Jodendom

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas vmbo | 1580 woorden
  • 5 februari 2009
  • 27 keer beoordeeld
Cijfer 6.1
27 keer beoordeeld

Hoodfstukken:

1: Beschrijving van 2 joodse feesten.
2: Beschrijving van 4 onderdelen in de synagoge.
3: Beschrijving van 2 rituelen in het jodendom.
4: Zichtbaar jodendom
5: Spijswetten in het jodendom.
6: Beschrijving van een moment in de geschiedenis dat het joodse volk bedreigd of vervolgd is geweest.
7: Bronvermelding.

Voorwoord:
Ik heb allemaal informatie opgezocht op het internet en ik de bibliotheek en toen heb ik het allemaal in me eigen woorden gezet en ik heb wat afbeeldingen gezocht bij google.nl

geschiedenis en het ontstaan van het jodendom:
De geschiedenis van het Joodse geloof begint bij Abraham. Abraham leefde ongeveer 4000 jaar geleden. Abraham geloofde in één God, in plaats van vele afgoden zoals zijn vader deed.

God beloofde Abraham zijn eigen land en veel nakomelingen. Uit deze nakomelingen stamde de joden. En zo begon het jodendom

1: Beschrijving van 2 joodse feesten

- Loofhuttenfeest

Op het Loofhuttenfeest- of Soekot bouwen de meeste gezinnen een hut van takken, stro, en riet. Er wordt alleen materiaal van planten gebruikt. Vandaar het woord ‘loof’-hut. Men versiert de hut met bladeren en fruit. Veel gezinnen eten in deze hut. Als het goed weer is slapen ze er ook in. Ook in de synagogen maakt men een mooie soeka.
Dit feest is een herinnering aan het joodse volk, dat vroeger 40 jaar door de woestijn zwierfop weg naar het beloofde land. Men dankt God voor de bescherming en trouw die Hij hen destijds aan het volk gaf.

- Het nieuwjaarsfeest (Rosj hasjana)
Het joodse nieuwjaar heet Rosj hasjana en het valt in september of oktober, (bij ons). Bij de joden valt het altijd op 1 en 2 Tisjrie.
Rosj hasjana wordt niet zoals in Nederland gevierd met veel vuurwerk en oliebollen maar het zijn ernstige dagen waarin de mensen god om vergiffenis vragen voor hun slechte daden van het afgelopen jaar.
De joden geloven dat God op deze dagen zijn ‘boek van het leven’ opent. In dat boek staan alle namen van de joden met hun daden erbij. Tien dagen lang gaat God dan na of de slechte daden van de joden met de dood bestraft moeten worden. Alle joden zijn hier natuurlijk bang voor en daarom gaan ze zich in deze dagen proberen te herinneren wat ze het afgelopen jaar fout hebben gedaan. Ze tonen dan tien dagen berouw en bidden veel in de synagoge met de hoop dat God ze vergeeft.

Ook gaan sommige joden naar een rivier om al hun zonden in het water te werpen met de bedoeling dat ze afgevoerd worden naar de diepte van de zee.

2: beschrijving van 4 onderdelen in de synagoge.

- Tora - Jad
- Heilige Ark - Vrouwengalerij

De Tora
De Thora is de bijbel voor de joden. Hier staan regels in, waar de joden zich aan moeten houden, bijvoorbeeld het eten moet "kosher" bereid zijn: dat wil zeggen het voedsel moet dan geschikt zijn en rein bereid worden volgens de bijbelse en rabbinale spijswetten.
De Thora omvat de vijf boeken van Mozes: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. De kern van deze vijf boeken vormen de tien geboden gegeven door Mozes.

De Thora bepaalt de kenmerkende levenswijze van de joden. Alle joodse tradities en godsdienstige gebruiken zijn aan de Thora ontleend zoals de besnijdenis, BarMitswa en de joodse feestdagen.

