De Franse revolutie

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 2760 woorden
  • 6 juni 2001
  • 711 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 711 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inleiding.
We moesten voor geschiedenis een scriptie maken over het onderwerp: De Franse Revolutie.
Onze onderzoeksvraag is:
Wat is er bijzonder aan Frankrijk, aan het eind van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw?
Deze deelvragen gaan wij in onze scriptie behandelen:
· De opbouw van de Franse bevolking/ De drie standen
· Waar leefden de mensen van?
· De rol van de kerk in het leven van de Fransen
· De verlichting

· De Franse Revolutie
· Napoleon
· Lodewijk XIV
· Lodewijk XVI
1.De opbouw van de franse bevolking/ de 3standen
De opbouw van de Franse bevolking was goed te zien want er werd veel onderscheid gemaakt in 3 standen tussen armen en rijken. Zo was de Franse bevolking opgebouwd in 3 standen
· De 1e stand: de Geestelijken
· De 2e stand: de Adel
· De 3e stand: deze bestond uit artsen, fabrieksdirecteuren winkeliers enzovoort.
Je zou denken dat de 3 standen bestond uit de 1e stand rijken de 3e stand de armen en de 2e stand de mensen er tussenin maar dat is niet zo want, dit is maar een klein gedeelte van de Franse bevolking. De rest bestond uit boeren en armen. De financiële toestand en de geestelijken en de adel hadden dan ook alles voor het zeggen. Deze mensen hoefden dan ook heel weinig belasting te betalen. De 3e stand en de rest had dan ook niets te zeggen. Ze moesten dan ook veel belasting betalen. Als een stad een koning had dan had die koning alles voor het zeggen en had hij drie wetten; de wetgevende macht (de macht om wetten te bedenken en vast te stellen), de recht sprekende macht(de macht om te oordelen over mensen die de wet over treden hadden en wie er voor de rechtbank. Moest verschijnen), en als laatste de uitvoerende macht(de macht om besluiten en wetten uit te voeren). Dit noemde ze toen het absolutisme. Tegen zulke toestanden kwamen de 3e stand en de rest(boeren en armen), in opstand.
Maar doordat de mensen zoveel onderscheid maakten tussen de mensen was de overlevingskans voor de armen en de boeren veel kleiner want als er hongersnood was dan hadden de armen en de boeren het moeilijk want die hadden te weinig geld om wat te kopen, maar als de oogst dan ook nog was mislukt dan ging het helemaal fout, want dan gingen ze gewoon dood van de honger. Maar later werden de mensen gelijk aan elkaar.

