Dekolonisatie van Indonesie

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas vwo | 6804 woorden
  • 20 mei 2002
  • 465 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 465 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inleiding

Tussen het jaar 100 en 1250 waren er in Indonesië vele koninkrijken. Sommige bestonden uit kleine dorpjes, andere uit grote gebieden. Indiase handelaren en Boeddhistische monniken verspreidden met succes hun geloof over de eilanden. De Islam is op de eilanden geïntroduceerd door de Arabische kooplieden. Dit was een groot succes en veel mensen bekeerden zich tot dit nieuwe geloof.
In de 16e eeuw kwamen de eerste Europeanen naar Indonesië. Het waren de Portugezen die actief handel dreven met de Indonesische bevolking. In 1596 arriveerden de eerste schepen uit Holland. Die namen binnen zes jaar de macht over op de Indonesische eilanden wat in 1602 had de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, ook wel de VOC genoemd, de macht over alle eilanden. De VOC ging in 1799 echter bankroet maar Indonesië bleef bij Nederland horen. Nederland verdiende namelijk veel geld met de rubber, tabak, thee, koffie en andere specerijen uit Indonesië. De arbeiders die op al deze plantages werkten moesten hoge belastingen betalen maar verdienden heel weinig. Toch duurde het tot de 20e eeuw voordat ze zich tegen de Nederlanders gingen verzetten. De kreet Merdeka, wat vrijheid betekent, werd steeds vaker geroepen. Hoe dat kwam, hoe de onafhankelijkheid verliep en hoe het daarna met de Republiek Indonesia ging wordt verteld aan de hand van deze hoofdvraag: Dekolonisatie van Indonesië, een ramp of een zegen?

Situatie voor de dekolonisatie

Voor de dekolonisatie van Indië was er veel anders. Hoe het toen was zal in een aantal punten worden weergegeven. De punten zijn: politiek, economisch, sociaal en cultureel.


Politiek

Aan het eind van de negentiende eeuw kwam er steeds meer kritiek op het gedrag van de kolonisten waardoor de koloniale overheid overstapte op Ethische Politiek, hierdoor dacht men meer aan de levensomstandigheden van de Indische bevolking. Zo konden er meer Indiërs aan het werk in de sectoren onderwijs en gezondheidszorg.
Tot ongeveer 1900 hadden alleen de Nederlandse topambtenaren het voor het zeggen in Nederlands-Indië, zelfs andere Europeanen hadden er niets te zeggen.
De Indiërs konden vanaf 1918 mee praten in de volksraad, waar ook Nederlanders in zaten. De volksraad kwam twee keer per jaar samen en mocht dan alleen maar adviezen geven. De leden werden benoemd door de Nederlandse regering of ze werden verkozen. Algemeen kiesrecht was er niet. Van de tien miljoen Indiërs hadden er maar een paar het recht om te stemmen.
Het politieke stelsel van Nederlands-Indië zag er ongeveer uit als volgens het volgende schema:

- Gouverneur-Generaal (GG), hoofd van de Nederlands-Indisch regering.
- Raad van Departementshoofden, de regering van Nederlands-Indië, waaronder het hoofd Binnenlands Bestuur.
- Gouverneur, hoofd van een provincie; een provincie bestaat uit residenties.
- Resident, hoofd van een residentie, een residentie bestaat uit afdelingen.

- Assistent-Resident, hoofd van een afdeling. Inheems bestuur(op Java).

- Controleur, hoofd van een onderafdeling.
- Regent, hoofd van een aantal districten, die samen een afdeling vormen.
- Aspirant-controleur
- Districtshoofd, een district omvat een aantal desa’s of kampongs.
- Desa- of Kamponghoofd.

Economie

Indië was voor lange tijd een belangrijke bron van inkomsten voor Nederland. De bodem van Indië zat, en zit overigens, nog steeds vol met olie en door het tropische klimaat worden er tal van producten geleverd, zoals koffie, thee, suiker, tabak en rubber maar ook tropisch hout.
De zeeën leverden een overvloed van vis.
De Indonesiërs kregen echter veel te weinig betaald voor hun geleverde producten, ook moesten ze veel te veel belasting betalen. Daarom kregen ze weinig kansen om zich goed te ontwikkelen.
In de jaren dertig ging het slecht met de economie, want de grote wereldwijde economische depressie trof ook het grondstoffenrijke Nederlands-Indië. De prijzen op de wereldmarkt daalde sterk. Vooral die van de agrarische export producten waardoor er geldschaarste en armoede op het platteland ontstonden. Hierdoor werd men weer zelfvoorzienend. Pas aan het eind van de jaren dertig verbeterde de economische situatie weer.

Sociaal

Boven aan de bevolking stonden de zuivere blanken, vooral Nederlanders, deze mensen werden door de inheemse bevolking ook wel ‘totoks’ genoemd. Daaronder kwamen andere blanken en daar onder kwamen de jonge blanken en Indo-europeanen. De laatste blanke bevolkingslaag waren de mensen uit het gewone bedrijfsleven, de helft van deze bevolkingslaag bestond uit Indo-europeanen. De Indische toplaag stond net onder die van de Europeanen, maar ze stond ver boven de grote Indische massa. De Chinezen en andere ‘vreemde Oosterlingen’ stonden ook tamelijk goed in de bevolkingspiramide. Onder aan de bevolkingspiramide staat de grote Indische massa van vissers, boeren en stads- en landarbeiders.
De verhouding tussen de Islamitische Indiërs en de Christelijke Nederlanders was niet bepaald goed. Ze hadden allemaal meningsverschillen over welk geloof goed was. Dat liep soms zo erg uit de hand dat er godsdienstconflicten ontstonden.
De verhoudingen tussen de Nederlanders en de Indonesische bevolking was niet echt goed. De Nederlanders vonden dat de niet-blanke bevolking minder ontwikkeld en beschaafd waren. Ze dachten ook dat alle Indonesiërs tegen hen opkeken en graag voor ze wilde werken. Dit was in werkelijkheid niet zo, dat bleek uit de actie groepen die werden opgericht tegen de Nederlanders. Door de opening van het Suezkanaal en door het uitvinden van de telegraaf kwam er meer contact tussen Nederland en Indonesië. Er gingen mensen uit Indonesië studeren in Nederland. In Nederland leerden ze over vrijheid en democratie. Daardoor werden de mensen aan het denken gezet, of het wel goed was dat ze overheerst werden door de Nederlanders. De Nederlanders, kregen aan de andere kant ook een schuldgevoel, Nederlands- Indië bracht heel veel geld op, moesten ze daar dan niet iets voor terug doen? Dat probeerden ze wel, maar voor het grootste gedeelte van de bevolking bleef de situatie slecht. Ze kregen nog steeds te weinig betaald en het grootste gedeelte was analfabeet.

Cultureel

De meeste Indiërs zijn Moslims. Zij voelden zich bedreigd doordat Nederlandse priesters en predikanten de Indiërs wilden bekeren tot het Christendom wat werd gezien als ‘ongelovig’.
Het bekeren lukte niet, het had zelfs een averechts effect, want de Indiërs werden allen maar meer Moslim. De Islam werd één van de belangrijkste oorzaken van het verzet tegen de Nederlandse overheersing. In 1912 werd de Islamitische Beweging op gericht. Heel veel Indonesiërs werden er toen lid van. Zo ontstond een van de eerste “echte” verzetsgroepen tegen het kolonisme.
In 1940 woonde er in Indië meer dan zeventig miljoen mensen over de verschillende eilanden verdeeld, en dan nog verdeeld over honderd verschillende volken die samen meer dan tweehonderdenvijftig talen spraken.

Ethische politiek heeft gezorgd voor nationalisme

Aan het eind van de 19e eeuw kreeg Nederland veel kritiek op het bestuur van Indonesië. Het boek “Max Havelaar” zorgde er voor dat veel mensen gingen nadenken over wat er eigenlijk gebeurde in Indonesië. Multatuli was een Nederlandse ambtenaar in Indonesië geweest. Hij vond dat de Indonesiërs werden uitgebuit door de Nederlanders. Er waren steeds meer mensen die vonden dat Indonesië zelfstandiger moest worden en dat er grote hervormingen moesten worden uitgevoerd in Indonesië. Ook de politiek vond dat er wat moest worden veranderd. In de troonrede van 1901 wordt er voor het eerst over ethische politiek gesproken. Ethische politiek houdt in dat Nederland de taak had om “de welvaart en het welzijn” van Indonesië te verbeteren. Maar dat ging niet ten koste van de machtsuitbreiding van Nederland. het welvaartsbeleid hield in dat de landbouw verbeterd werd, de emigratie bevorderd werd het onderwijs werd verbeterd. Er vond ook een modernisering plaats van het Binnenlands Bestuur en het Inheems Bestuur. Dit leidde ertoe dat de bevolking meer te maken kreeg met het koloniaal bestuur. Langzamer hand kreeg de bevolking meer inspraak in het bestuur van Indonesië. In 1903 werd de decentralisatiewet ingevoerd. Daardoor kreeg een klein deel van de Indonesiërs een plaats in de gemeente- en provincieraad. De instelling van de volksraad in 1918 zorgde ervoor dat de Indonesiërs op nationaal niveau een beetje inspraak kreeg in het bestuur. Dit was belangrijk omdat hier ook werd gedacht over de toekomst van Indonesië.

Verbetering van de welvaart leidde, vooral op Java, tot verbetering van de infrastructuur, irrigatie projecten en landbouw educatie. Toch waren de effecten minder groot dan men had gehoopt. Onder andere door de sterke bevolkingsgroei en omdat boeren het geld dat ze hadden gekregen om de landbouw te verbeteren gebruikten om van te leven. Ondanks dat tot 1930 de economie steeds verbeterde steeg de welvaart nauwelijks. Dat kwam vooral door de enorme bevolkingsgroei. Er kwam ook beter onderwijs. Maar dat werd wel gescheiden op basis van je afkomst. Zo kwamen de desascholen, de Hollands-Indische school, de Europese lagere school voor de kinderen van de rijke Indonesiërs en Nederlanders, en onderwijs voor meisjes. Later ontstonden ook hogere scholen. Soekarno had bijvoorbeeld gestudeerd aan de aan de technische hoge school van bandoeng. Maar er waren veel te weinig opleidingsplaatsen voor Indonesiërs
Ook verbeterde de gezondheidszorg. De overheid lichtte het volk toe over hygiëne en zette een vaccinatie programma op.
Doordat er een rapport verscheen over de wantoestanden op de plantages en in de mijnen werd in 1907 de arbeidsinspectie ingesteld. Die zorgde voor de verbetering van de situatie van de contractarbeiders. Toch mochten planters de koelies, contract arbeiders, streng blijven straffen voor luiheid, weglopen, belediging of wat dan ook.

De oorspronkelijke doelen van de ethische politiek werden niet gehaald. De politiek wilde wel meer veranderingen maar wilde ook geen ruzie met de ondernemers die vonden dat Indonesië vooral was om winst te maken en de ethische politiek werkte dat natuurlijk tegen. De welvaartspolitiek had uiteindelijk ook weinig effect. De verbetering in het onderwijs had alleen maar effect in het lager onderwijs en landbouw voorlichting. Er was nog steeds nauwelijks hoger onderwijs voor Indonesiërs.

Vanaf het begin van de 20e eeuw ontstonden er in Indonesië organisaties die opkwamen voor inspraak in het bestuur. In 1908 werd Boedi Oetomo, het schone streven, opgericht. Die streefde vooral naar beter onderwijs voor Javanen. Boedi Oetomo bemoeide zich niet rechtstreeks met de politiek.
De islamitische beweging Sarekat Islam werd in 1911 opgericht en kwam op voor de economische belangen van de Indonesiërs. Ondanks dat de partij een half miljoen leden had konden ze weinig doen omdat het heel slecht georganiseerd was. In 1912 werd ook de Indische partij opgericht. Dit was een partij voor Indo-europeanen. Ondanks dat werden er ook veel Indonesiërs lid van deze partij omdat zij streefden naar een onafhankelijk Indonesië.
De overheid deed weinig tegen de eerste twee partijen maar de Indische partij werd wel verboden. In de jaren ’20 kregen de partijen die op basis van geloof werden opgericht steeds minder aandacht. De Partai Kommunis Indonesia (PKI) probeerde een grotere groep achter zich te krijgen en had als uiteindelijk doel om voor een zelfstandig Indonesië te zorgen.
In 1926/1927 begon de PKI een opstand in Sumatra. Het gouvernement nam harde maatregelen tegen de PKI. Veel aanhangers van de PKI werden gevangen genomen en verbannen zonder een proces.
In 1927 werd door Soekarno de Partai Nasional Indonesia (PNI) opgericht. De leiders van deze partij kwamen vooral uit studieclubs die voor grote veranderingen waren. Ze ontwikkelden een ideologie waarin alle bevolkingsgroepen waren opgenomen. Ze wilden dat Indonesië een land werd, ze vonden het heel belangrijk om van Indonesië een geheel te houden. Ze probeerde dit te bereiken door niet samen te werken met het gouvernement. Maar iedereen die niet Het gouvernement pakte ook de PNI hard aan. Aan het eind van 1929 werden alle PNI leiders opgepakt omdat ze in het openbaar leden probeerden te werven. Vanaf het midden van de jaren dertig werd het nationalisme onderdrukt. Organisaties werden verboden, er was censuur en de politie mocht hard optreden tegen de nationalisten. De leiders van de PNI werden gevangen gezet. Alleen organisaties die wilden samenwerken met de Nederlands-Indische regering werden toegestaan.

Verloop van dekolonisatie

In Indonesië heerste altijd al het gevoel van nationalisme. Dat begon vroeg in de negentiende eeuw al. Toch bereikten de nationalisten toen nog niet heel veel. Dat kwam voornamelijk doordat de Nederlanders de touwtjes strak in handen hadden.
Op 18 mei 1918 stelde generaal Van Limburg Stirum de Volksraad aan. Dit zou een adviescollege zijn en moeten uitgroeien tot een echte parlement. De inheemse bevolking had bijna geen stemrecht. Daardoor kwam het ook dat de meerderheid Nederlands was. In 1925 breidde het aantal leden zich uit, de Staten-Generaal zorgde toen dat die meerderheid bleef. Tot grote woede van de nationalistische inheemsen.
In het begin van de negentiende eeuw groeide ook het verzet tegen de koloniale overheersing. Het begon met het vechten voor een betere positie voor de Indonesische bevolking. Dit werd voornamelijk gedaan door de vereniging Boedi Oetomo, “het edele streven”. Dit was nog geen radicaal streven en ook nog geen nationalisme.
In 1918 gaf Van Limburg Stirum toezeggingen om bepaalde bevoegdheden van Nederland naar Indië te schuiven. Later bleek dat, dat niet doorging. Dit was niet bevorderlijk voor de nationalisten. Hierdoor, en door de Russische Revolutie kwamen er grotere nationalistische ideeën. De nieuwe communistische party KPI bereidde een revolutie voor. Het was hen door middel van stakingen ook bijna gelukt. Totdat de gouverneur-generaal gebruik maakte van zijn rechten om mensen te verbannen. Een groot aantal communisten werden verbannen naar kampen waar ze hun laatste levensdagen versleten.
Toch was het nationalisme nog niet helemaal weg. Er ontstond een nationalistische stroming die opgericht was door jonge intellectuelen. De studenten Hatta en Sjahrir stichten in Nederland een nationalistische studenten organisatie op. Ze streefden naar onafhankelijkheid voor Indonesië. Rond die tijd richtte Soekarno in Indonesië de PNI, “Partai Nasional Indonesia” op. De partij had hetzelfde streven als de studenten organisatie en wist, tot schrik van het gouvernement, de inheemse bevolking achter zich te krijgen. Dat kwam vooral omdat ze als basis natuurlijk nationalisme hadden, maar ook socialisme en de islam. Gouverneur-generaal De Graeff gaf Soekarno, Hatta en Sjahrir gevangenisstraf. De Graeff werd opgevolgde door De Jonge, die zorgde ervoor dat ze na het uitzitten van hun straf werden opgepakt en verbannen.
Ondertussen werd het nationalisme steeds sterker. In 1939 fuseerden alle nationalistische stromingen in de Gabangan Politik Indonesia, GAPI. Hun doel was volwaardig parlementair regime.
De Europeanen stonden eigenlijk niet zo heel erg afwijzend tegenover de zelfstandigheid van Indië. Daarbij gingen ze er wel vanuit dat het nog wel een tijdje zou duren voordat Indië zelfstandig zou worden. Toen bleek dat dat niet zo was, was de sympathie voor de zelfstandigheid verdwenen.
Als tegenwicht voor het nationalisme werd de Vaderlandse Club opgericht. Deze club bestond uit Europese planters en zakenlieden en was van mening dat Indië bij het Nederlands koninkrijk hoorde.
Tijdens de tweede wereldoorlog had Nederland het zwaar te verduren. Ze werden zelf bezet door de Duitsers en hun kolonie, Indië, werd bezet door de Japanners. Het KNIL werd snel verslagen door de Japanners en voor de Indonesiërs was dat onthutsend om te zien. Voor Japan was Indië met zijn rijkdom en grondstoffen van grote waarde. De volbloed Nederlanders hadden het in Japan echter zwaar te verduren. De mannen en oudere jongens werden in mannenkampen gestopt en de vrouwen en kinderen in vrouwenkampen. Het leven in zo een kamp werd zwaarder naar mate de oorlog vorderde. Het voedselrantsoen was veel te laag en de arbeid te zwaar. Ook werden ze voor het minste of geringste afgeranseld. Voor de militairen die gevangen werden gezet was het leven nog zwaarder. Ze kregen te weinig te eten en moesten ook nog dwangarbeid verrichten. De Japanners probeerden zoveel mogelijk antiwesterse gevoelens te krijgen in Indië. Het Maleis werd als voertaal ingevoerd. Ook stelden ze de nationalistische leiders Soekarno en Hatta in vrijheid. Beiden steunden ze Japan, ook al deden ze dat alleen uit tactische overwegingen. De Japanners gingen zo ver met hun antiwesterse gevoelens opwekken dat ze op 7 september 1944 dat Japan voornemens had om de onafhankelijkheid van Indonesië ter erkennen. Eind april 1945 installeerden de Japanners een commissie van onderzoek naar onafhankelijkheid. Tijdens de eerste zitten stelde Soekarno de Pantja Sila, vijf zuilen, voor. Op de Pantja Sila zou de republiek moeten rusten.
Op 15 augustus capituleerde Japan. Duizenden jongeren, pemoeda’s genoemd, gingen die dag demonstreren voor een revolutionaire machtsovername. De pemoeda’s ontvoerden Hatta en Soekarno. Ze werden weer vrijgelaten toen ze beloofd hadden de onafhankelijkheid uit te roepen. Dat gebeurde op 17 augustus 1945 door Soekarno. De nieuwe Republiek Indonesië had vooral op Java macht.
Na de capitulatie van Japan werd Indië door de geallieerden bevrijdt. De geallieerden droegen Indië over aan Groot-Brittannië. Zij waren toen dus de baas in Indonesië. De Nederlanders vonden het in eerste instantie beter dat de Engelsen de macht hadden in Indonesië. Het was in ieder geval beter dan de Amerikanen, die waren namelijk heel erg voor vrijheid en dus tegen kolonisatie. Aangezien Nederland Indië nog niet kwijt wilde waren de Engelsen beter. Later bleek dat ze te vroeg gejuicht hadden. In Groot-Brittannië hadden de socialisten namelijk de verkiezingen gewonnen. Zij waren ook voorstander van het dekoloniseren van alle koloniën. Ook waren de meeste Engelse soldaten afkomstig uit Brits- Indië. Zij deden dus ook weinig om het opkomende gevoel van nationalisme te onderdrukken.
Het gevoel van nationalisme kon daarom steeds verder naar voren komen. De oude groepsvorming van de Partei Nasional Indonesia kwam weer terug. Het geloof in nationalisme, socialisme en de Islam werd steeds sterker.
Nederland was ondertussen sterk genoeg om alleen de orde en veiligheid in Indonesië te herstellen. Dan zou het ook beter gaan met de welvaart en Indië zou het weer goed vinden om deel uit te maken van het Koninkrijk Nederland.
In de meeste buitengewesten werd het Nederlandse gezag snel hersteld. Op Java en Sumatera verzette de Republiek zich sterk tegen de terugkerende Nederlanders, wat voorlopig werd gestopt na het onder Britse druk gesloten Nederlands-Republikeinse akkoord van Linggadjati, in 15 november 1946. Daarin stond dat Indonesië zelfstandig was. De Nederlanders waren het daar niet mee eens en veranderden het akkoord. Ze maakten ervan dat Indonesië zelfstandig zou zijn maar dat Nederland nog zou beslissen over defensie, buitenlandse politiek en de belangrijkste financiële zaken. De Republikeinen waren het niet eens met het “nieuwe akkoord”. Daarom loten beide partyen het akkoord met de bedoeling het ieder voor zich uit te leggen. Op 30 november droeg Groot-Brittannië de macht over aan Nederland. Dat was voor Nederland een groot geluk. Nu kon ze namelijk, zonder rekening te houden met buitenstaanders, Indië tot een deelstatenpolitiek maken.
In de buitengewesten werd een begin gemaakt met deze politiek. Hier waren echter ook Republikeinen die ertegen waren. Op de Zuid-Celebs ontwikkelde zich een guerrilla. Die guerrilla werd echter aangepakt door de DST, Depot Special Troepen. Nederland kreeg moest daarna nog een keer onderhandelen met de Republikeinen. Dit mislukte, en toen was oorlog onvermijdelijk.
Op 21 juli 1947 begon Nederland deze oorlog die eerste politionele actie werd genoemd. Tijdens deze oorlog was Nederland in het voordeel. Ze konden snel de rubberplantages en oliegebieden veroveren. Op Java ging het echter moeilijker. De Republikeinen verzetten zich hevig. Ze waren echter slechter bewapend en minder mobiel dan de Nederlanders. Daarom kozen ze ervoor om de guerrillatactiek toe te passen De Veiligheidsraad stopte deze wrede terreur daden door er een stokje voor te steken, daarom werd op 4 augustus de politionele acties gestaakt. Ook andere landen waren het met de Republiek eens. De Veiligheidsraad stelde daarom ook een commissie van goede diensten in om de onderhandelingen weer op gang te brengen zodat het conflict tussen de Republiek en Nederland werd opgelost.
De onderhandelingen vonden plaats aan boord van het Amerikaanse schip Renville. Op 27 december 1947 kwamen ze tot de overeenkomst dat het vuren gestaakt moest worden. Nederland maakte gebruikt van deze nieuwe overeenkomst door nieuwe staten te maken. Hierdoor werd de Republiek teruggebracht tot Midden-Java. In maart 1948 werd er een nieuwe voorlopige federale geïnstalleerd, waarin de Republiek niet vertegenwoordigd was. De Nederlandse politiek dreef de Republiek steeds meer in het nauw. De Republiek eiste daarom steeds krachtiger om een eigen leger, eigen buitenlandse betrekkingen en een zelfstandige heer van de financiën. Voor Nederland waren dit onaanvaardbare eisen.
In oktober 1948 braken er communistische opstanden uit. Soekarno en Hatta onderdrukten deze opstanden. De onderdrukking van het communisme bezorgde staatsman Hatta en Soekarno veel steun uit de VS. De Amerikanen waren heel erg tegen de communisten en waren er daarom dus erg blij mee.
Eind 1948 liepen de onderhandelingen tussen Nederland en de Republiek vast. De Republiek bleef vasthouden aan de gestelde eisen en Nederland wilde daaraan niet toegeven. Daarom kozen ze opnieuw voor een oorlog. Deze wordt de tweede politionele actie genoemd.
Tijdens deze oorlog werd Yogyakarta veroverd en de Republikeinse leiders werden gevangen gezet. Toch hadden Nederland niet echt overwonnen. De guerrilla ging namelijk steeds meer aanvallen. Ook kregen de Nederlanders niet overal de macht in handen. De arrestatie van Soekarno en Hatta was ook geen succes want, die moesten onder internationale druk weer worden vrijgelaten. De deelstatenpolitiek was ook mislukt want alle regeringen van de deelstaten traden af. Ze wilden zo gezegd niet verantwoordelijk zijn voor het onderdrukken van het nationalisme in Indonesië. Kortom, de actie van de Nederlanders was niet geslaagd. Het enige wat ze bereikt hadden was het bezetten van het grondgebied van de Republiek. Toch mocht de Republiek niet worden opgehefd, de Veiligheidsraad verhinderde dat.
Zo kwam het dat Nederland in 1949 in Indonesië zowel politiek als militair machteloos was.
De verenigde Staten dreigden met intrekking van hun Marshall hulp aan Nederland, die deze heel hard nodig voor de weder opbouw van het door de oorlog verwoeste Nederland. Ook de VN gingen zich er veel meer mee bemoeien, ze startte zelfs een missie, de United Nations Commission for Indonesia, INCI. Toch meende Beel dat er door snel handelen nog veel te redde zou zijn. Hij dacht zelfs dat er nog een Verenigde Staten van Indonesië. Het plan van Beel kwam op de volgende punten neer:

· Vorming van de VSI voor 1 april 1949 met federale regering, waarbij wordt uitgegaan van een vertegenwoordiging op basis van een derde Republikeinen en twee derde federalisten.
· Uiterlijk op 1 april 1949 zal Nederland aan de VSI de soevereiniteit overdragen.

Hier was Beel het ermee eens, en ook de Republikeinen. Beel was het ermee eens omdat zijn voordeel zat in de minderheid van de Republikeinen. De Republikeinen dachten, wat later ook zo bleek te zijn, dat de federalisten hun kant zouden kiezen.
Al voor onderhandelingen kwam er een rondetafelconferentie waaraan de federalisten, de Republikeinen en de UNCI deelnamen. Tijdens deze onderhandelingen werd afgesproken dat de Republikeinen de guerrilla zou beëindigen en zou meewerken met het handhaven van de vrede. Nederland moest daartegenover het bezette Yogyakarta ontruimen en de politieke gevangenen vrij laten. Nederland had hier echter grote moeite mee. Beel was het hier ook niet mee eens en trad af. Toch konden alle tegenstanders van deze overeenkomst er niks meer aan doen. Dat kwam door de houding van het buitenland, met name door de houding van de VS.
Eind 1949 kwam men tot een akkoord. De Verenigde Staten van Indonesië werden door Nederland als een onafhankelijke staat erkend. Zij bleven echter wel met Nederland verbonden door de Nederlands-Indonesische Unie, waarvan aan het hoofd Juliana zou staan. Zij had echter geen werkelijk macht. Het Nederlandse parlement stemde met tweederde meerderheid voor en de wet werd veranderd.
Op 27 december 1949 werd de akte van soevereiniteitsoverdracht door Koningin Juliana getekend. Indonesië was toen helemaal vrij van Nederland d want van de federale opbouw van Indonesië en de unie met Nederland kwam niet veel terecht. Na het vertrek van Nederland kwam de macht namelijk bij Soekarno te liggen. Die maakte in rap tempo Indonesië tot een eenheidsstaat onder zijn leiding. De Unie werd in 1956 opgeheven omdat ze niet veel voorstelde.
Het volgende conflict tussen Indonesië en Nederland werd veroorzaakt door de Zuid-Molukken. In 1963 werd de soevereiniteit over dit gebied overgedragen aan Indonesië. Dat was niet wat de Zuid-Molukkers wilden. Ze wilden een zelfstandige deelstaat hebben. Nederland was echter niet bereidt en in staat om deze belofte waar te maken.

Gevolgen van de dekolonisatie

Politiek

Op 27 december 1947 was Indonesië een federale staat. Dit kwam doordat de Nederlanders het zo hadden gemaakt. De politieke leiders in Indonesië vonden dit echter maar niks. Ze besloten van Indonesië een eenheidsstaat te maken waarin de centrale regering alle macht had. Doordat Indonesië een eenheidsstaat werd veranderde ook de naam, de Republiek van de verenigde staten van Indonesië zou voortaan Republiek Indonesia heten. Aan het hoofd van deze regering zou president Soekarno staan. Soekarno zou dit land gaan besturen met de door hem bedachte ideologie, de Pantja Sila, wat de vijf beginselen betekent. Deze vijf beginselen waren:

1. Geloof in één God
2. Nationalisme
3. Internationale broederschap
4. Sociale rechtvaardigheid
5. Democratie

Toch braken op verschillende plaatsen opstanden uit tegen deze vorm van regeren. In 1957 groeiden deze opstanden uit tot een burgeroorlog. President Soekarno gaf de democratie de schuld van deze burgeroorlog. Een volksvertegenwoordiging met verschillende partijen zorgde voor teveel verdeeldheid vond hij. Daarom veranderde hij de grondwet, de president zou voortaan meer macht krijgen dan de volksvertegenwoordiging. Het leger, die veel aanzien en macht had, hielp hem hierbij. Het leger wilde echter ook politieke macht in Indonesië. Ze hadden er recht op vonden ze omdat, ze Indonesië van de Nederlanders hadden bevrijd. Soekarno kon er niks aan doen, hij had het leger nodig om de politieke opstanden in Indonesië te onderdrukken.
Omstreeks 1960 namen de militairen steeds meer dingen over, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse bedrijven. Alle Nederlanders moesten namelijk het land verlaten. Er was nog meer aan de hand in Indonesië. Het ging namelijk steeds slechter en de communistische partij kreeg steeds meer macht. De militairen werden bang voor de communisten. Ze waren bang dat hun bezit en voorrechten afgepakt zouden worden door ze.
In 1965 werd een staatsgreep gepleegd. Er werd gezegd dat de communisten het hadden gedaan. Daarom namen de generaals de macht over. Ze beweerden dat ze wel moesten omdat de communisten een revolutie wilden beginnen. Veel mensen geloofden dit. Alle communisten en mensen die van communisme werden verdacht werden opgepakt en vermoord. In totaal zijn er zo een half miljoen mensen vermoord en honderdduizenden gemarteld en gevangen gezet. Een van de generaals, Soeharto, werd de nieuwe president. Soekarno moest in 1966 zijn macht overdragen aan Soerhato. Hij werd alleen pas op 27 maart 1968 officieel president van de Republiek Indonesia. Soekarno stierf in 1970.
Soeharto liet het parlement bestaan maar, in werkelijkheid had hij alle macht. Hij voerde wel een veel beter beleid dan Soekarno. Hij liet de bevolking hard werken aan de eenheidsstaat. Het ging economisch ook veel beter. Ook de rust keerde weer terug. Toch brak in 1998 een economische crisis uit. Zoals aan het begin van de strijd naar onafhankelijkheid ook was gebeurd, gingen veel studenten de straat op en protesteerden. Het waren niet alleen de studenten die protesteerden. De gehele bevolking kwam in opstand. Daarom trad president Soeharto in 1998 af. Hij werd 27 mei 1998 opgevolgd door president Habibie die beloofde het land economisch beter te maken, meer democratischer en de rust weer te laten terugkeren. Na Habibie kwamen er nog twee andere president. Als eerste kwam Abdurrahman Wahidi en daarna de huidige president van nu, Megawati Sukarnoputi. Zij is de eerste vrouwelijk president van Indonesië en de dochter van Soekarno.

Sociaal

Na de onafhankelijkheid van Indonesië stonden de mensen die Nederlandse en Indonesische ouders of voorouders hadden, ook wel Indo’s genoemd, kiezen of ze naar Nederland gingen of in Indonesië bleven. Ze kregen daarvoor twee jaar de tijd. De meeste van deze mensen kozen ervoor om naar Nederland te gaan. Ze hadden daarvoor verschillende reden. In Indonesië was het oorlog en werden ze beschouwd als onbetrouwbaar. In Nederland was er beter onderwijs en werk. Ook hoopten ze op een beter toekomst voor hun kinderen.
De Indonesiërs die voor het Nederlands bestuur hadden gewerkt of die in het Nederlands leger hadden gevochten zaten met een nog groter probleem. De andere Indonesiërs beschouwden ze als landverraders. De meeste Indonesiërs die in het leger hadden gevochten kwamen van de Molukken. Na de onafhankelijkheid wilden ze terug naar de Molukken. De Indonesische regering verbood dat omdat ze bang was de Molukkers van de Molukken een onafhankelijke staat zouden maken. Daarom haalde Nederland de Molukkers en hun familie maar naar Nederland. Deze Molukkers protesteren nu nog steeds vanuit Nederland tegen de Indonesische regering. Ze willen nu nog steeds dat de Molukken een onafhankelijke staat wordt.
Er waren veel verschillen tussen de bevolkingsgroepen. President Soekarno probeerde hier iets aan te doen. Hij deed dit ook met, de hierboven genoemde, vijf beginselen. De verschillen tussen de bevolking zaten namelijk vooral in die vijf punten. De bevolking geloofde namelijk in allerlei verschillende godsdiensten. De hoofdgodsdienst was de Islam. Daarnaast had je nog het Boeddhisme, het Hindoeïsme en het Christelijk geloof. De Boeddhisten en de Hindoes geloofden in meerder Goden. Volgens de Pantja Sila mocht dit niet. De mensen moesten in één God geloven. Daarom wezen de belangrijkste godsdienstgeleerden één van de Goden aan als oppergod. In werkelijkheid werkte dit systeem niet. De oude godsdiensten bleven gewoon bestaan. In de jaren negentig gaf dit zulke grote problemen dat er ernstige godsdienstige conflicten uitbraken.
Ten tweede was er niet echt een gevoel van nationalisme. Indonesië bestaat uit veel verschillende eilanden, met allemaal verschillende soorten bevolkingen. Daar wilde Soekarno ook iets aan doen. Hij voerde een nieuwe taal in die door iedereen gesproken moest worden. Ook werd er leerplicht ingevoerd. In 1945 was negentig procent van de bevolking analfabeet. Op school werd voortaan uitgelegd wat de Indonesische volkeren gemeenschappelijk hadden en bij geschiedenis werd geleerd over de nationale helden die voor de onafhankelijkheid hadden gezorgd.
Ten derde probeerde hij het verschil tussen arm en rijk te verminderen. Dit lukte echter ook niet helemaal. Zeker nadat Soeharto aan de macht kwam lukte dit niet meer. Soeharto zorgde er juist voor dat er een klein groepje rijke mensen was.
De Indonesiërs meer het gevoel van nationalisme geven lukte dus niet helemaal. De taal en het onderwijs waren echter wel een succes, maar er waren te grote verschillen tussen de mensen. Ook vonden ze dat Java teveel macht had. Op Java werden alle belangrijke beslissingen genomen en de meeste belasting ging naar Java. Op de eilanden buiten Java waren er ook vaak opstanden tegen de centrale regering.

Economie

Na de onafhankelijkheid van Indonesië ging het heel slecht met de economie. De militairen hadden alle Nederlandse bedrijven afgepakt, die daarna helemaal geen winst meer maakten. Daardoor durfden andere landen niet meer te investeren in Indonesië. Ondanks de mensen die weer vertrokken uit Indonesië was er toch nog overbevolking. De klein gebieden die voor landbouw geschikt waren brachten te weinig voedsel op voor de bevolking. Daarom werden er campagnes gevoerd zodat de mensen niet te veel kinderen meer kregen. Ook werden er beter landbouwtechnieken toegepast. Zo kwam het dat er in 1965 een “groene revolutie” uitbrak. Dit hield in dat de landbouw sector genoeg voedsel produceerde voor de gehele bevolking.
Na de overname van Soeharto is er veel veranderd en dat is ook het geval in het opzicht van de economie, want in de economische sector zijn er zeer veel vooruitgangen en verbeteringen geboekt. Soeharto maakte van Indonesië een lagelonenland. Dat was zeer aantrekkelijk voor de internationale bedrijven. Daarom gingen ze weer investeren in Indonesië.
Ook werd de economie van Indië gecentraliseerd en liep zeer goed. Door de hoge winsten van de Indische staatsoliemaatschappij kon de economie zich, ondanks de grote corruptie, toch goed ontwikkelen. De staatsoliemaatschappij was lange tijd goed voor de grootste inkomsten uit de export.
In 1992 groeide het BNP met 6%, per hoofd van de bevolking bedroeg het BNP nu $680, de inflatie liep op tot 8%. In 1993 was het officiële werkeloosheid cijfer 35%.
Het transport tussen de eilanden gaat zowel via de lucht als over het water.
Hout is na, olie en aardgas, het meest belangrijke export product voor Indië.
In 1992 was 15% van de beroepsbevolking werkzaam in de industrie, inclusief de mijnbouw. Na de Aziatische Tijgers kreeg men in Indië meer aandacht voor de ontwikkeling van een eigen technologie. Zo ontstonden er onder andere de nationale vliegtuigindustrie, de hoogovens en staalfabrieken, scheepsbouw, auto-industrie en een fabriek voor spoorwegmaterialen.
De belangrijkste industriële tak is de olie- en aardgaswinning en hun verwerkingsindustrie. In de negentiger jaren was de olie goed voor 40% van de jaarlijkse export inkomsten. Andere belangrijke mineralen zijn tin, steenkool en ijzererts.
In 1992 was 32% van de beroepsbevolking werkzaam in de dienstsector die bestaat uit handel, transport, communicatie, financiën, overheid en toerisme.
Doordat het zo veel beter ging met Indonesië kregen ze meer geld voor ontwikkelingshulp. Soeharto leende alleen heel veel van het buitenland. Met dit geld kon hij de economie nog meer stimuleren. Zo leek het goed te gaan met Indonesië. Al het geld dat verdient werd kwam bij een klein groepje mensen terecht. De overige bevolking bleef dus gewoon arm.
Vanaf 1985 ging het slechter met Indonesië. Ze verdienden minder en leenden meer. Zo kwam het dat in 1998 de economische crisis uitbrak die leidde tot het aftreden van Soeharto.

Cultuur

Na de dekolonisatie leefden alle bevolkingsgroepen tientallen jaren lang samen zonder ruzie te maken. Ze waren er trots op dat ze een voorbeeld waren van hoe zo erg verschillende culturen zo goed konden samenleven. Maar dat is nu niet meer zo. Er zijn veel geweldsuitbarstingen die weer ontstaan zijn uit een grotere golf die zich heeft verspreid over het oosten van Indonesië. Waar moslims en christenen ooit vreedzaam langs elkaar leefden, en nooit ruzie hadden over de godsdienst of afkomst haat iedereen elkaar en plegen ze aanslagen. Ze slachten elkaar letterlijk af. Op de Molukken brak eind januari 1999 een strijd uit tussen de moslim en de christenen: bij de gevechten werden duizenden mensen gedood en een half miljoen mensen verloren hun huis. Niemand weet waarom dit nou precies was begonnen. Niet alleen op de Mollukken maar in heel Indonesië zijn er gevechten omgodsdiensten. Maar hoe het kan dat er opeens alleen maar haat is terwijl er daarvoor nooit ruzie was weet niemand. Drie jaar na het instorten van de economie en het einde van het 32-jarige bewind van president Soeharto, is er in Indonesië een religieuze en etnische oorlog die zo hevig is dat zelfs Indonesiërs moeite hebben met het vinden van een verklaring. De val in 1998 van het corrupte regeren maakte de weg vrij voor de eerste democratisch gekozen regering in meer dan 40 jaar. Maar terwijl het volk Soeharto aan de kant zette was er ook niemand meer die het volk in de hand kon houden, en zonder een goede leider is het heel moeilijk om zo veel verschillende bevolkingsgroepen in de hand te houden. Doordat ze elkaar nu constant aanvallen krijg je steeds minder kans dat mensen elkaar gaan vergeven doordat de haat alleen maar groter wordt. Zo kan het er voor zorgen dat Indonesië uiteindelijk uiteenvalt. Het is nooit eenvoudig geweest om de situaties in Indonesië in de hand te houden. De Nederlanders zijn 400 jaar geleden begonnen met maken van een land heel veel verschillende culturen. Na de onafhankelijkheid in 1949 hielden de grondleggers van de nieuwe republiek vast aan de nationale leus ‘Eenheid in verscheidenheid’. Maar er is nooit echt democratisch geregeerd en er was een mengeling van sluwheid en militaire kracht voor nodig om het volk samen te laten leven.

Conclusie

Met Indonesië ing het voor de onafhankelijkheid economisch slecht. De bevolking moest veel belasting betalen en kregen te weinig geld voor hun geleverd producten aan de Nederlanders. Maar hiertegenover stond wel dat Nederland veel geld kreeg voor de specerijen die ze voor veel te weinig geld van de Indonesiërs hadden gekocht, van dat geld zagen de Indonesiërs alleen niet veel.
Niet alleen economisch ging het slecht met Indonesië. Op andere gebieden ging het ook slecht met Indonesië, zo was bijna negentig procent van de bevolking analfabeet. Ze kregen de laagste posities omdat ze ondergeschikt waren aan de blanke en de half blanke Indo-europeanen. Ze hadden hierdoor geen stemrecht, toen er een volksraad werd opgericht bestond maar een klein gedeelte uit Indonesiërs en maar een heel klein gedeelte van de bevolking mocht stemmen.
Op een gegeven moment gingen de mensen zich hiertegen verzetten. Zo ontstond het nationalisme. De opkomst van het Indonesisch nationalisme zorgde voor spanningen tussen Nederland en Indonesië. De Indonesiërs kwamen er achter dat ze werden onderdrukt doordat ze door het betere onderwijs voorbeelden kregen uit de rest van de wereld. De Nederlandse reactie op het nationalisme was in het begin positief en zag het als een goed gevolg van de ethische politiek. Maar daarna werd de Nederlandse politiek conservatiever en stonden ze niet zo positief tegenover het nationalisme. Later vooral vijandig.
Tijdens de tweede wereldoorlog, toen Japan Indonesië bezette, kwamen de Indonesiërs erachter dat de blanken helemaal niet zo sterk en machtig waren als ze zelf dachten. Japan had ze heel snel verslagen. Het nationalistische gevoel, dat er al was, werd hierdoor nog meer versterkt. Dat gevoel werd ook versterkt doordat de rest van de wereld, met name de Verenigde Staten, Indonesië steunde. Ze vonden het niet kunnen dat Nederland nog een kolonie had. Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. De leiders van de nationalistische beweging, Soekarno en Hatta, maakten hiervan gebruik en verklaarde Indonesië onafhankelijk op 17 augustus 1945.
De Nederlanders zagen dit als een grote teleurstelling. Ze dachten dat Nederland niet zonder Indonesië kon. Daarom hebben ze daarna met de eerste en tweede politionele acties, dus met geweld en oorlog, geprobeerd Indonesië terug te krijgen. Doordat de Veiligheidsraad, en weer met name de VS, hier een stokje voor stak.
In 1949 kwamen Indonesië en Nederland tot een akkoord. Daar stond in dat voor 1 april 1949 Indonesië een federale staat moest worden, met tweederde federalisten en eenderde Republikeinen. Later kwamen er nieuwe onderhandelingen. Tijdens deze onderhandelingen werd afgesproken dat de Republikeinen de guerrilla zou beëindigen en zou meewerken met het handhaven van de vrede. Nederland moest daartegenover het bezette Yogyakarta ontruimen en de politieke gevangenen vrij laten. Nederland had hier echter grote moeite mee.
Na al deze lange onderhandelingen kwamen ze eindelijk tot een akkoord.
Het slot akkoord kwam eind 1949. Nederland zou de onafhankelijkheid van Indonesië erkennen. Indonesië moest daartegen over wel verbonden blijven met Nederland door de Nederlands-Indonesische Unie, waarvan aan het hoofd Juliana zou staan. Zij had echter geen werkelijk macht. Het Nederlandse parlement stemde met tweederde meerderheid voor en de wet werd veranderd.
Op 27 december 1949 werd de akte van soevereiniteitsoverdracht door Koningin Juliana getekend. Vanaf deze dag was Indonesië echt vrij. De eerste president werd Soekarno. Hij maakte van Indonesië een eenheidsstaat. In 1956 werd de Unie opgeheven omdat die toch niks voorstelde.
Nadat Nederland Indonesië onafhankelijk had verklaard ging het niet echt goed met Indonesië. Er was overbevolking, en er werd te weinig voedsel geproduceerd voor al deze mensen. Gelukkig was er in 1965 een “Groene Revolutie”. Dit hield in dat de voor alle inwoners genoeg voedsel werd geproduceerd. Voor de Indo-europeanen was het leven nog zwaarder. Ze werden door de volbloed Indonesiërs aangezien als onbetrouwbaar. Ze moesten ook kiezen of ze in Indonesië bleven of naar Nederland gingen. De meeste kozen voor Nederland omdat ze daar meer kans hadden op een beter bestaan.
Soekarno probeerde met zijn Pantja Sila van Indonesië meer een eenheid te maken. Dit lukte echter niet, de mensen waren te verschillend. Hij kreeg het wel voor elkaar dat er veel minder analfabeten waren in Indonesië doordat hij het onderwijs sterk had verbeterd.
In maart 1966 werd er een staatsgreep gepleegd. Het leger nam de macht over en een van de generaals werd de nieuwe president. Soeharto, de nieuwe president werd op 27 maart 1968 officieel president, toen droeg Soekarno zijn macht over.
Tijdens het presidentschap van Soeharto ging het beter met Indonesië. Hij bouwde de economie weer op en liet de rust terugkeren. Het geld dat werd verdient kwam alleen bij de een kleine groep mensen terecht. Het grootste gedeelte van de bevolking bleef daardoor dus arm. Wel kregen de mensen meer vertrouwen in Indonesië en gingen ze er meer in investeren. Soeharto kon zo veel makkelijker lenen van alle landen. Rond 1985 ging het slechter met Indonesië, daardoor ging hij meer geld lenen. De staatsschuld werd zo hoog dat er een economische crisis uitbrak die leidde tot het aftreden van Soeharto.
Na het aftreden van President Soeharto kwam, op 27 mei 1998, President Habibie. Hij beloofde het land weer helemaal te herstellen. Na Habibie zijn er, tot nu toe, nog twee andere presidenten geweest. De huidige van nu, President Megawati Sukarnoputri, en daarvoor President Abdurrahman Waait.

De onafhankelijkheid van Indonesië was dus aan de ene kant een ramp omdat het daarna slechter ging met Indonesië, maar dit geldt eigenlijk meer voor de Nederlanders die in Indonesië woonden. Voor de Indonesische bevolking werd het eigenlijk juist beter. Ze kregen verplicht onderwijs ingevoerd waardoor ze meer mogelijkheden hadden. Hun inkomen werd er alleen niet veel beter op want, eerst kregen ze niet genoeg betaald van de Nederlanders. Na de onafhankelijkheid kregen ze niet genoeg betaald van de regering in Indonesië. Toch hebben ze na de onafhankelijkheid wel een economische bloeitijd gehad, waar ook de gewone bevolking wat van gemerkt had. Ook kregen ze hun behielden ze hun eigen cultuur. Ze namen niet alles letterlijk van elkaar over, of van het ex-moederland, Nederland. Het was dus eigenlijk meer een zegen dan een ramp.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

D.

D.

Er staat dat Megawati Sukarnoputi de huidige president is, maar dat is Susilo Bambang Yudhoyono.

14 jaar geleden

E.

E.

mooi werkstuk, misschien krijgen we wel een tien.
dat kunnen we wel goed gebruiken

19 jaar geleden

C.

C.

Hai, sorry dat ik je weer lastigval, maar mag ik misschien vragen waar je die informatie vandaan hebt? we moeten een bronvermelding maken dus willen we graag weten waar het vandaan komt, kus Chantal

19 jaar geleden

J.

J.

wat een goede site! Ik heb er veel aan gehad, bedankt!

17 jaar geleden

M.

M.

het was een mooie verslag/werkstuk.bedankt

17 jaar geleden

S.

S.

had er veel aan ! (:
dankjee.

12 jaar geleden

S.

S.

Indonesië schrijf je met een hoofdletter en trema's op de laatste e.

groetjes
sssdsdef

11 jaar geleden

K.

K.

david mischien moet je even kijken waarneer dit stuk is geschreven

9 jaar geleden