Heilige Ark
De heilige ark neemt een belangrijke plaats in, want het is de plek waar de woorden van God, opgeschreven in de Torarollen, worden bewaard. Boven de ark staat daarom in het Hebreeuws geschreven: Weet voor wiens aangezicht gij staat. Het ophalen van de Torarollen uit de ark is een plechtig moment en het voorlezen uit de rollen is het hoogtepunt bij elke bijeenkomst in de synagoge.

Bima
Een soort lessenaar in het midden van de synagoge die word
de bima genoemd.
Het is de plaats waar de torarollen worden voorgelezen.

Jad
Je mag de tekst van de tora-rol niet zomaar met de handen aanraken.
Daarom wordtbij het lezen de tekst aangewezen met een speciaal stokje,
meestal van zilver, met aan het uiteinde de vorm van een handje.
Daaraan ontleent het zijn naam: jad = hand

3: Beschrijving van 2 rituelen in het jodendom.

-Bar Mitswa.
-sterven en begraven.

-Bar Mitswa.
Op zijn dertiende verjaardag wordt een jongen Bar Mitswa. Dan krijgt hij dezelfde

religieuze en wettelijke verplichtingen als een volwassene. Hij moet bijvoorbeeld op
elke doordeweekse dag ’s ochtends tefillien dragen (twee kleine leren doosjes met
leren riemen). In veel gemeenschappen wordt Bar Mitswa op de sabbat in de
synagoge naar voren geroepen te worden om uit de Thora te lezen, wat normaal
gesproken alleen een volwassene mag doen. Meestal leest de jongen dan een
gedeelte of alles van wat er die ochtend uit de Thora moet worden gelezen en
spreekt hij voor het eerst de zegen uit. Om het te vieren geeft de familie een
kiddoesj, een receptie, in de synagoge en een feestmaal thuis.
Op de twaalfjarige leeftijd viert een meisje haar Bar Mitswa.
In liberale gemeenschappen leert lezen uit de Thora. Orthodoxe meisjes vieren hun
Bar Mitswa in de synagoge, thuis, op school of tijdens een ceremonie op

zondagmiddag.

-Sterven en begraven.
Het lichaam van een orthodoxe jood wordt altijd begraven, maar sommige liberale
joden staan ook crematie toe. Na de begrafenis nemen de ouders, de man of de
vrouw, zussen, broers of kinderen van degene die overleden is de sjiva in acht, een
rouwperiode van zeven dagen. Ze zitten de hele dag op lage stoelen, terwijl er
familieleden en vrienden langskomen om met ze te bidden, ze te troosten of om eten
mee te brengen. Op de sterfdag wordt elk jaar een herdenkingskaars
afgestoken en gebeden.

4: Zichtbaar Jodendom:

- Synagoge

ik vertel nu wat over de synagoge: op vrijdag begint de sabbat Op die dag houden de Joden hun godsdienstoefeningen in de synagoge. Omdat de Joden uit eerbied voor God niet willen dat iemand zonder hoofdbedekking in de synagoge komt, moeten alle mannelijke Joden een keppeltje dragen. Omdat de vrouwen geen deel nemen in de eredienst nemen ze plaats op de galerij. Het orthodoxe Jodendom ziet het werk in het huishouden als de dagelijkse godsdienstoefening van de vrouw. De rabbijn draagt de Thorarol naar de biema, de tribune van waar de Torarol wordt voor gelezen. De tekst is geschreven in het Hebreeuws en wordt gelezen van rechts naar links. De voorlezer gebruikt daarbij een jat, dit is een aanwijsstokje in de vorm van een hand met daarin een gestrekte vinger. De Thora wordt in één jaar tijd helemaal uit gelezen. Als de voorlezer een deel heeft voorgelezen, houdt de Rabbijn een korte preek. Er staat altijd een rode lamp vlak voor de Heilige Ark te branden. Rechts van de preekstoel staat een zevenarmig kandelaar te branden die heet: de menora. Links en recht van de Biema hangen twee bordjes met daarop de tien geboden. De synagoge is als volgt in gericht. Vooraan staat de Heilige Ark, dat is een kast of nis in de muur aan de oostkant van de synagoge omdat daar Jeruzalem ligt. Voor de Ark hangt een rijk versierd gordijn. In de Ark worden de perkamenten thorarollen bewaard. Op de perkamenten staan de eerste vijf boeken van de bijbel geschreven.

