Inleiding

Veel mensen zijn tegen klonen en gentechnologie. De toekomst van dit onderzoek en deze technieken is vaak angstaanjagend. Er kunnen best veel dingen mis gaan en dan zijn de gevlogen niet te overzien.
Vooral mensen van Greenpeace en andere milieuorganisaties zijn tegen het veranderen van genen van planten en dieren en misschien wel in de toekomst van mensen. Zij hebben er vaak een duidelijke reden voor waarom ze er tegen zijn en waarom ze vinden dat het onderzoek naar de mogelijkheden van klonen moet stoppen. Ook zijn gelovigen vaak tegen het klonen. Ook zij hebben een duidelijke reden. Ze vinden dat je niet moet knutselen aan iets wat God heeft geschapen. De mens hoort niet in staat te zijn om iets te veranderen aan andere wezens, zo heeft God ons niet geschapen, zeggen ze. Maar de rest van de mensen die tegen klonen zijn hebben vaak onduidelijke redenen en vaak helemaal geen reden. Ze zeggen alleen dat ze ertegen zijn, omdat ze beïnvloed zijn door bijvoorbeeld Greenpeace. Of ze zijn er tegen omdat iedereen er tegen is en omdat het negatief klinkt.
Er zijn ook mensen die wel voor klonen zijn en die het juist goed vinden dat wetenschappers zulke dingen doen. Het is voor hun juist positief.
Boeren zijn bijvoorbeeld vaak voor gentechnologie. Dat komt omdat ze daardoor veel kunnen verdien. Als ze bijvoorbeeld de beste gewassen klonen en gewassen laten maken die niet beïnvloedbaar zijn door ziektes en schimmels, kunnen ze recordoogsten maken. Ook zouden ze de beste melkkoeien kunnen klonen, zodat ze ook daaraan veel verdienen. Ook zijn de meeste wetenschappers het er mee eens. Voor hun is het weer een overwinning als ze iets nieuws ontdekt hebben. Dus is het positief om zich te verdiepen in de gentechnologie, omdat daar nog veel dingen onduidelijk zijn. De rest van de mensen die er voor zijn vinden vaak dat het juist goed is, omdat het leven verbeterd. Zo kunnen mensen met ongeneeslijke ziektes misschien genezen worden door gentechnologie.
De meeste mensen zij tegen klonen omdat het negatief klinkt en omdat het als slecht wordt beschouwt. Maar is het eigenlijk wel zo slecht?

H1 Wat is klonen?

Klonen is een onderdeel van gentechnologie. In de gentechnologie worden er genen van het ene organisme in de cel van een andere organisme ingebracht.
Klonen is het maken van een levend wezen dat identiek is aan, of een kloon van , één ouder. Het “nieuwe organisme” heeft precies dezelfde genen als die ouder. Sommige eenvoudige planten en dieren, planten zich zo voort. Voorbeelden daarvan zijn insecten en bananenbomen. Eeneiige tweelingen zijn menselijke klonen die in de natuur voorkomen. Eeneiige tweelingen zijn klonen, omdat ze allebei dezelfde genen hebben. Ze zijn dus niet een kloon van één van de ouders, maar ze zijn klonen van elkaar.
Ontwikkelingen in het kloningsonderzoek zijn vaak in het nieuws. Het doel van het onderzoek is het veranderen van allerlei organismen, zodat mensen een betere gezondheid, betere geneesmiddelen en beter voedsel krijgen. Dus mensen worden er beter van.
Een nieuwe vooruitgang van de gentechnologie is dat het nu ook kan om ingewikkelde dieren zoals kikkers, schapen en koeien te klonen. Het was onderzoekers al wel gelukt om bijvoorbeeld organismen als bacteriën te klonen. Zo werd dus in 1996 de eerste schaap gekloond, dat was Dolly. Om dit te bereiken, zijn er drie schapen nodig:
De bevruchtte eicel is van schaap B afkomstig. Uit deze cel wordt al het genetisch materiaal (DNA) gehaald. Dan voegen ze er een lichaamscel van schaap A bij. De twee cellen versmelten (fuseren) en deze cel wordt in de baarmoeder van schaap C geplaatst. Deze cel heeft dus alleen het DNA van schaap A. Het lammetje wat dan geboren wordt, is de kloon van schaap A. Deze methode van kloneren heet kernoverdracht.

H2 Het begin van de genetica

Gentechnologie is een nieuwe technologie, maar het heeft grote overeenkomsten met het fokken wat boeren al duizenden jaren doen. Hoewel miemand toen wist waarom een bepaalde koe hele lekkere romige melk gaf, ontdekten boeren dat de kudde beter werd als ze met de beste melkkoeien fokten. Ook kwamen ze erachter dat als ze de zaden van hun beste planten gebruikten, ze konden rekenen op smakelijke vruchten of recordoogsten.
Al in de 17e eeuw begon de ontwikkeling van de genetica en het gaat nog steeds door.
Dit is een overzicht van belangrijke dingen in de ontwikkelingen:
¨1608: Zacharinas Jansen uit Holland vindt de microscoop uit. Nu kan men alle kleine deeltjes zien van organismen. De microscoop is erg belangrijk geweest voor de ontwikkelingen van de genetica.
¨1665: Robert Hooke ontdekt dat alles uit cellen bestaat.
¨1822: Gregor Mendel wordt geboren. Met zijn onderzoek in de kloostertuinen begint de moderne genetica. Na veel experimenteren stelt hij erfelijkswetten op. Hiermee kan je bepaalde eigenschappen van planten voorspellen.
¨1831: Robert Brown ontdekt dat alle cellen een kern hebben: nucleus.
¨1838: Karl von Naegli ontdekt dat er in de kern chromosomen zitten.
¨1859: Charles Darwin beweert dat organismen in de loop van de tijd veranderen van uiterlijk.
¨1907: Thomas Hunt Morgan maakt chromosomenkaart met daarop de ligging van een aantal genen.
¨1953 er wordt ontdekt dat het DNA-molecuul een dubbele spiraal vorm heeft.
¨1960-69: De eerste groene revolutie. Er worden gewassen gekweekt die beter groeien en er worden betere bestrijdingsmiddelen gemaakt.
¨1973: Twee onderzoekers experimenten met het doorknippen van twee DNA-moleculen en om zo weer een nieuw molecuul te maken.
¨1990: Duizenden wetenschappers doen mee om voor 2005 alle menselijke genen in kaart te zetten.
¨1994: De eerste genetisch veranderde tomaat komt op de markt.
¨1996: Dolly het schaap wordt gekloond.
De ontwikkelingen gaan nu nog steeds door.

H3 Klonen in de toekomst.

Er zijn al veel ontdekkingen gedaan op het gebied van klonen en gentechnologie, maar onderzoekers ontdekken steeds meer.
De ontwikkelingen staan natuurlijk niet stil.
Wat kunnen we verwachten in de toekomst?
¨Varkens die grootgebracht zijn in laboratoria worden gebruikt als orgaandonoren. Ze leven in laboratoria omdat ze dan onderzocht worden en genetisch verandert worden.
¨De eerste menselijke klonen.
¨Weefselbanken worden normaal. Daar kweken wetenschappers organen op bestelling gekweekt.
¨Een genetisch onderzoek wordt standaard gebruikt voor zwangere vrouwen.
¨Mensen kunnen veel ouder worden. Dat komt omdat wetenschappers nu cellen kunnen repareren en ze ontdekken de geheimen van ouderdomsziektes.
¨Er worden mensen gemaakt met minder genetische afwijkingen, superieure intelligentie en weerstand tegen ziektes.
¨Het genetisch veranderen en klonen van mensen wordt heel gewoon.
Dit klinkt wel heel toekomstig, maar een deel ervan zal toch zeker uitkomen.

H4 De voordelen van klonen.

Er zijn een heleboel voordelen van klonen.
Door te klonen kan men betere medicijnen maken. Bijvoorbeeld medicijnen voor ziektes waar we al medicijnen tegen hebben, maar die veel bijwerkingen hebben. Door te klonen kan je dan misschien wel een medicijn maken dat ook werkt, maar minder bijwerkingen heeft. Ook zal misschien op den duur door gentechnologie een medicijn gevonden worden tegen aids en kanker. Voor kanker zijn wel medicijnen, maar die kunnen niet iedereen helpen, maar misschien met medicijnen die ontwikkelt zijn met gentechnologie kunnen ze wel iedereen genezen.
Door te klonen kunnen boeren veel betere en lekkerdere producten maken. Ook kan men producten maken die tegen bepaalde schimmels en ziektes kunnen, want nog steeds gaat een deel van de oogst van de boeren verloren doordat gewassen aangetast worden door zulke dingen. Dat soort problemen is nu wel op te lossen met bestrijdingsmiddelen, maar die zijn vaak slecht voor het milieu. Dus door klonen hebben boeren een hogere opbrengst en verdienen ze meer, maar ook wordt ook een heel deel van de vervuiling tegengegaan.
Door klonen zouden zelfs vrouwen die niet zwanger kunnen worden, toch een kind krijgen van zichzelf. Dat kan namelijk met dezelfde techniek als bij het schaap Dolly is gebruikt. Doktoren kunnen een donoreicel nemen en daar het DNA uit halen en dan het DNA van de vader en de moeder erbij doen en het dan door een draagmoeder laten dragen. Vrouwen kunnen het kind dan niet zelf dragen, maar de ouders hebben dan wel een kind helemaal van zichzelf en dat is voor die ouders al een hele vooruitgang.
Door te klonen kunnen misschien zeldzame dieren en heel misschien zelfs uitgestorven dieren gered kunnen worden. Zo is in 1998 al een gekloond rund van het zeldzame ras “Auckland Island” geboren. Als wetenschappers de runderen dan klonen komen er steeds meer en zijn ze niet meer zeldzaam. Ook worden er al experimenten gedaan om de reuzenpanda te redden door hem te klonen en in de baarmoeder van een hond terug te zetten. Uitgestorven dieren zoals de mammoet zou gered kunnen worden door een cel van een ingevroren mammoet bij een leeggehaalde eicel van een olifant te doen.
In Nederland is een tekort aan donoren. Maar vaak als er al een donor beschikbaar is, wordt het orgaan afgestoten door het lichaam van de patiënt.
Dat is natuurlijk heel erg zonde. In Nederland wordt nu al geëxperimenteerd met de organen van varkens. Deze organen hebben ongeveer dezelfde grote als de organen van mensen. Zo kan je het tekort van donoren wel oplossen, maar je hebt dan nog wel het probleem van het afstoten en dat kan je oplossen door te klonen. Dan kan je namelijk de organen genetisch zo veranderen dat ze (bijna) dezelfde genen hebben zodat het orgaan niet wordt afgestoten.
Door te klonen en door gentechnologie zal je grote milieuproblemen op kunnen lossen. Er is in 1980 al een micro-organisme “gemaakt” die mee helpt om olie op te ruimen. In de toekomst wordt dat ook mogelijk bij andere stoffen.

H5 De nadelen van klonen.

Het grote nadeel van klonen is dat als je bijvoorbeeld een groep dieren met dezelfde genen hebt en er komt er één in aanraking met een besmettelijke ziekte, dat meteen alle dieren heel snel elkaar besmetten. Bij gewone voortplanting en dus met menging van genen is die kans veel kleiner. Lang niet alle dieren worden besmet, omdat een aantal dieren waarschijnlijk tegen deze ziektes kan. Als het bijvoorbeeld een dodelijke ziekte is, zijn bij gekloonde dieren meteen alle dieren dood. Dat is dan dus een heel groot verlies voor de boeren. Bij menging van genen blijven er altijd nog een paar over zodat de boer daarmee nog verder kan fokken.
De gevolgen van klonen zijn nog onbekend. Misschien blijkt later wel dat klonen heel gevaarlijk is en als dat dus blijkt kan het niet meer terug worden gedraaid, omdat alle gekloonde en genetisch veranderde planten en dieren zich al vermenigvuldigd hebben, ook met niet-gekloonde dieren en planten. Deze dieren en planten kunnen nooit meer worden opgespoord en ze planten zich steeds weer voort. Zo zijn de gevolgen niet te overzien.
Bij orgaan donaties van dieren zoals varkens moet men eerst verder onderzoeken of er dan geen dierlijke ziektes worden overgedragen. De onderzoekers moeten dus niet al gaan onderzoeken of ze de genen van varkens kunne veranderen, terwijl ze nog niet weten of het wel verantwoordelijk is en dat er geen ziektes worden overgedragen.
De superzaden die bij de boer voor een recordoogst moeten zorgen zijn maar één keer te gebruiken. De boer moet dus veel meer uitgeven aan zaden.
Onderzoekers zijn al druk bezig om te onderzoeken of je mensen ook op de manier zoals bij Dolly is gebeurd kan klonen. Maar niemand weet precies hoe het verouderingsproces werkt en dat zou wel eens heel gevaarlijk kunnen worden. Als je misschien iemand op 40-jarige leeftijd kloont, zou de kloon misschien wel geboren kunnen worden met genetische schade die in 40 jaar is opgelopen, of misschien leeft de kloon wel 40 jaar korter. Daarom kan je beter stoppen met klonen, voordat je weet wat de échte risico’s zijn.
Nog een groot nadeel van klonen is dat alles op dieren getest wordt.
Dus als het een keer fout zou gaan, dan zit dat dier ermee. Ook is het klonen alleen maar gericht op de verbetering van het leven van de mens en niet gericht op het leven van een dier.

Conclusie

Veel mensen zijn tegen klonen, maar ik denk dat dat onterecht is.
Klonen is denk een hele positieve vooruitgang, omdat het niet alleen het leven van mensen verbeterd, maar ik denk toch zeker ook dat van dieren en planten.
Er zijn ook wel nadelen, maar ik denk dat de meeste wel opgelost kunnen worden door bijvoorbeeld eerst nog meer onderzoek te doen en eerst van alles te weten te komen van de genen, waar ze voor zijn enzovoort.
Ik vind dus dat het onderzoek naar klonen vooral door moet gaan!

Bronvermelding

¨boek: “Klonen: Ontwikkelingen van de gentechnologie” van David Jefferis, 2001.
¨boek: “Allemaal klonen: feiten, meningen en vragen over kloneren” van Henriëtte Bout, 1999.
¨boek: “Klonen: Mensen en dieren op bestelling” van Pieter van Dooren, 1998
¨internetsite: www.greenpeace.nl

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.