Doping in de sport

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas havo | 2877 woorden
  • 23 mei 2001
  • 345 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 345 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
LO
Inleiding


Dit werkstuk moet ik maken omdat ik gedurende 6 maanden niet in staat ben geweest om mee te gymmen. Het werkstuk moest te maken hebben met een van deze twee onderwerpen:

1. Sport en gezondheid
2. Sport en samenleving


Ik heb het onderwerp “Doping in de Sport” gekozen, dit heeft te maken met Sport en gezondheid.

De volgende twee vragen moest ik ook beantwoorden.

1. Wat heb jij zelf te maken met dit onderwerp: Waarom juist dit onderwerp, heb je er ervaring mee of ben je alleen geïnteresseerd, wat is/zijn je persoonlijke opvattingen over dit onderwerp?
2. Wat heeft dit onderwerp met je eigen ervaring met bewegen en sport van doen?


Antwoorden:

1. Zelf heb ik niets te maken met dit onderwerp, ik ben er alleen in geïnteresseerd. Het leek me gewoon het leukste om me in het onderwerp “doping in sport” te verdiepen. Hoe ik erover denk? Nou…dopinggebruik in de sport vind ik een hele slechte zaak. Ik vind het wel heel goed dat er tegenwoordig zo streng op gecontroleerd wordt en dat ze het gebruik van doping echt willen terug dringen. Iemand die door middel van dopinggebruik een gouden medaille heeft behaald, heeft dit niet verdiend. En ik vind dan ook dat dit zwaar bestraft moet worden.
2. Dit onderwerp heeft helemaal niet met mijn eigen ervaringen te maken, want ik heb nog nooit doping gebruikt om een hogere prestatie te leveren, en dat wil ik ook graag zo houden!!!


Doping in het algemeen

Waar komt het woord 'doping' vandaan?
Het woord doping is afkomstig uit Engeland. Ze dachten dat de Kaffers, in Zuid-Oost Afrika, sterke drank gebruikten die fungeerde als stimulerend middel, genaamd 'dop'. In 1889 komt het woord 'doping' voor het eerst voor in een Engels woordenboek.

Wat is nou precies de definitie van het woord 'doping'?
Het is het makkelijkste om het als volgt te omschrijven: Doping is het toedienen van stimulerende middelen, om hogere prestaties te krijgen.
Veel mensen en deskundigen hebben geprobeerd het woord te omschrijven, o.a een groep deskundigen van de raad van Europa, maar de Gezondheidsraad hier in Nederland heeft in 1962 een andere definitie voorgesteld: 'Doping is het gebruikmaken van bepaalde geneesmiddelen met de bedoeling een grotere prestatie te bereiken dan waartoe de betrokkene zich zonder gebruik van de middelen in staat acht en wel door iemand die deze middelen gewoonlijk niet of niet in dezelfde hoeveelheden of concentraties gebruikt'.

Deze omschrijvingen is veel ingewikkelder de eerste omschrijving die ik genoemd heb. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft vreemd genoeg nooit een definitie van het woord doping gegeven.
Het IOC heeft in 1967 wel als eerste een lijst van verboden stoffen opgesteld, waar ongeveer 300 middelen opstaan. Verder in dit werkstuk zul je zien dat er veel middelen bestaan om de prestaties van sporters te verhogen. Deze middelen hebben allemaal verschillende effecten wanneer je ze gebruikt, en de een is gevaarlijker dan de ander.

Doping wordt door sporters veel gebruikt bij wedstrijden om een betere prestatie te krijgen, maar de gevolgen van het ontdekken van het gebruik kunnen enorm zijn.
Het jaar 1988 wordt ook wel het dopingjaar genoemd omdat er nooit eerder dan in ’88 zoveel sportlieden op dopinggebruik/en of handel werden betrapt.
Er worden tegenwoordig strenge controles uitgevoerd zodat het gebruiken van doping niet onopgemerkt kan blijven. Ook wordt er veel voorlichting over doping gegeven door de Olympische bonden en de NeCeDo.
Sinds 1 juli 1999 zijn deze bonden verplicht om een dopingreglement te hebben en een actief anti-doping beleid te voeren. Onder een actief anti-doping beleid verstaan we een dopingreglement, voorlichting en dopingcontroles.
Het NeCeDo oftewel het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken controleert deze dopingreglementen, adviseert, en geeft voorlichting over doping.


Soorten doping en hun werking.

Het IOC heeft dus voor het eerst een lijst opgesteld met maar liefst 300 soorten doping. Deze lijst van het IOC is in April 2000 voor het laatst aangepast, hieronder volgt een korte samenvatting van deze lijst:

Deze zijn onder te verdelen in 5 groepen, namelijk:
A. Stimulantia
B. Narcotische analgetica
C. Anabole middelen
D. Diuretica
E. Peptide hormonen, mimetica en analoga


Een aantal voorbeelden van elk zijn:
A. Amifenazol, bromantan, carfedon, cocaine, caffeine, pipradol enz.
B. Heroine, methadon, buprenorfine, morfine, pethidine enz.
C. Nandrolon, clostbol, stanozolol, androsteendion, testosteron enz.
D. Bumetanide, furosemide, mersalyl, mannitol, chloortalidon enz.
E. Groeihormoon, insuline, choriongonadotrofine, corticotrope hormonen enz.

Stimulantia.
Deze stimulerende middelen hebben een opwekkende werking op het zenuwstelsel omdat ze de prikkelbaarheid van het ruggenmerg en de hersenen verhogen.
De bekendste van deze stimulerende middelen die wij kennen is de cafeïne. Deze stof zit in cola, koffie en ook thee. Bij cafeïne betekent het niet dat een sporter geen koffie mag drinken voordat hij aan een wedstrijd begint, maar er is wel een grens gesteld, deze grens ligt bij 15 microgram cafeïne per milliliter urine. Je moet behoorlijk wat koffie drinken om deze grens de overschrijden trouwens!!!!!
Onder het begrip stimulerende middelen valt ook de Strychnine, dit is een zeer giftige stof die in kleine hoeveelheid al stimulerend werkt.

Narcotische analgetica
Deze middelen werken pijnstillend en verminderen dan ook ernstige lichamelijke pijn.
De bekendste van deze middelen is de morfine. Morfine geeft de sporter een gevoel van euforie, ook wel een gevoel van welbehagen. Ook de heroïne staat op deze lijst. Al deze middelen die onder deze categorie vallen zijn een beetje vreemd, je kunt namelijk niet zeggen dat ze de prestatie in de sport verbeteren, ze laten je alleen het gevoel van vermoeidheid en pijn doen vergeten.
Ook zijn deze zogenoemde opiaten verslavend, en ze zijn dan ook alleen verkrijgbaar op doktersrecept. Deze middelen vallen onder de Opiumwet die in 1928 is vastgesteld.
In Nederland is het nu strafbaar als je deze middelen bewerkt, bereid, verkoopt, vervoert of verstrekt.
Anabole middelen
De anabole middelen worden voornamelijk om de kracht te ontwikkelen, daarom wordt het dan ook vaak gebruikt bij gewichtheffen, kogelstoten, speerwerpen enzovoorts. Dit middel zorgt ervoor dat het eiwit in het lichaam wordt aangemaakt. De spieren zijn voor een groot deel opgebouwd uit eiwitten dus deze anabole middelen zorgen voor een grotere spiermassa. Er zijn wel veel risico’s en bijwerkingen aan verbonden namelijk:

- leverbeschadiging
- toenemen cholesterol
- toenemen geslachtsdrift
- toenemen gevoelens van agressie
- kleiner worden van zaadballen
- clitorisvergroting
- ongeregelde menstruatie
- vermannelijking oftewel virilisatie bij meisjes en vrouwen enzovoorts

Diuretica
De middelen die onder deze groep vallen zorgen ervoor dat het hart wordt ontlast, dit betekent dus ook dat je minder snel vermoeid raakt. Ook zorgen de diuretica ervoor dat de bloeddruk wordt verlaagd wat natuurlijk ook een rol speelt bij het sporten. Diuretica heeft niet zoveel bijwerkingen. De klachten die opkunnen treden zijn duizeligheid en een droge mond, deze verdwijnen als u de middelen langer gaat gebruiken.

Peptide hormonen, mimetica en analoga
Ook deze middelen kunnen de prestatie in de sport verhogen.

De bijwerking en risico’s van doping lijken niet zo heel ernstig, maar er zijn al verschillende sporters aan het gebruik van doping gestorven, bijvoorbeeld:

- Knut Jennsen, wielrenner, stierf in 1960 aan dopinggebruik
- Simpson, wielrenner, stierf in 1967 aan dopinggebruik


Ook zijn er veel sporters die blijvende gevolgen op het gebied van gezondheid hebben overgehouden door het gebruik van doping.


Dopingcontroles

Per 1 Juli ’99 is zijn de Nederlandse Sportbonden verplicht een dopingreglement te handhaven. In dit reglement worden de dopingcontroles verplicht gesteld. Het ministerie van VWS geeft subsidies om zo goed mogelijke controles uit te voeren, en om vervolgens het dopinggebruik in de sport terug te dringen.

Maar hoe gaat zo’n controle nou in het werk? Wat zijn de rechten en plichten van de sporter? Wat zijn de straffen van het gebruik van doping? Wanneer kun je gecontroleerd worden? En wie? Dit zijn een heleboel vragen die bij mij opkomen als ik denk aan dopingcontroles, en hier volgen de antwoorden:

Wie kan er gecontroleerd worden?
Iedereen die deelneemt aan sportwedstrijden of zich hierop voorbereid, en elk lid van een sportbond met een dopingreglement. Het NeCeDo voert onder andere zo’n dergelijke controles uit.

Wanneer kun je gecontroleerd worden?
1. Binnen wedstrijdverband
2. Buiten wedstrijdverband, bijvoorbeeld tijdens trainingen of thuis.
Deze controles vinden meestal “onaangekondigd” plaats.

De dopingcontrole stap voor stap:

Stap1, Oproep voor dopingcontrole
Wanneer je ingeloot of aangewezen bent voor een dopingcontrole wordt je schriftelijk of mondeling hiervan op de hoogte gesteld. Een mondelinge oproep moet schriftelijk bevestigd worden.

Stap 2, Registratie en identificatie in het dopingcontrolestation
Bij wedstrijden moet je je zo snel mogelijk melden bij het dopingcontrolestation. Je mag hierbij een begeleider of tolk meenemen. Als je geen wedstrijd hebt dan moet je je zo snel mogelijk naar het dopingcontrolestation begeven. Je moet je hier identificeren en de dopingcontrole-official moet zich kunnen legitimeren.

Stap 3, Keuze opvangbeker
Aangezien je een urinemonster moet inleveren, wordt je van tevoren gevraagd een opvangbeker te kiezen.

Stap 4, Plassen onder toezicht
In de opvangbeker die je hebt uitgekozen moet je onder direct toezicht(van een persoon met hetzelfde geslacht als jijzelf) een urinemonster te produceren. De hoeveelheid urine die je moet produceren moet groter zijn dan 75 milliliter.

Stap 5, Onvoldoende urine
Indien je onvoldoende urine hebt geproduceerd wordt deze opvangbeker verzegeld met een uniek codenummer, deze code wordt genoteerd op het dopingcontroleformulier. Ook moet je zelf controleren of deze nummers correct genoteerd worden. Deze verzegelde opvangbeker wordt dan in het dopingcontrolestation bewaard. Als je later weer in staat bent om opnieuw urine te produceren(in een nieuwe opvangbeker) dan moet je zelf deze twee bekers samenvoegen.

Stap 6, Keuze van de flesjes
Als je de vereiste hoeveelheid urine hebt geproduceerd, dan zal de dopingcontrole-official je vragen om een set van twee containertjes met daarin 2 flesjes te kiezen. Ook moet je dan 2 zegels met een uniek codenummer te kiezen.

Stap 7, Verdelen van de urine
Onder controle van de dopingcontrole-official moet je de urine verdelen over de eerder uitgekozen 2 flesjes. In flesje A wordt 50 milliliter gegoten en in flesje B 25 milliliter. Ook dient er een kleine hoeveelheid urine in de opvangbeker achter te blijven om te bepalen of dit wel een geschikt urinemonster is.

Stap 8, Sluiten en verzegelen van de flesjes
Je sluit de flesjes zelf, en je verzegelt ze met een uniek codenummer. Ook deze nummers worden genoteerd op het dopingcontroleformulier. Deze flesjes moet je nu ook weer zelf opbergen in de bijbehorende containertjes, die hetzelfde nummer moet bevatten als de nummers van de flesjes.

Stap 9, Meting zuurgraad(PH) en soortelijk gewicht(SG)
De overgebleven hoeveelheid die is overgebleven in de opvangbeker is nodig voor de laboratorium-analyses. De zuurgraad van de urine behoort groter of gelijk aan 5 en kleiner of gelijk aan 7 te zijn. Het soortelijk gewicht moet 1.010 of hoger zijn. Als de urine niet aan deze eisen voldoet dan moeten de stappen vanaf stap 3 opnieuw doorgelopen worden. Als de urine bij de 2e keer nog niet aan deze eisen voldoet dan zal de procedure toch voortgezet worden. Deze meetresultaten worden op het dopingcontroleformulier ingevuld.

Stap 10, Opgave gebruikte medicijnen
De dopingcontrole-official zal je nu gaan vragen of je medicijnen of andere relevante substanties hebt gebruikt gedurende 7 dagen voor de controle. De antwoorden worden genoteerd op het dopingcontroleformulier.

Stap 11, Ondertekenen van het dopingcontroleformulier
Op dit formulier moet je invullen of je akkoord gaat met de gevolgde procedure. Als je bezwaren hebt kun je die ook vermelden op dit formulier. Het dopingcontroleformulier moet altijd ondertekent worden!!! Je krijgt een kopie van het formulier en daarmee is de procedure ter plaatse voor jou afgelopen.


Rechten en Plichten van de sporter

Een sporter heeft ook zijn rechten en plichten tijdens zo’n dopingcontrole. Het is belangrijk om te weten wat je rechten en plichten in een situatie zijn, daarom heb ik de rechten en plichten bij de dopingcontroles nog eens op een rijtje gezet:

Rechten van de sporter
· Je kan alles vragen met betrekking tot de dopingcontroleprocedure.
· Als je vragen hebt, kun je die in de daarvoor speciale ruimte op het dopingcontroleformulier vermelden.
· Je mag een begeleider, en zonodig een tolk meenemen tijdens je controle.

Plichten van de sporter
· Je moet op de hoogte zijn van de dopingcontroleprocedure, en je moet de regels daarvan aanvaarden en volgen.
· Je moet zelf alle stappen controleren totdat de controle is afgelopen.
· Je moet het dopingcontroleformulier ondertekenen.

Deze gegevens worden allemaal vertrouwelijk behandeld.


Straffen

Als er uit de dopingcontrole blijkt dat je de hoeveelheid doping die je mag gebruiken overschreden hebt zit je in grote problemen. Er zijn heel wat gevolgen aan verbonden als je betrapt wordt op het gebruik van doping.
Een sporter kan een maximum gevangenisstraf van 3 maanden krijgen, een geldboete van 40.000 BEF, ook zal de sporter waarschijnlijk geschorst worden. De rechter beslist hoelang de sporter geschorst zal worden, 3 jaar is de minimumduur maar het kan zelfs een levenslange schorsing worden.
Je ziet dat de gevolgen hiervan echt heel ingrijpend kunnen zijn, het kan de hele carrière van de sporter verwoesten.


Verboden methoden

Op de lijst van verboden middelen van het IOC staan ook de verboden methoden, dit zijn er drie:

A. Bloeddoping
B. Toediening van kunstmatige zuurstofdragers of middelen die het plasmavolume vergroten
C. Farmacologische, chemische en fysieke manipulatie

Bloeddoping
Bij bloeddoping wordt er 6-8 weken voor de topprestatie bloed afgenomen. Een halve liter of soms zelfs twee maal een halve liter met een paar weken ertussen. Dit bloed van de atleet wordt vervolgens ingevroren bij –80 graden Celsius. Een mens vult zijn bloedvoorraad aan dus kan de atleet gewoon verder blijven trainen. Kort voor de wedstrijd wordt het bloed weer toegediend, maar dan alleen de rode bloedlichaampjes, die zorgen voor de zuurstoftoevoer. Op deze manier zou het namelijk mogelijk zijn om de hoeveelheid zuurstof die naar de spieren vervoerd zou moeten worden, te vergroten.
Onderzoekers hebben aangetoond dat deze methode wel degelijk een positief effect heeft op de prestatie van de sporter.
Er zitten ook risico’s aan deze methode, het bloed kan namelijk verwisseld worden met ander bloed waardoor de sporter besmet raakt met een ziekte.