2.Waar leefden de mensen van?
Frankrijk had meer boeren dan rijke mensen in een stad. Het verschil was groot tussen rijk en arm. Het leven voor de boeren op het platte land was saai en elke dag was keer op keer hetzelfde, want de boeren en de mensen hadden ook niks om zich te vermaken ze hadden geen radio, tv, krant enzovoort. En ook geen licht om s'nachts aan te doen. Daarom staken ze een kaars aan voor het slapen gaan. Maar als ze een krant of tekst wilden lezen hadden ze er ook niets aan want ze konden niet lezen in die tijd. Alleen de mensen die geld hadden om te leren lezen. Maar mensen zonder geld konden niet leren lezen. Maar als er iemand beter kon lezen waren dat de mannen, want de mannen waren beter ontwikkeld dan de vrouwen.
De kerk en de Godsdienst bepaalde het grootste gedeelte van hoe de mensen moesten leven. Ook de kerkelijke feestdagen bepaalde een groot deel van het leven van de mensen(Kerstmis, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren enzovoort). Maar al die feesten waren er meer voor de ontspanning en afleiding op het platteland. In de steden was er meer afleiding voor iedereen. En daar woonden ook meer rijken dan armen. Rijken hadden geld voor ontspanning en afleiding. De rijken hadden ook meer tijd dan de armen(Boeren), want de boeren en de armen moesten hard werken om een beetje geld te verdienen. Maar de rijken deelden hun tijd zelf in, in plaats van dat de kerk dat deed. De rijken luisterden niet eens naar de priesters en pastoren van de kerk. Maar ook door de slechte omstandigheden van de arme mensen lag de levensverwachting van de arme mensen heel laag in vergelijking met de rijken en de Priesters. Maar dat kwam ook grotendeels door dat de arme mensen te weinig geld hadden en een hogere belasting moest betalen dan de rijke mensen.
3.De rol van de kerk in het leven van de fransen.
De rol van de kerk in het leven van de Franse mensen was heel erg belangrijk vooral omdat de kerk bepaalde hoe de mensen moesten leven. Het bepaalde de hele levenswijze van de mensen, er waren dagen dat je geen vlees mocht eten en dagen dat je wel vlees mocht eten en er waren ook dagen dat de mensen moest vasten. En zoals ook bij ons in het dagelijks leven was ook de zondag een rustdag. De trouwplechtigheden werden ook door de kerk geregeld want als de mensen het zelf mochten organiseren dan koste dat de mensen te veel geld want de mensen waren niet echt rijk, als ze wat geld hadden was dat voor hun kinderen of voor eten voor hen zelf. Maar niet alleen de trouwplechtigheden werden door de kerk georganiseerd ook alle feestdagen werden door de kerk georganiseerd zoals Kerst, Pasen enz.
En hier leefden de mensen het grootste gedeelte van. Maar ze leefden niet alleen hiervan. Maar ze leefden ook van het werk dat ze deden. Zoals werken op het platteland en wat het allemaal opbracht daar moesten ze het mee doen, maar omdat het niet altijd genoeg opbracht gebruikten de mensen ook heel veel van de kerk.
4.De verlichting
Vooral in de Franse Revolutie( 18 eeuw) was er veel belang voor nieuwe dingen. De mensen gingen vooral vooruit en gingen geloven in de toekomst ze dachten niet meer terug aan het verleden, ze vonden het verleden maar een verschrikkelijke tijd.
Het denken en werken aan nieuwe verbeteringen noemden ze toen ook wel de verlichting. Alle nieuwe ideeën haalden ze uit oude verhalen en boeken. Een van die boeken was de encyclopedie. Maar de nieuwe ideeën gingen niet over economie, natuur en de politiek. Die nieuwe ideeën zetten ook de mensen aan het denken, dus ze dachten ook over wie er nou veel macht had en wie niet. De mensen vonden bijvoorbeeld: dat de mensen van de eerste, tweede en de derde stand te veel macht hadden en dat de boeren te weinig macht hadden. Maar de mensen dachten ook over het aantal regels en voorschriften, zo vonden de mensen dat er veel te veel regels en voorschriften waren. Ze vonden ook dat er betere wegen moesten komen om de handel uit te kunnen breiden. Kortom de mensen vonden dat de mensen met veel macht niet zo veel moesten regelen en de mensen een beetje hun gang laten gaan, want dan hadden de mensen een beter overzicht met wat er met hun geld gebeurde(belasting). En er zou veel meer welvaart komen. Daardoor werden er ook vragen gesteld zoals: waarom was de welvaart zo oneerlijk verdeeld? En waarom moest de kerk zoveel land bezitten? En waarom moest je belasting aan de kerk betalen?. Om deze vragen en nog meer vragen te beantwoorden werd er een goede welvaart gecreëerd. Zo had dit alles een grote invloed op de Franse Revolutie.
5.De Franse Revolutie
Koning Lodewijk XVI had veel geldproblemen, en hij probeerde op allerlei manieren om aan geld te komen, om de oorlog en andere uitgaven te kunnen betalen. Want hij had een grote staatsschuld. De Koning besloot raad te vragen aan de Vertegenwoordiging van de drie standen van Frankrijk: de Adel, de Geestelijkheid, en de Derde stand. Het was in die tijd iets heel bijzonders dat ze bij elkaar geroepen werden, want absolute vorsten overleggen namelijk niet met de standen; zij overleggen alleen.
De geldproblemen van de koning waren niet het enige wat in Frankrijk mis was. De Franse boeren klaagden over de zware belastingen. De Franse rijke burgerij was ontevreden over de voorrechten van de adel. En de Franse adel was ontevreden over de volledige macht van de Koning.
Zo was er veel te klagen bij de bijeengeroepen raad. Dus liep het niet zo als de Koning gedacht had, de helft van de raad kwam in opstand tegen de koning. Ze noemde zich 'De Nationale Vergadering', en namen de regering over. Ze hadden besloten de grondwet te veranderen en om er voor te zorgen dat de macht van de koning minder werd.
Ook het Franse volk kwam in opstand. En ze bestormden de Bastille (Dat was een middeleeuws kasteel, waarin de koning mensen liet opsluiten).
Door de bestorming liet het Franse volk zien dat ze tegen de absolute macht van de koning waren.
En op het platte land bestormden de boeren de landhuizen en kastelen van de adellijke heren.
De Nationale Vergadering maakte een grondwet; Vrijheid, Gelijkheid en Democratie. Dat werden de belangrijkste grondregels. Maar toch niet iedereen kreeg kiesrecht. De Koning mocht wel blijven, maar hij had geen macht meer. Hij mocht alleen nog maar handtekeningen onder wetten zetten, die door de nationale vergadering zijn gemaakt.
Koning Lodewijk XVI had een plan. Zijn plan was om naar het buitenland te vluchten, in burger kleding. Zijn plan mislukte, hij werd onderweg herkend. De radicale revolutionairen dachten meteen aan een complot:
De Koning wilde zeker naar het buitenland om een leger te verzamelen, en dan Frankrijk binnen te vallen en de Revolutie terug te draaien.
Nu dreven de radicalen door, de Koning werd afgezet en zelfs ter dood gebracht. Daarna kwamen de radicalen aan de macht, dat betekende dus radicale veranderingen. Alles in Frankrijk werd veranderd, zelfs de jaartelling en de kalender. Een radicaal bestuur had natuurlijk ook veel tegenstanders. De leider van het bestuur Robespierre begreep dat heel goed, hij werd zo bang voor de tegenstanders dat hij ze zelfs liet onthoofden. Daardoor kreeg hij nog meer tegenstanders. Zo werkte de onthoofdmachine de hele tijd door (40.000 fransen werden gedood).
De leider van het radicale bestuur werd tenslotte ook het slachtoffer van de onthoofdmachine. Na hem volgde er nog meer gematigde regering in de onthoofdmachine.
Allerlei groepen probeerden de macht te grijpen. Aanhangers van de Koning, aanhangers van de radicalen. Steeds was er onrust in het land. De Fransen waren het langzamerhand zat, al die veranderingen en onrust. Toen Napoleon Bonaparte in 1799 de macht greep, was iedereen eigenlijk wel tevreden. Nu zou de rust in Frankrijk weer terugkeren.
6.Napoleon
Napoleon Bonaparte I(geboren op 15 augustus 1769, gestorven op 5 mei 1821), keizer en Grote Imperator der Fransen.
Levensloop
Napoleon stamde af van een Corsisch (Toscaans) lager adellijk geslacht. Hij kreeg een studiebeurs en studeerde aan de Franse militaire school te Brienne. Wegens z'n goede prestaties als leider werd hij bij de belegering van Toulon in 1793 bevorderd tot brigadegeneraal. Hij onderdrukte in 1795 de royalistische opstand te Parijs. In de jaren 1796 en 1797 ondernam hij een veldtocht naar Italië en de jaren daarop een expeditie naar Egypte (1798-1799).
Op de 18e brumaire (9 november) 1799 werd door een staatsgreep het Directoire afgezet en een consulaat ingesteld. Napoleon werd als eerste consul feitelijk alleenheerser van Frankrijk. In 1804 kroonde hij zich tot keizer. In de jaren 1807 en 1808 heerste Napoleon over Europa tot aan de Niemen.
Om zijn macht te consolideren, werden veel van zijn familieleden als heersers over de veroverde landen aangesteld. Zo werd z'n broer Jemme koning van Westfalen, zijn andere broer, Jozef, koning van Napels (later koning van Spanje). Lodewijk Napoleon werd koning van Holland, nadat de Bataafse Republiek afgeschaft was. In 1810 vond er een dynastieke verbinding met de Habsburgers plaats door het huwelijk van Napoleon met Maria Louise.
Het nationale verzet tegen de Franse onderdrukking groeide in tal van landen. Bij z'n veldtocht naar Rusland in 1812 leed Napoleons Grande Armie zware verliezen. In 1813-1814 volgden er bevrijdingsoorlogen na de opstand van Pruisen. Na de Volkerenslag bij Leipzig, waarin Napoleon op alle fronten verloor (16-19 oktober 1813), werd hij in april 1814 naar Elba verbannen.
In maart 1815 keerde Napoleon terug en heerste hij "Honderd Dagen" lang om ten slotte bij Waterloo definitief het onderspit te delven. Hij werd naar het eiland St.-Helena verbannen. In 1840 is hij bijgezet in de Dome des Invalides.

