Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Hockey

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas vwo | 3777 woorden
  • 18 maart 2004
  • 283 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 283 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
LO
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Inhoudsopgave

Voorwoord
De geschiedenis van hockey
Azië
Afrika en Amerika
Europa
Nederland
Algemene informatie
De stick
De bal
Kleding
Het veld
De keeper
De aanvoerder
Algemene informatie over de wedstrijden
Leeftijdscategorieën
Spelregels
De wedstrijd
Omgangsregels
Wat mag niet
Verschillende soorten overtredingen
Straffen
Weetjes
Bronvermelding
Nawoord
Eigen mening

Voorwoord

Ik heb voor dit werkstuk dit onderwerp gekozen, omdat ik hockey een leuke sport vind. Het is niet zo’n standaard sport als voetbal en er zitten in verhouding niet echt heel veel mensen op. Het leek me leuk om meer over de geschiedenis te weten te komen. Van de algemene dingen, zoals de stick, het bitje en de scheenbeschermers wist ik al aardig wat af. Dit komt doordat mijn broertje op hockey zit en ik deze dingen dus allemaal al erg vaak heb gezien. De spelregels lijken me erg ingewikkeld om te beschrijven, omdat dat er heel veel zijn. Ik denk dat je die terwijl je hockey speelt, steeds beter leert.

De geschiedenis van hockey

Azië
Meer dan 5000 jaar geleden speelden rijke Perzen in Azië een spel dat veel op polo lijkt, polo wordt nu nog steeds gespeeld. Het is een soort hockey, waarbij de spelers op paarden zitten en de stick iets langer is. De minder rijke mensen, zoals kinderen en arbeiders, wilden dit spel ook graag spelen, maar hadden geen geld om een paard te kopen. Zij maakten kortere stokken, zodat ze het spel gewoon op de grond konden spelen zonder paard. Het echte polo met paarden verspreidde zich via India en Japan over een groot deel van Azië.

In Griekenland werd later ook polo gespeeld. Dit blijkt uit een opgraving die halverwege de 20e eeuw werd gedaan in Athene, hieruit ontstonden weer andere speelvormen met stok en bal. Zo speelden de Grieken 478 jaar vóór Christus het spel Horn, dat ook gespeeld werd met een stok en een bal. Het is niet bekend hoe dit precies werd gespeeld.
De Romeinen speelden ook een soort hockey op het strand. Maar in plaats van een bal gebruikten ze een echte mensenschedel. Deskundigen denken dat het hockeyspel met bal en stok vanuit het Romeinse rijk uiteindelijk in Engeland terecht is gekomen

Afrika en Amerika
Lang geleden werd in Afrika door de Bahukastam een spel gespeeld dat thepu heette. De stokken die de mensen gebruikten, waren gemaakt van takken uit palmbomen. Met deze stok moest een rubberen bal in het doel van de tegenstander worden geslagen. Tegenwoordig heet dit grenshockey en wordt gebruikt als sla- en stoptraining.

In het oude Egypte werd een spel gespeeld waarvan de naam lijkt op hockey: hocksha. De oude Egyptenaren gebruikten hierbij ook gesneden palmboomtakken en een harde bal. Dit spel wordt nog steeds in afgelegen gebieden van Egypte gespeeld.
Arabische stammen spelen het Egyptische hocksha met een houten bal. Dit spel heet dahwa en wordt nu vooral in Noord-Afrika gespeeld.
De Azteken, een oude Indianenstam in Amerika, speelden een soort hockey tegen andere stammen. De ballen waren van hout gemaakt en de stokken van dierenbotten. Deze stokken hadden aan de onderkant dezelfde soort krul als die nu aan een hockeystick zit.
De Mapuche-Huilliche Indianen van de Araucana-stam speelden een spel om te laten zien dat ze de strijd met een ander volk aandurfden. Dit spel heette chueca en werd gespeeld op een veld van ongeveer 200 tot 300 meter lang en 20 tot 30 meter breed. De spelers stonden twee aan twee tegenover elkaar. De wedstrijd begon met een bully (met de stokken 3 keer tegen elkaar slaan en dan zo snel mogelijk de bal voor je team proberen te krijgen) en het was de bedoeling de bal over de achterlijn van de tegenpartij te slaan of te drijven. In de 17e eeuw werd dit spel verboden, omdat regelmatig te ruw

werd gespeeld waardoor mensen gewond raakten. Hockey van de Azteken met sticks van dierenbotten

Europa
In onze jaartelling werd in Ierland een spel met stok en bal gespeeld, dat later hurley (of baire) werd genoemd. Het spel is ontstaan uit de Keltische cultuur en wordt nog steeds gespeeld in Ierland.
In Frankrijk speelden de mensen crosse, een balspel met een kromme stok met een dikker uiteinde, op een veld van ongeveer 300 meter lang. Meestal speelden twee dorpen uit de buurt tegen elkaar. Halverwege de 18e eeuw werd dit spel niet meer gespeeld.
Toen Hendrik II in Engeland regeerde, ging men daar ook het Ierse hurley spelen. De Engelsen gaven het spel de naam ‘kappan’. In de 17e eeuw veranderde de naam in bandy. Bandy werd gespeeld op harde stranden of op ijsvlakten. Bandy dat op ijs werd gespeeld, heette ook wel hockey on ice en werd al snel populair in Engeland, maar ook in de rest van Europa. Overal werd weer een andere versie van het spel gespeeld, maar wel altijd met een stick met twee platte kanten en een houten schijf. Het aantal spelers per team wisselde van 15 tot soms wel 100 personen. In Engeland werden in de 18e eeuw verschillende spelen verboden, omdat ze te gevaarlijk waren geworden.
In de 19e eeuw werden allerlei spullen ontwikkeld om de spelers tegen verwondingen te beschermen. Daardoor konden de mensen weer spelen. Vooral op scholen en universiteiten in Engeland werd toen (en nu nog steeds) veel aan sport gedaan. Hockey was een van die sporten. De naam hockey is volgens velen afgeleid van het Engelse woord hook (haak), maar sommige Fransen beweren dat het van het franse woord hoquet (herdersstaf) komt. Vooral de Engelsen hebben ervoor gezorgd dat het moderne hockey nu in veel landen actief wordt beoefend. Zij brachten de sport over naar Australië, Nieuw-Zeeland en Brits-Indië (nu India en Pakistan). Vooral in dat laatste gebied werd de sport heel populair. De manier waarop de mensen daar met de stick en bal om konden gaan, was heel bijzonder. Technisch waren zij dan ook de beste hockeyers van die tijd.

Nederland
In 1891 bracht Pim Mulier het veldhockey van Engeland naar Nederland. (Pim Mulier was een Nederlander die een hockeywedstrijd in Engeland had gezien.) In Haarlem werd de eerste keer in Nederland hockey gespeeld (op gras). Bandyspelers gingen buiten het winterseizoen (dan werd het op ijs gespeeld) veldhockey spelen. In 1895 werd al gespeeld om het kampioenschap van Nederland, de winnaar kreeg de Pim Mulier-wisselbeker. In 1898 werd door vijf clubs de Nederlandsche Hockey en Bandy Bond (NHBB) opgericht in hotel Krasnapolsky in Amsterdam. Vlak na de oprichting verlieten de bandyspelers de bond en gingen ze hun eigen weg. In 1909 waren elf verenigingen lid van de NHBB, in 1919 waren dat er al 29.

Het Nederlands hockey had nog geen spelregels, waardoor er vaak ruzie kwam. Later werden er wel spelregels afgesproken. Zo kreeg Nederland een aantal eigen regels. Zo had de stick twee platte kanten en was de bal gemaakt van gevlochten touw en canvas. De bal was groter en veel lichter dan nu en omdat hij een oranje kleur had, werd hij de sinaasappel genoemd. Spelers mochten de bal met de voet stoppen en de tegenstander met de stick haken. Als je als aanvaller de bal kreeg terwijl je dichter bij de doellijn stond dan drie of meer tegenstanders, stond je buitenspel en kreeg je een vrije slag tegen. Deze regels waren natuurlijk niet zo handig in wedstrijden tegen teams uit andere landen. En omdat Nederland met het heren hockeyteam wilde deelnemen aan de eigen Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam, gingen we vanaf 1926 volgens de internationale regels spelen. In datzelfde jaar werd ons land ook lid van de Internationale Hockey Federatie, de FIH.

Nadat het Nederlands herenteam tweede was geworden op de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928, gingen veel mensen hockeyen. Vooral kinderen wilden het hockeyspel wel een keertje proberen. Door de grote groei van jeugdleden werd in 1932 het jeugdhockey georganiseerd door de Koninklijke Nederlands Hockey Bond (de KNHB). Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) werden nog steeds competities gespeeld, maar wel minder. Alleen in 1945 werden er helemaal geen competities gespeeld. Toch bleef de hockeybond groeien: na de oorlog had zij al 15.000 leden.
Vanaf 1970 kwamen er meer toernooien, zoals de Europese- en Wereldkampioenschappen voor landenteams en de Europacup voor landskampioenen. Nadat de Nederlandse heren in 1973 in Amstelveen wereldkampioen waren geworden, werd hockey nog populairder in Nederland. Hockey werd daarna nog populairder door de successen van de dames en de heren in 1998 tijdens het WK. En doordat de heren in 1996 en 2000 goud wonnen op de Olympische spelen. De KNHB kreeg hierdoor meer leden, in 2003 hadden ze namelijk 150.000 leden!

Algemene informatie

De stick
Om te kunnen hockeyen, heb je natuurlijk een stick nodig. De eerste hockeysticks waren erg hard en helemaal niet buigbaar, dit kwam doordat ze uit één stuk hout werden gemaakt. Deze sticks hadden twee platte kanten. Sinds 1927 heeft de stick een bolle en een platte kant gekregen. De meeste van de houten sticks die nu in Nederland gebruikt worden, zijn in India en Pakistan gemaakt. De duurste sticks worden verstevigd door verschillende soorten kunststof.
Een paar jaar geleden werden er ook aluminium
sticks verkocht, maar bij een breuk van deze stick
kreeg de haak soms scherpe punten. Hierdoor werd
de haak erg gevaarlijk. Daarom zijn aluminium sticks sinds 1998 verboden.
Tegenwoordig wordt er veel met kunststofsticks gespeeld. De stick wordt grotendeels gemaakt uit een mal, maar hier komt de stick ruw uit. Na veel lakken en verf spuiten krijgt de stick zijn gladde vorm. Vaak worden bij deze sticks ook de kunststoffen gebruikt die worden gebruikt om de stick te verstevigen. Een voordeel van kunststof is dat alle sticks hetzelfde zijn, omdat ze uit een mal komen. Je hebt dus geen last van nerven, die vaak breuken veroorzaken in de houten sticks.
Een stick mag tussen de 340 gram en 794 gram wegen. Daarnaast moet de stick door een ring met een diameter van 5,10 cm kunnen worden gehaald. Als een stick daar niet doorheen kan, mag er niet mee worden gespeeld.

De bal
Vroeger speelden mensen hockey met alles wat rond was. Rond 1950 werd met een bal van kurk gespeeld of met ballen van paardenhaar met daar omheen een laagje van kurk of leer. Tegenwoordig gebruiken we allerlei kunststofballen die soms worden gevuld om het juiste gewicht te krijgen. Een bal mag tussen de 156 en 163 gram wegen. De omtrek van de bal ligt tussen de 22,4 cm en 23,5 cm. De buitenkant van de bal is meestal glad, maar er mogen wel een naad of kleine putjes inzitten (dimple-bal). Deze ballen worden vaak gebruikt bij hockey op een waterveld (een veld die elke keer voordat je er op kunt spelen, nat moet worden gemaakt) omdat deze ballen sneller rollen dan gladde ballen.

Kleding
Jongens dragen vaak een korte broek, een shirt en sportkousen. Meisjes dragen in plaats van een korte broek een rokje. Elk club heeft zijn eigen goed herkenbare clubkleding, zo heeft de hockeyclub van Dieren bordeauxrode sokken, een zwart broekje of rokje, een witte trui of polo met een bordeauxrood logo.
Tijdens het hockeyen worden er veel ballen tegen je schenen aangeslagen, meestal gebeurt dat per ongeluk. Daarom is het handig om scheenbeschermers onder je kousen te dragen, zodat je geen blauwe plekken op je benen krijgt.
Als schoenen draag je sportschoenen met noppen, zodat je niet uitglijdt in het gras. Voor kunstgras heb je schoenen met kleinere noppen nodig, omdat je anders het kunstgras te veel beschadigt. Hockeyschoenen hebben meer en kleinere noppen dan voetbalschoenen.
Meestal is het bij hockey verplicht om een bitje in te hebben, dat is een soort ‘c-vorm’ van plastic waar je je bovenkaak in kunt doen. Als je nu een bal tegen je mond aan krijgt, heb je minder kans dat je tanden beschadigen.

Het veld
Het hockeyveld heeft een rechthoekige vorm van 91 meter lang en 55 meter breed. De grenzen worden aangegeven met een witte lijn van ongeveer 7,5 cm breed. De lange lijnen (van 91 meter) heten zijlijnen en de korte lijnen (van 55 meter) zijn achterlijnen. Het deel van de achterlijn dat tussen de doelpalen loopt, heet de doellijn. Een veld heeft nog een middenlijn, dit is natuurlijk de lijn die het veld in twee gelijke helften verdeeld. Verder heeft een veld nog twee 23-meterlijnen, die op 23 meter van de achterlijnen liggen, bij een vrije slag moeten alle spelers achter deze lijnen staan, op de keeper en degene die slaat na. Deze lijn is ook als geheugensteuntje dat je weet dat je bijna bij het doel bent (bij 6-tal hockey wordt dit de 10 meterlijn genoemd en bij 8-tal hockey de 15 meterlijn). Op 6,4 meter van beide doelen ligt een 15 cm dikke stip. Deze stip geeft de plaats aan waar de strafbal wordt genomen.
Op het veld zijn twee cirkels gemaakt, de slagcirkels. Als je buiten de slagcirkel bent en dan scoort, telt het niet. De cirkels liggen dus om de doelen.
De meeste velden zijn van gras, maar je hebt ook velden van kunstgras. De beste elftallen spelen vaak op kunstgras, omdat de meeste grasvelden veranderen in modderpoelen als het heeft geregend. Dan kan de wedstrijd vaak niet doorgaan.

De keeper
De keeper is de persoon die in het doel staat en moet zorgen dat de tegenpartij niet kan scoren. Een keeper draagt legguards (de beenbeschermers), klompen, handschoenen, een body-beschermer en een helm. Dit is allemaal nodig, omdat je zo de ballen beter kunt tegenhouden en de ballen anders erg hard aankomen. Je mag de bal stoppen met je stick, de legguards, de klompen en je handschoenen. Om goed op te vallen draag je een ander kleur shirt dan je teamgenoten en de tegenpartij.

De aanvoerder
De aanvoerder is gewoon een speler uit het team. Hij of zij doet de toss, is verantwoordelijk voor het wisselen van de spelers en voor het gedrag van alle spelers in een team. De aanvoerder draagt een aanvoerderarmband van een afstekende kleur, zodat hij of zij in het veld goed te herkennen is.

Algemene informatie over de wedstrijden.
Bij 6-tal hockey bestaat het team uit 5 veldspelers, 1 keeper en vaak nog 1 of meer wisselspelers. De wedstrijden die ze spelen duren 2 x 35 minuten met een pauze van ongeveer 5 minuten. Ze spelen op een kwart hockeyveld.
Bij 8-tal hockey bestaat het team uit 7 veldspelers, 1 keeper en vaak nog 1 of meer wisselspelers. De wedstrijd duurt 2 x 30 minuten met een pauze van ongeveer 5 minuten. Zij spelen op een half hockeyveld.
De officiële wedstrijden worden in twee gelijke helften van elk 35 minuten verdeeld en worden gespeeld door twee teams met ieder 11 spelers. Vaak hebben ze ook nog 1 of meer wisselspelers. Het elftal speelt op een heel hockeyveld.

Leeftijdscategorieën
Hockeyers worden opgedeeld in leeftijd en geslacht. Alleen bij het Nederlands Elftal kijken ze natuurlijk niet naar je leeftijd, maar naar je kwaliteiten. Hieronder kun je zien in welk team je zou zitten bij een bepaalde leeftijd.

Trainingsleden:
Vanaf 6 jaar.

Mini's:
E: voor 1 oktober nog geen 10 jaar, ze spelen 6 tegen 6 op een kwart hockeyveld.

D8-tal:
Voor 1 oktober nog geen 12 jaar, 1e jaars D jeugd spelen 8 tegen 8 op een half hockeyveld.

Jeugd:
D11-tal: 2e jaars van het D8-tal gaan naar het D 11-tal en spelen op een heel veld.
C-jeugd: voor 1 oktober nog geen 14 jaar, ze spelen 11 tegen 11 een heel veld.
B-jeugd: voor 1 oktober nog geen 16 jaar, ze spelen 11 tegen 11 een heel veld.
A-jeugd: voor 1 oktober nog geen 18 jaar, ze spelen 11 tegen 11 een heel veld.

Senioren:
18 jaar of ouder, zij spelen ook op een heel veld tegen een ander elftal.

Spelregels
Er zijn natuurlijk ontzetten veel spelregels waaraan de spelers zich moeten houden tijdens een wedstrijd. Deze spelregels staan in het spelreglement van de KNHB. Hieronder zal ik de belangrijkste noemen.

De wedstrijd
Wedstrijden worden in het meestal in het weekend gespeeld en alle spelers moeten ervoor zorgen dat ze op tijd komen. Er zijn twee scheidsrechters die de wedstrijd leiden, ieder let op een helft van het veld. De wedstrijd begint met de toss, waarbij de aanvoerders van de teams de speelrichting of de beginslag kiezen. Een beginslag wordt op de middenlijn genomen, iedereen moet 4,5 meter afstand houden en de bal mag in elke richting worden geslagen. Wanneer een van de teams een doelpunt heeft gemaakt, neemt het andere team weer een beginslag vanaf de middenlijn. Er kan alleen worden gescoord wanneer de aanvallende partij de bal in de cirkel van de tegenstander heeft aangeraakt. Een bal die van buiten de cirkel in het doel is geslagen en niet was aangeraakt door iemand van de eigen partij, telt niet als doelpunt. De scheidsrechter geeft dan aan dat de verdedigende partij mag uitslaan.

Omgangsregels.
Hockey heeft niet alleen spelregels, maar ook omgangsregels. Hier moeten de spelers zich aan houden, zodat ze zich op het veld netjes en sportief gedragen (normen en waarden). Zo mag je bijvoorbeeld niet schelden of vechten en moet je respect tonen voor je tegenstander. Deze regels zijn erg belangrijk voor hockey.

Wat mag niet:
- Je stick boven je schouder uithalen of uitzwaaien.
- Afhouden mag niet. Afhouden betekent dat je tussen de tegenstander en de bal loopt.
- Indirect afhouden, dat is dat je tussen een teamgenoot met de bal een tegenstander doorloopt.
- Je mag de bal niet met je voeten aanraken. Als dat gebeurt heet dat 'shoot'. Alleen de keeper mag met zijn handen, lichaam en voeten de bal aanraken.
- Met je stick op iemand anders zijn stick slaan is ook verboden, net zoals het haken van iemand anders stick.
- Je mag niet ruw of gemeen spelen of de regels opzettelijk overtreden.
- Een tegenstander aanraken, duwen, laten struikelen, zijn kleding of stick vastgrijpen.
- De bal met de bolle kant van de stick spelen (als je dit per ongeluk doet, is het bijna nooit fout).
- Met je lichaam of met de stick een speler te belemmeren om vanuit een juiste positie op het juiste moment de bal te spelen.
- Je mag de bal niet opzettelijk omhoog spelen, als je niet probeert te scoren.
- Je mag niet expres tijd rekken.
- De bal opzettelijk tegen een tegenstander slaan.
- wanneer de bal voet of lichaam van een speler raakt is dat een overtreding als:
- hij in de baan van de bal ging staan
- hij niet probeerde dit raken te vermijden
- hij zo ging staan dat de bal hem wel moest raken
- hij door dit raken een onredelijk voordeel krijgt

Als een speler één van deze regels toch overtreedt, fluit de scheidsrechter. Dan krijgt de andere partij 'een vrije slag'. Als de fout gemaakt wordt in de slagcirkel dan krijg je een strafcorner of een strafslag.

Verschillende soorten overtredingen
Vrije slag: Als een team een overtreding heeft gemaakt, zoals de bal expres op je voet krijgen, mag het andere team een vrije slag nemen. De bal wordt buiten de 23 metergebieden op de plaats van de overtreding over de grond naar een medespeler geslagen. Iedereen moet hier 4,5 meter afstand houden.
Inslag: Als de tegenstander de bal over de zijlijn heeft gespeeld, mag het andere team een inslag nemen. Dat is net zoals een ingooi met voetbal, alleen dan sla je de bal erin. Ook hier moet iedereen 4,5 meter afstand houden.
Bal over de achterlijn: Recht tegenover het punt waar de bal door de tegenstander over de achterlijn werd gespeeld, mag je de bal op de 23 meterlijn leggen en uitnemen.
Als de verdedigende partij de bal over de achterlijn heeft gespeeld, mag de tegenstander een lange corner nemen. De bal wordt op de zijlijn van het veld gelegd, aan die kant van het doel waar de bal over de achterlijn ging. De bal wordt op 4,5 meter van de hoekvlag gelegd.
Overtreding in het doelgebied door de aanvaller: Als de aanvaller een overtreding maakt in het doelgebied, mag de verdedigende partij de bal op de 23 meterlijn leggen. De bal moet zo dicht mogelijk bij de plek van de overtreding worden gelegd.

Straffen
Bij hockey zijn er verschillende soorten straffen bij overtredingen. Dit zijn de straffen: vrije slag, strafcorner, strafbal en persoonlijke straffen als vermaning, waarschuwing (groen), tijdelijke verwijdering (geel) (minimaal 5 minuten) en definitieve verwijdering (rood).

Weetjes

- Bij een time-out kan de coach een extra aanwijzing geven.
- De scheidsrechter gebruikt verschillende gebaren bij een overtreding. Zo is bijvoorbeeld een klap tegen zijn voet een shoot en zijn armen uit elkaar doen, betekent uitslaan.
- In de rust zegt de coach dat je bijvoorbeeld beter moet overspelen of dat het juist goed gaat.
- Na de rust in een wedstrijd wisselen de ploegen van speelhelft.
- Kinderen drinken na de wedstrijd vaak nog wat met hun tegenstanders en bespreken de wedstrijd dan.
- Voor wisselen van spelers wordt geen speeltijd bijgeteld, behalve voor het wisselen van de keeper.
- Wisselen van spelers gebeurt bij de middenlijn, voor de keeper mag het ook in de buurt van het doel.
- Dames zijn aan het eind van de 19e eeuw hockey gaan spelen en kinderen vanaf 1931. Toen werd het een echte sport voor hen, die ze bij verschillende verenigingen konden beoefenen.

Bronvermelding

http://stud.hro.nl/0548965/opdracht.htm
http://www.knhb.nl/
Hockey magazine januari 2004
Boekje ‘Spel- en gedragsregels voor mini-hockey’
Boekje ‘Op weg naar het hockeydiploma: sportiviteit en spelregelkennis’

Nawoord

Hockey bestaat al meer dan 5000 jaar en is door verschillende bevolkingsgroepen gespeeld met elk andere spelregels en andere materialen. Het is door een Nederlander, die een hockeywedstrijd in Engeland heeft gezien, in Nederland geïntroduceerd. Hockey werd vooral door de overwinningen van de Nederlandse teams snel populair in Nederland.
Voor hockey heb je een stick, een bal, scheenbeschermers, een bitje en speciale schoenen nodig. Hockey kun je op een grasveld spelen, maar ook op een kunstgrasveld. Op de baan zijn de verschillende lijnen al aangegeven. Verder heb je nog andere mensen nodig met wie je hockey kunt spelen.
De spelregels van hockey zijn best ingewikkeld, maar je leert ze terwijl je aan het spelen bent. Als je één van de regels overtreedt, krijg je van de scheidsrechter een straf opgelegd. De scheidsrechter mag je niet tegenspreken, want hij heeft altijd gelijk.

Eigen mening

Ik vond dit een erg leuk werkstuk om te maken. Dit kwam, denk ik, vooral omdat je zelf mocht weten over welke sport je het werkstuk ging maken. Het voor- en nawoord vond ik erg moeilijk om te schrijven, dat kwam doordat ik niet wist wat er nou precies in moet staan, dus ik hoop dat ik er de goede informatie in heb gezet. De spelregels waren ook erg lastig om uit te leggen, daarom heb ik maar een deel van de spelregels uitgelegd. En net zoals ik al in het voorwoord zei, ik denk dat je het tijdens het hockeyen gewoon moet leren. Ik vond dat er erg eenzijdige informatie op Internet over hockey te vinden was, vooral over de geschiedenis. Op alle sites vond je dezelfde informatie en in de boeken was het ook heel veel hetzelfde. Dit kan komen doordat hockey blijkbaar een erg duidelijke geschiedenis heeft!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Er staat heel veel over de geschienenis verkeerd.

bedankt alvast

15 jaar geleden

M.

M.

heel fijn dat dit op deze site staat nou vind ik het veel makkelijker een werkstuk schrijven

9 jaar geleden