5: Spijswetten in het Jodendom
spijtwetten zijn belangrijke regels voor Joden daar staat in dat ze geen

onreine dieren mogen eten.
Er mogen alleen reine dieren gegeten worden zoals koeien en schapen vlees van
Varkens is verboden omdat ze geen herkouwers zijn.

Er mag niets gegeten worden waar bloed in zit.
Daarom moeten dieren en vogels op de juiste manier worden geslacht.

Vlees en zuivelprodructen mogen niet samen gegeten of bereid worden.
Een vlees gerecht kan daarom ook nooit worden besloten met een zuiveldessert .

6: beschrijving van een moment in de geschiedenis dat het joodse volk bedreigd of vervolgd is geweest.

De joden gingen zich steeds meer verdelen in verschillende Europese landen.
Niet iedereen vertrouwden de Joden. De gevolgen daarvan waren niet gunstig voor de Joden. Ze werden gehaat, en vaak vervolgd. In de landen waar veel Christenen woonden, was het nog moeilijker. Daar werden ze vaak beroofd en soms ook nog hun al hun bezittingen afgenomen. Ook werden ze vermoord, in ongeveer 1250 na Christus werden alle joden in Engeland weggejaagd. In Spanje in rond 1500 konden de Joden kiezen. Ze werden Christen en bleven, of ze bleven Jood en werden vermoord. Duizenden Joden verlieten Spanje en anderen deden net alsof ze Christen waren maar waren in het geheim nog steeds Jood. Toen de Spaanse leiders daar achter kwamen, richten ze een rechtbank op (inquisitie). Eerst werd geprobeerd om de Joden alsnog om te praten. Toen dat niet lukte werden alle Joden op een alles behalve prettige manier gemarteld en vermoord.
Iets meer dan 60 jaar geleden begon de vervolging voor de Joden nogmaals in Europa. Er werden concentratiekampen gebouwd. En in de concentratiekampen zo’n 6 miljoen Joden vergast. Dat gebeurde door de Duitser Adolf Hitler in de 2e wereldoorlog. Ook kwamen er mensen in het kamp omdat ze de Joden probeerden te helpen uit handen van de Duitsers te blijven. Wat niet gelukt is. Die werden ook vergast of vermoord. De kinderen en ouderen werden meteen vermoord, de mooie vrouwen gebruikt voor de seks en daarna vermoord, en de sterke mannen moesten eerst nog een paar jaar in hele slechte omstandigheden werken. (ze moesten de vergaste Joden opruimen) Daarna werden ook zij vermoord.

jodenster die moesten de joden op doen als ze een jood waren aan de hand daarvan konden ze zien dat het joden waren.

7: Bronvermelding

Sites
http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla023/index.html
www.jodendom.pagina.nl
http://kinderenwebhotel.be/godsdienst/jodendom.htm

Boeken
- Wat weten we over het jodendom?
- Levensbeschouwing jodendom
- op verhaal komen 3
- Jodendom, wegen van de tora.

REACTIES

S.

S.

hmmm wel goed. Alleen er staat niet in wat ik moet hebben dat vind ik jammer. Ik wil graag weten waarom Joodse mensen zich laten besnijden.

13 jaar geleden

W.

W.

ja Adolf Hitler was dus geen Duitser , een Oostenrijker. ook kun je soms wat meer informatie geven waarom dit gebeurde , er zitten namelijk redenen achter.

10 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.