De synagoge

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 2e klas vwo | 2447 woorden
  • 23 mei 2001
  • 200 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 200 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
De Synagoge.
De synagoge is de kerk van de joden. De achterkant van de kerk waar de ark staat is altijd naar Jeruzalem gericht. Dat is een van de vele kenmerken van een synagoge. Andere zijn dat hij bolvormig is, wat ook herinnert aan de tempel in Jeruzalem. Boven de ingang staat in het Hebreeuws (de taal van de Joden) een tekst en het bouwjaar. Heel belangrijk is dat tijdens de diensten de mannen beneden zitten en de vrouwen boven, op de galerij. De mannen moeten vanwege hun superioriteitsgevoel een keppeltje op hun hoofd hebben om hen eraan te herinneren dat ze zich moeten onderwerpen aan een hogere macht. Het keppeltje is ook een scheiding tussen hen en JHWH (zo noemen de Joden hun God). Ze zijn in het Hebreeuws op perkament geschreven. Op de Bima worden de Torarollen gelegd.
Boven de deur van de Ark staan de tien geboden. Onder de Choepa wordt getrouwd. De galerij wordt gestut door twaalf pilaren. De sym- boliek daarachter zijn de twaalf zonen van Jacob, de twaalf stammen van Israel. Er brandt ook het eeuwige licht, dat herinnert aan JHWH's aanwezigheid.

Een goed voorbeeld van een synagoge is de in 1672 gebouwde Portugees-Israelische synagoge. Hij is ontworpen door Elias Bouwman in de neoklassieke stijl. Niet een Jood heeft kunnen meewerken aan de bouw. Het was Joden verboden om aan de gilden verbonden te zijn. Gilden waren in de tijd de vakgroepen waarbij je aangesloten moest zijn, wilde je een beroep kunnen uitoefenen. Joden konden dus alleen de zgn. vrije beroepen beoefenen, zoals geldwisselaar.

De banken zijn van yokerandahout gemaakt
De spreuk boven de ingang zegt: Ik treed binnen in Uw Huis dankzij Uw Liefde.
Het Zionisme
Het zionisme is een belangrijke stroming bij de Joden. Deze groep wil terug naar Sion, (Palestina), in hun ogen hun heilige plaats. Het zionistische idee leefde al vanaf het moment dat Jeruzalem verboden gebied werd voor de Joden. Het idee werd nieuw leven ingeblazen door Theodoor Herzel. Hij schreef een boek over zijn droom: een land waar de Joden veilig en vrij konden leven. Hij werd tot het schrijven aangezet door de afschuwelijke jodenvervolgingen in Europa. Veel joden uit Polen en Rusland steunden zijn idee, omdat zij het hevigst vervolgd werden. Maar er waren meningsverschillen over waar het beloofde land moest worden gesticht Ze hebben erover gedacht het in Argentinie te stichten, maar later namen ze het Zionisme steeds letterlijker, namelijk de terugkeer naar Sion. Ook het 'wanneer' vormde een probleem: Sommige orthodoxe Joden geloofden dat ze pas met de komst van de verlosser "Het Beloofde Land" zouden krijgen. Maar de meesten dachten daar anders over. Herzel werd leider van de zionisten. In 1897 was in Bazel het eerste zionisten congres. Jacobus Kann was de enige Neder- lander.
In 1899 werd de eerste Nederlandse Zionisten Bond met de Joodse Koloniale Bank gesticht. Het doel van deze instellingen was geld verzamelen om grond in Palestina te kopen. In 1908 hebben ze de Zionistische Studenten Organisatie opgericht. Van al deze organisaties was nooit meer dan 3% van de Nederlandse Joden lid. Engeland had invloed in het Midden-Oosten, dus de Zionisten zochten daar bondgenoten. In 1917 verklaarde James Balfour de minister van buitenlandse zaken namens de regering dat zijn land mee zou helpen met het oprichtevan de staat Israel. Ze zouden de belangen van de al in Palestina wonende mensen niet schaden. Deze verklaring was heel belangrijk. Het was de zogenaamde Balfourverklaring. Voor die tijd woonden er ook al Joden in Palestina, in Teberias en Jerusalem. Na 1905 kwamen er veel Russische Joden, omdat daar de revolutie was mislukt. Zij stichtten de kibboetsen, een soort dorpen waar alles van iedereen is. Dus gemeenschappelijk bezit. Het was een hard leven, en vele van de nieuwkomers konden dat niet aan en vertrokken. In 1914 woonden er ongeveer 85.000 joden in Palestina en er kwamen er steeds meer bij.

Door de tweede wereld oorlog, (1939-1945) zagen de Zionisten hun gelijk bewezen: Joden waren niet veilig, ze hadden een eigen land nodig. In die oorlog werden 6 miljoen Joden uitgeroeid door Hitler.
Veel overlevenden probeerden alsnog naar Palestina te gaan, maar ze mochten er niet in. Afspraken over samen leven in Palestina met de Arabieren mislukten. Toen heeft Engeland de V.N. gevraagd een besluit over Palestina te nemen. In november 1947 kwam dat besluit: het werd een staat in twee delen; een Arabisch- en een Joods gedeelte. De Arabieren waren het er niet mee eens. Maar op 14 mei 1948 werd de staat Israel uitgeroepen.
Meteen vanaf het begin hadden ze geweldige problemen. De Arabieren die vaak al heel lang in Palestina woonden vonden het natuurlijk niet leuk als er zomaar een Jood kwam die hun land inpikte! Sommige Arabie- ren vluchtten. Anderen bleven. Van degenen die bleven probeerden enkelen met geweld hun eigen terrein te verdedigen.
In 1965 werd de Palestijnse Bevrijdings organisatie opgericht: de P.L.O. waarvan Yasser Arafat in 1969 leider werd. Bombardementen op vluchtelingen kampen, verbanning, volksop- stand; al deze dingen en meer zijn sindsdien gebeurd. Dit probleem staat bekend als het Palestijnse probleen. Heel lang hebben Israeliers en Palestijnen niet met elkaar gepraat. Maar sinds kort komt het overleg van de grond. Er komen nog steeds vluchtelingen naar Israel, want de Joden zien het nog steeds als het beloofde land. De laatste jaren zijn het vooral Ethiopische en Russische Joden. In Rusland is de Jodenhaat, het anti- semitisme, sinds de nieuwe regeringsvorm, weer goed voelbaar. Het blijft bestaan, onder welke regering dan ook.
Een groot Zionist.
Een groot Nederlands Zionist was Abel Herzberg. Hij leefde van 1891 tot 1986. Hij was vanaf zijn jeugd belangrijk in de Nederlandse Zion- bond.
In 1934 werd hij er voorzitter van. In dat zelfde jaar probeerde hij de boodschap van het Zionisme over te brengen in toneelvorm. Dat was geen succes. Hij bleef voorzitter van de bond tot 1940. Herzberg geloofde dat het Zionisme het hart en hoofd van het Joden- dom zijn. Waarschijnlijk bedoelt hij daarmee dat alle Joden eigenlijk het verlangen hebben (hart) en aan de terugkeer naar het beloofde land denken (hoofd). Hij vond ook dat Israel en de Arabische landen dezelfde belangen hebben: Religieus belang- rijke grond. Hij schreef boeken over bijbelse verhalen en over Joden o.a. in Amsterdam.
Teffilien.
Teffilien zijn vierkante zwarte doosjes met erin bijbelteksten op perka- ment Ze worden als een bijelkaar horend paar gedragen; een op het voorhoofd zodat het midden op het voorhoofd hangt, en een rond de linkerhand gebonden zo- dat het doosje in de handpalm ligt. Alle mannen zijn verplicht om ze te dragen onder de dienst. De betekenis hier- achter is dat de gelovige de Tora altijd in gedacht- en heeft, ernaar handelt en dat de Tora hem na aan het hart ligt.
Gebedsmantel.
Vrome Joden dragen in de synagoge een gebeds- mantel. Dit is een rechthoekig, met strepen en vier witte, wollen kwasten , versierd kleed. Die kwasten zitten aan de hoeken en er zit wat blauw draad door. Ze herinneren de drager aan Gods geboden. De strepen herinneren aan het verloren gegane procede om draden kleurig mee te verven. Vrouwen zijn niet verplicht om een gebeds-mantel te dragen, maar doen het soms toch.
Grote verzoendag.
Grote verzoendag, bij de Joden Yom Kippoer genoemd,is een heel belangrijke feestdag voor de Joden. Het wordt gevierd tien dagen voor het joodse nieuwjaar. Toch is het geen echte feestdag want het is een vastendag. Je mag dan dus niet eten en drinken van zonsopgang tot zonsondergang, zodat je alle tijd hebt om over je zonden na te denken en om vergiffenis te vragen aan JHWH. De kerkdienst duurt de hele dag.
Alleen meisjes, jonger dan twaalf en jongens jonger dan dertien hoeven nog niet te vasten. Dat is namelijk de leeftijd dat ze in de Joodse gemeenschap volwassen worden.
Er zijn nog strengere regels voor vasten bij de orthodoxe Joden. Die dragen dan geen leren schoenen, ze wassen zich niet, poetsen geen tanden dragen geen sieraden, ze gebruiken de auto niet, ze kijken geen televisie enz. Allemaal dingen die dus eigenlijk niet nodig zijn, doen ze niet.
Besnijdenis.
Bij de orthodoxe Joden is het gebruik dat een pasgeboren jongetje besneden wordt. Het voorste velletje van de penis wordt er met een mesje afgesneden. Dit gebeurt op de achtste levensdag. Dit betekent voor hen het verbond dat God heeft met de Joodse mannen. De besnijdenis heeft ook een hygienische reden. Als je terug gaat naar het ontstaan van deze ge- woonte dan kom je bij Abraham, de stamvader van de joden. Hij was degene die voor het eerst kontakt had gehad met JHWH waarvan hij deze boodschap kreeg: "De voorhuid moeten jullie wegnemen als teken van het verbond tussen mij en jullie."
Vroeger werd de besnijdenis uitgevoerd door de vader, in een enkel geval door de moeder. Tegenwoordig wordt het gedaan door een Mohil, of een arts. Het kind zit altijd op de schoot van een van de ouders. De ingreep doet bijna geen pjin en de wond geneest heel snel.
Net als bij de Pesach maaltijd wordt er een stoel vrijgehouden bij de besnijdenis waarop de profeet Elia plaats kan nemen. Het is een dubbele stoel; rechts zit een van de ouders, links blijft leeg.
Geschiedenis in Brons en Glas.
Vlakbij de Portugeese synagoge staan twee monumenten die ons herinneren aan wat de Joden in de tweede wereldoorlog is aangedaan. Er staat een bronzen beeld en er ligt een glazen plaat. Mari Andriessen maakte in 1952 het bronzen beeld 'De Dokwerker'. Het staat op het Jonas Daniel Meijer plein, ter herinnering aan de februariestaking van 1941. Toen staakten veel Amsterdamse arbeiders uit protest tegen de eerste razzia's. Een razzia is het in grote getale oppakken van mensen die niets hebben gedaan.
De aanleiding van die eerste razzia's op 22 en 23 februari was een relletje tussen Joodse verzetstrijders en de Duitse Grune Polizei. De jongeren kwamen vaak bijeen in ijssalon "Coco". Die populaire ijssalon werd gerund door Joden. De jongens hadden een verzetsgroep gevormd en ze hadden wapens gemaakt, waaronder een houder met amoniacgas. Toen op 19 februarie de Grune Polizei in de salon kwam, werden ze daarmee bespoten. Het Duitse antwoord kwam meteen. De eigenaar van de salon werd gearresteerd en dat niet alleen; er kwamen razzia's. De Amsterdamse arbeiders pikten dat niet.
Ze zagen wat er met hun Joodse stadsgenoten gebeurde en ze vertikten het om te werken. Aan de haven was dat voor de Duitsers het ergst want daar kregen ze veel spullen aangevoerd. Het waren vooral de havenwerkers waaronder de dokwerkers (een dok is een reparatiewerf voor schepen) die het hardste meededen. Maar ook toen kwam het Duitse antwoord snel; er werd geweld gebruikt en de stakers werden naar concentratie kampen afge- voerd.
Elk jaar op 25 februarie komt er een grote groep mensen naar het beeld van de dokwerker, niet alleen om wat er gebeurd is te herdenken, maar ook om te waarschuwen tegen nieuw raccisme.
Het tweede monument is het glazen Auschwitz- monument.
Het is gemaakt door de schrijver/beeldhouwer Jan Wolkers en is geplaats in het Wertheimpark. Het bestaat uit zes grote kapotte spiegels. De gedachte erachter is dat sinds in het Auschwitz- kamp zoiets gruwelijks als het uitmoorden van een volk mogelijk was, de hemel nooit meer ongebroken weerspiegeld zal worden. Er is iets weg, geknapt! De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn.
De herinnering is iets wat we altijd mee zullen moeten dragen. Het monument is al voor de onthulling in het nieuws geweest De doorzichtige platen die de gebroken spiegels afdekken waren stukgeslagen. Men was bang dat het door antisemitisten gedaan was. Anti-semitisten zijn mensen die tegen de Joden zijn. Maar het was gedaan door een ontstemde ex-werknemer van het bedrijf dat het materiaal voor het monument had geleverd. Gelukkig maar!
Geschiedenis van de Joden in Amsterdam.
Hoe kwamen de Joden in Amsterdam terecht? Om dat te weten te komen moeten we een heel eind in de geschiedenis teruggaan; naar het jaar 70. Toen kwamen de Joden in opstand tegen de Romeinen. De opstand werd onderdrukt. Als straf ging hun tempel in vlammen op. Zestig jaar later kwamen ze weer in opstand. Toen wilden de Romeinen er echt voor eens en voor altijd een einde aan maken; ze bouwden op voor Joden heilige plaatsen in de stad, hun eigen tempels. Maar, nog veel erger, Jeruzalem werd verboden gebied. Jeruzalem was hun religieuze centrum en nu waren ze het kwijt. Vele Joden kwamen via Noord-Afrika in Spanje en Portugal terecht. Anderen gingen noordwaarts, naar Rusland en Polen. Eerst waren de Romeinen de vijand. Maar later kregen ze het christendom tegen zich omdat ze Jezus vermoord zouden hebben. In de middeleeuwen waren ze vaak zondebok voor rampen. Ze hadden niets gedaan, maar werden toch vervolgd. De Joden moesten een gele vlek (in de tweede wereldoorlog werd dit de Davidsster) dragen en in aparte wijken bij elkaar gaan wonen, de zgn. ghetto's. In het Spanje van de dertiende eeuw werd het helemaal erg. De joden hadden de keus: christen worden of op de brandstapel. Velen werden van buiten christen, maar bleven van binnen jood. Ze werden de Maranen genoemd. Op 31 maart 1492 vaardigde Koning Ferdinand een decreet (een bevel) uit, dat inhield dat alle niet bekeerde Joden voor 1 juli het land uit moesten. De R.K. kerk had zelfs een speciale rechtbank opgericht; de Inquisitie, die moest controleren of de joden wel echt bekeerd waren. In 1538 ging die zich ook met Portugal bemoeien. Veel Joden vluchtten per boot naar Turkije, Venetie, Marokko, of over land naar Antwerpen. Toen ook die stad nietmeer veilig was, vluchtten ze verder naar het noorden. Zo kwamen deze Sefardische uit Spanje en Portugal afkomstige Joden in Nederland terecht. Dat heette toen nog de Republiek der Verenigde Nederlanden en het was in opstand tegen Spanje. Ze waren de eerste Joden die naar Amsterdam kwamen en ze waren erg welkom. Ze waren net als de Nederlanders tegen de Spanjaarden en de R.K. kerk. Ze mochten gaan wonen in een gebied aan de overkant van de Amstel. Daar kwam de eerste Jodenwijk van Amsterdam, maar het was geen ghetto!! Het heette de Vlooienberg, omdat het gebied regelmatig onder water liep (vloeide). Nu is daar het Waterlooplein, het Muziektheater en het Stadhuis. De Portugese Joden waren bijna allemaal rijk. Dit in tegenstelling tot de Aschkenasische Joden die uit Oost Europa kwamen en meestal arm waren. De Porugese Joden hebben hun steentje dik bijgedragen aan de economische ontwikkeling van Amsterdam. Ze konden makkelijk aansluiting vinden bij onze kultuur. Hun namen zie je ook nog in Amsterdam: Mirandabad, Sarphatiestraat en -park, en de apotheek van De Castro bijvoorbeeld. En kijk maar eens op een briefje van duizend; Spinoza! De Joden voelden zich zo thuis in Amsterdam dat ze de stad de naam van Mokum gaven, de naam in het Hebreeuws!
Tot de tweede Wereld- oorlg uitbrak.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

Het is grappig om te zien hoe wij het als mensheid als vanzelfsprekend ervaren om steeds weer dezelfde aannamen te herhalen ten aanzien van allerlei "historische" gebeurtenissen waarvan kennelijk niemand zich afvraagt of die wel echt zijn gebeurd zoals wij ze moeten leren op school. Het zionisme voorstellen als iets geweldigs is daar een voorbeeld van. Het geeft aan hoezeer ook wij niet vrij zijn in die zin dat we gemanipuleerde informatie moeten herhalen omwille van "hogere" belangen.

10 jaar geleden