Skiën

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas vwo | 5784 woorden
  • 4 mei 2004
  • 263 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 263 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
LO
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Inleiding

Afgelopen carnaval ben ik voor het 11e jaar op wintersport geweest in Andelsbuch, een plaatsje wat in Bregenz ligt in Oostenrijk.
Omgerekend wil dat zeggen dat ik 5 jaar was voordat ik het eerst op mijn miniskietjes stond.
We gaan elk jaar met een groep vrienden naar hetzelfde hotel waar we een week kunnen genieten van het skiën en natuurlijk de après-ski.
Toen ik 5 was heb ik leren skiën op een oefenweide, waarmee je met een touw boven op het kleine bergje werd getrokken. De eerste skilessen waren niet altijd even leuk. In het begin is het nog constant vallen en weer opstaan, met soms wel enige traantjes. Maar na verloop van tijd, toen ik het een beetje onder de knie kreeg, werd het alsmaar leuker en leuker. Na drie dagen mochten we met ons skiklasje zelfs al naar de in mijn ogen “grote mensen berg”. Een fantastische ervaring.
Aan het eind van de week werd er een skiwedstrijd georganiseerd waarmee je als klasje aan kon deelnemen. En jawel hoor, als ALLEREERST vertrekkende viel ik NET niet in de prijzen met mijn 4e plaats.


Door de jaren heen kreeg ik de smaak te pakken, en merkte dat het me steeds beter afging, en dat ik op de snelheid na, já já, steeds dichter met me benen mooier bij elkaar de piste afging! Oftewel “parallel-skiën”. De nakomer van het “Pflugfahren” (skiën met je benen naar elkaar toe, als een zogenaamde pizzastukken vorm).
Na 7 jaar geskied te hebben ben ik begonnen met snowboardlessen. In het begin heel lastig, want het is een compleet andere beweging die je maakt, dan skiën.
Na veel blauwe plekken en spierpijn, lukt het nu steeds beter en heb inmiddels mijn eigen board.

Omdat ik heel wat uurtjes per jaar op de piste doorbreng, en dat al 11 jaar lang, wou ik toch eigenlijk wel eens weten hoe skiën nou precies is ontstaan, en wat de skimogelijkheden zijn van vroeger en ook van nu.
Daarom mijn werkstuk over, hoe kan het ook anders, SKIEN!


De geschiedenis van de skisport

Prehistorie

De geschiedenis van de skisport begint in een grot. In het noorden van
Scandinavië heeft men tekeningen van mensen op ski’s aangetroffen die
tussen de 6000 en 7000 jaar oud zijn. Deze mensen waren voor dagelijkse
behoeften zoals eten en kleding afhankelijk van rendieren en dus trokken ze
met de kuddes mee. Zo hoog in het Noorden duurt de winter lang en ligt er
een groot deel van het jaar sneeuw. Zeker in de ijstijd toen de continentale

gletsjers nog niet helemaal verdwenen waren. De ski’s op deze grottekeningen zijn vrij lang en smal.
De oudste ski die ooit gevonden is, ligt in het skimuseum van Oslo.
Deze 2600 jaar oude ski werd in veengrond aangetroffen. Dat verklaart meteen waarom hij zo goed bewaard is gebleven. Het ontwerp is heel doordacht: de ski heeft een oplopende voor- en achterkant en in het midden zit een verdikking met daarin een gat. Door dat gat werd een twijg gestoken en zo werd de ski aan de voet bevestigd. De afmeting van de ski is vrij klein. Ongeveer 80 cm lang en 30 cm breed. Met enige fantasie lijkt hij op de sneeuwschoenen van tegenwoordig.
Alle andere oude ski’s die men heeft gevonden, zijn van een veel recentere datum. In Noord-Siberië, in de streken van de Toengoes, is een ski van wel 200 jaar oud gevonden met vrijwel dezelfde afmetingen als een modern snowboard. In Lapland en Siberië zijn ook “echte” ski’s gevonden uit diezelfde periode. Deze ski’s hebben net als nu een lange smalle vorm. Sommige exemplaren waren omwikkeld met dierenvellen om het aanplakken van de sneeuw tegen te gaan en het terugglijden te voorkomen als je naar boven loopt.

Toepassing
Tot aan het begin van de 19e eeuw werden ski’s voornamelijk gebruikt als vervoermiddel. Skiën leek in die tijd veel meer op het hedendaagse langlaufen dan op alpineskiën Het rare is dat de eerste verhalen over mensen die gewoon voor de lol van een helling afgleden al 1000 jaar oud zijn. In IJslandse poëzie uit de elfde eeuw wordt enthousiast verteld over de snelheid waarmee de Vikingkoning Hadrade (1046-1066) durft af te dalen. Snel skiën is in die gedichten duidelijk een deugd en een teken van de voorname afkomst. Daarna laat de geschiedschrijving ons helaas in de steek tot 800 jaar later. Pas vanaf 1800 weten we weer hoe het verder is gelopen met onze geliefde sport.

Sturen met je stok
Zoals gezegd waren we tot 1800 voornamelijk aan het lopen op ski’s. Het alpineskiën van de Vikingen leek te zijn uitgestorven. Dat neemt niet weg dat het moderne skiën toch ook weer is begonnen bij de erfgenamen van Harald Hadrade: de Noren. Het materiaal bestond begin 19e eeuw uit lange, smalle ski’s van massief hout. Op de ski’s was een soort veterlus gemaakt, waar de voorkant van de schoen werd ingeschoven. Het systeem lijkt een beetje op de moderne bindingen voor klassiek langlaufen. De skiër gebruikte één lange, dikke stok.
Uit deze tijd stammen ook de eerste verhalen (na de Vikingen) over een soort afdaling op ski’s. Zo schreef de Deense dominee Knut Leem een artikel over kinderen die meededen aan een wedstrijd waarbij ze al glijdend op ski’s een hoed moesten oprapen.
Een veelgebruikte afdalingstechniek was dat skiërs op hun stok gingen zitten, zoals een heks op haar bezem, en zo probeerden te sturen. Of anders probeerden ze te sturen door hun stok aan één kant in de sneeuw te drukken. Het werkt net zoals bij kanoën, je draait de kant op waar je met je peddel (of je
stok dus) remt. Het gebruik van ski’s om af te dalen nam in de tweede helft van de 19e eeuw heel snel toe.

Telemark
Door heel Noorwegen werden allerlei informele skiwedstrijden georganiseerd. Vooral skispringen was erg populair. Met recht een sport voor echte helden, als je bedenkt dat er nog geen adequate remtechniek was uitgevonden en dat de ski’s alleen aan de tenen van de deelnemers bevestigd waren.
Het gebeurde meer dan eens dat deelnemers in de lucht een ski verloren. Je kan dan zelf wel bedenken hoe de landing er vervolgens uitzag.
In het stadje Morgedal in de Noorse provincie Telemark ontwikkelde een boer met de naam Sondre Norheim rond 1850 een beter alternatief voor de binding. Van de wortels van een berkenboom vlocht hij een oersterk koord dat hij niet alleen over de tenen, maar ook over de hak van de schoen bevestigde. Een doorbraak: het materiaal is ondertussen anders, maar het idee bij de huidige telemarkbindingen is nog steeds hetzelfde. Met deze nieuwe binding werd de kans op het verliezen van een ski tijdens een sprong vele malen kleiner en tegelijkertijd kreeg de skiër een betere controle over zijn ski’s.
Norheim ging door met uitvinden. Hij ontwikkelde technieken om te sturen (de Telemarktechniek) en te remmen (de Christianiatechniek; genoemd naar de hoofdstad, het huidige Oslo). Van de ene op de andere dag was het afdalen op ski’s een dynamische sport geworden.
Er werden nu wedstrijden georganiseerd waarbij de deelnemers door de diepe sneeuw moesten klimmen, rennen en afdalen. Tijdens de afdalingen sprong men van natuurlijke obstakels, zoals rotsen en boomstronken, Toch duurde het nog tot 1868 voordat de skitechniek uit Telemark in bredere kring bekend werd. De inmiddels 43-jarige Norheim was in dat jaar met twee metgezellen naar Christiania gelopen om mee te doen aan een skiwedstrijd waarbij de afdalingstechniek beoordeeld werd. Een lokale krant schreef: “Sondre Norheim kon afdalen als een bliksemschicht en stoppen binnen een seconde…….. Er is een nieuw tijdperk voor skiën aangebroken”.
De telemarktechniek werd daarna razend populair in heel Noorwegen. Rond
1890 vervolmaakten de telemarkers hun materiaal. Ze maakten de ski’s in het
midden smaller dan aan de uiteinden, zodat ze nog makkelijker konden
draaien. De getailleerde (carve-)ski werd dus al meer dan 100 jaar geleden
uitgevonden. Alweer door Noren. Vaak wordt gezegd dat ook deze uitvinding
een idee van Norheim was, maar dat is niet waarschijnlijk omdat hij al in
1884 naar North-Dakota in Amerika was geëmigreerd.
De verhalen over het succes van de telemarktechniek en de telemarkski’s gingen al snel door heel Europa en de vraag naar ski’s steeg enorm. Om aan de vraag te kunnen voldoen, moesten de productiemethoden veranderd worden. De eerste gelamineerde ski zag in 1881 het licht en in 1886 werd de eerste skifabriek geopend. Noorwegen werd het eerste exportland van ski’s. Tegelijk gingen de Noren ook op reis door heel Europa om hun ski’s en skitechniek te demonstreren. Overal waar ze kwamen bekeerden ze mensen massaal tot de skisport. Maar om de sport echt groot te maken was meer nodig. Iets wat we nu “goede reclame” zouden noemen.

