Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

de Middeleeuwen

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • groep 7 | 2255 woorden
  • 25 april 2004
  • 282 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 282 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
1. Een oud rijk verdwijnt

De middeleeuwen liep ongeveer van de 5e tot de 15e eeuw na Chr. De middeleeuwen begon door de plundering van Rome en de val van het Romijnse Rijk. De Romeinse manier van leven verdween niet onmiddellijk, maar de manier van samenleven veranderde al snel.

Het Romeinse Rijk breidde zich in het begin van de 1ste eeuw uit van Europa tot aan Noord-Afrika, Palestina, Syrië en klein Azië. De volken van de landen die Romeins Rijk waren geworden namen na een tijdje de Romeinse gebruiken over. De aanleg van wegen, steden, forten,villa’s en van de Romeinse wetgeving, gebruiken, taal en kennis zorgde ervoor dat de verspreiding van de Romeinse levensstijl mogelijk was.

De strooptochten van Germaanse stammen deden het gezag van de Romeinen wankelen. Er begon een nieuwe manier van leven te ontstaan. Voor sommige stammen was oorlog voeren een onderdeel van bestaan. Krijgers leefden in een groep onder leiding van een hoofdman. Elke krijger wilde roem krijgen in de strijd. Door hun rooftochten konden de romeinen de orde niet meer handhaven. De samenleving moest anders worden ingedeeld.


Het leven veranderde. Sterke leiders beschermden mensen. In ruil daarvoor verlangden de leiders hun diensten. Veel mensen zochten bescherming. Er ontstond een samenleving waarin trouw aan je leenheer centraal stond. Zo ontstond de middeleeuwen, wat ook wel feodalisme wordt genoemd.

De mensen in de middeleeuwen leefden in een heel andere maatschappij dan wij nu. Bovenaan stond een hertog, prins, koning of keizer. De mensen dachten dat zij het recht van God hadden gekregen om te heersen. Als edelen beloofden de vorst te steunen en voor hem te vechten, gaf hij ze bijzondere rechten. In ruil voor bescherming en land beloofde, een ridder voor een edelman te vechten.

Een machtige edelman kon de troon opeisen als een koning onrechtvaardig regeerde. Als een edelman zich niet aan zijn woord hield had een ridder geen verplichtingen aan hem meer.
Het feodale systeem brokkelde in de loop van de middeleeuwen steeds meer af. Want dat was afgesteld op land maar geld werd steeds belangrijker. Om oorlog te voeren had een koning geld nodig. Daarom leenden ze het van bankiers, die al snel rijker werden dan de koning.
Arme mensen hadden weinig rechten. Zij moesten het land bewerken en mochten het dorp niet verlaten. Ze moesten een deel van de oogst afstaan aan hun landheer, die hen in ruil daarvoor beschermde.

2. Het gezin


Als je in middeleeuwen leefde kon je meestal niet zelf uitmaken met wie je trouwde of wat voor opleiding je kreeg. Het lag er aan uit wat voor een stand je kwam en het was moeilijk om te zorgen dat je iets anders kon doen dan het werk van je stand. Het leven van een boerengezin was heel anders dan dat van edelen en ridders.

Als er een baby werd geboren, werd het kindje meteen gedoopt omdat baby’s vaak door ziektes al binnen een paar dagen stierven. Ouders waren streng voor hun kinderen. Vanaf je 10e jaar werd van je verwacht dat je volwassen was. Kinderen uit arme gezinnen moesten helpen bij het verdienen van het brood. Kinderen van edelen werden bij een andere familie gebracht om daar opgeleid te worden.


De achternamen van edele families waren vaak ook de namen van hun landgoed, zoals van Bourgondië.
Arme families hadden hun werk als achternaam zoals Molenaar of Smid, of de naam van hun woonplaats, zoals van Nuenen
Sommige mensen stonden bekend als iemands zoon of dochter, zoals Janszoon of Simonsdochter.

Als vrouw in de middeleeuwen had je weinig over je eigen leven te zeggen. Boerenvrouwen werkten meestal op het land van een heer, die vaak ook besloot wanneer een vrouw mocht trouwen. Vaak mochten zij alleen trouwen met iemand van het zelfde landgoed. Maar heel weinig vrouwen kregen onderwijs, soms leerden de dochters van een ridder lezen.

Rijke ridders hadden veel mensen in huis. Iedereen wilde in dienst komen bij een rijke ridder en als je aangenomen werd was dat een hele eer. Sommige mensen zagen het als een manier om rijk te worden. Trouwe bedienden van rijke edelen kregen als beloning weleens kleren, kostbare oorlogspaarden of andere dingen. Er liepen nog meer mensen in zo’n huishouden rond: narren, kunstenmakers en reizigers die om een dak boven hun hoofd hadden gevraagd. Er waren ook nog bedienden, koks, stalknechten, valkeniers en nog veel meer personeel.
Bij de armen ging het leven er heel anders aan toe. Arme mensen moesten vaak maar zien of zij genoeg te eten hadden. Zij konden er niet zoveel mensen bij hebben. Veel arme gezinnen hadden vaak niet genoeg te eten. Als je wilde trouwen moest je eerst weten of je wel je gezin genoeg te eten kon geven. Het hele gezin sliep in 1 kamer.

3. De kleding


In de middeleeuwen kon je aan de kleren zien of iemand arm of rijk was. Boeren droegen eenvoudige kleren, maar rijke stadslui kleedden zich veel mooier. De kleren van edelen werden van de mooiste stoffen gemaakt en versierd met edelstenen.

De arme mensen sponnen en weefden hun kleren zelf. De mannen droegen kleren tot boven hun knie, met daaronder een soort middeleeuwse maillot of beenkappen. Over hun hoofd droegen zij een soort kapuchon. Vrouwen droegen een soort lange jurk.
Kinderen zagen er hetzelfde uit als de ouders.

De kleren van de arme mensen hadden niets met de mode te maken maar de kleren van de rijke mensen wel. Mode was in de middeleeuwen voor de rijken heel belangrijk. De rijken kleedden zich modieus en duur om indruk op elkaar te maken. Als er een bijzondere gelegenheid was sierden zij zich met juwelen, gouden kettingen en kleurige kleding.

Elke kleur had een andere betekenis:
Blauw: ik ben verliefd
Geel: ik ben boos
Grijs: ik ben verdrietig

In de vroege middeleeuwen kleedden ook de rijken zich eenvoudig. Maar na 1100 begon de mode een steeds grotere rol te spelen. Hoeden, schoenen, kapsels, kleren en jassen speelden een grote rol in de mode.
In de 13e en 14e eeuw werden werd afwijkende kleding verboden, maar de meeste mensen trokken zich daar weinig van aan.

4. Vrije tijd


Voor veel mensen zat er weinig verschil tussen werk en vrije tijd. Vrije tijd diende niet alleen voor het vermaak maar ook om eten op tafel te krijgen of om zich voor te bereiden op een oorlog

Voor de allerarmsten stond vrije tijd net als het werk in het teken van de landbouw. In oogsttijd gaf de heer grote feesten om zijn arbeiders te belonen. Als het graan was opgeslagen volgden er meer feesten. Er waren dan wedstrijden, zoals wie het meeste gras of stro kon tillen op het handvat van een sikkel. Er werd als prijs varkens, stro en hout uitgeloofd.
Ook was er nog het stropen. Boeren jaagden op konijnen, herten en vogels.

In het dorpsleven speelden spelletjes en dans een belangrijke rol. Sporten zoals hockey, voetbal en worstelen deed men op veel plaatsen. Er waren minder regels dan nu, en daardoor was sport wel wat ruiger dan tegenwoordig. Er werden vaak dansfeesten met fluit- en vioolmuziek op kerkhoven gehouden. Op 1 mei vierde men met allerlei oude gebruiken zoals dansen rond de meiboom.

Het toernooi en de jacht waren de favoriete hobby’s van een ridder. Deze bezigheden waren net als bij de armen voor een functie bedoeld. De ridders trainden voor de oorlog. De eerste toernooien werden opgezet als een veldslag tussen groepen ridders. Het werd erg populair. In de 12e eeuw kwamen er ridders uit heel Europa op een toernooi af. Er waren prachtige prijzen te winnen, zopals kostbare oorlogspaarden, wapenuitrusting of een geldprijs.

Iedereen had vrij op heiligendagen. Deze dagen werden gevierd met speciale festiviteiten. Heiligendagen waren vaak een mooie gelegenheid om kermis te houden. De kermis bood veel amusement.

5. Middeleeuws eten

In de middeleeuwen hadden de mensen andere eetgewoonten dan nu. Bijna iedereen die op het platteland woonde verbouwde zijn eigen voedsel en soms stond men op de rand van de hongersnood.
Het menu van de rijken was uitgebreider. Feesten waren belangrijk in het dagelijks leven.

In de middeleeuwen gebruikte men vooral sterke kruiden en specerijen zoals peper, kaneel en komijn. Dit deden zij vooral om de smaak van bedorven voedsel tegen te gaan. Deze specerijen werden uit het Oosten gehaald en waren heel erg duur.
Om het eten een kleurtje te geven werd bijv. saffraan (gele kleur) of peterselie (groene kleur) gebruikt..
Er bestonden niet veel gemakkelijke manieren om voedsel goed te houden.
Het meeste vlees werd gerookt of gezouten, zodat het langer goed bleef. Groenten werden gedroogd of ingemaakt.

Ook de jacht bracht eten op tafel. Voor een middeleeuws banket konden zwaan, reiger, pauw, walvis, bruinvis of zangvogeltjes op het menu staan. Dit eten was alleen voor de rijken.

De armen hadden een veel eenvoudiger menu.
Voor de armen bestond de maaltijd vaak uit kool, prei, ui of andere groenten, havermoutpap en een paar hompen brood.

De armen verbouwden zelf hun eten en zij moesten een deel van het voedsel aan de heer van het land waarop zij woonden geven. Dit was een soort huur, alleen in goederen in plaats van geld. Het was niet makkelijk om voedsel te verbouwen. Vooral in de winter hadden zij het zwaar. Soms was er hongersnood. In het begin van de 14e eeuw mislukte de oogst een paar keer. Er braken veel ziektes uit onder het vee en de armen hadden het heel moeilijk. Hun weerstand werd steeds slechter en veel mensen stierven door honger en ziekte.
Een belangrijk onderdeel in de middeleeuwen waren feesten. Elk jaar werd er een feest georganiseerd door de landheer voor het binnenhalen van de oogst. De landheer bood ook bij andere gelegenheden wel eens een feestmaal aan. Dit kon bestaan uit brood en bier of een gerecht met vlees en erwten. In kastelen werden regelmatig banketten gehouden. Welke plaats je kreeg aan tafel hing van je stand af.

Monniken en nonnen hielden hun maaltijden eenvoudig. Zij lieten het luxe eten staan om te laten zien dat zij geen waarde hechtten aan normale dingen. Soms aten zij niet om hun geloof, dit heet vasten. Soms werd het eten veranderd om godsdienstige redenen: een goede katholiek at op vrijdag geen vlees.

6. Kunst en onderwijs


Veel kunst werd in de middeleeuwen in opdracht van de kerk gemaakt. Ook het onderwijs was bijna alleen gericht op de behoeften van de kerk. Later gingen de kunst en onderwijs los van de kerk.

De kerk had invloed op de meeste kunst. Er werden bijvoorbeeld veel schilderijen en beelden van Jezus en andere heiligen gemaakt. Veel kerken werden mooi ingericht.

Onderwijs was er bijna alleen voor mannen die geestelijke wilden worden. Een paar koningen zetten zich in voor de verbetering van het onderwijs. Maar hun plannen hadden geen succes. Het onderwijs werd pas in de 13e eeuw voor meer mensen toegankelijk. Aan veel kathedralen en kloosters kwam een school. De leraren waren monniken en priesters en er werd lesgegeven in het latijn. In sommige landen waren scholen die niet van de kerk afhankelijk waren. Zij gaven bijvoorbeeld ook rekenvakken.

7. Ziekte en geneeskunst


Ziektes waren in de middeleeuwen heel erg. De verspreiding van ziektes, zoals de pest kostte duizenden mensen het leven. De geneeskunde kwam in de middeleeuwen heel langzaam tot ontwikkeling.

Een deel van het dagelijks leven waren ziektes. Veel ziektes konden niet genezen worden. Een van die ziektes was lepra. De melaatsen moesten verplicht bij elkaar wonen.
Soms maakten de mensen wetten om te zorgen dat naar de stad gaan verboden was. Soms werden er huizen gebouwd een flink eind van de stad vandaan waar de melaatsen konden leven.
Iedereen was doodsbang voor melaatsen.
Andere ziektes die in die tijd nog niet konden worden genezen waren de mazelen, tuberculose, dysenterie, de pokken en roodvonk.

De builenpest was de meest gevreesde ziekte. De pest werd ook wel de Zwarte Dood genoemd. De pest kwam via handelsroutes binnen en brak in 1347 uit in Italië. De ziekte verspreidde zich razendsnel. Overal brak paniek uit en duizenden mensen stierven. Aan de pest stierf zo’n 20 tot 40% van de bevolking. De pest werd overgebracht door ratten en vlooien. Mensen die de pest hadden kon je herkennen aan builen op hun lichaam.

Mensen probeerden zieken te helpen met spreuken. Dit deden ze overal in Europa Veel dokters gebruikten kruiden om de zieken te genezen, zoals smeerwortel en duizendblad.
De studie aan het menselijk lichaam was een belangrijke ontwikkeling. In de Italiaanse stad Bologna werden dode lichamen onderzocht. De mensen kregen door het onderzoek van dode lichamen een steeds beter inzicht van het lichaam.

De hygiëne in de middeleeuwen was erg slecht. Hierdoor kon de pest zich ook zo snel verspreiden. De dokters kwamen er pas in de 19e eeuw achter dat hygiëne en gezondheid veel met elkaar te maken hadden. Afval, uitwerpselen en andere rommel werd op straat gegooid.

8. Het einde van de middeleeuwen


Er veranderde langzaam maar zeker veel dingen in de middeleeuwen. De samenleving begon onder druk van nieuwe dingen te veranderen.

De kerk zei in de middeleeuwen bijna alles over hoe je moest leven, maar de kritiek op de kerk groeide. Dat de paus over veel dingen de macht had, vonden veel mensen niet goed. Ze wilden zelf beslissen over dingen zoals onderwijs, politiek en godsdienst, inplaats van dat de kerk de kerk alles besliste. Door al deze nieuwe ideeën verdween rond de 15de eeuw de middeleeuwen en begon de Renaissance.

Bronvermelding

1. De middeleeuwen
geschreven door Sara Howarth

2. Leven in de middeleeuwen kastelen
geschreven door Philip Steele

3. Het beste boek over ridders
geschreven door Philip Steele

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

oké dit is echt niets waar ik iets mee kan

9 jaar geleden

M.

M.

wat deden ze op de feesten

7 jaar geleden

G.

G.



Erg interessant bedankt lieve schat erg knap voor zon jong iemand dit !

3 jaar geleden

J.

J.

Ik doe mijn werkstuk over de Middeleeuwen en dit vind ik een goed voorbeeld, maar ik vind het jammer dat er geen voorwoord is.

5 jaar geleden

H.

H.

ik kan hier niet iets mee want het is lol

3 jaar geleden