Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. De dom van Xanten
3. Het museum in Xanten
4. Archeologisch park Xanten
5. Het leven in een Romeins huis.
6. Evaluatie excursie
7. Bronvermelding
Inleiding
Dit werkstuk gaat over Xanten. Een stad met een grote Romeinse geschiedenis:
De Romeinen maakte er de Rijn tot de noordelijke grens van hun rijk. Ter versterking van de grens legden zij allemaal kampen aan, zogenaamde Castra. Deze kampen werden natuurlijk verbonden door wegen en zo ontstond er een versterkte grens die wij de Limes noemen. In het jaar 100 kreeg dit plaatsje stadsrechten van keizer Traianus. Sindsdien heet het plaatsje Colonia Ulpia Troiana. Als je stadsrechten hebt mag je o.a. een markt houden en een stadsmuur maken. In de vroeg Christelijke tijd werden op de begraafplaats buiten dit stadje waren 2 mannen begraven. Deze waren wegens hun geloof ter dood gebracht. Het waren waarschijnlijk Romeinse soldaten die christen waren geworden. Eén van hen heette misschien Victor. Op hun graf ontstond een kapelletje dat in de loop der jaren een steeds grotere kerk werd die tenslotte uitgroeide tot een domkerk. Een domkerk in een kerk waar een bisschop de mis opdraagt. Om de kerk heen ontstond een nieuw christelijk stadje. Dit stadje heette eerst 'ad sanctos' (naar de heilige) en later Xanten. Deze kerk heet de Victorsdom.
Tot zover de korte voorgeschiedenis van Xanten. Dit werkstuk gaat zoals al eerder vermeld over Xanten. Als je van alles te weten wil komen over Xanten, de Victorsdom, het park Ulpia Colonia Trojana en hoe het er in een Romeins huis aan toe ging, moet u verder lezen.
De Dom van Xanten
De Dom is ontstaan doordat hier twee martelaren zijn begraven. Deze zijn ter dood veroordeeld, omdat ze christenen waren. Dit tolereerden de Romeinen, als ze maar wel de Romeinse goden respecteerden en aan hen offerden. Maar dit weigerden ze ook. En bij de Romeinen volgte de doodstraf als je niet wilde offeren aan Romeinse goden.
De twee martelaren werden begraven even buiten het legerkamp. Hier ontstond al gauw een monumentje. Dit monumentje groeide uit tot een kerk waar steeds iets werd aangebouwd uitgroeide tot een domkerk. Rond dit monument groeide een nederzetting wat uiteindelijk Xanten werd. Maar laten we weer terug gaan naar de Dom.
Laten we bij de voorkant beginnen. Als eerste merk je op, dat er enkele beelden aan de voor van de Dom staan. Het beeld telt 2 kruisbeelden die de moordenaars van Jezus vertegenwoordigen. Bij één van deze figuren zweeft er een engeltje boven het hoofd. Dit engeltje betekent dat deze moordenaar uiteindelijk toch gelooft dat Jezus een zoon van God is. De ander heeft juist een duiveltje, omdat hij toch volhoudt dat Jezus een oplichter is. De figuur in het midden stelt Jezus voor.
In de voorgevel van de Dom zijn drie taferelen die de veroordeling, de dood en de wederopstanding van Jezus symboliseren.
Verder merk je al direct twee totaal verschillende bouwstijlen in de Dom op: de toren in de Romeinse stijl en het schip in de Gotische stijl. Dat komt omdat de bouw van een Dom ontzettend veel tijd in beslag neemt. Met de bouw begonnen van de 6e kerk werd in 1263 na Christus begonnen. De bouw werd voltooid in 1520 na Christus. In totaal heeft de bouw ongeveer 257 jaar geduurd. In de 257 jaar heeft er een omslag in bouwstijl plaatsgevonden: de Romaanse stijl verdween en daar kwam de Gothische stijl voor in de plaats. De Romaanse stijl is vooral simpel en gericht op de bouwkunst, terwijl de Gothische stijl spitse ramen en veel versiering en torentjes kent.
Tijdens de tweede Wereldoorlog in 1945 is de stad Xanten en haar Dom door gebombardeerd. De Dom raakte zwaar beschadigd maar is weer helemaal gerestaureerd. Onderin de Krypte van de Dom is een monument neergezet ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de tweede Wereldoorlog. Hier staan de namen van concentratiekampen op, en van mannen die daar zijn vermoord.
In de Krypte zijn de martelaren begraven waarnaar deze Dom is vernoemd. De Dom is telkens gebouwd boven het graf van de martelaren. Xanten werd een bedevaartsoord - mede omdat Xanten door de haven een belangrijke marktplaats was - en kreeg de status van Immuniteit, dit houdt in dat speciale wetten er niet golden.
Nu over de Dom zoals hij nu is. Eerst kom je binnen in de grote zaal. Hierin staan verschillende grote houtsnijwerken en diverse schilderijen. één van de mooiste schildeijen vinden wij het schilderij dat de beslissing over de veroordeling van Jezus voorstelt. Hierop staan een aantal mensen die over de veroordeling van Jezus staan te discussiëren tegen een gouden achtergrond. De houtsnijwerken stellen scenes voor uit het leven van Christus en Maria.
In het midden van de Dom staat bovenop de Krypte, het moderne altaar. Als je deze ruimte binnengaat kom je in een apart zaaltje waar, voorin het hoofdaltaar en stoelen staan. Op het hoofdaltaar zijn verschillende dieren afgebeeld, bijvoorbeeld een adelaar, een wild zwijn, een mens en een leeuw deze zijn allemaal afgebeeld met vleugels, terwijl een hert op de zijkant juist zonder vleugels staat afgebeeld.
Het museum van Xanten
Het Regionalmuseum Xanten werd in mei 1974 als onderafdeling van het Rheinisches Landesmuseum Bonn, dat zich bezighoudt met opgravingen in Xanten sinds 1906, opgericht.
Wij bezochten vooral de zalen III en IV.
Zaal III heeft als onderwerp het legerkamp Castra Vetera. Dit lag een eindje buiten de stad CUT (Colonia Ulpia Traiana).
Zaal IV gaat over de stad zelf waar de burgers leefden.
Kort voor Christus behoorde heel het westelijk gebied van de beneden-Rijn tot de provincia Germania Inferior (Neder-Germania). Telkens probeerden de Romeinen om Germanië ten oosten van de Rijn te veroveren, maar dat is nooit gelukt. Drie Romeinse legioenen zijn door troepen van de Germanen onder bevel van Varus verslagen. Na deze nederlaag gaven de Romeinen het op om het gebied boven de Rijn te veroveren. De Rijn werd de grens van het Imperium Romanum.
De eerste Romein die met zijn legioenen tot de Rijn kwam was Gaius Iulius Caesar. Tussen 58 en 51 v. Chr. had hij heel Gallië, met het Duitse gebied ten westen van de Rijn, veroverd. De Romeinse soldaten leefden in grote legioenskampen (Castra's), die op strategische punten werden aangelegd. Samen met de soldaten kwamen ook ambachts- en kooplui in het land. Deze woonden in nederzettingen (kleine dorpjes) voor de poorten van een castra. Veertig jaar na Caesars veroveringen kwamen de generaals van de Romeinse 'keizer' Augustus naar de Rijn. Zij legden langs de westelijke oever van de Rijn versterkte legerkampen aan waarin de legioenen zich verzamelden.
ZAAL III (Vetera Castra)
Nadat de Romeinen besloten hadden de pogingen om het gebied boven de Rijn te veroveren op te geven, legden ze een definitieve grens aan langs de Rijn (genaamd: de 'Limes'). Aan deze grens, die doorliep tot aan de monding van de rivier, werden grote legerkampen (Castra's) gezet. Een van deze kampen was Castra Vetera bij Xanten. Het is vlak voor de geboorte van Christus aangelegd op een heuvelrug langs de grote rivier. Tussen al deze kampen lagen nog kleinere kampen(castella) waarin hulptroepen waren gelegerd, bestaande uit ongeveer 500 tot 1000 man. Voorbeelden zijn: Altkalter (Burginatium), Dormagen (Domomagus), Keulen-Alteburg Bonn (Bonna) en Remagen (Rigomagus).
Het belangrijkste gebouw van een legerkamp was het hoofdgebouw Principia. De naam van de hoofdstraat was: Via Principolis. De uitrusting van een Romeins soldaat bestond uit:
- saligae = soldatenschoenen
- pugio = dolk
- spatha = zwaard
ZAAL IV (Colonia Ulpia Traiana)
Na een tijdje ontstonden er ook nederzettingen voor burgers, waarin vooral mensen gingen wonen die van de troepen afhankelijk waren. Later kwamen er ook Kelten en Germanen bij. Ook de veteranen (soldaten van wie de dienst was afgelopen kregen een stukje land en trouwden vaak met vrouwen uit het Germaanse volk omdat dat de enige vrouwen waren die ze konden tegenkomen langs de grens.) en vonden hier hun plek. Zo ontstond er een nieuwe gemengde bevolking die grotendeels de Romeinse leefwijze overnamen. Twee van deze nederzettingen in de provincie wisten zich tot steden te ontwikkelen met volledig stadsrecht (coloniae):
- Colonia Claudia Ara Agrippinensium (CCAA), het huidige Keulen, het is gesticht in 50 n. Chr. en werd later de hoofdstad in de provincie.
- Colonia Ulpia Traiana (CUT), gesticht rond 100 n. Chr. op 1800 meter van Castra Vetera. Keizer Trajanus gaf deze stad zijn naam en burgerrechten.
Nadat de Romeinen de stad verlaten hadden raakte deze, in verval maar op het grafveld van de oude Romeinse stad ontstond rond 380 n. Chr. een stenen gedenkmonument dat zich later tot kapel en kerk ontwikkelde. Tegelijkertijd ontstond er een nieuwe nederzetting. Door de gunstige ligging (langs de Rijn) ontstond er een grote handels mogelijkheid over water. Deze nederzetting bloeide daardoor snel in de 10e en 12e eeuw. In 939 werd door Otto I, als dank voor de overwinning op de Lotharingers een grote kerk opgericht, genaamd naar de martelaar St. Victor. Deze kerk werd meerdere keren door branden verwoest. In 1263 werd tenslotte begonnen met de bouw van de nu bestaande gotische St. Victorsdom. Xanten dankt zijn naam aan het Latijnse "ad sanctos" = "bij de heiligen", waarmee St. Victor en zijn gezellen worden bedoeld. In 1978 vierde de stad haar 750-jarig bestaan.
Archeologisch Park Xanten
In het Archeologische park Xanten zijn, aan de hand van opgravingen, verschillende gebouwen gereconstrueerd. Over deze gebouwen gaat de volgende tekst:
Toeganspoort
Voor het park staat een meterslange muur met een poort die leidt naar de haven. De toegangspoort stond aan de zijkant van het park waar vroeger een deel van de rivier stroomde. Daar is nu niets meer van te zien. De muur is opnieuw opgebouwd op de plaats waar hij vroeger heeft gestaan; en ziet er nu uit, zoals de oude muur er waarschijnlijk uitzag.
Thermen
Vlakbij de herberg liggen thermen. Een therm was een openbaar badhuis. Deze ruimte was niet alleen bedoeld om een bad te nemen, maar diende ook als ontmoetingsplaats. Men kon er met elkaar praten, lichaamsoefenigen doen, spelen en zelfs lezen. Het baden bestond gewoonlijk uit drie handelingen. Na het ontkleden in het apoditerium begaf men zich eerst naar het koude bassin, het frigidarium. Dan rustte men wat uit in het tepidarium, het lauwe bad. Daarna waste men zich met heet water in een bassin in het stomende caldarium. De moedigsten brachten ook nog enige tijd door in het sudatorium of de zweetkamer. Dan was het tijd voor gymnastiekoefeningen op de binnenplaats of onder de zuilengalerijen van de palaestra, de sportafdeling.
Riolering
De Romeinen waren heel goed in de waterhuishouding. Naast de Thermen kun je de sporen zien van de riolering van vroeger. In de tijd van de Romeinen werd de riolering van steen gemaakt. Je moest maar een arbeider zijn die een complete riolering moest aanleggen vanaf dit park naar de Rijn.
Je moet nagaan hoeveel werk het is om dat steentje voor steentje te moeten metselen. Het verbaasde mij dat de riolering zo klein was, dat had ik niet verwacht.
Amphitheater
Het amphitheater is gebouwd om gladiatoren tegen wilde dieren en andere gladiatoren te laten vechten. Zo kon het gebeuren dat je je beste vriend moest vermoorden. Na een gevecht gebaarde de belangrijkste man in het theater met zijn hand of de verliezende gladiator wel of niet gedood moest worden. Hij deed dat door zijn duim naar boven of naar onder te wijzen. Als hij naar onder wees, moest de verliezer gedood worden. En als hij naar boven wees, mocht hij blijven leven. Een gebouw in Rome dat dezelfde functie heeft is het Colosseum. De vorm van het theater is ovaal, dus niet rond zoals het lijkt. Het amfhitheater is honderd bij zevenentachtig meter, door die grootte konden er 12000 mensen in. Deze mensen moesten op stenen bankjes zitten. Ze zijn om de arena heen gebouwd waar de gladiatoren moesten vechten. Het amphitheater werd gebouwd om de mensen te vermaken.
De arena lag enkele meters diep in de bodem en werd omringd door een hoge muur. Behalve toiletten en een kantine waren er in de gangen passages en trappen, die het mogelijk maakten dat alle 12.000 mensen binnen enkele minuten konden binnenkomen of weggaan. Wilde dieren of voorwerpen, die voor de voorstellingen nodig waren, werden onder de laagste zitplaaatsen opgeborgen in ruimten, die naar de arena geopend konden worden. De populairste voorstellingen waren die, waarbij of dieren of slaven gedood werden of waarbij gladiatoren voor geld tegen elkaar vochten
De Haventempel
Deze tempel is gedeeltelijk herbouwd. CUT had oorspronkelijk drie tempels. Een van de drie tempels was de haventempel. Het is niet bekend aan welke god de tempel was gewijd. Hij is gebouwd in de Corintische stijl. Het altaar bevindt zich voor de tempel.
De bakkerij
De bakkerij heeft een nagebouwde oven en twee korenmolens. De molen bestaat uit twee delen, namelijk:
1 het maalgedeelte
2 het aandrijfgedeelte
De molen werkt als volgt:
- twee mensen duwen tegen het aandrijfgedeelte. Dat is een grote balk over de molen heen met aan beide kanten evenveel ruimte.
- Hierdoor gaan de twee molenstenen over elkaar heen schuiven.
- Hiertussen komt het koren dat gemalen moet worden. Het komt tussen de stenen in, waardoor het fijn gemalen wordt.
Het beeld van de Romeinse keizer Marcus Ulpius Traianus
Het beeld van de Romeinse keizer staat in de CUT, want hij heeft deze stad stadsrechten gegeven. Daarom is de stad naar deze keizer vernoemd. hij is afgebeeld toen hij de stadsrechten verleende. Het beeld toont hem op het moment dat hij de stad de stadsrechten wilden overhandigen. Op zijn harnas is een scene afgebeeld, waarin godin Nike voor hem de overwinning behaalde.
Puthuisje
Deze put is niet zo als vele andere. Als je aan komt lopen valt het je meteen op dat deze put niet rond is, maar vierkant. De put is ongeveer 4 meter diep en de wanden zijn van hout gemaakt. Vroeger was de put veel dieper, maar door de jaren heen is er steeds meer zand ingekomen.
