ADVERTENTIE
Meer kans op slagen?

De gouden tip van docenten: oefen met oude examens. Eindexamensite.nl helpt je daarmee. Via die tool kun je oude examenopgaven oefenen en krijg je feedback over welke onderdelen je nog niet beheerst. Zo leer je super efficiënt. Maak nu een gratis proefaccount of gebruik de kortingscode '5EURO'.

Nu oefenen!

Mahatma Gandhi



Inleiding



“Geweldloosheid zou nooit gebruikt mogen worden als een schild voor lafheid. Het is een wapen voor de dapperen”



Steeds vaker en steeds meer is Nederland in teken van zinloos geweld. En waarom, zou Gandhi zich afvragen.



Geweld wordt alleen door laffe mensen gebruikt.



Gandhi is een belangrijk persoon geweest in de strijd tegen de geweldloosheid. Hij liet de mensheid zien, dat ook zonder geweld te gebruiken een doel te bereiken is. Gandhi is de grondzetter van de geweldloosheid, velen volgden zijn ideeën op. Ik vroeg mij af, hoe hij zonder geweld te gebruiken, zo’n groot doel kon bereiken? Waarom kon de pacifistische houding van Mohandas Karamchand Gandhi tot succes leiden?



“Geweldloosheid is de grootste macht die de mensheid ter beschikking staat. Zij is machtiger dan het machtigste vernietigingswapen dat door de vindingrijkheid van de mens is ontwikkeld.”





Als dit op zou gaan in de wereld, dan zou er een stuk minder ellende zijn



Wie is Gandhi?



Mohandas Karamchand Gandhi werd geboren op 2 oktober 1869 in Porbandar, aan de westkust van India. Het land waarin hij geboren werd was een land vol met verschillen. India is een heel groot land waar je qua vegetatie van alles tegenkomt. Je vind er brede rivieren, woestijnachtige vlakten, dorre plateaus tot jungles waar je niet doorheen kan komen en de hoogste bergen van de wereld ( Himalaya’s ). De bevolkingsgroepen verschillen ook zeer veel van elkaar voor wat betreft de leefwijze, ras, taal en godsdienst. Zelfs de huidskleur van mensen in het noorden is lichter de huidskleur van de mensen in het zuiden. In India had je vele godsdiensten. De meeste Indiërs waren Hindoes, er waren ook nog wel wat Moslims. Verder trof je er nog enkele Boeddhisten, Joodse gemeenschappen, Oud Christenen en stammen die een natuurlijke godsdienst volgden.

De Engelsen waren in India de baas toen Gandhi ter wereld kwam. India was een Engelse kolonie. Er bestond in die tijd een enorm verschil tussen rijkdom van een kleine groep mensen en armoede van het grootste gedeelte van de bevolking in India. De rijken, dit waren vooral de blanke Engelse kolonisten, hoefde helemaal niets te doen. Alle rijke mensen hadden genoeg Indiase dienaren. Gandhi was het vierde en jongste kind uit het huwelijk van zijn vader Karamchand met zijn moeder Pultibai.

Hij was Hindoe en behoorde tot de Vaisyakaste. Deze kaste kwamen in de Hindoemaatschappij op de derde plaats, na de Brahmanen, de priesters, en de Kshatriya’s, de soldaten en heersers. De kaste die na de derde kaste komt is die van de Shoedra’s, de werklui. Na de vierde kaste komen de kasteloze mensen. Deze laatste groep moest de vuilste en minst leuke karweitjes doen zoals bijvoorbeeld het schoonmaken van toiletten. Hindoes uit hogere kasten geloofden dat ze onrein werden wanneer ze kastloze aanraakten en zelfs als ze hun schaduwen doorkruisten zouden ze onrein worden. Daarom werden de kastloze ook wel de onaanraakbare genoemd. Gandhi zou zich hier later sterk tegen verzetten. Gandhi gaf deze mensen een andere naam: Harijans of “kinderen van God”. Karamchand, de vader van Gandhi, was diwan. Dit was de eerste minister van een klein vorstendom, eerst in Porbandar en daarna in Rajkot. De moeder van Gandhi, Putlibai was een zeer vrome Hindoe. Ze vastte dikwijls en ging elke dag naar de tempel. Om geld of juwelen gaf ze niets. Dat Gandhi later de belangrijkste religieuze leider van India was geworden, had veel met de godsdienstige houding van zijn moeder te maken. Gandhi was verder in zijn jeugd een gewone jongen.

“Met de tafels van vermenigvuldigen had ik nogal moeite” schrijft hij later. Gandhi was verder erg verlegen en bang van aard. Hij holde vaak aan één stuk door naar huis om maar tegen niemand te moeten praten. Aan gymnastiek en cricket had hij een enorme hekel, maar hij hield van eenzame wandelingen.





De familie van Gandhi is streng vegetarisch. Toch laat Gandhi zich door een vriend overhalen om stiekem geitenvlees te eten. Hij liet zich wijsmaken dat hij van vlees moedig en sterk zou worden, sterk genoeg om de Engelsen uit India te verdrijven. Gandhi kreeg hier daarin tegen vreselijke nachtmerries van en verbeelde zich dat hij de geit in zijn buik hoorde mekkeren. Als Gandhi 13 jaar is en nog op school zit, wordt hij uitgehuwelijkt aan Kasturba, de dochter van een zakenman in Porbandar. De ouders hadden niet de mening van Gandhi gevraagd. Het was daar heel gewoon dat de ouders van het jonge paar alles regelden en dat bruid en bruidegom elkaar niet ontmoeten vóór de huwelijksdag.



Later zei Gandhi dat hij het gebruik van de kinderhuwelijken afschuwelijk vond. Toch hielden Mohandas en Kasturba van elkaar, al maakten ze, vooral in de eerste jaren veel ruzie. Hun huwelijk duurde 62 jaar. Gandhi en Kasturba hebben vier kinderen samen. Hun eerste zoon Harilal werd geboren in 1888. In 1892 werd hun tweede zoon geboren. Hij kreeg de naam Manilal. In 1897 werd Ramdas geboren, hun derde zoon. In 1900 werd zijn jongste zoon geboren, Devadas. Gandhi wilde heel graag in Engeland studeren, maar zijn familie en kaste waren hier erg op tegen. Pas toen Gandhi zijn moeder beloofd had dat hij geen vlees zou eten en geen wijn te zullen drinken gaf zij toestemming. In 1888 vertrok Gandhi per schip naar Engeland om rechten te gaan studeren, hij was toen 19 jaar, en net vader geworden van een zoon. Zijn zoon Harilal was een paar maanden eerder geboren. In Engeland voelde hij zich heel eenzaam zonder zijn vrouw en zoontje die alleen in India waren achter gebleven. “Ik dacht voortdurend aan thuis en aan mijn land” schreef hij later. “Alles was vreemd: de mensen, hun levenswijze en zelfs hun huizen. Ik wist niets van de Engelse regels van wellevendheid en moest voortdurend opletten om niets verkeerds te doen”. De belofte aan zijn moeder maakte het Gandhi moeilijk om contact te krijgen met zijn mede studenten. Gandhi wilde heel graag bij de Engelsen horen en paste daarom zij levensstijl aan, aan die van de Engelsen. Hij veranderde bijvoorbeeld van kleding, aan de stijl die toen in de mode was. In juni 1891 slaagde Gandhi in zijn eindexamens voor de Inner Temple Inn, het gerechtshof in Londen, en werd toegelaten als advocaat. Hij was nu 22 jaar en had twee jaar en acht maanden in Engeland doorgebracht. In die periode had hij met succes Frans, Latijn, natuurkunde, algemeen en Romeins recht gestudeerd. Hij was dus zeker een verstandig persoon. Maar op dat moment zou niemand geloofd hebben dat deze schuchtere jongeman in staat zou zijn om miljoenen mensen met zijn wijsheid te inspireren. Gandhi zelf sprak over zijn studententijd als over “de tijd voor ik begon te leven”. Weer teug in India hoorde Gandhi dat zijn moeder overleden was. Dit was een hele grote klap in het leven van Gandhi. Men had het Gandhi niet willen vertellen zolang hij in Engeland verbleef, omdat men wist hoeveel hij van zijn moeder hield. “Het was een grote schok voor me” schrijft hij. “Maar ik mocht er niet bij blijven stilstaan. Ik zette mijn leven voort, alsof er niets gebeurd was”. Maar dat nieuwe leven in India viel niet mee. Twee jaar lang probeerde Gandhi zich te inleven als advocaat. Buiten het gewone kantoorwerk kreeg hij slechts één eenvoudige zaak te bepleiten. Toen hij moest rechtstaan in het gerechtshof, werd hij zo zenuwachtig, dat hij geen woord meer uit kon brengen. Beschaamd ging hij weer zitten, terwijl de mensen in de zaal grinnikten. Kort hierna kreeg hij een aanbod om voor een jaar voor een rijke Indiase zakenman in Zuid-Afrika te werken. Dit is een hele belangrijke periode in het leven van Gandhi geweest. De opdracht zou niet langer dan één jaar duren, Gandhi bleef 21 jaar in Zuid-Afrika. In Zuid-Afrika begon met het strijden voor de mensenrechten. Gandhi’s persoonlijkheid onderging in Zuid-Afrika drastische veranderingen. Van een verlegen advocaat tot een moedige staatsman. In 1915 keerde Gandhi met zijn vrouw en vier zonen terug naar India. Hij is nu 45 jaar. Men had in India reeds veel horen spreken over de begaafde en onvermoeibare man. Een grote menigte stond hem bij de kade in Bombay op te wachten. Hooggeplaatste Indiërs boden hem een welkomstreceptie aan. Zij hadden een politieke partij opgericht, die onafhankelijkheid wilde voor India, en ze hoopten dat Gandhi hen wilde helpen. Gandhi besloot om voorlopig geen politieke acties te voeren. Hij was 21 jaar uit India geweest en wilde het land en de mensen eerst beter leren kennen. Maar zijn eerste zorg was het oprichten van een nieuwe ashram voor zijn gezin en enkele volgelingen uit Zuid-Afrika. Hij vestigde zich in Sabarmati, dicht bij Ahmedabad. Het duurde niet lang of de gemeenschap telde tweehonderd mannen en vrouwen, die volgens de voorschriften van Gandhi wilden leven. De voorschriften waren gebaseerd op de godsdienstige principes die Gandhi reeds in Zuid-Afrika had aangenomen. Het leven van zijn volgelingen moest gekenmerkt zijn door eerlijkheid, zoeken naar waarheid en armoede. Ze gebruikten samen sobere vegetarische maaltijden en leidden een leven van gebed en dienstbaarheid. Het was een hard bestaan en de regels waren streng. Luxe bestond niet. Maar de sterke geloofsovertuiging en de warme persoonlijkheid van Gandhi oefenden zo’’n aantrekkingskracht uit dat steeds vele mensen met hem wilden samenleven. Gandhi’’s mening werd door vrijwel iedereen gerespecteerd. Zelfs de Britse onderkoning liet hem in 1917 bij zich komen. De Britse onderkoning bestuurde India als vertegenwoordiger van de Britse koning en vroeg Gandhi om hulp. Vele landen, waaronder Groot-Brittannië en België, waren op dat moment betrokken bij de eerste wereldoorlog. Het zag er in 1917 somber uit voor de Britten. Gandhi wilde de Britten helpen. Hij riep de Indiase mannen op om dienst te nemen in het Britse leger. Vele mensen waren hier verontwaardigd over. Maar Gandhi’s standpunt was nog hetzelfde als in Zuid-Afrika. Als de Indiërs dezelfde rechten willen, dan moeten ze ook dezelfde plichten vervullen. Tijdens de oorlog had de Britse regering ook vage beloften gedaan voor zelfbestuur. Maar daar was na de oorlog helemaal geen sprake meer van. Het werd zelfs erger. De noodtoestand die tijdens de oorlog ook in India van kracht was geweest, bleef gewoon voortduren: speciale bevoegdheden voor de overheid, beperkingen van vrijheid, processen zonder jury, gevangenneming zonder proces enzovoort. Het Indiase volk voelde zich bedrogen. Niets was er veranderd aan de Britse ongevoeligheid, die Gandhi al in Zuid-Afrika had ervaren. De Britten waren duidelijk niet van plan om hun rijkste kolonie op te geven. Op dat moment besloot Gandhi dat het tijd werd om zich tegen de Britten te verzetten. Hij ging de strijd aan, een strijd die 28 jaar duurde. Gandhi is ondertussen ook toegetreden bij Het Nationale Indiase Congres, een beweging die naar onafhankelijkheid streefde. Vanwege een lijdelijke ‘‘ongehoorzaamheidcampagne’’ , die tegen zijn bedoelingen in bloedvergieten overging, werd hij tot een gevangenisstraf veroordeeld. Nadat hij in 1923 weer vrij werd gelaten, was zijn invloed geslonken. De leiding van Gandhi’s partij kwam nu in meer radicale handen. De leider werd Jawaharlal Nehru. In 1930 werd er weer een actie ondernomen waardoor Gandhi weer gevangen werd genomen.



