Omdat er tegenwoordig zoveel problemen zijn met het contact tussen Nederlanders en Marokkanen die in Nederland wonen, leek dat me een goed onderwerp.
Want toen de Marokkanen voor het eerst in Nederland kwamen, in de jaren 60, werden ze gewoon geaccepteerd.
Welke factoren hebben bijgedragen aan de vijandige verhouding tussen autochtone Nederlanders en Marokkaanse immigranten?
Op deze vraag hoop ik na het maken van dit werkstuk het antwoord te weten.
Ik beschrijf eerst de historische ontwikkeling (arbeidsmigratie, gezinshereniging) en ga dan in op de problemen rond integratie en tolerantie. Het fundamentalisme in de Islam is een apart hoofdstukje.


Tot slot bespreek ik enkele actuele ‘strategieën’ om de problemen die ontstaan zijn tussen autochtone Nederlanders en Marokkaanse immigranten aan te pakken.
Het begin: de arbeidsmigratie…
Na de tweede wereldoorlog was er grote chaos in Nederland. De economie was ingestort en Nederland moest helemaal opnieuw opgebouwd worden.
Veel bedrijven waren opgeheven of failliet en er heerste grote werkloosheid.
De overheid probeerde de werkloosheid op te lossen door de bevolking op te roepen te emigreren naar landen als Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.
Meer dan een half miljoen Nederlanders deed dit en probeerde in het buitenland een nieuw leven op te bouwen…
Een groot deel van de werkloosheid was hiermee opgelost en het ging weer beter met de economie.
De ‘wederopbouw’ ging gepaard met een sterke uitbreiding van de industriële sector; de ontwikkelingen in de techniek zorgden dat er nieuwe bedrijfstakken ontstonden (Philips) en dat in bestaande sectoren (scheepswerven bijvoorbeeld) de activiteiten sterk uitbreidden. Er kwam nu juist een tekort aan (geschoolde) arbeidskrachten, vooral in de industriesector. Om het tekort aan arbeidskrachten op te lossen gingen veel bedrijven naar het buitenland om daar arbeidskrachten te werven.
Vooral landen rondom de Middellandse Zee waren populair. Eerst werden er veel arbeiders uit Joegoslavië, Italië, Griekenland en Spanje naar Nederland gehaald, later ook uit Turkije en Marokko.


In die landen was in die tijd nog een traditionele economie (landbouw, kleine bedrijfjes) zonder industrie. Hierdoor was er vaak armoede en werkloosheid, waardoor veel arbeiders graag naar West-Europa wilden.
In dit werkstuk ga ik in op de arbeiders die uit Marokko naar Nederland kwamen.
In 1969 sloot de Nederlandse regering een overeenkomst met Marokko over de komst van Marokkaanse gastarbeiders naar Nederland.
Dit was juist op het moment dat de babyboomgeneratie een krachtige stoot gaf tot ongekende veranderingen in de Nederlandse staat en samenleving
De gemiddelde Nederlander wist in die tijd niets over Marokko en de gemiddelde Marokkaan niets over Nederland, ook al hadden Nederland en Marokko wel vriendschappelijke contacten. Daarom was de komst naar Nederland voor de meeste Marokkaanse gastarbeiders een behoorlijke schok, door het verschil in cultuur.
De meeste gastarbeiders waren afkomstig uit het Rifgebergte, een zeer onontwikkeld gebied dat zich dicht bij de cannabiscultuur bevindt. Er heerste daar grote werkloosheid, waardoor het de bevolking daar erg goed uitkwam dat er in Nederland een overvloed aan werk was.
Oorspronkelijk kwamen er alleen ongetrouwde mannen naar Nederland. Ze werden door hun bedrijf ondergebracht in barakken, jeugdherbergen, appartementen en pensions.
In die eerste fase was er weinig contact tussen de Nederlandse bevolking en de buitenlandse gastarbeiders. Overdag werkten de mannen in de fabriek, hun vrije tijd brachten zij door in hun pension.
Het geld, dat ze verdienden, was bestemd voor hun familie in Marokko.
De emigratie van Marokkanen naar West-Europa werd officieel geregeld met werfakkoorden. Die werden gesloten in de jaren zestig: Duitsland was de eerste in 1963, Frankrijk en België volgden al snel in 1964 en Nederland kwam er achteraan met een werfakkoord in 1969.
De werving van arbeiders in Marokko heeft niet langer dan vier jaar geduurd, want in 1973 kwam er een oliecrisis en werd de werving stopgezet.
Daarna begon de gezinshereniging. Gezinshereniging kan je verdelen in twee vormen:
Primaire en secundaire gezinshereniging.
In het eerste geval laat een (voormalig) gastarbeider zijn gezin overkomen. In het tweede geval huwt een kind met een legale verblijfsvergunning in Nederland met een Marokkaan uit Marokko.
Maar er kwamen ook mensen zonder verblijfsvergunning naar Nederland.
Uit een grote representatieve steekproef aan het eind van de jaren zeventig bleek dat maar 13 % van de Marokkaanse arbeiders in Nederland via de officiële werving naar Nederland was gekomen. Sommigen van deze groep hadden eerst in Frankrijk gewerkt en waren daarna naar Nederland gekomen.
De Marokkaanse gastarbeiders in Nederland waren voornamelijk afkomstig uit een onderontwikkeld gebied in het Rifgebergte. Het opleidingsniveau van deze gastarbeiders was zeer laag; 70% had geen lager onderwijs gevolgd.
Waarom juist deze mensen naar Nederland zijn gehaald is te verklaren: De Nederlandse ‘werfagenten’ waren op zoek naar de minst ontwikkelde bevolking omdat ze daarvan de minste tegenstand verwachtten. Bovendien zag de koning van Marokko op deze manier een lastige bevolkingsgroep verdwijnen en protesteerde hij niet.
Tweede fase: gezinshereniging…
In de tweede fase (vanaf het midden van de jaren zeventig) was er dus sprake van gezinshereniging.
De arbeiders lieten hun vrouwen en kinderen overkomen. De kinderen moesten in Nederland naar school.
Er kwamen contacten tussen de Nederlandse bevolking en de immigranten in winkels, scholen, gezondheidszorg, enzovoort.
De kinderen leerden de Nederlandse taal vrij snel, maar dat gold niet voor de volwassenen. Met name de vrouwen, die traditioneel hun leven vooral binnenshuis doorbrachten, slaagden er niet in zich de Nederlandse taal en de kennis van de Nederlandse cultuur meester te maken…
Er kwamen Marokkaanse winkels, koffiehuizen en moskeeën, waardoor het vasthouden aan de eigen traditie makkelijker werd.
De Marokkaanse cultuur is islamitisch; dit houdt in dat er duidelijke regels zijn hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen.
Vrouwen zijn afhankelijk van en ondergeschikt aan hun man en moeten afgeschermd worden van de buitenwereld. Contact met andere mannen zou te gevaarlijk zijn...
Zij brengen hun leven dus binnenshuis of met andere vrouwen door.
In de jaren zeventig en tachtig zijn er zeker zowel van Nederlandse zijde als van de kant van immigranten goedbedoelde initiatieven geweest om begrip te kweken voor elkaars achtergrond.
Zo werd op scholen met Marokkaanse leerlingen het suikerfeest, de afsluiting van de Ramadan, gevierd.
Deze initiatieven hebben niet tot echte integratie geleid omdat de eerste generatie immigranten thuis hun eigen taal, cultuur en godsdienst handhaafden.
Integratie en tolerantie: wat ging er mis?
Nederland had tot voor kort de naam een tolerant land te zijn: afwijkende meningen en leefstijlen (ketters / homo’s / drugs) werden hier toegelaten en gedoogd.
Voorwaarde hierbij was echter in de eerste plaats dat de eigen Nederlandse maatschappij niet werd bedreigd. Dit hield ook in dat afwijkende ideeën niet al te openlijk geuit moesten worden.
De grote groep Marokkanen die binnenshuis hun oude (Marokkaanse) gewoonten handhaafden, maar op hun werk en op school zich zo veel mogelijk aangepast gedroegen, gaf geen problemen. Een aantal kinderen lukte het aansluiting te vinden bij het Nederlandse onderwijs, een havo- of vwo-diploma te halen en een vervolgopleiding te volgen.
Voor anderen was dat echter te ingewikkeld. Taalachterstand en een lager opleidingsniveau bleken grote struikelblokken.
Er ontstonden problemen toen de opgroeiende kinderen zich in twee werelden bleken te bevinden: de Marokkaanse wereld thuis en de West-Europese daarbuiten.
Die twee culturen kwamen met elkaar in botsing.
Voorbeeld: thuis worden jongens door hun moeder in de watten gelegd. Ze kunnen hun moeder bevelen geven. Zij zijn immers man en vrouwen zijn ondergeschikt aan mannen. Maar op school wordt gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen verkondigd…
De tegenstrijdige ideeën van de twee culturen leidden tot frustraties en onvrede bij een deel van de Marokkaanse jongeren. Hierdoor ontstond agressie en crimineel gedrag.
De secundaire gezinshereniging; dus het verschijnsel dat in Nederland wonende Marokkaanse jongens hun bruid uit Marokko halen, heeft als gevolg dat nu een tweede generatie vrouwen met weinig scholing en zonder kennis van de Nederlandse taal en cultuur gearriveerd is in Nederland…
Er is dus een groep Marokkanen die onvoldoende geïntegreerd is in de Nederlandse samenleving en die door agressief en crimineel gedrag angst veroorzaakt bij de Nederlandse bevolking.
Door deze ontwikkelingen groeiden bij de autochtone Nederlandse bevolking de negatieve gevoelens ten opzichte van Marokkanen.
Deze groep blijkt erg gevoelig voor extreme ideeën te zijn.
Hier ga ik in het volgende hoofdstukje op in.
Het moslimfundamentalisme…
Binnen de islamitische godsdienst bestaat een stroming die heel radicaal is: het fundamentalisme.
Aanhangers hiervan vinden dat alle middelen geoorloofd zijn om de Islam te verbreiden over de wereld, zelfs de heilige oorlog ‘Jihad’.
Terroristische organisaties maken gebruik van deze religieuze stroming om hun politieke doelstellingen te bereiken.
De aanslagen op het World Trade Center in New York (11 september 2001) en op het station in Madrid (11 maart 2004) zijn uitvloeisels hiervan…
Met godsdienstige argumenten worden mensen geronseld om deel te nemen aan terroristische aanslagen.
Het blijkt dat er onder de Marokkaanse jongeren een groep is die, door de onvrede met hun eigen levenssituatie, heel beïnvloedbaar is. Zij zijn voor de aanhangers van het fundamentalisme makkelijk te ‘bekeren’ tot de fundamentalistische ideeën.
Deze ontwikkeling is zorgwekkend. De veiligheid in Nederland is afgenomen. Door angst ontstaan meer negatieve gevoelens ten opzichte van allochtone (Marokkaanse) jongeren…
De moord op Theo van Gogh heeft dit duidelijk gemaakt en de discussie over betere integratie is daardoor in een stroomversnelling geraakt.
Actuele ontwikkelingen…
Inmiddels is vrijwel iedereen in Nederland ervan overtuigd dat een betere integratie van de allochtonen in de Nederlandse maatschappij een voorwaarde is om de negatieve situatie die ontstaan is te verbeteren. Kennis van de Nederlandse taal lijkt daarbij een sleutelvoorwaarde te zijn.
Hiervoor zijn een aantal maatregelen bedacht:
1. Eer worden strengere toelatingseisen gesteld aan mensen die naar Nederland willen immigreren.
Het aantal immigranten is hierdoor de laatste jaren behoorlijk afgenomen.
2. De eisen die aan de ‘importbruiden’ gesteld worden, worden strenger.
In het volgende krantenartikel wordt dit uitgelegd:
ROTTERDAM, 19 OKT. Vanaf 1 november moeten huwelijkspartners uit het buitenland ten minste 21 jaar oud zijn (nu 18) en moet de in Nederland wonende partner ten minste 120 procent van het minimumloon verdienen (nu 100).