Bouwkraan
In het park staat tussen de hoektoren en het amphitheater een reconstructie van een Romeinse bouwkraan. Met deze kraan kon je langzaam, maar met weinig inspanning, een zware steen ophijsen. De touwen liepen over vaste katrollen, om zo de krachten nog meer te kunnen verdelen. Onder aan een katrol die los aan de kraan was opgehangen, werd een steenschaar bevestigd, die bij het ophijsen vanzelf een blok steen vastklemde. Deze bouwkraan kon maximaal 1000 kilo optillen.
Het leven in een Romeins huis
De volgende tekst is samengesteld aan de hand van teksten, tekeningen, en andere informatiebronnen. Samen hebben wij er een soort verhaal van geschreven.
Langs de straten die de markten met elkaar verbonden, kwamen rijen winkels en werkplaatsen. In een van die straten vestigde Marcus Licinius uit Rome een bakkerij. Voor de bevolking van Verbonia was Brood een van de belangrijkste voedingsmiddelen. Er waren in de stad dus veel bakkerijen. De belangrijkste grondstof voor brood, meel, kreeg men door graan te malen in stenen molens. Iedere molen bestond uit twee belangrijke onderdelen: een soort huls die werd rondgedraaid om een vaststaande kern. Twee mannen duwden tegen houten spaken, die aan weerszijden horizontaal aan de huls waren bevestigd. De beide onderdelen van zo'n molen waren van een harde ruwe steen, die uit de omgeving van de vulkaan Vusuvius bij Napels in Zuid-Italië kwam. Onderuit de molen kwam het meel. Dat werd vermengd met water en daarna nog tot deeg gekneed. Er werd zout en zuurdeeg aan toegevoegd. Daardoor werd het brood goed luchtig en smaakte het lekker. Van het deeg maakte men platte cirkelvormige broden, die in een grote bakstenen oven werden gebakken.
De aannemer die de bakkerij van Marcus bouwde, maakte ook zijn huis. Het was erg groot, net als dat van zijn buren. De buitenmuren waren van baksteen. Sommige binnenmuren ook, maar andere bestonden uit een houten raamwerk, opgevuld met kleine stenen en mortel. Over alle muren was een laag pleisterwerk aangebracht, die men stucco noemde. De meeste muren waren kleurig beschilderd. Het huis had veel vertrekken, maar twee ruimten waren groter dan de andere. De eerste, het atrium, aan de voorkant van het huis stond door een nauwe gang in verbinding met de straat. De tweede, achterin het huis, was een tuin met een zuilenrij eromheen. Deze ruimte werd het peristylium genoemd. De eetkamer, de zitkamer, de bibliotheek, de keuken en de voorraadkamers lagen rondom het atrium, de slaapkamers en de vertrekken van de bedienden op de bovenverdieping. Omdat de stedenbouwers per huis een oppervlakte hadden bepaald, waarvan later niet kon worden afgeweken, moest men, als er meer woonruimte nodig was, het huis met een verdieping verhogen.
Het atrium was de ruimte die de familie het meest gebruikte. Het licht kwam daar binnen door het compuvium, een vierkante opening in het dak. Daaronder, in de vloer, lag een ondiepe vijver, het impluvium, waarin het regenwater terechtkwam. Dat liep dan door een gaatje weg naar een ondergrondse tank. Als men water nodig had, nam men de deksel daarvan weg en liet men een kruik van aardewerk erin neer.
Marcus zelf vond de tuin het fijnste deel van het huis, vooral omdat deze afgezonderd lag. Hij kon er rust vinden, na uren achtereen in de bakkerij gestaan te hebben. Er was een fontein, die met een kraan aan en uit gezet kon worden. Ook stond er het huisaltaar, dat gewijd was aan de Laren, de goden die het huis van Marcus beschermden. De vloeren van het atrium en van de tuin waren gedekt met marmeren tegels en een mozaïek van kleien zwarte en witte steentjes, die in allerlei meetkundige patronen in de natte specie waren gedrukt.
