De Politie

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 1e klas havo/vwo | 1809 woorden
  • 1 oktober 2002
  • 292 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 292 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
LOB
1. Inleiding
Ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik een oom heb die bij de politie werkt en daarom wel eens met hem mee mag naar zijn bureau.
Ik vind het ook een spannend beroep waar ik wel iets meer over wil weten. Vroeger was het bij de politie een stuk makkelijker dan nu.
Met een uniform aan maakte je meestal al indruk op de mensen, zodat ze naar je luisterden, maar tegenwoordig is dat niet meer zo.
Als je iemand helpt, ben je een goeie jongen, maar als je een bekeuring geeft wordt je vaak uitgescholden. Het is dus best moeilijk om een goede politie agent te zijn.

2. De School
De opleiding tot agent duurt 20 maanden met de vakanties erbij, en bestaat uit 3 delen. Het eerste deel duurt 11 maanden en dan zit je de hele tijd op school. Het tweede deel is een stagetijd van 5 maanden bij een politiekorps. De laatste fase van 5 maanden breng je weer op school door. Op welke school je terecht komt, hangt af van het korps waar je later gaat werken.
Op de politieschool moet je meestal van maandag t/m vrijdag dag en nacht om te leren goed met elkaar samen te werken en te zoeken naar oplossingen en elkaar opvangen als het nodig is. De opzet van de school is dat je zelf verantwoordelijk bent voor je eigen opleiding. Je bent vrij om te doen en laten wat je zelf wilt.
Niemand zeurt over s’avonds studeren of op tijd naar bed gaan.
Je wordt ook niet over hoort. Maar je moet wel na een aantal weken slagen voor de toetsen. En het is niet altijd even makkelijk om in de boeken te duiken,als het ‘s avonds net gezellig begint te worden. Natuurlijk zit je niet alleen maar in de schoolbanken. Op het terrein van de politie school kunnen alle mogelijke situaties nagespeeld worden.
Er is ook een levens echte straat bij de school. Met een politiebureau, een café, een bank, een winkel en noem maar op. Daar kun je in rollenspellen aan den lijve ondervinden wat het is als je uitgescholden wordt, een burenruzie uit de hand loopt of als een arrestant niet wil meewerken. In de eerste fase leer je ook hoe je met je wapen om moet gaan. Als je dat niet goed kan, mag je niet aan je stage beginnen. Sport is ook een belangrijk onderdeel op de politieschool, beoefend worden onder meer zwemmen, hardlopen en natuurlijk zelfverdediging. Dat hardlopen en zwemmen niet zomaar op het rooster staan, merk je gauw genoeg in de praktijk. Want als je bijvoorbeeld ‘s winters een kind in een wak ziet, moet je wel het water in om het kind te redden.
3. Het politiekorps
Het politie korps is op gebouwd uit een aantal diensten zoals:

de geüniformeerde dienst, daar horen de surveilancedienst,
de verkeersdienst en de afdeling bijzondere wetten bij. De
geüniformeerde dienst, de basis van het korps zouden we kunnen
zeggen, heeft eigenlijk de meeste taken. De surveillancedienst
beweegt zich meestal per auto, per voet of te paard. Daarnaast wordt ook minder opvallend werk gedaan, zoals de naleving van de
bijzondere wetten, zoals de drank- en horecawet, de winkelsluitings dienst, de arbeidswet en de vuurwapenwet.
Aparte vermelding verdient de verkeersdienst. Deze zorgt in de eerste plaats voor een goede verkeersregeling. Meestal met computers waarop de verkeerslichten zijn aangesloten. Ook moeten ze helpen bij ongelukken en aanrijdingen. Als er evenementen zijn moeten de doorgaande routes worden vrijgehouden. Ze begeleiden ook hele grote transporten. Daarnaast verricht de verkeersdienst de technische controle van voertuigen, en de administratieve en technische afhandeling van talloze aanrijdingen. Ook snelheidscontroles en parkeercontroles behoren tot de taken van de verkeersdienst.
Dan is er nog de recherche en technische opsporingsdienst. Tot de taak van de recherchedienst wordt gerekend het opnemen van aangiften en het horen van verdachten. Ook natuurlijk het meer spectaculaire werk, zoals het aanhouden van misdadigers of de vangst van een grote partij verdovende middelen. De recherche heeft ook speciale afdelingen, zoals de kinderpolitie, de zedenpolitie en aparte afdelingen voor oplichtingen, vervalsingen, inbraken, drugs etc..
De technische opsporingsdienst is er voor al het technische werk, zoals het nemen van foto’s, vingerafdrukken en het onderzoek naar sporen van een misdrijf.

4. De functies en rangen
a. De functies
Bij de politie doen de mensen verschillend werk. Vaak zie je dat aan de kleding die ze dragen of aan de naam van de afdeling waar ze werken. De mensen van de verkeerspolitie herken je aan het pak dat ze op de motor of in de auto aanhebben. Vaak is dat een wit/oranje jas en een donker blauwe broek. Het gemakkelijkst zie je het natuurlijk aan hun vervoersmiddel. Ook gebruiken ze een ‘gewone’ auto of motor, zonder zwaailichten of strepen. Dat doen ze om goed te kunnen controleren hoe de mensen zich gedragen als er geen politie te zien is.
De mensen van de surveillancedienst zie je vrijwel de hele dag op straat. Zij hebben het ‘normale’ uniform aan. Bij de recherche en technische opsporingsdienst werken ze meestal zonder uniform. Dat doen ze om ongestoord een onder-zoek te kunnen doen. De mensen van de vreemdelingendienst controleren of buitenlanders in Nederland mogen wonen. Als het mag, zet de politie dat op papier. Deze mensen krijgen dan een verblijfsvergunning. Soms hebben regio’s speciale afdelingen, die ze ergens anders niet hebben. Wanneer er veel water (rivieren of meren) is, hebben ze een afdeling water- of rivierpolitie. Sommige regio’s hebben een afdeling strandpolitie.
Ook werken er bij de politie mensen die geen politiediploma hebben. Die werken ‘op kantoor’, in het restaurant en in de garage. Mensen zonder politiediploma noemen we geen politiemensen maar ‘burgers’. Politiemensen hebben altijd een bewijs bij zich dat ze bij de politie werken. Dat is een kaart met de naam, de functie en de pasfoto. Deze kaart noemen we het politielegitimatiebewijs. Als je bijvoorbeeld gevraagd wordt of je mee wilt gaan naar het bu-reau, mag je altijd vragen naar dit bewijs, waaraan je kan zien of het een echte politieman of politievrouw is.

b. De rangen
Een rang die bijna iedereen kent is de agent. Die zie je vaak in de straat of in de buurt.Toch hebben niet niet alle mensen ook dezelfde rang. Je moet goed op de schouder kijken om het verschil te zien. De surveillant heeft twee strepen, de agent drie strepen. De hoofdagent heeft er zelfs vier. Mensen die nog op de politieschool zitten, hebben maar één streep. De verschillende tekens noemen we de onderscheidingstekens. Hieronder staan de petten en de onderscheidings tekens afgebeeld die bij de verschillende rangen horen.
5. De Mobiele Eenheid (ME)
Soms moet een politieman of politievrouw voor de mobiele eenheid werken. Dan herken je ze aan een blauwe overall, hoge zwarte laarzen, een helm, een lange wapenstok en een schild. Bij voetbalwedstrijden moeten ze meestal alles in de gaten houden. In het stadion, maar ook daarbuiten.
Soms moet een ME-peleton in een bos, de duinen of een weiland voor de recherche naar sporen of bijvoorbeeld een vermist kind zoeken. Dan hebben ze de helm en het schild niet bij zich.
ME-er wordt je niet zomaar. Je moet over een top-conditie beschikken en zware trainingen doorlopen om ervoor in aanmerking te komen. Je moet ook erg goed in teamverband kunnen werken. Want met een team krijg je dingen gemakkelijker voor elkaar. Hardhandig optreden komt gelukkig maar zelden voor. Het liefst lost de politie problemen op door ze uit te praten, wat lang niet altijd gemakkelijk is wanneer er bijvoorbeeld een grote menigte is zoals bij een voetbalwedstrijd of een demonstratie.
Soms zal dus de wapenstok toch gebruikt moeten worden om te voorkomen dat situaties uit de hand lopen en de veiligheid van onschuldige mensen in gevaar komt. De politiemensen worden echter goed getraind in het beheerst gebruiken van geweld. De ME is opgericht in het jaar 1957.
6. Wat gebeurt er bij een arrestatie
Wanneer een politie je bijvoorbeeld voor een winkeldiefstal of een inbraak oppakt, nemen ze je mee naar het politiebureau. Je bent dan ‘verdachte’. Je wordt voorgeleid voor de hulpofficier van Justitie. Eerst moet je alle zakken leeg maken en wordt je gefouilleerd om te controleren of je niet iets achtergehouden hebt. De hulpofficier vraagt aan jou als verdachte of je weet waarvoor je bent opgepakt.
De agenten vertellen wat er is gebeurd en waarvoor ze je hebben aangehouden. Alles wordt op papier gezet. Daarna moet je voorlopig in een arrestantencel gaan zitten. De agenten of een rechercheur halen je op om je te verhoren. Zij vertellen je nog een keer waarvoor je bent opgepakt en vragen je dan te vertellen wat er is gebeurd. Van het verhoor maakt de rechercheur een verhaal. Dat noemen we een verklaring.
Rechercheurs gaan ook praten met zoveel mogelijk mensen die gezien hebben wat je hebt gedaan. Hun verhaal noemen we een getuigenverklaring. Als het nodig is gaan de rechercheurs op de plaats waar het is gebeurd op zoek naar bewijzen. Dat kunnen vingerafdrukken zijn of andere sporen, zoals voetafdruk-ken een stukje stof of een wapen.
De politiemensen die je meenamen naar het bureau, hebben ook alles op papier gezet. Dat heet een proces verbaal. Als alles is onderzocht en op papier is gezet is het werk van de politie eigenlijk afgesloten. Het hele dossier, dat zijn alle verklaringen en bewijzen, gaat dan naar de officier van Justitie. Die bekijkt alle stukken en eist een bepaalde straf, zoals een boete of een gevangenisstraf. Daarna wordt in een rechtszaak door de rechter bepaald wat je straf echt wordt. Vaak denken de mensen dat de politie iemand straf geeft, dat is dus niet zo.
7. De meldkamer
De meldkamer wordt wel eens ‘het hart van het bedrijf’ genoemd.Via het alarmnummer en het plaatselijke telefoonnummer komen daar 24 uur per dag alle telefoontjes binnen. De mensen van de meldkamer moeten de binnen gekomen meldingen zo beoordelen dat er snel en op de juiste manier iets aan wordt gedaan. Geneeskundige dienst of brandweer waarschuwen? Als het een echte melding is, moet de medewerker in de meldkamer direct kiezen welke politiemensen hij of zij naar het adres stuurt. De medewerkers van de meldkamer weten precies waar alle politiemensen op straat zijn. Of dat nu in een auto, lopend, op de motor of op de fiets is.
De ene keer kunnen de mensen in de meldkamer de opbeller al geruststellen, een andere keer komen er zoveel meldingen binnen dat de minst erge melding even moet wachten voordat de politie komt. Als je je sleutel bent vergeten, moet je misschien even wachten, omdat de politie eerst naar een ernstig ongeluk moet.
8. Samenvattend
De politie is er voor ons iedereen. Maar ook is het belangrijk dat de mensen zelf hun omgeving een beetje in de gaten houden. Er wordt ook weleens gezegd: De pet past ons allemaal. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat de gewone burgers daarbij in gevaar komen. Ik vind dat politieman zijn een interessant en afwisselend beroep is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

wat had je voor deze werkstuk.
ik had je een 9+ gegeven.

19 jaar geleden

J.

J.

cool

18 jaar geleden