Het Oude Griekenland

Beoordeling 4.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 2e klas aso | 663 woorden
  • 11 november 2001
  • 358 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.6
  • 358 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Het Oude Griekenland

Door de afwezigheid van rivieren was de oude Griekse beschaving afhankelijk van het water dat uit de hemel viel. In de oude Griekse mythologie komen talrijke goden voor waarvan men meende dat zij dingen in de hemel en op aarde verpersoonlijkten en regelden, inclusief het weer. De opperbaas van de hemel was Zeus, die de wolken, regen en donder onder zich had. Zijn broer Poseidon was de god van de zee en de kunsten. De andere broer Hades (ook bekend als Pluto) heerste in de onderwereld. Helios was de zonnegod en over de winden heerste Aeolus. Voor de Grieken had deze ingewikkelde mythologie meer een esthetische dan een religieuze betekenis. Hun in het algemeen gematigde houding ten opzichte van religie verklaart mee de opkomst van de Griekse filosofen, die natuurverschijnselen op een meer rationele manier probeerden te verklaren.

De eerste filosofen.

Een van de allereerste filosofen was Thales van Milete (circa 624-547 voor Christus), die waarnemingen van Babylonische astronomen verzamelde en die het gebruikte om met succes een zonsverduistering te voorspellen in 585 voor Christus. Hij beschouwde water als de basis van alles in de natuur. Later bracht de filosoof en dichter Empedocles (circa 495-435 voor Christus) die theorie naar voren dat alle materie was samengesteld uit vier elementen: aarde, water, vuur en lucht.


Aristoteles en Theophrastus.

De Griekse filosofie bereikte haar hoogtepunt met Aristoteles(384-322 voor Christus). Zijn verhandeling Meteorologica was een poging om alle verschijnselen van fysische aard aan de hemel, in de lucht, op het water en op het land te beschrijven. Uit de titel van dit werk is ons woord meteorologie ontstaan. In zijn Meteorologica beschreef Aristoteles enkele opmerkelijk nauwkeurige waarnemingen die betrekking hadden op de wind en het weer. Hij trok enkele scherpe conclusies, maar deed ook uitsprakan zoals: 'De aarde is in rust (onjuist) en het vocht erop wordt verdampt door de stralen van de zon...(juist) 'Het werk van Aristoteles wordt voortgezet door zijn leerling Theophrastus (circa 372-287 voor Christus). In zijn boek Over voorteken van het weer geeft hij ongeveer 80 verschillende voortekenen van regen, 50 van stormen, 45 van winden en 24 van mooi weer. Sommige waren opmerkelijk betrouwbaar, zoals 'Als het mist, is er weinig of geen regen'. Andere voortekenen haaden echter geen enkele wetenchappelijke basis. De pogingen die hij in zijn andere werken deed om wolken en weer in verband te brengen met de richting van de wind waren in het algemeen juist en gestoeld op objectieve waarnemingen. Voortekenen van het weer wereden ook vastgelegd door de Griekse dichter Aratus (circa 315-245 voor Christus) in zijn gedicht 'Phenomena'. Dit werd in Griekenland en later in Rome beschouwd als het meest gezaghebbende werk op het gebied van het weer.

Nalatenschap van Aristoteles.

Ook de Romeinen werden sterk beïnvloed door Aristoteles. De Romeinse schrijver Plinius de Oudere (23-79) stelde een Historia Naturalis samen, een monumentale encyclopedie waarin de werken van ongeveer 2000 Romeinse en Grieke schrijvers waren verenigd, samen met waarnemingen en bijgeloof uit Egypte en Babylonië.

Na de val van het Romeinse rijk, in de vijfde eeuw,verschoof het centrum van de beschaving naar de Islamitische wereld. Later in de Middeleeuwen werd Aristoteles door Europese denkers herontdekt. Dit bleek niet altijd even vruchtbaar,omdat de geleerden zich in die tijd meer bezighielden met het interpreteren van Arisoteles dan met het zelf over de dingen nadenken.

Griekse mythe van Ceyx en Alcyone.

De periode van rustig weer op zee, de alkyoniden,is genoemd naar een Griekse mythe. Twee geliefden, Ceyx en Alcyone, werkten de woede van Zeus en Hera (koning en koningin der goden). Die lieten het schip van Ceyx in een storm vergaan, waarbij deze omkwam. Alcyone verdronk zichzelf uit wanhoop in zee, waarna de twee geliefden werden veranderd in ijsvogels. Om hun drijvende nesten te beschermen liet Aeolus, de vader van Alcyone en bewaker van winden,de wind zeven dagen voor en na het wintersolstitium (de korste dag op het noordelijk halfrond op of rond 22 december) liggen. Deze rustige periode werd later 'alcyoniden' genoemd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

erg leuk

20 jaar geleden

J.

J.

Boeiend verslag!
Ga vooral zo door.
Greetz Jesper

20 jaar geleden

S.

S.

hallo, ik hbje werkstuk goe dkunnen gebruiken
echt fijn! bedankt! daaaaaaaaaaaag saskia

19 jaar geleden

F.

F.

ik vond het een goed werkstuk


18 jaar geleden

H.

H.

ik vond het een 5.5 waard

4 jaar geleden