Na zijn vrijlating nam Gandhi deel aan de Londense Rondetafelconferentie om de politieke hervormingen te bespreken. Dit gebeurde in augustus 1931. Hij was in het gezelschap van enkele vrienden, maar op de conferentie was hij de enige vertegenwoordiger van het Indiase Nationale Congres. Hij verwachtte niet veel van de besprekingen.“Misschien kom ik met lege handen terug” zei hij toen hij aan boord van zijn schip ging. Gandhi neemt deel aan de rondetafelconferentie.



Gandhi’s persoonlijke succes was overweldigend, maar de conferentie zelf was een mislukking. In feite was ze erger dan een mislukking, omdat ze de kloof tussen de Indiërs onderling nog had vergroot. Zo vertrok Gandhi weer naar India, ontmoedigd, maar toch vastbesloten om door te gaan. Naar Groot-Brittannië keerde hij nooit meer terug. Doordat de nationalisten bleven actie voeren tegen de Engelse regering, werd Gandhi in 1932 weer gevangen genomen. Nu ging hij over tot een hongerstaking. Deze hongerstaking gebruikte hij vaker in zij acties. Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog nam Gandhi geen duidelijk standpunt aan, maar in 1942 zette hij zijn partij ertoe om een resolutie aan te nemen waarbij onmiddellijke beëëindiging van het Britse gezag werd gevraagd. Er volgde alweer een arrestatie van Gandhi. Dit gebeurde op 9 augustus. Hij werd samen met een aantal vrienden en andere congresleiders aangehouden. Op dat moment brak het geweld los in India en vanuit de gevangenis kon Gandhi het volk niet tot bedaren brengen.

Vier dagen na de arrestatie overleed plots Mahadev Desai, de toegewijde secretaris en vriend van Gandhi. Na enkele maanden werd Kasturba ernstig ziek. Het huwelijk van Gandhi en Kasturba had tijdens hun jeugd vaak moeilijke momenten gekend, maar was in de loop der jaren uit gelopen tot een warme vriendschap. Ze kenden elkaar sinds hun dertiende jaar en hadden vier zonen. Hoewel Kasturba zich meestal op de achtergrond hield, had ze toch een belangrijke invloed op Gandhi’s leven. Ze stierf op 22 februari in de armen van Gandhi. “De leegte die ontstaan is door Ba’s dood, is geen gewone leegte” vertelde hij. “Het is een leegte die niet kan worden opgevuld””.

Zes weken na de dood van zijn vrouw werd Gandhi vrijgelaten. Hij was erg ziek, en de onderkoning vreesde nog meer geweld, als Gandhi in gevangenschap zou sterven. Gandhi’s hart en nieren waren erg beschadigd, maar hij gaf zichzelf geen rust.

Op 30 januari had Gandhi een afspraak. Het was reeds een drukke dag geweest, die zoals gewoonlijk om drie uur ‘s morgens met het ochtendgebed begonnen was. Gandhi deelde steeds zorgvuldig zijn tijd in en kon op die manier veel werk verzetten. Elke avond, om klokslag vijf uur, begon hij de gebedsbijeenkomst. Ook deze dag ging hij weer naar de tuin, waar zo’n 200 á 300 mensen waren. Hij vouwde zijn handen om te bidden. Hij glimlachte nog steeds. Vooraan in de menigte stond een gezette man van in de dertig. Hij deed een stap voorwaarts, trok een revolver en vuurde enkele schoten af. ““Hey Rama”” mompelde Gandhi. Dat betekent: O God. Een paar tellen bleef hij staan, terwijl het bloed door zijn witte kleren drong. Toen viel hij dood neer. Gandhi had vermoed dat hij op deze manier aan zijn einde zou komen. Hij wist dat er complotten tegen hem waren. De moordenaar was een fanatieke Hindoe, die het niet met Gandhi eens was hoe hij de moslims behandelde.



De hele wereld rouwde. Gandhi was het symbool van de Indiase bevolking geworden. Hij is het geweten van de mensheid.



Hoe kwam Gandhi ertoe om te strijden voor de mensenrechten?



Gandhi kreeg van een rijke Indiase zakenman een aanbod om een jaar in Zuid-Afrika te werken. Een opdracht dat een jaar zou duren eindigde in een 21 jaar lange strijd voor de vrijheid.



Zuid-Afrika bestond uit een aantalverschillende staten, waaronder Natal en Transvaal. Natal was een deel van het Britse rijk. Transvaal hoorde toe aan de ““Boeren””, afstammelingen van de Hollandse kolonisten die Afrikaans spraken, een taal die veel op het Nederlands lijkt. In beide staten waren de blanken de baas. Negers en Indiërs werden geminacht en hadden bijna geen rechten. De kolonisten hadden de Indiërs over laten komen om op de rietsuikerplantages en de boerderijen te werken. In feite werden ze behandeld als slaven en omdat ze een contract voor vijf jaar hadden afgesloten, konden ze niet terug. Toch hadden enkelen zich op kunnen werken tot bekwame zakenlui. Dat was een doorn in de ogen van de blanken. Handel was hun terrein, en niet dat van de negers of Indiërs. Indiërs mochten alleen de vuile karweitjes doen. Allerlei voorschriften werden uitgevaardigd om de Indiërs te dwarsbomen. In Transvaal hadden ze geen stemrecht en mochten ze geen land bezitten. In Natal schafte men ook het stemrecht af voor de Indiërs en ze konden ook niet meer vrij verplaatsen. Gandhi zelf had ondervonden hoe vernederend de blanken optraden tegen de Indiërs en hij weigerde om zich bij deze situatie neer te leggen. Binnen enkele weken werd hij de leider van de Indiase gemeenschap in Zuid-Afrika. Ook zijn advocatenpraktijk had succes. In 1896 verdiende hij meer dan 5000 pond per jaar ( wat nu ongeveer 150.000 euro is ). Gandhi vond dat hij eerst maar eens verbeteringen moest aanbrengen binnen de eigen gemeenschap. Zijn ideeën waren praktisch en getuigden van gezond verstand. Hij zei tegen de Indiërs dat ze meer aandacht moeten besteden aan hygiëne en aan hun uiterlijk. Zo zouden de mensen hen al vanzelf sympathieker vinden. Hij zei dat ze eerlijk moesten zijn in het zakenleven, zodat men vertrouwen zou krijgen in de Indiërs. Hij raadde hen ook aan om Engels te leren, want het was belangrijk om met anderen te kunnen praten.

Ze moesten ook hun opvattingen over het kastenstelsel laten varen, want dat veroorzaakt slechts verdeeldheid binnen de Indiase gemeenschap.

In 1896 ging Gandhi zijn familie ophalen. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om de mensen in India op de hoogte te stellen van de situatie in Zuid-Afrika. Via foutieve persberichten hadden de blanke Zuid-Afrikanen hierover het een en ander vernomen. Toen Gandhi met zijn familie in Zuid-Afrika aankwam, werd hij bijna door een woedende menigte vermoord. Hij kon slechts ontsnappen dankzij een list van de politiecommissaris.

In 1899 brak de Boerenoorlog uit tussen de Britten en de Boeren. Hoewel Gandhi zeer vredelievend was en zelf geen vlieg kwaad zou doen, vond hij toch dat de Indiërs de Britten moesten helpen. Ze behoorden immers tot het Britse rijk en als ze dezelfde rechten wilde hebben, moesten ze ook dezelfde plichten vervullen. Hij bood aan om een corps van Indiase ambulanciers op te richten, en hoewel de regering in Natal niet graag een beroep deed op Indiërs, nam het voorstel toch aan. Gandhi stond aan het hoofd van ongeveer duizend ambulanciers, die uitstekend werk verrichten.

In 1901 wonnen de Britten de Boerenoorlog. De Indiërs waren ervan overtuigd dat ze nu als gelijke burgers behandeld zouden worden, wegens de hulp dat ze in de oorlog hadden geboden. Gandhi beschouwde zijn taak als volbracht en keerde met zijn gezin terug naar India. Maar binnen een jaar werd hij al weer terug geroepen. Er was in de situatie geen verandering gekomen. Hij vestigde zich met zijn succesvolle advocatenkantoor in Johannesburg, in de staat Transvaal, waar de Indiërs het nog moeilijker hebben dan in Natal.

In 1903 werd er een Aziatisch Departement opgericht, niet om de bevolking te helpen, maar om een hele reeks beperkende maatregelen tegen hen op te stellen. De spanningen tussen de Indiërs steeg, maar werd op een laag pitje gezet door de opstand van de Zoeloes, een zwarte stam in Zuid-Afrika.

In 1907 was de maat vol voor de Indiërs. In dat jaar werd immers de “Zwarte Wet”” uitgevaardigd. Volgens deze wet moesten alle Indiërs hun vingerafdrukken laten registreren en het identiteitsbewijs steeds bij zich dragen. De wet werd de zwarte wet genoemd, niet alleen omdat het zo onrechtvaardig was, maar ook omdat ze gericht was tegen Aziaten, die over het algemeen een donkere huidskleur hebben. Gandhi die een lichtbruine huidskleur had, noemde zichzelf vaak zwart. De bedoeling van de zwarte wet is duidelijk. Op een verkiezingsbijeenkomst in januari 1907 had generaal Botha immers openlijk verklaard: “Als mijn partij terug aan het bewind komt, zullen wij ervoor zorgen dat die Koelies binnen vier jaar het land uit zijn”. Met de Koelies worden de Indiërs bedoeld.

In januari 1908 werd Gandhi voor het eerste keer naar de gevangenis gestuurd. Hij had heel bewust geweigerd om zijn vingerafdrukken te laten nemen en hij had duizenden anderen aangezet hetzelfde te doen. Hij klaagde niet over de gevangenneming, maar was dankbaar dat hij nu rustig de tijd kreeg om na te denken en te lezen. Hij was veroordeeld voor twee maanden, maar werd na één maand al vrijgelaten.

Toch duurde die vrijheid niet lang. Om de onrechtvaardige wetten tegen immigratie van Indiërs op de proef te stellen, staken vele Indiërs, waaronder ook Gandhi, onwettig de grens over naar Transvaal. Zo werd Gandhi nog tweemaal gevangen genomen. Dit was immers de methode wanneer de Indiërs voelden dat ze als tweederangs burgers behandeld werden. Ze overtraden de onrechtvaardige wetten, of ze weigerden mee te werken en aanvaarden heel rustig hun straf. In 1913 hield de blanke staatsman, generaal Smuts, zich niet aan de belofte gehouden om de loodzware belasting op contractarbeid te verlagen en om opnieuw Indiase immigranten toe te laten in Transvaal. In dezelfde periode besliste de rechter dat alleen christelijke huwelijken wettig waren. Op die manier waren alle Indiase vrouwen minnaressen zonder rechten. Talrijke vrouwen sloten zich nu aan bij de campagne burgerlijke ongehoorzaamheid, dus alle plichten als burger met opzet verwaarlozen. Zo was er een groep die Gandhi de “Natalzusters” noemde en die bij het oversteken van de grens naar Transvaal gevangen werd genomen. Andere Indiase vrouwen uit Transvaal trokken naar Newcastle in Natal en spoorden daar de mijnwerkers aan om het werk neer te leggen. Op die manier belandden duizenden Indiërs in de gevangenis. Toen dat nieuws bekend werd, gingen er nog eens duizenden mijnwerkers in staking. In vier jaar tijd werd Gandhi driemaal gearresteerd. Hij werd tenslotte tot een gevangenisstraf van drie maanden veroordeeld. Maar dat vond hij helemaal niet erg. ““Want”” zo zei hij, ““de ware weg naar het uiteindelijke geluk loopt door de gevangenis, om daar te lijden in het belang van zijn eigen land en godsdienst””. In juni 1914 liet generaal Smuts Gandhi bij zich komen. Samen werkten ze aan een compromis, waarbij de Indiase gemeenschap aan waardigheid en zelfrespect zou winnen. Generaal Smuts zorgde ervoor dat de ““Indiase Herstelwet”” werd aangenomen. Gandhi’’s campagne voor burgerlijke ongehoorzaamheid kon met succes worden afgesloten. Nooit tevoren had men zulke resultaten verkregen met een vreedzame campagne. Gandhi, die vroeger niet in het openbaar durfde te spreken, was nu een bekend man geworden, door iedereen gerespecteerd om zijn eerlijkheid, bekwaamheid en moed. Hij vond dat hij nu wel weer naar India terug kon keren. Bij zijn vertrek liet hij generaal Smuts een paar sandalen bezorgde die hij zelf in de gevangenis had gemaakt. ““Ik heb die sandalen vaak gedragen tijdens de zomer”” zei Smuts later, ““hoewel ik besef dat ik het niet waard ben om in de schoenen van zo’’n groot mens te staan. Gandhi’’s persoonlijkheid onderging in Zuid-Afrika drastische veranderingen. Van een verlegen advocaat groeide hij uit tot een moedig staatsman. Een heleboel factoren speelden hierbij een rol, maar het belangrijkste element was ongetwijfeld de religieuze overtuiging die hij van zijn ouders, en vooral van zijn moeder, had meegekregen. Dankzij Gandhi’’s inspanningen in Zuid-Afrika, kreeg Gandhi in 1916 een eretitel van de dichter Tagore. De dichter Tagore noemde Mohandas Gandhi nu Mahatma Gandhi. Mahatma is een Sanskriet woord dat: ““Grote Ziel”” betekent. Deze titel werd al veel eerder aan brahmaanse wijsgeren gegeven.



Hoe wilde Gandhi zijn doel bereiken?



Gandhi wilde zijn doel bereiken met behulp van een aantal begrippen, principes. Eén van de belangrijkste principes van Gandhi was Samakhava. Dit principe is afkomstig uit de Bhagavad Gita, een belangrijk heilige boek uit het hindoeïsme. Samakhava betekent dat men zich niet in de war mag laten brengen door pijn en vreugde. Men moet werken aan rechtvaardigheid, zonder angst voor mislukking en zonder hoop op succes. Niet alleen het doel is belangrijk, maar ook de manier waarop men dat doel probeert te bereiken. Een tweede belangrijk principe is Ahimsa. Ahisma is een Sanskriet (oude indiaanse taal die nu niet meer gesproken wordt) woord dat letterlijk betekent: ieder verlangen om te doden missen. Ahimsa staat voor de geweldloosheid ten opzichte van alle levende wezens. Ahisma betekent ook dat je geen enkele vorm van leven mag kwetsen. Daarom was Gandhi ook vegetarisch. Gandhi ziet de Ahisma als een soort wet. Het woord ahisma is de basis van Satyagraha. Gandhi vond het woord Satyagraha uit in Zuid Afrika, in 1908. Het begrip is opgebouwd uit de woorden satya (=waarheid) en agraha (=standvastigheid). Gandhi beschouwde waarheid als een uitdrukking van liefde en hij beschouwde standvastigheid als een uitdrukking van kracht. De letterlijke betekenis van het woord is dan ook: “kracht van de waarheid en de liefde”. Satyagraha is het herstellen van de waarheid, niet door de tegenstander pijn te doen, maar door zelf pijn te verdragen. Dit vraagt veel zelfbeheersing, want een Satyagrahi (=iemand die de Satyagraha beoefent), mocht zich niet wreken voor beledigingen, slagen of arrestaties. Gandhi stelde dan ook strenge voorschriften op voor de Satagrahi, die zij moesten naleven. Volgens Gandhi kan iedereen de Satyagraha naleven. De kracht Satyagraha is niet beschikbaar voor enkele uitverkorenen, maar beschikbaar voor iedereen: Citaat Gandhi: “[Satyagraha] is een kracht die zowel door het individu als door de gemeenschap kan worden gebruikt. Zij kan zowel op politieke als op huiselijke aangelegenheden worden toegepast. Deze universele toepasbaarheid is een bewijs van haar bestendigheid en onoverwinnelijkheid. Mannen, vrouwen en kinderen, allen kunnen haar even goed aanwenden. Een ander belangrijk principe dat Gandhi volgde, was de Aparigraha. Aparigraha betekent letterlijk: ““Het niet bezitten van materiële goederen”. Gandhi gaf alle luxe op, hij gaf zelfs zijn huis en mooie kleding op. Gandhi wilde geen materiële rijkdom bereiken, maar geestelijke rijkdom. Volgens Gandhi was geestelijke rijkdom alleen te bereiken als je arm bent en je je aandacht niet moet besteden aan teveel bezit. Je moet alleen die dingen bezitten die je echt nodig hebt. Als je iets bezit dat je niet echt nodig hebt, dan moet je dit bezit afstaan: Citaat Gandhi: “Net zomin als men moet ontvangen, moet men iets bezitten wat men niet echt nodig heeft. Het zou een breken met dit principe betekenen om onnodige etenswaren, kleren of meubilair te bezitten. Zo moet men bijvoorbeeld geen stoel hebben als men zonder kan. Wanneer men dit principe goed beschouwt, wordt men ertoe gebracht een toenemende vereenvoudiging aan te brengen in het leven.” De eerste satyagraha-campagne van Gandhi vindt plaats in Zuid-Afrika, in 1908. Deze campagne werd gehouden omdat de Gandhi en de Indiërs in Zuid-Afrika het niet eens waren met het komen van ‘de zwarte wet’. Volgens deze wet moesten alle Indiërs hun vingerafdrukken laten registreren en het identiteitsbewijs bij zich dragen. Gandhi vond de zwarte wet onrechtvaardig en discriminerend ten opzichte van de Indiërs. Hij riep de Indiërs in Zuid-Afrika daarom ook op om de vingerafdrukken te weigeren. Ook riep Gandhi de Indiërs op om de onrechtvaardige wetten tegen de immigratie van Indiërs te overtreden. Gandhi riep de burgers in feite dus op ongehoorzaam te zijn, hij riep de burgers op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. De Indiërs moesten vervolgens de straffen aanvaarden, ze mochten zich niet wreken (satyagraha). Deze actie van burgerlijke ongehoorzaamheid had een groots succes. Nog nooit eerder waren resultaten behaald met een vreedzame campagne. De actie leidde tot de invoering van de Indiase herstelwet, een wet die de positie van de Indiërs in Zuid-Afrika verbetert. De eerste campagne die Gandhi in India houdt vindt plaats in 1919. Deze campagne was een begin van een strijd die 28 jaar duurde, en die een einde maakte aan de Britse overheersing. Bij deze campagne roept Gandhi de Indiërs op tot een hartal, een dag van bidden en vasten. De hartals hadden een enorme aanhang. Maar in Delhi, Ahmedabad, Lahore en Amritsar draaide het openbaar protest uit op relletjes. Daarom laste Gandhi de hele campagne af. Hij zag in dat de mensen eerst getraind moesten worden, voordat ze de satyagraha met succes konden toepassen. Tijdens een verboden bijeenkomst van Indiërs in Amritsar werd door een Britse bevelhebber, generaal Dyer een bloedbad aangericht. Dyer liet een groep Indiase soldaten op de menigte schieten waardoor 379 mensen werden gedood en meer dan 1200 mensen gewond raakten. Dit bloedbad was voor Gandhi een keerpunt in zijn leven. Door dit bloedbad zag Gandhi in dat het Britse systeem fout was. Hij zag in dat de Britten moesten vertrekken. Dit bloedbad was de reden waarom Gandhi de leiding van de Nationale Congrespartij aanvaardde. De Nationale Congrespartij was een beweging die naar onafhankelijkheid streefde. Zij bestond hoofdzakelijk uit een aantal rijke Indiërs die weinig contacten hadden met de gewone mensen. Toen Gandhi toetrad, blies hij de partij nieuw leven in. Gandhi vormde het Congres om, van een elitepartij naar een democratische massaorganisatie met overal in het land vertakkingen. Gandhi wilde dat India een onafhankelijk land werd, onafhankelijk van de Engelsen. Om dit te bereiken moest, volgens Gandhi, het Indiase volk een eenheid worden. Als het Indiase volk een eenheid zou zijn, dan zouden de Engelsen het land nooit kunnen overheersen. De Engelsen waren er altijd in geslaagd dit grote land te overheersen door de volkeren tegen elkaar uit te spelen, waardoor ze tegen elkaar vechten, in plaats van tegen de Engelsen. Als het volk een eenheid zou zijn, dan zou dit niet meer mogelijk zijn. Ten tweede wilde Gandhi dat de Indiërs zelfvoorzienend werden. De Indiërs kunnen nooit onafhankelijk worden als zij bijvoorbeeld voor hun kleding afhankelijk zijn van de Engelsen. Daarom riep Gandhi de Indiërs ook op om hun eigen kleding te gaan spinnen. Zelf gaf hij het goede voorbeeld. Iedere dag spon hij 183 meter garen, hoe druk hij het ook had. Het opvouwbare spinnewiel, waarop hij spon, werd voor Gandhi en zijn volgelingen gezien als een symbool van de bevrijding. Dit spinnewiel, symbool van de strijd tegen de Engelsen, is nu nog in de vlag terug te zien. Gandhi wilde dat de Indiërs behalve aan de huisnijverheid (spinnen), ook wat meer aan basisopvoeding gingen doen. Hij maakte zich bezorgd over vuile straten, spuwende mensen, het achterstellen van boeren en vooral over geweld. Ook moest het onderwijs verbeterd worden. Te veel Indiërs waren analfabeet. In de loop van 1921 begon Gandhi aan een campagne van ‘niet samenwerking’. De bedoeling was dat de Indiërs staakten en weigerden mee te werken met de Britten. Gandhi riep de Indiërs op te stoppen met het betalen van belasting en de textielindustrie te boycotten. Gandhi beëindigde de campagne toen in Chauri Chaura 22 politieagenten gedood werden. De mensen, die aan deze rel meededen konden zich niet meer beheersen, ze wilden zich wreken. Dit was in strijd met het Satyagraha-principe. In maart 1922, kort na de moorden in Chauri Chaura, werd Gandhi aangehouden. De beschuldiging luidde: “opstandigheid tegen de regering”. In een lange uiteenzetting bekende Gandhi zijn schuld: “Ik word beschuldigd op grond van een wetsartikel dat bepaalt dat zelfs het aanzetten tot ongehoorzaamheid een misdaad is. Ik heb enkele processen bestudeerd, die op hetzelfde wetsartikel betrekking hebben en ik weet dat enkele van onze meest geliefde patriotten op grond hiervan veroordeeld zijn. Ik beschouw het dus als een voorrecht om op basis van hetzelfde wetsartikel te worden beschuldigd. En ik zie het als een deugd om ontrouw te zijn aan een regering die over het algemeen aan India meer schade heeft toegebracht dan vorige overheersingen. Onder de Britse heerschappij is India veel minder weerbaar dan ooit tevoren. In deze overtuiging beschouw ik het als een zonde om een dergelijk systeem te steunen. Daarom doe ik hier een beroep op u om mij de hoogst mogelijke straf op te leggen. Want wat u mij als de hoogste plicht van een burger voorkomt, is volgens de wet een weloverwogen misdaad.” De 6 jaren gevangenisstraf die Gandhi werden opgelegd heeft hij niet volledig uitgezeten. Hij werd vervroegd vrijgelaten wegens een acute blindedarmoperatie. Omdat de 6 jaren nog niet voorbij waren wilde Gandhi nog niet direct aan een tweede campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid beginnen. Hij besteedde zijn tijd daarom aan het verbeteren van de relatie tussen de moslims en de Hindoes; India moest wel een eenheid blijven. Intussen bleef Gandhi de mensen aanzetten tot het weven van de eigen kleding. In 1929 besloot Gandhi om een nieuwe campagne te voeren voor de bevrijding van India. Bij deze campagne lag het accent niet op stakingen. De mensen werden bij deze campagne aangemoedigd om onrechtvaardige wetten te overtreden. De massale arrestaties zouden op den duur regeringswerk onmogelijk maken. Toen in december 1929 bleek dat de Engelsen nooit onafhankelijkheid of zelfbestuur zouden toekennen, vond Gandhi het tijd voor een vreedzaam protest tegen de onrechtvaardige belastingen. Dit protest begon met de Zoutmars. Op 12 maart 1930 vertrok Gandhi met 78 volgelingen uit vanuit zijn ashram, te Sevagram, naar de zee. De afstand naar zee bedroeg 322 kilometer en na 24 dagen, op 5 mei, arriveerden ze in Dandi. In Dandi aangekomen is de groep inmiddels gegroeid met duizenden mensen. Nadat Gandhi het goede voorbeeld had gegeven begonnen in India de mensen massaal zelf zout te winnen, waardoor in totaal minstens 60.000 mensen werden gearresteerd. Ook Gandhi zelf werd aangehouden. Dat de Satyagraha echt goed begrepen werd, bleek uit de demonstratie tegen de zoutfabrieken van de regering in Dharasana. Deze demonstratie, van 2500 mensen werd geleid door dichteres Sarojini Naidu, die een van Gandhi’s naaste medewerksters was. De bedoeling van de demonstratie was om op een geweldloze manier de fabriek te bezetten. Bij de ingang van de zoutfabriek stonden politieagenten met bamboestokken. De politie viel aan en systematisch en automatisch werden de betogers één voor één neergeslagen. Volgens het satyagraha-principe mochten de betogers geen weerstand bieden en daarom ging dit uren door. Er waren 2 doden en 320 gewonden. Omdat bij deze gebeurtenis een journalist aanwezig was, kwam het overal ter wereld in de krant. Hierdoor werd het geweten van vele mensen in Groot-Brittanniëë en in de wereld wakker geschud. De satyagraha had weer eens gewonnen, hoewel men er niet in geslaagd was om de fabriek te bezetten. Hoe onrechtvaardiger en wreder de Britten optraden, hoe meer ze Gandhi’’s plan steunden. Nog geen jaar later werd Gandhi vrijgelaten en uitgenodigd om met de vice-koning, een vertegenwoordiger van de Britse koning, te onderhandelen. Gandhi en de vice-koning, Lord Irwin, sloten hun gesprekken af met het Irwin-Gandhi-verdrag. Volgens deze overeenkomst kreeg men onder andere toestemming om voor eigen gebruik zout te winnen. Ook werden alle gevangenen vrijgelaten. In augustus 1931 vertrok Gandhi naar Engeland om het Indiase Nationale Congres te vertegenwoordigen op een conferentie. Deze conferentie werd een mislukking omdat het niets opbracht. Gandhi vertrok ontmoedigd, maar toch vastbesloten om door te gaan, naar India terug. In India aangekomen belandde Gandhi opnieuw in de gevangenis. Vanuit de gevangenis wilde Gandhi nogmaals de aandacht trekken op de positie van de onaanraakbaren. De aanleiding hiervan was de beslissing van de Britten om de Indiase bevolking in te delen in kiesgroepen, op basis van godsdienst. De onaanraakbaren werden hierbij als een aparte groep beschouwd. Gandhi begon aan een hongerstaking en na 6 dagen gaven de Britten toe. Een andere reden voor de hongerstaking van Gandhi was de verbetering van de positie van de onaanraakbaren binnen de Indiase samenleving. Dit is echter zeer moeilijk vanwege het kastenstelsel waarin de Hindoes leven. Het vraagt veel geduld om de religieuze opvattingen van de Hindoes te veranderen en daarom werd de positie maar gedeeltelijk verbeterd. In de jaren 1932 –– 1939 hield Gandhi zich niet zo bezig met de Congrespartij. Hij verbleef voor een groot deel in de gevangenis en concentreerde zich op de kwestie die voor hem centraal stond: de eenheid tussen de moslims en de Hindoes. Gandhi zag dat de twee groepen steeds meer uit elkaar groeiden en hij vreesde dat dit na de onafhankelijkheid alleen maar erger zou worden. Hij stelde dan ook herhaaldelijk voor om de onafhankelijkheid nog even uit te stellen om een definitieve scheiding te voorkomen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nam Gandhi geen duidelijke houding aan, hij gaf niet aan of hij voor of tegen de onafhankelijkheid was. Hij dacht dat het misschien beter was de onafhankelijkheid nog even uit te stellen, zodat de twee volkeren de tijd zouden hebben zich met elkaar te verenigen. In 1942 had hij zijn beslissing genomen en bracht hij het Congres ertoe om een standpunt aan te nemen waarbij een onmiddellijke beëindiging van het Britse gezag werd gevraagd. Gandhi vond dat de Engelsen onmiddellijk het land moesten verlaten. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog stemde Engeland toe, het land was zo uitgeput door de oorlogsinspanningen, dat het zich niet teveel moeilijkheden met de kolonie kon permitteren. Bovendien had Groot-Brittannië een nieuwe, socialistische regering gekregen, die wel onafhankelijkheid wilde geven. De socialistische regering, onder leiding van Clement Attlee, wilde Louis Mountbatten tot vice-koning van India benoemen. De 46 jarige Mountbatten zou de taak krijgen India onafhankelijk te maken. Mountbatten stemde toe, onder voorwaarde dat de dat de Britse regering een precieze datum zou bepalen voor de machtsoverdracht. Ook eiste Mountbatten de vrije hand bij de onderhandelingen, hij wilde niet dat het kabinet over zijn schouders mee zou kijken. Attlee aanvaardde de voorwaarden en benoemde Mountbatten als vice-koning van India. Onder leiding van Mountbatten begonnen de onderhandelingen tussen de Congrespartij, de Moslimliga en de Sikhs (= een religieuze gemeenschap in het noordwesten van India die streefde naar een verzoening en vermenging van het hindoeïsme en de islam) over het bestuur van India. Deze onderhandelingen liepen echter vast (zie Hoofdstuk 4) en daarom besloot Mountbatten dat India opgesplitst moest worden. Op 15 augustus 1947 werden India en Pakistan onafhankelijk, tot grote spijt van Gandhi. Het ideaal dat Gandhi had, was een onafhankelijk, verenigd India. Dit ideaal mislukte. India werd wel onafhankelijk maar er kwam niet één nieuwe staat. De Moslims kregen een eigen staat (Pakistan) en de Hindoes kregen een eigen staat (India). Toch heeft Gandhi veel bereikt in zijn leven. Hij slaagde erin om India onafhankelijk te maken, volledig zonder geweld. Nog nooit eerder was het iemand gelukt om zonder geweld zoveel te bereiken. Samakhava, Ahisma, Satyagraha, en Aparigraha vormden in zijn leven de leidraad om op een vreedzame wijze zijn gedeeltelijk volbrachte levensdoel, één onafhankelijk India, te bereiken.



Waarom is het Gandhi niet gelukt om zijn doel te bereiken?



Zoals in Hoofdstuk 3 al beschreven is, streefde Gandhi naar één verenigd India. Hij wilde voor dit doel alles opgeven. Hij stelde zelfs voor dat de Moslimliga het volledige bestuur over India zou krijgen. Dit plan werd alleen niet door de Congrespartij gesteund. De Congrespartij wilde samen met de Moslimliga het land besturen. Bij de onderhandelingen was de Congrespartij nog steeds een grote partij, maar zij vertegenwoordigde niet meer de moslims. De meeste moslims steunden de Moslimliga, onder leiding van Mohammed Ali Jinnah. Het verschil tussen de Congrespartij en de Moslimliga was dat de Congrespartij wilde dat India één verenigd land zou worden. De leider van de Moslimliga, Jinnah, wilde dat er een moslimstaat zou komen. Jinnah beweerde dat de moslimminderheid in het toekomstige zelfstandige India een tweederangs positie zou bekleden. Dit was niet waar want Nehru, de nieuwe voorzitter van de Congrespartij, bood de Moslimliga verscheidene ministerposten aan. Ondanks dit bleef Jinnah volhouden. Hij riep 6 augustus 1946 uit tot een ‘Dag van Directe Actie’. Hiermee wilde hij protesteren tegen de “Congresregering”. De oproep van Jinnah leidde tot bloederige rellen. Moordende moslimbenden trokken rond in India om de Hindoes te bekeren. Hierbij werden 4000 mensen gedood en raakten 15000 mensen gewond. Gandhi was erg geschokt en deed alles wat hij kon om de moslims en de Hindoes te verzoenen. De moordpartijen gingen echter door en er dreigde een burgeroorlog. Hierdoor besloot Mountbatten dat India opgedeeld moest worden. De congrespartij wilde ook geen burgeroorlog en stemde toe. Omdat de splitsing in augustus 1947 zou plaatsvinden was er weinig tijd voor de verdeling van India. Pakistan werd een land uit twee stukken die meer dan 12800 kilometer uiteen lagen. Toen India op 15 augustus 1947 onafhankelijk werd, was Gandhi niet aanwezig op de plechtigheid. Hij was erg tegen de splitsing, hij dacht dat de splitsing geen vrede bracht tussen de Hindoes en de moslims. Dat Gandhi hierin gelijk had bleek uit de volksverhuizing van eind augustus. Hierbij waren 15 miljoen mensen betrokken. Hindoes vluchtten vanuit Pakistan naar India. Moslims vluchtten vanuit India naar Pakistan. Bij deze volksverhuizing was er weer sprake van geweld, er vielen 500.000 doden. Om het geweld te sussen besloot Gandhi om in Calcutta in hongerstaking te gaan. Hij eiste dat het geweld ophield. Na 4 dagen brachten de belangrijkste burgers van Calcutta geschreven vredesbeloften van de inwoners. De inwoners wilden de dood van Gandhi niet op hun geweten hebben. De hongerstaking had weer eens succes en dus kon Gandhi Calcutta verlaten om in de hoofdstad Delhi het geweld te sussen. In Delhi bezocht Gandhi vluchtelingenkampen. In sommige kampen zaten Hindoes en Sikhs uit de Punjab (een grensstreek), in andere waren Moslims ondergebracht die uit hun huizen in Delhi verdreven waren. Gandhi bereikte de mensen met zijn dagelijkse gebedsbijeenkomsten. Honderden mensen lieten zich inspireren door zijn lezingen. Gandhi voelde dat hij meer moest doen dan bidden. Er was niet alleen de onrust in Delhi, maar ook de onenigheid tussen India en Pakistan. India was Pakistan nog 550 miljoen roepies schuldig, maar toen er in de provincie Kasjmir oorlog uitbrak tussen de twee landen weigerde India dit bedrag te betalen. Gandhi besloot om voor de achttiende maal zijn toevlucht te nemen tot een hongerstaking. Hij wilde niet eerder de hongerstaking beëëindigen voordat India het verschuldigde bedrag betaald had. Na 3 dagen liet de Indische regering weten dat ze het verschuldigde bedrag aan India zal betalen. Vele Hindoes waren kwaad op Gandhi. Nu er oorlog was in Kasjmir zouden de Pakistanen het geld kunnen gebruiken voor wapens. Vele, vooral extreme Hindoes, vonden de hongerstaking van Gandhi een teken van verraad. Dit was ook de reden van de dood van Gandhi. Een extreme Hindoe, Nathuran Godse, schoot bij een gebedsbijeenkomst op 30 januari 1948 Gandhi neer.



De crematie van Gandhi



Gandhi, een man die zijn hele leven voor geweldloosheid was geweest, werd door een Hindoe dood geschoten. Wat Gandhi wilde bereiken, één verenigd onafhankelijk India, is hem ondanks alles niet gelukt. Toch is Gandhi heel belangrijk geweest voor India. Hij wordt door het Indiase volk nog steeds beschouwd als de vader van het land en als de grootste leider. Gandhi leerde zijn volk oprechtheid en zelfrespect. Hij gaf zijn volk het revolutionaire middel in handen om op te komen voor haar rechten: de Satyagraha. Dit was een ‘‘erfenis’’ die Gandhi niet alleen aan India naliet, maar ook aan de hele wereld. De Amerikaanse negerleider Martin Luther King schreef eens: “Gandhi was onvermijdelijk. Als de Mensheid vooruitgang moet maken, is Gandhi onontkoombaar. Hij leefde, dacht en handelde vanuit de inspiratie van een visioen…… Het visioen van de mensheid die zich ontwikkelt in de richting van een wereld van vrede en harmonie. Alleen op eigen risico kunnen we Gandhi over het hoofd zien””



Conclusie



Gandhi, één van de belangrijkste personen die de wereld heeft gekend. Hij heeft zonder geweld een zo’n belangrijk doel bereikt. Hij zag in dat hij het land moest verenigen tot een eenheid, waardoor de Britten de verschillende bevolkingsgroepen niet meer tegen elkaar uit konden spelen. Hij kleedde en leefde als de allerarmste, en mede daardoor kreeg hij veel steun van het volk. Het volk zag hem als leider die hun kon helpen van India een onafhankelijk land te maken. Niet alleen de steun van zijn landgenoten bracht hem zo ver. Vooral dankzij zijn geweldloze strijd, wist hij een groot deel van de wereld te bereiken. De hele wereld werd wakker geschud door de Satyagraha, een door hem ontdekt begrip. Iedereen begon respect te krijgen voor deze oude magere man. Zelfs de Britten begonnen respect te krijgen voor zijn manier van handelen. Nog nooit eerder ging iemand de strijd aan zonder geweld. Het is gebleken dat geweldloosheid een machtig wapen is om een doel te bereiken.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

knap

9 jaar geleden

P.

P.

sorry dat ik het moet zeggen, maar het lijkt dat je je niet heel goed geinformeerd hebt... Gandhi is niet geboren in India maar in Zuid-Afrika, en Gandhi heeft niet gezorgd voor de onafhankelijkheid, dat was door internationale druk, alle landen lieten toen hun kolonies vallen, hij werd gehaat door de meeste hindoes omdat hij toen honderdduizenden hindoes werden afgeslacht in Pakistan niets deed en steeds de moslims had voorgetrokken, de hindoes lafaards genoemd, hij heeft o.a. ook de joden gezegd dat ze zich niet mochten verzetten tegen Hitler, hij was redelijk geschift... en Godse, zijn moordenaar was geen extremist, hij vond het gewoon zijn plicht omdat Gandhi de hindoes machteloos maakte tegen de moslims...

7 jaar geleden

K.

K.

nu dat klopt niet hij is in india geboren in gujrat en mocht naar Engeland om rechten te bestuderen voor werk ging hij naar Zuid Afrika

Hij heeft gezorgd dat pakistan bestaat maar als hij dat niet deed dan zou er ruzirk lijven door gaan tussen moslims en hindoes dit was toen de enige optie om vrede te sluiten

3 jaar geleden