Doe mee met Markteffect's studiekeuze-onderzoek
Maakt niet uit of je je studie al gekozen hebt. Win één van de 200 (!) cadeaubonnen van €25

Meedoen

Verzuiling in Nederland

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas vwo | 4503 woorden
  • 24 februari 2002
  • 70 keer beoordeeld
Cijfer 5
70 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Onderwerpen

ADVERTENTIE
Check check, dubbelcheck!

Heb jij tweestapsverificatie al ingesteld op je accounts? Tweestapsverificatie is jouw tweede slot op de deur 🔐. Met tweestapsverificatie heb je 99,9 procent minder kans dat je account gehackt wordt. Check hoe jij je accounts beter kunt beveiligen!

Meer informatie
Inleiding In ons land staan vier verschillende bevolkingsgroepen van oudsher op vele gebieden tegenover elkaar. Dat is niet alleen van uit het politieke, maar ook vanuit het maatschappelijke, sociale en wetenschappelijke oogpunt. Deze vier groepen, die ook wel zuilen genoemd worden, zijn respectievelijk: · de Rooms-Katholieken · de Protestant-Christelijken · de Socialisten · de Liberalen
Vroeger was er veel meer te merken van de verzuiling dan nu. Het gehele maatschappelijke, politieke, sociale en wetenschappelijke leven was opgedeeld in de hier boven genoemde zuilen. Doordat die verschillende zuilen bestonden, waren de levensovertuigingen van de mensen ook heel verschillen. Dat was dan ook de reden dat hun sociale leven zich uitsluitend afspeelde binnen hun eigen zuil. De media speelde tot de jaren 50 een grote rol bij het instandhouden van de verschillende zuilen d.m.v. kranten, tijdschriften en niet te vergeten de radio. Toen de televisie op de markt kwam veranderde dit drastisch. In het begin van het televisie tijdperk, waren er weinig programma’s te zien en daardoor maakte men vrijwel geen onderscheidt meer. Zo kwam het dat de invloed van de massamedia op de verzuiling sterk daalde. In dit werkstuk hebben we geprobeerd uit te zoeken hoe de bevolking van de verschillende zuilen leefden. Daarom hebben we als uitgangspunt voor onze interviews de vraag “Hoe leefde men ten tijde van de verzuiling?” gesteld. Tijdens het interview zijn we er verder en dieper op die vraag in gegaan, door het stellen van subvragen. Deze vragen zijn te vinden in Bijlage 1. Boekbespreking Titel: Parade der Mannenbroeders

Auteur: Ben van Kaam
Jaar van uitgave: 1964
Aantal pagina’s: 279
Onderwerp van het boek
Het boek beschrijft het politieke deel van het protestantse leven. De hoofdzaak is dat protestante politici niet meer precies wisten wat ze moesten doen nadat de emancipatie voltooid was. Er was dus enige sprake van politieke onrust. De houding van de protestanten begon, als gevolg daarvan, defensief te worden. Ze voelden zich bedreigd op het vlak van het gezin, de kerk, het huwelijk, het gezag, de school en de burgerlijke vrijheid. De Rode Revolutionairen, socialisten, zorgden voor deze bedreiging. Daarom gingen de protestanten zich voornamelijk richten op hun eigen gemeenschap. Afwijkend gedrag moest daar de kop in gedrukt worden. Anders kregen ze het idee dat ze geen grip meer hadden op hun eigen groep. Maar daar was niet iedereen het meer mee eens. Er kwamen spanningen tussen de collectieve neiging om een leefpatroon aan te houden en de individuele behoefte aan wat minder strakke zeden. Daar was vooral behoefte aan bij de intellectuelen en de wat meer welgestelden. Ondanks dat er van alles was geprobeerd om het tegen te houden, kon men toch niet voorkomen dat alles wat losser werd en men zich iets meer tot het nationale voelde aangetrokken en zich minder gingen trekken van hun eigen groep. In de loop van de 30 jaren was er ook een verandering opgetreden in het gedrag van de media, en dan voornamelijk de kranten. Bv. De Spiegel had een deel dat ging over het nationale zoals de prestaties van de KLM en een ander deel dat ging over de eigen groep zoals jubilerende dominees. Eerst was het gewoon een deel dat alleen maar ging over de eigen groep. Toen in Duitsland Hitler aan de macht kwam en begon met de joden te vervolgen en de nadruk te leggen op de eigen superioriteit waren de protestanten daar ook niet ongevoelig voor. Maar de bestrijding, door middel van te zeggen dat het on-Nederlands en vooral onmenselijk en onchristelijk was, was zeer effectief. Maar het gevaar wat daaruit voortkwam was dat het kon omslaan naar het nationalisme en dat dit dan weer de overhand zou krijgen. Niet iedereen was zich er namelijk van bewust dat het niet ging om Het Koninkrijk der Nederlanden, maar om Het Koninkrijk der Hemelen. De conclusie van dit boek is dus dat de jaren 20 en 30 niet de meest productieve jaren waren van de protestantse partij. De enige uitzondering hierop was de oprichting van de NCRV. De Nederlandse Christelijke Radio Vereniging, die heeft wel een substantiële bijdrage geleverd aan het bij elkaar houden van de protestantse zuil. De schrijver
Ben van Kaam werd in 1931 in Assen geboren. Hij is opgevoed in een protestants gezin. Daarom vonden de uitgevers hem ook zo geschikt om dit boek te schrijven. Hij is heel nieuwsgierig naar het verleden, naar wat zijn ‘voorouders’ hebben gedaan. Daarom was het voor hem ook moeilijk om niet aan voorouderverering of voorouderverguizing te doen. Indeling van het boek
Het boek gaat over de politieke omstandigheden tussen 1918 en 1938. De schrijver heeft gekozen voor een indeling in jaren. Elk jaar is een hoofdstuk. Daardoor is het boek chronologisch opgebouwd. De schrijfstijl lijkt op de schrijfstijl van een krantenartikel maar dan langer en uitgebreider. Al de ‘feiten’ die hij heeft gebruikt om dit boek te schrijven heeft hij gevonden in tijdschriften en kranten uit die tijd. Hoofdstuk opbouw
De schrijver heeft er voor gekozen om over elk jaar een hoofdstuk te schrijven. Hij heeft het dus chronologisch aangepakt. Over de hoofdstukken zelf kun je ook zeggen dat ze chronologisch zijn opgebouwd. Hij begint namelijk bij januari en eindigt bij december. In de hoofdstukken geeft hij eigenlijk een samenvatting van wat er in dat jaar is gebeurd, vooral op politiek gebied. Aan het eind van elk hoofdstuk geeft hij nog een paar andere gebeurtenissen in het kort weer. Nawoord / conclusie van de schrijver
De schrijver vindt de tijd tussen de beide wereldoorlogen wel een interessante maar niet de meest verheffende in de geschiedenis van het protestantse volksdeel. Maar zijn nieuwsgierigheid ging toch heel sterk uit naar deze tijd, dus wilde hij wel graag dit boek schrijven. En het scheen hem ook dat dat bij veel van zijn generatie genoten het geval was. Er lagen namelijk tal van vage jeugdherinneringen in die tijd die hij wilde uitpluizen. In het nawoord geeft de schrijver eigenlijk ook een overzicht van alle gebeurtenissen in de jaren 1918-1938. Meer een soort korte samenvatting dan echt een conclusie. Maar wel een waarin hij meteen alle hoofdzaken en de nodige bijzaken te pakken heeft. Eigen mening

Het was een boek dat voornamelijk over politiek ging. Daarom was het soms nog wel eens langdradig. Maar het was wel heel leerzaam. Het biedt veel inzicht in de politiek van de Protestanten en hun normen en waarden. Het was niet een boek wat makkelijk te lezen is. Als je eenmaal een paar hoofdstukken hebt gehad zit je er wel wat in en gaat het wat makkelijker, maar het zal nooit helemaal soepel lezen. De mening van de schrijver schemert hier en daar wel eens door de tekst heen, maar over het algemeen is het objectief. Waarschijnlijk komt dat ook omdat hij alleen maar materiaal uit tijdschriften en kranten van die tij heeft gebruikt en niet heeft geput uit zijn eigen herinneringen. Samengevat is het dus een goed boek. Het geeft goed weer hoe het politieke leven van de protestanten zich in die tijd afspeelde. Interview 1 Zuil
Wij behoren tot de Gereformeerde kerk, en daarmee tot de Protestant-Christelijke zuil. We hebben altijd al tot de Gereformeerde kerk behoord, dat kwam vanuit onze families. Onze ouders namen ons mee naar de kerk. Dat is de voornaamste reden waarom we tot deze kerk behoren. Om naar een andere geloof over te stappen, daar hebben we nooit aan gedacht, daar was geen sprake van. Op school kregen we wel les over de andere godsdiensten, we wisten wel van andere geloven. Maar niet zoveel als van ons eigen geloof. Tussen de verschillende geloven is het geen haat en nijd. Wij zijn niets beter dan anderen, we zijn allemaal zondige mensen. Daarom hoeven we ons niets beter dan anderen te voelen. We geloven allemaal in dezelfde god, de een doet het op deze manier en de andere op die. Jeugd
Opa zat op de Knapenvereniging, daar werd er verteld over Gereformeerde leer. Vanaf je 16de kwam je in de Jongerenvereniging, en werd het serieuzer. Er werd na de pauze geen verhaaltje meer voorgelezen, maar er werd gesproken over politiek. Geloofsovertuiging
We deden en doen alles precies zoals het in de Gereformeerde leer staat. We gingen twee keer op zondag naar de kerk. Als we niet naar de kerk konden gaan dan misten we wat, dan is het geen zondag. We kunnen nu niet meer twee keer op zondag naar de kerk, want er is nog maar één dienst, maar je hebt er altijd wat aan. Het was niet streng, want je was het gewend. Je ging op zondag ook niet naar het voetbalveld, maar je keek wel voetbal op zondag op de televisie. Er zijn ook mensen die willen de televisie op zondag niet aan hebben, maar dat is bij ons niet zo. School en werk
We gingen naar een Christelijke school, niet naar een specifieke Gereformeerde school. Onze school had wel een hoofd dat Gereformeerd was, maar de rest van de personeelsleden hoefden dat niet te zijn. Gymnastiek was alleen gescheiden. Wanneer de meisjes handwerken hadden, hadden de jongens gymnastiek. En wanneer de meisjes gymnastiek hadden, hadden de jongens tekenen. Na onze 15e gingen wij niet meer naar school, je begon dan met werken. Het was standaard ongeveer 8 gulden in de week te verdienen, daar moest je 48 uren in de week voor werken. De jongens gingen daarnaast ook ’s avonds naar school, totdat ze 18 of 19 waren. De meisjes gingen meestal op naailes, oma werd coupeuse. Oma werkte als morgenmeisje vijf ‘s morgens in de week. Dat verdiende 5 gulden in de week, en daarvan moest ze de helft aan haar jongere zusje geven. Na het huwelijk werkten vrouwen niet meer, ze mochten wel, maar ze deden het niet. Je had bepaalde beroepen waarbij je op zondag moest werken. Zoals verpleger en werken in een melkfabriek, dat moest doorgaan. Het is de bedoeling dat je werk uitzocht waarbij je niet op zondag moest werken. Politiek
We stemden toen we boven de 18 waren op de ARP (Anti-Revolutionaire Partij). Je stemde niet op een andere partij, omdat je het Christelijk geloof aanhing. Alleen daarom stemden we op die partij, niet omdat deze partij deed wat wij ook vonden. We stemden na de samenvoeging altijd op CDA. We stemmen niet op de kleine Christelijke partijen. Relaties
Men ontmoette elkaar op zaterdagmiddag of donderdagavond in de stad en zondag bij de kerk. Je kwam tussen de 2 keer dat je naar de kerk moest elkaar tegen in het park. En dan om 5 uur weer naar de kerk. Het was een soort ontmoetingsplaats. We grepen toen elke mogelijkheid aan om bij elkaar te zijn, aangezien we al vroeg bij elkaar waren. Het was heel belangrijk dat we van hetzelfde geloof waren, dat we dezelfde ideeën, hetzelfde inzicht en dezelfde principes hadden. Het was niet mogelijk geweest als we niet van hetzelfde geloof waren. “Waar twee geloven slapen op een kussen, daar slaapt de duivel tussen.” Dat was toen nogal een hot item. Het was niet eens mogelijk om als een Gereformeerd meisje te trouwen met een Hervormde jongen. Met 18 jaar zijn we verloofd, dat was toch al aardig serieus. Het was toen uit den boze dat je samenwoonde voordat je trouwde. Het kwam vroeger ook veel minder voor dat mensen gingen scheiden. Je kon vanuit je geloofsovertuiging eigenlijk niet scheiden. Als het liefde is, dan is het liefde. Tenzij er echt iets gebeurd is wat je elkaar niet kunt vergeven. Je moet nemen en geven, anders redt je het niet. Het idee van een huwelijk was ook niet om kinderen te krijgen, je trouwde uit liefde. Die gemeenschap, dat is echt naar elkaar toe komen en elkaar vertrouwen. Drank en uitgaan
We zijn nog nooit dronken geweest. Opa’s vader was zelfs lid van de blauwe knoop, een vereniging tegen drank. Thuis werd niet gedronken, geen wijntje voor het slapen gaan, ook geen bier. We kregen nog wel eens een alcohol vrije likeur, daar word je ook heel vrolijk van. Naast school en werk had je nergens tijd voor. Men ging niet naar de film, of naar een café. Je had gymnastiek en het tamboerijn- en pijperkorps, dat was het enige uitje wat je had. Kinderen

We hebben onze kinderen met dezelfde geloofsovertuiging opgevoed als wij zelf zijn opgevoed. Ze zijn elke zondag met ons mee geweest naar de kerk. Dan gingen ze ook naar zondagsschool. Als ze 16 of 17 waren mochten ze zelf beslissen. Dat een deel van onze kinderen op een gegeven moment niet meer mee gingen, speet ons echt. We denken niet dat het door de kerk kwam, maar door vrienden. We zullen nooit zeggen dat ze het Christelijk geloof niet aanhangen. Het geloof zal altijd in hun hart zijn. Ze zijn geen heidenen, ze brengen het alleen niet openlijk naar buiten. Media
De komst van de televisie heeft niet echt invloed gehad op ons idee over andere geloven gehad. Je wordt wel wat ruimerdenkend. Je ziet het niet meer zo zwart wit. Maar je zoekt op zondag wel programma’s uit die een beetje geschikt zijn, we kijken ook wel naar die kerkdiensten op de televisie. Voordat we een televisie krijgen, luisterden we alleen radio. Dan luisterden we gewoon naar alles. We lazen de Trouw en het Friesch Dagblad. En bij Opa thuis hadden ze de Spiegel als tijdschrift, maar vroeger was daar niet zoveel geld voor. Interview 2 Zuil
In de tijd van de verzuiling behoorde wij tot de Rooms-Katholieke zuil. Mijn hele familie was Katholiek en die van mijn man ook. Zo zijn we dus ook opgevoed. We vonden het niet erg om Katholiek te zijn. Je wist namelijk niet beter dan dat je het was omdat je niet in aanraking kwam met andere zuilen. Dus je wist er ook niks van af, en zo bleef je bij de zuil waarbij je hoorde. Omdat we niet veel van andere zuilen wisten, vonden we het ook niet nodig om die mensen onder ons te stellen. Iedereen draagt tenslotte de erfzonde met zich mee en gelooft in dezelfde god. Uiteindelijk is iedereen dus gelijk. Jeugd
In onze jeugd zaten opa en ik bij verschillende verenigingen. Ik ging naar catechisatie. Daar praatte je met mensen over het geloof en werden er stukken uit de bijbel voorgelezen. Op die bijeenkomsten vond je uit hoe de bijbel in elkaar zat en hoe je die moest interpreteren. Voor de jongens was er iets soortgelijks, dat waren de St. Jozefs-gezellen. Die vereniging kun je vergelijken met een buurthuis, maar dan over het geloof. Je had nog wel verenigingen zoals de gymnastiekvereniging en de dansvereniging. Er zaten alleen maar Katholieke mensen op, maar het ging niet speciaal over het geloof. Geloofsovertuiging
Het Katholieke geloof had veel regels en die volgde ik vroeger ook strikt op. Bij opa was het iets minder streng dan bij ons thuis maar je moest je daar toch ook wel aan een heel stel regels houden. Een van die regels was bijvoorbeeld dat je elke dag voordat je naar school ging naar de kerk moest om ter communie te gaan. Dat hield in dat je een hostie moest gaan halen en bidden. Voordat je in de kerk was geweest mocht je ook niet gegeten of gedronken hebben. Als je dat wel had gedaan mocht je niet ter communie. Het voelde niet als een verplichting, want je was niet anders gewend. Je moest ook elke week gaan biechten bij de pastoor over wat je die week allemaal verkeerd had gedaan. En elke zondag 2 keer naar de kerk. Nu gaan we niet meer naar de kerk, omdat hij te ver weg is. In plaats daarvan kijken we nu elke zondag de kerkdienst op televisie. Je steekt er altijd wel wat van op, al is het minder dan wanneer je echt naar de kerk gaat. School en werk
Opa en ik zijn allebei naar een Katholieke school geweest. Iedereen was daar Katholiek, ook alle leraren. Ik ging naar een meisjesschool en opa naar een jongensschool. Als je je school had afgemaakt als je 14 à 15 was, dan ging je werken. Sommige jongens gingen naar de Hogere Burger School (HBS). Maar de meisjes moesten gingen werken. In die tijd verdiende je niet veel, ongeveer 6 gulden in de week. Daarvoor moest je heel hard werken. Nadat ik getrouwd was met opa ben ik door blijven werken. Het was niet vreemd dat een vrouw dat deed. Je mocht wel op zondag werken, maar het werd niet aangeprezen. Politiek
Er was voor de Katholieken maar één partij, dat was de Katholieke Volks Partij (KVP), daar stemde je ook op. Wat je ook van die partij vond. Toen de KVP werd samengevoegd met de CHU en de ARP tot het CDA stemde je daar op. Relaties

Het was niet zo dat je meteen de ware ontmoette, zoals veel mensen denken omdat veel stellen uit die tijd jong getrouwd zijn. Je had vroeger wel eerst een paar vriendjes of vriendinnetjes, maar dat ging nooit verder dan hand in hand lopen. Je ging nooit meteen met elkaar naar bed. Dat is iets wat je voor je huwelijkspartner moest bewaren. Het draait namelijk allemaal om vertrouwen naar en respect voor je partner. Als je de ware ontmoet had, was het belangrijk dat hij/zij van hetzelfde geloof was. Het was verboden om met iemand te trouwen die van een ander geloof was. Je ging verloven en beginnen met het sparen voor je uitzet. Je was ongeveer vier jaar verloofd, voordat je genoeg geld had. Opa en ik zijn getrouwd toen hij 29 en ik 27 was. Je ging niet samenwonen voordat je getrouwd was. Het was absoluut niet toegestaan om samen te wonen. Als je getrouwd bent is het moeilijker om elkaar los te laten. Dan ga je dus ook minder snel uit elkaar. Drank en uitgaan
Ik zelf ben nooit dronken geweest. Opa één keer. Het was vroeger ook niet gebruikelijk om veel te drinken, daar had men geen geld voor. We dronken af en toe wel eens iets. We gingen ook niet vaak uit. Alleen toen de oorlog net afgelopen was, hebben we veel gefeest. Het was toen namelijk zo dat iedereen buiten op straat aan het dansen en muziek maken was. Dat is een jaar zo door gegaan. Daarna gingen we nog wel eens een keer naar de bioscoop of poffertjes eten bij de poffertjeskraam verderop. Maar dat gebeurde ook maar heel zelden. Kinderen
Mijn man en ik hebben onze kinderen net zo opgevoed als wij opgevoed zijn, volgens dezelfde geloofsovertuiging en met dezelfde normen en waarden. Ze zijn altijd mee geweest naar de kerk, totdat ze het huis uit gingen. Nu gaan ze niet meer zo vaak naar de kerk, dat vinden we wel jammer. Maar we willen niet geloven dat zij hun geloof helemaal kwijt zijn. Het zal altijd nog aanwezig zijn, diep van binnen in hun hart. Media
Vroeger mocht je als je Katholiek was alleen maar naar de Katholieke Radio Omroep (KRO) luisteren. Andere omroepen waren streng verboden. Er was een bisschoppelijk amendement uitgevaardigd dat er niet naar de VARA geluisterd mocht worden. Omdat het een ‘slechte’ omroep met ‘slechte’ ideeën was, die de Katholieke geest vervuilde. Voor de kranten gold hetzelfde. De meeste Katholieke mensen lazen De Maasbode. Toen ik getrouwd was hadden we Het Rotterdamsch Nieuwsblad. Toen de tv kwam verdween die gescheidenheid voor een groot deel. Er was toen nog zo weinig op de televisie dat je overal naar keek. Het maakte niet uit welke omroep het uitzond. Samenvatting interviews Zuil
De Protestanten en Katholieken behoren elk tot hun zuil omdat ze thuis zo opgevoed waren. Daardoor wisten ze heel veel van hun eigen geloof en niet van andere geloven. Op Protestante scholen werd nog wel les gegeven over andere zuilen. Beide zuilen zijn van mening dat ze niet boven een ander geloof of een andere zuil stonden, want men geloofde tenslotte allemaal in dezelfde god. Jeugd
Er waren voor de jongeren allerlei verenigingen. Dit was de Knapenvereniging bij de Protestanten en bij de Katholieken de St.Jozefs-gezellen. Het doel van deze verenigingen was ongeveer gelijk, namelijk het verduidelijken van het geloof door erover te praten en verhalen uit de bijbel voor te lezen. Voor de Katholieke meisjes en de Protestantse kinderen was er catechisatie. Dat had hetzelfde doel als de verenigingen, alleen dan tijdens school. Geloofsovertuiging
Zowel het Katholieke geloof als het Protestant-Christelijke geloof kent vele regels. De aanhangers van het Katholieke geloof moesten elke dag naar de kerk, voor het ontbijt en op zondag 2 keer. De Protestanten gingen op zondag 2 keer naar de kerk. School en Werk

De kinderen van Katholieke ouders gingen naar een absoluut Katholieke school. De scholen waren ook strikt gescheiden, er was dus een speciale jongens en meisjes school. Bij de Protestanten lag dat iets anders, ze gingen wel naar een Christelijke school. Maar de jongens en de meisjes mochten gewoon samen naar dezelfde school. Gymnastiek was echter wel gescheiden. De Protestantse mensen mochten op zondag absoluut niet werken, daarom moest je ook een baan zoeken waarbij je niet moest werken op zondag. Bij de Katholieken mocht je gewoon werken op zondag. Het was niet iets wat gebruikelijk was, maar het was niet verboden. Politiek
De Katholieke Volks Partij (KVP) was de partij waar de Katholieken opstemden en de Protestanten stemden op de ARP (Anti-Revolutionaire Partij) of de CHU (Christelijk Historisch Unie). Dit was niet zozeer omdat men het eens was met de mening van de partij of waar zij actief voor opkwamen. Maar meer omdat dit de partij was die bij hun geloof hoorde. Toen later de ARP, de KVP en de CHU samengevoegd werden tot het CDA, stemde men daar natuurlijk op. Relaties
Over het onderwerp relaties denken Katholieken en Protestanten ongeveer hetzelfde. Ze vinden alle twee dat samenwonen voor het huwelijk iets zondigs is en dat het daarom ook niet bijdraagt aan het beter leren kennen van elkaar. Seks voor het huwelijk is ook geen discussie punt. Het vroeg of laat trouwen had ook geen effect op de verbondenheid tussen twee mensen. Drank en Uitgaan
In beide gevallen was er eigenlijk geen sprake van uitgaan op zaterdagavond. Op een donderdagmiddag of zaterdagmiddag wilden de Protestantse jeugd nog wel eens bij elkaar komen om gezellig in de stad iets te gaan doen. Maar voor veel meer was geen tijd. Men was na het 15de levensjaar altijd in de weer met of werk, of avondschool. Het was niet verboden om te drinken, maar in beide huishoudens werd er niet gedronken thuis. Kinderen
Kinderen werden standaard opgevoed naar het eigen geloof toe. Dat de kinderen niet zo gelovig waren als de ouders zelf waren heeft te maken met dat de tijden vrijer werden en anders. Na de Tweede Wereldoorlog werd alles anders. Echter waren de kinderen van Katholieke ouders verplicht mee te gaan naar de kerk tot zij het huis uit waren, daarentegen kregen de Protestantse kinderen de keuze na hun 17de of ze wel of niet meer mee wilden naar de kerk. Media
Bij kranten was erg duidelijk welke krant bij welk geloof hoorde, als Protestant las men de Trouw en in Friesland ook het Friesch Dagblad en als Katholiek was het gebruikelijk om de Maasbode in huis te hebben. Voor tijdschriften was toen niet veel geld, toch hadden de Protestanten de Spiegel. In de tijd voor de televisie was het voor de Katholieken totaal ongepast om naar iets anders te luisteren op de radio dan naar de KRO (Katholieke Radio Omroep). In het geval van het Protestanten maakte het niet zoveel uit, er werd geluisterd naar wat er maar op de radio kwam en wat men aansprak. Bij de televisie was het totaal anders, omdat er in het begin niet veel zenders waren keek men naar wat er maar verscheen. Conclusie Het antwoord op onze hoofdvraag “Hoe leefde men ten tijde van de verzuiling?” is op het eerste gezicht niet erg complex, maar na de interviews bleek het tegendeel. Doordat de verschillende zuilen ook inderdaad heel verschillend leven. Wij hebben ons geconcentreerd op de Rooms-Katholieke en de Protestant-Christelijke zuil, daardoor is het leven van de mensen uit de Sociale en de Liberale zuil nog niet duidelijk geworden is, daarom zal in deze conclusie alleen antwoord op de vraag gegeven worden vanuit het standpunt van onze geïnterviewden
Het door ons uitgekozen boek is vooral op de politiek gericht, het geeft heel duidelijk weer hoe de Protestant-Christelijke mensen zich probeerden hand te haven in de jaren 1918 tot 1938. Het boek was niet zozeer interessant om te lezen, maar wel erg leerzaam. Het gaf erg duidelijk weer hoe zeker men in die tijd was van hun zuil, en daarmee van hun eigen geloof. Voor buitenstaanders leek het leven van mensen die het Christelijk of Roomse geloof aanhingen erg beperkt. Maar door deze mensen werd dat niet zo ervaren. Zij waren opgegroeid in die bepaalde situaties en zouden ook niet anders willen. Je sociale leven was op school en in de kerk. Dat was dus ook de plaats waar je je vrienden leerde kennen, en eventueel je toekomstige partner. Een huwelijk buiten de kerk, of tussen twee verschillende geloven was niet toegestaan, daar waren onze geïnterviewden heel duidelijk over. Echter scheen men er die tijd niet echt besef van te hebben dat de verzuiling bestond. Het was normaal dat je alleen met mensen omging van je eigen kerk of school, men zat allemaal in hun eigen hokje, daar hadden zuilen niet direct iets mee te maken. Dat was te merken aan dat onze geïnterviewden niet wisten wat de verzuiling inhield en wat zuilen waren.
Literatuurlijst Koenen woordenboek Nederlands, 29e druk, Koenen woordenboeken, Utrecht/Antwerpen. Kaam, B van, Parade der Mannenbroeders. Protestants leven in Nederland 1918 -1938, 1e druk, NV Gebr. Zomer & Keunings Uitgeversmaatschappij, Wageningen, 1964. http://www.scholieren.com
Blom. J.C.H., e.a., Sprekend Verleden. Geschiedenis Basisvorming. 3e druk, Nijgh & Versluys BV, Baarn, 2000
Bijlage 1
Interview vragen · Tot welke zuil behoorde u? · Behoorde uw familie tot dezelfde zuil? · Waarom behoorde u tot die zuil? · Heeft u wel eens overwogen om naar een andere zuil over te stappen? · Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? · Was er in uw omgeving veel te merken van de verzuiling? · Deed u speciale dingen omdat u tot uw zuil behoorde die de andere zuilen niet deden? · Deed u boodschappen bij de supermarkt waarvan de eigenaar tot uw zuil behoorde, ook al was het in een ander supermarkt goedkoper? · Naar wat voor school ging u? · Had u vrienden uit een andere zuil? · Zo ja, kwam dat vaak voor? Zo nee, waarom niet? · Naar welke radio/tv zender luisterde/keek u? · Welke kranten en tijdschriften las u? · Was u een strikte aanhanger van de regels van uw zuil? · Heeft u uw kinderen volgens dezelfde geloofsovertuigingen opgevoed als waarmee u bent opgevoed? · Wist u veel van andere zuilen? · Woonde u in een buurt waar iedereen tot dezelfde zuil behoorde? · Had u iets tegen op de mensen van een andere zuil? · Mocht u een bepaald beroep uitoefenen omdat u tot uw zuil behoorde? · Moest u ook speciale kleding dragen voor uw geloof? · Heeft de komst van de tv/radio veel invloed gehad op uw standpunt over uw geloof en de andere geloven?

REACTIES

J.

J.

Heej,

Ik heb je werkstuk gezien over de verzuiling. Zelf ben ik nu bezig met mijn profielwerkstuk over de jaren vijftig en nu. Ik ben zelf ook aan het interviewen geslagen. Nu las ik ook jouw interviews en vroeg me af of ik die mocht gebruieken van je. Ik vind het ook belangrijk om iets te zeggen over de verzuiling en met die interviews breng je het verschil mooi aan.
groetjes Joline Stavasius

19 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.