Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Karl Marx

Beoordeling 4.9
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 4285 woorden
  • 15 oktober 2003
  • 32 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.9
  • 32 keer beoordeeld

Persoon
Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Inleiding:

Hoofdvraag:

Wat was de betekenis van Marx?

Onderwerpen:

1) Karl Heinrich Marx
Wie is karl marx en zijn jeugd.

2) In Parijs van 1842 tot 1845 en Brussel en Londen.
Wat gebeurde er toen met Jenny en
ik ontmoete Friedrich Engels.

3) De betekenis van Marx.
Waar kom ik oorspronkelijk vandaan en wat deed ik.

4) Marxisme
Hoe is het ontstaan en wat er in gebeurde.
En de boeken die ik en Friedrich Engels
hebben geschreven.


5) Foto’s.
Van mij, Jenny en Friedrich.
6) Conclusie en bronnen.
Wat is het antwoord op de hoofdvraag,
en waarvan heb ik informatie gehaald

Wat moet het werkstuk omvatten:

1) inleiding met op z’n minst de hoofdvraag,
en de onderwerpen die verder aan bod komen.
2) Eigenlijke werkstuk van tenminste zes a- viertjes tekst.
3) Conclusie
4) Opgave van bronnen

Karl Heinrich Marx

Ik ben geboren in Trier Op 5 mei in 1818 kwam ik ter wereld en ik was het derde kind van de familie Marx. Ik had een vader en een moeder.
Vader heette: Hirschel Marx.

En moeder heette: Henriette Presberg.
Mijn moeder was afkomstig uit een geslacht van de rabbijnen en was Nederlands. Ze was huismoeder die helemaal opging in haar gezin en zo nooit foutloos Duits leerde spreken.
Mijn vader was een joodse advocaat.
Doordat de joden door de eeuwen heen geleefd hadden als een afzondering van hun eigen geloofsgemeenschap. Brak er Hirschel uit bij de joden.
En daardoor kreeg ik zo de naam Heinrich bij het dopen in een lutherse kerk. Het 1e kind van mijn vader en moeder was al heel snel naar de geboorte overleden. Het kind dat toen de oudste was van de 7 kinderen heette: Sophie. Ik ben geboren in Trier. Trier was 1 van de oudste steden in Duitsland uit de 16e eeuw. In de Franse Revolutie was de stad Trier tientallen jaren bij Frankrijk verenigd. Doordat de Pruisen een anti -joodse wetgeving hadden. Was mijn vader protestants geworden. De Pruisen voerde de anti -joodse wetgeving in. Na de val van Napoleon bonaparte in het Rijnland.

Ik groeide op in een liberaal gematigd gezin.
Verder op de hogere school doorliep ik het plaatselijk gymnasium.
Ik viel niet erg op door mijn studieresultaten. Ik maakte gedichten die eerder op konden vallen.
Die gedichten konden dan bijtend scherp zijn.
Ik had een buurman: Ludwig Baron von Westphalen. Ik was door mijn buurman kind aan huis.
Hij was geïnteresseerd in literatuur en kon stukken Homerus in het Grieks opzeggen.
Zo ging ik bij mijn buren moderne en klassieke letterkunde lezen.
En zo werd ik verliefd op Jenny.Wie was Jenny?
Jenny was mijn buurmeisje en het was geen wonder dat ik verliefd werd, want ik zag haar als ik langs de buren ging. Zij was 4 jaar ouder als ik.
Ondertussen studeerde ik ook één jaar rechten en filosofie.Aan de universiteiten van Bonn
In 1835 tot 1836. Ik was 17 jaar oud toen ik me inschreef. In oktober 1835 aan de universiteit van Bonn om er rechten te gaan studeren. Mijn vader was bezorgd omdat ik teveel deed en dat me scheen te verleiden tot avonturen. Maar ook omdat, de politieke censuur scherp op het oog gericht was op de universiteit. Toen ik van plan was om de studie in Bonn af te breken in Berlijn door te gaan. Was het voor mijn vader een oplucht althans voor de helft zoonlief kwaal die slecht met geld omgaat kan niet genezen maar gaat weg uit de sfeer van het gezichtsveld uit censuur. Daarna ging in Berlijn filosofie en economie studeren in het najaar van 1836.

Zo ontwaakte er iets bij mij naar kennis die ik op latere leeftijd kon gebruiken.
Door uittreksels van boeken die bewaart bleven kon men later zien dat ik me verdiepte in recht en wijsbegeerte, letteren, kunstgeschiedenis, hogere wiskunde en dat ik Tacitus en Ovidius in het vertaalde in het Duits. Ik mezelf Engels en Italiaans leerde. Terwijl ik ook gedichten en toneelstukken schreef. Ik werp van tevoren plannen op papier uit voor boeken die ik later eenmaal schrijven zal. Een systeem van het recht een wijsbegeerte (oftewel Metafysica)
In 1841 promoveerde ik aan de universiteit van Yena een proefschrift met de naam: Democritus en Epicurus. (Oftewel in het Duits: Differenz der demokritischen und epikureischen Naturphilosophie.) Later werd ik afgekeurd op de militaire dienst. Door mijn links-hegeliaanse denkbeelden moest
ik mijn hoop op een universitaire loopbaan laten varen.

2. In Parijs van 1842 tot 1845 en Brussel en Londen.

In 1842 werd ik medewerker en hoofdredacteur van de krant: Rheinische Zeitung für Politik,
Handel und Gewerbe. Die was nog niet zolang opgericht door vooruitstrevende burgers.
Zo herhaalde conflicten met de Pruisische regering. Die zo leidden dat ik in 1843 ontslagname nam.Ik en Jenny von Westphalen trouwde 1843. In Parijs vormde we belangrijke jaren. De brave burgers die werden afgevaardigd naar het parlement die niet zo erg veranderde.Zo werden de sociale mistanden niet aangetast. De socialisten waren een nieuwe slag mensen.Die zorgden ervoor dat ze zich lieten horen.
Pierre Joseph Proudhon uit 1809 die leefde tot 1865. Van de pakkende pamfletten stond voor een anarchistisch socialisme van afschaffen van de staat en het particuliere eigendom. De wapenstaking van alle arbeiders waarmee ze de burgelijke orde de doodsteek toebracht was het wapen bij uitstek in de strijd.
Ik overwoog deze ideeën kennen en debatteerde ze met de socialisten.

In Parijs in 1844 ontdekte ik Friedrich Engels en werd bevriend met de jongeman uit Wuppertal.Die uit een Vroom –christelijk milieu kwam. Engels zijn vader werkte in een textielfabriek in het plaatsje Manchester in Engeland. Engels was geschokt door wat hij gezien had.Hij zij tegen mij ‘Iedere arbeider zelfs de beste arbeider, lijdt aan het verlies van werk, eten enz. Zo ontstaat er hongersdood en gaan de arbeiders ten onder.
Ik en Engels hebben zeer nauw samen gewerkt en bleven vrienden voor het leven.
Sinds 1844 in Parijs strijd ik voor mij eigen ‘wetenschappelijk gefundeerd socialisme oftewel socialisme.’ In plaats van het Utopisch socialisme van de anderen.

Door de conflicten met de krant kwam ik met Jenny in Brussel terecht.
Engels voegde zich zo bij ons.Ik en Engels sloten ons aan bij het Communistenbord,
wat uitliep wat van radicalen en revolutionaire was. In de tijd van het Communistenbord na 1845 was het woord ‘socialisme’ netter dan het woord ‘communisme’ De socialisten koesteren eerder de verbetering van het lot van de arbeiders. De communisten waren de arbeiders zelf.
Ik en Engels hielpen de communistenbond om zich zo ordelijker en beter te kunnen organiseren.
In opdracht van de Communistenbond schreven ik en Engels het ‘Communistisch Manifest.’
Het Manifest werd geschreven in de tijd dat ze de revolutie klaarmaakte in 1847.
Dat later het beste pamflet van de 19e eeuw is genoemd. Door dit manifest heeft het Maxime meer bekendheid gekregen. In 1848 was het revolutiejaar. Het keizerrijk in Frankrijk werd vervangen door republiek.In Duitsland werd er gewankeld over kronen en tronen. In Nederland zei koning Willem 2e dat hij een liberaal was geworden. Zo kregen we een democratische grondwet.
Doordat 1848 teleur stelde was ik naar Duitsland terug gekeerd.

Door geld gebrek moest hij zijn krant na enkele opwindende maanden staken. Zijn nieuwe krant die hij had opgericht heette: ‘Neue Rheinische Zeitung.’ Met opbrengst van het verkopen van het tafelzilver van mijn vrouw kon ik zo mijn schulden betalen. Later vluchtte het gezin naar Londen. Behalve van de inkomsten van journalistiek, ik schreef voor New York Daily Tribune leefde ik van Engels zijn inkomsten die ik van hem kreeg. Engels was teruggekeerd naar Londen en naar zijn textiel firma in Manchester.
In Londen werkte ik met onlesbare doorzettingsvermogen aan mijn geschriften.
Ik vorderde langzamer als mijn vrienden en uitgevers hadden gehoopt omdat ik te grondig was.
Mijn hoofdwerk was ‘Das Kapital.’ Het was een analyse van de economische en sociale geschiedenis waar ze met lijnen naar de toekomst trekken. In 1867 verscheen mijn eerste deel die pas is uitgeven toen ik was overleden door Engels.In 1862 vond er een industrietentoonstelling plaats in Londen. Waar ook arbeidersdelegatie uit verschillende Europese landen kwamen Er waren zo internationale contacten tussen vertegenwoordigers van de arbeiders.En zo is de internationale Arbeiders - Associatie ontstaan wat de Eerste internationale werd.Die internationale bleef bestaan tot 1876. In deze periode bleef ik betrokken bij de actieve politiek. Hij viel uiteen door de bloedige en tragische ervaring van de Parijse compune in 1871. De internationale zou het te ver gaan voeren als ze er dieper op in zou gaan.

3. De betekenis van Marx.

Volgens een bekende karakteristiek ligt de oorspronkelijkheid van Marx in zijn synthese van de Engelse klassieke politieke economie met de Duitse idealistische filosofie en de Franse klassentheorie. Deze karakteristiek is niet onjuist, maar blijft aan de oppervlakte.
Verhelderd is het inzicht dat Marx in zijn werk een unieke menging tot stand brengt van elementen uit verschillende intellectuele tradities.

In de eerste plaats knoopt hij aan bij het erfgoed van de Verlichting, met de nadruk op rationaliteit als hoogste waarde en wetenschap als hoogste gezag.
Terzelfder tijd sluit hij aan bij de romantiek, die de afkeer belichaamde tegen de desintegratie van het traditionele gemeenschapsleven door het industriële kapitalisme.
Dit motief – filosofisch verwerkt in theorieën over vervreemding en warenfetisjisme – krijgt bij Marx echter een geheel andere inhoud dan bij de meeste romantische denkers, omdat hij het hanteert niet vanuit nostalgie naar een volmaakt verleden, maar ter projectie van een betere samenleving in de toekomst.

In dat laatste aspect vindt men al de derde grote traditie die belichaamd wordt in het werk van Marx: de joods-christelijke eschatologische. Bij Marx is deze echter volstrekt geseculariseerd: zijn utopisme is geheel sociaal, er is geen plaats in voor de idee van verlossing als een verzoening van de mens met God of met de natuur.
In die zin is een vierde en laatste traditie die van de mens als heros die natuur en materie bevecht en uiteindelijk overwint – een motief dat men in gnostische stromingen, de renaissance en de Prometheus – en Faustlegendes terugvindt.

Marx wist motieven uit deze tradities te vermengen met de statuur en in de stijl van een profeet uit het Oude Testament. Dat deze mengeling van motieven en tradities een hoogst persoonlijke was, niet vrij bovendien van innerlijke spanningen en tegenstellingen, bleek pas goed bij de pogingen uit zijn werk een systematische politieke doctrine af te leiden
Marx kan gelden als de voornaamste geestelijke vader van zowel communisme als sociaal-democratie.

Geschriften:
Historisch-kritische Gesamtausgabe is een uitgaven van K. Marx en F. Engels.
In 1927–1935 onvoltooid. Uitgewerkt in 1956–1968

M. Rubel, Bibliographie des œuvres de Karl Marx avec en appendice un répertoire des œuvres de van F. Engels 1956; Supplément, 1960Marx-Engels Verzeichnis,
Werke, Schrifte, Artikel 1966; F. Neubauer, Marx-Engels Bibliographie in 1979.

VERTAALD: Nederlands: Parijse manuscripten en andere filosofische geschriften.
(geselecteerd door E. Fromm, vertaald. door P. Rodenkon); Kritiek op het program van Gotha
(2de verb. dr. 1972); Het communistisch manifest (1973); De Duitse ideologie (1974)
De achttiende Brumaire (1976); Bijdrage tot de kritiek op de politieke economie (1979);
Het kapitaal (1983); Kritiek op Hegels rechtsfilosofie
(1987; m. inl. d. H. van Erp en F. van Peperstraten).

4 Marxisme.

Een herinnering aan het eerste hoofdstuk de beschrijving van Marx en de groei in het leven is de verschijning van het communistisch manifest een duidelijke mijlpaal.
Het marxisme is gebaseerd op het denken van Karl Marx. En is een theorie over de historische ontwikkeling van een maatschappij, waarbij de nadruk wordt gelegd op de economische aspecten hiervan.

Volgens het marxisme moest de ontwikkeling van het kapitalisme opgevat worden
als een natuurproces, dat automatisch en noodzakelijk tot de ineenstorting van de economische
en maatschappelijke orde zou leiden en zo het proletariaat aan de macht zou brengen.
Als theorie heeft het marxisme in de jaren 1880 tot 1918 een bloeitijd gekend.
Later heeft het als dogmatische staats- en partij-ideologie voor communistische partijen en regimes gefungeerd, en is het door wetenschappers gebruikt in uiteenlopende filosofische scholen en tradities.

Het woord marxisme is ontstaan in de jaren tachtig van de 19de eeuw.
Het marxisme de ideeën Marx is ontstaan in de smeltkroes van mijn bewogen tijd uit 3 invloeden: De Duitse filosofie, de Franse revolutionaire praktijk en het schrijnende beeld van de toestanden in de opkomende Engelse industrie. In Berlijn bestudeerde ik filosofie toen Berlijn onder de invloed stond van de in 1831 overleden filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel. De leer van de filosoof had ik nooit losgelaten, hoewel ik de filosoof nooit heb gekend. Volgens Hegel bestond de eigenlijke werkelijkheid in de menselijke geschiedenis niet uit de tastbare dingen maar uit de ideeën van de mens en zijn geest.
Hij ziet een voortdurende worsteling: de ene waarheid roept ontkenning een tegen eerlijkheid op.

In de geschiedenis ziet Hegel die worsteling. En zo zorgt die tegen eerlijkheid een hogere waarheid die zij verenigd en zo moet de worsteling op de eerlijkheid en de echte waarheid komen.
Ik zag iets nieuws en ging nog een belangrijke stap verder. Dat ik de dingen bepaalde voor de maatschappij niet het lot van de mensen. De maatschappij is het samenspel van de mensen en de menselijke verhoudingen die te maken hebben met geld en bezit. Zo stelde ik mijn ‘nieuw materialisme’ of ‘realisme’ tegenover Feurerbach. Die zijn ‘materialisme’ al had.
Zo zag ik een nieuw taak voor filosofie.

Ik schreef zo: De filosofen hebben de wereld slechts op verschillende wijzen geïnterpreteerd; zo komt het er op aan dat we ze moeten veranderen. Dus met andere woorden: Filosofen moeten niet slechts de verschijnselen theoretisch verklaren. De correcte analyse van de maatschappelijke werkelijkheid kan door de keiharde ontmaskering van alle schijn een verandering teweeg brengen. Hegel noemde het vervreemding.
Daarmee bedoelde hij dat de mens tegenover zichzelf een vreemdeling is geworden, zo nam ik dat over en maakte het tot centraal begrip in Hegels leer. De vervreemding vond ik het gevolg van het feit dat het kapitalistische stelsel zichzelf als het ware heeft overleefd. Het kapitalisme is ontstaan doordat de burgers tijdens de revolutionaire klassenstrijd. Tegen de vroegere topklasse en de feodale adel en meester maakten van de staatsmacht en de productiemiddelen.

In min of meer negatieve zin werd het toen gebezigd door de tegenstanders ervan ter aanduiding van die vleugel van de Franse socialisten (Guesde, Lafargue) die zich expliciet baseerde op het werk van Karl Marx. Enkel schoorvoetend aanvaardden de intellectuele erfgenamen van Marx, voor op Engels, dit woord. Maar in het daaropvolgende decennium raakte de term marxisme ingeburgerd als de algemene noemer van de wereldbeschouwing die na 1890 toonaangevend werd binnen het socialisme van de Tweede Internationale. Later is men deze wereldbeschouwing, en de erin vervatte politieke en economische doctrines, ook wel gaan aanduiden als het ‘klassieke’ of ‘orthodoxe’ marxisme, zulks ter onderscheiding van marxismeleninisme en neomarxisme.
Van marxisme in deze betekenis dient men ook het werk van Marx zelf te onderscheiden.
Dit vormt in zijn totaliteit namelijk geen samenhangende wereldbeschouwing en bergt verschillende,
soms niet met elkaar te verenigen tendensen in zich, terwijl een groot deel van het werk van Marx onontdekt of ongepubliceerd was tijdens de hoogtijdagen van het (klassieke) marxisme.
De term marxisme wordt tegenwoordig echter niet alleen in de hierboven genoemde specifieke betekenis gebruikt, maar ook, en meer nog, als algemene aanduiding van zowel het werk van Marx als van klassiek marxisme, marxismeleninisme en neomarxisme tezamen. Dit leidt tot veel verwarring, omdat daarmee gesuggereerd wordt dat deze vier onderscheiden elementen toch een filosofische eenheid vormen. Maar alleen al het feit dat alle denkers die zich op Marx beroepen en zich marxist noemen, ongebruikelijk veel aandacht in hun werk plegen te schenken aan wat zij de juiste interpretatie van Marx vinden, duidt erop hoe schamel de gemeenschappelijke elementen in het marxisme(Opgevat in deze breedste betekenis) in feite zijn.

Friedrich Engels was een Duits revolutionair politiek econoom, die van 1842 tot 1883 samenwerkte met Karl Marx. Samen beschreven ze de principes van het communisme. In 1848 voltooiden Engels en Marx hun befaamde verhandeling over de ineenstorting van het kapitalisme en de opkomst van het communisme, Het communistisch manifest. Zij waren ook in 1870 van de partij bij de oprichting van de Internationale, een internationale socialistische organisatie. Engels schreef veel verhandelingen over het socialisme.Ook verzorgde hij de redactie en de publicatie van het tweede en het derde deel van
Het kapitaal dat na de dood van Marx in 1883 werd gepubliceerd. Marx heeft zelf nooit moeite gedaan om zijn inzichten en theorieën uit te werken tot een samenhangende doctrine, en van de eerste pogingen in die richting, verricht door aanhangers, distantieerde hij zich:‘Ik ben geen marxist.’ De vorming van het klassieke marxisme, die plaatsvond in zijn nadagen, is in de eerste plaats het werk van Friedrich Engels.
Deze zag zich gedwongen de inzichten van Marx en hem zelf in een systematische en populaire vorm gestalte te geven, en wel ter bestrijding van andere filosofische systemen die in deze periode grote invloed op de opkomende socialistische beweging in Duitsland uitoefenden, zoals die van F.A. Lange, F. Lassalle en Dühring. Dit resulteerde in de Anti-Dühring
(Herr Eugen Dührings Umwälzung der Wissenschaft, 1878),
dat door Engels geschreven werd met medewerking van Marx.

Voor het eerst werd hier het marxisme gepresenteerd: als een alomvattend filosofisch systeem,
dat niet alleen betrekking had op de maatschappij, maar ook op natuur en kosmos.
De ‘bewegingswetten der geschiedenis’, waarvan het heette dat ik ze ontdekt had, werden hier voorgesteld als de toepassing op de samenleving van universele principes die de materie zouden beheersen. De term historisch materialisme werd gebruikt als algemene naam voor de marxistische maatschappijtheorie, de term dialectisch materialisme voor de leer van deze universele principes.

Op deze wijze trachtte Engels het in die tijd grote prestige van de natuurwetenschappen te benutten om, via het postulaat van een universeel geldende dialectiek, de juistheid van het historisch materialisme aannemelijk te maken. In deze presentatie van het marxisme was nóg een element aanwezig, dat nauw aansloot bij het intellectuele klimaat van die dagen: het evolutionisme,
de projectie van biologische selectie- en ontwikkelingstheorieën (Darwin) op maatschappelijke processen. De ‘Anti-Dühring’ is de toonaangevende samenvatting van het klassieke marxisme gebleven, maar het werd ook de basis op grond waarvan het marxisme verder ontwikkeld en gepopulariseerd werd, met name door Karl Kautsky en Eduard Bernstein, die daarbij de directe steun van Engels hadden.

Toen de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) in 1890 in de legaliteit terug kon komen, bleek dat binnen de Duitse sociaal-democratische beweging dit marxisme het ideologisch monopolie had verworven. Aangezien de SPD de toonaangevende partij binnen de Tweede Internationale werd, gold ook daarbinnen de dominantie van het klassieke marxisme, waarvan de harde kern in feite te vinden is in het voorwoord dat Marx schreef in Zur Kritik der politischen Ökonomie (1859). Daarin wordt de maatschappelijke ontwikkeling voorgesteld als het resultaat van de wisselwerking tussen productiekrachten (m.n. technologie) en productieverhoudingen (m.n. eigendomsverhoudingen).
De totaliteit van de productiekrachten vormt de economische structuur van een samenleving,
en dit is de basis waarop zich een juridische en politieke bovenbouw verheft,
waarmee dan weer bepaalde vormen van bewustzijn corresponderen.
De productiewijze wordt gezien als de bepalende factor in de totstandkoming van bovenbouwfenomenen.

De ontwikkeling van de productiekrachten wordt eerst bevorderd door de specifieke gestalte van de productieverhoudingen, maar op den duur worden deze een belemmering voor verdere ontwikkeling. Dan ontstaat een sociale revolutie, waarin het conflict tussen productiekrachten en productieverhoudingen beslecht wordt ten gunste van de eersten.
Deze gebeurtenis leidt op haar beurt tot veranderingen in de bovenbouw. De kapitalistische productiewijze leidt dus via een interne wetmatigheid tot zijn eigen ondergang en vervanging door een hogere maatschappijorde. Zo is het kapitalisme, in deze schematiek, de progressieve opvolger van de feodale, antieke en Aziatische productiewijzen.

In dit evolutionaire schema van elkaar opvolgende productiewijzen is de Aziatische een moeilijk in te passen element. Onder de Aziatische productiewijze verstaat Marx een systeem van uitbuiting waarbij de vorst zich met behulp van een militaire en ambtelijke bureaucratie het surplus toeëigent.
Dit stelsel past ook in ander opzicht slecht in het model van het orthodoxe marxisme, omdat het suggereert dat hier de politieke organisatie de economie bepaalt in plaats van omgekeerd.
Een belangrijk element in het orthodoxe marxisme was de stelling dat de ontwikkeling van het kapitalisme opgevat moest worden als een natuurproces, dat automatisch en noodzakelijk tot de ineenstorting van de bestaande economische en maatschappelijke orde zou leiden en zo het proletariaat aan de macht zou brengen.
Het economische determinisme werd zo tot het meest centrale element van het marxisme.
Wanneer dit element te zeer centraal staat, wordt wel van vulgair-marxisme gesproken.

De nadruk die in het klassieke marxisme werd gelegd op bovengenoemde elementen,
ging geheel ten koste van andere, deels in die tijd nog onbekende
of vergeten thema's en aspecten uit het werk van Marx, zoals zijn filosofische antropologie,
de hegeliaanse achtergrond van zijn oeuvre en zijn verbinding van determinisme en revolutionair activisme, de eenheid van theorie en praxis.
Hoewel dit marxisme pretendeerde een gesloten wereldbeschouwing en een afgerond theoretisch systeem te zijn, was het dogmatische karakter ervan geen beletsel voor het ontstaan van een intellectueel belangwekkende argumentatiegemeenschap, die, zowel in onderlinge discussie als in debat met wetenschappelijke stromingen buiten het marxisme, niet alleen deze uitgangspunten verfijnde en in concreet historisch en sociaal onderzoek toepaste, maar ook thema's die bij Marx geen of weinig aandacht hadden gekregen, aansneed en uitwerkte.

Voorbeelden in dit opzicht zijn de imperialismestudies van Rosa Luxemburg en R. H. Hilferding,
de analyse van het nationalisme door Otto Bauer, Bebels werk over de emancipatie van de vrouw
en de historisch-materialistische studies van Kautsky en Bernstein.
Karakteristiek voor het marxisme was voorts het feit dat de theoretici ervan veelal zelf actieve en vooraanstaande leden van sociaal-democratische partijen waren;
ook in deze zin kan men het tijdperk 1880–1918 de ‘gouden tijd’
(Kolakowski) van het marxisme noemen.
Zowel politieke als wetenschappelijke ontwikkelingen leidden echter tot een geleidelijke desintegratie van het orthodoxe marxisme.
Binnen de sociaal-democratische beweging ontstond ten gevolge van de groeiende kloof tussen de marxistische prognoses en de werkelijkheid het revisionisme, dat brak met een aantal centrale uitgangspunten van de orthodoxie. De ontwikkeling van de sociale wetenschappen ging gepaard met een geleidelijke absorptie van marxistische ideeën, die daardoor hun exclusieve karakter verloren.

De Eerste Wereldoorlog maakte een eind aan het politieke perspectief van de Tweede Internationale,
en de breuk tussen sociaal-democratie en communisme bezegelde deze ontwikkeling.
Na 1918 was het marxisme niet langer de theorie van de Europese sociaal-democratie
(Met uitzondering van het austromarxisme, dat nog een tiental jaren de theorie van de Oostenrijkse sociaal-democratie bleef).

Het marxisme wordt daarna een dogmatische staats- en partij-ideologie in communistische partijen en regimes (marxismeleninisme, en ook wel institutioneel marxisme genoemd, om te benadrukken dat de cognitieve aspecten hier geheel en al ondergeschikt zijn aan de heerschappijfunctie); het neomarxisme dat daarnaast ontstaat, grijpt enerzijds terug op het werk van Marx zelf, en verbindt dat anderzijds, in zijn vele varianten, met de meest uiteenlopende filosofische scholen en tradities, maar blijft qua werkingssfeer beperkt tot delen van de westerse intelligentsia, zodat men hier wel van ‘universitair marxisme’ kan spreken.
Als politieke leer verloor het marxisme, met de ineenstorting van het Sovjetimperium, zijn invloed.
De communistische partij van de Sovjet-Unie nam in 1991 een programma aan, waarin het marxisme als slechts een van de inspiratiebronnen werd aangemerkt. Hiermee werd de aanspraak van het marxisme als de enig juiste, want wetenschappelijk gefundeerde vorm van politiek afgewezen.

Hieronder zie je een overzicht van de boeken die ik,
Karl Marx en Friedrich Engels hebben geschreven. Met het jaar dat het boek werd geschreven.

1837: The Young Marx Marx
1842: Communism and the Augsburg Allgemeine Zeitung Marx
1843: Letters to Arnold Ruge Marx
1844: Economic and Philosophic Manuscripts Marx
1844: Contribution to the Critique of Hegel's Philosophy of Right Marx
1844: On The Jewish Question Marx
1844: Critical Notes on "The King of Prussia" Marx
1845: Theses on Feuerbach Marx
1847: Communist League Marx
1847: Principles of Communism Engels
1847: The Poverty of Philosophy Marx
1848: The Communist Manifesto Marx/Engels
1848: Communism, Revolution, and a Free Poland Marx
1848: On the Question of Free Trade Marx/Engels
1849: Wage-Labor and Capital Marx
1850: England's Seventeenth-Century Revolution Marx/Engels
1852: The Eighteenth Brumaire of Louis Napoleon Marx
1853: The Duchess of Sutherland and Slavery Marx
1857: Contribution to a Critique of Political Economy Marx
1858: Pre-Capitalist Economic Formations Marx
1864: International Working Men's Association Marx
1867: Capital Marx
1867: Poland and the Russian Menace Marx
1868: Synopsis of Capital Engels
1869: Landed Property Marx
1871: The Civil War in France Marx
1871: Interview with the World Marx
1871: Persecutions at the Hands of the French Government Jenny Marx
1872: On Authority Engels
1875: Critique of the Gotha Programme Marx
1877: Socialism: Utopian and Scientific Engels
1879: Strategy and Tactics of the Class Struggle Marx/Engels
1879: Interview with the Tribune Marx
1882: Bruno Bauer and Early Christianity Engels
1883: Speech at the Grave of Karl Marx Engels
1886: Ludwig Feuerbach and the End of Classical German Philosophy Engels
1887: The Housing Question Engels
1894: The Peasant Question in France and Germany Engels
1895: Law of Value Engels

Conclusie:
De uiteindelijke conclusie van de hoofdvraag:

Wat was de betekenis van Marx?

De oorspronkelijkheid van Marx ligt in de synthese van de Engelse klassieke politieke economie met de Duitse idealistische filosofie en de Franse klassentheorie.

Marx wist motieven uit deze tradities te vermengen met de statuur en in de stijl van een profeet uit het Oude Testament. Dat deze mengeling van motieven en tradities een hoogst persoonlijke was, niet vrij bovendien van innerlijke spanningen en tegenstellingen, bleek pas goed bij de pogingen uit zijn werk een systematische politieke doctrine af te leiden

Marx kan gelden als de voornaamste geestelijke vader van zowel communisme
als sociaal-democratie. Ik knoop aan het erfgoed van de verlichting

In de eerste plaats knoopt hij aan bij het erfgoed van de Verlichting, met de nadruk op rationaliteit als hoogste waarde en wetenschap als hoogste gezag.

Marx had te maken met het marxisme.

Marx was dus een goed persoon die veel boeken heeft geschreven.

Bronnen:

Deze bronnen heb ik gebruikt voor dit werkstuk van Karl Marx:

- Internet
- Encarta
- www.Google.nl
- boeken: - Karl Marx de man en zijn geloof
- Prof. DR. W. Banning Karl Marx

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

Ik vond het crap, bagger. Het hangt aan elkaar van kromheid, zinsbouw is klote, woorden kloppen niet en dat je vanuit het ik-perspectief schrijft wanneer je het over Karl Marx hebt is belachelijk.

groeten, sjaak

17 jaar geleden