ADVERTENTIE
Red het frikandelbroodje Wist je dat heel veel van jouw lievelingsproducten zomaar kunnen verdwijnen als de bij zou uitsterven? Denk bijvoorbeeld aan je glaasje melk in de ochtend, maar ook je frikandelbroodje in de pauze en je banaan bij het leren. Hoe komt dit en belangrijker, hoe voorkomen we dit? Dat weten ze bij de opleiding Diermanagement. Meer weten over deze en andere studies van Van Hall Larenstein?

Check alle video's!
Ballet

Oorsprong
Dans heeft altijd al bestaan. Of het nou met religieuze uitingen of eerbetogingen te maken heeft of wat dan ook, overal is een basis van het dansen te vinden.
De eerste sporen van het allereerste ballet zijn te vinden in het Italië van de 15de eeuw,
Een belangrijke ontwikkeling waren de dans-tussenspelen. Deze noemde men 'balletti' (letterlijk dansen), wat het best kan worden vertaald met figuur-dansen: voor het eerst waren namelijk de dansen speciaal gearrangeerd met het oog op bepaalde ruimtelijke figuren of patronen, die waren bedoeld om de toeschouwers te bekoren. Van deze 'balletti' is de term 'ballet' afkomstig. Deze figuur-dansen hadden zoveel succes dat ze aan het einde van de vijftiende eeuw in de dans-feesten aan de Italiaanse hoven een steeds belangrijkere rol gingen spelen. Maar de figuur-dansen werden pas van wezenlijk belang voor de ontwikkeling van de theaterdans, toen ze door Italiaanse dansmeesters naar Frankrijk werden gebracht door Cathérina de Medici.
Zo kwam het ballet dus ook in de Franse hof terecht. Lodewijck de XIV (ook wel de zonnekoning genoemd) was verzot op wat nu ballet genoemd wordt. Veel mensen vonden het een eer om voor de koning te mogen dansen en ballet werd in die tijd dus ook steeds populairder. Lodewijck XIV hield er trouwens ook van om zélf te dansen.
Rond 1700 wordt het ballet een volledige theaterkunst en verspreidt het zich ook steeds meer.
In het begin van de 19e eeuw bereikte het ballet een hoogtepunt. Aan het einde van deze eeuw volgde een periode van verval, behalve in Rusland en Denemarken. Mede daardoor ontstonden toen grote mogelijkheden voor de ontwikkeling van de moderne dans. Ballet wordt nu beoefend in alle delen waar de westerse cultuur is. Tegenwoordig bereiken zowel het Russische klassiek-romantische ballet als het moderne genre een hoogtepunt.
Door eeuwenlang ervaring en oefening kregen de passen en bewegingen hun uiteindelijke vorm.

Kledingvoorschriften
Vaak wordt van de leerlingen een soort van dresscode verwacht. Dit wordt verwacht omdat de docent(e) dan goeie aanwijzingen over het gebruik van het lichaam en de spieren kan geven. Dit is ook de reden waarom de balletkleding strak moet zitten. Algemeen geleden de volgende voorschriften:

Meisjes/vrouwen
Bij klassiek ballet draagt men meestal een balletpakje en een maillot. De maillot is om de spieren warm te houden. Ook heeft men over het pakje meestal een tutu. Dit is een rokje van doorschijnende stof die grotendeels voor de sier dient. Ook hebben de meeste mensen die ballet beoefenen beenwarmers aan. Dit om de spieren van de enkels warm te houden. Natuurlijk heb je schoentjes nodig. Deze zijn meestal roze of zwart en zijn een beetje slap. Als je oud genoeg bent en je spieren stevig genoeg zijn mag je spitzen. Dit mag vaak ongeveer vanaf 12 jaar.
Bij klassiek ballet lessen mag het haar nooit los gedragen worden. Als je een snelle pirouette draait en je haar komt tegen iemand aan, kan dit onherstelbaar letsel tot gevolg hebben. Verder geeft een knot of staart ook een elegante hoofdlijn.

Jongens/mannen
Als jongen of man moet je een zwarte of grijze balletmaillot met een wit, niet los zittend T-shirt dragen. De laatste moet in de maillot worden gestopt. Verder moet je witte sokken en witte balletschoenen aanhebben. Jongens vanaf ongeveer 12 jaar dragen een dancebelt.

Spitzen
Ik ga nog even verder in op een belangrijk aspect van het ballet. Meisjes beginnen vaak met ballet zo rond hun 6e of 7e jaar. Omdat de voeten dan nog niet volledig uitgegroeid zijn, moeten ze eerst op slappe schoentjes beginnen. Wanneer een dokter heeft vastgesteld dat de voeten spitzen aankunnen, mag een meisje op spitzen gaan dansen. Het bezoek aan de dokter is verplicht, aangezien je anders je voeten kunt blesseren.
Spitzen zijn satijnen balletschoenen met linten en een harde punt, het zijn schoenen om mee op je tenen te lopen zodat het lijkt alsof je boven de dansvloer zweeft. De eerste die spitzen droeg was Marie Taglioni (1804-1884), ze was de eerste die geheel zelfstandig en pointe (op haar teenpunten) stond, zegt men, haar vader bedacht allerlei oefeningen om de voeten voor dit soort dingen te versterken.
Spitzen zijn behoorlijk duur, toch kost het maken van een paar niet veel tijd; een ervaren vakman maakt er eentje in tien minuten. Daarna moeten de verse spitzen nog in de oven bakken voor ze klaar zijn. Elke danser en danseres heeft zijn of haar eigen paar spitzen. Een paar spitzen gaat niet lang mee, vaak maar één voorstelling, daarom hebben de professionals er ook zoveel.

Balletposities en passen
Het klassieke ballet kent 5 basisposities voor de voeten, genaamd de eerste t/m vijfde.
Bij de eerste positie sta je met je hielen tegen elkaar met uitgedraaide voeten in een van ongeveer 90° of iets meer.
Bij de tweede positie is dat hetzelfde maar dan met je voeten wat wijder uit elkaar, hoe ver is makkelijk te bepalen: je gaat in de eerste positie staan, je draait op je tenen je voeten recht naar voren (tweede positie van het jazzballet) en je draait op je hielen weer je voeten zo uitgedraaid als in de eerste positie.
Bij de derde positie ga je weer net zoals bij de eerste positie staan maar dan met één van je voeten tegen de bal van je andere voet.
Bij de vierde is het weer de positie van de eerste maar dan met één voet voor en eentje achter, de hiel van je voorste voet staat ongeveer voor de tenen van je achterste voet, en de hiel van je achterste voet staat achter de tenen van je voorste voet.
En bij de vijfde positie tenslotte is de positie van je voeten weer hetzelfde als de eerste (men is echt bijster origineel in het klassieke ballet), de ene, voorste voet staat tegen de tenen van de achterste voet aan.

Bij deze 5 basisposities horen bijbehorende armbewegingen en tendus (een tendu is een volledige uitstrekking van het speelbeen en de voet die daarbij hoort terwijl het topje van je tenen nog net op de grond blijft, tendus worden gedaan om de voeten sterker te maken). Vanuit deze posities worden de plié’s geoefend die ook weer een basis zijn voor vele bewegingen. Een plié is een elegante soort van buiging van de knieën. De plié wordt gedaan als oefening voor je houding, voor het zachtjes oprekken van de beenspieren, als opwarming, een basis voor vele bewegingen en zo is het wel duidelijk dat plié’s uiterst nuttig zijn om te doen. Je hebt twee soorten plié’s; de demi plié en de grand plié; de kleine en de grote plié. Bij de kleine ga je maar een klein stukje door je knieën, bij de grote ga je door tot op de grond. De plié is de eerste beweging die aan een beginnend danser wordt geleerd, omdat dit een goeie basis is en het niet heel erg moeilijk is om te doen.

Naast de 5 basisposities en bijbehorende armbewegingen en tendus zijn er ook nog basisbewegingen.
De pirouette is wel één van de bekendste bewegingen van het klassieke ballet. Als je leert een pirouette te maken, doe je dat vanuit de eerste positie, dat gaat zo:
1. je staat in de eerste positie
2. je maakt een tendu, naar welke kant heeft invloed op welke je opdraait
3. de voet waarmee je de tendu hebt gemaakt zet je achter je zodat je in een vierde positie staat
4. je zet je met je voorste voet af en draait op je achterste been naar achteren
5. als je landt, dan landt je weer in de eerste positie en in demi plié, waarna je je weer opstrekt.
Als je dat eenmaal onder de knie hebt, kan je moeilijker dingen gaan doen, variaties op die vorm van pirouette. Om het maken van een pirouette makkelijker te maken kan je gaan spotten, je kijkt naar een punt op (jouw) ooghoogte en blijft er in je draai zo lang mogelijk naar kijken. Als je niet meer verder kunt, is het de bedoeling dat je je hoofd zo snel mogelijk weer omdraait en naar hetzelfde punt als vlak daarvoor kijkt. Dit alles zorgt ervoor dat je minder snel duizelig bent en vaker achter elkaar een pirouette kunt maken.

Ook basisbewegingen zijn des petites allegro. Dit zijn kleine sprongen. Ze worden gemaakt vanuit de basisposities. Als je dat leert begin je met de eerste positie:
Een petit allegro vanuit de eerste positie is nog niet zo moeilijk, je gaat in de eerste positie staan, je maakt een demi plié en je springt omhoog waarbij je je benen en voeten voluit strekt om weer in een demi plié uit te komen en weer uit te strekken.
Vanuit de tweede positie is dat eigenlijk precies hetzelfde, maar dan in de tweede positie.
Maar vanuit de derde t/m vijfde positie kan je petit allegro een changement, een wisseling, worden. De naam zegt het al, je wisselt van voorste been. Dat is dus bij alle posities (van drie t/m vijf) zo, verder gaat alles hetzelfde als bij de eerste en tweede positie.

Dan heb je nog de pas de chat, de kattensprong. Deze wordt als eerste pas geleerd aan nieuwe leerlingen, en later wordt deze uitgebreidt ipv recht vooruit de pas de chat te doen, de pas de chat schuin te springen enz. De pas de chat is vrij moeilijk uit te leggen. Zoals de naam al suggereert, de pas lijkt heel erg op een kattensprong. Je moet je benen één voor één opstrekken, wanneer je aan het springen bent. Je handen heb je als een soort kattenpootjes voor je.

Tenslotte is er ook nog de pas de deux, waarschijnlijk de moeilijkste van allemaal, omdat je deze met z’n tweeën moet doen en je je partner volledig moet vertrouwen. Ook moet je ervoor zorgen dat ook dit, net als al het andere bij ballet er moeiteloos uitziet.
De mannen moeten heel erg hard trainen om de vrouwen te kunnen liften, hoog op kunnen tillen in de lucht, of te vangen bij een horizontale lift.

Een balletles
Een balletles begint gewoonlijk met verschillende oefeningen aan de barre. Hier worden voornamelijk de 5 basisposities gebruikt, in combinatie met verschillende passen, zoals de grandes jetes, de pliés enz.
Na de oefeningen aan de barre, gaan we oefeningen ‘in de hoek’ doen. Bij dit begin je in de hoek, zodat je de andere hoek als spotpunt kunt gebruiken. Bij dit doe je vooral corru’s, pirouettes, pikés enz.
Daarna moeten we midden in de zaal een soort van dans oefenen, vaak is dit een combinatie van verschillende armbewegingen met de bijbehorende posities. Ook gaan we hierna vaak ‘springen’, zoals bijv de al eerder vermelde changements.
Tenslotte hebben we een cooling down.

Streetdance

Oorsprong
Net zoals alle dansvormen die er nu zijn, is ook streetdance gebaseerd op ballet.
De dansstijl is ontstaan begin jaren ’80 in New York. Vooral in de achterbuurten werd er veel op straat gedanst: streetdance. Hier waren drie belangrijk redenen voor:
Op de eerste plaats door de oude Afrikaanse traditie waar op een ritmische manier gepraat, gezongen en zaken op orde worden gesteld.
Ten tweede was er in de jaren ’30 in Harlem de ontdekking van de zogenaamde ‘acrobatic jazz’.
Ten derde ontstond er door de enorme technisch ontwikkeling van de afspeelapparatuur die een nieuwe manier van muziek afspelen teweeg bracht. Ook wel ‘scratchen’ genoemd. Hierbij ontwikkelde een bijpassende dansstijl.
Begin jaren ’80 maakte de streetdance-cultuur internationale opgang. Ook in Europa doken groepjes jongeren op in baggy kleding (dat is ruim en dansbaar zittende kleding) die verschillende soorten van streetdance beoefenden. De definitieve doorbraak in Europa kwam er pas echt in de jaren ’90. De dansstijl had invloed op mode, videoclips, graffiti, DJ’s, scratchers, rappers en nog veel meer. Ook op films had het veel invloed. De ene film na de andere kwam uit met daarin veel aandacht voor de streetdance-cultuur.
Dit alles heeft zich ontwikkeld tot de streetdance die wij nu kennen.

De jeugd in de achterbuurten is vooral begonnen met de streetdance-cultuur. Tegenwoordig zijn het nog steeds vooral jongeren, maar er zijn ook volwassenen die de sport beoefenen. Streetdance wordt, net als ballet, het meest beoefend door vrouwen, maar er zijn ook mannen die er aan meedoen.
Over streetdance valt niet zoveel te vertellen als over ballet, puur door het feit dat het nog niet zo lang bestaat en er dus veel minder ontwikkelingen enz. zijn geweest. Bovendien is het een dansstijl die gebaseerd is op een andere dansstijl, en heeft het zichzelf dus niet volledig ontwikkeld. Daarom zal ik in dit stukje ook dingen van jazz-ballet gebruiken, iets wat ik ook in m’n lessen streetdance doe, en wat er soms ook een beetje op lijkt.

Kledingvoorschriften
De voorschriften bij streetdance zijn echt veel ‘losser’ dan bij ballet, zowel letterlijk als figuurlijk. De kleding is, zoals eerder verteld, lekker baggy en dat maakt het ook fijn om in te dansen. Vaak wordt gekozen voor een soort van legging-achtige broek met een wijd shirt erop. Bij mijn lessen gebruik ik jazz-schoenen, dit zijn speciale schoentjes met een hakje eronder, omdat de draaien bij deze les meer op de hak gaan. Voor jongens en mannen zijn er geen aparte kledingsvoorschriften, deze zijn ongeveer hetzelfde als voor vrouwen, lekker baggy dus.

Bewegingen
Bij streetdance zijn de bewegingen vaak gebaseerd op bewegingen uit videoclips, het gaat dus heel erg met de tijd mee. Hierdoor zul je ook vaak steeds nieuwe stijlen zien, met nieuwe bewegingen en passen. Dit is een groot verschil met ballet. Ballet blijft vaak hetzelfde, terwijl streetdance constant veranderd.
De streetdancebewegingen zijn vaak vrij losjes en komen heel luchtig over. Streetdance wordt op heel snelle muziek gedaan, waardoor het een heel flitsend effect heeft. Streetdance heeft een paar terugkerende bewegingen, die ze een beetje van jazz-ballet gejat hebben. De meest bekende zijn de de paddebourée, de sjazzée, de snake en de scoop. Deze zijn vrij moeilijk uit te leggen, aangezien ze meerdere bewegingen tegelijkertijd vragen. De snake is het makkelijkste uit te leggen, deze is gebaseerd op de lenigheid van een slang. Bij deze beweging is het de bedoeling dat je van links naar rechts of van rechts naar links beweegt als een soort van slang, het moet dus heel lenig overkomen. De rest van de pasjes worden voornamelijk met de benen gedaan. De paddebourée gaat als volgt: je staat met twee benen naast elkaar. Eerst ga je met rechts naar achter en ga je op je tenen staan, dan ga je met links naar achter en ga je op je tenen staan, vervolgens zet je rechts weer naar voren en blijf je op je tenen staan. Dan volgt dezelfde beweging, maar dan andersom. Bij deze beweging is het de bedoeling dat je constant op je tenen staat. Deze beweging is slechts een basisbeweging, maar wordt wel veel toegepast, net als de rest van de eerder genoemde bewegingen.

Deze beweging wordt vaak toegepast en is voornamelijk om de buik- en armspieren te versterken.

Een streetdanceles
Aangezien mijn lerares van afwisseling houdt, doen we niet alleen streetdance, maar heb ik de afgelopen jaren ook salsa, breakdance, hiphop en ga zo maar verder geleerd.
Een normale les bestaat meestal uit eerst een warming up. We doen dit door middel van een ingestudeerd dansje, dat nog wel vrij simpel en snel te volgen is, maar toch even inzetten nodig heeft.
Vervolgens gaan we net zoals bij een balletles een paar oefeningen in de hoek doen. Deze verschillen heel erg, het ligt eraan welke spieren de lerares eventjes extra wil laten werken. De beweging die wel elke keer terug keert en ook bij ballet voorkomt, is de piké. Deze doen we alleen een stuk sneller en ipv de armen rond te houden, moeten we ze in een soort van vuisten doen.
Daarna gaan we grondoefeningen doen. Deze zijn vooral om de spieren te trainen die je bij streetdance hard nodig heb. Enkele dingen die we doen zijn; opdrukken, buikspiertraining, evenwichtstraining enz.
Na deze oefeningen is er een goeie basis om met de echte streetdance- dans te beginnen. Deze noemt m’n lerares ‘de combinatie’ (naar ‘een combinatie van bewegingen). Elke les leren we 8 of 16 tellen erbij, zodat we na een paar weken een echte dans hebben. Omdat we hier een jaar mee bezig zijn, kun je zo dus een hele streetdance-dans vormen.
Na de combinatie hebben we tenslotte nog een cooling down.
Als we ipv streetdance een andere soort dans doen, is de hele les ongeveer gelijk, alleen de combinatie valt dan weg.

Conclusie

Zo op het eerste gezicht zouden mensen niet veel overeenkomsten tussen ballet en streetdance kunnen vinden. Vaak wordt ballet gezien als een sport met veel tutjes, terwijl streetdance vaak stoer overkomt. Toch hebben ze veel overeenkomsten. Dit moet ook wel, aangezien streetdance gebaseerd is op ballet. Ten eerste is de overeenkomst te vinden in de verschillende passen. Hoewel streetdance veel wisselt van bewegingen, heeft het ook veel basisbewegingen, die veel overeenkomsten vertonen met ballet. Zo is er de piké, deze wordt bij beide sporten uitgevoerd, maar bij allebei op een totaal andere manier.
Ten tweede is er een soortgelijke lesopbouw. Zo is er bij beide oefeningen in de hoek, wordt er middenin de zaal gedanst en lijken de cooling-downs sterk op elkaar.

Natuurlijk zijn er veel verschillen. Zoals eerder verteld, lijkt de kleding totaal niet op elkaar. Balletkleding hoort heel strak te zitten, terwijl streetdance kleding juist baggy hoort te zitten.
Ook is de muziek heel anders. Ballet wordt op rustige, klassieke muziek gedaan en streetdance op heel snelle muziek.
Bij ballet blijven de bewegingen vaak hetzelfde, bij streetdance veranderen ze telkens door invloed van clips enz.

Ballet en streetdance hebben dus wel degelijk overeenkomsten, maar de verschillen die er tussen zijn zullen ook altijd blijven bestaan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

JE MOET ALTIJD EEN KNOT IN BIJ BALLET!!

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

sinds wanneer dragen alle vrouwen die aan ballet doen een tutu?

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

het is niet waar dat dansen altijd al bestaan heeft!

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast