Inleiding
Dit verslag gaat over loopgraven. En over het leven in de loopgraven tijdens WO1. Dat het geen pretje was om daar tussen de modder en ongedierte te leven is wel bekent maar was het leven in de loopgraven wel menselijk? Dat wordt in dit verslag besproken. Maar dan moeten we natuurlijk eerst weten wat loopgraven nu precies zijn.
Voor dit verslag heb ik eerst de stelling gekozen en daarna mijn deelvragen. Vervolgens ben ik me op internet gaan oriënteren en heb wat informatie samengevat. Toen heb ik een indeling bedacht en ben begonnen met de 2 hoofdstukken en de voorkant. Ook heb ik een aantal citaten van de oude soldaten gebruikt om het verhaal wat reëler te maken. Daarna volgden de conclusie en de afwerking van het werkstuk.
De Loopgraven
Loopgraven bestonden al ver voor de eerste wereldoorlog maar tijdens de eerste wereldoorlog werden ze veelvuldig gebruikt. Eigenlijk zijn het hele lange gangen die zijn gegraven in de grond waarin in je kon lopen zodat je voor de vijand niet de zien was en beschermt was tegen de kogels. Loopgraven zijn in principe alleen handig als beide partijen voor een langere tijd niet vooruit komen. Want het graven van een loopgraaf kost natuurlijk wel aardig wat tijd, aangezien het toen nog met een gewone schop ging. Omdat de Duitsers en de Fransen ongeveer even sterk waren kwamen ze allebei niet vooruit. Dus beide fronten groeven zich in, in lange gangen met veel bochten. In de vrije tijd van de soldaten werden de gangen steeds langer gegraven. Op het laatst zelf bijna van af de Noordzee tot de Zwitserse grens. Tijdens de eerste wereldoorlog lagen er vaak twee of drie linies van gangen achter elkaar. Voor het geval dat de vijand door zou dringen door de eerste linie. De verschillende linies waren meestal ook weer verbonden door middel van andere loopgraven.

Leven in een loopgraaf

De loopgraven waren natuurlijk niet overdekt en ook was er niet altijd tijd om de overledenen op te ruimen. Het vuilnis werd ook niet opgehaald en WC’s waren ook niet aanwezig. Dikke lagen blubber,stank en rottende lijken ontstonden. Dit was ook weer aantrekkelijk voor ongedierte als ratten en vliegen. Een Franse soldaat schreef ooit: 'Wanneer het rustig is aan het front, is de rat onze grootste vijand. Hij is overal en vreet alles op wat je niet aan ijzerdraad hebt opgehangen. Toen ik op een avond mijn schoenen had uitgetrokken, werd ik wakker door een rat die aan mijn tenen knaagde.' Door de dikke lagen modder moesten er een soort verhogingen worden uitgegraven uit de zijkant van de loopgraven, die droge plekjes moesten dienen als slaapplaats voor de soldaten. Niet dat er veel tijd was om te slapen, waardoor er daarnaast ook nog eens de groot gebrek aan slaap ontstond. Maar slapen was toch al geen pretje in de loopgraven. Naast kou en regen konden de ratten ook erg vervelend worden na een tijdje. Een Duitse soldaat schreef ooit: 'De ratten, in ontelbare hoeveelheden, zijn meester van de stelling. De nachten zijn verschrikkelijk. Ik bedek me van onder tot boven met mijn tent zeil, overjas en deken, toch voel ik ze voortdurend op mijn lichaam. Nadat ze alles hebben opgegeten: brood, boter, chocolade, beginnen ze aan onze kleren. Het is onmogelijk te slapen: honderden malen per nacht sla ik ze van me af, maar altijd komen ze na een paar minuten in groter aantal terug.' Een andere ooggetuige schreef ooit eens over de modder in de loopgraven: ‘Dagen en nachtenlang stond je tot aan je knieën in de modder. We waren standbeelden van leem, bedekt met modder tot over het gezicht. Wanneer je je moest verplaatsen, omdat je werd afgelost of eten moest gaan halen, kon je alleen met de grootste krachtsinspanning vooruitkomen. De kille, klamme, vette, natte modder, doet de voeten opzwellen, zodat de laarzen niet meer kunnen worden uitgetrokken.’
Als er een keer genoeg eten en drinken was, werden de restjes gewoon op de grond gegooid, naast het lijk van je buurman en nooit was het een keer ‘normaal’, nee altijd was er stank, vermoeidheid, pijn en angst.
Maar naast dat de soldaten aan het vechten waren in de voorste linies deden ze ook nog andere dingen. Want van de bijvoorbeeld 20.000 man die aanwezig waren stonden er maar 2.000 op de voorste linies. Het schema dat ze hadden bedacht ziet er als volgt uit:
>4 dagen in de frontlijn
>4 dagen in de tweede lijn
>8 dagen in de reservelijn (de derde lijn)
>14 dagen in het achterland.
De 14 dagen in het achterland waren bedoeld voor ‘rust’. De soldaten volgden daar opleidingen, oefeningen, militaire bewegingsoefeningen of werden in het ziekenhuis behandeld van wonden en ziektes. Een veel voorkomende ziekte was de ziekte: loopgravenvoeten. De ziekte ontstond door iets in de loopgraven wat heel onschuldig lijkt: modder. Doordat de soldaten verplicht waren hun laarzen en sokken langere tijd aan te houden bleven de voeten alsmaar vochtig en vies. De voeten gingen hierdoor opzwellen, ontsteken en afsterven. In het ergste geval werden ze gevoelloos en zwart. Dan moest de gehele voet dus geamputeerd worden. Maar ook ziektes als: maag– en darmklachten, verkoudheid, bronchitis, longontsteking, reumatische aandoeningen, bevroren neuzen, tenen en vingers en loopgraafkoorts kwamen regelmatig voor.
’s Avonds en in het weekend was er tijd voor ontspanning. Maar het schema werkte niet altijd. Soms was het te gevaarlijk om de soldaten in de voorste linie te wisselen en moesten ze daar dus soms weken blijven.
De omstandigheden werden dus steeds moeilijker. En na een tijdje besefte iedereen, de Duitsers, Fransen en Engelsen dat ze eigenlijk allemaal in hetzelfde schuitje zaten. Tijdens de kerstdagen werd er bijvoorbeeld niet geschoten en na een periode van harde regen gingen alle soldaten naar boven om alles te herstellen, en niemand schoot, want ze wisten dat daar ook niemand beter van werd. De soldaten verloren dus langzaam hun hoop. En het enige positieve in die tijden moesten de soldaten dus van elkaar hebben. Desnoods van een ander land. Zo vertelt een Duitse soldaat ooit: ‘Op een nacht hoorden we opeens een Franse soldaat het Duitse volkslied zingen. We waren stomverbaasd, zelfs ontroerd en bedankten hem met applaus. Toen zong een van ons de Marseillaise. De Fransen klapten op hun beurt.’
De conclusie
Als we kijken naar de loopgraven zelf kost het ons al moeite om de situatie in te schatten. Gangen in de grond waar je soms weken achter elkaar moest vechten. Maar als we kijken naar de problemen die er op lange termijn bijkomen wordt het alleen maar erger. De stank, angst, ziektes, pijn en de gehele situatie zijn denk ik wel onmenselijk. Dagen liggen wachten tussen lijken tot je zelf neergeschoten wordt is voor één dag al niet te bevatten, laat staan voor jaren. Want dan ga je aan de gehele situatie wennen, of je moet er in ieder geval aan wennen. Want ik denk dat het leven in een loopgraaf niet kan wennen. Juist omdat het zo onmenselijk is. Alles bij elkaar, van de stank en de ratten tot de pijn en de uitputting is het onvoorstelbaar voor ons. Het zijn te veel factoren bij elkaar. Niemand kan daar zonder geestelijke schade uitkomen, áls je er al ooit uitkomt.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

ARDIT

ARDIT

ik fint dese ferhaltje egt goet

10 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast

joop

joop

lolloolllo

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

bekend is met een d niet met een t xd
staat in de eerste paar regels

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

wat waren jou"n bronnen ik hoop dat je antwoord groeten

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

mooi

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

F.

F.

Mooi heb nu al kippenvel wauwie

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

Wat was je stelling??

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast