Reacties op de examens, het laatste examennieuws, je voorlopige cijfer berekenen en de antwoorden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


1 Voorwoord

1.1 Definitie

Een computer is een machine die door de mens is uitgevonden. De naam komt van het engelse werkwoord "to compute" dat berekenen betekent. Een computer is een machine die goed en snel kan rekenen zonder fouten. De computer kan ook heel goed onthouden. En gegevens onthouden.

1.2 Inleiding

Dit is wat de woordenboek ons vertelt over de computer. Maar dat is lang niet alles.
We zijn juist in de eenentwintigste eeuw: is Barbie oud aan het worden? Heeft Monopoly “het” nog? Puzzelen kinderen nog?
De ontzettend snelle evolutie van de technologie is niet meer bij te houden.
En het lijkt of kinderen stilaan vervreemden met het authentieke speelgoed en slechts oog hebben voor de nieuwste dingen.
Wij, de "oudere" jeugd, maken gretig gebruik van de nieuwe technologie.
De computer bijvoorbeeld raakt meer en meer ingeburgert in onze samenleving. Het is een zeer handig werkinstrument voor de moderne student: GIP’s maken, informatie opzoeken op internet, e-mails versturen of zelfs chatten met een oude schoolkameraad.
Maar hoe zit het met onze broertjes of zusjes? Hoe zijn zij geïnformeerd over de computer en haar mogelijkheden?
Heeft de computer alleen maar een negatieve invloed op de jongste generatie?

2 Inhoudstafel
1 Voorwoord 3
1.1 Definitie 3
2 Inhoud 5
3 Geschiedenis van de computer 9
3.1 Waar kwam het idee vandaan om een computer te bouwen? 9
3.2 Charles Babbage 10
3.3 De eerste computer. 10
3.3.1 Computer vroeger 11
3.3.2 Van vroeger naar nu 11
3.3.3 Het gevecht tussen Bill Gates en Apple 11
4 Waaruit bestaat een computer? 13
4.1 Hardware 13
4.1.1 De kast 13
4.1.2 Voeding 13
4.1.3 Invoerapparaten 13
4.1.4 De processor 14
4.1.5 De harde schijf 14
4.1.6 Het interne geheugen (cache) 15
4.1.7 Het ROM- en RAM-geheugen 15
4.1.7.1 ROM-geheugen 15
4.1.7.2 RAM-geheugen 16
4.1.8 Het moederbord 16
4.1.9 Uitvoerapparaten 16
4.1.10 De videokaart. 16
4.1.10.1 Het beeld. 16
4.1.10.2 S-VGA. 17
4.2 Software 17
4.2.1 Programmahulpmiddelen 17
4.2.2 Besturingssysteem 17
4.2.3 Spelletjes 17
5 Het beeldscherm 19
5.1 LCD - CRT 19
5.2 Afmetingen 19
5.3 Beeldschermafmetingen 19
5.4 Kleuren 19
5.5 Resolutie 19
5.6 Kijkhoek 20
5.7 Wat is een TFT-scherm? 20
5.8 Wat is een LCD-scherm? 20
6 Het toetsenbord 21
6.1 De ontwikkeling van de toetsen. 21
6.2 Ergonomie 21
7 De scanner 23
7.1 Wat is een scanner ? 23
7.2 Wat soorten scanners bestaan er ? 23
7.3 Waarom komen scanners altijd met OCR programmatuur ? 23
7.4 Soorten Scanners 23
8 De muis 25
8.1 Soorten muizen 25
8.1.1 De gewone muis 25
8.1.2 De Optical mouse 25
8.1.3 De Wireless mouse 25
8.2 De geschiedenis van een muis 25
8.2.1 Vader van de muis ontvangt prijs 26
9 De printer 27
9.1 Wat doe je met een printer? 27
9.2 De matrixprinter 27
9.3 Bubbeljet/Inkjet printer 27
9.4 De laserprinter 27
9.4.1 Welke soorten laserprinters bestaan er ? 27
9.5 De plotter 28
9.5.1 Wat is een plotter ? 28
9.5.2 Hoe werkt een plotter ? 28
10 De CD-ROM 29
10.1 Het verleden, het heden en de toekomst van de CD-speler 29
10.2 De compactdisk 30
10.3 CD –ROM spelers en (re)writers 32
11 Prijzen 33
11.1 Wat hoort er bij de computer en wat zit er eigenlijk in? 33
11.2 Randapparatuur 34
12 RSI 35
12.1 Niet de muis, maar de computer veroorzaakt RSI 35
13 Computercriminaliteit 37
13.1 Virussen 37
13.1.1 Wat is een virus? 37
13.1.2 Hoe komt u eraan? 37
13.1.3 Wat kunt u doen om infectie met een virus te voorkomen of te bestrijden? 37
13.1.3.1 Voorzichtig omgaan met e-mail en e-mail bijlagen 38
13.1.3.2 Back-ups maken 38
13.1.3.3 Een anti-virusprogramma gebruiken 38
13.1.3.4 Een 'personal firewall' installeren 38
13.1.3.5 Verwijder onnodige programma's 39
13.1.4 Wat te doen bij een besmetting met een virus 39
13.1.5 Overheidsbeleid ten aanzien van virussen 39
13.2 Hackers 40
13.2.1 Wat zijn hackers? 40
13.2.2 Wat doen hackers? 40
13.2.2.1 Afluisteren (e-mail, wachtwoord enz.) 40
13.2.2.2 Kraken 41
13.2.2.3 Trojaanse Paarden 41
13.2.2.4 Denial of Service (DoS) aanvallen 41
13.2.3 Wat kunt u doen om inbraak te voorkomen? 42
13.2.3.1 Installeer een personal firewall 42
13.2.3.2 Zorg voor up-to-date software 42
13.2.3.3 Gebruik veilige wachtwoorden 42
13.2.4 Als er is ingebroken 43
13.2.5 Overheidsbeleid ten aanzien van hackers 43
14 Het Internet 45
14.1 Geschiedenis 45
14.2 Wat is internet 45
14.3 Wat heb je nodig om op internet te gaan via je telefoonlijn 45
14.3.1 Een computer met een browser op 45
14.3.2 Een modem 46
14.3.3 Een telefoonaansluiting 46
14.3.4 Een internetprovider 46
15 Bibliografie 47
15.1 Boeken 47
15.2 Internet 47

3 Geschiedenis van de computer
Het beginidee voor een "analytische machine", die reeds was opgebouwd uit de basisprincipes van de huidige computer zoals opslaan,besturen,tellen, kwam van de Engelsman Charles Babbage(1791-1871).
Pas rond de Tweede Wereldoorlog kwam er schot in de zaak en pas 1949 kwam er een echte doorbraak toen EDSAC in Engeland de eerste intern geprogrammeerde rekenmachine uitbracht.
In 1951 werd in de Verenigde Staten de eerste commercieel bruikbare computer op de markt gebracht.Midden jaren zestig werden er voor het eerst geïntegreerde schakelingen gebruikt.De computer werd nu door goedkopere productietechnieken goedkoper en beschikbaar voor een brede markt.Tegen het einde van de jaren zeventig werden computerprocessoren in kleine geheugeneenheden op chips geplaatst.
3.1 Waar kwam het idee vandaan om een computer te bouwen?

De eerste mechanische rekenmachine werd in 1642 gebouwd door de toen negentien jaar oude Franse filosoof en wiskundige Blaise Pascal. Zijn pascaline kon optellen en aftrekken. Zijn Duitse collega Gottfried Wilhelm von Leibniz construeerde in 1694 een rekenmachine die behalve optellen en aftrekken ook kon vermenigvuldigen, delen en vierkantswortels berekenen. Hoewel ook deze machine nog volgens het analoge principe werkte, vond Leibniz wel reeds het binaire stelsel uit dat in de huidige digitale computers wordt toegepast.
Beide machines bevatten een groot aantal tandwielen, die met de hand werden bewogen en hun aantal omwentelingen doorgaven aan tandwielen ernaast. De machines waren maar beperkt te verkrijgen, ze waren duur en kwetsbaar, en hadden daardoor weinig succes. Rond 1800 kreeg de Franse textielwever Joseph Marie Jaquard een nieuw idee. Hij bouwde een weefgetouw dat automatisch patronen weefde, aangestuurd door de instructies uit een stapeltje ponskaarten (= een papiertje met gaatje waar een computer z’n informatie uit leest). Na een paar jaar had hij een model uit gevonden waarin zijn ponskaarten allemaal aan elkaar gekoppeld zaten waardoor ze achter elkaar aan gelezen konden worden. Dit was de eerste “programmeerbare machine”. Zo kon je dus zelf seintjes geven aan de machine. Deze ponskaarten werden later van belang bij de computer. Zodat de computer bijvoorbeeld verschillende soorten berekeningen kon uitvoeren. Dit kwam omdat de Engelse wiskundige Charles Babbage deze ponskaarten kon gebruiken om programma’s te coderen waarmee hij zijn “programmeerbare machine” wilde besturen.
Jammer voor hem leefde hij in een tijd waarin elektriciteit nog nauwelijks werd begrepen, laat staan dat men wist hoe je er schakelaars mee kon omzetten, of bits mee bewaarde. De machine van Babbage moest gebouwd worden met de materialen en kennis uit die tijd: koperen tandwielen, stangen, zuigers en stoom. Dat bleek een onmogelijke opgave.

3.2 Charles Babbage
Charles Babbage werd geboren op 26 december 1792 en overleed 18 oktober 1871 te Londen. Na zijn dood werd er door de British Association een comité opgericht. Dit comité moest gaan onderzoeken of ze het ontwerp van Babbage om konden zetten in een machine. Verder zouden ze moeten gaan onderzoeken wat de gevolgen van deze machine zouden zijn voor in de toekomst. Ik denk niet dat ze toen reeds verwachten dat het zo een drastische impact zou hebben op de toekomst.
De vader van Charles was Benjamin Babbage, een bankier. Zijn moeder was Betsy Plumleigh. Op zijn vijfde is hij erg ziek geweest en op zijn tiende heeft hij zelfs op het randje van de dood gezweefd. Daarna is hij naar Devonshire gestuurd, waar hij onder de hoede van een predikant kwam, die vooral op zijn gezondheid moest letten. Hij kreeg dankzij zijn vader les op privé-scholen. Na Alphington werd hij naar een academie op Forty Hill, Enfield, Middlesex gestuurd, waar zijn opleiding pas echt begon.
Op deze academie bleek hij geintreseerd te zijn voor wiskunde. Na de academie ging hij thuis verder met zijn studie.Hij leerde onder andere over de theorieën van Newton en Lagrange en over Leibniz.
Doordat hij al zo'n grote kennis had verkregen uit zijn boeken, vond hij de studies op het Trinity College in Cambridge, waar hij in oktober 1810 heen ging, niet interessant. In plaats hiervan las hij de boeken van Euler en andere wiskundigen, die hij uit de bibliotheken van universiteiten in Parijs, Berlijn en St. Petersburg haalde. Hierbij kwam hij zeer onder de indruk van de notatie van Leibniz.
Charles Babbage is de ontwerper van diverse mechanische rekenmachines, zoals de Differential Machine ('de houten man' 1833) en de Analytical Engine (niet door hem afgemaakt). Zijn rekenmachines worden beschouwd als voorlopers van de huidige electronische computer. In 1906 voltooide H.P. Babbage, een zoon van Charles, een gedeelte van de Analytical Engine en deze berekende 25 veelvouden van het getal pi tot op 29 decimalen. Lady Lovelace (Augusta Ada Byron) was bevriend met Babbage en heeft verschillende suggesties ter verbetering van de Analytical Engine gedaan. Naar haar is een programmeertaal (Ada) genoemd een opvolger van de taal Pascal.

3.3 De eerste computer.
De eerste elektronische computer was de eniac, werd gebouwd in 1946 en door het Amerikaanse leger gebruikt. De eniac was 30 centimeter lang en 3 meter hoog en 1 meter diep. Hij woog 13 ton en er zaten 18000 radio buizen in. die buizen werden steeds zo heet dat ze steeds opnieuw doorbranden. Wanneer er een vlieg invloog gaf dat meestal een kortsluiting, wat resunteerde in een crash van de computer. Daarom dat men momenteel tegen een programeerfout nog steeds een “bug” zegt.
Maar pas rond de 2de wereldoorlog kwam er een echt computer. Die werd speciaal ontworpen om de enigma code die de Duitsers gebruikten om met hun duikboten te communiceren de Duitsers, tevergeefs, te kraken
Toen de EDSAC in Engeland de eerste interne rekenmachine uitbracht. In 1951 werd in Amerika de eerste op de markt gebracht.Ongeveer aan het einde van de jaren ’70 werden kleine geheugenheden op chips geplaatst en ze bleven maar doorgaan om de computer meer sneller te maken.

3.3.1 Computer vroeger

· Dertig ton zwaar
· Het is een dertig meter lange kast.
· Veel electronica: 18.000 radiobuizen of vacuumbuizen, 70.000 weerstanden, 6.000 schakelaars.
· Deze eerste computer kon 5.000 rekenkundige basisberekeningen per seconde uitvoeren, en een vermenigvuldiging van b.v. 1.456.789.564 * 6.345.765.907 in 0,3 milliseconde.

3.3.2 Van vroeger naar nu

Om computers kleiner te maken zijn de radiobuizen vervangen door transistoren. Daarna is de siliciumchip uitgevonden. In 1971 vond Intel de 4004-sliciumchip uit. Deze chip werd ook wel 'de computer op een chip' genoemd. Het was de eerste microchip.
Door microchips met elkaar te verbinden werden ze samen in personel computers (PC's) gebouwd. Door de radiobuizen te vervangen door transistoren werd de computer niet alleen kleiner maar ook meteen een stuk lichter. De computers van nu zijn ook veel sneller dan vroeger. Ze worden ook steeds sneller de ene Pentium volgt de andere Pentium op. En steeds snellere computers ontstaan.

3.3.3 Het gevecht tussen Bill Gates en Apple

De eerste 'personal computer' (pc) luisterde naar de naam Altair. Bill Gates zag dat het goed was, hij schreef voor de Altair de programmeertaal en stichtte Microsoft. De software van Microsoft heette Microsoft Disk Operating System (MS-DOS) en later kwam daar Windows bij. Microsoft is nu een van de bekendste bedrijven in de hele wereld. En bij de meeste mensen ook bekender dan Apple.
1984 staat bekend als het jaar waarin de eerste Apple Macintosh werd uitgebracht.. Deze pc was de eerste succesvolle computer met een grafisch besturingssysteem aan boord. Bill Gates deed pogingen om deze software na te maken en zo ontstond Windows 1.03 in 1985. Erg grafisch was het helemaal nog niet en de eerste Windows-versies sloegen niet echt aan. Pas met versie 3.0 ging Windows wat meer op de Apple Macintosh lijken
Steve Wozniak en Steve Jobs dachten dat ze evengoed een computer in elkaar konden knutselen en ziedaar, in een garage ergens in California zag eveneens in 1975 de eerste Apple-bouwkit het levenslicht. Later zou hieruit de Apple II groeien.
Later vond een Britse lord dat hij ook iets voor de computergeschiedenis moest doen en ontwikkelde in 1980 en 1981 de Sinclair ZX81 en de ZX-Spectrum.
Jack Tramiel, grote baas van Commodore Business Machines liet dit alles niet aan zich ontgaan en toverde de Commodore 64 uit zijn hoed. Dit was in zijn tijd de voorloper van wat we nu een multimedia pc zouden kunnen noemen.

4 Waaruit bestaat een computer?

4.1 Hardware
Hardware zijn alle tastbare onderdelen van de computer

4.1.1 De kast

Er zijn drie soorten kasten: een desktop een minitower en een bigtower.
Een desktop: Een desktop is een kast die plat op tafel ligt. De eerste computers zaten in z`on kast. z` on kast word nu ook nog wel gebruikt. Hij is handig, want je kunt je beeldscherm er zo boven op zetten en je bespaart veel ruimte.
Een minitower (foto): Een minitower is tegenwoordig de meest gebruikte kast. Het lijkt wel op een desktop die op zijn kant staat. Er is genoeg ruimte binnenin om de spullen in te doen die je nodig hebt. “minitower” is een engels woord, het betekent kleine toren.
Een bigtower: Iemand die veel apparatuur in zijn computer wil stoppen kan beter een bigtower nemen. Daarin zit heel veel ruimte in en daar kunnen nog meer onderdelen in dan in de minitower. “bigtower” betekent grote toren.

4.1.2 Voeding

Als je een kast koopt dan zit er al wel een voeding in. Een computer heeft stroom nodig. Die stroom haal je uit het stopcontact. Maar de computer kan niet tegen stroom uit het stopcontact, want de stroom uit het stopcontact heeft 220 volt. Dat is veel te veel voor een computer. Een computer heeft maar 12 volt of minder nodig. De voeding zorgt ervoor dat van 220 volt 12 volt stroom word gemaakt. De voeding zorgt ook nog ergens anders voor. Uit een stopcontact komt wisselstroom en daar kan een computer niet tegen. De voeding zorg ervoor dat je gelijkstroom krijgt, want daarop werk een computer. Gelijkstroom is stroom die altijd uit een richting komt. In de voeding zitten enkele elektrische onderdelen. Omdat een computer heel veel stroom nodig heeft, moeten die onderdelen heel veel werk doen daarom word de voeding heet. In de voeding zit een soort ventilator en die houd de voeding koel.als de onderdelen wel te heet worden gaan ze kapot. Als je de computer aan zet hoor de ventilator wel werken.

4.1.3 Invoerapparaten

· De directe invoer gebeurt met een toetsenbord of met een scannner alsook met de muis. De diskette en de harde schijf zijn ook voorbeelden van invoerapparaten, maar die zijn tevens ook uitvoerapparaten
De informatie wordt veilig weggeborgen op het primair geheugen(=geheugen van de centrale verwerkingseenheid)
of op een secundair geheugen(=extern geheugen).De overdrachtsnelheid van deze media zijn zeer hoog: tot meer dan 2 miljoen tekens per seconde.

4.1.4 De processor

De processor is het onderdeel in de computer waar alle informatie bijeenkomt en via de processor verder wordt gestuurd waar het heen moet. Alle apparaten die op de computer zijn aangesloten worden bestuurd door de processor. De processor bestaat uit een dun laagje silicium met daarop meer dan 1000 contactpunten. Deze contactpunten zijn met elkaar verbonden. De eenheid, de kloksnelheid, van de processor wordt uitgedrukt in megahertz (MHz)of tegenwoordig ook al in gigahertz (GHz). De informatie die door de processor stroomt is in de elektrische signalen 1 en 0.
Processors zijn uitgevoerd als een chip. Er zijn momenteel twee grote fabrikanten van processors. Het oudste en bekendste merk is Intel en het nieuwste is AMD. De AMD is veel goedkoper dan de Intel, maar de kwaliteit van een Intel is wel beter. Een processor draait zo snel, dat er zelfs een aparte koeler moet worden opgezet. Tegenwoordig hebben de nieuwste processors al 3,06 GHz (3060 mHZ) of meer, terwijl de eerste computers met een microprocessor slechts 5 MHz hadden.

4.1.5 De harde schijf

Een harde schijf is een luchtdicht afgesloten kastje waarin een aantal glazen of metalen schijven zitten. Op deze schijven zit een magnetische laag waarin gegevens kunnen worden vastgelegd. Deze magnetische cirkels noemen we de tracks of sporen. Een track is ongeveer 0,001 mm lang en bestaat uit magnetisch gerichte deeltjes. Elk deeltje kan in twee standen staan een 1 of een 0.
Als de computer aan staat draait de harde schijf met constante snelheid rond. Dit zijn enkele duizenden omwentelingen per minuut (rpm). De nieuwste harde schijven draaien met 7200 rpm. De informatie wordt via een lees/schrijfkop omgezet in stroomimpulsen die naar het geheugen worden gestuurd, andersom kan ook. De lees/schrijf kop kan op elk spoor worden gezet om de informatie te lezen. De afstand tussen kop en schijf bedraagt minder dan 0,001 mm Een schijf heeft twee koppen, een aan de boven kant en een aan de onderkant. Ze zijn allemaal boven elkaar geplaatst. Er kunnen dus 6 sporen tegelijkertijd worden gelezen. Dit heet een cilinder, omdat ze boven elkaar liggen. Het aantal cilinders komt dus overeen met het aantal sporen per schijf. Om de koppen snel op de gewenste plaats te krijgen is er een voice-coilmotor aanwezig. De sterkte van het magnetische veld bepaalt de stand van de koppen, door de sterkte te veranderen kan de kop naar een andere plaats gebracht worden.
Als de harde schijf een schok krijgt kan de kop het oppervlak raken van de schijf, hierdoor kan er informatie verloren gaan. Bij de meeste nieuwe schijven is er een soort klok ingebouwd, die als de harde schijf minder dan 2 sec. niet gebruikt wordt de kop op een veilige plaats (parkeerstand) gezet.

4.1.6 Het interne geheugen (cache)

Op het moederbord zitten een aantal sloten (= connectors) waar men de geheugen chips bevestigd. Ze zitten dus als het ware op het moederbord en daarom noemt men het ook interne geheugen of on-board geheugen en ook wel simm’s. De eerdere computers zoals de homecomputers hadden toen maar een geheugen van 64 Kbyte. De later versie zoals b.v. de 80386 hadden al de mogelijkheid om tot 16 Mbyte te gaan.
Tegenwoordig is het al niet eens raar als men een systeem koopt dat een geheugen beschikt van 512 Mbyte. Een zeer groot nadeel van het interne geheugen is dat het vluchtig is, dat wil zeggen dat als men de spanning van het systeem afhaalt dan is de opgeslagen informatie weg. Vluchtig geheugen wordt ook wel volatile geheugen genoemd. Een bijzonder soort geheugen is het cachegeheugen (voor geheugen). Bij de eerste computers zat dit geheugen ook apart op het moederbord maar, tegenwoordig bouwt men dit ook in op het moederbord , zo dicht mogelijk tegen of in de processor. Elektriciteit gaat ongeloofelijk snel, maar toch gaat dat nog te traag voor de computer. Dus als je de cache dichterbij zet gaat dat dataverkeer sneller kunnen. Soms wordt ook een deel van het interne geheugen gereserveerd voor cache geheugen. Het capaciteit van het cache geheugen is tegenwoordig meestal 512 Kbyte. Cache geheugen wordt gebruikt als tussentijdse opslag. Normaal wordt tussentijdse opslag gedaan op het externe geheugen. Maar aangezien dit relatief veel tijd kost door het wegschrijven en weer ophalen van data gebruikt men cache geheugen omdat de toegangstijd veel kleiner is dan bij een harddisk of zoiets.

4.1.7 Het ROM- en RAM-geheugen


4.1.7.1 ROM-geheugen
De computer heeft een paar ROM chips. ROM betekent read only memory. Dit zijn chips waarin gegevens of programma`s staan die de microprocessor wel kan lezen, maar hier kan hij geen wijzigingen in brengen. Er kan een programma in zitten om een grafische afbeelding op het scherm te zien krijgen, zodat er geen grafische kaart in de computer hoeft gezet te worden. In deze chips zijn ook nog een aantal andere programma`s gezet die in de microprocessor ondersteunen.
Een speciaal soort ROM- chip word BIOS genoemd. De MS dos computers mogen niet precies hetzelfde zijn als de IBM computers. Maar deze twee werken meestal wel met dezelfde microprocessor. Ook het toetsenbord mag niet hetzelfde zijn maar ze werken wel met dezelfde programma`s. Om deze computers niet hetzelfde te maken gebruikt de IBM computer een Bios chip.

4.1.7.2 RAM-geheugen
Random Acces memory chips (RAM) zijn geheugenchips. In deze chips zitten deeltjes die voor een klein tijdje geactiveerd worden en dus tijdelijk gegevens vast houden. Als je de stroom uit doet zijn de gegevens weer weg en kan je er weer nieuwe opzetten. Deze chips zijn het interne geheugen. In het interne geheugen worden een gedeelte van de besturingsprogramma geladen. De gegevens die je wilt bewaren worden eerst op het interne geheugen gezet ( bijvoorbeeld teksten die je typt). Het is wel goed dat het interne geheugen na stroomuitval weer leeg is, anders zou het zo vol zijn. Je moet dan ook dingen die je voor meer tijd wilt bewaren dan na de stroomuitval kopiëren naar een extern geheugen.( bijvoorbeeld naar een diskette). Een extern geheugen bewaard de gegevens wel naar de stroomuitval.

4.1.8 Het moederbord
Het moederbord, de naam zegt het al een beetje is een onderdeel in de computer waarop alles is aangesloten. Hier maak je alle apparaten, zoals een muis, toetsenbord, intern geheugen, harde schijf enz, aan vast. Op het moederbord staat een belangrijk stukje software: de BIOS. De BIOS staat voor Basic input output system. Dit stukje software wordt gebruikt om de computer te laten opstarten. Je kunt allerlei functies aanpassen in de BIOS, maar dit is niet slim om zelf te doen, want functies die je hebt veranderd, kun je later misschien moeilijk terugveranderen. Het moederbord neemt in een computer een grote ruimte in, over de hele breedte en lengte van de kast. Het moederbord wordt op de moederbordhouder geplaatst.

4.1.9 Uitvoerapparaten
De uitvoerapparaten hebben tot taak de eindresultaten vast te leggen.
Dit kan door uitvoer naar een secundair geheugen(magneetbanden, harde schijf, diskette,...en tegenwoordig ook op CD-ROM)
of door omzetting van die informatie tot leesbaar schrift of een voorstelling op papier(printer) alsook op een beeldscherm of indien geluiden door luidsprekers.

4.1.10 De videokaart.

4.1.10.1 Het beeld.
Je hebt niet zo veel aan het moederbord als je niet kunt zie wat je doet. Daarom heb je een videokaart nodig als je een spelletje spelen. Je hebt een insteekkaart nodig dit keer een videokaart. Een videokaart zorgt ervoor dat er mooi en duidelijk beeld op het beeldscherm komt. Een videokaart lijkt wel een beetje op een moederbord alleen veel kleiner, hij zit vol met gekleurde onderdelen. Er zitten ook chips op de videokaart. Chips zitten helemaal vol met elektronische schakelingen.

4.1.10.2 S-VGA.
De laatste tijd heb je alleen nog maar S-VGA kaarten. Dat zijn kaarten die geschikt zijn voor kleurenbeeldschermen. Maar je hebt wel verschillende snelheden op die kaarten. Als je alleen maar typt op de computer heb je niet zo`n snelle videokaart nodig. Maar als je veel spelletjes speelt of veel technische tekeningen maakt heb je wel een snelle videokaart nodig. Hoe sneller de videokaart hoe sneller je bijvoorbeeld bewegingen ziet.

4.2 Software

4.2.1 Programmahulpmiddelen
In het begin moest elk programma stap voor stap in de machinetaal geschreven worden, met de aanvankelijk kleine programma's was dit nog mogelijk. Maar geleidelijk aan toen de programma's gecompliceerder en groter werden ontstond de vraag om programma's te schrijven in een eenvoudigere, menselijkere taal dan een eindeloze serie dorre cijfers. Daarom ontwierp men een soort vertaalprogramma(een compiler). Nu gebruikt men de zogenaamde compilertalen, één zin uit het te vertalen geeft aanleiding tot het generen van zeer lange rijen van opdrachten.

4.2.2 Besturingssysteem
Met een besuringssysteem verzorgt men de communicatie tussen computer en gebruiker. Vroeger werkte men hoofdzakelijk met MS-DOS.Daar moest men alle commandos zelf ingeven.Maar toen de concurrentie met gebruiksvriendelijkere systemen op de markt kwam ging Microsoft ook zulk systeem ontwerpen:Windows wat letterlijk vensters betekent: toepassingen worden door pictogrammen in vensters voorgesteld. Door hierop te dubbelklikken start men de toepassing. Tegenwoordig gebruikt men bijna overal Windows als besturinssysteem: het is in verschillende versies beschikbaar:
· De eerste succesvolle versies waren de windows 3.1 en de windows 3.11 voor werkgroepen, dit waren nog niet echt besturingssystemen maar grafische “shells” of schelpen, dit is een grafische look voor een ander programma, in dit geval MS-DOS.
· Windows 95 en 98 waren compleet anders en veel gebruiksvriendelijker. Maar minder stabiel.
· Vanaf Windows 2000 was windows niet langer een shell, maar een echt besturingssysteem, dat wil zeggen dat je DOS niet meer nodig hebt.

4.2.3 Spelletjes
Tegenwoordig is er een grote variëteit aanwezig op het gebied van spelletjes.Vroeger beperkte dit zich tot Packman of Tetris.Eenvoudige maar verslavende spelletjes.Maar nu zijn de spelletjes wel wat ingewikkelder:speel een jonge avonturierster in Tomb Raider of vlieg de wereld rond met een Boeing of een sportvliegtuigje.Je kan ook je favoriete voetbalmatch of het wereldkampioenschap naspelen met de hyperrealistische FIFA99 of World Cup.Er zijn ook wat gewelddadigere spelletjes zoals Carmageddon waar het de bedoeling is zoveel mogelijk mensen omver te rijden.Er zijn trouwens wetenschappers die beweren dat zulke spelletjes bij jongere kinderen een invloed hebben op het echte leven. Dat de spelletjes een echte business zijn geworden bewijst dat er een varia aan tijdschriften op de markt zijn zoals PC-gameplay of Power Unlimited.

5 Het beeldscherm
Een apparaat waarop de tekst en afbeeldingen van uw PC weergegeven kunnen worden, ook wel monitor genoemd. Het lijkt op een tv-toestel en werkt nagenoeg op dezelfde manier. Het beeld wordt gevormd door kleine punten op het scherm (hoe kleiner en dichter de punten, des te scherper het beeld). Indien u veel ontwerpt, kunt u overwegen om een beeldscherm aan te schaffen dat groter is dan de gebruikelijke 15 inch. Deze grootte wordt gemeten als een diagonale lijn.

5.1 LCD – CRT
Er zijn twee soorten beeldschermen in omloop: de klassieke beeldbuis (CRT - Cathode Ray Tube) en de LCD (Liquid Crystal Display) monitoren. CRT en LCD monitors zijn gebaseerd op totaalverschillende technieken en hierdoor hebben ze nogal verschillende weergave karakteristieken.

5.2 Afmetingen
Een vn de grootste voordelen van LCD monitoren is dat ze compact en licht van gewicht zijn. Een LCD monitor werkt met een zeer dun scherm terwijl bij de CRT gebruik wordt gemaakt van een forse beeldbuis. De CRT monitor neemt daardoor veel meer plaats in dan een LCD monitor, die daardoor ook dan overal geplaatst kan worden. De hier afgebeelde 12.1 inch LCD monitor neemt dan ook maar een derde van de plaats in van de klassieke 14" CRT monitor.

5.3 Beeldschermafmetingen
Dankzij de ontwikkelingen in de LCD technologie zijn de LCD monitoren verkrijgbaar in vrijwel dezelfde afmetingen als de klassieke CRT monitor. De hier afgebeelde 12.1" LCD monitor (links) heeft maar een iets kleiner weergave oppervlak dan de klassieke 14" CRT monitor.

5.4 Kleuren
De meeste monitoren zijn in staat om een ongelimiteerd aantal kleuren weer te geven. Wat oudere LCD monitoren komen hierin niet verder dan duizenden kleuren, maar de laatste generatie LCD's kan ook goed met een ongelimiteerd aantal kleuren werken.

5.5 Resolutie
CRT monitoren zijn gewoonlijk in staat om meerdere beeldschermresoluties weer te geven. LCD monitoren daarentegen werken vaak maar met één vaste resolutie. Andere resoluties zijn dan wel mogelijk maar dat heeft gevolgen voor e weergavekwaliteit. Kleine LCD monitoren tot 12" zijn in staat te werken met een 640 x 480 of 800 x 600 resolutie. De LCD monitoren van 14" en meer zijn in staat om te werken met een resolutie van 1024 x 768 of hoger.

5.6 Kijkhoek
Een CRT monitor heeft een grotere kijkhoek dan een LCD monitor. Dat heeft als voordeel dat het beeldscherm ook goed te lezen is onder een bepaalde hoek. Bij een LCD monitor moet je meer recht voor de monitor staan om een goed beeld te krijgen. De duurdere types LCD, de TFT uitvoeren, kennen dit probleem niet of veel minder.

5.7 Wat is een TFT-scherm?
Thin Film Transistor: een type scherm voor een draagbare computer. TFT wordt ook wel actief matrixscherm genoemd. Dergelijke schermen zijn contrastrijker en scherper dan passieve matrixschermen, maar ook duurder.

5.8 Wat is een LCD-scherm?
Een liquid Cristal Display beeldscherm zit veelal op draagbare computers. Het is gevuld met vloeibare kristallen die verkleuren wanneer er een stroom doorheen gestuurd wordt.

6 Het toetsenbord

6.1 De ontwikkeling van de toetsen.
Vroeger bestond het toetsenbord en de computer uit een geheel en bestond het toetsenbord uit letters, cijfers, leestekens en een paar speciale toetsen tab, Ctrl, Shift, Capslock, Escape, Reset, Return en twee pijltoetsen. Commodore maakte bij de c64 een (hobby computer) vier functie toetsen. Dit zijn toetsen Waarmee je een programma een bepaalde functie kan laten doen. Met zo`n functie toets kan je de computer makkelijker gebruiken. Bijvoorbeeld je moet bij een programma ctrl-a en ctrl-z indrukken een programmeur kan er voor zorgen dat dit een functie toets wordt.
IBM maakte in 1981 een computer die gescheiden van het toetsenbord was. Dat was handiger want dan hoefde de computer niet recht voor je neus te staan. Het IBM toetsenbord had niet alleen letters, cijfers, leestekens en speciale toetsen. Maar ook de cijfering zoals een telmachine. En er kwamen geen twee maar vier pijltoetsen.

6.2 Ergonomie
Ergonomie houdt zich bezig met de verhouding tussen mensen en apparaten. Hoe moet je staan, zitten of liggen om een bepaald apparaat het beste te kunnen bedienen zonder klachten van overbelasting? Voor het werken met beeldschermen zijn wettelijke regels opgesteld. Wanneer iemand meer dan twee uur per dag aan een beeldscherm werkt, moet de werkplek voldoen aan de eisen van de Arbowet, zoals:
· De beeldschermwerker moet na maximaal 2 uur werken aan het beeldscherm tijdelijk ander werk gaan doen of een pauze van min. 10 minuten nemen.
· De beeldschermwerker mag niet langer dan 5-6 uur per dag beeldschermwerk verrichten.
Betreffende beeldscherm en toetsenbord:
· Het beeldscherm moet de mogelijkheid hebben van donkere letters op een lichte achtergrond.
· De helderheid en contrast moeten door de medewerker zelf in te stellen zijn.
· Het beeldscherm kan naar voren en naar achteren worden gekanteld, en kan recht voor de medewerker worden opgesteld.
· De afstand tussen ogen en beeldscherm bedraagt 50-70 cm.
· Het beeldscherm staat niet direct aan het raam (>3 meter); als het beeldscherm uit is mag geen spiegeling van TL-buizen of raam te zien zijn.
· Bij kleurenschermen moeten de drie hoofdkleuren goed over elkaar vallen. Controle: witte tekens mogen geen gekleurde rand vertonen.
· Het toetsenbord is een losstaand onderdeel, slechts met een snoer verbonden met computer of beeldscherm.
· Het toetsenbord schuift niet bij gebruik en heeft een hellingshoek van 5-25 graden.
· Hiernaast ziet u een goede opstelling van een beeldschermwerkplek.

7 De scanner


7.1 Wat is een scanner?
Een scanner is een toestel waarmee men stilstaand beeldmateriaal (bijvoorbeeld een foto of een transparant) kan digitaliseren zodanig dat dit dan klaar is om verder door gespecialiseerde programmatuur te worden nabewerkt.

7.2 Wat soorten scanners bestaan er?
Zoals hierboven aangegeven bestaan er minstens al twee soorten. Vooreerst zijn er de handmodellen waarmee het mogelijk is kleinere foto's en/of teksten in te lezen. Indien dit tè onhandig is, is het beter om voor een zogeheten flatbed scanner te kiezen: deze laat U toe om één volledig A4 blad in één keer te digitaliseren.
Naast de goedkopere zwart/wit scanners komen nu steeds meer kleurenscanners op de markt.

7.3 Waarom komen scanners altijd met OCR programmatuur?
OCR staat voor Optical Character Recognition en dient om de tekst uit een beeld te halen en deze om te zetten in voor de computer leesbare ASCII-codes.

7.4 Soorten Scanners

De handheld scanners: Dit zijn oude modellen, ze kunnen meestal enkel zwart-wit afbeeldingen inscannen. Je gebruikt ze door ze op een blad te leggen en dan aan een constante snelheid in een rechte lijn slepen. Als je geen constante snelheid aanhield moest je opnieuw beginnen omdat je tekening helemaal uitgerokken was.

Flatbed scanners: Deze gebruiken hetzelfde principe als een kopieerapparaat: je legt een blad onder de klep en deze wordt ingescant door de computer

Foto scanner: Met deze scanner kun je negatieven en dia's scannen en digitaliseren. Handig als je bijvoorbeeld geen digitale camera hebt, maar toch veel foto’s online wil zetten, bijvoorbeeld op een site

8 De muis

8.1 Soorten muizen

8.1.1 De gewone muis
Wie kent hem niet: de computermuis. In de muis zit een klein rubberen balletje, de muis registreert hoe hard en hoever het balletje rolt en geeft dat via een kabel door aan de computer.
De computer gaat aan het rekenen en geeft aan hoe en waar het aanwijspijltje (de cursor) op het beeldscherm moet worden verplaatst.
Het is alweer zo'n dertig jaar geleden dat de computermuis werd uitgevonden. Het is dan ook niet vreemd, dat er de laatste jaren allerlei nieuwe uitvoeringen en toepassingen op de zijn markt gekomen. Zo is bij een zgn Optical muis het rubberballetje verdwenen en de zgn Cordless muis geeft de data niet door via een kabel maar doet dat radiografisch of dmv Infrarood signalen.

8.1.2 De Optical mouse
U heeft hem misschien al gezien, de optical mouse, herkenbaar aan het rode lichtje dat er onderuit schijnt. Wat hij eigenlijk doet is fotos nemen, dat rode licht dient om een beter contrast te hebben. Hij neemt de eerste foto, dan neemt hij nog een foto, vergelijkt die twee foto’s en stuurt naar de computer door hoeveel er bewogen werd. Dit gebeurt duizenden keren per seconde. Het voordeel van deze muizen is dat ze geen rollertje hebben dat kan verstroppen.

8.1.3 De Wireless mouse
Dit is een muis zonder draad aan. Hij geeft de data radiografisch door of via Infrarood signalen. Een voordeel is dat er

8.2 De geschiedenis van een muis
Van sommige uitvindingen weet iedereen wie de uitvinder was. Edison was verantwoordelijk voor de gloeilamp, Graham Bell vond de telefoon uit en Marconi bedacht de radio.
Maar van sommige uitvindingen blijft de uitvinder voor eeuwig in de schaduw staan, hoe succesvol zijn product verder ook is. Een uitvinder die wel eens in deze laatste categorie zou kunnen belanden is Douglas Engelbart. In 1964 bedacht hij het proto-type van een apparaatje dat het aanzien van het computergebruik radicaal veranderde: de computermuis.
Engelbart bedacht de muis in 1964 om beter gebruik te kunnen maken van een andere vinding die hij deed: het openen van meerdere schermen op een computer-monitor. Patent aanvragen op het principe achter "windows" vond Engelbart niet de moeite waard, maar in 1970 vroeg hij wel patent aan op het kleine houten kastje met twee wielen. Hij noemde zijn uitvinding een muis vanwege het staartje dat eraan zat.
Naast de uitivinding van de muis en het principe van Windows is Engelbart ook betrokken geweest bij tal van andere uitvindingen uit de oertijd van het Internet: video conferenties, hypermedia, links en het World Wide Web. Het leidt geen twijfel dat Internet er heel anders had uitgezien zonder de man van wie critici meer dan twintig jaar beweerd hebben dat hij er "compleet naast" zat.

8.2.1 Vader van de muis ontvangt prijs
Douglas Engelbart, de uitvinder van de computermuis (1963) heeft onlangs een belangrijke prijs gewonnen. Het Massachusetts Institute of Technology (MIT) kende Engelbart op 9 april de jaarlijkse Lemelson-MIT prijs toe.
De prijs is in 1994 ingesteld door de uitvinder Jerome H. Lemelson en zijn vrouw Dorothy Lemelson. Aan de prijs is een bedrag van 500 duizend dollar verbonden.
Engelbart zelf zou het overigens niet veel kunnen schelen. Hij leidt een teruggetrokken leven; zijn Augmentation Research Center en de Bootstrap- organisatie bleken tot verbazing van verschillende journalisten die hem de laatste jaren opzochten ondergebracht in een bescheiden werkkamer bij de computermuizenfabrikant Logitech. Net-intellectueel Howard Rheingold: "He is as quiet and modest as he appears. Truly a prince of a man." Of, gelet op de bescheidenheid en rust van muizen, een muis van een man?

9 De printer

9.1 Wat doe je met een printer?
Met een printer kun je documenten en afbeeldingen die op je computer staan op papier zetten.
Er zijn verschillende soorten:

9.2 De matrixprinter
Matrix printers werken met een lint en een printkop. De printkop heeft 9 of 24 naalden waarmee de letter op het papier wordt gezet. Het moge duidelijk zijn dat de afdrukkwaliteit van een 24 naalds printer hoger ligt dan die van een 9 naalds printer. Voordeel van een matrixprinter is dat er op kettingformulier kan worden geprint en de lage kostprijs per pagina. Nadeel is het geluidsniveau en de ' mindere ' kwaliteit. Hij wordt tegenwoordig eigenlijk enkel nog gebruikt om met doordrukpapier dubbels af te drukken

9.3 Bubbeljet/Inkjet printer
Inktjet printers werken met een printkop waar inkt in zit. Hiermee worden de letters op het papier gespoten. De afdruk kwaliteit van een Inktjet printer ligt hoger dan die van een matrix printer. Nadeel van een inktjet printer is dat er niet op kettingformulier kan worden geprint en de hoge prijs per pagina. Voordeel is de afdrukkwaliteit en het geluidsniveau. Tevens zit bij de meeste inktjet printers een papierbak.
Bubbeljet/Inkjet printer: Dit is een printer die de letters, figuren of foto's op het papier spuit met inkt.

9.4 De laserprinter
Laser printers werken met een Drum en toner. De drum wordt geladen en op het geladen gedeelte komt de Toner (poeder) te zitten dit wordt verwarmd en het papier wordt er langs gevoerd waardoor de tekst op het papier komt. De afdruk kwaliteit van een laser printer is het hoogst van alle printers. Nadeel van de laserprinter is dat er geen kettingformulier in kan en de kostprijs per pagina. Voordeel is de snelheid en de hoge afdrukkwaliteit.

9.4.1 Welke soorten laserprinters bestaan er?
Vooreerst is er een verschil in afdrukkwaliteit. Men spreekt over een aantal puntjes per inch (dpi wat staat voor dots per inch). Men vindt zowel laserprinters die afdrukken met een oplossend vermogen van 300 dpi, als van 600 en 1.200 dpi.
Bovendien heeft men printers die enkel A4 ofwel A4 en A3 formaten, en ofwel enkelzijdig of dubbelzijdig afdrukken aankunnen.
Ook heeft men een tamelijk groot verschil in afdruksnelheid. Sommige laserprinters drukken slechts een 4-tal pagina's per minuut af, terwijl anderen dan weer gaan tot 8, 16 of zelfs 24 pagina's per minuut. Er bestaan ook nog grote departementele laserprinters die bedoeld zijn om grote oplages af te drukken.

9.5 De plotter

9.5.1 Wat is een plotter?
Een plotter is een afdrukeenheid die dient om lijngeoriënteerde tekeningen, bijvoorbeeld plannen van een architect, af te drukken.

9.5.2 Hoe werkt een plotter?
Bij tafelmodellen ligt het blad papier vast, bij staande modellen beweegt het blad zich over een rol. De verschillende inktkoppen worden met behulp van stappenmotoren over het blad heen bewogen. Het neerbrengen van die inktkoppen resulteert in het trekken van lijnen op het papier. Er zijn inktkoppen met een verschillende inktkleur beschikbaar zodanig dat kleurenafdrukken mogelijk zijn.

10 De CD-ROM

10.1 Het verleden, het heden en de toekomst van de CD-speler
Al heel lang geleden was er de behoefte om geluid te kunnen vastleggen. Terwijl de wascilinder van Edison (1877) schijnbaar moeiteloos werd uitgevonden en op de markt werd gebracht, heeft het vanaf het begin van de ontwikkeling van de compactdisk ongeveer tien jaar geduurt voordat deze daadwerkelijk werd geïntroduceerd. Daarvoor kennen we natuurlijk nog de platenspeler met de SP (single play) en de LP (long play) platen, waarop het geluid analoog is vastgelegd in sporen, die door een keramische of diamanten naald worden afgetast.
Het analoge tijdperk loopt echter ten einde en de digitale signaalverwerking heeft zijn intrede gedaan. Met digitale muziek kan men eindelijk naar een weergave luisteren en het gevoel hebben dat men echt bij het optreden aanwezig is. High Fidelity zal voortaan Higher Fidelity moeten heten. Nog een voordeel van de digitale geluidsregistratie is dat de informatie permanent is. Bij de analoge technieken veroudert het opslagmedium waardoor er informatie verloren gaat. De informatie, vastgelegd met behulp van digitale technieken kan in principe niet verloren gaan.
De compactdisk verenigt veel technieken in zich, waarmee veel individuen en bedrijven baanbrekend werk hebben verricht. Aan Sony en Philips komt echter de eer toe van de primaire ontwikkeling. De combinatie van optische registratie technieken van Philips en de foutcorrectietechnieken van Sony resulteerden in het succesvolle compactdisk-systeem.
In 1974 onderzocht Philips als eerste de mogelijkheid om audio-informatie op een optische disk op te slaan. De analoge methoden voor videoregistratie op een beeldplaat bleken ongeschikt. Daarom werd de mogelijkheid onderzocht om audiosignalen digitaal te coderen. Voor Philips was het verder een vereiste dat er gebruik zou worden gemaakt van een disk met een kleine diameter. Sony was ondertussen bezig met een optische audiodisk van grote diameter en verrichtte diepgaand onderzoek naar de foutcorrectiemethode om het systeem te realiseren. Ook andere producenten waren bezig met de ontwikkeling van een digitale audiodisk. Toen Sony en Philips in 1979 besloten te gaan samenwerken resulteerde hun gezamenlijk produkt in een wereldstandaard. Na de ontwikkeling van de halfgeleiderlaser-weergavekop en van SLI-schakelingen (Large Scale Integration, een techniek voor het onderbrengen van zeer veel componenten op één chip) voor de signaalverwerking en de DA-conversie werd het compact disk-systeem in oktober 1982 in Japan en Europa geïntroduceerd.
De eerste CD-spelers kostten ongeveer 1500 euro. Momenteel kun je voor ongeveer 100 à 200 euro een redelijke CD-speler kopen. In zeer veel huis- en tienerkamers kom je dan ook tegenwoordig een CD-speler tegen.
Maar de ontwikkelingen gaan door. Wat we nu als perfect beschouwen zal over een aantal jaren weer als ouderwets worden bestempeld. Voorlopig zal de digitale opslag van informatie, of dit nu muziek, video of tekst is, nog wel even stand houden.
Uitbreidingen van deze manier van registratie zien we al in de CD-ROM speler en de CD-I. De digitale technieken zullen er misschien toe leiden dat we op een gegeven moment gebruik kunnen maken van een audiobibliotheek, waarbij we vanuit de huiskamer elk willekeurig stuk muziek direct kunnen beluisteren.
De CD-ROM speler kan ongeveer 650 of 700 Mb aan informatie opslaan en heeft daarmee een opslagcapciteit die overeenkomt met 275.000 pagina's tekst, 18.000 computergrafieken of 3600 stilstaande videobeelden. De CD-I is een interaktief medium waarbij de informatie die wordt getoond afhankelijk is van de reacties van de gebruiker. Die informatie kan bestaan uit muziek, tekst, foto's en stilstaande of bewegende videobeelden. Zeker de mogelijkheden van de CD-I zijn nog lang niet alle benut.
Maar zelfs digitale elektronica kan niet worden beschouwd als de definitieve techniek voor audioregistratie. De praktische grenzen van de fabricagedichtheid van micro-elektronica en schakelsnelheden zijn vrijwel bereikt. Veel onderzoekers verleggen daarom hun aandacht van elektronica naar fotonica, waarbij licht de informatiedrager is inplaats van elektronen. De glasvezelkabel is één van de eerste producten van deze wetenschappen en wordt reeds veel toegepast bij verschillende vormen van communicatie. Ook de signaaloverdracht van bijvoorbeeld CD-speler naar versterker wordt al in duurdere apparatuur gerealiseerd m.b.v. de glasvezeltechniek.

10.2 De compactdisk
We beginnen met het compact-disk-systeem. De disk is een uiterst efficiënt opslagmedium voor informatie. Uiteindelijk staan er 15,5 miljard informatiebits per kanaal op de disk. Daarvan zijn er ongeveer 5 miljard bits afkomstig van de audio-informatie en de rest is afkomstig van de foutcorrectie, de synchronisatie en de modulatie.
De maximale speelduur van de disk (zoals het verhaal luidt) werd bepaald nadat Philips de Duitse dirigent Herbert von Karajan had geconsulteerd en deze adviseerde Philips dat een disk zijn uitvoering van de Negende Symphonie van Beethoven moest kunnen bevatten. Een compactdisk heeft daardoor theoretisch een maximale speelduur van 74 minuten. Tegenwoordig kan de speelduur al een stuk langer zijn.
Voordat de disk in de winkel ligt, is er heel wat aan vooraf gegaan. De muziekinformatie moet eerst worden bewerkt, voordat het op de disk kan worden gezet.
Muziek kan zowel analoog als digitaal worden opgenomen. Maar in beide gevallen moet het geschikt gemaakt worden om het te kunnen gebruiken voor de fabricage van de disk.
Allereerst moet de master tape, zowel een analoge als een digitale, omgezet worden naar het zogenaamde PCM-formaat (PCM = Pulse Code Modulator). Dit gebeurt met behulp van een digitale audioprocessor en een 3/4 inch videorecorder.
Om een analoog signaal, waarbij dus de spanning steeds varieert, digitaal vast te leggen zal voor het herkennen van de hoogste frequentie tenminste 2 maal per periode de waarde van de spanning moeten worden bepaald (+ en -). Voor lagere signaalfrequentie zal, als men de bemonsteringsfrequentie constant houdt, het aantal waardebepalingen per periode toenemen. Ook zal de waardebepaling voldoende nauwkeurig moeten plaatsvinden om de juiste amplitudeverhoudingen te kunnen vastleggen. Met name de signaal/ruisverhouding en de dynamiek-omvang zijn hiervan afhankelijk. De hoogste frequentie die het menselijk oor kan waarnemen is 20.000 Hz. Dit houdt in dat de bemonsteringsfrequentie minimaal 40.000 Hz moet zijn. In het compact-disksysteem wordt het signaal bemonsterd met een frequentie van 44,1 kHz. Hieruit volgt dat elk monster (sample) 22µs wordt vastgehouden. In deze tijd wordt de momentele waarde van het analoge signaal bepaald en uitgedrukt in een binair getal van 16 bits (voor links en rechts samen 32 audiobits).
Als er wordt uitgegaan van een digitale mastertape wordt een transcoder voor digitaal/digitaal-conversie toegepast.
Na het omzetten van de informatie naar het PCM-formaat worden er nog verschillende digitale bewerkingen uitgevoerd om de audiodata te moduleren naar het uiteindelijke CD-formaat. Dit is dan de CD-master tape. Deze tape wordt gebruikt om de master CD te vervaardigen die, na een aantal stappen, de matrijs oplevert waarmee de CD's worden geperst.
De informatie is op de disk vastgelegd in de vorm van putjes. Bij het dupliceren met behulp van de matrijs worden de putjes in het materiaal (polycarbonaat) geperst. Daarna wordt er een laagje aluminium op gedampt om het reflecterend vermogen te verhogen. Daar overheen volgt nog een acryllaag om het aluminium tegen krassen en oxidatie te beschermen. Op deze acryllaag kan vervolgens een label worden aangebracht.
De CD wordt met het label naar boven in de CD-speler gelegd en wordt aan de onderkant doormiddel van een laser uitgelezen. Aan de onderkant lijken de putjes op bobbeltjes of dammen. Bij het afspelen treft de laserbundel steeds een dam of een vlak aan. Nu is de informatie in de putjes zo aangebracht dat alleen de overgangen van een dam naar een vlak en van een vlak naar een dam een binaire één vertegenwoordigen. Tijdens een dam of tijdens een vlak leest de laser nullen.
Een gewone binaire code zou een onhandelbaar patroon opleveren. Daar heeft men een slimme oplossing voor bedacht: EFM, Eight-to-Fourteen-Modulatie.
Dit houdt in dat blokken van achtbits-woorden vertaald worden naar veertienbits-woorden door middel van een 'woordenboek' dat een willekeurig en ondubbelzinnig woord van 14 bits aan ieder achtbits-woord toewijst. Als eis werd daarbij gesteld dat er minstens 2 en hoogstens 10 opeenvolgende nullen zouden ontstaan. Achtbits-woorden vereisen 28 = 256 unieke patronen.
Van de 214 = 16 384 patronen die met 14 bits kunnen worden samengesteld, voldoen er 267 aan de voorwaarde die eraan worden gesteld. Van de 267 patronen worden er dus 256 gebruikt en 11 buiten beschouwing gelaten.
Voordat de Eight-to-Fourteen-Modulatie plaatsvindt, worden er nog bits toegevoegd voor de foutcorrectie, synchronisatie en voor informatie voor het display, zoals speelduur, nummers, eventuele betiteling enz.
Een putje heeft een breedte van ongeveer 0,6 µm en een compactdisk bevat ongeveer twee miljard putjes. Indien een disk zodanig zou worden vergroot dat de putjes het formaat van een rijstkorrel hebben, zou de diameter van de disk circa 800 m bedragen. De putjes vormen een spiraalvormig spoor dat op de spiraalvormige groef van een conventionele grammofoonplaat lijkt. Het putjesspoor van de CD loopt echter van de binnenkant naar de buitenkant. Als de putjes een langgerekt spoor vormen, overbruggen ze een afstand van ongeveer 5 km. De spoorafstand bedraagt slechts 1,6 µm terwijl dit bij een grammofoonplaat 40 à 50 µm (de dikte van een mensenhaar) bedraagt. De lengte van de putjes bedraagt minimaal 0,9 µm en maximaal 3,3 µm. De disk wordt door een motor aangedreven, maar omdat het spiraalvormige spoor van putjes met een constante snelheid van 1,25 m/s wordt afgetast, moet de speler het toerental aanpassen om bij de variërende spoordiameter een constante snelheid te handhaven. Daarom varieert het toerental van een disk van 8 omwentelingen per seconde tot ongeveer 3,5 omwentelingen per seconde.
Het door de laser uitgelezen putjespatroon moet worden omgezet in het oorspronkelijke audiosignaal en de informatie voor het display. Voordat dit kan gebeuren, moet het door de laser uitgelezen signaal worden gedecodeerd en gedemoduleerd. Daarna vindt de kanaalscheiding plaats en worden de twee kanaalbitstromen gevoerd naar de D/A converters en de laagdoorlaatfilters.
Na de laagdoorlaatfilters wordt het signaal nog versterkt tot het benodigde uitgangssignaal van de CD-speler en is het signaal geschikt om via een audioversterker naar de luidsprekerboxen te kunnen worden gevoerd.

10.3 CD –ROM spelers en (re)writers
De naam zegt het al een beetje, CD-rom schrijvers (writers). Met dit apparaat kan men op CD’s data zetten. Het een van de nieuwste ontwikkelingen van nu. Niet alleen de grote opslagcapaciteit van 700 Mbyte maar ook de verschillende opslag mogelijkheden zijn een groot voordeel. Want je kan niet alleen je data er opzetten maar ook muziek of andere dingen. De CD-writers zijn vergeleken met de tapestreamers vrij snel. Men kan nu al CD’s schrijven met een snelheid van 1200 Kbyte per seconde. Dat is 8 keer 150 Kbyte per seconde, vandaar de naam 8x schrijven. De writers zijn niet alleen geschikt om data weg te schrijven maar ook om te fungeren als een CD-rom speler, dus data lezen. De CD’s heb je in 2 uitvoeringen:
CD-recordable: Met een CD-R kan men de CD die men maakt meerdere malen beschrijven maar niet meer wissen. Een voordeel van dit is dat men deze CD’s vrij goedkoop zijn
CD-rewritable: Met een CD-rewritable kan men meerdere malen de CD wissen en opnemen. Deze CD’s zijn duurder dan een CD-R.

11 Prijzen
De prijzen van één bepaald computersysteem die zakken zeer snel. Dit heeft te maken met de snelheid van de markt, wat vandaag uitgevonden wordt, is volgende maand weer verouderd.
Om dit aan te tonen heb ik hieronder heb ik de prijs van mijn computer vergeleken tussen toen ik heb aankocht helf september en nu, merk wel dat er geen scherm bij zit, dat zou nog 500 euro meer zijn
Onderdeel Merk Prijs September Prijs Mei
Kast + voeding Midi tower ATX Viking V-08 300w 40,00 40,00
Moederbord MSI K3 Ultra2 DDR 333Mhz. USB 2.0 SA (amd) 130,00 97,45
Processor AMD Athlon XP 2100+ s-a 181,45 102,00
CPU-cooler Socket Cooler 13,70 13,70
Geheugen 2x DDR 128mb 266 Mhz Twinmos 77,00 56,24
Harde Schijf 60GB 7200rpm U/ATA100 Seagate 114,45 110,45
Videokaart Point Of View Geforce4 Ti4200XP 128 Mb 285,00 203,00
DVD Lite-on DVD-rom 16x48x 48,55 46,00
Diskettedrive Samsung 1,44mb Floppy Drive 11,00 11,00
Toetsenbord Logitech DeLuxe Access Keyboard 20,70 20,70
Totalen 921,85 700,54
De prijzen van wat op die moment de modernste computer is blijven echter hetzelfde, of dalen maar zeker niet zo snel.
Voorbeeld, een redelijk goede PC, PC A, kost vandaag € 1 000, binnen een jaar zal PC A bijvoorbeeld nog maar € 750 waard zijn, maar een PC, PC B, waar je op die moment hetzelfde mee kan doen als met PC A toen je die aankocht zal dan ook € 1 000 kosten

11.1 Wat hoort er bij de computer en wat zit er eigenlijk in?
Als je een computer ziet dan zie je het beeldscherm eigenlijk het eerst. Dit beeldscherm laat zien wat er in de computer gebeurt.
Om te zorgen dat er iets in de computer gebeurt heb je het toetsenbord nodig. Het toetsenbord gebruik je om de computer commando's te geven. Als je bijvoorbeeld iets wilt schrijven dan doe je dat met het toetsenbord.
En de muis maakt het commando's geven nog makkelijker. De Muis is een soort aanwijshulpje. Als je iets wil aan klikken dan doe je dat met de muis.
Er moet natuurlijk ook iets in de computer zitten. Het belangrijkste onderdeel is de processor. Dit kan je ook wel als het hart van de computer beschouwen. Deze bepaalt de snelheid van de Computer. De snelheid van de computer word aan geduid in Megahertz (Mhz) en geeft aan hoeveel miljoen (!) seintjes hij per seconde doorgeeft.
Naast de processor is ook het geheugen belangrijk. Hierin zet de computer dingen die hij vaak gebruikt. Dit geheugen zorgt er voor dat de Computer sneller werkt.
Naast het geheugen is er de harde schijf. OP de harde schijf sla je Spelletjes ,Programma's en Documenten op die te groot zijn voor floppen. Floppen zijn ook een soort geheugen. Je kunt ze lezen en beschrijven met een floppy drive.De floppydrive is een soort data cassetterecorder (leuk om te weten : Voor de Commodore 64,dat is een oude computer,waren er cassetterecorders om data op te slaan.)

11.2 Randapparatuur
Er zij ook apparaten voor de computer die niet nodig zijn maar wel leuk en handig dat noem je randapparatuur.In de nieuwe computers zit vaak al veel randapparatuur zoals het modem, de Cd-rom speler en de geluidskaart.
Met het modem kun je data (= gegevens) via de telefoonlijn versturen. De Cd-rom speler gebruik je om muziek en computer cd-tjes te bekijken en te beluisteren en daarbij zorgt de geluidskaart, dat we het geluid kunnen horen.
Er is ook randapparatuur die (bijna) nooit wordt meegeleverd, zoals de netwerkkaart, de printer en de scanner. De netwerkkaart verbindt je computer met andere computers in een netwerk, waardoor je een programma maar één keer hoeft te installeren. De printer zet teksten en plaatjes uit de computer op papier. En met de scanner kun je snel teksten en plaatjes de computer binnenhalen. Een scanner is een soort kopieerapparaat.
Voor de elk soort werk is er wel een apparaat om aan te sluiten op de computer

12 RSI

12.1 Niet de muis, maar de computer veroorzaakt RSI
De computermuis is niet de veroorzaker van RSI. Ten onrechte wordt Repetitive Strain Injuries (RSI) in het dagelijks spraakgebruik aangeduid met muisarm.
Tegen de verwachting in blijken intensieve muisgebruikers niet meer RSI-klachten te hebben dan mensen die nooit een muis gebruiken, maar wel veel achter de computer zitten. Dat blijkt uit onderzoek van TNO Arbeid dat volgende week wordt gepresenteerd tijdens het congres 'De aanpak van RSI'.
Een op de vijf Nederlandse werknemers heeft regelmatig of langdurig klachten aan nek, schouder, arm, elleboog, pols of hand. De topvijf van risicoberoepen wordt aangevoerd door kleermakers en naaisters; bijna 40 procent van hen heeft RSI. Secretaresses en typistes volgen met ruim 30 procent. Van de loodgieters, schoonmakers en industriële productiemedewerkers loopt omstreeks een kwart rond met RSI.
TNO Arbeid vroeg in 1998 aan ruim elfduizend werknemers uit verschillende bedrijfstakken of ze het voorgaande jaar RSI-klachten hadden, die werden veroorzaakt door hun werk. Daaruit kwam naar voren dat bijna 20 procent pijn had in het gebied tussen hand en nek.
Uit eerder onderzoek van de Arbeidsinspectie bleek al dat 40 procent van de 2,5 miljoen beeldschermwerkers wel eens last heeft van RSI. Nu is duidelijk geworden dat de helft hiervan langdurig of regelmatig wordt gehinderd door pijn.
Verder melden vrouwen met een kantoorbaan vaker RSI-klachten dan hun mannelijke collega's, aldus TNO-onderzoekster dr. B. Blatter. Vrouwen die dagelijks meer dan vier uur achter de computer zitten, hebben een verhoogd risico op RSI. Terwijl dit bij mannen pas na zes uur beeldschermwerk het geval is.
Dit verschil tussen vrouwen en mannen kan volgens de onderzoekers onder meer liggen aan het verschil in anatomie. De gemiddelde werkplek is ingericht op de blanke westerse man. Wanneer het bureau en de stoel niet verstelbaar zijn, moeten (vooral kleine) vrouwen langdurig in een onnatuurlijke houding werken die het lichaam extra belast. Volgens de onderzoekers kunnen klachten al optreden na twee uur werken met gebogen nek of pols.
Langdurig in dezelfde houding werken, is volgens de onderzoekers ook sterk risicoverhogend. Vrouwen zijn hiervan vaker de dupe, omdat ze relatief minder afwisselend werk doen.
Nog steeds bekleden vrouwen gemiddeld lagere kantoorfuncties dan mannen. De man met een hogere functie moet regelmatig vergaderen en hij delegeert administratieve taken.
Volgens M. Frings-Dresen, hoogleraar beroepsziekten aan de Universiteit van Amsterdam, hebben vrouwen nog een nadeel. Ze werken vaker dan mannen in deeltijd. 'Binnen de vier à vijf uur per dag dat ze werken, gaan ze maar door. Ze nemen geen koffiepauze. Zo krijgt het lichaam geen kans om zich te herstellen.'
De TNO-onderzoekers wijzen ook op de 'psychosociale factoren', zoals stress, die de kans op RSI kunnen vergroten.
Vrouwen in een lage functie zouden eerder onder een hoge werkdruk lijden, omdat ze weinig invloed kunnen uitoefenen op de aard van hun werk.

13 Computercriminaliteit

13.1 Virussen
13.1.1 Wat is een virus?
Een computervirus is een programma dat bestanden of andere programma's infecteert. Het zal proberen zichzelf verder te verspreiden, en het kan een ongewenste handeling verrichten op uw computer. Dit kan uiteenlopen van een boodschap op uw beeldscherm tot het wissen van belangrijke bestanden op uw harde schijf. Door dat laatste kan het gebeuren dat uw computer bijvoorbeeld niet meer wil opstarten. Wereldwijd zijn er meer dan 50.000 computervirussen bekend. Een virus wordt overgebracht van computer naar computer als geïnfecteerde programma's worden gebruikt of als geïnfecteerde documenten worden geopend. De meeste virussen verspreiden zich via bijlagen (attachments) van e-mails. Ook kunnen virussen overgebracht worden via diskettes en cd-roms of door het binnenhalen (downloaden) van bestanden.
Er zijn ook andere programma's met een vernietigende werking, die formeel geen virussen zijn. Dit zijn Wormen en Trojaanse Paarden. Wormen zijn programma's die zichzelf dupliceren zonder zich aan andere programma's te hechten. Trojaanse paarden zijn programma's die doen alsof ze bepaalde functies uitvoeren, terwijl ze in werkelijkheid iets totaal anders doen. Tenslotte zijn er nog de zogenaamde hoaxes. Dat zijn e-mailberichten die de ontvanger onder valse voorwendselen vragen om het bericht naar zoveel mogelijk anderen door te sturen. Ze hebben als doel het e-mailverkeer door overbelasting plat te leggen.

13.1.2 Hoe komt u eraan?
Een virus wordt overgebracht van computer naar computer als de gebruiker geïnfecteerde programma's gebruikt of als geïnfecteerde documenten worden geopend. De meeste virussen zijn het gevolg van het openen van bijlagen (attachments) bij e-mails. Ook kunnen virussen overgebracht worden door het openen van documenten en binnengehaalde programma's, zoals spelletjes, of via diskettes en cd-roms.

13.1.3 Wat kunt u doen om infectie met een virus te voorkomen of te bestrijden?
De belangrijkste acties:
· Voorzichtig omgaan met e-mail en e-mail bijlagen
· Back-ups maken
· Een anti-virus programma gebruiken
· Een 'personal firewall' installeren
· Onnodige programma’s verwijderen

13.1.3.1 Voorzichtig omgaan met e-mail en e-mail bijlagen
Open nooit zomaar een e-mail bijlage (attachment), zeker niet als een algemene tekst aangeeft dat u deze moet openen. Uitvoerbare bestanden (zoals .EXE, .COM, .PIF, .BAT en .VBA en vele anderen), maar ook de Miscrosoft Office bestanden (zoals .DOC, .XLS) kunnen veel schade aanrichten als ze een virus bevatten. Wees er eerst zeker van dat hetgeen u ontvangt iets is dat u verwacht en gooi het anders weg. De meeste virusbesmettingen vinden plaats via e-mail. Controleer (dit wordt ook wel scannen genoemd) voordat u ze opent alle bijlagen door middel van een anti-virusprogramma. Wees ook voorzichtig met bestanden of programma's die u van internet, diskette of CD-ROM haalt. Controleer ze altijd eerst met een anti-virusprogramma en open in principe geen programma's of bestanden die u niet vertrouwt.

13.1.3.2 Back-ups maken
Regelmatig back-ups maken is heel belangrijk. Dit zorgt ervoor dat u in een noodgeval al uw gegevens en programma's opnieuw kunt installeren. Bedenk hierbij dat uw gegevens nog veiliger zijn als u de kopie op een veilige plaats, niet op dezelfde lokatie als uw computer, bewaart. Ga voor uzelf na welke gegevens u echt niet kwijt wilt en maak dan een keuze voor een back-up oplossing. Vaak is het al voldoende om de voor u waardevolle gegevens op een CD-ROM te branden en deze elders te bewaren. Indien u echter zwaar getroffen zou worden door het verlies van gegevens en programma's is het zinvol te overwegen gespecialiseerde hard- en software aan te schaffen. De prijs hiervoor is normaal gesproken slechts een fractie van wat u voor uw computer hebt betaald. Informeer hiernaar bij uw computerleverancier.

13.1.3.3 Een anti-virusprogramma gebruiken
Door een anti-virusprogramma te installeren kunt u zich beschermen tegen potentieel kwaadaardige programma's die u binnenhaalt of die u bijvoorbeeld via e-mail worden toegestuurd. Als een anti-virusprogramma niet al bij aanschaf van uw computer is meegeleverd, kunt u deze van internet downloaden (sommigen gratis) of bij computerzaken kopen. Overzichten van leveranciers kunt u onder andere vinden op antivirus.pagina.nl (onder het kopje Antivirus software), computerbeveiliging.pagina.nl (onder het kopje Anti Virus), security.nl en de sif. In de links-sectie van deze site staan meer antivirus links.
Belangrijk is wel dat u de databestanden van het anti-virusprogramma regelmatig ververst (update), omdat er voortdurend nieuwe virusprogramma's bijkomen. Ook al heeft u een anti-virusprogramma geïnstalleerd, toch is altijd voorzichtigheid geboden bij het openen van emailbijlagen. Om op de hoogte te blijven is het verstandig regelmatig sites met de laatste informatie te bezoeken. Een voorbeeld van een dergelijke, Nederlandstalige, site is virusalert

13.1.3.4 Een 'personal firewall' installeren
Een personal firewall ('brandwerende muur') is een programma dat de enige doorgang tussen het internet en de computer vormt. Hiermee kunt u in- en uitgaand internetverkeer bewaken en uw PC voor inbraak van buitenaf beschermen. Ook kunnen Trojaanse paarden worden opgespoord wanneer deze proberen vanaf de PC contact te zoeken met hackers. Via het internet zijn vele personal firewalls te koop of te downloaden. Er zijn ook programma's die eigenschappen van een firewall combineren met programma's die tegen 'indringers' beschermen (intrusion detection systems, IDS). Deze houden andere programma's en processen op de PC in de gaten, zodat gegevens of configuraties van de PC niet worden misbruikt of beschadigd.

13.1.3.5 Verwijder onnodige programma's
Indien programma's niet strikt noodzakelijk zijn, kunt u deze beter van uw harde schijf verwijderen. Denk hierbij aan programma's waar u ooit een demonstratie-versie van hebt geïnstalleerd en programma's die u al langere tijd niet meer gebruikt. U kunt ze meestal met de (de-)installatie functionaliteit van uw besturingssysteem of vanuit de programma's zelf de-installeren.

13.1.4 Wat te doen bij een besmetting met een virus
Als uw computer de volgende signalen vertoont, is het mogelijk dat er besmetting met een virus heeft plaatsgevonden:
· Programma's doen er langer over om te laden
· Programma's crashen zonderaanwijsbare reden
· Bestanden verdwijnen en/of raken vervuild
· Programma's die voorheen gewoon werkten weigeren nu zonder dat de systeem configuratie is veranderd
· Sommige bestanden zijn groter dan normaal
· U krijgt geen toegang tot uw harde schijf
· U ziet vreemde video beelden op uw monitor
Als u denkt dat uw computer is besmet, is het in ieder geval raadzaam de volgende handelingen uit te voeren:
Een virusscanner activeren. Als de virusscanner een eventueel virus kan identificeren, kan deze ook het virus verwijderen. Heeft u nog geen virusscanner en wilt u het virus zo snel mogelijk verwijderen, dan kunt u met een on-line virusscanner het virus verwijderen (op antivirus.pagina.nl vindt u bijvoorbeeld een aantal opties onder het kopje Security test online).
De besmette bestanden verwijderen en opnieuw installeren met de originele software.
Op diverse websites, vaak die van leveranciers van virusscanners, staat aangegeven hoe u specifieke virussen kunt verwijderen. Als u weet dat u een bepaald virus heeft opgelopen kunt u deze aanwijzingen volgen.

13.1.5 Overheidsbeleid ten aanzien van virussen
Het verspreiden van virussen is strafbaar gesteld in artikel 350a en 350b van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 350 Wetboek van Strafrecht ziet toe op het wissen, veranderen, dan wel het onbruikbaar of ontoegankelijk maken van gegevens. In lid 3 is een bepaling opgenomen die het verspreiden van virussen strafbaar stelt:
"Hij die opzettelijk en wederrechtelijk gegevens ter beschikking stelt of verspreidt die bedoeld zijn om schade aan te richten door zichzelf te vermenigvuldigen in een geautomatiseerd werk, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie."
In Artikel 350b lid 2 Wetboek van Strafrecht wordt vervolgens ook het verspreiden van virussen door onvoorzichtigheid, onachtzaamheid of nalatigheid strafbaar gesteld.
Ook in Europees verband is in het verdrag "Crime in Cyberspace" van de Raad van Europa een strafbaarstelling met betrekking tot het verspreiden van virussen opgenomen. De Nederlandse wetgeving voldoet aan deze eisen en is zelfs uitgebreider. Want in het wetsvoorstel Computercriminaliteit II is ook de wijziging opgenomen van gegevens die gedurende telecommunicatie worden overgedragen.

13.2 Hackers

13.2.1 Wat zijn hackers?
Van het begrip 'hacker' zijn veel definities in omloop. In de media worden meestal mensen bedoeld die inbreken in een computer of een netwerk. Ook het blokkeren van websites is een activiteit waar hackers zich mee bezighouden.
De gevolgen hiervan kunnen ernstig zijn. Ze variëren van misbruik van persoonlijke gegevens (bankrekeninginformatie, creditcardnummer, enz.), en het wissen van uw harde schijf tot het gebruiken van uw computer om ongewenste handelingen te verrichten (het opslaan van illegaal materiaal bijvoorbeeld). Het is dus mogelijk dat uw computer gebruikt wordt door iemand anders voor zijn of haar eigen doeleinden. Het is dus belangrijk dat u maatregelen treft om dit te voorkomen.
Kleine kanttekening: er zijn ook mensen die onderscheid maken tussen crackers en hackers. Daarbij zijn crackers degenen die website kapot maken etcetera en hackers degenen die al hun kennis voor positieve doeleinden aanwenden.

13.2.2 Wat doen hackers?
Hackers kunnen zich op een aantal manieren toegang tot uw gegevens verschaffen of uw gegevens onbruikbaar maken. De belangrijkste zijn:

13.2.2.1 Afluisteren (e-mail, wachtwoord enz.)
In principe is uw e-mail door iedereen 'af te vangen'. Voor mensen die weten wat ze moeten doen is uw e-mail heel eenvoudig te lezen. Om dit te voorkomen kunt u versleuteling (encryptie) gebruiken wanneer u e-mail verstuurt. Ook uw webformulieren, met bijvoorbeeld bestellingen en creditcard gegevens, en uw wachtwoorden kunnen worden afgeluisterd wanneer ze onversleuteld worden verzonden. Hier leest u hoe versleuteling praktisch in zijn werk gaat en hoe u een verbinding kunt herkennen die versleuteling gebruikt.

13.2.2.2 Kraken
Hackers proberen soms in te breken door diverse combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden uit te proberen. Dat kan met behulp van programmatuur die automatisch alle eenvoudige combinaties scant. Een goed wachtwoord (password) is daarom belangrijk. Het wachtwoord geeft u toegang tot diensten, maar is tevens uw 'legitimatiebewijs'. Het ligt voor de hand om een simpel en makkelijk te onthouden wachtwoord te kiezen, maar bedenk dat zo'n wachtwoord makkelijker te achterhalen is door een hacker. Uw wachtwoord is dan een zwakke schakel in uw beveiliging.
Hackers kunnen ook door eigenschappen of zwakheden van het besturingssyteem toegang tot uw computer verkrijgen. Een goed voorbeeld hiervan is de bestands- en printer-deling in MsWindows computers. Daarmee delen mensen de bestanden en de printer met elkaar in een lokaal netwerk. Als de computers dan zonder een beveiliging (firewall) met het internet verbonden zijn, kan iemand buiten het lokale netwerk zich toegang verschaffen tot de wachtwoorden en andere gegevens die op de harde schijf zijn opgeslagen. Op de site van Provider Xs4all is een goede handleiding te vinden waarin beschreven wordt hoe bestands- en printerdeling uitgezet kan worden.
Indien u zelf een website beheert, kan deze gekraakt worden wanneer hackers toegang krijgen tot de account waarop de website staat. Het 'bekladden' (defacen) van websites is een onder hackers geliefde sport, waarbij overigens vooral bedrijven en instellingen het doelwit zijn. Dit kan gebeuren doordat het wachtwoord gekraakt wordt, maar ook doordat er lekken zitten in de beveiliging van de account. Als uw website op een server van een provider draait, is deze in principe verantwoordelijk voor het bijhouden van de informatie over deze lekken. Hij moet ook zorgen voor een goede actuele beveiliging van uw account. Informeer bij uw provider in hoeverre hier daadwerkelijk aandacht aan wordt besteed.

13.2.2.3 Trojaanse Paarden
Trojaanse paarden zijn bestanden die zich net als een virus op uw computer nestelen. Door middel van Trojaanse Paarden kan informatie vanaf uw computer worden verzonden naar hackers. Ook kunnen ze uw computer gebruiken om ongewenste activiteiten uit te voeren.

13.2.2.4 Denial of Service (DoS) aanvallen
Denial of Service (DoS) aanvallen zijn bedoeld om netwerken of websites plat te leggen door ze te overladen met data (of gegevensverkeer). Een Denial of Service aanval neemt het doelwit feitelijk in een houdgreep. Het doel is niet om informatie te verkrijgen maar om een netwerk of website ontoegankelijk te maken. In die zin vormen ze een serieuze bedreiging. Bij sommige aanvallen worden meerdere (meestal gekraakte) computers gebruikt om een website plat te leggen. Dat kan bijvoorbeeld met computers die online zijn, terwijl er niet op gewerkt wordt. Thuisgebruikers zullen niet snel het slachtoffer worden van een Denial of Service aanval, omdat ze als doel niet zo interessant zijn.

13.2.3 Wat kunt u doen om inbraak te voorkomen?
· Installeer· een personal firewall
· Zorg voor up-to-date software·
· Gebruik veilige· wachtwoorden

13.2.3.1 Installeer een personal firewall
Een personal firewall (een 'brandwerende muur' als persoonlijke beveiliging) is een programma dat de enige doorgang vormt tussen de computer en het internet. Deze bewaakt inkomend en uitgaand internet verkeer en beschermt de computer tegen misbruik van buitenaf. Wanneer u een personal firewall op uw computer heeft geïnstalleerd, kunt u zien wie er toegang probeert te krijgen tot uw computer. Verder kunnen Trojaanse paarden opgespoord worden wanneer deze proberen vanaf uw computer contact te zoeken met hackers. In de winkel en via het internet zijn vele personal firewalls te koop of te downloaden. Vanaf de links-sectie van deze site wordt u doorverwezen naar sites die overzichten van leveranciers bieden. Er bestaan ook programma's die firewall-eigenschappen combineren met programma's die tegen 'indringers' beschermen (Intrusion Detection Systems, IDS). Deze programma's houden andere programma's en processen op de computer in de gaten, zodat gegevens of configuraties niet worden misbruikt of beschadigd raken.

13.2.3.2 Zorg voor up-to-date software
Hackers maken vaak gebruik van veiligheidslekken in software. De meeste softwareleveranciers brengen vrij snel nadat een lek is ontdekt een aanpassing van het programma uit. Dit wordt een update of patch genoemd. In het veelgebruikte besturingssysteem Microsoft Windows zit tegenwoordig een 'Windows Update' mogelijkheid. U kunt deze knop vinden in het Startmenu, bij de instellingen (settings). Ook kunt u de update via uw Internet Explorer browser (onder extra of tools) starten of naar de Microsoft update site gaan. Door deze 'critical update' uit te voeren bent u in ieder geval verzekerd van de meest recente preventiemaatregelen tegen lekken in uw besturingssysteem en eventuele andere Microsoft produkten.

13.2.3.3 Gebruik veilige wachtwoorden
Ter beveiliging kunt u uw computer en programma's meestal zo instellen dat u eerst een wachtwoord (password) moet intikken voordat u aan de slag kunt. Een wachtwoord moet minimaal 8 karakters tellen in een liefst zo ongebruikelijk mogelijke combinatie van letters en cijfers. Dit is vooral bedoeld om het hackers moeilijker te maken uw wachtwoord te kraken. Om een derdelijk wachtwoord makkelijk te onthouden, kunt u voor de samenstelling bijvoorbeeld de eerste letter van een makkelijk te onthouden zin gebruiken, gevolgd door cijfers of tekens. Bijvoorbeeld "hoe oud is joost van katrien" wordt "hoijvk14". Een andere optie is het vervangen van letters door gelijkende cijfers of tekens. Zo kan "citroenen" worden omgevormd tot "c!tr03n3n".
Verder is het belangrijk om regelmatig uw wachtwoord te veranderen, zodat u steeds opnieuw beveiligd bent. Geef aan zo min mogelijk mensen uw wachtwoord door en laat het nooit op een briefje rondslingeren.

13.2.4 Als er is ingebroken
Of er op uw computer ingebroken is heel moeilijk te achterhalen tenzij een hacker iets heel opvallends doet. Er zijn een aantal kenmerken die soms verband houden met inbraak op uw computer:
· de harde schijf vertoont activiteit terwijl daar geen reden voor is;
· uw computer zoekt spontaan verbinding met het internet;
· uw computer loopt vast terwijl u op het internet bezig bent;
· uw computer verricht in het algemeen handelingen waar u niet om gevraagd heeft.
Deze kenmerken kunnen echter ook een andere oorzaak hebben, bijvoorbeeld een tekort aan geheugen of reguliere programma's die vastlopen. Daarom is het altijd verstandig een firewall te installeren.
Een personal firewall geeft u, in combinatie met een virusscanner, een indicatie of er ongewenste bestanden op uw computer staan. Zo kunt u er ook achterkomen of er activiteit vanaf uw computer plaatsvindt waar u geen weet van hebt. Indien u weet dat een hacker op uw computer heeft ingebroken, doe dan aangifte bij de politie en meldt het in ieder geval bij uw provider.
Is uw eigen website gekraakt, neem dan meteen contact op met uw provider. Deze kan de gekraakte site uit de lucht halen en maatregelen treffen om zijn server (uw website) beter te beschermen. Uw provider kan u ook adviseren welke stappen u verder moet nemen.

13.2.5 Overheidsbeleid ten aanzien van hackers
Op basis van de Wet Computercriminaliteit kan computerfraude bestreden worden. Voor 1993 konden beveiligingsinbreuken alleen worden aangepakt als er sprake was van bijvoorbeeld vernieling of diefstal. Het enkel en alleen rondneuzen in een computersysteem was niet strafbaar. Tegenwoordig kan op grond van de Wet Computercriminaliteit hacken strafbaar worden gesteld. Er is in dat geval sprake van computervredebreuk. Artikel 138a, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht luidt:
1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt, als schuldig aan computervredebreuk, gestraft hij die opzettelijk wederrechtelijk binnendringt in een geautomatiseerd werk voor de opslag of verwerking van gegevens, of in een deel daarvan, indien hij:
a. daarbij enige beveiliging doorbreekt of
b. de toegang verwerft door een technische ingreep, met behulp van valse signalen of een valse sleutel dan wel door het aannemen van een valse hoedanigheid.
2. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een boete van de vierde categorie wordt gestraft computervredebreuk, indien de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen in een geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, overneemt of voor zichzelf of een ander vastlegt.
3. Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft computervredebreuk gepleegd door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk indien de dader vervolgens:
a. met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen gebruik maakt van de verwerkingscapaciteit van een geautomatiseerde werk;
b. door tussenkomst van het geautomatiseerd werk waarin hij is binnengedrongen de toegang verwerft tot het geautomatiseerd werk van een derde.
In het wetsvoorstel Computercriminaliteit II wordt artikel 138a van het Wetboek van Strafrecht enigszins gewijzigd. In de nieuwe redactie is niet alleen het opnemen van gegevens die zich op het moment van de inbraak al in het systeem bevinden, strafbaar. Ook het aftappen of opnemen van gegevens die ten tijde van de computervredebreuk binnenkomen (de 'stromende gegevens'), kan tot vervolging leiden.
In internationaal verband heeft de Raad van Europa een ontwerp opgesteld voor een verdrag over cybercriminaliteit, de zogenaamde 'Draft Convention on Cybercrime'. Met dit ontwerpverdrag, dat eind juni is uitgebracht, is een internationale strategie ontwikkeld om internet-misdaad te bestrijden.
Op dit moment is de overheid bezig een Computer Emergency Response Team - ook wel CERT genoemd - op te richten. Dit team wordt ingezet om beveiligingsinbreuken op te lossen. Mogelijk zal het CERT ook waarschuwingen uitbrengen over de laatste virussen, softwaregaten en beveiligingslekken en aangeven hoe problemen hierbij opgelost kunnen worden. Een aantal providers, waaronder KPN en SURFnet, hebben zelf een CERT opgericht.

14 Het Internet

14.1 Geschiedenis
Internet bestaat al vanaf de jaren ’70. In het begin bestond het niet meer dan uit 4 computers die met elkaar in verbinding stonden. Ooit kwam iemand op het idee om 2 computers met elkaar te verbinden. Zo kon je over grote afstanden van de ene computer naar de andere computer gegevens versturen.
Het Amerikaanse leger verbond steeds meer computers met elkaar. Het leger wilde tijdens oorlogen berichten kunnen versturen. Universiteiten namen het idee van het internet over.
De verbindingen die voor het leger belangrijk waren, waren al snel niet meer bereikbaar voor iedereen. Wat toen overbleef was een netwerk voor iedereen, zo
is het internet ontstaan.

14.2 Wat is internet
Internet is een groot netwerk. Dat netwerk verbindt duizenden kleine netwerken met elkaar. Het verbinden gaat met telecommunicatie. Tele betekent ver, communicatie betekent verbinding. Over de hele wereld zijn 100 miljoen computers met internet verbonden. En elke dag komen er meer computers bij.
Je kunt op het internet komen door verbinding te maken met één van die computers.
Dan kun je:
· 1. Post versturen naar andere computers
· 2. Post ontvangen van andere computers
· 3. Zoeken naar informatie: tekst, beeld, geluid
· 4. Zelf informatie op internet zetten

14.3 Wat heb je nodig om op internet te gaan via je telefoonlijn
Je hebt in ieder geval een computer nodig.
· Een computer met een browser op
· Een modem
· Een telefoonaansluiting
· Een internet provider

14.3.1 Een computer met een browser op
Je kan tegenwoordig met elke niet-antieke computer op het internet. Je moet gewoon een browser gebruiken. Een browser is een programma zoals bijvoorbeeld internet explorer, netscape explorer, ...

14.3.2 Een modem

Een modem is een kastje (buiten de computer) of een kaart (in de computer). De modem zit tussen de computer en de telefoonlijn. De modem zet de gegevens om in een geluidssignaal (MOduleren) , dat dan door de telefoon galmt en aan de andere kant weer omgezet wordt tot gegevens (DEModuleren).

14.3.3 Een telefoonaansluiting
Dit is de lijn waar je je telefoon op aansluit.

14.3.4 Een internetprovider
Een internet provider is een bedrijf met een computer met een vaste verbinding naar internet. Zo’n bedrijf koppelt je tijdelijk aan internet, hier moet je meestal voor betalen. Aan hun computer zitten een heleboel modems. Zo kunnen veel losse computers verbinding maken met internet. De verbinding gaat via de telefoonlijn.

15 Bibliografie

15.1 Boeken
· Internet voor kinderen door: Dr. Barbara Kurshan, Dr. Sara Armstrong en Deneen Frazier
· Internet Vensters door: Louis Hilgers, Thaddé Goossens
· Telematica BE3 door: A.F.J Oostveen
· Digitale techniek EC4 door: B. leene, F.J.H. van Muiswinkel, ing. J. Vossebeld

15.2 Internet
http://www.bouw.tmfweb.nl/virus/nederlands.htm
http://www.virusscan.nl/
www.pienternet.be

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

JustAGuyInTheComments

JustAGuyInTheComments

waar heb je deze informatie vandaan? alvast bedankt

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

F.

F.

ik haat dit xD

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

ik heb geen aanvulling

4 jaar geleden

Antwoorden

tehcoolboy

tehcoolboy

ik ook niet

1 jaar geleden

gast

gast

D.

D.

ik vind het een goed werkstuk want ik heb aan de hand van dit werkstuk mijn hele werkstuk kunnen maken alleen jammer dat de plaatjes er niet bij staan

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

mooi werkstuk

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

he ik wou ff vragen waar je,je informatie vandaan heb gehaald.

Alvast Bedankt

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast