Bespreking van Keizer Nero

Beoordeling 5.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 1824 woorden
  • 5 januari 2002
  • 161 keer beoordeeld
Cijfer 5.2
161 keer beoordeeld

Bespreking van een Keizer: Keizer Claudius Germanicus Nero
Bespreking over een Romeinse Keizer: Keizer Nero. Cedric en ik hebben samen voor Claudius Drusus Germanicus Nero, alias Keizer Nero, gekozen om hem te bespreken, omdat we hem wel een interessant figuur vinden. Keizer Nero werd onder de naam Lucius Domitius Ahenobarbus geboren als zoon van Gnaeus Domitius Ahenobarbus en Agrippina de Minor op 15 december 37 na Christus in Antium (Anzio), ten zuiden van Rome. Z’n eerste twee levensjaren waren zeer onzeker voor hem. Hij werd verwaarloosd door zijn ouders, omdat zijn vader in een kuuroord zat en zijn moeder in ballingschap was, maar uiteindelijk werd hij in die twee jaren opgevoed door twee Griekse voedsters. Later werd z’n opvoeding toevertrouwd aan een danser en zanger, Dominitia, de oudste zus van zijn vader, had hiervoor gezorgd. Toen Claudius in 41 na Christus keizer werd zag Agrippina haar kans schoon: ze kwam terug uit ballingschap en werkte zich aan het hof op tot “First Lady”. Na eerst Pallas, de schatbewaarder onder Claudius, te hebben verleid, verschafte ze zich toegang tot Claudius zelf. Messalina, de vrouw van Claudius kiest op dat moment openbaarlijk voor een toneelspeler en vindt zo haar eigen ondergang. Nu kan Agrippina met Claudius trouwen en zit ze waar ze altijd al wou zitten. Ze maakt dan ook nog Burrus, een van haar vertrouwelingen, tot hoofd van de Praetoriaanse wacht en zorgt ervoor dat Claudius Lucius Domitius Ahenobarbus adopteert onder de naam Claudius Drusus Germanicus Nero. Na dit alles sterft Claudius een vergiftigingsdood, waarschijnlijk op bevel van Agrippina. Burrus, Pallas en Seneca (een vertrouweling van Agrippina en later leermeester van Nero) kunnen de Praetorianen overhalen om Nero tot keizer te laten uitroepen, in plaats van Britannicus, de rechtmatige opvolger van keizer Claudius. Wanneer dit allemaal gebeurd is, is Nero 16 jaar oud en zijn we in het jaar 53 na Christus. Nero zelf interesseerde zich niet in retoriek of politiek, hij wilde liever zanger of toneelspeler worden, omdat hij vond dat hij daar goed in was. Hij was dus nog veel te jong en kwam uit totaal verkeerde kringen om keizer te worden. Vanaf de eerste dag van zijn regeringsperiode hinderde zijn moeder, Agrippina, die zelf de macht wilde grijpen, hem in zijn beslissingen en onderdrukte zijn eigen mening. Nooit zou hij een eigen mening vormen zolang zijn moeder leefde. Deze dominantie hield natuurlijk ook een zekere bescherming in: Hij was een groot kind en zou dat altijd blijven. Toen Nero inzag dat Agrippina de macht wilde ‘delen’, of beter gezegd helemaal naar zich wilde toetrekken, stelde hij adviseurs aan (o.a. Seneca), die dienden als eerste bescherming tegen zijn eigen moeder. De volgende anekdote is een voorbeeld van de ziekelijke drang naar macht van z’n moeder Agrippina… Nero kreeg een afkeer van Octavia, een hoogstaand meisje, nadat hij met haar een gedwongen huwelijk had aangegaan. Een tijdje later vond hij dan zijn grote liefde: Akte, een slavinnetje die al zijn hartstochten bevredigde zonder hem kwaad te doen. Dit was niet naar de zin van Agrippina, omdat zij zo de controle over Nero stilaan kwijt speelde. Ze probeerde hem alsnog naar zich toe te trekken, door hem te vleien en te zeggen dat haar strenge optreden misplaatst was. Dit plan had niet het gewenste effect op Nero. Toen ook nog Britannicus ouder werd en bijna de leeftijd had bereikt om te regeren, moest Nero zich tegen hem verdedigen. Dit werd door Agrippina gebruikt om haar zoon te chanteren, en hem zo terug te krijgen. Maar de oplossing voor deze twee problemen