Napoleons rol in de geschiedenis
Napoleon was niet alleen een veroveraar. Hij herstelde de orde in het door het Franse Revolutie ontwrichte Frankrijk. Zijn gecentraliseerde bestuur en de universele samenvalling van het Franse recht in de "Code Civile" zijn nog steeds van invloed op de hedendaagse Franse samenleving.
Ook in de veroverde gebieden centraliseerde hij het bestuur en uniformiseerde hij de wetgeving. In Italië en Duitsland overwon hij het systeem van de feodale kleme staten. Napoleon werd de "uitvoerder en overwinnaar van de Revolutie" omdat zijn ideeën nog steeds relevant zijn voor de moderne staatsopvatting
Napoleon speelde dus een belangrijke rol in de Franse Revolutie.
7.Lodewijk XIV
Koning lodewijk XIV (geboren op 5 september 1638 en is gestorven op 1 september 1715)
Lodewijk XIV had een bijnaam die luide: De Zonnekoning
Hij was in de 17e eeuw buiten Parijs gaan wonen in Versailles.
Hij voelde zich ver boven het volk verheven. Hij had erg veel macht,
hij kon alle wetten in het land bedenken en vaststellen en had daarmee
de wetgevende macht. Hij benoemde ook de rechters die de rechtspraak
uitoefenden en had dus de rechtsprekende macht. Hij had ook de uitvoerende macht: Hij zorgde ervoor dat zijn besluiten uitgevoerd werden. De koning reageerde absoluut. Zijn manier van besturen noemen we absolutisme (vorm van bestuur waarbij de koning alle macht heeft). Dit absolutisme verdedigden de Franse koningen op verschillende manieren.
Waarom heette Lodewijk XIV De Zonnekoning?
Een astronoom Copernicus ontdekte dat de aarde net als andere planeten om de zon heen draait. Dat leverde Copernicus nog ruzie met de kerk op. Christus was immers het middelpunt van het heelal (de aarde). Christus verscheen niet op een of andere steenklomp (meteoriet) die weer ergens om heen draaide. Lodewijk vond dat hij het middelpunt was en dat om hem de zon draaide, en daarom noemde hij zich De Zonnekoning!
8.Lodewijk XVI
Lodewijk XVI is geboren op 23 augustus 1754 en is gestorven op 21 januari 1793
Toen Frankrijk bijna failliet was, wilde Koning Lodewijk XVI maatregelen nemen om alle geldproblemen op te lossen. Maar dat kon hij niet alleen beslissen want, de edelen en geestelijken wilden ook over dit alles meebeslissen. Doordat de edelen en geestelijken ook mee wilden beslissen was Lodewijk in mei 1789 gedwongen om de Staten Generaal bij elkaar te roepen. De koning wilde elke stand apart laten kiezen. Toen het gerucht ging dat de koning de Nationale Vergadering uit elkaar wilde jagen bestormde een groep mensen de staatsgevangenis, de Bastille. Ook de boeren kwamen in opstand omdat het gerucht ging dat de edelen de mensen van de Nationale Vergadering gevangen wilde nemen. Dat gerucht was zo sterk dat het een eigen leven ging leiden. Kastelen werden geplunderd en in brand gestoken, sommige mensen van adel werden in de poort van het kasteel opgehangen. Als reactie op de onrust op het platteland werd in augustus de standensamenleving afgekeurd. In diezelfde maand nam de Nationale Vergadering ook de rechten van mensen en burger aan. Hier in stond onder andere dat de mensen de baas waren en hun eigen regering kon kiezen. Frankrijk was bezig met een grote verandering: De Franse Revolutie was aan gebroken
Conclusie
Ons antwoord op de vraagstelling die we in de inleiding hebben genoemd is:
De Franse Revolutie liep in het begin niet zo soepeltjes. Koning Lodewijk
XVI had veel staatsschulden die hoog opliepen, hij riep de staten generaal bij elkaar om te vergaderen, de vergadering liep niet zonder problemen. De helft van de Staten Generaal kwam in opstand tegen de koning, ze noemde zichzelf De Nationale Vergadering. Ze namen het bestuur over, en stootte de koning van de troon. Ze draaiden erg door en lieten de koning onthoofden, omdat ze dachten dat hij buiten Frankrijk een leger ging maken en dat hij Frankrijk aan zou vallen. Er moest een nieuwe koning komen nadat allemaal radicale groepjes aan de macht waren geweest. Napoleon Bonaparte kwam aan de macht, het volk was eigenlijk wel tevreden met Napoleon als koning. Napoleon mocht blijven.
Literatuurlijst.
Wat hebben we voor onze scriptie gebruikt:
· Internet
· Boeken
· Encarta
· Stencil van de leraar
Welke internet pagina's hebben wij bezocht:
www.rustnet.nl/netwerk/woordenboek/napoleon.html
Welke boeken hebben we gebruikt:
Het boek Memo Geschiedenis (geschiedenis boek van school).
We hebben Encarta gebruikt voor:
-Napoleon
-De Franse Revolutie
En voor plaatjes die bij de hoofdstukken passen.
We hebben ook het stencil van de leraar gebruikt. Het was een kopie van het hoofdstuk De Franse Revolutie uit het geschiedenisboek Sporen deel 2.
Met de hoofdstukken: Democratische revoluties, Franse geldproblemen, Revolutie, De revolutie wordt radicaler, De terreur, De terugslag, Napoleon.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

T.

T.

heel goed en leuk

17 jaar geleden

N.

N.

de internet sites kloppen nie
heb ik dus ook nix aan

steffie

17 jaar geleden

R.

R.

Hooii iedereen ik vond dit goed!
En ik kreeg er ook een 10 voor dus
dit is zo perfect! xx Rooz

9 jaar geleden

H.

H.

oei oei oei niet zo'n best cijfer he ik weet wel waardoor dat komt frans is namelijk eigenlijk russisch: Rusland (Russisch: ??????, Rossija), officieel de Russische Federatie (Russisch: ?????????? ?????????, Rossijskaja Federatsija), is een land dat geografisch gedeeltelijk gelegen is in Europa (Europees Rusland) en gedeeltelijk in Azië. Het ligt echter vanuit politiek perspectief in Europa omdat de belangrijkste delen ervan in het Europese deel liggen en ruim 70% van de bevolking hier woont. Moskou is de grootste stad, de hoofdstad en het economisch hart van Rusland. Ook zetelt de regering in Moskou.

Met zijn oppervlakte van 17.098.242 km² is Rusland het grootste land ter wereld, bijna tweemaal zo groot als het daaropvolgende land, Canada. Qua inwonertal is Rusland het negende land ter wereld. Rusland deelt zijn grenzen met de volgende landen (tegen de klok in van NW naar ZO): Noorwegen, Finland, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Wit-Rusland, Oekraïne, Georgië, Azerbeidzjan, Kazachstan, China, Mongolië en Noord-Korea. Verder is het door een smalle zeestraat gescheiden van de Verenigde Staten (Alaska) en Japan. De oblast Kaliningrad is een exclave, ingeklemd tussen Polen en Litouwen.

Het land vormde van 1917 tot 1991 als Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek (RSFSR) de kern van de Sovjet-Unie. Rusland is nu een onafhankelijk land en een invloedrijk lid van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). In diplomatieke zaken wordt Rusland gezien als de opvolgerstaat van de Sovjet-Unie.

De munteenheid van Rusland is de Russische roebel.

8 jaar geleden