Jodendom

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 8300 woorden
  • 19 februari 2000
  • 194 keer beoordeeld
Cijfer 5.1
194 keer beoordeeld

Inhoud : Jodenvervolging : -Waarom werden zij vervolgd? -Voorspel -Het system -Schok der bezetting -Terugblik -Kat en muis -Joodse Raad -Deportaties -Het doorgangskamp Westerbork -Centraal vernietigingskamp
Auschwitz -Het uitwisselingskamp Bergen- Belsen -Het elitekamp Therensiënstadt

Joodse tradities: -De sjabbat -De synogoge -Het gebed -Gebedskleding -Joodse feesten -Kort historisch overzicht jodenvervolging Waarom werden zij vervolgd ? Volgens de opvattingen van de Nationaal-Socialisten in Duitsland, neergelegd in het Boek van Adolf-Hitler `Mein kampf ' was het germaanse ras superieur aan alle rassen. Het woord `ras ' wordt daar niet gebruikt in de zin van het gele, het zwarte of het blanke ras maar duidt een groep mensen aan methetzelfde verleden of dezelfde taal. Wij noemen dat een volk of een taalgroep. Het Duitse volk verhief zich boven alle andere het moest zich onbelemmerd door schadelijke invloeden van `minderwaardige rassen' kunnen ontplooien tot de nieuwe wereldheersers van het Derde, duizendjarige, Rijk. Zij haatten`minderwaardige rassen' zoals slaven en zigeuners maar bovenal joden. Waarom ? In Nederland wonen tegenwoordig 14 miljoen mensen , 25000 daarvan zijn joden. Zij vormen een minderheid in de Nederlandse samenleving. In de geschiedenis zijn de joden bijna altijd een minderwaardigheidsgroep geweest. Vanaf de verwoesting van de tempel in Jeruzalem door de Romeinen, in 70 n.Ch hadden de joden geen eigen land meer. Ook na de oprichting van een eigen Staat Israël in 1948 woont een meerderheid van de joden nog steeds als een minderheid in andere landen. In de ogen van meerderheid heeft een minderheidsgroep gauw iets vreemds. Er is altijd angst voor het onbekende, en iedere minderheids- -groep heeft een taal, een geloof, gedragsregels, die de meederheid niet kent. De joden zijn het enige volk die zo lang achter elkaar de minderheids- -groep is geweest. In de geschiedenis van de Joden is de angst voor hen, als groep met onbekende gewoonten, een vast bestandsdeel geworden. In de loop van tweeduizend jaar zijn er verschillende uitingsvormen voor ontstaan. Al in het Nieuwe Testament en op basis daarvan vooral in de Middeleeuwen, Begon men Joden ervan te beschuldigen dat zij Jezus hadden gekruisigd. Men was vergeten dat jezus zelf Jood was. De kruisvaarders op weg naar het Heilige Land om het uit de handen van de de ongelovige islamieten te redden, vermoorden op hun route vele Joden. In 1215 gelaste de Paus dat alle Joden een uiterlijk herkenningsteken moesten dragen; in sommige streken werden Jodenhoeden verplicht gesteld, in andere gele lappen of circelvormige tekens die men op de kleren moest naaien. Rond 1350 toen door de pest een derde van de europese bevolking omkwam nam de Joden vervolging in de getroffen gebieden toe. De Joden werden de zondebokken. Men sloot ze op in een ommuurede gedeelte van de stad waar ze verplicht waren te gaan wonen: in Venetië ontstond zo de eerste Getto. Toch bestaat de Joodse geschiedenis niet alleen uit vervolgeingen. Er waren altijd staten die minderheidsgroepen in hun midden niet vreesden, omdat zij zelfs stabiel en welvaard waren. Zo leefden de Joden met kleine tussenpozen zeer vredig in Spanje van 800 tot 1492, zo werden zij toegelaten in het Turkse Rijk wat zich toen uitstrekte van de Balkan tot Egypte, en zo waren er plaatsen in Italië waar van oudsher Joodse vestingen zijn. Een nieuwe periode brak aan toen in 1616 door de Staten van Holland besloten werd de Joden niet gedwongen mochten worden tot het dragen van uiterlijke herkeningstekens. De Franse Revolutie bracht de principes van Vrijheid en Gelijkheid en Broederschap in praktijk ( 1796 ). De Franse Joden werden Franse staatburgers van joods geloof. Deze ontwikkeling ging niet overal even snel, in Holland was de Burgerlijkegelijkstelling in 1796, in Engeland in 1858 en in Duitdeland in 1870. Ondanks de groeiende gelijkheid voor Joden was de oudeJodenhaat niet verdweenen, Naast de religieuze vooroordelen en sprookjes over joodse macht en rijkdom, kwam daar in de 19e eeuw een op kwasi-wetenschappelijke onderzoeking gebaseerde rassenleer bij. Jodenhaat ging antisemitisme heten. Behalve de nadruk op eigen ras ontstond in dezelfde periode het inzicht dat ieder volk ook een eigen land zou moeten hebben zo werd zowel Italië als Duitseland verenigd tot één staat onder één vorst. Dit noemt men nationalisme. Een extreem natiomaalisme maakt het verdragen van minderheidsgroepen moeilijker. Sommige Joden trachten in deze denkwereld hun plaats te vinden door hun eigen, joodse indentiteit zoveel mogelijk naar de achtergrond te dringen. Zij lieten zich zelfs dopen, zoals Karl Marx, Felix Mendelsohn en Heibrich Heine. Het hielp niet. In 1894 brak in Frankrijk een golf van antisemitische los bij de zogenoende Dreyfus affaire. Een Joodse offecier van het Franse leger werd er van deschuldigd gespioneerd te hebben en werd er voor veroordeeld. Dreyfus bleek inderdaad onschuldig. De felle antisemitische campage, waarmee deze affaire gepaard ging had vele Joden die zich in Frankrijk en Duitseland gelijke brurgers hadden gewaand doen opschrikken. Zij leken opgenomen in het Westeuropese leven, maar waren dat niet. Zij reageerden met een eigen nationalistische oplossing: de oprichting van een eigen staat. Het politiek zionisme was geboren. In Oost-Europa, waar vervolging en ongelijkheid heersten,werd het een beweging met grote aanhang. In West-Europa voelden men zich toch zo veilig in de landen waar ze woonde dat het zionisme een elite-beweging bleef voor diegenen die begrepen hadden dat het op de achtergrond stellen van het Joods-zijn geen oplossing bood voor de anti-Joodse gevoelens van de buitenwereld. Vele Joden genoten van de deelname van de Westeuropese samenleving. men wilden het niet opgeven. In Duitseland voelden men zich opgenomen in de cultuur van Mozart, Beethoven, Goethe en Kant. Hoe kon men van een volk dat zoveel indrukwekkends had voortgebracht iets slechts verwachten. Het 19e-eeuws antisemisme stierf niet. In de 20ste eeuw werd het na de Eerste Wereldoorlog door de NSDAP, de National Sozialistische Deutsche Arbeiterpartei, tot basis van hun progamma gemaakt. De Duitse cultuurhad geen weerwoord, de daarin opgenomen Joden evenmin. De moord op 6 miljoen was niet tegen te houden. ___________________________________________________________
Duitseland
___________________________________________________________
Voorspel
