Maanlanding

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas vwo | 10530 woorden
  • 25 mei 2001
  • 73 keer beoordeeld
Cijfer 6.1
73 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Stap in jouw toekomst

Kom naar de Open Avond van Inholland op woensdagavond 29 maart van 17:00 - 20:00 uur. Proef de sfeer en ontdek onze opleidingen.

Meld je aan!

Inleiding Dit werkstuk gaat over de race naar de maan tussen de twee grootmachten van de Koude Oorlog, namelijk de Verenigde Staten van Amerika en de Sowjetunie. Ik zal me vooral toeleggen op het Apollo project van de Amerikanen, omdat dit het belangrijkste onderdeel is van de wedloop naar de maan. Het Apollo project bracht daadwerkelijk mensen op de maan en daarmee won Amerika een hele belangrijke wedstrijd. Maar ook alle voorafgaande projecten zal ik beschrijven om zo een helder inzicht te geven in de race naar de maan want het Apollo project kun je niet los zien: er gingen allerlei onderzoeken en trainingen aan vooraf. Uiteraard zal ik vooral ook de internationale politieke situatie van dat moment betrekken in mijn scriptie omdat de hele ruimterace uit die politieke situatie van toen is ontstaan. Het onderwerp heb ik gekozen omdat ik ruimtevaart iets heel moois vind en er al heel veel van af weet door allerlei documentaires, boeken, artikelen uit tijdschriften, internet en een bezoek aan het Kennedy Space Center in Florida. Maar uiteraard ook omdat de hele race naar de maan tussen de VS en SU en dan met name het Apollo project een hele belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis is. Het Apollo project bracht mensen voor het eerst (en voorlopig ook voor het laatst) naar een ander hemellichaam, de maan. Dit was een hele mooie gebeurtenis en had een grote impact op de wereldbevolking, want het is toch wel heel bijzonder om mensen op de maan te zien wandelen. Wetenschappers stonden te popelen om meegebrachte maanstenen te onderzoeken. Politiek gezien lag alles natuurlijk ook heel erg gevoelig en ook daarom is deze gebeurtenis heel erg belangrijk geweest. De vraagstelling van het werkstuk luidt: 'Wat gebeurde er allemaal voor en tijdens de wedloop naar de maan tussen de Verenigde Staten en de Sowjetunie vanaf eind jaren 50 tot in de jaren 70 en wat waren de gevolgen?'. In de komende hoodstukken zal ik het een en ander uitleggen over het ontstaan van de ruimterace door de politieke situatie tijdens de Koude Oorlog, de Amerikaanse en Russische bemande ruimtevaartprojecten en onbemande missies naar de maan in die tijd, de Apollo's, wat de Russen allemaal probeerden en de gevolgen waaronder vooral de politeke. De politieke situatie veroorzaakt een 'ruimterace' Op 25 mei 1961 deed de Amerikaanse president John F. Kennedy een historische uitspraak: "I believe this nation should commit itself to achieving the goal, before this decade is out, of landing a man on the moon and returning him safely to earth. No single space project in this period will be more impressive to mankind, or more important in the long-race exploration of space; and none will be so difficult or expensive to accomplish." Hij beloofde hierbij dus aan het congres dat voor 1970 een mens op de maan zou landen en veilig terugkeren naar aarde. Het plan maakte niet zo heel veel indruk op de pers. Veel mensen vonden het absolute waanzin, want er was op dat moment nog maar een Amerikaan heel even de ruimte in geweest, en zaken als de Varkensbaai-invasie in Cuba kregen daarom ook veel meer aandacht. Maar Kennedy deed deze uitspraak niet voor niets. Het was tijdens de Koude Oorlog dat hij dit zei. Er was al sinds de Tweede Wereldoorlog een wapenwedloop gaande tussen de Verenigde Staten (kapitalisme) en de Sowjetunie (communisme). Beide landen wilden zoveel mogelijk macht hebben en ze bedreigden elkaar continu door steeds nieuwe wapens te ontwikkelen. Daarom sprak men ook over een Koude Oorlog. Het was een soort ideologische strijd. Amerika wilde dat de wereld kapitalistisch zou worden, terwijl de Sowjetunie wilde dat de wereld communistisch zou worden. Amerika had in West Europa veel invloed en de Sowjetunie in Oost Europa (behalve Roemenië, Joegoslavië en Albanië), Cuba en China. Beide landen probeerden ook in Azië, Latijns Amerika en Afrika invloed te krijgen. Er gebeurde vanalles die jaren. De Sowjetunie verbrak haar banden met China na enkele grensconflicten en onenigheid over het Marxisme. Door die grensconflicten dreigde er bijna een oorlog, die gelukkig niet kwam. Maar er waren nog ergere conflicten. Zo waren Amerika en de Sowjetunie bezig in Duitsland. Duitsland was na de Tweede Wereldoorlog opgedeeld in vier sectoren: een Amerikaans, Frans, Engels en Russisch deel. Het Russische deel vormde Oost Duitsland, de rest was West Duitsland. Ook Berlijn, dat in Oost Duitsland lag, was op dezelfde manier opgedeeld in deze vier sectoren. Veel mensen gingen van het communistisch Oost Berlijn naar het kapitalistische West Berlijn, waardoor Oost Berlijn dreigde dood te bloeden. Om daar iets tegen te doen, werd er in opdracht van de Russen door de Oost Duitsers in 1961 een muur dwars door de stad gebouwd die moest voorkomen dat mensen van Oost Berlijn naar West Berlijn gingen en andersom. Er werden zo'n honderd mensen gedood in hun poging van Oost naar West Berlijn te vluchten. Zowel de Verenigde Staten als de Sowjetunie waren bezig met Cuba. De Sowjetunie had nauwe banden met de regering van Fidel Castro. De Sowjetunie zou Cuba helpen als de Amerikanen Cuba kwaad zouden willen doen. En dat zouden de Amerikanen wel willen, want Fidel Castro had Amerikaanse bedrijven op Cuba genationaliseerd en dat kostte Amerika vele miljarden dollars. Daarom boycotte Amerika Cuba. In 1962 bleken er op Cuba Russiche raketbases te zijn waar kernraketten gemaakt konden worden. Even zag het er naar uit dat er een nucleaire oorlog zou komen. Kennedy dreigde de raketbases te bombarderen en na een paar dagen onderhandelen liet Chroetsjev de wapens ontmantelen. Maar de Russen bleven Cuba helpen door middel van technische hulp, handel en door leningen te verstrekken. In de lente van 1968 kwamen er in Tsjechoslowakije hervormingen en maakte het land duidelijk niets meer met de Sowjetunie te maken willen hebben. Als reactie daarop stuurde het Kremlin op 20 augustus dat jaar 650.000 Russische, Oost Duitse, Poolse, Hongaarse en Bulgaarse soldaten er naar toe om Tsjechoslowakije te bezetten. En zo lukte het de Sowjetunie Tsjechoslowakije streng communistisch te houden. Maar ook met Viëtnam bemoeiden beide grootmachten zich. Viëtnam bestond uit een kapitalistisch deel (Zuid Viëtnam) en een communistisch deel (Noord Viëtnam). De communistische Vietcong was bezig in Noord Viëtnam en wilde heel Viëtnam communistisch maken. De Amerikanen waren bang dat als Viëtnam communistsich zou worden, heel Indochina als een domino voor het communisme zou vallen. Daarom besloot Amerika in 1959 Zuid Viëtnam van millitaire troepen en munitie te voorzien. De Sowjetunie en China voorzagen Noord Viëtnam en de Vietcong van munitie. In die oorlog sneuvelden zo'n 57.000 Amerikaanse soldaten, want de Amerikanen waren helemaal niet in staat in de Viëtnamese jungle te vechten. Uiteindelijk moest Amerika in 1973 de aftocht blazen en werd Viëtnam in 1975 een communistische staat. De Amerikanen hadden de oorlog verloren. Op aarde was het dus onrustig door deze ideologische strijd tussen de Verenigde Staten en de Sowjetunie. In het volgende hoodstuk zullen we zien hoe deze landen de Koude Oorlog ook nog eens in de ruimte wilden uitvechten.

