De middeleeuwen

Beoordeling 3.9
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas havo | 810 woorden
  • 19 juli 2001
  • 129 keer beoordeeld
Cijfer 3.9
129 keer beoordeeld

Middeleeuwse ridderverhalen.

In de late Middeleeuwen kende men negen grote helden, de Negen Besten. Daartoe behoorden 3 heidense helden, 3 christenridders en 3 Joodse helden. Twee christenridders zijn erg bekend gebleven; Arthur en Karel de Grote.
Karel de Grote regeerde van 768 tot 814 en was een Frankische keizer. De Brits-Keltische koning Arthur leefde zo rond de 5e/ 6e eeuw, er werd veel over hem gefantaseerd.
Ridderverhalen kunnen we plaatsen in de 12e eeuw. Een voorbeeld: karelromans. Deze bevatten natuurlijk verhalen over Karel de Grote, die geïdealiseerde voorbeelden van ridders gaven.

In de loop van de 12e eeuw werd het een eer om ridder te zijn en het adellijke gezag werd versterkt. Er kwamen ook nieuwe gedragsidealen die worden samengevat als "hoofsheid".
In de Arthurromans worden niet alleen vechtende ridders beschreven, maar ook ridders die zich hoofs weten te gedragen. Een voorbeeld daarvan is "Moriaan", waarin Moriaan een lesje in hoofs gedrag krijgt.
Oude ridderverhalen vormen een hedendaagse inspiratiebron, er zijn verhalen, strips en speelfilms over gemaakt.
De populariteit is te verklaren, door de spanning, humor en fantasie die daar in zit.

Vorstelijk vermaak.

Veel middeleeuwse boeken zijn verloren gegaan door branden in de bibliotheek, door natuurrampen en door oorlogen. Pas in de 19e eeuw ging men er aandacht aan besteden wat er uit de Middeleeuwen bewaard was gebleven. Ondanks dat veel verloren is gegaan, menen de kenners toch een beeld te kunnen vormen van die tijd. Vaak moeten ze werken met verminkte fragmenten of met een bewerking uit een latere tijd.

In de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag wordt een zogenaamde Lancelotcompilatie bewaard, die 10 Arthurromans bevat. Hoewel de bezitters uit hoge adellijke kringen kwamen, is het geen uitzonderlijk mooi boek. Er ontbreken bijvoorbeeld versieringen en miniaturen en het handschrift is niet mooi.
Het onderzoek en de reconstructie van de oude handschriften lijkt erg veel op wat de makers ervan leverden; Monnikenwerk noemen we dat.
Met de ondergang van het Romeinse Rijk werd ook de schriftcultuur
van het Romeinse Rijk weggevaagd. Alleen in de kloosters werd die kunst nog beoefend. Monniken bestudeerden daar de bijbel. De taal die daarbij van toepassing was was Latijn, terwijl de volkstaal Romaans was.
Het schrijven liet men vaak aan de ondergeschikten over. Voor de adel werd het ook noodzakelijk om te kunnen lezen. Karel de Grote liet het schoolsysteem gelden vanuit de kloosters, omdat behoorlijke opleidingen nodig waren voor een goed bestudeerd rijk. Ook kooplieden hadden behoefte aan scholing voor het vastleggen van transacties, schrijven van brieven en het bijhouden van boekhouding. Daardoor werd het schrift steeds meer ingeburgerd. De waarde van boeken in de Middeleeuwen wordt het best geïllustreerd door een opmerkelijke gebeurtenis. Daarin zie je hoe belangrijk de boeken waren en men pronkte er mee.
Een belangrijke schrijver uit ons taalgebied is Jacob van Maerlant. Over zijn levensloop zijn weinig dingen zeker. Wat wel zeker is, is dat hij in de adellijke kringen rond de Hollandse graaf Floris V  moet hebben vertoefd. Zijn beroemde geschiedeniswerk 'Spiegel historiaal' is aan Floris opgedragen. Het is een beschrijving van de wereldgeschiedenis.
Ridderverhalen horen thuis aan het hof. Adellijke toonden hun grootheid graag door vertoon van rijkdom en vrijgevigheid. Ze hadden ook belangstelling voor historische en eigentijdse kronieken. Deze leverden niet alleen plezier in tijdverdrijf op, maar was belangrijk voor de denk- en leefwijze van de adel. De historische kronieken beschreven heldendaden van roemruchte geslachten.


Monnikenwerk.

Tot de 12e eeuw werd het produceren van boeken alleen gedaan door monniken. Daarna werden er buiten kloosters werkplaatsen gevormd voor het afschrijven en illustreren.
Tot de 13e eeuw werd er voor geschreven boeken (manuscripten) perkament gebruikt. In de 13e eeuw werd er geleidelijk aan papier gebruikt (vezels van linnen (lompen), arabieren leerde het van chinezen).
Perkament werd gemaakt van dierenhuiden (meestal schapen), die na een kalkbad werd schoongeschraapt, gespannen en gedroogd. Daarna werden ze gesneden en gevouwen.
De kopiisten gebruikte een ganzenveer als pen en de inkt werd bereid uit gal, roet en arabische gom. Fouten konden met een mesje weggekrast worden en het perkament werd met een puimsteen weer glad gemaakt. De kopiist hield ruimtevrij voor gekleurde, versierde letters en opschriften die met rode inkt werden aangebracht door een rubricator ('roodmaker').
De kostbare illuminator ('verlichter') verzorgde grote letters/ miniaturen.
Vellen werden door de binder aaneengeregen met touw en van een  leren/ perkamenten band voorzien, die met boomschors werd verstevigd. Ateliers waar de miniaturen verzorgd werden waren o.a. te vinden in Brugge en Utrecht.

Karel de Grote.

Karel de Grote regeerde van 768 tot 814. Tijdens die periode wist hij het Frankische rijk tot bloei te brengen, door de onderwerping van de Friezen, Saksen, Longobarden, Beieren en Avaren. De omvang werd groot, dus had het rijk een band nodig om een eenheid te vormen. De band vond men in het christendom. (Dit leidde wel tot vermenging van kerkelijke en wereldlijke macht, waardoor kerkelijke leiders een rol gingen spelen bij de uitoefening van machtspolitiek.)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.