Toen Adolf Hitler op 30 januari 1933 benoemd werd tot Rijkskanselier, had Duitseland een bewogen periode achter de rug. Omdat Het pas in 1871 één staat geworden was het één van de jongste landen van Europa, echter met de ambities van een grootmacht. De nieuwe staat kreeg met als hoofd de Koning van Pruisen, die toen Keizer van Duitseland werd. Niet het recht waarop het recht menden te hebben. De Eerste Wereldoorlog van 1914-1918 volgde. Duitseland verloor de oorlog en bij de vrede van Versailles, getekend in 1919, moest het als verliezer een enorme schadevergoeding betalen aan de overwinnaars, Frankrijk, Engeland en Amerika. En Duitseland mocht geen leger, geen vloot en geen luchtmacht ter beschikking hebben. Voor Duitseland was het verlies van de oorlog tevens het einde van het Keizerrijk geworden. Een democratie van sozialisten en centrumpartijen werd de nieuwe staatsvorm. De Republiek van Weimar, zoals men Duitseland tussen 1918 en 1933 noemden, had het zwaar te verduren: politieke crises door tegenstand van zeer linkse en zeer rechtse groeppeeringen, en een zeer slechte economische situatie, veroorzaakt door de oorlogsschuld, gaf voedsel aan ontevredenheid. In 1923 poogde de NSDAP van Adolf Hitler in de deelstaat Beieren omver te werpen. Hitler werd gearesteerd, schreef in de gevabgenis zijn boek ` Mein Kampf ' en werd na één jaar in plaats van na vijf jaar vrijgelaten. Zijn ervaringen met deze `putsch' leerde hem dat hij democratiese middelen moest gebruiken indien hij aan de macht wilde komen. Hij een zijn partijgenoten wonnen zetels in het duitse parlement, de Rijksdag. In hun propogamma maakte zij gebruik van hun vereering van het germaanse of arische ras, en werd hun antisemitisme ewen middel om de massa te bereiken. Even als in de Middeleeuwen werden de Joden opnieuw de zondebokken, nu voor de frusterende ervaringen van het Duitse volk in en na de Eerste Wereldoorlog. Pas toen in 1929 de grote economische crisis Amerika en Europa verlamden won de Nazi-partij aanhang op grote schaal. Op 30 januari 1933 volgde de benoeming van Adolf Hitler tot Rijkskanselier. Op 1 april 1933 kreeg Hitler de macht van een aleenheerser, dictator, op 7 april werden alle Joodse amternaren ontslagen. Het was pas het begin, aan het einde van 1933 waren de Joden een geisoleerden groep, veracht, uitgesloten van de openbare en culture leven. Pas in September 1935 werd aan deze racistische politiek een wettelijke grondslag gegeven: de Neurenberger Wetten. Ten eerste werd bepaald dat alleen mensen van puur germaanse of `arisch' bloed burgers van het Derde Rijk konden zijn, Aan heen waren personen met `onzuiver' bloed ( Joden ) onderworpen. In een tweede wet werd verhinderd dat zuiver arisch en onzuiver joods bloed zich zouden vermengen, huwelijken en verhoudingen tussen Joden en ariers werden verboden. Vele Joden berustten in deze maatregelen, men wist nu welke beperkingen er waren, dat het eger kon worden kon men zich niet voorstellen. Anderen slaagde erin Duitseland te ontvluchte ondanks de vele moeilijkheden bij het krijgen van een paspoort en papieren. Tot 1938 waren 150.000 Duitse Joden gedwongen geemigreed, met achterlating van al hun have en goed. In 1938 werd Oostenrijk, vrijwillig bij het Derde Rijk ingelijfd. Ook daar volgden antisemitisme en gedwongen emigratie. In november 1938 werd de Jood Herschel Grynszpan de derde ambassade-secretaris van de Duitse ambassade in Parijs vermoord. Jaren van Antisemitische propoganda ontlaadden zich in de `Kristallnacht': 30.000 Joden werden gearresteerd, 191 synogogen verwoest, 7500 winkels geplundeerd. Op 1 januari 1939 kregen de Duitse Joden persoonsbewijzen. Tot 1940 wisten nog eens 150.000 Joden het land te verlaten. Degenen die achterbleven de mensen zonder geld en zonder invloed, wachtten murw gemaakt door de lange jaren vanvernedering op wat hun nog zou overkomen. Wat zou de `definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk ' voor hen gaan betekenen ? Het systeem `24 augustus 1943
Wanneer er ergens een ongeluk gebeurt, dan is het een natuurlijk instinct in de mens, dat hij te hulp loopt en redt wat er te redden valk. Maar ik ga vannacht alle bady`s aankleden en moeders kalmeerend toespreken en dat noem ik dan ` helpen ', ik zou me hier bijna om kunnen vervloeken, we weten toch, dat we onze zieken en weerlozen gaan prijs geven aan honger, aan hitte en kou en onbeschutheid en verdelging we kleden ze zelf aan en geleiden ze naar de kale beestenwagens, als ze niet kunnen lopen dan maar op brancards. Wat gebeurt er toch allemaal , wat zijn dat voor radselachtigheden, in wat voor noodlottig mechanisme zitten we verstrikt ? Wij kunnen die niet afdoen met woorden , dat we allemaal laf zijn. En zo zijn we toch ook niet. We staan hier voor diepere vragen....... Etty Hillesum

De nagelaten geschriften van Etty Hillesum. Voor ons, 53 jaar na de bevrijding van Nederland, is het mogelijk geworden een patroon te trekken uit het doen en laten van Nazi-Duitseland met betrekkinf tot de Jodenvervolging. De tijd heeft ons een afstand gegeven tot de gebeurtenissen van toen, waardoor wij de hoofdmomenten men te doen onderscheiden. Zij, de mensen die het meemaakten konden dat niet. Hun ervaringen strekt niet verder dan het vergelijken van de laatste verordeningen met met die van de dag ervoor. Zij kenden de geheime beslissingen van Hittler en zijn medewerkers niet, noch konden zij ondoorzichtige bureaucratie doorgronden of zich een beeld vormen van de immorele verdeel-en-heers politiek waarmee de National-socialisten hun Joodse slachtoffers valse hoop op leven gaven. De Nazi1s hebben tussen 1933 2n 1945 verschillende opvattingen gehad over ` De oplossing van het Joodse vraagstuk ' en het daarbij behorende ` Jodenvrij ' maken van het aan hun onderworpen gebied. In Duitseland zelf was de gedwongen emigratie aanvankelijk het enige middel dat men gebruikte. Ook speelde men soms met de gedachte de Joden naar een verafgeleggen gebied te sturen zoals Madagaskar. Een idee dat spoedig vergeten werd, maar waaruit blijkt dat in de eerste periode, 1933-1939, de werkelijke systematische uitroeiing van de Joden nog niet was vastgesteld. De tweede fase begint wanneer Nazi-Duitseland op 10 oktober 1939 Polen heeft onderworpen en inlijfd bij het Derde Rijk. Daar begon men onmid--delijk met een veel hardere behandeling van de Joden : er werden getto`s ingesteld onder leiding van een Joodse Raad en men werd verplicht een uiterlijke kentekens te dragen: een armband, voorloper van de gele ster. Inde getto`s warewn de leefomstandigheden zeer slecht, zij waren overbe- -volkt, er was weinig medische hulp en zwaar werk. Men kende hier een natuurlijke, zij verhaaste dood. In mei 1941 begint het moorden. De Duitse troepen die naar rusland gingen hadden kleine comanddo`s bij zich die geen andere taak hadden dan het