Het huis had alleen ramen aan de straatkant, omdat het verder helemaal was ingebouwd door de huizen van de buren. Die ramen waren klein. De Romeinen kenden wel vensterglas, maar toch waren de openingen op de begane grond voor de veiligheid afgesloten met spijlen, die we diefijzers noemen. Om de kleine kamers wat op te vrolijken werden kleurrijke voorstellingen op de wanden geschilderd. Marcus had een voorliefde voor bosschilderingen vol wilde dieren en uitheemse planten. In andere kamers had hij namaakramen en openstaande deuren laten schilderen om ze minder afgesloten te laten lijken. In de winter werden de belangrijkste vertrekken verwarmd door een systeem van warmeluchtkanalen onder de vloer. Marcus had bovendien een houtkachel.
Naast de gang tussen de straat en het atrium was een toilet. Het was verbonden met de rioleringsbuis en er spoelde constant een stroom water doorheen. Aan de andere kant van de gang lag een apart vertrek, dat een deur had naar het trottoir. Het was verhuurd aan de juwelier Lucios Julios. die wist dat een juwelierswinkel in de buurt van Marcus winstgevend kon zijn, want Marcus kreeg veel bezoek van rijke inwoners van de stad en dat leverde hem klanten op.
Lucius was vroeger slaaf geweest en had zijn vak in Egypte geleerd. Hij had de naam aangenomen van de baas die hem het laatst kocht en later had vrijgelaten. Hij woonde met zijn gezin in een huurwoning in een andere wijk van de stad. De hoge binnen- en buitenmuren van dit soort huurhuizen waren gemaakt van zwaar houten raamwerk, opgevuld met blokken steen in mortel en afgewerkt met stucco. In plaats van een atrium was er een kleine binnenplaats. Men noemde die een lichtschacht, omdat daardoor het enige natuurlijke licht viel in de appartementen eromheen.
Lucius' woning had maar een paar kamers en die waren erg klein. Ze moesten voor verschillende doeleinden worden gebruikt. De grootste kamer kwam uit op een balkon, dat uitzag op de straat. Op de begane grond van het huis was een winkel, waar men olijfolie verkocht. Daar stond een pers, waarmee de olie uit de olijven werd geperst. De olie werd bewaard in amfora's, die in de grond waren ingegraven. Olijfolie vormde een hoofdbestanddeel bij het bereiden van de Romeinse maaltijd. Men gebruikte de olie voor het maken van saus en slaatjes, maar daarnaast ook voor verlichting.
Sommige huurhuizen hadden kleine waterputten, maar er waren er niet veel met toiletten. De meeste bewoners gebruikten de openbare toiletten, die overal in de stad te vinden waren en een rij zitplaatsen naast elkaar hadden. Alle gebouwen in Lucius' buurt bevatten twee of meer appartementen. Vele waren het eigendom van de buren van Marcus Licinius. In al die gebouwen waren winkels met een ingang aan de straat. Een van die winkels was gehuurd door de kapper Quintus Aurelius. Quintus had zijn succes vooral te danken aan het feit dat hij zo graag een paatje met zijn klanten maakte. Quintus en de andere kappers van Verbonia verspreidden zo alle nieuwtjes.
Bronvermelding
Hieronder volgt een lijst met de door ons geraadpleegde bronnen:
































































Titel Auteur Uitgeverij
Het oude Rome Simon James De Lantaarn
Het dagelijkse leven in de Romeinse tijd Mike Corbishley Corona
In het oude Rome - ICOB cv
De Romeinen Mike Corbishley J.H. Gottmer
Encyclopedie voor de jeugd - Sesam Junior
Interactive Encyclopedie - Phillips (cd-rom)
Algemene Encyclopedie - Elsevier
Xanten - -
Rome Simon James Van Holkema
Informatieboekje excursie - -
Sprekend verleden - Nijgh & Van Ditmar

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Luna

Luna

Wauw super verslag! x

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

Heyheyyy!!!
Super werkstuk hoor, wij maken d'r ook één..maarre..welk deel van sprekend verleden hebje gebruikt...?
THNX!
Kussss Patricia en Renske

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast