Paul Von Hindenburg

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 851 woorden
  • 8 juni 2003
  • 22 keer beoordeeld
Cijfer 6.4
22 keer beoordeeld

Paul von Hindenburg
Paul von Hindenburg, geboren te Posen op 2 oktober 1847. Zijn vader was in dienst als assistent van een commandant. Hindenburg zelf studeerde af aan de cadettenschool van Wahlstatt en Berlijn. Hij zag voor het eerst militaire actie in de slag van Koninggratz in 1866 en in de Frans – Pruisische oorlog in 1870-1871. Hij volgde zijn studies aan de War Academy en studeerde af met grote onderscheiding. In 1878 werd hij vervolgens toegewezen tot de generale staf omdat hij zichzelf meermaals had bewezen in voorgaande oorlogen. Hindenburg huwde in 1879 met Gertrud Von Sperling toen hij werd geplaatst in Stettin. Ze kregen 2 dochters en een zoon. In 1903 werd hij vervolgens gepromoveerd tot generaal. Na een succesvolle carrière neemt Hindenburg in 1911 afscheid van het leger en gaat op pensioen. Hij ontving de titel van kolonel-generaal niet tot na zijn pensioen. Op 22 augustus 1914, na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd Hindenburg teruggeroepen naar het Duitse leger en kreeg het bevel om het 8e Leger over te nemen als opperbevelhebber. Generaal Erik Ludendorff werd zijn stafchef. Men zond hem naar het Oostfront van Oost-Pruisen waar hij beslissende overwinningen behaalde. Bij zijn aankomst in Marienburg op 23 augustus, keurde hij het plan van Ludendorff en Kolonel Max Hoffman om een tegenaanval te doen op Samsonov’s tweede Russische leger goed. Deze goedkeuring zorgde voor een zegevierende slag bij Tannenberg (25-31 augustus 1914) waar Hindenburg een veel groter leger versloeg. Uit het grootste deel van het 8e Leger werd een nieuw 9e Leger gevormd dat vanaf 17 september onder commando van Hindenburg stond. Vervolgens richtten Hindenburg en Ludendorff zich onmiddellijk op de nederlaag van Rennenkampf’s 1ste Russische Leger bij de Massourische meren, gevolgd door de bezetting van Polen en delen van de Baltische provincies. Na de overwinning van de Russen bij Tannenburg, kwam Hindenburg een nationale held en zijn naam werd bekendheid. Hij werd uitgeroepen tot een briljant strateeg, een machtige generaal en een grote leider. Hindenburg werd als de redder van Oost- Pruisen gezien. De keizer vereerde hem en schonk hem de rang van kolonelgeneraal en veldmaarschalk. Hij werkte eerst onder Falkenhayn en later in zijn ééntje. Op 29 augustus 1916 werd hij tot chef van de Generale Staf benoemd, ter vervanging van kolonel-generaal Falkenhayn. Begin 1918 dacht de politiek-militaire leiding van het Duitse Keizerrijk, na bijna 4 jaar hevige strijd, dat de oorlog nog gewonnen zou kunnen worden. Op 3 maart was Rusland gedwongen het vredesverdrag van Brest-Litowsk te ondertekenen. Deze overwinning aan het oostfront gaf de OHL (Oberste Heeres Leitung) nieuwe moed. Aan het hoofd van deze OHL stonden naast Keizer Wilhelm II, veldmaarschalk Paul von Hindenburg en generaal Erich Ludendorff. Gedrieën beraamden zij een groot offensief, met 70 divisies, aan het Westfront. Dit zou moeten starten op 21 maart 1918. Na aanvankelijk enige successen te hebben geboekt, liep het offensief volkomen vast. Duitsland had geen antwoord op de permanente versterking van de Franse en Engelse troepen door Amerikaanse eenheden. Toen op 18 juli de Geallieerden met een groot overwicht aan mensen en materieel tot de tegenaanval overgingen en op 8 augustus een doorbraak forceerden aan het front bij Amiens moest de OHL toegeven dat de oorlog niet meer gewonnen kon worden. Von Hindenburg noch Ludendorff konden ertoe gebracht worden hun troepen terug te trekken op een goed verdedigbare positie om zodoende betere voorwaarden te scheppen voor vredesonderhandelingen. Ludendorff werd ontslagen in oktober 1918. De wisselvalligheden van de oorlog de hardnekkige tegenstand van de Fransen en de Italianen dwongen Von Hindenburg toch de regering aan te raden een wapenstilstand te sluiten. Hindenburg ging voor de tweede keer met pensioen in oktober 1918 bij het Duitse leger, maar hij bleef zich interesseren in politiek. In 1925 verving Hindenburg Friedrich Ebert als president van de Weimar-republiek. Deze is ontstaan door een coalitie tussen de SPD van Friedrich Ebert met de burgerlijke Deutsche Demokratische Partei (DDP) en het katholieke Zentrum. Wegens het ontbreken van een meerderheid op de Rijksdag regeerde hij vanaf 1929 steeds meer via presidentiële besluiten. Hoewel hij in 1932 werd verkozen, was Hindenburgs invloed op dat moment reeds sterk aan het verminderen. Hier volgt een stukje uit z’n hernieuwde kandidatuur voor het ambt van rijkspresident van 1 maart 1932: "Nach ernster Prüfung habe ich mich entschlossen, mich dem deutschen Volke für eine Wiederwahl zur Verfügung zu stellen. Alte Soldatenpflicht verlangt von mir in unserer schweren Zeit, auf meinem Posten zu verharren, um das Vaterland vor Erschütterungen zu bewahren. (…) Dazu verhelfe uns Gott." Von Hindenburg werd nogmaals herverkozen in 1932, maar hij liet zich overhalen om Hitler in 1933 aan te stellen aan tot kanselier. Paul van Hindenburg bleef echter populair en Hitler kon voor zijn dood de grondwettelijke staat niet omverwerpen. In 1934 stierf Hindenburg en als gevolg werd Hitler zonder verkiezingen president en hij bleef ook zijn taak als kanselier vervullen. Hij kreeg dus alle macht in handen. Vlak na de dood van hindenburg noemde Hitler zichzelf al vlug: “Fürher und Reichskanzler” en hij eigende ook het presidentiële ambt toe. CITATEN OF UITSPRAKEN
http://www.digischool.nl/du/lexikon/chronik/chronik_1919_1933_ http://www.ww1-propaganda-cards.com/1918intro-dutch.html
http://www.digischool.nl/du/lexikon/chronik/chronik_1919_1933_8.php3
standaard encyclopedie

Bron: Deutsches Rundfunkarchiv, Frankfurt am Main

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.