Het Alfabet

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas vwo | 3926 woorden
  • 8 oktober 2001
  • 148 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 148 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
KCV
Inleiding

In dit verslag wordt de geschiedenis van ons alfabet verteld. Ik heb onderzocht waar het schrift is begonnen en hoe via allerlei ontwikkelingen ons alfabet is ontstaan.
De onderzoeksvraag voor dit onderzoek luidt dan ook: waar komt ons alfabet vandaan?

Tijdens het ontstaan van ons alfabet vinden er allerlei ontwikkelingen in het schrift plaats. Daarom heb ik eerst onderzocht welke schriftsystemen er zijn geweest, daarna ga ik terug naar de oorsprong van het alfabet in Soemerië en beschrijf ik de weg die leidt tot het alfabet dat we nu dagelijks gebruiken.
Ook zet ik het hele alfabet (+ de ij) op een rijtje en geef ik een toelichting bij elke letter.

Tot slot geef ik nog een conclusie van mijn onderzoek.
Schriftsystemen

Het schrift heeft voordat het was geworden wat het nu is, met klinkers en medeklinkers, een aantal fases doorgemaakt. Het begon met kleine plaatjes en nu hebben we letters. In de ontwikkeling van het schrift zijn vijf systemen te onderscheiden:

niet alfabetische schriften
- picto-ideografisch schrift
- woordsyllabisch schrift
- pseudo-alfabetisch schrift

alfabetische schriften
- consonantalfabetisch schrift
- volledig alfabetisch schrift

Het picto-ideografische schrift

In het picto-ideografische schrift worden woorden aangegeven met pictogrammetjes.
Zo kan bijvoorbeeld “O” voor “zon” staan. Zo kunnen ook zinnen gevormd worden.
Als “/” voor “gaan” staat en “!” voor onder, dan wordt “O/!” “de zon gaat onder”.
Het is natuurlijk onmogelijk om voor ieder woord een pictogrammetje te maken er zouden dan wel heel erg veel tekens bestaan. Er zijn een aantal methodes om het aantal tekens te verminderen:


- toevoeging van streepjes:

lopen: / rennen: =/

- logische samenstelling:
mond: () piepen: () Q muis: Q

- determinatieven (het
tweede ‘schriftteken’): huis: ^ ziekenhuis: ^ + zwembad: ^ ~

Het woordsyllabische schrift

Het woord “syllabe” betekent lettergreep en daar draait dit schriftsysteem dan ook om.
Bij het woordsyllabische schrift is het aantal tekens verminderd alhoewel het er nog steeds veel zijn, deze vermindering is er doordat iedere lettergreep die je hetzelfde uitspreekt een eigen teken krijgt. Met combinaties kun je zo gemakkelijk woorden maken. Als “O” zon is en “” daar dan wordt “O” zondaar of als “&” dag betekent dat staat “O&” voor zondag. Een taal die nog steeds gebruik maakt van dit systeem is bijvoorbeeld het Chinees. Een nadeel van dit systeem is dat er best wel veel tekens zijn, die je allemaal moet kennen. Maar dit systeem heeft ook een voordeel, doordat een teken staat voor een lettergreep, en dus voor meerdere letters, kun je veel sneller lezen.

Het pseudo-alfabetische schrift

Bij de overgang van het woordsyllabische naar het pseudo-alfabetische schrift wordt het aantal tekens ook weer drastisch verminderd.
Bij pseudo-alfabetische schrift staat een teken niet langer meer voor een hele klank-combinatie, maar voor alleen de medeklinkers van die bij het teken horen. Op deze manier staat het teken “O” niet meer voor “zon” maar voor “zn”, nu kan het dus van alles betekenen: zoon, zon, zone, ozon, azijn, zin, zijn.
De combinatie “O” betekent nu dus “zndr” wat kan staan voor “zondaar”, maar ook voor “zonder”.
Bij dit systeem zijn alle medeklinkers die in een taal bestaan meestal al als eenletterteken aanwezig zijn, maar dat er ook tekens zijn die staan voor combinaties van medeklinkers.
Sommige tekens uit het pseudo-alfabetische schrift staan voor meerdere betekenissen.
Zo kon “O” staan voor “zn” maar ook voor “ht” (heet). Om aan te geven dat het om het woord “heet” gaat wordt er dan een teken achter gezet dat “t” betekent bijvoorbeeld “#”.
Zo komt het er op neer dat “O” staat voor “zn”, “#” voor “t” en “O#” voor “ht”.
Het bekendste schrift dat is ontwikkeld tot pseudo-alfabetische stadium is het Egyptische hiërogliefenschrift.

Het consonantalfabetische schrift

Het consonantalfabetische schrift is het eerste alfabetische schrift en zoals dat al zegt worden de syllabische- en meerlettertekens hier losgelaten en ontstaat er een eenletter- systeem. Het consonantalfabetische schrift is nog net geen volledig alfabetisch schrift en dat komt doordat de klinkers nog ontbreken.
Het feit dat de klinkers ontbreken is te verklaren door te kijken naar de taalfamilie van dit schrift. Bij deze taalfamilie (het Semitisch) heeft ieder woord een basis van twee of drie medeklinkers die de betekenis van het woord bepalen. Woorden met dezelfde basis hebben ook met elkaar te maken. Dit zien we nog terug in het huidige Arabisch. Alle woorden met de basis “ktb” hebben met schrijven te maken: “aktib” is “ik schrijf”, “kitab” is “het boek” “katab” is “de schrijver”.
Verder is het ontbreken van klinkers te verklaren aan de hand van het feit dat dit schrift is ontwikkeld in Egypte waar het hiërogliefenschrift bestond en dit was zoals gezegd een pseudo-alfabetisch schrift, waarbij de tekens stonden voor medeklinkers.
Het is natuurlijk nog best lastig om te lezen zonder klinkers en daarom waren er trucjes.
Op de plaats van een lange klinker werd een extra medeklinker ingevoegd, zo kon de lezer zien dat er een lange klinker kwam. In het Hebreeuws wordt gebruik gemaakt van puntjes en streepjes om aan te geven dat ergens een klinker hoort.
Bij het Indische en het Ethiopische schrift worden er streepjes of boogjes vastgemaakt aan de medeklinker die in de klank vastzit aan de klinker, zo heb je eigenlijk weer een woordsyllabisch schrift gekregen.

Het volledig alfabetische schrift

Van het consonantalfabetische schrift is het natuurlijk een kleine stap naar het volledig alfabetische schrift. Er moeten alleen klinkers toegevoegd worden. Deze stap is gezet door de Grieken, zij waren dus de eerste met een volledig alfabetische schrift. Dit schrift is heel makkelijk en daarom gebruiken wij het nu ook nog.

De weg van het alfabet

Soemerië

Het hele verhaal begint in Soemerië, dat ligt in het huidige Nabije-Oosten.
Rond 3500 v. C. leefden daar de Soemeriërs. De Soemeriërs dreven handel met landen rond de Middellandse Zee en met gebieden in het oosten. Door de groeiende handel ontstond er een organisatie die de verdeling van goederen en diensten ging regelen. Hier was een boekhouding voor nodig en daarvoor gebruikten ze voorwerpjes van klei. Zo’n voorwerp stond dan voor een bepaald aantal of voor een bepaald dier. Deze vormpjes werden later vervangen door afdrukken van zulke voorwerpen in klei en later werden de voorwerpen helemaal niet meer gebruikt en kraste men met een griffel tekens uit in een kleitablet. Zo was er al een picto-ideografisch schriftsysteem ontstaan.
Doordat het heel lastig was om in klei gebogen lijnen te tekenen werden de tekens steeds abstracter. Door een verandering van schrijfmiddel ontstond in de eerste helft van het derde millennium v. C. het “spijkerschrift”.
Er kwam namelijk een nieuwe griffel met een driehoekig uiteinde, dit uiteinde drukte men eerst in de klei en daarna trok men met de punt een rechte lijn. Zo kreeg je een lijntje met aan het begin een driehoekje, hetgeen op een spijker lijkt en vandaar de naam spijkerschrift.
Het spijkerschrift is van de Soemeriërs is verspreid over het Nabije Oosten en ieder volk paste het aan hun eigen taal aan. Uiteindelijk zijn er ongeveer vijftien talen mee geschreven.

Fenicië

In het gebied dat zich uitstrekte van het schiereiland Sinaï in het zuiden tot Noord-Syrië in het noorden kwamen in het tweede millennium v. C. vele culturen samen. In dit gebied werd volop handel gedreven en de Semitische volken die hier leefden namen op deze manier kennis van vele schriften. Ze onderzochten de andere schriften en probeerden met hun bevindingen hun eigen schrift te verbeteren. In het Nabije Oosten ontstonden enkele concurrerende schriften, een daarvan was het Fenicische schrift en dit bleef uiteindelijk als enige over. Het grootste deel van het Fenicische schrift is waarschijnlijk voortgevloeid uit de Egyptische Hiërogliefen.
In Fenicië had zich dus een sterk schrift ontwikkeld en dit schrift bevond zich al in de consonantalfabetische fase. Het Fenicische schrift is ook het eerste alfabetische schrift, er zijn inscripties gevonden die uit de zeventiende eeuw v. C. komen. In die tijd veranderde het schrift nog regelmatig en rond het jaar 1000 v. C. was er een vaste samenstelling van 22 tekens ontstaan. Twintig van deze tekens zijn tekens die wij nu medeklinkers zouden noemen, de twee overgebleven tekens zijn voor ons onbekend. Dat zijn de “aleph” en de “ajin”, deze twee tekens zijn glottisslagen. Het zijn de medeklinkers die je hoort vlak voor het uitspreken van een a-klank (aleph) en een oe-klank (ajin).
De Feniciërs hadden zelf al in de gaten dat het best onhandig was een alfabet zonder klinkers en daarom gebruikten ze ook leeshulpjes zoals bij consonantalfabetische schriften meestal het geval is.
Doordat de Feniciërs veel handel dreven werd hun schrift gemakkelijk verspreid over de wereld. Er zijn twee directe afstammelingen van het Fenicische schrift. Ten eerste is daar het Aramees en daar stammen maar liefst weer 250 andere schriften vanaf, alleen niet ons alfabet. Het tweede schrift dat van het Fenicisch is afgeleid is het Grieks.

Griekenland

Men denkt dat de Grieken rond de tiende eeuw v. C. kennis maakten met het Fenicische schrift. De Grieken hadden toen ongeveer een eeuw zonder schrift geleefd, omdat de Doriërs de Myceense cultuurcentra hadden verwoest en het oude Griekse schrift was zo verdwenen.
Het Griekse alfabet en het Fenicische alfabet verschillen best veel van elkaar en dit komt doordat de Grieken niet alles zomaar overnamen van de Feniciërs. De Grieken kenden geen glottisslagen en die namen ze ook niet over, verder hadden de Grieken enkele klanken die de Feniciërs niet kenden. Het grootste verschil tussen het Grieks en het Fenicisch is natuurlijk het gebruik van klinkers. Doordat het Grieks een niet-Semitische taal is hebben de klinkers een even belangrijke waarde in een woord als de medeklinkers. Dit was anders dan bij Semitische talen (zie Het consonant alfabetische schrift). Daarom voegden de Grieken klinkers aan hun alfabet toe, dit waren geen hulptekens zoals bij consonantalfabetische schriften, maar echte tekens gelijkwaardig aan medeklinkers.
Dit was een grote stap in de vorming van ons eigen alfabet, want de Grieken hadden het probleem voor alle niet-Semitische talen opgelost. Omdat er in Griekenland verschillende dialecten waren, werd het schrift ook aangepast. In de vierde eeuw v. C. werd het Ionische alfabet als standaard genomen voor onderwijs en ambtelijk taalgebruik. Het Ionische alfabet ontwikkelde zich later ook tot het klassieke Griekse alfabet.
Ook de vorm van de tekens hebben de Grieken aangepast. De Fenicische tekens lijken nog helemaal niet op onze letters, maar de Griekse letters komen al aardig met die van ons overeen. De Grieken hebben de tekens aangepast omdat ze makkelijk schrijfbare letters wilden hebben.

Italië

Rond het jaar 1000 v. C. bloeide de Etruskische samenleving op in Klein-Azië. De Etrusken trokken naar Italië. De Etrusken gebruikten toen het Vroeg-Etruskische schrift, dit had 26 tekens. Toen ze in aanraking kwamen met het Griekse schrift dat 24 tekens had gingen ze ook selecteren. Dit Griekse schrift was niet het Ionische maar het West-Griekse, dit kwam doordat de Etrusken vooral handel dreven met delen van West-Griekenland.
Een aantal tekens namen ze over van de Grieken en ze schrapten een paar van hun eigen letters. Zo ontstond het Etruskische alfabet, dat 21 letters telde.
In Midden-Italië leefden de Romeinen. Zij ondervonden veel culturele invloed van de Etrusken en zo kwam het dat zij het Etruskische alfabet overnamen, ze pasten het een klein beetje aan, maar het bestond nog steeds uit 21 letters. Dit schrift werd Archaïsch Latijn genoemd, dit was nog geen echt Latijn, want dat ontstond later. Voor de vorming van het Latijn werden er twee letters toegevoegd, zodat het Latijnse alfabet uit 23 letters kwam te bestaan.
Doordat het Romeinse Rijk zo enorm groot werd en de Romeinen het Latijn gebruikte, werd het Latijn over een groot stuk gebied verspreidt. Het Latijn werd zelfs het schrift van de christelijke kerk. Doordat de kerk hoog in aanzien stond werd het Latijn het belangrijkste schrift. In het Nabije-Oosten was er nog wel een strijd tussen het Latijn en het Grieks, maar uiteindelijk was het Latijn ook hier het sterkst.

De ontbrekende letters

Ons alfabet stamt direct af van het Latijn, het enige verschil is dat wij drie letters meer kennen. Dat zijn de j, de u en de w.

De j is ontstaan uit de letter i, het Latijn kende namelijk wel een j in de uitspraak maar geen j in het schrift. De Latijnse letter i stond voor zowel een i als een j. Dit leverde soms problemen op en in de middeleeuwen maakte men aan de i een boogje om duidelijk te maken dat het om een j-klank ging en de j was geboren.

De letter u is voortgekomen uit de letter v. In het Fenicische alfabet, bestond de letter waw, de Grieken namen deze letter over en die kennen we als de upsilon. De upsilon had oorspronkelijk een klankwaarde tussen de v-klank en de w-klank in. De Etrusken en de Romeinen namen de upsilon over. De Grieken schreven de upsilon, zoals wij nu de y schrijven. De Romeinen en de Etrusken haalden het streepje er onder vandaan en zo was de v ontstaan. Toen de Romeinen met een pen gingen schrijven kreeg de v een rondere vorm en zo kwam er een u. De v en de u werden door elkaar gebruikt en stonden voor de v-klank en de u- of oe-klank. Maar na verloop van tijd werd de v-klank meer aan de v toegedeeld en de u- of oe-klank meer aan de u. En zo was de u ontstaan.

Het Latijn kent geen w-klank en daarom is er ook geen letter voor ontwikkeld. Andere Europese volken kenden wel een w-klank en die hadden dus een probleem. Eerst losten ze dit op door twee u’s (in het Engels is de w “double u”) te gebruiken zoals bij uuagen. In de tiende eeuw werden er ook twee v’s (in het Frans is de w “double vé) voor gebruikt, bijvoorbeeld vvoord.
In de elfde eeuw schreef men de twee v’s aan elkaar en zo was de w ontstaan.

Het alfabet van A tot IJ

A stamt af van een pictogram voor rund, als we de A 180° draaien zien we nog steeds de twee horens van het rund omhoog steken. De Feniciërs kenden de aleph, dat was de glottisslag en de Grieken namen de naam over en vormden de alfa die de a-klank had.

B komt van de Fenicische letter beth, wat van het Egyptische teken voor huis was afgeleid. De Grieken namen de beth over en gaven het de naam bèta.

C komt van het Griekse gamma, wat een g-klank had of een zachte k als in game. De Grieken hadden de gamma overgenomen van het Fenicische gimel wat kameel betekent. In het Griekse teken gamma (  ) kun je met een beetje fantasie nog wel een kop en een nek zien.

D ontbreekt in het Etruskische alfabet, terwijl de d wel voorkomt in het voorgaande alfabet, het West-Grieks, en in de afstammeling, het Latijn. Bij de Egyptenaren was deret de naam voor de d, dat betekende huis. De Feniciërs zagen er echter meer de ingang van een huis in, en noemde het delat en daar komt de Griekse delta vandaan. De Etrusken konden de d niet gebruiken, de Romeinen weer wel en dat verklaart het tijdelijk ontbreken van de letter d in het alfabet.

E was oorspronkelijk een h. De Feniciërs hadden namelijk de he, wat raam betekende en daar was de h-klank aan verbonden. Omdat de Grieken wat moeite hadden met deze letter namen ze de letter wel over maar verbonden ze er de e-klank aan en noemde ze die de epsilon.

F had bij de Feniciërs een andere klank dan bij ons. De f komt van de Fenicische letter waw die de w-klank had. De Grieken namen de waw over in de vorm van de letter vau, deze letter had een klank tussen de v- en de w-klank in. De Etrusken namen het over en verbonden de f-klank eraan.

G is uitgevonden door de Romeinen en komt dus in het Latijn voor het eerst voor. Oorspronkelijk had het Latijn alleen de letter c die stond voor een harde en de zachte k. Een Romeinse taalmeester zette een verticaal streepje aan de c en zo ontstond de g die voor de zacht k stond. De c stond nu voor een harde k.

H had ooit een e-klank, namelijk bij de Grieken, die hadden de letter èta. Zij hadden de letter overgenomen van de Feniciërs die de chet kenden wat wel een h-klank had. De Etrusken namen de èta over van de Grieken en gaven het weer de h-klank die wij nu nog kennen.
I is uitgevonden door de Egyptenaren, zij hadden een teken voor hand, de jodh. Dit had een j-klank en dat had het ook bij de Feniciërs. De Grieken gaven het later de i-klank. Bij de Grieken was de i een streepje zonder puntje erboven. In de elfde eeuw werd het puntje toegevoegd om de letter goed te kunnen zien tussen de andere letters

J zie de ontbrekende letters

K lijkt nog steeds wel een beetje op een hand met vingers. Bij de Egyptenaren was dit het teken voor het lichaamsdeel dat een dode nodig had om in het hiernamaals verder te leven. Het werd door de Feniciërs herkend en ze gaven het de k-klank. Het teken kreeg de naam kaph, wat handpalm betekent, de Grieken kregen zo de kappa.

L komt van het Fenicische lamed, wat staat voor ploegschaar, de Grieken kregen zo de lambda. Het teken heeft altijd een l-klank gehad.

M lijkt nog steeds wel op golvend water, dat betekende het Fenicische mem ook. De Grieken kregen de letter mu en die had een lange linkerpoot (  ). De Romeinen maakten er later de symmetrische m van.

N was in het Fenicisch het teken nun, dat betekende vis. De Grieken namen de letter over en hadden de letter nu. De n heeft veel verschillende vormen gehad, maar uiteindelijk na veel gedraai is er toch de letter uitgekomen die we nu kennen

O was het teken voor een glottisslag bij de Egyptenaren en de Feniciërs en had de naam ajin, wat oog betekent. De Grieken kenden geen glottisslagen, maar ze gebruikten het teken wel voor hun klinker o. De Grieken noemden het teken de omikron, kleine o, ze hadden ook een grote o, de omega, alleen die is niet overgenomen door de Etrusken.

P was bij de Egyptenaren en de Feniciërs hetzelfde. Het teken heette pe en had een p-klank. De Grieken hadden een hoekig teken, de pi (  ), de Romeinen maakten van het rechterstreepje een boogje en zo was onze p gevormd.

Q had bij de Feniciërs een k-klank en de Feniciërs hadden de letter qoph. De Grieken, die deze letter de koppa noemden, hadden al een k-klank, namelijk de kappa, daarom kwam hij later te vervallen. Voordat de koppa weg was hadden de Etrusken hem al overgenomen. De Romeinen gebruikten de q alleen met een u erachter en dat is bij ons ook het geval.

R was in het Fenicisch gelijk aan de letter resh. De Feniciërs hadden een gespiegelde p als teken voor de resh, zoals onze kleine letter q eruit ziet. De Grieken namen de resh over en noemde hem rho, maar tegelijkertijd spiegelde ze het teken zodat het leek op onze p. Omdat de Grieken de pi (  ) hadden voor de p, die leek niet zo erg op de p, was dat voor hen geen probleem. Bij de Romeinenleken de r en de p echter wel op elkaar en zei gaven de p een extra poot zodat de R ontstond.

S zag er bij de Egyptenaren uit als een gekantelde E, bij de Egyptenaren stond dat teken namelijk voor shin, wat tand betekent, dat zie je ook wel terug in een gekantelde E. Bij de Feniciërs had de shin een sj-klank. De Grieken gaven het de s-klank die wij nu nog kennen.

T werd bij de Feniciërs geschreven als een kruisje, dat taw heette en het had een t-klank. De Grieken namen het over, noemden het tau en gaven het de vorm die wij nu nog kennen. De Etrusken en de Romeinen namen het over en veranderden er niks meer aan.

U zie de ontbrekende letters

V zie de ontbrekende letters

W zie de ontbrekende letters

X is afgeleid van het Griekse ksi. De ksi stamde op zijn beurt weer af van de Fenicische letter samekh, alleen de naam werd van de Fenicische letter ajin overgenomen. In het West-Grieks werd de x geschreven als bij ons het plusteken ( + ), de Etrusken draaide het een stukje door en de Romeinen namen die letter over en zo kennen wij de x nu nog steeds.

Y is een rare letter, want niemand weet eigenlijk of het nou een klinker of medeklinker is. De Grieken hadden de letter upsilon, die stond voor een u-klank. In het Latijn bestond echter geen u-klank en zo had het Latijn in eerste instantie geen letter y. Maar nadat Griekenland deel uit maakte van het Romeinse Rijk kwam de letter wel in het Latijnse alfabet.

Z is niet altijd de laatste letter van het alfabet geweest, bij de Feniciërs stond het namelijk op de zevende plaats. Dat was de letter zain met de z-klank. Ook in het Grieks kwam de z als zevende in het alfabet, nu als zèta. De Etrusken namen de zèta ook over alleen de Romeinen niet. Maar na de verovering van Griekenland werden er woorden overgenomen van de Grieken en toen kon het herintreden van de letter z in het alfabet niet uitblijven. Helaas voor de letter z moest hij wel weer achteraan aansluiten.

IJ is officieel geen letter, maar je zou hem toch de 27fste letter van het alfabet kunnen noemen. Hier zijn een aantal redenen voor. In het telefoonboek staat IJselstein bij de letter y. En zoals je aan het woord IJselstein al kunt zien, als een woord met hoofdletter geschreven moet worden en begint met ij, dan worden de i en de j groot. Bij andere meerklanken zoals oe en ei is dit niet zo, het is bijvoorbeeld Eigeel en niet Eigeel. De ij is ontstaan doordat men in de zestiende eeuw een j achter een i zetten als de i lang was. Later ging men de ij steeds vaker uitspreken als ei i.p.v. als ie. Misschien dat de ij ooit nog een officiële letter wordt, zodat het Nederlandse alfabet 27 letters heeft.

Conclusie

Het antwoord op de onderzoeksvraag: waar komt ons alfabet vandaan? is niet zo makkelijk te geven. Het schrift in het algemeen heeft namelijk een heleboel ontwikkelingen doorgemaakt voor er een alfabet was. Het begon met pictogrammetjes die ieder een woord uitbeeldden en dat ontwikkelde zich tot een alfabet. Toen het eerste alfabet er was, leek het nog maar voor een klein deel op het alfabet dat wij nu gebruiken. Door handel, oorlog, selectie en bijbedachte letters is uiteindelijk ons alfabet ontstaan.
In het kort kun je zeggen dat de basis voor het schrift ligt in het oude Soemerië. Vanaf daar heeft het schrift zich ontwikkeld tot het eerste alfabet van de Feniciërs en via de Grieken, de Etrusken en de Romeinen is het bij ons terechtgekomen.
Ieder letter heeft ook zijn eigen kleine geschiedenis en de meeste letters zijn ontstaan bij de Egyptenaren en de Feniciërs, een aantal bij de Grieken en een enkele bij de Romeinen.
Het was best een leuk onderzoek en ik heb voor mijn gevoel een aardig resultaat bereikt.

Literatuurlijst

Boeken:
- Prisma, Het alfabet van A tot Z, alles over alfabetten. Ferrie Verouden
- 50 eeuwen schrift, een inleiding tot de geschiedenis van het schrift.
Ben Engelenhart en Jan Willem Klein

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

N.

N.

Wat was je cijfer?

20 jaar geleden

M.

M.

waar heb jij al die informatie vandaan?

alvast bedankt

18 jaar geleden

L.

L.

wow wat een onzin

7 jaar geleden

D.

D.

welke sites heb jij allemaal gebruikt voor je werkstuk en welke boeken. ik hoop heel erg dat je reageert op deze reactie. En trouwens heel erg bedankt voor de werkstuk want ik moet er namelijk ook een werkstuk over schrijven (nou moet ik wauw het zelf).

5 jaar geleden