systematisch doodschieten van Joden. Kort daarna werden de plannen ontwikkeld voor de ` definitieve oplossing' en tijdens de Wannsee Conferensie, gehoeden op 20 januarie 1942, werden de details uitgewerkt. De Joden wisten dit alles niet. Ze zagen alleen de uitvoering van de maatregelen, waaraan gehorzaamd diende te worden op straffe van concentratiekamp of gevangenis. Zij zagen de aanwijzingen van de Joodse Raden; deze begonnen met het organiseeren van het ontredderde Joodse leven. Later moesten zij maatregelen uitvoeren die voorboden waren van het naderend onheil en ten slotte moesten zij het transport matriaal leveren. Bij alles wat zij deden waren de Joodse Raad afhankelijk van de Duitse overheersers. Hun vrijheid van handelen was een schijnvrijheid, hun macht schijnmacht. Bij het uitvoeren van hun opdracht waren zij de grens overschreden die van hen welwillende burgers ( die erger wilden verkomen ) hadden gemaakt, tot de boodschappenjongetjes van hun moordennaars. Weigerden zij, dan gingen ze op transport en kwammen andere in hun plaats. Iedereen die in dit apparaat opgenomen was, van hoog tot laag passeerde deze grens, zonder het te willen, zonder het te kunnen voorkomen. De Duitsers hielden het kaartenhuis van het Joodse zelfbestuur zorgvuldig overeind. Zij schiepen een wereld waar de schijn werkelijkheid werd en de waarheid, `de uiteindelijke moord op allen ' slechts werd aangeduid met `werkkampen in het Oosten' Hoe konden de Joodse massa`s, die niet door hun politieke overtuiging al lang anti-facist waren, hierop reageeren ? Zij hadden geen greep op de grens tussen werkelijkheid en schijn. Zij reageerden op wat waarneembaar was, de oproep van de Joodse Raad voor `tewerkstelling in het Oosten' en de daarbij behorende lijst van toe- -gestande bagage. Zij voelden onbestemde angst in de treinen van beeste- -wagens. De Nazi`s houden de schijnwereld op tot op het allerlaatste. Vrouwen, kinderen en oude mensen werden per vrachtauto van het station Auschwitz naar de `douches' gebracht. Daar warer stukjes zeep en een betegelde ruimte en daar bleek de waarheid: gas in plaats van water
___________________________________________________________
Nederland
___________________________________________________________
Dat een yder paryiculier in sijn religie vrij sal moegen blijven, ende dat men nyeemant ter cause van de religie sal moegen achterhaelen of te ondersoucken of te ondersoucken.' Unie van Utrecht,1579
Schok der bezetting
In de vroege ochtend van 10 mei 1940 werd Nederland door Duitseland overompeled. Na de bombardement op Rotterdam ( 14 mei ) gaf het Nederlandse leger de strijd als verloren op en ons land werd bezet door de Duitsers. Koningin Wilhamina en de regering, tot op het laatste nog gelovend in een politiek van neutraliteit, namen de wijk naar Londen. Hitler besloot een bezetingsbestuur aan te stellen met aan het hoofd de rijkscommissaris dr. Arthur Seyss Inquart, een fervente Oosterijkse Nazi. Het waren eigenlijk alleen de aanhangers van ir. Anton Mussert, de Nationaal-Socialistsche beweging (NSB), die de Duitsers hier als vrienden en bondgenoten verwelkomden. De schook was groot. Sinds de Franse tijd (1795-1815) was Nederland niet direct met een oorlog op eigen grondgebied betrokken geweest, laat staan dat het bezet was. De parlementaire democratie, een verworvenheid sinds 1848, werd opgeheven, en de eeuwenlange band met het huis van Oranje doorbroken. Zoals bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 nog wel gebeurd was, had Nederland nu niet de dans kunnen ontspringen. `Het was net zoals zovele andere Europese landen ten prooi gevallen aan de expansiezucht van Hitler, die hier overigens nog tot 1939 officieel als `bevriend staatshoofd' werd beschouwd. Hoewel het Duitse antisemitisme zich afspeelde aan Nederlands' grenzen, nam bijna niemand de anti-Joodse activiteiten serieus: alleen communisten en anti-fascistische groeperingen sloegen alarm. Wie nu, in de eerste dagen der bezetting, sombere voorgevoelens kreeg en trachte te vluchten, vond de grenzen dicht en de kust geblokkeerd. Ontsnappen zou van nu af aan een zaak van goede connecties, geld, juiste leeftijd en durf worden, of een combintie van deze factoren. En wie wisten wat er voor de deur stond? * * * Terugblik
In mei 1940 woonden er 140.000 joden in Nederland, 100.000 ervan in Amsterdam. Afgezien van de vluchtelingen uit Duitseland, die sinds 1933 mondjesmaat Nederland waren binnen gelaten, woonden eral meer dan 300 jaar Joden in ons land. In die periode waren er geen vervolgongen geweest en had men zelfs, vergeleken met andere Europese staten, een ruime mate van vrijheid gekregen. Omstreeks 1595 vestigden zich Marranen in Amsterdam. Dat zijn spaanse Joden die, toen ze in 1492 moesten kiezen tussen verbanning uit het land, de doop of de dood, verkozen hadden katholiek te worden. In geheim bleven zij echter hun oude geloof trouw. Eenmaal in Amsterdam gevestigd, begonnen zij opnieuw de Joodse wetten na te leven. Deze Joden spraken spaans of portugees, waren kooplieden of intellectuelen en hadden enig geld. Voor hen vaardigde de Staten van Holland de resolutie uit dat men de Joden niet mocht dwingen uiterlijke kentekenen te dragen. De tolerante houding van het Amsterdamse stadsbestuur raakte bekend. In 1635 werden de gemeente van de Hoogduitse Joden opgericht. Zij kwamen uit Polen en Duitseland, spraken Jiddisch, een in Hebreeuwse letters geschreven taal waar Duitse, Poolse en Hebreeuwse woorden in voorkwamen. Gevlucht voor de vervolgingen in Polen of het geweld van de Dertigjarige Oorlog in Duitseland, waren zij zonder enige bezitingen. Al spoedig overtroffen zij in aantal de Portugese Joden. De laatste groep is nooit groter geweest dan 5.000 personen. Tussen beide groepen Joodse gemeentschappen ontstonden toen al grote verschillen in achtergrond, in welstand en Joodse kennis. Aanvankelijk was de Portugese gemeente het belangrijkst, na 1750 werd dat anders toen ook de Hoogduitse Joden meer kansen kregen in de Nederlandse samenleving. Toch beleef er verschil ontstaan; dit werd door de Duitse bezetters zelfs nog gehanteerd. Voor beide groepen gold dat zij niet alle beroepen konden uitvoeren, geen lid konden zijn van de meeste gilden en zich niet vrij konden vestigen in Nederland. Beide besturden hun eigen gemeenschap. In dit als kwam verandering in 1796, toen na de komst van de Franse alle burgers gelijke rechten kregen, zij het na enige discussie, deze ook aan de Joden werden toegekend. In korte tijd woonden 58% van de Joodse bevolking buiten Amsterdam. In 1860 hadden 500 dorpen en steden Joodse inwoners. Eén van de redenenvan deze uittocht was de grote armoede onder de Joden in de grote steden. In de loop van de 19e eeuw werden de Joden opgenomen in de Nederlamdse samenleving. Eerst de kleine groep rijken, aan het eind van de eeuw het grote Joodse proletariaat. Zij streden zij aan zij met hun niet-Joodse lotgenoten voor verbetering van hun leefomstandigheden. Tijdens dit proces waren veel Joden de band met hun geloof kwijtgeraakt. Hun Joodse verwavhtingen in een betere wereld vonden zij in het socialisme. De Joodse tradities kwamen voor hen op de tweede plaats. In 1940 stonden de Nederlandse Joden absoluut weerloos tegenover de bezetters, zij kenden geen vervolgingen en van hetgeen hun te wachten stond, hadden zij uit hun eigen geschiedenis ggen voorstelling. `30 september 1944

De moffen breken hun woord altijd in etappes. Nooit helemaal en nooit helemaal niet, maar altijd geleidelijk opgevoeren. Een zeer bewusten politiek-zie Mein Kampf' Abel J. Herzberg, Tweestromenland
Kat en Muis
Op 1 juni werds de luchtbescherming van Joden gezuiverd. Een onschuldige maatregel in verband met `oorlogsgevaar' ? Op 16 juli wer het rituele slachten verboden, een voorwaarde voor het eten volgens de Joodsr spijswetten. Maar dat trof `alleen maar' de traditionele Joden. Het was alweer maanden na het begin van de bezetting, dat de ambtenarenwereld werd aangepakt ( 18 oktober ). Zij moesten de Ariërverklaring, een bewijs van `arische raszuiverheid' tekenen. Lag het in de sfeer van gezagsgetrouwheid, dat men tekende ? De secretaris-generaal, de Topfunctionarissen vab de departementen hadden toch reeds trouw betuigd aan de Duitse bezetter, de zogenamde loyaliteitsverklaring en daarmee het voorbeeld gegeven ? Hoe dan ook, van nu af aan waren schappen en bokken gescheiden. Een scheidinhg die al direct op 4 november, leidde tot het ontslag van alle Joodse ambtenaren. Natuurlijk betrof het een `tijdelijke maatregel', was de `handhaving van de veiligheid' in het geding. Als je als Jood dan nog je salaris mocht behouden, waarom zou je dan zorgen maken over de `definitieve regeling'? Slechts enkelingen
zoals prof. mr. R.P.Cleveringa in Leiden, protesteerden tegen het ontslag van Joodse collega`s (26 november), een protest dat de studentenstaking aanmoedigde. Maar hielp dat, als de toch al aangepasten dagbladpers werd opgedragen te zwijgen over deze `ordeverstordering'? De meeste lieten de maatregel over zich heen gaan. Zelfs de Hoge Raad, het hoogste Nederlandse rechtscollege, liet zonder openlijk protest tegen deze inbreuk op één der allerfundamenteelste Nederlandse rechtbeginselen, zijn joodse president mr. L.E. Visser door de bezetter als minderwaardig Nederlander terzijde schijven. Eind 1940 begin 1941 treed de aanmeldingsplicht en registratie van alle Joden in werking,van allemaal, of ze nu vol, halfof kwart-Joods, ortodox, vrijzinnig of bekeerd zijn. Nalatingheid wordt bestraft met vijf jaar gevangenschap en/of verbeurdverklaring van vermogen. Nederlandse ambtelijkeinstanties voeren deze regestratie uit. De Joden meldden zich: ze hadden toch altijd gellefd in een welbestuurd land, en kwamen ze toch al niet voor in allerlei registraties ? Ze waren zich niet bewust van gevaar, de Duitsers kieten zich immers nooit over hun plannen uit ? De uitreiking van een persoonsbewijs, voor de Joden met een J erin gestempeld, zat natuurlijk even in de pen voor de afkondiging op 3 juni 1941. `Vaak wordt het de Joden kwalijk genomen dat ze deze maatregel niet hebben gesaboteerd. Kwalijk kan het de anbtenaren genomen worden, die niet hebben geschroomd zelfs deze maatregel tot in de perfectie te hebben uitgevoerd.`Zo staat geschreven in het gedenkboek van het verzet. Intussen liep de semi-militaire Weer-afdeling(WA) van de NSB op de Duitse plannen vooruit en lokte moeilijkheden uit, met name in de Amsterdamse Joodse buurten. Ze hingen bordjes op met `Joden niet gewenst ', er werden vernielingen aangericht en Joden werden op straat lastig gevallen en mishandeld. De Joden lieten dit echter niet zondere meer over zich heen komen. Ze vormden de eerste knokploegen in het land, gewapend met stokkenen bijlen. Tijdens de gevechten, waaraan niet0Joden ook uit andere delen van de stad deelnamemen, sneuvelde een WA-man. De Duitsers hadden een excuus om `orde en rust ' te herstellen. De oude Jodenbuurt ( rond het Waterlooplein) werd met hekken en tralies afgesloten tot eenn gettto, iets wat de Joden hier nooit gekend hadden ( 11 februari 1941) . Maar de uitdaggingen hielden aan. Om de schrik er in te jagen, hielden de Duitsers een razzia op 22 en 23 februari, waarbij niets- -vermoedende Joodse jonge mannen van de straat werden gesleurd, vernederd en mishandeld, geschopt en geslagen werden. Voor de niet-joodse Amsterdamers was nu de maat vol: op 25 en 26 februari breekt een algemene staking uit. `26 februari 1941
door de stad vlogen de berichten van mond tot mond. Overal staken ze! De ponten varen niet meer! De mensen vlogen de straat op. Er waren er veel die huilden van verdriet en ontroering. De één schreeuwden naar de ander. Men praate, instrueerde, een ieder had het gevoel, dat hij iets moest doen! Doen al was het allen maar draven van de ene groep naar de andere! Tegen de Joden- -vervolging de onmenselijkheid, tegen het `aan ons de straat' van WA en ander Mussert geboefte
Dagboekfragmenten, een journalist
De eerste en enige grote protestactie werd door de Duitsers natuurlijk verbroken. Maar ze begrepen veel dat de prikkeldraadversperingen om het getto niet gehandhaaft kon worden. De vier honderd arrestanten van de razzia werden naar Mauthausen gestuurd. Berichten sijpelden door dat de jongens daar aan zonnesteek, dysenterie, leverontsteking waren gestorven. Duitse gruwelpropoganda ? De schrik zat erin en zou erin blijven `Mauthausen' was van nu af aan gelijk aan de straf voor alles wat verboden was. Joodse Raad
