ADVERTENTIE
Hoe neem je netjes ontslag bij je bijbaantje?

Je vindt je bijbaantje niet meer leuk of je hebt iets anders gevonden, maar hoe neem je dan netjes ontslag? Je leest alle tips over het nemen van ontslag op Youngpwr.nl, het nieuwe platform met alle informatie over werken en starten met ondernemen.

Check de tips van Youngpwr!

Geschiedenis en restauratie van het Belfort

Net zoals zovele andere gotische gebouwen werd het Belfort van Gent maar in de loop van de 19de eeuw afgewerkt. De toren van het Belfort werd kort na de Gulden Sporenslag ontworpen door de ambachtsgilden die de patriciërs hadden verjaagd. De bouw begon in 1313 en zou later 96 meter hoog worden. In 1338 nam Jacob van Artevelde de bouw in handen en rond 1377-1380 werd de toren met een houten klokkenhuis bekroond. Dit was vrij snel want bijvoorbeeld de Westtoren van de Sint-Baafskathedraal werd begonnen op 25 mei 1462 en de houten spits, die er nu niet meer is, werd pas in 1534 voltooid. In 1425 werden de plannen van Simon van Assche voor de Lakenhalle goedgekeurd. De voorgevel met de hoektorentjes werden gebouwd maar ze werden pas afgewerkt in 1903.



De oorspronkelijke houten klokkenkamer van het Belfort werd tot in 1812 gebruikt. De romp moest ondertussen wel vijfmaal grondig hersteld of helemaal vernieuwd worden.



In 1839 drong een volledige vernieuwing zich op. De staat van het Belfort was zo slecht dat men zelfs van afbraak sprak. En doordat men toen in de 19de eeuw het land doorkliefde met ijzeren spoorwegen, bruggen en zelfs gebouwen werd op 15 november 1845, op voorstel van schepen Napoleon de Pauw, een plan goedgekeurd om een volledig gietijzeren spits te vervaardigen.

Deze gietijzeren spits was blijkbaar niet zo sterk want nog geen halve eeuw later begonnen stukken ijzer naar beneden te vallen. Het Belfort was nog in slechtere staat dan voordien en dit vlak voor de wereldtentoonstelling te Gent in 1913.

In 1919 schreef het stadsbestuur een prijskamp uit waarop twee voorstellen werden ingediend. Op de zitting van 20 februari 1911 werd het voorstel van Valentin Vaerwyck goedgekeurd. Het was een plan uitgewerkt in de middeleeuwse gotiek. Vaerwyck had hiervoor vele onderzoeken gedaan in het verleden van het Belfort en vele schilderijen van vroeger bekeken.

Doordat Vaerwyck zo snel moest werken zijn naderhand vele defecten vastgesteld, vooral in de verbinding tussen de oude stenen romp en het nieuwe stenen klokkenhuis.



Vaerwyck stond toen voor een reusachtige taak : hij moest in enkele jaren tijd alle ramen restaureren van de overgebleven toren, een 20-tal daarvan waren volledig of gedeeltelijk toegemetseld, de grote kroonlijst vernieuwen, de vier hoektorens en de vier hoge vensers, waarvan de bouw gestaakt werd in het midden van de 14de eeuw, optrekken en uitbouwen, vijf spitsen in inlands hout bouwen van buiten bedekt met rood koper, kruisbloemen kogels, vensters en andere vernieuwingen in rood-vergeeld koper. Ook alle ramen vernissen en verven in twee kleuren : wit-zwart voor Gent en zwart-geel voor Vlaanderen, dan nog vier "Mannen van 't Belfort" en de leeuwen maken, het mecanisme plaatsen van het uurwerk met zijn aanpassing voor de beiaard plus een lift om het bezoek aan de toren te vergemakkelijken.



In februari 1912 werd vastgesteld dat het bovenste deel van de toren dat men hoopte te behouden, het gewicht van het geplande metselwerk niet kon dragen, waardoor men de toren moest afbreken onder de grote kroonlijst. De romp was toen nog slechts 45,15 meter hoog. Daar werd een laag beton van 20cm opgespoten als basis, maar de betonlaag werd niet goed vastgeankerd aan de romp waardoor later vele problemen ontstonden. In elf maanden tijd hadden de werklui dag en nacht gewerkt tot 95,78 m hoog en met muren van 2,3 m dikte.





Geschiedenis en legende van de Gentse Draak

De Gentse draak staat reeds 6 eeuwen op het Belfort.



Het is het symbool van de dikwijls verloren maar steeds herwonnen vrijheid.

In de 16de eeuw schreef patriciër Marcus van Vaernewijck het boek "Die historie van Belgis" waarin hij de herkomst van de draak verklaart.

Dit verhaal werd door de eeuwen heen steeds aangevuld tot de Deense professor Frederik Schiern er in 1859 nog een grandioos slot aan reeg. Het verhaal ging als volgt :



"Tijdens zijn kruistocht tegen de Seldsjoeken in de jaren 1107-1111 werd de Noorse koning Sigurd Magnussen te Konstantinopel een schitterende ontvangst bereid door keizer Alexius Comnemus. Bij zijn afreis naar het Noorden zou de vorst de vergulde draak van de voorsteven van zijn schip als dank aan zijn keizerlijke gastheer hebben geschonken, die het pronkstuk vervolgens op de Aya Sofia of op het Bukoleon-paleis zou hebben laten plaatsen. Een kleine honderd jaar later nam de Vlaamse graaf Boudewijn IX deel aan de Vierde Kruistocht en werd na de herovering van Konstantinopel op de Turken in 1204 in de Aya Sofia tot keizer gekroond van het Byzantijnse Rijk. Hij zou de Noorse draak van Konstantinopel naar onze gewesten hebben laten overkomen en ze aan het stadje Biervliet hebben geschonken, wiens strijders zich immers in de voorpostgevechten tegen de Turken zo moedig hadden gedragen. De indrukwekkende trofee - zo gaat het verhaal verder - zou niet lang in het bezit van Biervliet gebleven zijn, want reeds na korte tijd viel hij in handen van de Bruggelingen. Op hun beurt haalden de Gentenaars na de slag op het Beverhoutsveld in 1382 de draak van de Brugse Sint-Donaastoren, om hem als oorlogsbuit triomfantelijk langs de Lieve naar Gent over te brengen. Daar werd hij op het Belfort geplaatst."



Van dit verhaal is jammer genoeg niets waar. In werkelijkheid werd de draak vervaardigd in 1377 op vraag van het toenmalig stadsbestuur. De Bruggelingen hechten wel geloof aan die legende en kwamen tientallen jaren lang hun draak terugvragen, ook de Noren stelden nog tot in 1918 voor de draak naar Noorwegen te laten terugkeren.

Over de functie van de draak tast men in het duister, want de draak stond er reeds voor 1401, wanneer de keure van het klooster van de Minderbroeders naar het Belfort is verplaatst. Daarom neemt men de draak als behoeder voor de gehele stad. In legenden huist een draak altijd op een berg en dit zou ook kloppen want het Belfort staat op één van de hoogste punten van Gent waar de niet zo ver afgelegen straat "Zandberg" ons aan herinnert.

Een ander argument is de Onderstraat, die evenwijdig loopt met de Hoogpoort, dit is een verbastering van Hongerstraat of Ongerstraat, wat op zijn beurt afstamt van het woord "anger" of "angra" dat in het Oud-Perzisch slang betekent. Een draak is meestal een slang gecombineerd met lichaamsdelen van andere dieren.

De draak is bij de Gentenaren steeds zeer populair geweest. Men betrok hem zelfs bij feestelijkheden door hem vuur te laten spuwen. Dit is voor het eerst gebeurd op 17 maart 1500 ter gelegenheid van de doopplechtigheid van prins Karel. Vanaf 1595 gebeurde dit regelmatig bij grote gelegenheden. De laatste keer dat de draak vuur spuwde was in 1819 tijdens het bezoek van de Prins van Oranje aan Gent. De Belforten van Ieper en Doornik hebben ook een draak op hun torenspits, maar de Gentse draak overtreft ze allemaal door zijn afmetingen : hij is 3,55 m lang, 1,50 m breed, 1,80 m hoog en weegt 398 kg. Hij bestaat uit een ijzeren romp en is volledig bedekt met vergulde koperen platen van onregelmatige vorm.



Geschiedenis van de Roelandbeiaard

In de Gouden Eeuw had Gent maar liefst 7 beiaarden waarvan die van het Belfort de befaamdste was. Eerst en vooral heb je Klokke Roeland of de stormclocke of banclocke. Zij was de klok die de poorters onder bewapening riep. Het bezit van het klokkenrecht, dat per keure werd toegekend, was het teken van vrijheid en gemeentelijke autonomie. Klokkenluiders verbleven daarom in de toren en werden beëdigd.

De grote clocke van de Sint-Bavokathedraal werd naar model van de Gentse Roeland gegoten en Breda heeft haar grote clocke naar de Gentse Roeland genoemd. Klokke Roeland is de basis van de Belfortbeiaard.

Tot in de late Middeleeuwen bezaten de abdijen het privilege van klokgieten. Rond de 12de eeuw gaat deze kunst geleidelijk over naar rondtrekkende lekengieters die hun kunstwerk anoniem goten. De oudste klok van ons land stamt uit 1202. De anonimiteit van de kunstenaar verdwijnt pas in de 14de eeuw.



Enkele van de grootste namen in de geschiedenis van de klokgietkunst zijn de Gentse Van Ludeke en Van Roosbeke die in 1315 de Roeland goten. Gent was toen op Parijs na de grootste stad van Europa en bijna een natie op zichzelf. De stad lokte immers met zijn wereldberoemde lakenhandel duizenden werklustigen aan. Deze bedrijvigheid was onderworpen aan een dienstregeling die bevolen werd van uit de Sint-Niklaastoren met de "wercclocke ende slaepeclocke".



In 1325 werd de banklok opgehangen in de torenromp van het Belfort en in 1376-77 werd ze in het nieuw klokkenruim gehangen, waar ze voortaan ook dienst deed als uurklok. Gelijktijdig in 1377 werd een uurwerk geïnstalleerd samen met tien kleine klokjes.

In 1442 verhuisden de torenwachters van de Sint-Niklaaskerk naar de vier flankeertorentjes van het Belfort. Inmiddels had de abt van de Sint-Pietersabdij een nieuwe werkklok aangekocht voor het Belfort, zodat de Roeland een gezellin kreeg, ze heette Bertholf. Ze zou nog driemaal barsten vooraleer Pieter Hemony de nieuwe Bertholf zou gieten die tot vandaag in al haar glorie ongeschonden in haar klokkenstoel hangt. In 1456-1457 kreeg het Belfort een raderwerk met één uurwerk. "Anno 1531 was't belfort viermaal wyser ghemaekt dant te voren was." In 1482 kreeg Roeland nog een gezellin : de Filips die het werk van de Bertholf overnam.

In 1543-1544 werd de klokkenkamer omgebouwd tot een open-toren-campanule zodat het carillon zichtbaar werd en breidde men het klokkenspel uit met zestien nieuwe klokjes van de Mechelse Jacob Waghevens. De omvang van het klokkenspel was nu uitgestrekt genoeg om aan meerstemmige torenmuziek te denken.

De eigenlijke geschiedenis van de stadsbeiaard begint pas in 1553 wanneer men overschakelt van de mechanische wekkering die het uur aankondigt naar een bespeelbaar muziekinstrument waarbij de toetsen door mensenhanden worden aangeslagen. Dit was echter nog zeer primitief want het klavier was zeer beperkt en had geen pedalen, maar het stemmen van klokken was ook nog maar in een primitief stadium. Het eerste pedaal werd geplaatst in 1583 te Mechelen.



De eerste Gentse stadsbeiaardier was Jacob van Hoelbeke.

In 1618 werd de Gentse beiaard weer door twee klokken verrijkt van Jan Groignant maar toch vonden de schepenen dit niet genoeg om te kunnen wedijveren met andere Nederlandse beiaardsteden.

Sedert 1644 waren Pieter en Frans Hemony naam aan het maken als perfecte klokkengieters die de geschiedenis zouden ingaan als de stradivariusssen van de beiaard wat in feite ook gebeurd is.

Pieter Hemony werd door de Gentse wethouders gecontacteerd om het belangrijkste klokkenspel uit zijn leven te gieten voor het Gentse Belfort. Op 8 maart 1659 werd een contract gesloten om 37 klokken te gieten. Het jaar daarop mocht hij er nog drie zware basklokken aan toevoegen : de 3 triumphanten. Hiermee bezat Gent de meest uitgestrekte maar tevens de zwaarste en een der meest harmonieuze beiaard der Nederlanden. De hergoten Roeland van 6050 kg luidde voor de eerste maal op 11 november 1660. Pieter Hemony richtte in Gent een heuse gieterij in en maakte er verschillende beiaarden. Op 16 april 1660 werd Pieter dan ook in het Gentse Poorterboek "gheannoteert als poorter Mr Pieter Hemony clockgieter van style, gheboren van Levecourt prez Loraing omme te ghenieten ende jouysseren de privilegien generalle an dese poorte is". Op 25 september 1713 sloot de stad Gent een contract af met de Gentse gieter Jan Pauwels om een nieuwe luidklok te gieten met toon cis1 in harmonie met de beiaard. Zij nam de taak over van Hemony's b°.

In 1725 hergoot Andreas van den Gheyn een klein klokje : de a3 van 25 kg. Joris Dumery, de gieter van de Brugse beiaard, levert in 1749 een dis1 van 1300 kg en in 1760 een d3 van 30 kg. Met de dood van Andreas van den Gheyn gaat de stemkunst, die sinds de Hemony's, voor het eerst tot volmaaktheid was gekomen, voor meer dan een eeuw mee in het graf van de gieter en werd het stemmen van klokken terug meer geluk dan wetenschap.

In juli 1914 scheurde Hemony's Roeland waarna ze in 1948 op een voetstuk in de schaduw van haar toren werd gezet. In 1964 gaat men de beiaard die in zeer slechte staat verkeert eindelijk restaureren waardoor hij meer dan 17 jaar niet zal spelen. Maar nu kunnen we gelukkig weer volop genieten van het wondermooie beiaardspel.



Technische gegevens van de beiaard

Aantal klokken

53



Basklok

Toon g° = bes° -toets. Gewicht : 6025 kg.

Hoogte : 2,15 m, diameter : 2,133 m.

Gieter : Marcel Michiels 1948 (de nieuwe Roeland)/ Klavieromvang : bes° c1, d1, es1 en verder chromatisch tot e5.



Toonomvang

Y = g°, a°, b°, c1, verder chromatisch tot cis 5 in de middentoon (kwint = 697,5 cent).



Pedaalomvang

bes° tot g2.



Totaal klokgewicht

30.042,2 kg.



Gieters

25 klokken P. Hemony (1659, 1660, 1661)

1 klok Pauwels (1713)

1 klok J. Dumery (1749)

1 klok M. Michiels (1948)

25 klokken Eysbouts (1982) in Hemonystemming & -profiel.



Bronvermelding

Documentatiemap

Het Belfort van de stadsbibliotheek van Gent



Tijdschrift :

"Toerisme in Oost-Vlaanderen", jaargang 1972 nummer 2, pagina 29 en 30 tekst : "De draak op het Belfort" door Johan DECAVELE



Tijdschrift :

"Toerisme in Oost-Vlaanderen", jaargang 1982 nummer 4, pagina 85 tot 92. Tekst : "Een en ander over Valentin Vaerwyck en de jongste geschiedenis van het Belfort" door G. VAN SEVEREN



Tijdschrift :

"Toerisme in Oost-Vlaanderen", jaargang 1983 nummer 1, pagina 1 tot 12. Tekst : " De Roelandbeiaard, parel aan de Gentse kroon" door Jos D'HOLLANDER



De krant

Het Volk van 12 december 1987 artikel : "Gentse draak is eeuwenoud"

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

i.v.m de draak van Gent. De Codex Manesse is een Duits boek; rijk aan illustraties, verschenen ca. 1300. Daarin is er een afbeelding van de slag van "Woeringen, 1288" De afbeelding toont de strijdvaardige Hertog Jan van Brabant inhakkend op de vijand. Op zijn helm is duidelijk een draak te zien. Jan Borluut (Gentse Patricier) nam ook deel aan die strijd. De ridder in tweede rij blijkt ook een (groene) draak op zijn helm te hebben. Hoewel geen ander wapen teken te vinden is (behalve dat van de hertog van Brabant), zou het kunnen dat de tweede ridder weleens Jan Borlut is (de afbeelding is gekend als, f.18.r van de Codex, gemakkelijk terug te vinden op internet) Jan Borlut heeft later nog deelgenomen aan de slag der Gulden Sporen, waarvoor hij dan geridderd werd in zijn thuis stad Gent. Niet lang daarna is hij vermoord.

7 jaar geleden

D.

D.

En heb je informatie van het torenuurwerk Louis Meire ?

2 jaar geleden

Nashki Barnes

Nashki Barnes

En na 199 jaar en 19 jaar na dit werkstuk spuwt de draak weer vuur! https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/07/05/de-gentse-draak-spuwt-weer-vuur/

1 jaar geleden