De Groentenman

Beoordeling 4.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • groep 8 | 1144 woorden
  • 1 oktober 2002
  • 90 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.6
  • 90 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
LOB
1. Inleiding.
Ik heb dit werkstuk over de groenteman gedaan, omdat ik een oom heb die groenteman is en er wel eens meer over wil weten.
2. Vroeger.
Vroeger was het voor de groenteman gemakkelijker als tegenwoordig. Toen was het voldoende als er groente en fruit in de winkel te koop was. In de winter waren er andere soorten produkten te koop dan in de zomer.
In de winter aten de mensen vooral koolsoorten en stampotten. Gewoon omdat er niet anders te koop was of omdat het anders te duur werd. De vrouwen werkten toen meestal niet buiten het huis dus hadden ze alle tijd om aandacht aan het eten te besteden, vooral als iets lang moest koken. In de zomer was er vooral veel spinazie en andijvie te krijgen, omdat dat dan door het warmere weer buiten kon groeien. Hetzelfde geldt voor fruitsoorten, zoals: aardbeien, aalbessen, pruimen, druiven, perzikken enz.. In de winter waren er hoofd-zakelijk appels, sinasappels en peren verkrijgbaar.

3. Tegenwoordig.
Tegenwoordig zijn er veel groente speciaal zaken waar naast het normale assortiment ook kant en klare maal-tijden te koop zijn. Dat komt omdat tegenwoordig mannen en de vrouwen beiden werken dus niet veel tijd meer over hebben om aan het eten te besteden. De kant en klare maaltijden worden dan even in de magnetron opgewarmd, waarna ze het eten op tafel kunnen zetten.
Maar de groenteman moet daardoor veel meer arbeid verrichten, ook om alles zo hygiënisch mogelijk klaar te maken en om zoveel mogelijk vitamines te behouden.
De tegenwoordige groenteman kan je daarom ook een beetje vergelijken met een kok.
Door het gebruik van kassen, en nieuwe teel methoden zijn de groente en fruitsoorten veelal het hele jaar door te koop en niet alleen in bepaalde seizoenen.
Sommige fruitsoorten als kiwi’s, sinaasappels en bana-nen groeien niet in Nederland en moeten vanuit het buitenland worden geïmporteerd. De prijs ligt daardoor wel iets hoger.
4. Concurrentie.
Het aantal groentewinkels is vergeleken met vroeger sterk verminderd. Dit komt vooral door de komst van supermarkten waar ook van alles te koop is. Zij zijn een grote concurrent voor de groentewinkel, omdat zij veelal meer inkopen dus een goedkopere prijs kunnen bedingen bij de groothandel. Het is voor de mensen ook vaak gemakkelijker om samen met de andere bood-schappen meteen het groente en fruit mee te nemen. De kwaliteit van een goede groentewinkel is wel vaak beter dan de supermarkt, dus alle waar is naar zijn geld. En hier in Volendam heeft de groenteman ook een goede bron van inkomsten door langs de deuren te gaan zo de waren aan te bieden. Dit is natuurlijk een ongekende service, vooral voor oudere mensen en gezinnen met jonge kinderen die dan niet de deur uit hoeven. Voor deze service, maar dat is logisch, moet uiteraard wel wat meer betaald worden.
5. Vitamines.
Groente en fruit zijn een onmisbaar onderdeel van het dagelijks voedingspatroon, omdat ze veel vitamines bevatten. En zonder vitamines wordt de weerstand minder en worden we ziek. De meeste groentemannen weten precies waar veel en weinig vitamines in zitten.

Een groenteman moet ook een goed advies kunnen geven hoe je iets moet klaarmaken en hoelang iets moet koken om zoveel mogelijk vitamines te behouden.
In aardappels zitten ook veel vitamines. Er zijn veel verschillende soorten van te krijgen, omdat niet alle mensen van dezelfde aardappel houden. De een houdt van melig en de ander van kruimig of vastkokend.
Van aardappels wordt ook patat gemaakt, wist je trouwens dat je van patat niet dik wordt, als je het bakt in zonnebloemolie. Dik wordt je natuurlijk wel van de mayonaise. Maar omdat de aardappels waarvan patat wordt gemaakt eerst gekookt en daarna nog gefrituurd worden, is er van de vitamines later weinig meer over.
Het is de bedoeling om variatie in het eetpatroon aan te brengen, want als je zeven keer per week dezelfde groente eet is het ook niet gezond.
6. Interview met groente specialist René Tol.
1. Waarom ben je groenteman geworden?
Zoals bij veel mensen het geval is, heb ik niet bewust voor mijn beroep gekozen, maar ben ik er als het ware ingerold.
2. Hoelang ben je al groenteman?
Al 19 jaar.
3. Hoe begint je dag?
Om half zes sta ik op, en om zes uur ga ik naar de centrale groothandels markt in Amsterdam. Deze gaat open om half zeven. Dan begint eigenlijk mijn werk.
4.Wat voor opleiding heb je er voor nodig om een groente zaak te mogen beginnen?
Vakdiploma A(ardappelen) G(roente) F(ruit) en A(lgemene) O(ndernemers) V(aardigheden) (wat vroeger middenstand heette).
5.Wat is er in de groentehandel veranderd ten opzichte van vroeger?
De eetgewoontes zijn verandert, de hoeveelheden die de mensen kopen zijn veel minder dan vroeger (de gezinnen zijn kleiner geworden). Mensen eten veel minder groente en fruit dan vroeger. Er worden veel meer kant en klare menu’s en salades verkocht.
6.Vind je het leuk om groenteman te zijn?
Over het algemeen wel.
7.Merk je veel van de concurrentie van supermarkten? Wat kun je daar aan doen?
Ja, daar merk je heel veel van, vooral door de openingstijden die veel langer zijn geworden bij supermarkten.
Door de uitbreiding van ons assortiment, vooral in kant en klare gerechten zijn we veel beter dan de supermarkt.
Het geven van persoonlijk advies aan de mensen wat in de groente winkel wel gebeurt en in de supermarkt niet. Ook kunnen wij sneller in spelen op de eet trends.
8.Kun je gemakkelijk een groente winkel beginnen, of is dat moeilijk?
Nee, tegenwoordig kun je niet makkelijk een groentenwinkel beginnen. De investeringen die gedaan moeten worden zijn vele malen hoger dan vroeger (wel een half miljoen gulden).
9.Je hebt een winkel in Bussum. Komen er ook bekende Nederlanders?
Ja veel, om er enkele te noemen: René Froger, Caroline Tensen, Ivo Niehe en Tineke de Nooij.
7. De klasse verschillen in groente en fruit.
Er zijn drie soorten kwaliteit in de wereld van de groente en fruit. Dat noemen ze klassen.
Klasse 1 is de beste soort groente en fruit die er is.
Je kunt wel zeggen dat je dan de beste groente of fruit in huis hebt. Deze klasse is op de markt bijna niet te koop. Alleen de beste groente winkels verkopen klasse 1.
Klasse 2 wordt het meest ingekocht door groente en fruit handelaren, ook door de meeste winkels.
Van klasse 3 hoef je niet te verwachten dat het lang houdbaar is. Klasse 3 is vooral op de markt te krijgen.
Dat merk je wel aan de aanbiedingen die soms op de markt te krijgen zijn.
8. Slot
Door het maken van dit werkstuk ben ik heel wat meer te weten gekomen over het beroep van groentehande-laar en over wat er zoal wordt verkocht. Het is tegen-woordig niet zo gemakkelijk om een groentewinkel te beginnen en er moeten veel uren worden gemaakt. Als je winkel door al je inspanningen dan goed draait, heb je toch veel eer van je werk.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.