Het begin van de ruimtevaart En sinds de lancering van de Russische satelliet Spoetnik (medereiziger) op 4 oktober 1957 was er een 'ruimterace' begonnen. De Amerikanen waren erg geschrokken en zeiden de Spoetnik maar een nutteloos stuk metaal te vinden, maar ze realiseerden zich wel dat ze achterliepen en Amerika stortte zich daarna op het ontwikkelen en lanceren van een satelliet. Maar voordat de Amerikanen een satelliet in een baan om de aarde kregen, had de Sowjetunie alweer de tweede Spoetnik gelanceerd. Dit keer was er een levend wezen aan boord, het hondje Laika. De Amerikanen deden nu nog meer hun best om hun imago te redden en na veel mislukkingen lanceerden zij op 1 februari 1958 de Explorer 1. Deze ontdekte de Van Allen-gordels en daar kreeg de VS alle eer voor. Een probleem van de Amerikanen was de sterke concurrentie tussen het leger, luchtmacht en de marine. Door deze nutteloze concurrentie hadden de Amerikanen een grote achterstand op de Russen. Daarom werd op 1 oktober 1958 de National Aeronautics and Space Administration (NASA) opgericht. Deze overkoepelende organisatie was bedoeld om alle ruimtevaartactiviteiten te organiseren. Als lanceerbasis werd Cape Canaveral uitgekozen. Het was de ideale plek: afgelegen, zo dicht mogelijk bij de evenaar en omgeven door de zee. Vlakbij Houston werd later het Johnson Space Center opgericht, het centrum voor de bemande ruimtevaart. Hier werden Mission Control (het vluchtleidingscentrum) en de trainingsfaciliteiten voor de astronauten gevestigd. Het lanceren van satellieten al dan niet met dieren aan boord ging nog een tijdje door. Op een gegeven moment toen het de Russen was gelukt om dieren na een ruimtereis weer veilig op aarde terug te laten keren kwamen er geruchten dat de SU een mens de ruimte in wilde schieten. En op 12 april 1961 gebeurde dat ook: Joeri Gagarin maakte met zijn Wostok capsule een baan om de aarde en landde weer veilig op Russische grond. Hij werd als een held ontvangen en de SU kreeg veel bewondering van de hele wereld. De schrik zat er bij de VS nu echt goed in. Ze realiseerden zich dat ze nu echt achterliepen en op 5 mei 1961 maakte Alan Shepard een 'ruimtesprongetje' en pas op 20 februari 1962 kwam John Glenn in een baan om de aarde (later meer over deze vluchten). Dit ging nog een tijdje zo door, maar de SU had duidelijk een voorsprong op de VS. De SU had steeds iets nieuws en de VS probeerde dat te evenaren. De ruimterace was in volle hevigheid bezig. Zowel de Sowjetunie als de Verenigde Staten realiseerden dat goed presteren in de ruimtevaart erg belangrijk was voor hun prestige. Vice president Lyndon B. Johnson zei ook: "In de ogen van de wereld, is eerste in de ruimte het allerbelangrijkste punt. Tweede in de ruimte betekent tweede in alles." Het was dus in het belang van het kapitalisme dat Amerika de wedloop naar de maan zou winnen, want er werd al gespeculeerd over bemande missies naar de maan. De Amerikanen moesten er dan ook niet aan denken dat op de maan de rode vlag in plaats van de Amerikaanse stars and stripes zou hangen. Daarom moesten de Amerikanen snel mensen op de maan zetten om hun achterstand in te halen en de ruimterace te winnen. Kennedy wilde de VS wakkerschudden om er voor te zorgen dat de VS weer het machtigste land ter wereld zou worden, want het ging de laatste jaren niet meer zo goed met de VS. Om zijn doel te bereiken zei Kennedy tegen de Amerikanen: "Vraag niet wat het land voor jou kan doen, maar wat jij kan doen voor je land." Iedereen vond dat de Amerikanen zo snel mogelijk de Amerikaanse vlag op de maan moesten planten. Dit doel maakte het Amerikaanse volk sterk. In die tijd werkte de Amerikaanse luchtmacht ook aan plannen om een kernbom op de maan tot ontploffing te brengen. Dit zou er gigantisch spectaculair uitzien en de Amerikanen zouden er grote indruk mee maken op de Sowjetunie. Maar wegens technische problemen is er van dit plan niets terechtgekomen. Het project dat uiteindelijk mensen op de maan moest krijgen heette het Apollo-project. Geld speelde geen rol. Er werden met gemak miljarden dollars in het project gepompt. Er moest namelijk een heleboel onderzoek verricht worden, op Cape Canaveral was een groot gebouw, de Vehicle Assembly Building, nodig om de Saturnus V-raketten in te assembleren en er waren natuurlijk ook een heleboel testvluchten noodzakelijk om bijvoorbeeld koppelingen tussen de Apollo capsule en maanlander te oefenen en om de nieuwe ruimtepakken te testen. Maar voordat het Apollo project echt kon beginnen moest er eerst ervaring worden opgedaan met bemande ruimtevaart en moest de maan onderzocht worden. Men moest geschikte landingsplekken uitzoeken en het was trouwens ook nog de vraag of je wel op het maanoppervlak kon staan zonder er in weg te zakken. Voor het oefenen van bemande ruimtevaart werden twee projecten gestart: het Mercury en het Gemini project. Het Mercury project was het eerste project dat Amerikanen in de ruimte moest brengen. Dit project was al bezig voordat Kennedy zijn belangrijke belofte deed. Het Mercury project was al begonnen in 1958. Het was toen al duidelijk dat Amerika ooit astronauten de ruimte in zou sturen. Het belangrijkste was toen om geschikte kandidaten voor het project te vinden. De NASA vond dat alleen militaire testpiloten hier voor in aanmerking konden komen. Er waren zeven astronauten nodig en die werden na een grondige selectie uit een groep van vierhonderd mogelijk kandidaten gekozen. Het waren: Walter Shirra, Donald Slayton, Scott Carpenter, Alan Shepard, Virgil Grissom, Gordon Cooper en John Glenn. De eerste vlucht van het project was de vlucht van Alan Shepard in de Freedom 7 capsule op 5 mei 1961. Het was een ballistische vlucht: de astronaut kwam in zijn capsule een paar minuten in de ruimte zonder een baan om de aarde te maken. Op 21 juli 1961 deed Virgil Grissom hetzelfde in de Liberty Bell 7 capsule. Hij landde veilig in zee, maar zijn capsule zonk naar de bodem en is korte tijd geleden teruggevonden. Pas op 20 februari 1962, bijna een jaar na de succesvolle vlucht van Joeri Gagarin, beschreef John Glenn in de Friendship 7 drie baantjes om de aarde. Hierna volgden in het project nog drie 'echte' ruimtevluchten: Scott Carpenter in de Aurora 7, Walter Shirra in de Sigma 7 en Gordon Cooper in de Faith 7. Nadat het Mercury project met succes was afgerond, kwam er een vervolg op waarin de technieken voor het Apollo project geoefend moesten worden. Dit project heette het Gemini project en was dus veel ingewikkelder en uitgebreider dan het vrij simpele Mercury project. De Gemini vluchten waren om koppelingen en ruimtewandelingen te oefenen. Deze twee vaardigheden waren essentieel voor het Apollo project. Er werden twaalf vluchten uitgevoerd, waarvan er tien bemand waren. Van elke bemande vlucht bestond de bemanning uit twee astronauten. Alle vluchten waren succesvol en vrijwel alle astronauten van het Gemini project gingen daarom ook door naar het Apollo project om daar hun opgedane ervaring te gebruiken. De astronauten waren klaar voor het Apollo project! Voordat er een astronaut op de maan kon lopen was het eerst nodig om onderzoek aan de maan gedaan te hebben. Daarvoor hadden de Amerikanen drie projecten: het Ranger project, het Surveyor project en het Lunar Orbiter project. Al deze projecten vonden plaats in de jaren 60. In het Ranger project sloeg een onbemand ruimtetoestel al fotograferend te pletter op de maan, waardoor foto's van heel dichtbij konden worden gemaakt. Er waren in totaal negen Rangers, waarvan de eerste zes mislukten. Alleen de laatste drie konden foto's van de maan naar de aarde seinen. De Surveyor ruimtesondes waren toestellen die een zachte landing maakten op de maan om zo onderzoek te kunnen doen aan de maanbodem. Er waren zeven Surveyors waarvan er mislukten: ze kwamen wel aan op de maan, maar omdat het radiocontact vroegtijdig werd afgebroken hebben ze geen foto's naar de aarde kunnen seinen. In het Lunar Orbiter project draaide een ruimtesonde om de maan om zo het oppervlak in kaart te brengen. De ruimtesondes sloegen na het volbrengen van hun taak te pletter op de maan. Alle vijf de Lunar Orbiters waren geslaagd. Uit de gegevens van het Lunar Orbiter project kon de NASA de landingsplekken voor de Apollo's uit zoeken. Ook de Russen begonnen aan soortgelijk projecten: het Wostok, Woschod en Soyuz project waren om te oefenen met bemande ruimtevaart en de onbemande Loena en Zond toestellen waren om onderzoek te doen aan de maan. Met al deze projecten hadden de Russen voorsprong op de Amerikaanse. Ik zal in dit hoofdstuk nog wat vertellen over bovengenoemde drie bemande ruimtevaartprojecten. Over het Loena en Zond project zal ik wat vertellen in het hoofdstuk Pogingen van de SU. Het Wostok project was het eerste Russische project van de bemande ruimtevaart, vergelijkbaar met het Mercury project van de Amerikanen. De Wostok 1 was uiteraard de allerbekendste: deze bracht Joeri Gagarin op 12 april 1961 als eerste mens in een baan om de aarde. Joeri Gagarin werd als een held ontvangen en werd wereldberoemd. De aankomst van Joeri Gagarin in Moskou was live te zien op televisie. Helaas kwam hij op 27 maart 1968 om het leven bij een vliegtuigongeluk. Ter ere van hem is er op de maan een krater naar hem genoemd en is er voor hem een monument geplaatst bij Sterrenstad, het trainingscentrum voor aankomende kosmonauten. Bij dit monument leggen Kosmonauten altijd bloemen neer voordat zij aan hun ruimtereis beginnen. Op 6 augustus hetzelfde jaar volgde German Titov in de Wostok 2. Deze beschreef 17 banen om de aarde en duurde meer dan een etmaal. Er volgden hierna nog vier Wostok vluchten. De laatste was op 16 juni 1963 met de eerste vrouwelijk kosmonaut, genaamd Valentina Teresjkova. Na het Wostok project volgde het Woschod project. Het bijzondere was dat er met dit project meerdere kosmonauten in één capsule de ruimte in zouden gaan. Ze zouden dan wel weinig ruimte hebben, want de Woschod capsule was een omgebouwde Wostok capsule en die was voor maar één persoon ontworpen. De Woschod 1 werd op 12 oktober 1964 gelanceerd met drie kosmonauten aan boord: Wladimir Komarov als piloot, Konstantin Feoktistov als technisch ingenier en Boris Jegorov als arts. Ze keerden na 16 baantjes om de aarde weer veilig terug. De Woschod 2 had een bemanning van twee kosmonauten aan boord: Alexei Leonov en Pavel Bjeljajev. Leonov maakte als eerste mens in de geschiedenis een ruimtewandeling en dat was live te zien op televisie. Tien minuten lang zweefde hij in de ruimte aan een vijf meter lange verbinding waar zuurstof en bedrading voor communicatie door heen liep. Rusland had weer een primeur. Het Soyuz project, dat in april 1967 begon, bestond uit aanzienlijk meer vluchten dan het Wostok en Woschod project en ook nu nog worden er voor de Mir en binnenkort het International Space Station Soyuz capsules gebruikt om de bemanning van de aarde naar het ruimtestation te vervoeren en weer van het ruimtestation terug naar aarde. Aan de Soyuz capsule werd twee jaar gebouwd. Het resultaat was een hele vernieuwde capsule. Het voordeel van de Soyuz capsule was de grote ruimte en hij was gemakkelijk te besturen. Het Soyuz project was ook een voorbereiding voor een eventuele reis naar de maan. Een aantal Soyuz vluchten werden namelijk uitgevoerd met een aangepaste Soyuz capsule die geschikt was voor een reis naar de maan. Dit project valt ook het best te vergelijken met het Geminiproject van de Amerikanen: met de meeste Soyuz vluchten gingen twee kosmonauten mee en ze hadden ook hetzelfde doel als het Gemini project: koppelingen en ruimtewandelingen oefenen als voorbereiding voor een reis naar de maan. Het Soyuz project begon niet goed: kosmonaut Wladimir Komarov overleed doordat zijn capsule neerstortte wegens het falen van de parachte. Hij was het eerste dodelijke slachtoffer in de ruimtevaart. Maar het Soyuz project had ook veel succes. Een aantal Soyuz capsules hadden een rendez-vous met elkaar, er werden ruimtewandelingen uitgevoerd en de Soyuz capsule deed dienst als taxi naar en van de Saljoet ruimtestations. Een tweede ongeluk met dodelijke afloop vond plaats op 30 juni 1971. Tijdens de landing van de Soyuz 11 ontstond er drukverlies in de cabine waarbij de drie kosmonauten Georgi Dobrovolski, Wladislav Volkov en Viktor Patsajev de dood vonden.

De eerste Apollo's De eerste Apollo was de Apollo 1 die op 27 januari 1967 gelanceerd zou worden met een Saturnus 1B-raket. De tests vooraf aan de lancering gingen niet helemaal zoals verwacht. De capsule was niet helemaal goed ontworpen en er liep zo'n 20 km bedrading door de hele capsule heen. Verder konden de vluchtleiding en astronauten elkaar door storing nauwelijks verstaan en ook het ontsnappingsluik was haast niet open te krijgen. Door die grote hoeveelheid bedrading, die ook nog niet helemaal goed was aangelegd, ontstond er kortsluiting waardoor er brand uitbrak waarbij alle drie de astronauten, Virgil Grissom, Edward White en Roger Chaffee, binnen 14 seconden om het leven kwamen. Ze konden niet ontsnappen doordat het luik niet open te krijgen was. Door dit grote ongeluk brak paniek uit, maar een beheerste reactie van de NASA voorkwam dat het project moest worden stopgezet. Maar de capsule moest wel weer opnieuw worden ontworpen wat weer grote vertragingen met zich mee bracht. Na Apollo 1, kwam geen Apollo 2, maar de Apollo 4. Dit was een onbemande vlucht van de eerste Saturnus-V raket (deze was onder leiding van Wernher von Braun ontwikkeld. Wernher von Braun was degene die voor de nazi's de V-2 raketten ontwierp. Heel bizar dat zo iemand de Amerikanen heeft kunnen/mogen helpen.) op 9 november 1967. De Apollo 5 op 22 januari 1968 en de Apollo 6 op 4 april 1968 waren ook van dat soort vluchten. Op 11 oktober 1968 durfden de Amerikanen het eindelijk aan om een bemande vlucht, genaamd de Apollo 7, uit te voeren. Er werd dit keer weer een Saturnus 1B-raket gebruikt. De capsule werd in de ruimte grondig gestest en de drie astronauten, Walter Shirra, Donn Eisele en Walter Cunningham landden veilig op aarde. Maar de Apollo 8 die gelanceerd werd met een Saturnus V-raket op 21 december 1968 was pas echt bijzonder. Dit keer ging de vlucht langs de maan. De astronauten, Frank Borman, James Lovell en William Anders, verdrongen elkaar voor het raam om de maan van zo dichtbij te kunnen zien. Ze waren ook de eerste mensen die de achterkant van de maan met eigen ogen konden zien (vanaf aarde kun je maar één kant van de maan zien). Ze keken ademloos naar het prachtige maanlandschap en zagen toen opeens de aarde opkomen, iets wat zij natuurlijk fantastisch vonden. Alles was live te volgen op televisie wat natuurlijk ook heel erg indrukwekkend was. Op eerste Kerstdag lazen de astronauten het scheppingsverhaal uit de Bijbel voor, wat natuurlijk op die manier heel sprookjesachtig was. De Apollo 8 legde tien baantjes af om de maan. Wat wel even spannend was, was het moment waarop het ruimteschip uit de baan om de maan moest komen. Als de raketmotoren het af zouden laten weten, hadden ze een serieus probleem, want er was geen noodvoorziening of wat dan ook om uit de baan om de maan te komen. Maar de raketmotoren deden het en zo konden ze weer veilig terugkeren naar aarde. De Apollo 9 die gelanceerd werd op 3 maart 1969 met James McDivitt, David Scott en Russell Schweickart aan boord bleef wat dichter bij huis. Deze bleef gewoon om de aarde cirkelen. Er werden 3600 foto's van de aarde gemaakt, dit had niets met het Apollo project zelf te maken; het was voor iets anders. Maar het belangrijkste was het testen van de maanlander die voor het eerste mee ging en de ruimtepakken. McDivitt en Schweickart gingen de maanlander in en die verwijderde zich vervolgens zo'n 175 km van de Apollo capsule waar hun collega Scott in verbleef. Vervolgens koppelden de maanlander en de Apollo capsule zich weer aan elkaar (rendez-vous). De ruimtepakken moesten vervolgens worden getest door middel van een ruimtewandeling. Schweickart en Scott moesten dit doen. Scott voelde zich niet helemaal lekker en bleef in het luik in plaats van een echte ruimtewandeling te maken. Maar deze vlucht was wel heel duidelijk geslaagd. De lancering van de Apollo 10 op 18 mei 1969 was de generale repetitie voor de daadwerkelijke maanlanding. De astronauten Thomas Stafford, John Young en Eugene Cernan kwamen met de Apollo 10 in een baan om de maan en de maanlander daalde tweemaal af tot een hoogte van slechts 15 km. De astronauten oefenden met de maanlander een aantal manoeuvres uit en koppelde de maanlander met succes aan de Apollo capsule. Deze vlucht verliep prima en Amerika was klaar voor de daadwerkelijke landing op de maan!

Apollo 11 De Apollo 11 was uiteraard de allerbelangrijkste vlucht van het Apollo project, want met deze vlucht zouden de 38-jarige Neil Armstrong en 39-jarige Edwin ('Buzz') Aldrin als eerste op de maan landen terwijl hun collega Michael Collins (38 jaar) om de maan zou blijven cirkelen in de Command/Service module (Apollo capsule). Neil Armstrong was commandant van deze missie. Hij was een burger piloot en was ook commandant van de Gemini 8. Michael Collins was luitenant kolonel van de Amerikaanse luchtmacht en bemanningslid van de Gemini 10. Edwin Aldrin was kolonel en astronaut van de Gemini 12. Op 16 juli 1969 vond op Launch Complex 39-A van het Kennedy Space Center te Cape Canaveral in Florida de lancering plaats van de Satarnus-V raket die deze astronauten naar de maan moest brengen. Op en in de buurt van Cape Canaveral was het een gigantische drukte: zo'n 500.000 mensen waren toegestroomd om iets van de lancering te kunnen zien en 3497 journalisten om verslag te doen van deze spectaculaire gebeurtenis. Verder was de lancering ook nog live te zien op televisie. De vlucht zelf verliep zonder enige problemen. Op zondag 20 juli landde de 'Eagle' op de maan. Het landen ging trouwens niet helemaal perfect, want tot grote schrik van de bemanning bleek er een krater te zijn die daar volgens de kaarten helemaal niet hoorde. Commandant Armstrong kon de krater gelukkig vermijden maar landde wel op ruim zes kilometer van de beoogde lokatie. Ook was er bij het ontwijken van de krater veel brandstof verbruikt, maar er was gelukkig nog voldoende brandstof om later weer op te kunnen stijgen. Zeven uur nadat ze waren geland in 'the Sea of Tranquility', de Zee der Stilte, waren ze klaar om uit de maanlander te komen. Neil Armstrong ging als eerste. Bij het zetten van zijn linkervoet op het maanoppervlak zei hij de volgende historische woorden: "That's one small step for man, one giant leap for mankind." Binnen een kwartier volgde zijn collega Edwin Aldrin. Het was wel raar om op de maan te zijn. Met z'n tweëen alleen op een hemellichaam waar de zwaartekracht een zesde is van die van de aarde waardoor je beter over het maanoppervlak kunt huppelen in plaats van lopen. Het eerste wat ze deden was het planten van de Amerikaanse vlag en ze hadden een gesprek via de telefoon met president Richard Nixon: Nixon: "Hallo Neil en Buzz. Ik spreek tot jullie via de telefoon vanuit de ovale kamer van het Witte Huis en dit is zeker het meest historische telefoon gesprek dat ooit is gevoerd. Ik kan jullie niet zeggen hoe trots wij allen zijn op wat jullie hebben gedaan. Voor iedere Amerikaan moet dit de meest trotse dag van ons leven zijn. En ik ben er zeker van dat alle mensen over de hele wereld met de Amerikanen erkennen wat voor een immens feit dit is. Door wat jullie hebben gedaan zijn de hemelen een deel van de mensenwereld geworden. En terwijl jullie tegen ons praten vanuit de Zee der Stilte, inspireert ons dat tot verdubbeling van onze inspanningen voor het brengen van vrede en rust op aarde. Voor een waardevol ogenblik in de hele geschiedenis van de mens zijn alle volken op deze aarde werkelijk één - één in hun trots op wat jullie hebben gedaan en één in ons gebed dat jullie veilig op aarde zullen terugkeren." Armstrong: "Dank u mijnheer de president. Het is een grote eer en een voorrecht voor ons om hier niet alleen de Verenigde Staten, maar de vreedzame mensen van alle landen te vertegenwoordigen, mensen met belangstelling en nieuwsgierigheid en mensen met een visie voor de toekomst. Het is een eer hier vandaag aan te kunnen deelnemen." Een politiek gebeuren dus. Ook onthulde Armstrong een metalen plaat die was bevestigd aan een poot van het landingsgestel van de maanlander. Op de plaat was de aarde getekend en stond er de volgende tekst op: HERE MEN FROM THE PLANET EARTH
FIRST SET FOOT UPON THE MOON JULY 1969 A.D. WE CAME IN PEACE FOR ALL MANKIND
Deze plaat was ondertekend door president Nixon en de drie Apollo 11 astronauten. Omdat alleen het bovenste gedeelte van de maanlander opstijgt na het maanbezoek en het onderstel achterblijft op de maan, blijft die metalen plaat dus ook voor altijd achter op de maan. Alle latere Apollo vluchten lieten ook zo'n plaat achter op de maan. Er was ook tijd voor wetenschappelijke doeleinden. De twee astronauten namen tijdens hun wandeling die 2 uur en 40 minuten duurde, enkele bodemmonsters mee en lieten een reflector voor laserstralen (als je nu laserstralen op die reflector afvuurt worden ze nog steeds teruggekaatst), een seismometer en een maanstofdetector achter. Ook maakten ze op het maanoppervlak enkele schitterende foto's. Deze hele historische gebeurtenis werd over de gehele wereld, behalve in China, rechtstreeks uitgezonden op tv. Zo'n 500 miljoen mensen keken er naar. Na enkele uren op de maan te zijn geweest was het tijd voor de terugreis. De maanlander steeg op en er volgde daarna een koppeling met de Apollo capsule die met Michael Collins aan boord al die tijd om de maan draaide. Vervolgens vertrok de Apollo capsule richting aarde. Het terugkeren in de atmosfeer moest heel nauwkeurig gebeuren. Als de Apollo capsule te stijl de atmosfeer in zou gaan, dan zou de capsule verbranden. Maar als de Apollo capsule te vlak de atmosfeer binnen zou dringen, dan zou de capsule de oneindige ruimte in worden geketst. Maar de hoek waaronder de capsule de atmosfeer binnen ging was exact goed. De command module plonsde neer in de Stille Oceaan waar ze werden opgewacht door de marine. De astronauten moesten eerst nog 21 dagen in quarantaine doorbrengen om besmetting van een of andere maanziekte te voorkomen. Deze maatregel bleek overbodig te zijn, de astronauten waren kerngezond. De volgende missies zouden een wat wetenschappelijker tintje krijgen. Deze vlucht was vooral bedoeld om te laten zien waar de VS toe in staat was. Alle volgende vluchten zouden trouwens net zo gaan als deze. Dus bij alle volgende vluchten werd de Saturnus V-raket gebruikt en bleef er een astronaut achter in de Apollo capsule, ook wel bedieningscompartiment genoemd, terwijl de overige twee in de maanlander op de maan landden.

Apollo 12 Vier maanden na de Apollo 11 volgde de Apollo 12 op 14 november 1969. Landingsplek dit keer was de Oceaan der Stormen. De astronauten dit keer waren Charles Conrad (commandant), Richard Gordon en Alan Bean. Conrad en Bean mochten op de maan lopen terwijl Gordon om de maan bleef cirkelen om ze later weer op te pikken. De astronauten bleven dit keer 10 uur langer op de maan dan de bemanning van de Apollo 11, namelijk 31 uur en 31 minuten en de astronauten liepen dit keer 7 uur en 46 minuten over de maan. De tijd dat ze over de maan liepen was verdeeld in twee wandelingen van elk iets minder dan 4 uur. Tussen de twee wandelingen bleven ze in de maanlander in hun ruimtepak, vanwege het gevaar van maanstof; bij het uit en aantrekken van de speciale ruimtepakken zou er op gevoelige plekken in de maanlander en instrumenten ruimtestof terecht kunnen komen. Deze missie was al veel wetenschappelijker dan zijn voorganger. Helaas was dit spektakel dit keer niet live op televisie te zien omdat een van de twee astronauten op de maan de camera per ongeluk op de zon richtte. Het hoogtepunt was het bezoek aan de op 20 april 1967 gelande onbemande ruimtesonde Surveyor 3. Er bleek wat maanstof op te zitten, maar dat was er op gekomen door de landing van de Apollo 12. De astronauten namen enkele onderdelen, waaronder de camera en enkele kabels, van de sonde mee en namen er enkele foto's van. Ook werden er foto's gemaakt van het maanoppervlak om de Surveyor heen. Op aarde bleek uit onderzoek dat tijdens die twee en een half jaar dat de Surveyor op de maan stond er al die tijd een bacterie in de camera leefde. Toen de foto's die Surveyor had genomen werden vergeleken met die van de astronauten bleek dat er ook vrijwel geen korrel maanstof was verplaatst, dit door het ontbreken van een atmosfeer. De astronauten lieten op de maan ook nog zes wetenschappelijke instrumenten achter: een passieve seismometer, een magnetometer, een zonnewind-spectrometer, een ionendetector, een maanatmosfeerdetector en een maanstofdetector. Deze instrumenten bleven nog enkele jaren werken. De seismometer werd getest door een grote steen in een krater te rollen. Op aarde werden er duidelijke signalen van de seismometer opgevangen, een goed teken dus. De seismometer was zelfs nauwkeurig genoeg om de voetstappen van de astronauten te registreren. Zo'n pakket instrumenten als de bemanning van de Apollo 12 achterliet heette een ALSEP, Apollo Lunar Surface Experiment Package. Alle volgende missies lieten op de maan ook een ALSEP achter. Al deze ALSEPS bij elkaar vormden zo samen een netwerk. Nadat de astronauten weer waren teruggekeerd naar de Apollo capsule vlogen ze nog over Fra Mauro, Descartes en Lalande om daar foto's van te nemen. De NASA zou dan aan de hand van die foto's kunnen beoordelen of dat goede landingsplekken zouden zijn voor volgende Apollo vluchten. Voor deze taak besloten de astronauten een dag langer in een baan om de maan te blijven.

Apollo 13 Na de Apollo 12 volgde de Apollo 13 die minder voorspoedig verliep. De lancering vond plaats op 11 april 1970 met aan boord de astronauten James Lovell (commandant), John Swigert en Fred Haise. Deze missie zou voor het eerst landen in een geologisch interessant gebied: de Fra Mauro hooglanden. Ook zouden de eventueel toekomstige landingsplekken Censorinus, Davy Rille en Descartes worden gefotografeerd. De lancering zelf verliep soepel op het te vroeg stoppen van een van de vijf motoren van de tweede trap na. De overige vier moesten toen 34 seconden langer branden en de derde trap moest 9 seconden langer branden om in een baan om de aarde te komen. Toen bleek dat alles nog prima werkte en ze zonder problemen hun reis konden vervolgen was iedereen weer vrolijk. Het leek de soepelste missie uit het Apollo project te worden. Vanuit Houston werd tegen de bemanning gezegd: "The space craft is in real good shape as far as we are concerned. We're bored to tears down here." Maar op 13 april, na iets minder dan 56 uur na de lancering volgden uit de mond van astronaut Jack Swigert de volgende bekende woorden: "Houston, we've had a problem here." Door kortsluiting was een zuurstofleiding geexplodeerd en er lekte zuurstof de ruimte in. Er ontstond een levensgevaarlijke situatie. De Command Module was stuurloos geworden en een uur na de explosie werd besloten de maanlander als reddingsboot te gebruiken. De astronauten gingen met z'n drieeen in de maanlander zitten, die natuurlijk helemaal niet berekend was voor het verblijf van drie personen voor zo'n lange tijd: hij was ontworpen voor het verblijf van twee mannen voor twee dagen en niet voor het verblijf van drie mannen voor bijna vier dagen. De maanlander bleef nog wel vastzitten aan de Apollo capsule. In de Apollo capsule zat water, energie en zuurstof en die kon vanuit de maanlander, die dus nog wel in orde was, gewoon worden gebruikt. Ze konden niet meteen terug naar de aarde omdat de motoren de Apollo capsule met daaraan de maanlander niet konden keren. Het enige wat er toen nog opzat was verder te gaan richting maan, in een baan om de maan terechtkomen en dan op het juiste moment met behulp van de motoren losschieten uit de baan om de maan om zo terug te kunnen keren naar de aarde. Landen op de maan zat er niet in omdat de Apollo capsule zwaar beschadigd was; er zou dan geen astronaut meer in kunnen achterblijven om zo een rendez-vous met de maanlander te kunnen uitvoeren. Toen de Apollo 13 in een baan om de maan was, zag Lovell dat zijn collega astronauten Swigert en Haise druk bezig waren met het maken van foto's van het maanoppervlak. Lovell vond dat bijzonder vreemd. Hij zei tegen hen: "Als we de volgende maneuvre niet goed uitvoeren, zullen jullie foto's nooit worden ontwikkeld!". Swigert en Haise antwoordden daarop: "Jij bent hier eerder geweest en wij niet." Lovell was namelijk al in een baan om de maan geweest met de Apollo 8. De foto's die Swigert en Haise hadden gemaakt bleken later zeer bruikbaar te zijn. Toen de astronauten nog in een baan om de maan waren zei Lovell tegen de andere twee: "Jongens, kijk nog even goed naar de maan, want het zal nog wel even duren voordat er hier weer iemand komt." Zonder het te weten, werd dat live uitgezonden en Lovell werd er later van beschuldigd het Apollo project te saboteren. De Apollo 13 kwam ook daadwerkelijk los uit de baan om de maan, wat eigenlijk wel een klein wonder was. De astronauten hadden het niet gemakkelijk: ze zaten krap en ze hadden het verschrikkelijk koud. Na enige tijd konden de astronauten de Command Module weer ingaan en werd de maanlander losgeschoten. Vier uur voor de landing werd de zwaar beschadigde Service Module ontkoppeld van de Command Module. Vier dagen na de explosie landde de Command Module veilig in zee. Ze werden naar Honolulu gebracht waar president Nixon hen opwachtte. Omdat de astronauten het hadden overleefd, noemde de NASA de missie geslaagd. Commandant James Lovell noemde de missie een 'succesvolle mislukking'. Achteraf bleek dat de NASA tijdens de voorbereiding van de vlucht heel wat fouten had begaan. Hieruit leerde de NASA dat ze voortaan weer wat voorzichtiger moest zijn. Als de bemanning was omgekomen waren alle resterende Apollo vluchten niet doorgaan. Het enthousiasme voor het Apollo project nam door de Apollo 13 ook enigszins af. Het is hoe dan ook een groot wonder dat de bemanning samen met Mission Control dit incident tot een goed einde heeft gebracht. Van deze vlucht is later trouwens nog een hele mooie film gemaakt.

Apollo 14 Na de mislukte Apollo 13, volgden nog vier succesvolle Apollo-vluchten. Deze keer werd alles zorgvuldiger aangepakt. De Apollo 14 werd op 31 januari 1971 gelanceerd. Het enthousiasme was al minder: nu waren er bij de lancering nu nog maar 2089 journalisten, bij de Apollo 11 waren dat er nog 3497. De astronauten dit keer waren Alan Shepard (commandant en eerste Amerikaan in de ruimte), Stuart Roosa en Edgar Mitchell. Stuart Roosa bleef achter in de Apollo capsule en maakte 3D-foto's van het maanoppervlak terwijl de overige twee op de maan mochten wandelen. De landingsplek was dit keer de plek waar de Apollo 13 had moeten landen: de Fra Mauro hooglanden, een interessant plekje want daar zouden de astronauten geologisch interessant gesteente van zo'n 5 miljard jaar oud kunnen vinden. De hele vlucht van de Apollo 14 verliep prima, alleen de koppeling van de maanlander met de Apollo capsule lukte pas na zes pogingen. De wandelingen op de maan waren waren dit keer weer live te zien op televisie, en ook nog eens in kleur! De maanwandelingen duurden bij elkaar 9 uur en 23 minuten en de astronauten beschikten over een MET, Modularized Equipment Transporter, een klein karretje om instrumenten en bodemmonsters mee te vervoeren. Ook plaatsten de astronauten net als tijdens de Apollo 11 op het maanoppervlak een reflector voor laserstralen. Verder werden er weer de standaard instrumenten geplaatst. Op weg naar aarde werden er aan boord van de Apollo nog enkele experimenten gedaan. Een van de experimenten was het meten van wartmestromen in een maansteen. De gewichtsloosheid bleek daar invloed op te hebben. Ook werd er geëxperimenteerd met het overgieten van vloeistoffen onder gewichtsloosheid.

Apollo 15 De laatste drie vluchten vertoonden veel overeenkomsten met elkaar: elke keer ging er een maanauto mee om op de maan nog grotere afstanden af te kunnen leggen, deze vluchten duurden ook nog eens langer en een deel van het bedieningscompartiment werd ook nog eens gebruikt om het maanoppervlak systematisch te fotograferen en metingen te verrichten. De filmpjes moesten dan tijdens een ruimtewandeling uit de camera worden gehaald. Deze missies hadden dan ook de grootste betekenis voor de wetenschap. De Apollo 15 die gelanceerd werd op 26 juli 1971 was dus de eerste met maanauto. De astronauten David Scott (commandant) en James Irwin konden in de 'Hadley-Apennijnen' zo een afstand van 27,9 km afleggen. Ter vergelijking: de Apollo 11 astronauten legden slechts 250 meter af, maar zij hadden dan ook geen maanauto. Op de maanauto zat een camera bevestigd die live beelden uitzond naar de aarde. Deze camera kon vanuit Houston worden bediend en kon zo het opstijgen van de maanlander filmen. De twee astronauten voerden op de maan uiteraard ook een aantal experimenten uit. Ze hadden dit keer de beschikking tot een boor om zo bodemmonsters te nemen en om sensors voor het meten van warmtegeleiding in de grond te plaatsen. Verder plaatsten ze weer een ALSEP en weer zo'n reflector voor laserstralen die dit keer drie keer zo groot was als die van de Apollo 11 en 14. Ook werd er dit keer weer geologisch onderzoek gedaan zoals onderzoek aan het gebergte van de 'Apennijnen'. Terwijl David Scott en James Irwin over het maanoppervlak liepen en reden zorgde Alfred Worden in de Apollo capsule er voor dat het maanoppervlak systematisch kon worden gefotografeerd en verrichtte hij metingen aan de maanatmosfeer. Op de maan werd een plaquette met daarop veertien namen van omgekomen Amerikaanse en Russische astronauten en een beeldje genaamd 'Fallen Astronaut' neergelegd. Wat ook nog leuk is om te vermelden is dat de astronauten dit keer voor het eerst een satellietje in een baan om de maan achterlieten die informatie over het zwaartekrachtsveld van de maan, de zonnewind en de invloed van de aardse magnetosfeer op de maan naar de aarde seinde.

Apollo 16 Op 16 april 1972 volgde de Apollo 16 met aan boord de astronauten John Young (commandant), Thomas Mattingly en Charles Duke. De Apollo 16 landde dit keer ten noorden van de krater Descartes waar vulkanische activiteit zou kunnen heersen. Dit keer mislukten er twee belangrijke experimenten. Bij het neerzetten van een instrument voor het meten van warmtetransport struikelde commandant John Young over een kabel waardoor het instrument onherstelbaar beschadigd raakte. Ook dit keer reden de astronauten met een auto over de maan en werden de gewoonlijke experimenten uitgevoerd. Thomas Mattingly bleef in de Apollo capsule om de maan cirkelen om de maan in kaart te brengen, net als bij de Apollo 15, en voerde dezelfde experimenten uit als de Apollo 15, maar dit keer werden er ook foto's genomen van de aarde en van sterren en dergelijke in het heelal. Verder liet de bemanning weer een satelliet in een baan om de maan achter, maar die stortte helaas al na 425 omwentelingen neer op het maanoppervlak. Dat was dus de tweede mislukking. Het bovenste gedeelte van de maanlander waarmee de twee astronauten op de maan terug konden keren naar de Apollo capsule kon dit keer niet op de maan te pletter slaan zoals de vorige keren, maar kwam terecht in een baan om de maan omdat de astronauten vergeten waren een schakelaar om te zetten. De maanstenen die de Apollo 16 astronauten hadden meegenomen bleken na onderzoek op aarde heel bijzonder te zijn doordat ze een hoger aluminiumgehalte bleken te hebben en er ontstond zo door die vreemde stenen een nieuwe kijk op het ontstaan van de maan.

Apollo 17 Na de Apollo 16 volgde de laatste missie, de Apollo 17 op 6 december 1972. Daarom besloot de NASA dat dit een bijzondere missie moest gaan worden. De astronauten zouden dit keer het langst op de maan blijven, zo'n 75 uur. Zo zouden dan drie keer zeven uur lang buiten de maanlander komen. Er was vanuit de wetenschappelijke wereld grote druk uitgeoefend op de NASA om een wetenschapper op de maan onderzoek te laten verrichten. De NASA gaf toe en de geoloog dr. Harrison Schmidt mocht mee. De overige twee astronauten waren Eugene Cernan (commandant) en Ronald Evans. Voor Eugene Cernan was het de derde vlucht; hij ging ook al mee met de Gemini 9 en de Apollo 10. De andere twee gingen voor het eerst de ruimte in. De Apollo 17 landde bij het Taurusgebergte, vlakbij de krater Littrow, dat in de buurt lag van de 'Zee van Serenitatis'. Het was een interessant en prachtig gebied. Het belangrijkste doel was hetzelfde als dat van de Apollo 16, namelijk het vinden van vulkanische gesteente. Er werd weliswaar oranjekleurig materiaal gevonden, maar dit bleek later slechts uit glas te bestaan, wat niet zo bijzonder is door de vele meteorietinslagen. De astronauten hadden dit keer weer de beschikking tot een maanauto. Tijdens het rijden brak een spatbord af. De astronauten vervingen het spatboord door enkele maankaarten. Terwijl Eugene Cernan en Harrison Schmidt op de maan waren, zweefde Ronald Evans in de Apollo capsule om de maan. Hij deed met instrumenten aan boord van de capsule metingen aan de maanatmosfeer en aan de maanbodem. Voordat Eugene Cernan en Harrison Schmidt opstegen, onthulden ze nog een plaat waar de aarde en maan op stonden afgebeeld met de volgende tekst: HERE MEN COMPLETED HIS FIRST EXPLORATIONS OF THE MOON DECEMBER 1972, A.D. MAY THE SPIRIT OF PEACE IN WHICH WE CAME
BE REFLECTED IN THE LIVES OF ALL MANKIND
Deze plaat was ondertekend door de volledige bemanning van de Apollo 17 en president Richard Nixon. De Apollo 17 was de laatste reis naar de maan. Er was al gigantisch veel geld uitgegeven aan het Apollo project en er rezen steeds meer stemmen uit het publiek en uit de overheid om het project af te breken. Men vroeg zich af waarom er steeds maar weer astronauten naar de maan gingen terwijl Amerika te maken kreeg met economische problemen en ook nog eens in Viëtnam actief was. Daarom besloot men het project af te sluiten met de Apollo 17 en de Apollo's 18, 19 en 20 niet door te laten gaan. Men wist al genoeg van de maan en men had inmiddels al weer nieuwe plannen, namelijk om een ruimtestation te bouwen en om naar Mars te gaan.

Pogingen van de SU De Russen hebben uiteraard ook niet stilgezeten. De Russen wilden nooit ergens tweede in zijn, maar minstens net zo goed als hun tegenstander, de Verenigde Staten. De Russen gaven daarom ook van 1958 tot en met 1973 zo'n 45 miljard dollar uit aan bemande ruimtevaart. Amerika spendeerde slechts ruim 25 miljard dollar. Bemande ruimtevaart werd erg belangrijk gevonden omdat men daarmee indruk kon maken op de wereld. De Russen wilden graag dingen doen waarmee ze belangrijk konden zijn, ook al hadden ze niet zo bijzonder veel geld. Een Amerikaan omschreef dat: "De Russen kunnen een man de ruimte in schieten, maar ze kunnen geen lift goed laten functioneren. Ze kunnen het meest ingewikkelde onderzoek doen naar virussen, maar gewonen ziektes kunnen ze niet goed behandelen." Het kwam er dus op neer dat zaken die belangrijk waren voor het prestige van het land vaak ten koste gingen van de gewone burger. Het leger had trouwens in de Sowjetunie een soort bevoorrechte positie: ze oefenden grote invloed uit op de industrie, wat ten koste ging van de produktie voor de civiele markt en heel veel geld kostte. De Russen waren op de maan ook aktief. In 1959 hadden zij als eerste een onbemande ruimtesonde genaamd Lunik (of Loena) 2 op de maan een harde landing laten maken. Vele andere sondes volgden. De Loena 9 maakte in 1966 als eerste ruimtesonde een zachte landing op de maan. De Loena 10 in dat zelfde jaar was de eerste maan-kunstmaan. De Loena 17 in 1970 en de Loena 21 in 1973 hadden twee maanauto'tjes (Lunokhods) over het maanopppervlak laten rijden om zo onderzoek te kunnen doen en zelfs hebben drie sondes (Loena 16, 20 en 24) bodemmonsters van de maan naar de aarde kunnen brengen. Verder heeft een aantal andere Russische ruimtesondes waaronder de Zondtoestellen 3, 5, 6, 7 en 8 en de Loena's 1, 3, 4, 10, 11, 12, 14, 19 en 22 enkele fraaie foto's kunnen maken van de maan, inclusief de achterkant. De Russen hebben dus veel onderzoek kunnen doen aan de maan met succesvolle sondes, maar er heeft nog nooit een Rus op de maan mogen wandelen. De Russen verklaarden altijd dat zij het een enorme geldverspilling vonden om een bemande vlucht naar de maan uit te voeren. Dit benadrukten ze vooral door die drie sondes die maangesteente naar de aarde brachten. Maar toch bleek de SU in het geheim voorbereidingen voor een bemande vlucht naar de maan te hebben getroffen. De SU voerde trouwens de meeste ruimtevaartprojecten uit in het geheim en vertelde het pas aan de bevolking als de kosmonaut al in de ruimte was of al weer was teruggekeerd op aarde. De Amerikanen maakten er juist altijd een hele show van en de NASA vertelde ook altijd trots van tevoren wat er op het programma stond. De Russen hadden voor het project een speciale raket ontwikkeld, de N-1. Deze raket had verschillende bijnamen, zoals de SL-15 'Super Booster', de TT-5 of 'Webb's Reus'. Ook hadden ze een maanlander en een capsule voor het verblijf van de bemanning tijdens de vlucht ontwikkeld. De bemanning zou bij elke vlucht uit maar een kosmonaut bestaan. Deze zou dan door een ruimtewandeling uit te voeren zich van de capsule naar de maanlander verplaatsen. Voordat ik verder ga over de N-1 raket vertel ik eerst nog even wat over de Russische technologie van toen. Hoewel de Russen een grote voorsprong hadden met de ruimtevaart hadden ze wel wat achterstanden. Ze hadden een grote achterstand op het gebied van computers. Toen de computer steeds belangrijker begon te worden, werd hun voorsprong steeds kleiner, omdat de Amerikanen voorop liepen op het gebied van de computertechnologie. Voor iets als een maanreis zijn vele krachtige computers nodig om miljoenen ingewikkelde berekeningen uit te voeren. De Amerikanen hadden de beschikking over zulk soort computers, de Russen niet. Alleen al om deze reden zou het voor de Russen erg moeilijk zijn een bemande missie uit te voeren naar de maan. De Russen hadden vier onbemande N-1 vluchten proberen uit te voeren, maar bij elke vlucht ging het helemaal fout waardoor er van de raket alleen maar schroot overbleef. Het ergste gebeurde tijdens de tweede poging op 3 juli 1969, toen explodeerde de raket door een brandstoflek. Veel mensen kwamen daarbij om het leven en het hele lanceerterrein in Baikonoer, Kazachstan, werd verwoest. Na de vierde poging gaven de Russen het op en werd alle informatie over het project vernietigd. Vervolgens ontkenden ze ooit kosmonauten naar de maan te hebben willen brengen. Gewoon zeggen het geldverspilling te vinden van een bemande vlucht naar de maan, maar wel succes hebben met onbemande vluchten zou beter zijn voor de positie van de SU dan het mislukken van een project om kosmonauten op de maan te krijgen.

Dit wil je ook lezen:

De gevolgen van de race naar de maan Het Apollo project had een hele grote invloed op de politieke situatie op aarde. Amerika (of anders gezegd: het kapitalisme) had de wedloop naar de maan definitief gewonnen. Rusland was een goede tweede, want de succesvolle vluchten van de onbemande Russische Loena's kregen ook volop aandacht van de media. Maar het feit dat Amerika als enige land mensen naar de maan kon brengen moest het bewijs zijn aan de wereld dat Amerika voorop liep in de technologie. Amerika kreeg inderdaad een groot aanzien en veel bewondering van de hele wereld. Als vriendschappelijk gebaar doneerde Amerika aan een groot aantal landen een maansteentje. Maar na het Apollo project verdween de rivaliteit tussen de twee grootmachten. Het Apollo project had gigantisch veel geld gekost en duidelijk werd dat er op het gebied van de ruimtevaart beter samengewerkt kon worden dan gestreden. Als teken van samenwerking ruilden de VS en de SU maanstenen met elkaar en koppelden in juli 1975 een Amerikaanse Apollo- en een Russische Soyuz capsule aan elkaar en namen de bemanningsleden een kijkje in elkaars capsule. De Amerikanen en Russen leken weer vriendjes te zijn. De wetenschap had ook veel baat bij het Apollo project. De astronauten hadden op de maan een aantal experimenten achtergelaten die nog jarenlang informatie naar de aarde seinden. We weten nu bijvoorbeeld dat er op de maan zogenaamde maanbevingen plaatsvinden. De achtergelaten seismometers registreerden er zo'n 3000 per jaar. De meeste maanbevingen zijn erg zwak. De bevingen ontstaan onderin de mantel, zo'n 600 tot 800 kilometer diep. Deze bevingen zijn afhankelijk van de getijden. Wat nu ook bekend is, is dat de maan een korst heeft van zo'n 60 kilometer dik. Daaronder bevindt zich tot 800 kilometer een mantel. De kern van de maan is waarschijnlijk heet en gesmolten; dit hebben de warmtetransportmeters aangetoond. Nog steeds is het mogelijk om laserstralen door zo'n reflector terug te laten kaatsen waardoor het mogelijk is de afstand aarde-maan exact te berekenen. Ook zou door middel van laserreflectie op de maan de relativiteitstheorie van Einstein bewezen zijn. Verder hadden de astronauten bij elkaar 385,9 kilogram aan maanstenen meegenomen. Die stenen bleken voor een gedeelte uit glas te bestaan en kleine hoeveelheden koolstof te bevatten. Dit komt door de vele meteorietinslagen op de maan. De maanstenen bevatten trouwens helemaal geen water. Op aarde was het mogelijk door middel van analyse aan de bodemmonsters de ouderdom van de 'maria' (zeeen; grote grijze vlaktes op de maan) te bepalen. De maria moeten zo'n 3,1 tot 3,8 miljard jaar oud zijn. De maan zelf is zo'n 4,6 miljard jaar geleden ontstaan uit een gesmolten bol en onderging veranderingen tot 3 miljard jaar geleden. Toen is er niks meer veranderd, behalve dan dat er nog heel veel kraters bij zijn gekomen. Net als de aarde is de maan in het zonnestelsel ontstaan en beide hemellichamen hebben zich op ongeveer dezelfde manier ontwikkeld. Alleen op de maan zijn de ontwikkelingen van lang geleden nog echt zichtbaar. Doordat we nu meer afweten van de maan, weten we ook meer af van het ontstaan van de aarde. Wat verder ook is ontdekt, is dat er op de maan helemaal geen wind is, ook al is er een (bijzonder ijle) atmosfeer. En op de maan is zeker geen leven, zelfs geen bacterien. Het Apollo project had ook grote gevolgen voor de ontwikkeling van de ruimtevaart. Door het Apollo project deed de NASA veel technische kennis op die nu nog steeds wordt benut. Als er ooit nog plannen zouden komen om een maanbasis op de maan neer te zetten, zal de kennis van het Apollo project weer gebruikt worden. Ook een hotel voor toeristen behoort tot de mogelijkheden. En mocht de mens ooit nog naar Mars willen gaan, dan is de opgedane ervaring van het Apollo project een goede basis. Voor de werkgelegenheid was het Apollo project ook erg belangrijk. Op het hoogtepunt werkten er aan het project zo'n 433.000 mensen. 33.000 mensen daarvan werkten in de NASA centra, 10.000 op universiteiten en de rest in de bedrijven. Dat laatste was een flinke ontwikkeling voor de industrie. De Command/Service Module werd gemaakt door North American Rockwell Corporation, de maanlander door Grumman Aircraft Engineering Corporation, ILC Industries zorgde voor de ruimtepakken. De Saturnus V-raket werd gemaakt door The Boeing Corporation, North American Rockwell Corporation en McDonnell Douglas Astronautics Corporation. Ook bedrijven als General Electric, General Motors Corporation en International Business Machines leverden een bijdrage aan het project. Het hele Apollo project was dus voor deze en nog vele andere bedrijven een positieve ontwikkeling. Na het Apollo project was de Amerikaanse bevolking de ruimtevaart even beu. De mensen waren het er niet mee eens dat er zoveel belastingsgeld in reisjes naar de maan werd gestoken terwijl Amerika nog enkele grote problemen had, zoals miljoenen mensen die onder het bestaansminimum leefden, rassenonlusten, Viëtnam. Deze zaken kostten veel geld. Men vond het onzin om in deze tijden van crisis mensen op de maan te laten wandelen. Het was in de jaren '60 namelijk er onrustig in Amerika. In 1963 werd John F. Kennedy vermoord en dat gaf veel politieke onrust. Er waren ook veel rassenonlusten. Zwarten hielden vreedzame demonstraties voor gelijke rechten, maar veel blanken die het daar niet mee eens waren, gingen hen te lijf waardoor grote vechtpartijen ontstonden. In 1968 werd Martin Luther King vermoord en dat gaf natuurlijk ook veel problemen. Al deze problemen wierpen een schaduw op het Apollo project. En de NASA stak trouwens niet alleen geld in reisjes naar de maan, maar stuurde in de jaren '60 en '70 net als Rusland onbemande ruimtesondes naar Venus en Mars en allerlei satellieten in een baan om de aarde. Het is dus wel te begrijpen dat de NASA die jaren wel erg veel geld uitgaf. Vanaf toen werd er regelmatig bezuinigd op de budgetten van de NASA. Alleen al het hele Apollo project had zo'n 25 miljard dollar gekost en dat vonden de belastingbetalers en ook de overheid wel genoeg. Het hoogtepunt van de ruimtevaart was voorbij.

Conclusie De Verenigde Staten en de Sowjetunie wilden in de Koude Oorlog dolgraag naar de maan om de wereld te laten zien wie er het machtigst was. Zo graag zelfs, dat ze soms wat onvoorzichtig te werk gingen. Amerika, blind door het enthousiasme, schakelde zelfs de hulp in van Wernher von Braun die zorgde voor de ontwikkeling van de V-2 raketten voor de nazi's en je kunt je natuurlijk afvragen of dat nou zo verstandig was van Amerika. Maar zijn kennis kwam voor de Amerikanen goed van pas. Wetenschappelijke motieven speelden een minder belangrijke rol. De wedloop naar de maan was een ideologische strijd tussen kapitalisme en communisme. Die strijd werd niet alleen door de VS uitgevochten in de ruimte tegen de SU maar bijvoorbeeld ook tegen de Viet Cong in Viëtnam, alleen het verschil was dat er in Viëtnam geweld gebruikt werd, terwijl de VS en de SU elkaar alleen maar met wapens bedreigden en elkaar lieten zien wat ze allemaal wel niet konden op het gebied van de ruimtevaart. De Apollo 11 was er eigenlijk alleen maar om als eerste een mens op de maan te krijgen: de Apollo 11 landde in 'the Sea of Tranquility', 'de Zee der Stilte', niet de meest interessante plek op de maan, en de twee astronauten hadden in vergelijking tot latere missies weinig wetenschappelijke experimenten. Ook bleven ze erg kort op de maan: ze bleven maar 2 uur en 40 minuten buiten de maanlander. Maar toch was het een historische gebeurtenis die veel indruk maakte op de wereldbevolking. In de volgende missies plaatsten de astronauten elke keer zo ongeveer dezelfde apparatuur op de maan. De reden dat de Amerikanen zoveel vluchten uitvoerden naar de maan was dus vooral om de wereld te laten zien waar toe zij in staat waren en dat de maan als het ware van hen was. Maar ook wel om de wetenschap te dienen, want de laatste Apollo's landden op plekjes die wat interessanter waren voor geologen en er ging ook zelfs een geoloog mee. Ook bleven de astronauten langer op de maan en voerden steeds meer experimenten uit. Wat we ook hebben geleerd, is dat je je doel kunt bereiken als je het maar echt wilt. Dit geldt zeker als er oorlog is. Amerika wilde in de jaren '60 dolgraag naar de maan uit politieke overwegingen. Het is bijzonder dat Kennedy op 25 mei 1961 zei dat er het zelfde decennium nog een mens op de maan zou landen en veilig terugkeren naar aarde terwijl er op dat moment nog maar een Amerikaan een ruimtesprongetje had gemaakt en dat de NASA in 8 jaar tijd de benodigde technologie kon ontwikkelen om de belofte van Kennedy na te kunnen komen. Helaas heeft Kennedy zelf nooit het resultaat kunnen bewonderen. Als de Koude Oorlog er niet zou zijn geweest, dan was er misschien nog nooit een mens in de ruimte geweest, laat staan op de maan. In elk geval, de ruimtevaart zou zonder de Koude Oorlog nooit zo'n snelle ontwikkeling hebben meegemaakt waardoor de ruimtevaart van nu niet zo ver zou zijn ontwikkeld. Het is zeker knap dat de Amerikanen in de jaren '60 hun achterstand in de ruimtevaart op de Sowjetunie konden omzetten in een kleine voorsprong om zo mensen op de maan te krijgen terwijl Amerika ook nog eens aan het vechten was in Viëtnam waarbij zo'n 57.000 Amerikaanse soldaten omkwamen, bezig was met het ontwikkelen van nieuwe wapens terwijl ze ook in andere landen bezig waren om hun invloedssfeer te kunnen uitbreiden en dat allemaal terwijl het in Amerika zelf ook niet al te rustig was: John F. Kennedy en Martin Luther King werden vermoord, er waren rassenonlusten en grote werkloosheid. Maar ondanks de grote problemen wilde Amerika toch naar de maan, want men moest de ruimterace winnen om grote indruk te kunnen maken op de hele wereld. Rusland dacht er net zo over: in plaats van veel geld uit te geven aan armoedebestrijding en dat soort zaken, werd er veel geld gestoken in de ruimtevaart. De Amerikaanse overheid en de Russische overheid kwamen voor uitgaven van vele miljarden dollars te staan. De jaren '60 vormden mede door het Apollo project dus een onrustige, bijzondere, dure en mooie periode. Het Apollo project had grote politieke gevolgen. Een van de gevolgen was dat het wat rustiger werd tussen de VS en de SU. Ze bedreigden elkaar niet meer en gingen met elkaar samenwerken. Amerika had met het Apollo project de ruimterace definitief gewonnen. Amerika heeft goed kunnen laten zien waartoe het in staat was en dit maakte grote indruk op de hele wereld. Amerika werd door de hele wereld gezien als het machtigste land ter wereld, in technologische zin en in economische zin, want Amerika was en is nu nog steeds het enige land ter wereld dat mensen op een ander hemellichaam heeft kunnen laten lopen. De ruimterace was ook goed voor het kapitalisme. Het kapitalisme kreeg meer aanhang omdat men er nu van overtuigd was dat het kapitalisme wel iets goeds moest zijn. Zo was niet alleen Amerika winnaar van de ruimterace, maar eigenlijk het hele kapitalistische systeem. Gevolgen voor de wetenschap waren enorm. Wetenschappers hadden eindelijk de beschikking over grote hoeveelheden maansteen, bodemmonsters en signalen die de achtergelaten apparatuur naar de aarde zond. Door het Apollo project weet men nu veel meer af van de maan. Willen we ooit nog een hotel of onderzoeksstation op de maan bouwen, dan hebben we nu al de benodigde kennis over de maan. En nu we meer weten over de maan, weten we zelfs al meer af van het ontstaan van de aarde. Een van de dingen die het Apollo project nog meer opleverde zijn prachtige beelden die tot op de dag van vandaag worden bewonderd. Ouders vertellen nog steeds graag aan hun kinderen dat zij astronauten op de maan hebben zien lopen. Op het Kennedy Space Center kun je als bezoeker het ruimtepak van Apollo 13 commandant James Lovell zien en is er een soort kast waar een echt maansteentje in zit dat je mag aanraken. Op de maan liggen ook de nodige souveniers: zes onderstellen van maanlanders, vier te pletter geslagen stijgtrappen (bovenste gedeelte van een maanlander), drie maanauto's, zes Amerikaanse vlaggen, vijf derde trappen van de Saturnus V-raket, een netwerk van vijf pakketten wetenschappelijke instrumenten, drie reflectoren, wat losse meetapparatuur van de Apollo 11, de neergestorte satelliet van de Apollo 16, vijf Lunar Orbiters, zeven Surveyors, vijf Rangers, elf Russische Loena's, twee Lunokhods en nog enkele kleine dingetjes die de Apollo astronauten op de maan hebben achtergelaten, zoals een familiefoto en het beeldje 'Fallen Astronaut'. Voor de ontwikkeling van de ruimtevaartindustrie was het Apollo project ook erg belangrijk. Door het Apollo project werd heel veel ervaring opgedaan door de in het vorige hoofdstuk genoemde bedrijven. En veel mensen van die bedrijven verdienden er uiteraard geld aan. Kortom, Amerika en de wetenschap hebben heel veel baat gehad aan het Apollo project. Amerika had de race naar de maan gewonnen terwijl Rusland door de succesvolle ruimtesondes toch een goede tweede was geworden. De enige twee redenen dat de Russen nooit op de maan zijn geweest zijn dus het falen van de N-1 raket en de achterstand in computertechnologie. Het feit dat het de Russen nooit gelukt is, betekent niet dat zij minder waren in ruimtevaart. De Russen hebben nu bijvoorbeeld nog grote voorsprong op de ontwikkeling van ruimtestations. De ruimterace was een ideologische strijd tussen kapitalisme en communisme die zo'n 70 miljard dollar en een flink aantal levens heeft gekost. Maar we hebben er wel wat voor teruggekregen. Er was door de wedloop naar de maan een goede basis ontstaan voor de ruimtevaart en we weten nu veel meer over de maan. Maar de allerbelangrijkste conclusie is dat het Apollo project een ongelooflijke prestatie was van de Amerikanen. Mensen op de maan zetten is al sowieso een hele kunst, maar dan terwijl er allerlei nationale en internationale spanningen zijn maakt het wel erg bijzonder.

REACTIES

H.

H.

waarom een 5.9 ik vind dit duidelijk een 7.0
want het heeft veel info bedankt!!!

5 jaar geleden

H.

H.

Gaap Saai slaap zzzzzzzzzzzz????

4 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.