was simpel en al eerder door zijn moeder aangehaald: Britannicus werd vergiftigd en vond zo zijn einde. Dit was de eerste keer dat Nero zo geconfronteerd werd met de absoluutheid van zijn macht. Nero werd niet gestraft voor deze daad, vermits hij nog altijd een kinderlijk karakter had, werd deze daad getolereerd en werd hij door niemand gestraft, deels ook omdat er geen strafmaatregel was die hem zou kunnen straffen. EEN KEIZER MOCHT IMMERS DODEN. Niemand durfde dan nog kritiek te geven op Nero, en iedereen die dat wel doet werd vermoord. Iedereen zei wat Nero wilde horen! Dit kwam grotendeels doordat hij door zijn moeder altijd kind is gehouden, en dat hij altijd kreeg wat z’n hartje verlangde (ook hier kreeg hij wat hij wilde). Wanneer hij zich terug op zang en toneel gaat toespitsen, komt hij opnieuw in aanvaring met zijn moeder. Hier komen dan weer zijn adviseurs van goed pas als een ‘schild’ tegen haar. Nadien komt hij ook nog Poppaea Sabina tegen, een vrouw die de titel “Vrouw van de Keizer” wel ziet zitten. Door zijn nog altijd kinderlijk karakter is hij vlug ingepalmd door haar. Poppaea Sabina probeert zich dan van zowel Akte, nog altijd zijn minnares, als van zijn moeder te ontdoen. Ook Agrippina kreeg dit door en om terug meer vat op Nero te krijgen, gaat ze met hem naar bed. Deze ondraaglijke last drijft Nero tot het uiteindelijk laten plegen van moedermoord. De eerste dagen na haar dood was Nero nog wel zeer angstig, omdat hij niet alleen een grote last kwijt was, maar hij was tegelijkertijd ook een beschermengel kwijt. Dit was lang niet de schokkendste daad van Nero. Hij was buiten Akte, Poppaea Sabina en Octavia, die ondertussen al dood is, ook nog getrouwd met Sporus, een jongen. Nero behandelde hem als zijn vrouw en dat ging zelfs zo ver dat Nero het bevel gaf om Sporus vrouw te laten worden, met alle gevolgen van dien voor Sporus. Op 9 juni 68 pleegde Nero zelfmoord. Op dat moment had hij 15 jaar geregeerd en was hij 31 jaar oud. De dag dat hij zelfmoord pleegde, liet hij voor zijn ogen een kuil graven die precies groot genoeg was voor zijn lichaam. Ter voorbereiding moesten blokken marmer klaar gelegd worden en water en brandhout gehaald worden om zijn lichaam de laatste eer te bewijzen. Toen in 64 na Christus Rome zo goed als helemaal vernield werd door een brand zag Nero zijn kans om ‘zijn huis’ te laten bouwen. Dit huis zou het grootste en duurste paleis uit de oudheid worden, de Domus Aurea. Onder leiding van architect Severus, werd de Egyptisch-Oosterse bouwstijl als voorbeeld gebruikt. De bouw van het paleis heeft Nero een vermogen gekost. Het gebouw besloeg een deel van de Palatijn en bijna de gehele Coelius en Esquilijn, ongeveer 25 maal zo groot als het Colosseum. Zijn paleis was prachtig versierd en de muren waren met goud en parelmoer, dat overigens nooit is teruggevonden, bekleed. De zalen hadden plafonds versierd met ivoorsnijwerk, waarin luiken waren verwerkt waaruit bloemen konden neerdalen over de gasten. Ook bezaten de zalen een buizenwerk van waaruit men geurige stoffen kon laten sproeien. De eetzaal, die het heelal moest voorstellen, draaide rond en de baden hadden zowel stromend zeewater als zwavelhoudend water. In de vestibule stond een bronzen beeld van Nero met een hoogte van maar liefst 37 meter. Binnenin het complex bevond zich er een groot, ovalen kunstmatig aangelegd meer met tuinen en bossen waarin tamme en wilde dieren naar hartelust konden rondlopen. Nero hield ook wel van feestjes en tijdens deze feesten werden de banketten op bootjes geserveerd en rond het meer waren er bordelen waarin dames van adel de dienst uitmaakten. Toen het paleis klaar was, zei Nero dat hij eindelijk een waardige woning had verkregen. Nadat in 68 na Christus Nero dus zelfmoord had gepleegd, besteedde keizer Otho ook nog een fortuin aan de afwerking van de Domus Aurea. Maar ook zijn dood bleef niet lang uit. De keizer die nog na Otho kwamen hadden allen een afkeer van de met grootheidswaanzin behepte Nero, ze wilden allen zoveel mogelijk sporen uitwissen, die hen aan Nero zouden doen terugdenken. Het hoofd van het beeld dat Nero had laten maken van de zonnekoning leek wel zeer sterk op dat van Nero zelf, toen ook Vespasianus dat door kreeg, liet deze het hoofd vervangen door een van Apollo. Enkel een wit vierkant op de weg doet ons op heden nog denken aan dat standbeeld, dat moest wijken voor het verkeer. Op deze manier probeerden de latere keizers de Romeinen terug te geven wat Nero hen had afgepakt. Het huis zelf werd een tijd gebruikt als appartementsgebouw, waarin meerdere mensen konden wonen. Vespasianus liet ook grote delen van het domein openstellen voor het publiek en op de plaats van het meer liet hij het Colosseum bouwen. Boven op de benedenverdieping die Vespasianus had gespaard, bouwde Tajanus zijn thermen. Keizer Domitianus liet dan weer Nero’s verblijf op de Palatinus afbreken. Tenslotte gaf keizer Hadrianus de opdracht om het enorme vestibule te laten afbreken en er de tempel van Roma en Venus te laten bouwen. De eerste zalen van de Domus Aurea zijn ontdekt door arbeiders die in de 16e eeuw op de Oppius-heuvel in de ondergrondse gewelven doordrongen. De onderaardse gewelven waren versierd met fresco's en stucwerk. De versieringen werden niet onmiddellijk herkend. Men dacht dat de gangen altijd al ondergrondse zijn geweest. Ze werden 'grotten' genoemd, de versieringen 'grotesken'. De grotesken stelden libellen met vrouwenhoofden voor en mannen met hele grote armen. De versieringen zijn een grote inspiratiebron voor kunstenaars als Raphaël (voor bijvoorbeeld de versiering van de Vaticaanse loges) en Michelangelo geweest. Maar het belangrijkste is eigenlijk dat dit de eerste gekleurde afbeeldingen waren die ons iets vertelden over de oudheid. Tot op de dag van vandaag zij er in het gouden huis talloze rijkdommen gevonden. Meer dan 25 standbeelden werden naar boven gehaald; de belangrijkste vondst werd gedaan in 1506. De eigenaar van het terrein vond een beeldengroep van kinderen met hun vader die door een slang worden gewurgd. De beeldengroep werd door deskundigen onmiddellijk herkend als het door Plinius de Oude beschreven 'meesterwerk der kunsten' uit een Rhodisch atelier. Het was de Laöcoongroep, een kunstwerk van Hagesandros, Polydoros en Athanadoros van Rhodos. Het beeld werd door paus Julius II gekocht en naar het Belvedere in het Vaticaan gebracht. In 1515 werd het door Frankrijk als oorlogsbuit opgeëist, maar het Vaticaan weigerde het af te staan en liet een kopie maken. Noch het origineel, noch de kopie hebben Frankrijk bereikt. In 1797 werd het door Napoleon alsnog als oorlogsbuit meegenomen en ondergebracht in het Louvre in Parijs. Maar na de val van Napoleon kwam het terug in het Vaticaan. Het beeld werd in de 16e eeuw verkeerd gerestaureerd, maar is tegenwoordig, zo goed als mogelijk was, in de oude staat hersteld. De ruïnes van het Gouden Huis liggen dus diep onder de thermen van Trajanus. Men kon het vroeger bezichtigen, maar instortingsgevaar door aardverschuivingen maakt het noodzakelijk dat de onderaardse gewelven nu voor het publiek gesloten zijn. Bronnen: http://library.thinkquest.org/22866/Dutch/Keizers.html#Nero
http://user.online.be/~ota003673/Spelen%20tijdens%20de%20oudheid/nero.htm
http://www.pienternet.be/doc/werkstuk/opstel_Nederlands_Latijn.html
http://www.grundel.nl/romeboek/rom99_domus_aurea.htm
http://www.grundel.nl/romeboek/rom_domus_aurea.htm
http://www.grundel.nl/romeboek/rom99_nero.htm

REACTIES

R.

R.

Goed!

12 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.