationaal Onderwijsprotocol. Een aantal jaren geleden hebben vier grote landelijke ouderorganisaties campagne gevoerd om in alle scholen het Nationaal Onderwijsprotocol tegen pesten in te voeren. Het is een voorbeeld van een verklaring tegen pesten die door leerlingen, personeel, directie en ouders wordt ondertekend. De meeste scholen organiseren rond de ondertekening een projectdag of projectweek over pesten. Vaak wordt de inhoud van het protocol door mede door de leerlingen bepaald. Het kan de start zijn voor meer aandacht voor pesten, maar er is meer nodig dan het ondertekenen van een protocol om gedrag effectief te veranderen.


9. Welke belangen hebben de groepen die bij het probleem betrokken zijn?
9.1 Instanties:


- De kindertelefoon:
Ten eerste wil de Kindertelefoon luisteren naar kinderen en jongeren. Als een persoon ergens mee zit, kan het helpen erover te praten. Als diegene zijn of haar probleem aan iemand anders uitlegt, ga zij of hij het zelf soms ook beter begrijpen. zo kan diegene het voor zichzelfhet op een rijtje zetten. Natuurlijk kunnen hun ook met hun ouders, vrienden of iemand op school praten. Maar soms kunnen ze die net niet bereiken als ze hun nodig hebt. Of het gaat juist over hen. Of ze hebt al met ze gepraat, maar ze begrijpen het niet.

Ten tweede wil de Kindertelefoon ontdekken welke problemen kinderen en jongeren hebben, en hoe dat komt. De Kindertelefoon willen weten of er misschien wat tegen te doen is. De medewerkers proberen er zo voor te zorgen dat hulporganisaties kinderen en jongeren beter kunnen helpen. Soms kunnen de Kindertelefoon samen met anderen zorgen dat er aandacht voor een probleem komt. De Kindertelefoon merkte bijvoorbeeld dat veel kinderen vragen over scheiding hadden. Toen hebben de medewerkers samen met de Kinderrechtswinkel een boekje over scheiding gemaakt. Soms gaat de Kindertelefoon naar vergaderingen bij de kinderhulporganisaties. Daar praat de Kindertelefoon altijd over algemene dingen, en zegt niets over wat ze aan de telefoon hoort.


Op deze manieren willen ze de kinderen steunen, een luisterend oor bieden en tips geven. En ook door deze manier komen ze erachter wat er allemaal gebeurd en kunnen ze zo bepaalde zaken onder aandacht brengen.

- De onderwijstelefoon:
Het ministerie wilde graag weten of meer leerlingen, maar misschien ook ouders, leerkrachten, schoolleiders of andere mensen die op school werken last hadden van een onveilig gevoel op school. En of er behoefte was aan hulp of advies om de situatie te verbeteren. Om daar achter te komen besloot het ministerie om de Onderwijstelefoon op te richten als onderdeel van de campagne ‘De veilige school’. Het Ministerie vraagt elk jaar een overzicht van hoe vaak er gebeld is en over welke onderwerpen er gesproken is. In deze overzichten staan alleen cijfers en geen namen. Met deze informatie kan het Ministerie van Onderwijs aan de slag om de omstandigheden te verbeteren en om de plannen van bestrijden van het probleem aan te passen.
- Stichting zinloos geweld:
Door middel van álle vormen van communicatie een mentaliteitsverandering teweeg brengen om er op langere termijn voor te zorgen dat agressie en zinloos geweld zullen verminderen. Op korte termijn: voorkom dat agressie en zinloos geweld 'gewoon' worden.
- Stichting stomp:
Het bestrijden van pesten en agressie op scholen en andere instellingen.Het stimuleren van een mentaliteitsverandering in de maatschappij om pesten en agressie te voorkomen voor een betere samenleving.
9.2 Belangen van de pesters
Het enige ‘belang’ van de pesters is een soort status. De pesters willen laten zien zien dat ze de sterkste zijn. De pester reageert zijn of haar agressie op het slachtoffer af. Vaak weet de pester weet niet op een positieve manier aandacht te vragen. De pester wil vaak indruk maken op de klas zodat hij of zij zelf niet gepest gaat worden of om populair te worden.

9.3 Belangen van de gepeste kinderen


De gepeste kinderen hebben er geen belangen bij gepest te worden. Door pesten worden ze vaak eenzaam, krijgen ze een minderwaardigheidscomplex, ze worden angstig en onzeker in een groep en voor hun verdere leven kan dat een emotionele schade veroorzaken.



10. In hoeverre zijn de belangen te verklaren vanuit hun sociale en/of economische positie?


Pesten komt niet voort uit een slechte economische positie. Een miljonairskind kan net zo hard pesten als een kind uit een uitkeringsgezin. Er zijn totaal geen financiele belangen bij pesten onder kinderen. Vaak worden kinderen gepest omdat ze zich anders gedragen (dus ook vaak hoogbegaafde kinderen) of omdat ze onzeker zijn. De pesters treiteren die kinderen dan op hun beurt vaak om een soort ‘status’ te verkrijgen. het kan wel zo zijn dat een kind gepest word omdat hij/zij geen echte ‘Nike’ schoenen, of geen ‘Fila-trui’ heeft (dat is dan misschien wel weer een financiele oorzaak). Maar financiele belangen heb je niet bij pesten. Niemand word er financieel beter van (zie wel krantenartikel + bijlage!).
Bij de sociale belangen denk ik aan het contact met anderen. Doordat de pester toch vaak een soort ‘status’ krijgt met pesten bestaat de kans dat hij meer vriendjes en vriendinnetjes krijgt (misschien ook omdat ze bang zijn gepest te worden door hem of haar?). Het kan zo zijn dat een kind gaat pesten als hij thuis te weinig aandacht krijgt, mishandeld of misbruikt wordt.
Een kind dat gepest word heeft er geen sociale belangen bij. Vaak zal hij/zij in de steek gelaten worden door zijn vroegere vriendjes en vriendinnetjes omdat hij de zondebok is, en ook geen nieuwe vriendjes maken omdat hij bang is nog meer gepest te worden.

-------------------------------------------------------------------------------------
Krantenartikel Telegraaf :

School betaalt 8000 euro na pestincident
26 feb 2003

ALMERE - De Almeerse scholengemeenschap het Baken heeft een schikking van ruim 8.000 euro getroffen met de familie Van Tilborg. De ouders claimden een vergoeding van de school omdat de directie volgens hen nooit heeft opgetreden tegen het pesten van hun twee kinderen. Het ging om een proefclaim. Dat heeft advocate G. Dammers-Wubbe van het gezin bekendgemaakt.
De advocaten van beide partijen zijn na ongeveer twee jaar tot een schikking gekomen. De dochter uit het gezin heeft inmiddels haar mavo-diploma gehaald op de bewuste middelbare school, de zoon is na twee jaar pesterijen uiteindelijk naar Bussum gevlucht. Hij is intussen geslaagd voor het havo.

De ouders richtten na het gebrek aan erkenning van hun problemen de Stichting Stop het Pesten op. Moeder T. van Tilborg hoopt dat de schikking andere families met gepeste scholieren de mogelijkheid biedt ook in het geweer te komen. Toch durft ze niet te zeggen of ouders nu sterker in hun recht staan en vaker een schadevergoeding kunnen afdwingen. "Het probleem is dat je bewijzen nodig hebt en daar kan niet iedereen voor zorgen. De kans op verlies is vrij groot", meent de moeder.
Namens de Stichting Stop het Pesten pleit Van Tilborg daarom voor een wetswijziging. "De wet moet zo worden aangepast, dat het makkelijker wordt de school wettelijk verantwoordelijk te stellen voor het welzijn van de leerlingen", vindt ze. Directeur D. de Boer van scholengemeenschap Het Baken was wegens vakantie niet bereikbaar voor commentaar.
© 1996-2002 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.

Bijlage krantenartikel:
Er is dus wel de mogelijkheid om een schadevergoeding te krijgen voor wat je hebt meegemaakt, maar dat is niet met voorbedachte rade aan te geven of gebeurd (niemand zegt tegen zijn kind: zorg maar dat ze je dit jaar lekker veel pesten want dan kan mamma een schadevergoeding ontvangen.).
-------------------------------------------------------------------------------------


11. Welke belangen vallen samen en welke met zijn elkaar in strijd?


Het is heel tegenstrijdig dat de pester vaak meer status krijgt door te pesten en dat het slachtoffer vaak al zijn of haar contacten verliest. Dat is behoorlijk tegenstrijdig omdat het naar mijn mening juist andersom zou moeten zijn. Vaak komen pesters later ook in de problemen omdat ze erachter komen wat ze hebben aangericht of omdat ze zelf gepest of gestraft worden voor wat ze hebben gedaan (denk aan revange!).

Ook, als je kijkt naar instanties als de onderwijstelefoon, zie je dat er uit de problemen conclusies worden getrokken. De overheid weet uit het aantal telefoontjes ongeveer hoeveel er wordt gepest, en op welke manier. Met die informatie kunnen zij dan weer actie ondernemen en plannen opstellen. Als je belt kan je dus niet alleen je verhaal kwijt, maar word er ook wat gedaan met de informatie. Dat is voor de instantie en het ministerie dus ook een voedingsbron van informatie. Aan de ene kant is dat niet leuk voor de pester, want hij wil soms zijn verhaal wel kwijt maar wil niet dat verder iemand het te weten komt. Natuurlijk worden de dingen die verteld worden niet letterlijk gebruikt, maar het kan toch een drempel zijn.


12. Welk doel wordt door middel van het beleid nagestreefd?

Men probeert pesten en agressie tegen te gaan. Ze proberen het probleem te bestrijden en het probleem te voorkomen. Dit proberen ze door middel van de onderstaande punten uit te voeren.

· het bewust maken en bewust houden van de leerlingen van het bestaan en de zwaarte van pesten en agressie;
· een gerichte voorlichting aan alle ouders van de school;
· het aanstellen van een vertrouwenspersoon op school;
· het aanleggen van - voor iedere persoon aan de school verbonden - toegankelijke, goede informatie over het probleem pesten, met als speciaal aandachtspunt informatie voor de leerlingen;
· het beschikbaar stellen van geld waarmee wordt bekostigd: de scholing van personeelsleden, lesmaterialen, lezingen en andere activiteiten voor ouders en voor de aanschaf van boeken en andere informatie;
· samenwerking te zoeken en afspraken te maken met andere scholen in de buurt over de aanpak van het pesten;

· het beschikbaar stellen van de opgedane ervaring aan andere scholen.


13. Is het beleid van de overheid in de loop van de tijd veranderd?

Het beleid van de overheid is inderdaad veranderd, het is begonnen met het voortgezet onderwijs en is later uitgebreid naar het primair onderwijs omdat er niet veel bekend was over pesten en geweld van kinderen van die leeftijden.
De aandacht is ook niet minder geworden in de loop der jaren dat komt ook door de media die daar ook veel aandacht aan besteed, er is ook een grote bewustwording van het probleem ontstaan.
De onderzoeken zijn ook uitgebreider geworden, er worden naar meer onderwerpen gevraagd zoals discriminatie en onveiligheidsgevoel. Ook werden omstandigers over het onderwerp ondervraagd. Ook zullen de politieke partijen er zeker wat mee te maken hebben, ze hebben verschillende opvattingen en ook verschillende oplossingen voor het probleem.


15. Wie kunnen of moeten er in het verband met het probleem een beslissing nemen?


De politiek moet stappen ondernemen tegen het pesten. Maar alleen met een wet of een campagne kom je er niet. Leerkrachten (school) en ouders (thuissituatie, opvoeding) spelen hierbij een grote rol.
Wat ouders kunnen doen als hun kind gepest word op school:

Ouders zouden de volgende stappen kunnen nemen:

-U vraagt uw kind wat er precies gebeurt zodat u een goed beeld krijgt van de ernst van het pesten.
-U vertelt het kind dat volwassenen vaak niks doen omdat ze niet zien dat er gepest wordt, of omdat ze niet weten hoe het probleem opgelost moet worden.
-U probeert het kind op een eenvoudige manier uit te leggen waarom sommige kinderen pesten. U laat hem merken dat je misschien kunt begrijpen wat die pestende kinderen doen, maar dat dit niet betekent dat pesten is toegestaan.
-Bedenk welke acties het beste lijken om het pest-probleem op te lossen. Overleg hierover met het kind.

Je kunt het probleem het beste op verschillende manieren aanpakken, mogelijkheden zijn:
- Uw kind praat erover met zijn meester of juf.
- De ouder(s) kaarten het aan bij zijn meester of juf.
- De ouders kaarten het pesten op school aan bij de schoolleiding.
- De ouders benaderen de ouderraad met de vraag of zij het pesten op school aan de orde willen stellen.
- U gaat praten met andere ouders van de pestende kinderen.
- Het kind kaart het aan bij de trainer van voetbal, de juf van de knutselclub, de overblijfmeester etc.
- U vertelt het kind dat het pesten niet meteen ophoudt als er beter op wordt gelet. Pesten is een gewoonte geworden die maar moeilijk af te leren is.

- U versterkt het zelfvertrouwen van uw kind door het dingen te laten doen die hij of zij goed kan. U maakt hem of haar daar ook opmerkzaam op.
- U geeft uw kind de kans om op een nieuwe school/club te gaan, waar hij leuke dingen kan doen en andere kinderen kan leren kennen.
- Na enige tijd vraagt u aan uw kind of er iets veranderd is in het pesten op school, en blijf hierover praten met het kind.

Justitie doet onderzoek en schreef de volgende tekst:

Hulp aan pesters op school voorkomt criminaliteit
Onderzoek naar pesten op school heeft een duidelijk beeld opgeleverd van notoire pesters. Zij lopen een vier keer zo grote kans dan andere kinderen in het criminele circuit terecht te komen. Verder zijn ze agressief, impulsief en fysiek sterk; ze staan positief tegenover geweld, hebben een sterke behoefte anderen te domineren, hebben weinig empathisch vermogen en een gemiddeld genomen positief zelfbeeld. En tot slot blijkt er een relatie te bestaan tussen pester (geworden) zijn en de opvoeding door ouders. Kinderen lopen een grote kans pester te worden als zij weinig echte aandacht van hun ouders krijgen en door hen – bij overtredingen – fysiek worden gestraft; hun ouders merken hun agressie niet op en corrigeren hen dus niet. Op structurele wijze aandacht aan het pestprobleem op scholen besteden, zou derhalve een effectieve en uiterst goedkope manier van criminaliteitspreventie kunnen zijn.

Evenals bij elke andere vorm van geweld (kindermishandeling, seksueel misbruik, seksuele intimidatie), is ook bij pesten tussen kinderen onderling sprake van vijf partijen en drie psychologische mechanismen. De partijen bij pesten tussen kinderen zijn: de pester, dader of pleger; de zwijgende middengroep (de rest van de klas of groep); het slachtoffer; de leerkracht en de ouder. En de psychologische mechanismen zijn: de samenzwering om te zwijgen; het omstandersdilemma en de neiging van de omstanders om het slachtoffer van geweld (een gedeelte van) de schuld te geven, ook wel conspiracy of silence, bystander dilemma en blaming the victim genoemd. Met andere woorden: in de maatschappij gebeurt op grote schaal wat bij groepen kinderen in het klein voorkomt. Aanpak van pesten lijkt dan ook een uitgelezen kans om het geweld in de maatschappij te voorkomen.
Een goede aanpak is het stellen van regels voor leerlingen van groepen een tot en met drie van de basisschool en het door leerlingen van de andere groepen en klassen zelf laten opstellen van regels. De door de school opgevoerde waarde is dan: veiligheid, in de behoeftetheorie van Maslov de tweede behoefte van ieder mens en kind. En de norm is dan dat bepaald, met elkaar afgesproken, gedrag niet meer kán.
Met kinderen die de regels voortdurend overtreden, is duidelijk iets aan de hand, zoals er ook iets aan de hand is met kinderen die voortdurend (lichamelijk, geestelijk of seksueel) geweld ten opzichte van klas- of leeftijdgenoten gebruiken. Zij dienen in de eerste plaats gesignaleerd te worden, waarna aan hen en – eventueel hun ouders – hulp wordt geboden. Hier komen we op een teer punt, namelijk de gedwongen hulp aan daders van pesten.
Mijn voorstel, zoals neergelegd in School en geweld, oorzaken en aanpak, is: opname van verplichte hulp aan notoire pesters en – eventueel – hun ouders in het reguliere aanbod van de school. Om te voorkomen dat ouders zich verzetten tegen gedwongen hulp van de school die nodig blijkt, wordt aan de ouders die hun kind bij school aanmelden, uitgelegd wat het beleid van de school op het gebied van veiligheid is. Daarna wordt de vraag gesteld of ze hiermee akkoord gaan.
Weigeren de ouders, dan wordt het advies gegeven een andere school te zoeken. Gaan de ouders akkoord, dan zetten zowel de school als de ouders hun handtekening onder deze en andere afspraken.
Een van de andere afspraken waaronder de ouders hun handtekening zetten is dat de school gerechtigd is het Signaleringsinstrument risicoleerlingen af te nemen. Dit instrument dat vragen aan leerlingen over elkaar, over zichzelf en één vraag aan de leerkracht stelt, levert risicoleerlingen op, die gericht(er dan voorheen) geholpen kunnen worden door externe ondersteuningsinstellingen die op dit moment – dé grote klacht van het gehele onderwijs – nog niet erg samenwerken.

Mijn vraag tot slot is: hoe lang moet het nog duren, voordat we het geweld op en buiten school, dat alleen maar lijkt toe te nemen, nu echt serieus gaan nemen en eens een samenhangend beleid gaan formuleren? We hebben de tijd en het geld niet meer om nog langer te fröbelen.
Drs. Bob van der Meer, psycholoog, maakte deel uit van de Commissie Geweld van het ministerie van OC en W.

16. Waarop is de macht van degenen die moeten beslissen gebaseerd?

Het kind is baas over zichzelf, dus mag zelf beslissen wat hij of zij wel of niet wil. De ouders kunnen helpen bij de problemen en hulp zoeken voor het kind. Het ministerie kan wetten maken en campagnes voeren om pasten tegen te gaan voor zover dat mogelijk is. Ouders van pesters moeten evenals ouders van gepeste kinderen goed in de gaten houden en ze leren dat pesten en macht geen oplossing is voor alle problemen die ze tegenkomen.

17. Zijn er factoren uit de omgeving van het politieke systeem die de mogelijkheden om oplossingen te vinden, beinvloeden?

Het politieke systeem zorgt niet voor moeilijkheden. Iedereen werkt er aan mee om pesten te bestrijden, maar het kan niet zomaar opgelost worden. Pesten is iets wat heel geniepig gebeurd, en waar niemand echt voor uitkomt dat hij of zij het doet. Het is ook heel moeilijk om pesten te bestrijden. Wat kan de regering verder doen dan campagne voeren? Ze kunnen maar moeilijk elke peste opsluiten of een fikse boete laten betalen.

REACTIES

J.

J.

Het antwoord op punt 17 is incorrect. De politiek kan wel degelijk iets doen aan het probleem. Momenteel zijn er tal van semi-methoden die slechts deelproblemen aanpakken, daardoor zijn zij niet in staat het volledige probleem te verhelpen. Zie ook http://www.jeroenimus.nl/?p=493

14 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.