Netto is dat 1.319 euro per maand, 230 euro meer dan nu nodig is. Door deze strengere maatregelen verwacht minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) dat zeker 45 procent minder huwelijksmigranten naar Nederland komen. In de prognose is nog geen rekening gehouden met het inburgeringsexamenen in het buitenland, dat vanaf midden volgend jaar verplicht wordt. Verdonk schat dat hierdoor nog eens 25 procent minder `importhuwelijken' zullen worden gesloten. Voor volgend jaar heeft ze nog twee aanvullende verplichtingen in petto: de Nederlandse partner moet dan ook over `adequate' huisvesting en een ziektekostenverzekering beschikken.
De meeste 'importbruiden' komen uit Turkije (20 procent) en Marokko (16 procent). Zeker 75 procent van de tweede generatie Turken en Marokkanen haalt de partner uit het land van herkomst. Met name voor hen zijn de eisen opgeschroefd. Hun bruiden zijn veelal slecht opgeleid en hebben nauwelijks kans op werk. Dat belemmert hun integratie in Nederland, meent de regering en een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar de eisen voor huwelijksmigratie gelden voor iedereen met een Nederlands paspoort. Bijna de helft van de `importhuwelijken' betreft hen.
(Bron: http://archief.nrc.nl:/?modus=l&text=huwelijksmigratie+marokko&hit=1&set=1)
3. Minister Verdonk wil een wet invoeren die taalcursussen verplicht stelt. Ook voor de zogenaamde ‘eerste generatie buitenlanders’. Maar het is de vraag of dat haalbaar is. Deze wet lijkt in strijd met het anti-discriminatie-beginsel.
4. Nu nog krijgen kinderen van Marokkanen in Nederland automatisch ook een Marokkaans pasport. Er wordt onderzocht of dit veranderd kan worden.
5. Er wordt een sterk beroep gedaan, ook vanuit de politiek, op de plaatselijke buurthuizen enz. om met elkaar in gesprek te blijven. Premier Balkenende heeft meteen na de moord op Theo van Gogh al een oproep gedaan om begrip te blijven tonen voor mensen met een andere achtergrond. Dit is misschien wel de belangrijkste ontwikkeling: dat alle Nederlanders én Marokkanen hun best gaan doen om elkaar te begrijpen.
Conclusie
Er zijn verschillende factoren die hebben bijgedragen aan het vijandelijke gedrag tussen autochtone Nederlanders en Marokkaanse immigranten.
De belangrijkste factor is het onaangepaste gedrag van een bepaalde groep Marokkaanse allochtonen. Dit gedrag wekt angst op bij de Nederlandse bevolking. Hierdoor wordt deze groep Marokkanen gedemotiveerd om beter te integreren: ze worden toch met de nek aangekeken…
Dit niet-aangepaste gedrag ontstaat door slechte integratie: de immigranten doen niet genoeg moeite om de Nederlandse taal te leren, iets wat essentieel is voor een goed contact met de autochtone bevolking.
Er wordt wel behoorlijk wat aan gedaan om de situatie te verbeteren:
Marokkaanse allochtonen worden verplicht om de Nederlandse taal goed te leren. Verder wordt wederzijds begrip gestimuleerd.
Ik vind het erg jammer dat de reputatie van Marokkaanse mensen, en dan vooral die van Marokkaanse jongeren, zo slecht is.
Ik woon in een dorp dat nooit met enige criminaliteit te maken heeft, en deze hele discussie leeft daar gewoon niet zo.
Ik heb nooit echt problemen gehad met Marokkaanse mensen, ik denk dat er zeker ook wel een groep is waarbij het wél gelukt is hun eigen cultuur te vermengen met onze westerse cultuur.
Ik denk dat het probleem toch meer bij steden als Amsterdam en Rotterdam ligt, steden waar een groot deel van de bevolking allochtoon is.
Ik denk dat het heel goed mogelijk is om met meerdere volkeren in één land samen te leven, maar dan moet iedereen elkaar wel respecteren en z’n best doen de cultuur van de ander te leren kennen.
Zelf vind ik het juist wel interessant om verschillen tussen twee culturen te ontdekken en te weten te komen hoe die andere cultuur dan in elkaar zit.
Ik hoop dat er ooit nog een tijd komt dat autochtonen en allochtonen normaal met elkaar samen kunnen leven… want er is dus een tijd geweest dat het wel goed ging, dan moet dat nu toch weer haalbaar zijn?
Als zowel de Nederlandse bevolking als de Marokkaanse allochtonen beter hun best doen en wat meer begrip voor elkaar opbrengen is het volgens mij best mogelijk om samen in één land te leven…
Bronvermelding…
• Encarta: Encyclopedie deLuxe, 2001, Winkler Prins
• www.nrc.nl
• http://www.archief.nrc.nl:/?modus=l&text=huwelijksmigratie+marokko&hit=1&set=1
• Bosatlas, 51e druk, 4e editie, 1988 Wolters Noordhoff Groningen
• www.landenweb.com/l.cm?LandID=23&MAROKKO - 69k
• www.marokko.pagina.nl
• www.marokkonederland400.nl

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

leuke spreekbeurt doeiiii

16 jaar geleden

S.

S.

Goeie en heldere uitleg. Erg goed!

8 jaar geleden