Kunstmatige zuurstofdragers, vergroten plasma volume
Als de sporter een van deze middelen gebruikt zal hij ook betere prestaties leveren op een niet toegestane wijze.

Farmacologische, chemische en fysieke manipulatie
Manipulatie = bedrieglijke methode. Dus het lijkt me dan heel logisch dat dit niet toegestaan is.


Wetgeving

Er is in Nederland geen specifieke sportwetgeving, maar er zijn wel twee wetten in Nederland die we bij het onderwerp doping kunnen betrekken. Dit zijn de

· Opiumwet
· Wet op de geneesmiddelenvoorziening



De opiumwet is in 1928 ingegaan en heeft haar bestaan vooral te danken aan de overwegingen van internationaal belang. In November 1976 werd de opiumwet aangepast, er werd nu onderscheid aangebracht tussen de vrij onschuldige hennepproducten en aan de andere kant de drugs met onaanvaardbaar risico. Dit betekent dat het gebruik van hennepproducten niet meer als misdrijf maar als overtreding wordt gezien/beoordeeld. De opiumwet heeft ook een lijst waarop verboden middelen staan.
Definitie van de opiumwet = wet van 1928 die de fabricage van en de handel in opium en andere “verdovende middelen” aan strenge regels onderwerpt. Artsen mogen alle onder deze wet vallende middelen voorschrijven, mits het recept voldoet aan een aantal in de wet gestelde voorschriften.

De wet op de geneesmiddelenvoorziening heeft ook de bedoeling om doping te bestrijden. Veel geneesmiddelen vallen onder deze wet, die het vrij gebruik van deze niet meet toestaat. Ze mogen alleen op recept verstrekt worden. Ook mogen ze alleen in de apotheek aanwezig zijn, elders is de aanwezigheid niet toegestaan en dit betekent een overtreding van de wet.

Australië was het eerste land dat een maatregel uitvaardigde tegen doping.
In België is de doping in sportcompetities verboden door de wet van 2 april 1965.
Deze wet vertelt dat: Het gebruik van substanties of het aanwenden van middelen met het oog op het kunstmatig opvoeren van het rendement van de atleet die deelneemt aan zich of voorbereidt op een sportcompetitie, wanneer hierdoor schade kan veroorzaakt worden aan zijn fysieke of psychische gaafheid.

Het uitgangspunt van deze wet is dus niet de oneerlijkheid van doping maar de gezondheidsredenen spelen hier de hoofdrol!!!


Voorlichting

In het dopingreglement staat ook dat er veel voorlichting over doping moet plaats vinden.
Onder andere het NeCeDo in samenwerking met het Trimbos-instituut hebben in 2000 een geheel nieuwe versie publieksfolders gemaakt. Deze folders met de naam “Doping, de antwoorden” worden als sinds 1996 gemaakt. Deze folders zorgen ervoor dat de mensen voorgelicht worden over doping en alles wat er mee te maken heeft.

0900-1995: De Drugs Informatielijn
Van deze lijn kan gebruik gemaakt worden van 13.00u tot 21.00u. De medewerkers van de drugs informatielijn zijn geschoold op het gebied van drugs en doping en kunnen alle vragen beantwoorden.

Ook bij het Nederlands Olympisch Comité kun je van alles te weten komen over doping in de sport, het adres is:

Nederlands Olympisch Comité
Surinamestraat 33
2508 CH Den Haag
Telefoon: 070-451118


Conclusie

Dit werkstuk heb ik dus in de plaats van het meedoen aan de gymles moeten maken. Het was veel werk, en het moeilijkste vond ik de eerste aanzet. Ook de informatie over de soorten drugs was moeilijk te vinden, maar het is toch wel redelijk gelukt. Ik vond het niet erg om het te maken, maar ik doe toch liever mee aan de gymles!!


Bronvermelding

Ik heb heel veel informatie gevonden op het internet en ik heb een aantal boeken uit de Tegelse Bibliotheek gehaald.


Internet Adressen

www.doping.nl
www.nrc.nl
www.scholieren.com
www.ijsselveld.nl
En de Encarta Encyclopedie

Boeken

De anabolica mannen – Jean Nelissen
Doping – Frits Wafelbakker
Doping, Thematische knipselkrant – NBLC uitgeverij


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Deze was slecht heb er niks aan gehad sorry but love you

5 jaar geleden