Expedities
In 1888 traverseerde (= oversteken) de Noorse avonturier Fridjof Nansen de Groenlandse ijskap.
Daarbij maakte hij gebruik van ski’s. Twee jaar later schreef Nansen een boek over zijn barre tocht: “Met ski’s dwars door Groenland”. Dankzij dit boek dat werd vertaald in het Duits, Engels en Deens, kreeg het gebruik van ski’s enorm veel aandacht. In 1895/1896 zou Nansen nog een anderhalf (!) jaar durende trektocht over de poolkap maken. Vervolgens bereikte de Noor Roald Amundsen in 1911 één maand eerder dan zijn rivaal Robert Scott de zuidpool. Amundsen maakte gebruik van ski’s en was daardoor sneller en flexibeler. Scott overleefde de expeditie helaas niet, Amundsen kwam wel veilig thuis. Na alle aandacht in de media stond niets het massale gebruik van ski’s meer in de weg.

De Alpen
In Noorwegen was skiën doordeweeks een pure noodzaak en in het weekend
een vorm van recreatie. Maar, in de Alpenlanden zag men andere
mogelijkheden: Toerisme. Europa beschikte aan het begin van de 20e eeuw
over een uitgebreid spoorwegnet dat de rijkere burgers in staat stelde om
redelijk comfortabel te reizen. In de Alpen stonden grote, luxe hotels waar
deze vakantiegangers in de zomer werden ontvangen. In de winter waren die
hotels gesloten, maar nu zag men in de opkomende skisport grote
mogelijkheden voor de winter.
Omdat in de Alpen de hellingen over het algemeen steiler zijn dan in Noorwegen groeide al snel het besef dat de technieken die tot dan toe gehanteerd werden niet voldoende waren. De Oostenrijker Zdarsky uit Lilienfeld schrijft in 1896 een boek dat een doorbraak voor alpine ski technieken zal blijken te zijn. In dat boek wordt voor het eerst het maken van een bocht met een “skiploeg” beschreven.
De vele (voornamelijk Engelse) toeristen blijken met de methoden van Zdarsky veel sneller skiën te leren dan met de eerder gehanteerde methoden. Verdere aanpassingen aan de skitechniek werden aangebracht door legeronderdelen die zich aan het voorbereiden waren op de Eerste Wereldoorlog. Zo ontstonden uiteindelijk de alpine technieken.

De wedstrijdsport
In de rest van Europa nam de wedstrijdsport een heel andere wending dan in Scandinavië Bij de Noren bleef skispringen het favoriete onderdeel. In de Alpen organiseerden de Engelsen de eerste alpinewedstrijden. In 1911 werd in Montana in Zwitserland de eerste afdaling gehouden. Dat was de “Roberts of Kandahar Challenge Cup”. Het was een race tegen de klok, precies zoals nu. Het parcours ging door diepe sneeuw en natuurlijke hindernissen voorkwamen dat de deelnemers recht naar beneden konden skiën.
Elf jaar later, in 1922, organiseerde de legendarische Arnold Lunn bij het Palace Hotel in het Zwitserse Mürren de eerste (reuze)slalomwedstrijd. Weer twee jaar later vond, ook in Mürren, de eerste combinatiewedstrijd (combinatie van slalom en afdaling) plaats. In die tijd organiseerden de Zwitsers zelf alleen wedstrijden waarbij de skistijl werd beoordeeld. Daarbij ging het dus om de vraag wie het mooiste en meest elegant skiede.



Olympische onderdelen
Op bestuursniveau werd inmiddels een bitter gevecht gestreden. Aan het begin van de jaren ’20 erkende de Fédération Internationale de Ski (FIS) alleen langlauf en skispringen als officiële wedstrijdvormen. Dit had alles te maken met het feit dat alle FIS-topbestuurders in die tijd Scandinaviërs waren. In 1924 werden de eerste wereldkampioenschappen in Chamonix gehouden en een jaar later werd met terugwerkende kracht besloten dat het maar gelijk de eerste Olympische Winterspelen waren geweest. De FIS organiseerde vervolgens jaarlijks wereldkampioenschappen en bleef de alpine onderdelen boycotten voor de Olympische Winterspelen van Sankt Moritz (1928) en Lake Placid (1932).

In 1928 bundelden de voorstanders van de alpine onderdelen hun krachten. De Europese giganten op alpine gebied, Arnold Lunn’s Kandahar Ski Club en Hannes Schneider’s Ski Club Arlberg, organiseerden samen een combinatie in St. Anton: de Arlberg-Kandahar, die toegankelijk was voor iedereen. De winnaar van deze wedstrijd kreeg veel meer eer en aandacht dan de Olympische kampioenen van St. Moritz in datzelfde jaar. Er was zoveel aandacht voor de Arlberg-Kandahar
wedstrijd dat andere skigebieden niet achter konden blijven. In 1931 hielden Kitzbühel en Wengen de eerste van hun jaarlijks terugkerende wedstrijden op de Hahnenkamm, respectievelijk Lauberhorn. In datzelfde jaar gaf de FIS toestemming voor de eerste alpine wereldkampioenschappen in Mürren en vijf jaar later erkende het IOC (Internationaal Olympisch Comité) het alpineskiën als olympische sport. De omstreden spelen in Garmisch Partenkirchen in Nazi-Duitsland kreeg in 1936 de première.

Jaren ‘30
In de jaren ’30 kwam de skisport echt tot bloei. De oorzaak lag voor een groot deel in de opkomst vande skilift. Aanvankelijk werd uitsluitend gebruik gemaakt van touwliften. Die bestonden simpelweguit een touw dat je moest vasthouden. Je ziet dit soort liften nog wel eens bij de babyweitjes.
In 1927 bouwden de Fransen voor wandelaars en skiërs de eerste gondellift in Chamonix. Een jaarlater gevolgd door een aparte sleeplift voor beginnende skiërs In 1928 bouwde Engelberg de eerste gondellift die speciaal bestemd was voor skiërs en in 1932 kreeg Gerhard Müller uit Zürich patent op een treklift met de motor van een motorfiets als aandrijving. In 1936 werd de eerste ankerlift, zoals we die nu ook nog kennen, in Davos een feit. In datzelfde jaar ontwierp de Amerikaan Jim Curran de eerste stoeltjeslift voor de opening van Sun Valley.
Men begon in deze tijd ook met de bouw van skidorpen en wintersport werd in korte tijd razend populair bij de betere middenklasse en de oude adel.
Door de opkomst van de skilift werd de afdalingssport definitief gescheiden van het toerskiën (waarbij de skiërs zelf omhoog lopen).
De Tweede Wereldoorlog zette natuurlijk een forse rem op alle ontwikkelingen. Veel Oostenrijkse skileraren, (waaronder Hannes Schneider) vluchtten naar de Verenigde Staten om daar skischolen te leiden. Hierdoor konden de Amerikanen hun skitechnische achterstand op Europa definitief wegwerken.
De sport was in de VS populair bij een heel ander publiek dan in Europa. Het gemiddelde kantoorpersoneel kon zich makkelijk een weekendje skiën veroorloven en de trein- en busverbindingen naar de skigebieden waren uitstekend. Bovendien werden met Amerikaanse voortvarendheid overal liften aangelegd, zodat de skiërs veel meer afdalingen op een dag konden maken. Een goede skitechniek was dus geen luxe en voordat Amerika de oorlog werd ingesleept, waren skischolen “Big Business”.
De stand van zaken
Sinds de jaren ’20 maakte men gebruik van twee skistokken. Deze waren van bamboe en dat betekende dat ze niet alleen zwaar waren, maar ook regelmatig braken. De ski’s zelf bestonden aan het einde van de tweede wereldoorlog nog volledig uit hout en ook die braken regelmatig. Bovendien moesten ze om de paar afdalingen worden gewaxt om te blijven glijden.
Vanaf het begin van de jaren ’30 waren er losse staalkanten verkrijgbaar, die je zelf in de ski moest schroeven. De schoenen waren in die tijd nog van zacht leer en gaven te weinig steun om effectief te kunnen sturen. Veiligheidsbindingen bestonden nog niet, dus gebroken benen en andere ernstige blessures kwamen veel voor. Iedereen maakte inmiddels gebruik van skiliften, waardoor er een tekort was. In Amerika waren wachttijden van 2 uur heel gewoon. Als je minder dan een half uur moest wachten, had je bijzonder veel geluk.

Materiaal
De oorlog was een grote inspiratiebron voor allerlei technische ontwikkelingen en uitvindingen.
Eenmaal bevrijd van de oorlogsellende bekeek men de skisport dan ook met een nieuwe technische blik. Vanaf dat moment werden de ontwikkelingen bepaald door technische innovaties en aanvankelijk namen vooral de Verenigde Staten daarbij het voortouw.

Bindingen
Aan het begin van de oorlog presenteerde Hjalmar Hvam uit Seattle de eerste bindingen met een teenstuk dat in geval van nood losliet. Aan het begin van de jaren ’50 verschenen de eerste veiligheidsbindingen die zowel aan de voorkant als aan de achterkant los konden schieten. Eind jaren ’50 bracht Look de eerste step-in bindingen op de markt. Het zou echter nog tot halverwege de jaren ’70 duren voordat skiërs konden beschikken over een betrouwbare step-in binding waarvan de tenen en het hakstuk onafhankelijk van elkaar los konden laten.

Schoenen
Henke Boots kocht in 1954 een Zwitsers patent voor “schnallen”. Eindelijk
kon het eindeloze gepruts met veters achterwege blijven. Toch was de schnall
niet meteen een groot succes. De leren schoenen rekten namelijk gewoon mee als de schnallen werden gesloten en daarom was het nog steeds niet mogelijk om een precieze aansluiting op de voet te krijgen. In 1957 loste Bob de Lange dit probleem op. Hij ontwierp de eerste plastic skischoen met schnallen, waardoor de schoenen eindelijk een nauwe pasvorm hadden en de nodige steun konden geven bij het besturen van de ski. In de jaren ’80 en het begin van de jaren ’90 leken de schnallen nog even te verdwijnen in het voordeel van de achter-instapschoen, maar inmiddels is de skischoen met schnallen weer helemaal terug.

Ski’s
De ontwikkelingen bij de ski’s gingen veel sneller. Dynamic deed iets aan de irritante waxperikelen door in 1946 de eerste ski met een superglad, plastic belag te maken. In 1947 ontwierp Howard Head ski’s van aluminium met een multiplex houten kern. Deze ski’s draaiden zo makkelijk dat ze over het algemeen als een vorm van “bedrog” werden beschouwd! In 1954 kwam de eerste volledig kunststof
ski op de markt, de Holley. Toch zou het nog tot in de jaren ’60 duren voordat Rossignol en Kneissl fiberglas op grote schaal gingen toepassen. Fiberglasmaterialen maakten de ski’s wendbaarder dan aluminium en hadden als grote voordeel dat ze bij een botsing niet blijvend verbogen. Inmiddels zijn bijna alle lichte metalen en kunststoffen de revue gepasseerd: kavlar, carbon, schuim, titanium, titanal en noem maar op. Hout en fiberglas lijken voorlopig de enige blijvers.
Sinds Elan in 1991 de Parabolic presenteerde, zijn we met de vorm van ski’s “terug bij af”. Alle fabrikanten hebben inmiddels begrepen dat de telemarkers meer dan 100 jaar geleden gelijk hadden toen ze ski’s maakten met een smal midden en brede uiteinden.

Skitechniek
Lange tijd bleef de skitechniek onveranderd. Pas in de jaren ’60 deed het wedelen met succes zijn intrede. Met deze techniek maakte de skiër korte bochten, terwijl de ski’s steeds parallel blijven.
Hierdoor kon de skiër uiterst kort draaien, zonder uit balans te raken. Dat maakte ze veel wendbaarder wat zowel de veiligheid als het skiplezier enorm ten goede kwam. Met uitzondering van een paar specifieke technieken voor skiën op hoge snelheid, is er pas sinds de introductie van de moderne getailleerde ski weer iets nieuws onder de zon. Carven, waarbij bochten als het ware worden “gesneden” met de kanten van de ski. Deze carvetechniek stelt nieuwelingen in staat om de sport nog sneller onder de knie te krijgen.


Alpine skiën wedstrijdsport
Alpine skiën is een wedstrijdsport die internationaal veel aandacht krijgt. In veel landen in Europa, maar ook in de Verenigde Staten van Amerika is deze sport ongekend populair.
Binnen deze wedstrijdsport kunnen we vijf disciplines onderscheiden:
• Slalom
• Reuzenslalom
• Super G
• Afdaling
• Alpine-combinatie

Slalom
Het onderdeel slalom wordt over het algemeen geskied op een piste met een hoogteverschil tussen de 150 en 200 m. Het traject wordt gekenmerkt door kort opeenvolgende poortjes afwisselend in de kleuren rood en blauw. De poort bestaat uit twee palen waarbij de denkbeeldige lijn tussen twee palen gepasseerd dient te worden. Een wedstrijd bestaat uit twee manches (rondes), waarbij in de tweede manche de eerste 30 van de eerste manche in omgekeerde volgorde van start gaan om de spanning voor het publiek op te voeren.
De snelste totaaltijd over de twee manches bepaalt de uiteindelijke winnaar. Op het parcours staan maximaal 60 paaltjes opgesteld. Slalom is binnen de discipline alpine een van de meest technische onderdelen en vereist een goed reactievermogen en een sterk ontwikkelde skitechniek. De skiërs krijgen van tevoren de kans het parcours te bestuderen om zo tijdens de wedstrijd zonder remming te kunnen skiën, dit geldt tevens voor alle hier genoemde disciplines.

Reuzenslalom
Bij de reuzenslalom ligt het hoogteverschil tussen de 300 en 400 m. De poorten staan verder uit elkaar en een poort bestaat uit 2 x 2 palen met daartussen een vlag, ook weer afwisselend rood en blauw.
De skiër maakt hierbij langere en dus ook snellere bochten dan bij de slalom. Om meer snelheid te krijgen draagt de skiër een aërodynamisch pak en zijn de ski’s over het algemeen 5 cm langer met een andere taillering, waardoor de ski geschikt is voor lange snelle bochten.
Ook bij dit onderdeel bestaat een wedstrijd uit twee manches, zoals bij de slalom kent men open en verticale poorten. Open poorten staan dwars op de helling en verticalen in de vallinie. Iedere manche wordt anders uitgezet en de skiërs krijgen van tevoren de kans het parcours te bestuderen om zo tijdens de
wedstrijd zonder remming te kunnen skiën.

Super G
De Super G is een mix van de reuzenslalom en de afdaling. De piste is langer en het hoogteverschil ligt tussen de 450 en 650 m. Omdat er hoge snelheden worden bereikt is het dragen van een valhelm verplicht. De wedstrijd wordt geskied over één manche.




Afdaling
Het oudste en meest spectaculaire onderdeel van het alpine skiën is de afdaling. Het hoogte verschil ligt tussen de 1.700 en 2.000 m. Tijdens de afdaling kunnen snelheden worden bereikt van 140 km per uur. De ski’s die gebruikt worden bij de dames zijn ongeveer 2.15 m. en bij de heren 2.25 m lang. De taillering en de snelheid zijn zo geconstrueerd dat de ski’s zeer rustig blijven ondanks de zeer hoge snelheden. Op het parcours is de afstand tussen de poorten groot en staan er bij de afdaling voor heren ook alleen maar rode poorten opgesteld. Een wedstrijd kent maximaal drie trainingsdagen, waarop tussen de 2 en 5 trainingsruns en verschillende bezichtigingen van het parcours plaatsvinden. De wedstrijd wordt gehouden over één run.

Alpine-combinatie
Dit onderdeel is tijdens de wereldkampioenschappen in Schladming (1982) ingevoerd, de deelnemer start hierbij zowel op de afdaling als op de slalom. De winnaar van de combinatie is degene die bij beide onderdelen het beste resultaat bereikt.

trend; Carve skiën

Carven is synoniem voor snijden, wat afkomstig is uit het snowboarden.
In 1998 begon het carven eennieuwe rage te worden. Voor die tijd werd het ook wel gedaan, maar was het nog niet echt populair bij het grote publiek. Het carve skiën is dan ook ontstaan uit het wedstrijdskiën. Op het wedstrijdonderdeel slalom bleken de extreem getailleerde ski’s een groot succes te zijn. Doordat de ski aan de voor- en achterkant breder is dan in het midden (taillering) zijn de carveski’s veel wendbaarder en heb je meer controle.

Verschil met traditionele ski’s
• De carveski is getailleerd.
• De carveski geeft meer zekerheid op steile en ijzige pistes, meer controle.
• De lengte van de ski’s is korter.
• Wanneer men het carven eenmaal beheerst kunnen de skistokken weggelaten worden.

Het leerproces verloopt bij het carve skiën dan ook beduidend sneller omdat de skiër makkelijker een bocht kan draaien, op steile en ijzige pistes kunnen de staalkanten van de ski’s diep ingezet worden waardoor je meer controle over de ski’s hebt. Naarmate de skiër meer vertrouwen krijgt in de ski’s en de techniek goed onder de knie heeft kan er met hoge snelheden worden afgedaald.

Voordelen van carveskiën ten opzichte van traditioneel skiën
• Op carveski’s heb je minder snelheid nodig om een bocht te kunnen maken, dit betekent dat je in een bocht meer controle en draaivermogen hebt dan op traditionele ski’s.
• De carve techniek geeft je meer controle bij het op hoge snelheid maken van een afdaling.
• Minder belasting van de wervelkolom en de knieën.
• Het eigen stuurvermogen is op carve-ski’s groter dan op traditionele ski’s.

Techniek
Het belangrijkste bij het carven is de voorbereiding van de bocht waarbij de
buitenste arm niet mag terugdraaien of achterblijven. De beide ski’s kunnen
ruim voor de bocht ingezet worden waarbij men de ski’s op de staalkant door
de bocht kan laten glijden. Bij deze beweging spelen de heupen een belangrijke
rol, men schuift en kiept de heupen van de ene kant naar de andere kant. In
tegenstelling tot het traditionele skiën moet het lichaam bij het carven wel
gebruikt worden, de bocht wordt hierdoor makkelijker op de kanten ingezet en
op de taillering van de ski uitgestuurd.
De hoog- laag bewegingen zoals we die kennen van het parallel skiën kunnen achterwege gelaten worden, er kan dus meer in een houding worden afgedaald.


Materiaal
Binnen het assortiment carveski’s kunnen we de volgende soorten onderscheiden;
• De easycarver is niet zo extreem getailleerd zodat men ook nog de traditionele techniek kan gebruiken met de voordelen van meer controle en wendbaarheid.
• De funcarver is meer getailleerd zodat men gesneden bochten kan draaien met een zeer kleine bochtradius.
• De sportcarver is geschikt voor de sportieve skiër die ook op harde en ijzige pistes skiet. Wendbare ski die goed op de kanten kan worden gestuurd en bij hoge snelheden stabiel blijft.
• De racecarver is geschikt voor de gevorderde- en wedstrijd skiër die in hoge snelheid afdalen. Snelle, stijve ski die op de kanten veel grip geeft.

Schoenen
In principe kun je voor het carve skiën dezelfde schoen gebruiken als voor de
traditionele ski. Bij het kiezen van een schoen is het van belang dat er gekeken
wordt naar de manier van skiën, ga je bijvoorbeeld easycarven dan ligt de
voorkeur op een soepele comfortabele schoen, hou je meer van snelheid dan
heb je een stuggere schoen nodig die voor een goede ondersteuning zorgt. Ook
op het gebied van schoenen ligt de nadruk op het carven, een goede carve
schoen geeft goede steun en is makkelijk naar voren te buigen bij het inzetten
van de bocht.

Bindingen
Er zijn diverse soorten bindingen op de markt voor elk type skiër, zorg er altijd voor dat je de bindingen goed laat afstellen: naar het type skiër en het lichaamsgewicht. Tegenwoordig is de plaat onder de binding steeds belangrijker geworden, deze plaat zorgt tijdens het carve skiën voor een goede demping en een grotere hefboom dat het maken van een bocht makkelijker maakt. Daarnaast belet de plaat de skischoen de sneeuw te raken.

In het onderstaande overzicht kun je kijken welke ski voor jou het meest geschikt is;
Beginner Gevorderde Extreem Sportieve
Skiër

Piste vlakke piste licht hellend tot steil, met uitdaging steil,
redelijk steil (moguls) wedstrijdafdaling
Blauw rood zwart -

Ski easy carve easy carve/sport carve fun carve/sport carve race/speed carve

Ken- Bij lage snelheid bochten gaan ritmisch, meest getailleerd, licht getailleerd
Merk ontspannen, ronde stabiel bij hoge snelheid, sterk hangen in de
bochten maken, goede grip op harde bochten mogelijk
soepel pistes

Lengte lichaamslengte lichaamslengte lichaamslengte -
of iets langer 5 tot 15 cm korter
150 - 170 cm gem.
Freestyle Skiën

Freestylevormen
Bij het Freestyle skiën is het de bedoeling dat men zoveel mogelijk trucs doet, waarbij we drie
wedstrijdvormen kunnen onderscheiden;
• Aerials
• Mogulski
• Acroskiën

Aerials
Aerials of freestylespringen is een spectaculaire freestylesoort. Van een skischans in de sneeuw, de kicker genaamd, worden allerlei trucs gedaan, salto’s, salto’s met schroeven en wat eenvoudigere sprongen zoals de spreidsprong (sprong met de benen wijd), de helikopter (draaien op de kop) en de pirouette (ronddraaien). Freestylespringers oefenen veelal op trampolines en waterschansen. In Nederland zijn er waterschansen in Harkstede en Wijchen waar veel getraind wordt. Ook op de overdekte sneeuwbanen kunnen sprongen goed worden geoefend.

Mogulski
Mogulski staat ook wel bekend als buckelpisteskiën of ‘ski de bosses’. Bij deze vorm van het freestyle skiën is het de bedoeling in een zo recht mogelijke lijn tussen de moguls naar beneden te skiën. In hetparcours zijn tevens twee sprongen verwerkt die in de beoordeling worden meegenomen.
De klassering wordt gemaakt volgens de scores op de onderdelen: kwaliteit van de bochten (50%), snelste tijd (25%) en kwaliteit van de sprongen (25%). Bij het beoordelen van de skiër wordt sterk gelet op het totaalbeeld, waarbij het buigen en strekken van de knieën en het rustig houden van het bovenlichaam essentieel zijn. Voor de tijdscore wordt een formule toegepast waarbij het verschil ten opzichte van de voor de wedstrijd neergezette richttijd (pace set) wordt berekend. Bij de sprongen wordt gelet op de hoogte, de uitvoering en de moeilijkheidsgraad.
Een andere wedstrijdvorm binnen deze discipline zijn de duals, waarbij twee deelnemers het tegen elkaar opnemen. De skiërs wordt ook bij dit onderdeel beoordeeld op de kwaliteit van de bochten, de sprongen en de eindtijd. Vervolgens verdeelt de jury 25 punten tussen de twee skiërs.
Voor beide vormen is er zowel een Worldcup- als een Europees circuit.

Acroskiën
Acroski of skiballet is het skiën van een vrije oefening op muziek, de kür bestaat uit verschillende sprongen, acrobatische bewegingen en stoksalto’s (salto’s die gemaakt worden met behulp van de stokken). Bij de wedstrijden moet de kür binnen 1,5 minuut worden afgewerkt. Binnen deze tijd moeten er tenminste zes sprongen of salto’s gemaakt worden. Ook moeten er genoeg ritmische figuren
te zien zijn die met de muziek overeen komen.

Telemarken

Eind vorige eeuw werd in de Noorse provincie “Telemark” een techniek ontwikkeld waardoor men, met de latten ondergebonden, niet alleen rechtuit hoefde te gaan maar ook bochten kon maken.
Het telemarken, de voorloper van het moderne alpine skiën, was geboren. De techniek kenmerkt zich door de zeer elegante en vloeiende wijze van afdalen. Doordat alleen de neus van de schoen vastzit, kan voor het inzetten van een bocht één van de ski's naar voren worden geschoven, waarna in een geknielde positie de bocht wordt afgemaakt. Door het lage zwaartepunt, werd en wordt deze techniek veelvuldig buiten de piste toegepast. Door de overweldigende aandacht voor het 'moderne' skiën werd het telemarken echter bijna vergeten.
Begin jaren 80 begon in Amerika het telemarken weer in de belangstelling te komen. Door onder meer toepassing van betere en moderne materialen, is ook in Europa het telemarken de laatste jaren bezig met een 'comeback'. Niet alleen buiten de piste maar nu ook juist op de piste. Voor wie met het telemarken al
bekend is, is ook het telemarken met carveski’s mogelijk. De telemarktechniek
zien we ook nog terug bij het schansspringen als landingstechniek.

Ski’s
Het verschil tussen telemark-ski’s en alpine-ski’s is aan het vervagen, de grootste verschillen zien we nog bij de toer-telemarkski’s, gezien het gebruik van deze ski’s. Bij het telemarken op alpine terrein kunnen tegenwoordig ook sommige alpine ski’s gebruikt worden.
Wanneer je ski’s gaat huren/kopen moet je er goed op letten dat je de juiste lengte neemt, je kunt ongeveer als maatlengte je eigen lichaamslengte +5 cm nemen. Je kunt ook kiezen voor kortere ski’s, deze zijn meer wendbaar maar bij hogere snelheden minder stabiel. Zijn de ski’s langer dan geldt het omgekeerde:
minder wendbaarheid, stabieler bij hogere snelheden. Telemarken op een moderne freeride of carve ski is tegenwoordig ook zeer goed mogelijk. Laat je hierover wel goed informeren bij de speciaalzaak want zeker niet alle alpine ski’s zijn hiervoor geschikt. Door het gebruik van steeds betere materialen, spanning van de ski en torsiestijfheid, zijn de lengte van de ski’s die gebruikt worden, net zoals bij het skiën aanzienlijk korter geworden.
Wedstrijdskiërs kiezen tegenwoordig voor ski’s tussen de 1.70 en 1.90 m., waar voorheen ook nog ski’s van 2,10 m. en langer werden gebruikt.

Stokken
Telemarkstokken krijgen flink wat te verduren. Het is dus absoluut noodzakelijk om sterke stokken te kiezen. Het beste zijn de normale alpine stokken, omdat deze over het algemeen steviger zijn dan verstelbare. Als er veel getoerd gaat worden kunnen verstelbare stokken een voordeel zijn. Houdt voor de lengte de normale maat voor alpine skiën aan, soms kan zelfs wat korter nog prettiger skiën.


Schoenen
Telemarkschoenen zijn gemaakt van een dikkere leerkwaliteit of van kunststof. Zeer belangrijk bij de schoen is de torsiestijfheid, verder is bij de tenen een staalplaat ingebouwd om overbelasting te voorkomen.
Wanneer u schoenen past houdt ze dan lange tijd aan en probeer een aantal telemark houdingen aan te nemen. Een kritiek punt is dat het buigpunt van de schoen overeenkomt met het knikpunt van de tenen.
Vroeger werd het telemarken beoefend met leren schoenen, tegenwoordig worden deze schoenen nog wel gebruikt voor het toerskiën in makkelijk te begane gebieden. In het steilere berggebied hebben de kunststof schoenen voor een nieuwe dimensie gezorgd in het telemarken. De kunststof schoen gemaakt van Pebax zorgt voor een grotere stevigheid, zowel lateraal, in torsie en in voorwaartse flex. Ook met temperaturen ver onder de 0 graden behoudt dit materiaal zijn goede eigenschappen. Bij de moderne schoen zijn de veters vervangen door stevige buckels van kunststof of aluminium om de schoen goed dicht te maken. Een
belangrijk voordeel ten op zichte van de leren schoen is dat de voeten nu droog en warm blijven. Verder zijn vrijwel alle schoenen uitgerust met een vibram zool en hebben ze een prima grip in de sneeuw. Alle kunststof schoenen hebben een loopstand die prettig is bij het toeren.

Bindingen
Het telemarken vereist een stevige, stabiele binding. Er zijn verschillende soorten bindingen op de markt zoals de metalen 3 pins 75 mm norm klem binding en de veiligheids en instapbindingen. Materialen zoals carbon, kevlar en lichtgewicht titanium zijn nieuwe materialen die zorgen voor een optimale overbrenging
van de krachten op de ski’s.
De moderne bindingen zijn vrijwel allemaal kabelbindingen. De kabel wordt vastgezet achter de hak van de schoen waarbij de methode van dicht haken en verstellen per fabrikant verschillen. Naast de kabelbindingen zijn er twee soorten instap bindingen verkrijgbaar waarbij men, zoals bij het skiën gewoon kan instappen.

Accessoires en veiligheid
Voor het off-piste en toerskiën zijn de volgende attributen geen overbodige luxe: stijgvellen bij toertochten, lawine piepers, sonde en schep. Deze zijn nodig om ervoor te zorgen dat de telemarker zich op een veilige manier buiten de piste kan begeven. Bij off-piste skiën gelden dezelfde regels als voor skiërs en snowboarders.


Bronvermelding
www.skien.nl
www.wintersport.nl
www.ikski.nl
www.scholieren.com
www.google.com  skien
 wintersport
 skivakantie
 Oostenrijk

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

bedankt he !!

17 jaar geleden

C.

C.

Ik vind dit al een hele goeie informatie vergeleken met al die andere sites!Ik wou een werkstuk maken over skien maar ik dacht er zou toch wel weinig informatie over zijn maar nu ik paar woordjes van dit stuk las dacht ik wow vet goed!!!ik skie zelf ook in de dolomieten (italie)
groetjes Claire!

17 jaar geleden

:.

:.

als je het orgineel wil weten over de geschiedenis ga naar deze website het is gewoon letterlijk gecopieerd zijn je leraren echt zo dom

9 jaar geleden