De vechtparijen in de Joodse buurten hadden ook, op Duitse bevel, de instelling van de Joodse Raad tot gevolg (13 februarie 1941). In elk door de Duitsers bezet land werd zo`n raad ingesteld, ook daar waar geen verzet geboden was. Democraties gekozen was die Raad natuurlijk niet, de Duitsers wezen eenvoudigweg enkele vooraanstaande Joden aan om een groep samen te stellen die garant zouden staan voor het stipt uitvoering van de bevelen. Waarschuwingen van dr. Visser werden in de wind geslagen, geneergeerd: dat de `Joodse Raad' gangmaker van de onderdrukingspolitiek zou worden dat het door de raad uitgegeven`Joodse weekblad', de Jooden zouden isoleren van de rest van de Nederlandse bevolking, dat er `geen weg terug' meer zal zijn... De Raad moest rust en orde handhaven om `erger te voorkomen': de `wapens' van de Joodse knokploegen moesten worden ingeleverd. De Raad moest de Duitse vernederingen incasseren, de vijand te vriend trachten te houden, proberen van uitstel afstel te maken.Verzet zou niet baten. Er verstreekt nu geen maand meer, waarin het Joodse Weekblad niet bepalingen doorgaf waarin of de Joodse bewegingsvrijheid verder werd beperkt, of de joden verder werden verpauperd werden: ze mogen geen auto bezitten, ook geen fiets, ze mogen niet van het openbaar vervoer gebnruik maken, hun deelname aan gezelligheids- en sportvereningen is verboden, ze mogen niet vissen, niet telefoneren, geen sex hebben met niet-joden en niet in niet-Joodse winkels kopen, ze worden uit alle functies ontslagen, hun bezittingen werden hen ontnomen, hun rekeningen geliquideerd, uit openbare scholen worden ze geweerd evenals uit de bioscopen, de schouwburgen, de ziekenhuizen....... Taken die sinds jaar en dag door de gemeenschap vervuld werden, kwamen nu opeens op Joodse schouders te rusten, op die van de Joodse Raad. De Joodse Raad werd belangrijk: daar kon je immers informatie krijgen wat je moest doen met de warwinkel van maatregelen, je kon daar misschien uitvissen wat er met je gearresteerd kind gebeurd was, je kon er misschien met goede conecties een baantje krijgen; of een vrijstelling van de`tewerkstelling' nog wat rekken.... Het kon immers niet lang meer duren of de geallieerden zouden landen? Tot die tijd moest je maar zien je hachje te redden. Wat kon je anders doen, dan die `onvermijdelijke bevelen' maar op te volgen, als anders `allerernstigste maatregelen' je lot zouden worden? Wat die inhield, werd er niet bijverteld. Bang bleef je, ook voor de razzia`s , maar vooral voor `Mauthausen'. Angst had je om op straat lastig gevallen te worden, vooral sinds met de ingang van 2 mei 1942 het dragen van een zeshoekige gele ster met `Jood' erop, verplicht werd gesteld. Geen ster dragen? Een strafbaar feit. Bovendien was er in de eerste jaren van de oorlog geen getraind verzet, die met adressen, vervalste persoons- -bewijzen, levensmiddelen en geld Joden kondeb opvangen. Als Jood zat je als een muis in de val. De kat kon nog wat met je spelen voor de genadeslag toegebracht zou worden. Deportaties

Halverwege het jaar 1942 was de isolatie van de Joden een feit. Door de uitzonderingsbepaling, de vele verboden, de gedwongen verhuizing naar Amsterdam en door de gele ster waren de Joden gebrandmerkt en vervreemd van de rest van de bevolking. Maar het kon nog veel erger. Een getto, zoals in Polen met muren eromheen, was hier immers niet? Als je je maar aan de regels hield, was het naakte bestaan zelfs niet in gevaar. Daarin kwam spoedig verandering. Op 26 juni 1942 deelde de Duitsers mee aan de Joodse Raad, dat de Joden diende ingezet te worden bij werkzaamheden in Duitseland. Hoeveel personen dacht de Joodse Raad te kunnen leveren? Zou de Joodse Raad ook aan dit bevel gehoor geven? Ja, alweer met het argument dat daarmee misschien de mogelijkheid tot rekken bleef. Zou de Joodse Raad vrijstelling kunnen verzorgen? Ja, want zo redeneerde men, er moest een kern van belangrijke Joden bewaard blijven, die voor latere wederopbouw van belang zouden zijn. Wie dat dan zouden zijn? De medewerkers van de Joodse Raad in de eerste plaats. De Duiters voedden die hoop op uitstel van transport, door te vragen om lijsten van mensen die onmisbaar werden geacht. Iedereen ging toen uiteraad probereen op zo`n lijst te komen, via de Joodse Raad. Je kreeg dan een stempel in je persoonsbewijs, dat je voorlopig vrijgesteld was van `werkvergunning'. Slim bedacht van de Duitsers, geen chaos scheppen, de saamhorigheid van de bedreigde gemeenschap ondemijnen door middel van verdeel-en-heers tactiek. Je proberden bij de Joodse Raad druk uit te oefenen, te smeken, te dreigen. Ook tegenstanders van deze stempelarij zwichten wanneer ze zelf of hun dierbaaraten in gecaar kwamen. Wat voeren de Duitsers in hun schild: Tewerkstelling voor kinderen, zieken en ouden van dagen? Welke andere maatstaven dan die van vriendjespolitiek kon de Joodse Raad toepassen bij het uitreiken van stempels? Was het alleen maar een `onvermijdelijk nadeel' dat het proletariaat geen stempels verkreeg, omdat zij geen relaties hadden, of geen geld om op die kijst te komen? En dan nog, die stempels bleken al gauw waardeloos. De ene lijst na de andere `sprong'. Dan moest je weer op een andere lijst zien te komen, of een baantje zoeken op één van de overvollen kantoren van de Joodse Raad. En die Joodse Raad bleef zich aan de regels hoeden van het door de Duitsers aangestelde spel. Sommige Joodse Raden in andere landen hadden geweigerd bepaalde regels te volgen. maar dat was hier niet gekend. De Joodse Raad spoorde ertoe aan dat er aan de oproep tot `werkverruiming' gehoor werd gegeven. Maar vaak vlotte het niet zo, wie zich niet vrijwillig kwam melden, werd opgehaald. `Grune Polizei, bedrijvig bijgestaan door zwarte N. S. B.-politie drong alle huizen en verdiepingen binnen om Joodse burgers weg te voeren. Vooraan in de straat op het trottior stond een ouwd vrouwtje met een bleek getrokken gezicht zenuwachtig te frommelen aan haar zwarte tasje, bewaakt door gewapende dienders en aangegaapt
door nieuwsgierige toeschouwers. Het was lang niet het ergste trafeeltje, maar wel het meest blamerende van brute overmacht en nietsontziende grofheid.' J.Hemelrijk
Er is een weg naar de vrijheid
Het schrikbewind was permanent geworden. De treinen moesten elke week gevuld worden. `Gespannen luisterde je naar alk geluid op straat; nu komen ze me halen, binnen enkele seconden zullen ze aanbellen.' De opgehaalde werden naar de Hollandse Schouwburg gebracht, vanwaar ze soms na uren, dagen of weken met de tram naar het Centraal Station werden gebracht, naar Westerborg of het werkkamp Vught, of naar het kamp voor de elite, Barneveld. Degenen die aan deportatie trachten te onttrekken werden als strafgeval vaak eerst naar het concentratiekamp Amersfoort gebracht. ___________________________________________________________
De weg naar het einde
___________________________________________________________
Het doorgangskamp Westerbork
In 1939 werd op last van de Nederlandse regering in Westerbork een kamp geboews voor de opvang van de Duitse-Joodse vluchtelingen. Op 10 mei 1940 werd het kamp door 750 inwoners ( Joden ) bewoond. Op 5 mei 1945 woonden er 600 mensen. In de tussenliggende jaren waren 100.000 mensen in het kamp geweest, van hen keerden slechts 5% terug. Sids 1 juli 1942 was Westerbork een Duits doorgangskamp. Er werd prikkeldraad omheen gezet, er kwam een Duitse commandant met Duitse politie. In het overbevolkte kamp was een Joods zelfbestuur, vergelijk baar met de Joodse Raad. Er was een Joodse ordedienst, een ziekenhuis, een weeshuis, een bejaardenbarak, er waren scholen, toneelvoorstellingen, cabaret, revue, concerten. Maar overheersendwas de dreiging van het transport. Tussen 1 juli 1942 en 13 september 1944 vertrokken iedere dinsdag-morgen gemiddeld 1000 Joden, transportmatiaal. Het merendeel reisde met steeds dezelfde trein in steeds dezelfde afgesloten beestenwagens, zonder verwarming, zonder water, nauwelijks toilet, regelrech naar Auschwitz en Sobibor. Anderen de meer bevoorrechte, gingen naar het uitwisselingskamp Bergen-Belsen of het elitekamp Theresienstadt. Het resultaat was overal hetzelfde, de dood kwam slechts later. Centraal vernietigingskamp Auschwitz
In Auschwitz werden 90.000 Nederlanders onmiddellijk na aankomst vergast, of zij nu uit Westerbork, Bergen-Belsen of Theresienstadt kwamen. 10.000 anderen sleepten hun leven voort in de om het vernietigingskamp gelegen andere kampen. Een concentratiekamp, een werkkamp waar de meest erbarmelijke toestand heersten, kou, honger, zwaar werk. Geen kleding, nauwelijks medische verzorging, eindeloze appéls, mishandelingen, executies en tenslotte toch de gaskamer. Kampen waar overleven onmogelijk was en waar men toch alles en alles zette om het leven te houden. Het lukte slechts enkelingen. Het uitwisselingskamp Bergen-Belsen

In het uitwisselingskamp Bergen-Belsen werden die Joden gevangen gehouden, van wie men verwachtte dat ze als gijzelaar dienst zouden doen indien de nazi`s bijvoorbeeld krijgsgevangen wilden uitwisselen. Het kamp evenals Auschwitz was deel van een groter complex kampen. Het kamp had een Joods zelfbestuur, de Raad der Oudsten. Gezinnen bleven samen, zij het dat de vrouwen en mannen gescheiden werden. De mensen droegen hun eigen kleren en hadden nog enig bezit. Maar in de loop van 1944 werd het even slecht als ergens anders, honger en kou deden zich voelen, epidemieën, buikloop deden het werk voor de Nationaal-Socialisten. Velen stierven natuurlijk, maar te snel, anderen werden als noch afgevoerd naar Auschwitz.`De definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk' gold alle Joden. Het elitekamp Theresiënstadt
Theresiënstadt was een garizoensplaats in Tsjechoslowakije. In plaats van 7000 manschappen van het garizoens te herbergen, huisvesten het tussen 1940 en 1945 de elite van het Westeuropese Jodendom, 65.000 mensen (B.v de leiders van de Joodse Raad, personen uit het openbare leven) De Duitsers hadden altijd met succes geprobeerd binnen de groep der vervolgenden onderlinge verschillen te scheppen, rangen en standen te maken. De elite werd zelf ook weer in rangen en standeb verdeeld. Het kamp overvol, slecht eten, maar wel met musici, schilders,dichters en wetenschal menseb moest het als model kamp staan van de Duitsers. De Nazi`s toonden het de buitenlandrs om te laten zien hoe goed zij lieten zelfs een reclamefilmpje er van maken. Toen de film gemaakt was, en het Rode Kruis geweest was begonnen ook hier de transporten. Toen de `gewone' Joden dood waren, was het de beurt aan hen die ooit de leiding over hen hadden gegeven. Voor de dood waren allen gelijk. ___________________________________________________________
Balans
___________________________________________________________
Van de 140.00 Joden in Nederland werden er 107.000 gedeporteerd. Slechts 5500 overleefden de kampen; dat is dus slechts 5%. Van de overige 33.000 Joden konden er 14.000 hun leven redden omdat zij gemengd gehuwd waren, konden emigreren, of hun registratie als voljood ongedaan maken. 3.000 Joden wisten ilegaal de grens over te gaan en de wijk te nemen. Samen met 16.000 Joden die door onder te duiken zich verzetten tegen de Duitse jacht, vormen ze 15% van de 126.000, op wie de Duitsers het gemunt hadden. Er zijn nog 8.000 Joodse onderduikers opgepakt. Het aantal Joden dat een poging had gedaan om onderteduiken (24.000) vormt19% van de Joden op wie de Duitsers jacht maakten. Ondanks de anti-Joodse maatregelen, ondanks de dreigementen aan hen die geen gehoor gaven aan de oproep voor transport, ondanks de zware straffen voor hen die de Joden hielpen, heeft toch een onaanzienlijk percentage der Joden zich weerbaar getoond, in actief verzet of door onderduik. Joodse tradities
Wie is er Jood? Volgens het Joodse geloof is iedere jongen of meisje geboren uit een Joodse moeder een Jood. Het is niet mogelijk dit Joods zijn op te geven. Joodse jongens worden besneden als ze acht dagen oud zijn, ze worden besneden door een moheel (de besnijder) hij verwijdert met een scherp mesje de voorhuid van de penis door deze behandeling word het besneden jongetje opgenomen in het verbond dat God met Abraham, de stam,vader van de Joden gemaakt heeft. Op dertienjarige leeftijd wordt de Joodse jongens volwassen, dit heet bar-mitzwa. Hij krijgt dan de gelegen hij om in de synagoge een deel van de Tora ( de Joodse bijbel) voor te lezen. In de Tora staan alle regels waarna de Joden moeten leven. Er zijn meer dan 613 van die regels. De bekenste is de voedsel of spijswetten. Een Jood mag geen varkensvlees eten, want het vlees van een varken wordt in de spijswetten als onrein beschouwd, want in Leviticus 11 staat:`Jullie mogen alle dieren eten die op het land leven, als ze maar volledig gespleten hoeven hebben en ook herkauwen' het varken herkauwt niet dus zullen gelovige Joden dit vlees niet eten. Er is ook zo`n soort regel voor vissen:`alle vissen die geschudt zijn zij goed voedsel. Alle dieren die mogen worden gegeten moeten door een speciale slager worden geslacht. In Joodse keukens hebben ze ook vaak speciale pannen voor zuivelproducten en speciale pannen voor het vlees. Want in Deuterono- -mium staat dat je geen vlees mag koken in de melk en als wat van de moeder is gemaakt. De Joden hebben hier een speciale naam voor namelijk: kosjer. Dit betekent juist of geschikt voor consumpsie. In Nederland is het heel moeilijk om dit eten te verkrijgen. Niet alle Joden zijn Orthodox, dit wil zeggen: zij leven niet allemaal volgens de regels die in de Tora staan. Maar toch houden bijna alle Joden zich aan de Joodse- -tradities. De sjabbat

zes dagen zullen jullie werken maar op de zevende moet je rusten. Niemand mag op die dag werken, jij niet, je gezin niet, degenen die bij je werken niet. Zelfs het vee moet op die dag kunnen genieten van de rust. Want in de zes dagen heeft God hemel en aarde geschapen, de zee en al wat daarin is en Hij rusten uit op de zevende dag. Daarom heeft God de sjabbat tot een zegen gemaakt (Exodus 20 : 8-11) De sjabbat is een teken van het verbond dat God met be mensen hebben geschappen. Er zijn twee reden waarom de mens sjabbat moet vieren. Ten eerste om de schepping te herdenken, en ten tweede om de uittocht uit Egypte te herdenken. De sjabbat rust begint op vrijdagavond, kort voor de zonsondergang. Alle dingen zijn dan gedaan voor zaterdag zoals de maal- -tijden en zelfs de telefoon wordt uitgeschakeld. Als het mogelijk is gaan de man en de kinderen naar de synagoge. En thuis maakt de vrouw de sjabbatmaaltijd klaar of beter gezegd ze zet het op tafel, en steekt het sjabbatlicht aan. Als de man en de kinderen thuis zijn gekomen uit de synagoge worden de kinderen door hun ouders gezegend. Daar zegenen ze ook de wij en de twee challes (gevlochten broden). Dan gaat het gezin eten
Tijdens het eten worden er liurgische liederen gezongen ter ere van God, en de sfeer is die van diepe rust en harmonie. In de ochtend van de sjabbatdag woont het gezin eerst de synogogedienst bij, daarnaast is men ook verplicht die dag drie keer te bidden. Bij het ontbijt na de synogogedienst wordt opnieuw de wijn en de challes gezegend. `s middags wordt gewandeld en spelletjes gespeeld of ze gingen op visite. Maar de grootste bedoeling van de sjabbat is om veel te leren van het Jodendom. De sjabbat word beschouwd als een wekelijkse verering van God. De enige dag waarop de Joden gaan nadenken over zichzelf, en de tijd neemt voorzichzelf en voor anderen. De sjabbat word als een van de tien geboden van God aan Mozes gegeven an hij geeft het aan het volk. Het Joodse volk heeft dit als de grootste zegen doorgegeven aan andere volkerern. De synagoge
Op vrijdagavond begint de sjabbat op die dag houden de Joden hun god- dienstoefenigen in de synagoge. Omdat de Joden uit eerbied voor God niet willen dat iemand zonder hoofdbedekking in de synagoge komt, moeten alle mannelijke Joden een keppeltje dragen. Omdat de vrouwen geen deel nemen in de eredienst nemen ze plaats op de gallerij. Het orthodoxe Jodendom ziet het werk in het huishouden als de dagelijkse godsdienst- -oefening van de vrouw. Alleen tijdens de dienst van de `liberale' (vrij- -zinnige) Joodse gemeenyes mogen de vrouwen wel actief meedoen. Zo`n dienst word geleid door de voorzangers. Eén van de chazans (voor- -zangers) opent de dienst door een gedeelte uit het Bijbelboek Pasalmen te zingen. De rabbijn, de geestelijke leider van de gemeente, neemt een Tora- -rol uit de Heilige Arke. De Heilige Arke is een kast of een nis aan de oostkant van de synagoge. De rabbijn draagt de Torarol naar de biema, de tribune vanwaar vanaf de Torarol wordt voor gelezen. De tehst is geschreven in het Hebreeuws en wordt gelezen van rechts naar links. De voorlezer gebruikt daarbij een jat, dit is een aanwijsstokje in de vorm van een hand met daarin een gestrekte vinger. De Tora wordt in één jaar tijd helemaal uit gelezen. Als de voorlezer een deel heeft voorgelezen houdt de Rabbijn een korte preek. Er staat altijd een rode lamp vlak voor de Heilige Arke te branden. Rechts van de preekstoel staat een zevenarmige kandelaar te branden genaamd: de menorah. Links en recht van de biema hangen twee bordjes met daarop de tien geboden. Het gebed
Het eerste wat een jood doet als hij wakker wordt is zijn handen wassen om daarmee rein en onbevlekt tegenover God te staan en ook rein wordt dan het lichaam en de ziel tegenover de medemens. Een traditonele jood staat altijd vroeg op om na het reinigen het ochtengebed te kunnen uitspreken. Als het even kan doen ze het het liefst samen met andere mensen. s`Middags bidden ze ook maar alleen wat korter, ook s`avonds gaan ze bidden alleen dan bidden ze wel veel langer. En er wordt ook voor het slappen gaan gebeden. Er wordt ook gebeden tijdens speciale feesten of bijeenkomsten. Ook dat men dankbaar moet zijn voor de nieuwe kleren die men gehad heeft en voor nog langere zken wordt gebeden. Tevens spreekt men een gebed op voor het eten, na het eten, bij onweer, bij het zien van een regenboog, oceaan, vallende ster, de nieuwe maan, bij het zien van een geleerde of iemand van koningshuis. Maar ze biddeb ook als ze een goede vriend zien of op reis gaan. Men moet zich elk moment bewust zijn van zijn goddelijke oorsprong enals een zo goed mogelijk mens leven. Het Joodse Gebed bevat veel meer dan alleen vragen aan God. Het is eerder een gesprek tussen God en de mensen, daarom kon na de verwoesting van de Tempel 70 jr na Chr. het normale offeren vervangen worden door gebed. gebedskleding
Als een Jood gaat bidden drragt hij een witte mantel met door in geweven hemelsblauwe strepen. De naam van deze mantel is tallith, letterlijk `lok', `kwast' of `farnje', naar de kwasten waarmee de hoeken zijn afgezet. Deze kwasten waarschuwen de gelovige Joden om zivh niet te laten verleiden door de aardse verleidingen. Als de Joden dagelijks hun voorgeschreven gebed uitspreken dragen ze ook nog een tefillin, met andere woorden gebedsriem, op deze gebedsriem zijn kleine kubussen genaaid de zogenaamde `huisjes'. In deze huisjes bevind zich een woorde namelijk `Sjaddia', 'Almachtige'. Allen tijdens het avondgebed wordt de gebedsriem niet omgedaan. Joodse feesten
Ondanks de velen regels en verplichtingen is het Joodse geloof geen saai geloof, in tegendeel zelfs, want de joden geloven niet zoals de vele andere godsdiensten dat de mens `slecht en verdorven' is, maar ze geloven dat de mens zelf mag kiezen tussen goed en kwaad. Maar als iemand voor het kwaden kiest en daar oprecht berouw van heeft dan zal God hem ook vergeving schenken. Dus kunnen ook de vrome Joden een lekkere borrel nemen en feest vieren. In de Joodse godsdienst spelen ook feesten een belangrijke rol. Maar ook is elk feese een herdenking van een belangrijke gebeurtenis in het Joodse bestaan. De belangrijkste feesten zijn: Rosj - ha - sjana :Dit is het Joodse nieuwjaars feest dat in september wordt gevierd, toen wij bij 1998 kwamen waren de Joden al bij 5759. In de synagoge blaast men dan op de sjofar dit is een ramshoorn. En aan tafel eet men dan appel gedoopt in honing daarbij wordt dan de traditonele nieuwjaarswens uit gesproken. Jom - Kippoer :Met andere woorden de grote verzoendag het wordt tien dagen na het nieuwjaars feest gehouden. Op deze dag bidt men om de vergeving van de zonden van het Joodse volk. Soekkoth :Of met andere woorden het loofhuttenfeest dit feest valt direct met de grote verzoendag. Op deze dag bouwt ieder gezin een loofhut en woont in deze hut voor acht dagen en dan herdenken ze de uittocht uit Egypte. Simchat Tora :Op deze dag viert het Joodse volk het Vreugdefeest van de wet daarmee wordt gevierd dat voorlezing van de Tora in de synaggoge is afgelopen en dat ze weer opnieuw met het lezen in de Tora

Chanoeka :De Joden herdenken dan de inwijding van de Tempel 104 jr voor Chr. Poerim :Met andere woorden het feest van de Loten dit feest herindert de Joden aan de gebeurtenissen van tijdens de Babylonische ballingschap
gelukkig kon toen uitroeing van het Joodse volk verhindert worden door een Joodse prinses Esther, dat toen met de persische koning was getrouwd
en op haar voorspraak liet de koning de vervolgingen stoppen. Pesach :Dit is het Joodse paasfeest dit is tevens het hoogte punt van het jaar. Dat de redding van het Joodse volk uit Egypte herdenkt. Op vrijdag avond, Siederavond wordt dan de traditinele paasmaaltijd gegeten. Sjawoeoth :Dit is het wekenfeest dat men zeveb weken na Pesach viert, dit feest was vroeger het oogstfeest, maar nu herdenkt men dat Mozes de Tien geboden aan het volk Israël geeft. kort histories overzicht
Voor Christus
3761 Schepping van de aarde volgens Hebreeuwse kalender. 3100-2100 Vroege bronstijd
2100-1550 Midden-brondtijd
1850 Abraham trekt uit Ur in Chaldea naar het beloofde land, Kanaän, toen bevolkt door de Kanaänieten. Begin van de tijd der Aardsvaders
1720-1560 De Hyksos beheersen Kanaän
1600 Jakob en zijn zonen verhuisen naar Egypte, waar Jozef onderkoning is
1550-1560 Late bronstijd
1480 Toetmosis III van Egypte verslaat de Kanaänieten bij Megiddo. Het land wordt een Egyptische provinsie

1240 Uittocht van de Joden uit Egypte en de wetgeving bij Sinai
1200 Jozua trekt met de Israëlieten Kanaän binnen. 1200-900 IJzertijd. De Filistijnen vestigen zich aan de kust van Palestina
1200-1050 Tijdperk van de rechters; veel oorlog met de Filistijnen en de Moabieten. 1125 Debora en Barak overwinnen de Kanaänieten. 1025-1010 Regering van koning Saul. Overwinning op de Filistijnen en Amorieten. 1010-972 David koning van Israël met Jeruzalem als nationaal hoofdstad en religeus centrum. 972-932 Regering van Salomo. Bouw van de tempel te Jeruzalem. Handel met Foenicië en Arabië. 932 Spliting van het Rijk in de koningsrijken Juda en Israël. 932-722 Het rijk Israël. De profeten Elia, Jesaja en Elisa. 932-286 Het rijk van Juda
722 Assyrië verovert Samaria en vernietig het koningrijk Israël. Begin van de Assyriche ballingschap
722-586 De grote profeten Jesaja, Jermia en Ezechiël. 586 Jeruzalem veroverd door Nebukadnezar. Verwoesting van de Tempel, begin van de Babelonische ballingschap
539 Tijdperk van de hogepriesters
516 Inwijding van de tweede tempel van Jeruzalem. De boeken Ezra en Nehemai. 332 Alexander de grote verslaat de perzen en houdt zijn intocht in Jeruzalem
323-198 Regering van de Ptolemeëm. Hellenistische invloed op Judea
198-141 Regering van de Seleuciden van Syrie. 175 De tempel wordt ontwijd door Antiochus de 5e
164 De gereinigde tempel wordt weer in gebruik genomen

63 Verovering van Jeruzalem door de Romeinse veldheer Pompeius. 63 v-324 De Romeinse bezetting
37-4 Herodus, koning der Joden bij de gratie van Rome, restaureert en vergroot de tempel van Jaruzalem. 5 v ? Jezus wordt geboren in Jaruzalem. na Christus
17 Herodes Antipas sticht de stad Tiberias. 26-36 Pontius Pilats, procurator van Judea. 27 Prediking van Johannes de doper. Begin van het openbare leven van jezus. 30? Jezus wordt gekruisigd. 37-44 Regering van Herodus Agrippa. 66 Op stand van de Joden tegen de Romeinen. 70 Verovering van Jeruzalem door de Romeinen en de vernietiging van de Tempel
73 Val van Massada; einde van de opstand. 130 Keizer Hadrianus maakt van Jeruzalem een romeinse stad met de naam Aelia Capitplina. 132-135 De tweede opstand tegen de Romeinen onder leiding van Bar Kochba. 135 Hadrianus maakt vam Judea een romeinse provisie genaamd Syria-Palastina. 135-324 Alleen in Galilea vrijheid voor de Joden. 324-638 De Byzantijnse tijd. 324 Consantijn de eerst Christelijke keizer bezet Palastina. 326 Consantijn en zijn moeder Helena beginnen van Jeruzalem een Christelijke stad te maken
537 Keizer Justinianus ontneemt de Joden hun burgerrechten en hun godsdiestvrijheid
614 De perzen, geholpen door de Joden vallen Palastina binnen
629 Byzantium herovert Palastina. 638 Jeruzalem wordt door de Arabieren onder leiding van kalief Omar verovert. 638-1096 De Arabische tijd. Palastina een onbelangrijk deel van het rijk. van de Omaijden, Abbassieden en Fatimieden. 691 Bouw van de Rotskoepel in Jeruzalem. 807 Haroun al Rachid erkent Karel de Grote als de beschermheer van de heilige plaatsen. 1071 Jeruzalem verovert door de Seldsjoeken. 1096-1291 Tijd van de Kruistochten. 1099 De kruisvaarders veroveren Jeruzalem. 1187 Saladin verovert Jeruzalem. 1189 Akko en de kust weer in de handen van de Kruisvaarders
1244-1517 Palastina aan de Mammelukkenm Verwoesting van versterkte kustplaatsen. 1291 Val van Akko, einde van de kruisvaarders. 1517 Palastina veroverd door de Turken; het wordt een deel van het Osmannse Rijk. 1517-1917 De Turkse Tijd. 1799 Sultan Suleyman de Grote herbouwt de muren van Jeruzalem. 1831 Het leger van Egypte valt Palastina binnen

1870 De eerste Joodse landbouwscholen worden gesticht. 1896 Theohdor Herzl publiceert,, Der Judenstaat'' : er is maar één oplossing voor de eeuwig opgejaagde joden, namelijk een afzonderlijke Joodse staat. 1897 Het eerste zionistische wereldcongres te Basel spreekt zich uit tegen Palastina, het land der voorvaderen, maar Turkije verzet zich. 1901 Oprichtig van het Joods Nationaal Fonds. 1906 Begin van de Joodse kolonisatie in Judea en het jordaandal. 1909 Stichtig van Tel Aviv door zestien joden uit Jaffa. 1917 In de Eerste Wereldoorlog veroveren de Engelsen Palastina op de turken. 1918-1948 Palastina onder Engels bestuur de immigratie van Joden neemt toe. 1920 Oprichting van de Histadrut, het vakbond. 1922 Engeland krijgt van de Volkenbond het mandaat over Palastina. 1925 Inwijding van de Hebreeuwse universiteit op de berg Scopus. 1939- 1945 De Tweede Wereldoorlog
1947 De VN besluit tot een verdeling van Palastina in een Joods en een Arabisch deel. Arabieren verzetten. 14 mei
1948 Ben Gurion roept de onafhankelijke staat Israël uit. 1948-1949 De onafhankelijkheidsoorlog. 1949 Israël wordt een lid van de VN. 1956 Sanai-oorlog. 1967 Zesdaags juni-oorlog. 1973 Yom-Kippuroorlog van oktober. 1973 Begin van vredeoverhandelingen in Géneve. 1977 Vredesreis van Egyptische president Sadat naar Jeruzalem
Eigen mening
Ik vind het Jodendom een intersante godsdienst en ik heb bij het uittikken en het opzoeken van de informatie heel veel geleerd. Ik vind dat de Joden 100% recht hebben op een eigen staar waar ze al hun traditsies kunnen uitvoeren en waar ze zich thuisvoelen en waar ze niet kunnen worden vervolgd en waar ze niet de minderheidsgroep zijn. De Joden hebben heel veel meegemaakt, en niet overleefd, wat ik niet zou hebben willen mee maken. Maar één ding is zeker als dit geen echte godsdienst was/is en de god waar ze in geloofen er niet was/is dan zouden er nu geen Joden meer bestaan. Bronnen: Boeken: -Protret van Israël -Over geloven deel I en II -Israël -Jodendom -Jodenvervolging -De geschiedenis van Israël

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.