Ook deze week is het nog 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


Inleiding

Onze bedoeling was om een werkstuk te maken over de SS. Toen wij ons eerste onderzoeksvoorstel inleverden, leek het erop dat we voldoende informatie hadden. Toen wij echter concreter aan de slag wilden gaan, bleek de informatie niet toerijkend te zijn. We zijn toen opzoek gegaan naar meer informatie, maar we konden niets vinden, niet op internet en niet in de bibliotheek.
We hebben toen in overleg besloten om een ander onderwerp binnen het kader van de 2e Wereldoorlog te zoeken. We kwamen uit bij de Duitse concentratiekampen in de 2e Wereldoorlog. Daarover konden we wel toegankelijke en bruikbare informatie vinden, zowel op internet en in de bibliotheek.

Wij hebben ons in het werkstuk beperkt binnen een aantal vragen, zo hebben we ons afgevraagd waarom er concentratiekampen waren, hoe ze zijn ontstaan en hoe ze van bovenaf werden bestuurd.
Verder hebben we de vraag gesteld wie welke werkzaamheden binnen een concentratiekamp had.
Ook hebben we onderzocht hoe het dagelijks leven in een concentratiekamp eruit zag. We hebben niet alle aspecten uitgediept, omdat we ons aan een maximale grootte van het werkstuk moesten houden.
We hebben de vraag behandeld hoe het verder ging met het Duitse volk na de val van het Derde Rijk, hoe de nationaal-socialisten zijn berecht en wat er met de concentratiekampen gebeurde.

We willen graag een onderwerp binnen de 2e Wereldoorlog behandelen. De 2e Wereldoorlog lijkt ons interessant omdat er veel dingen zijn gebeurd waar we nog nauwelijks weet van hebben. We hebben voor het onderwerp Duitse concentratiekampen gekozen, het lijkt ons bijvoorbeeld erg interessant om te weten te komen hoe het leven was in een concentratiekamp, of waarom ze zijn opgericht.

We hebben gekozen voor vier deelvragen. Die deelvragen hebben we onderverdeeld in paragrafen, deze zijn te vinden in de inhoudsopgave en aan het begin van elke deelvraag om het overzichtelijk te houden. Aan het eind van het werkstuk hebben wij de conclusie geplaatst en is onze eigen mening verwoord. Het logboek is bijgevoegd in de appendix. De afbeeldingen zijn voorzien van een begeleidende tekst, zodat ze nog beter in de context zijn te plaatsen.

1. Wat waren precies concentratiekampen, hoe zijn ze ontstaan en wat was hun doel?


Om deze deelvraag te beantwoorden, hebben we hem in een aantal paragrafen opgesplitst:

- Het doel van de concentratiekampen
- Het ontstaan van de concentratiekampen
- De centrale leiding van de kampen
- De soorten concentratiekampen
- Het aantal concentratiekampen en gevangenen

1.1 Het doel van de concentratiekampen

Het Derde Rijk dat van 1933 tot 1945 bestond, had twee doelen: de opleiding en bescherming van de nieuwe heersers van het Derde Rijk, en de vernietiging van de tegenstand. Omdat tweede doel te bereiken werden er Konzentrationslager gevestigd, wat Duits is voor concentratiekampen. Dit was de meest effectieve manier om de tegenstand te vernietigen omdat het zowel het privé-leven als het openbaar leven de bewoners beheerste.
De echte massale concentratiekampen zijn uitgevonden door Heydrich, een jonge luitenant ter zee, tweede klasse, op non-actief, later het brein achter de SD (de binnenlandse veiligheidsdienst in het Derde Rijk). De kampen zijn door de SS van Himmler (zie ook paragraaf 3.1), zo verschrikkelijk gemaakt. Door de gevangenen af te zonderen, te belasteren, te vernederen, te breken en te vernietigen, werd geprobeerd het tweede doel van het Derde Rijk te bereiken. Hoe drastischer, des te beter, hoe grondiger de gruweldaden werden uitgevoerd hoe dieper de invloed op het slachtoffer zou zijn.
Ook van rechtvaardigheid werd niets aangetrokken, men vond het beter om tien onschuldigen op te sluiten dan één schuldige te laten lopen.

1.2 Het ontstaan van de concentratiekampen

De eerste concentratiekampen in Duitsland, een aantal van ongeveer 50 stuks, werden voornamelijk door de SA gesticht. De meeste ervan stonden in Berlijn en omgeving, sommige anderen in Saksen en Thüringen zoals Lichtenburg, Sachsenburg, Hohenstein.
In de eerste maanden van de nationaal-socialistische overheersing werden steeds meer mensen gearresteerd. Vele mensen dienden bezwaren in bij de politie, en bij de rechterlijke macht en bepaalde bestuursafdelingen omdat ze niet te horen kregen wat er met hun meegenomen dierbaren was gebeurd of waar deze zich ook maar bevonden. Het was de nationaal-socialist Rudolf Diels die chef was van de Gestapo van Göring (Gestapo is de geheime staatspolitie) die zei dat deze wilde manier van zomaar mensen oppakken en wegstoppen, de nationalistische staat zouden schaden, ook zei hij dat de normale gevangenissen en kampen overvol waren.
Er moesten regelmatige kampen worden ingericht die daarna moesten worden overgedragen aan de Gestapo, de politie en aan de justitionele macht, zodat het arresteren en het opsluiten van gevangenen ordelijk kon verlopen. Göring stemde toe, Diels nam bijna alle geïmproviseerde concentratiekampen over en hief ze nog voor maart 1934 op met uitzondering van enkele in Berlijn. Ook de kampen Oranienburg en Dachau bleven bestaan. In deze beide kampen had de SS haar gevangen zitten. Heydrich noemde deze kampen concentratiekampen, hij stuurde er vanuit Berlijn dan ook zeer veel politieke gevangenen heen. Vanaf 30 juni 1943 begon hij de beide kampen, vooral Dachau, systematisch uit te breiden. Kamp Dachau werd een begrip in Duitsland.
Enkel de zogenaamde ‘justitiekampen’ zoals Papenburg en Esterwege bleven buiten het directe machtsgebied van de SS, hoewel sommige van haar leden daar wel dienst deden. Deze kampen kregen een slechte naam, er werden niet alleen misdadigers heengebracht maar ook ‘landverraders’. De controle van de Duitse justitie verhinderde ook niet dat het commando over het kamp soms werd overgenomen door een SS-leider. Toch werd de schijn van onafhankelijkheid van de SS nog steeds hooggehouden. Ten slotte bevonden meer als 40.000 gevangen in de beide kampen en had de zelfstandigheid ten opzichte van de SS geen enkele betekenis meer. Behalve Dachau en de twee ‘justitiekampen’, hadden de eerste concentratiekampen nooit meer dan 1000 gevangenen. De SS en dan vooral de doodskopformaties (zie ook paragraaf 3.1) kozen vanaf 1936 hun vast standplaatsen in de concentratiekampen. De SS-kazernes en de kampen werden als onafscheidelijk ontworpen en opgericht. Zo ontstonden de drie belangrijkst kampen van de SS namelijk Dachau, Buchenwalden en Sachsenhausen. De kleinere concentratiekampen werden opgeheven en de gevangenen werden naar de grotere concentratiekampen overgebracht. De SS had de concentratiekampen dus helemaal in haar macht. Later werden er nog veel meer gesticht bijvoorbeeld: Ravensbrück bij Meckelenburg als vrouwenconcentratiekamp na de inlijving van Oostenrijk en Mauthausen bij Linz.

1.3 De centrale leiding van de kampen

De centrale leiding van de kampen zat in Berlijn. Al in 1934 was de functie van ‘inspecteur van de concentratiekampen’ ontstaan. Die functie werd toegeschreven aan Eicke, een tot SS-brigade opgeklommen hoofdman van de doodskopformatie. Hij had het beheer van de concentratiekampen onder zijn hoede.
In 1939 werd het bureau van de inspecteur verenigd met het SS-hoofdbureau voor de economie, dat in 1942, opging in het SS-WVHA dat onder leiding stond van Pohl. De inmiddels omvangrijke werkzaamheden van die instantie vonden plaats in Oranienburg, vlakbij het concentratiekamp Sachsenhausen. Het SS-WVHA bestuurde de hele economie van de SS. Alle overige zaken die moesten worden geregeld, zoals personeelskwesties en bezettingen van functies vielen onder het bestuur van SS-FHA. Op het laatst kon de SS zelf ook niet meer goed wijs worden uit de wirwar van taakverdelingen. Vooral persoonlijke relaties binnen de SS administratie waren van groot belang om iets gedaan te krijgen.
Pohl richtte een eigen ‘Ambtsgruppe D’ op, die over de concentratiekampen beschikte en alle centrale orders gaf. Waar de ‘D’ van de Ambtsgruppe vandaan kwam weten we niet, misschien van ‘Dachau’. Het was zo dat bijna geen van de gevangenen de organisatiestructuur van de SS doorzag, wat de organisatie nog mysterieuzer en angstaanjagender maakte.
De afdeling D had zich zo zelfstandig gemaakt en had zich zoveel taken verworven, dat ze ook dingen deed die eigenlijk op het gebied van de SS-FHA lagen. Het was zelfs zo dat er in de concentratiekampen niets meer kon gebeuren zonder de toestemming en de goedkeuring van de afdeling D. De leider van afdeling D was in de eerste jaren de Obersturmbahnführer (luitenant-kolonel) Liebehensche. Deze stopte er mee toen hij commandant werd van het beruchte concentratiekamp Auschwitz. Zijn opvolger was de SS-Standartenführer (kolonel) Maurer. De leiders van de afdeling D voelden zich verheven boven de kampleiders en kampcommandanten (vandaar dat de stap van Liebehensche misschien ook niet zo logisch is, wellicht was zijn overplaatsing naar Auschwitz niet uit eigen wil). In de centrale afdeling D werden alleen maar de plannen ontworpen voor de concentratiekampen, afdeling D had niets te maken met al het dood en verderf in de concentratiekampen, vonden ze.

1.4 De soorten concentratiekampen

Er waren drie soorten concentratiekampen in het Derde Rijk:

- de eerste graad, dit waren de werkkampen en de minst erge vorm van een concentratiekamp.
- de tweede graad, dit waren de kampen ter verslechtering van levens- en arbeidsverhoudingen.
- de derde graad, dit waren de zogenaamde ‘beendermolenkampen’, die als vernietingskampen bedoeld waren en waar men maar heel af en toe levend uitkwam.

De bedoeling was om alle homoseksuele, joodse, misdadige, politieke gevangenen, naar graad drie te verwijzen. Toch was de beoordeling, die door de Gestapo moest worden voltrokken, plaatselijk zeer verschillend. Vaak liet de Gestapo arbeidskrachten die waardevol voor hen waren, niet meer gaan naar graad drie.
Hoewel er wel vaststond welk kamp bij welke graad was ingedeeld, zei dit niet veel over hoe het er daadwerkelijk binnen het kamp aan toe ging. Dat hing van heel andere zaken als van de gradenindeling. Het concentratiekamp Dachau was bijvoorbeeld door de hele oorlog heen een eerste graad kamp. Een ander concentratiekamp Buchenwald echter, was bijna de gehele oorlog een graad twee kamp, en dat terwijl de algemene
omstandigheden daar toch hoger lagen dan in Dachau. Er was bijna geen gevangene die van de indeling van de Kamp Dachau
kampen afwist; ze wisten alleen dat het ‘daar beter’ was en dat het ‘daar slechter’ was.

1.5 Het aantal concentratiekampen en gevangenen

Door de grote overbevolking in de kampen aan het begin van de oorlog dus in ’39-’40, heeft de SS het aantal concentratiekampen enorm vergroot. Men had ook voor die tijd al het idee om vanuit elk ‘stamkamp’ meerdere ‘buitenkampen’ te stichten. Zo werd het hele Duitse gebied systematisch met deze strafkampen overdekt. Als de buitenkampen ook worden meegeteld waren er in 1939 al meer dan 100 Duitse concentratiekampen van allerlei graden. De grootste kampen hadden de meeste betekenis. Toen het Derde rijk steeds groter werd, werd ook het aantal concentratiekampen steeds groter, kampen als Auschwitz, Bergen-Belsen, werden toen gesticht.
Over hoeveel gevangen er naar de kampen zijn afgevoerd, zijn geen exacte gegevens. Ook het schatten van de aantallen is erg moeilijk door de grote wisseling van de bewoners. Ongetwijfeld zijn er in twaalf jaar Derde Rijk miljoenen naar de concentratiekampen gegaan. Alleen al in een kamp als Auschwitz zijn tussen de 3,5 en 4.5 miljoen mensen om het leven gebracht. Als je ook de andere kampen meetelt, dan is duidelijk dat het dodental van concentratiekampgevangenen tussen de 8 en 10 miljoen moet liggen.
Het gemiddelde aantal gevangenen dat op een willekeurig moment in de kampen zat was nooit hoger dan een miljoen. Dat is ook al te zien aan
grote stamkampen als Dachau en Buchenwald, die met hun gezamenlijke buitenkampen bijna nooit meer dan 100.000 gevangenen hadden.
Vrouw met haar kinderen in Auschwitz

2. Hoe was de leiding binnen de kampen geregeld?

Om deze deelvraag zo goed mogelijk te kunnen beantwoorden splitsen wij hem op in een aantal paragrafen:
- De SS-bewakers van een concentratiekamp
- De indeling van de SS-bewakers
- Gevangenen als personeel

2.1 De SS-bewakers van een concentratiekamp

In de kampen lag de leiding bij de SS. De SS was door Himmler in het leven geroepen in 1929, zij moest dienen als Hitlers zwarte lijfwacht en bestond toen uit 250 man. De eisen waaraan je moest voldoen om SS‘er te worden hadden vooral te maken met afkomst en ras. Zo moest je man zijn en tenminste 1 meter 80 lang. Ook moest je stamboom tot 1750 te achterhalen zijn en alleen uit Duitsers bestaan. Later in de oorlog werden deze eisen slechts wensen en werden dus niet meer strikt nageleefd. Toen de SS in 1929 werd opgericht, was meteen duidelijk dat er meer taken waren dan puur als lijfwacht dienen. Dit was al wel te merken aan het feit dat de SS zich snel over het hele rijk verspreidde. Ook de grote groei wees op meerdere doelen, in 1930 waren er 3.000 SS-leden, in 1931 al 10.000. Een andere taak van de SS was bijvoorbeeld het vernietigen van de tegenstanders van het nationaal-socialisme, dit gebeurde in de concentratiekampen. Dit werd gedaan door een speciale SS-eenheid namelijk: de doodskop-formaties.
Deze doodskop-formaties kregen een training in hardheid, hierdoor werden alle haat en onderdrukkingsgevoelens die een mens in zich had naar boven gebracht en verschrikkelijk uitgebuit.
De psychologische training hield in dat ze eerst werden getraind in een kazerne tot ze staalharde Duitsers waren die de ondermensen (de tegenstanders van het Derde Rijk) het licht in de ogen niet gunden. Daarna werden ze in een gevangenkamp losgelaten en mochten ze hun woede koelen. Die was versterkt door de strenge regelgeving in de kazerne en het aangewakkerde nationaal-socialistische gevoel.
Wie zich goed gedroeg tijdens de hardingsperiode kreeg snel bevordering, wie te slap was werd ontslagen of als hij zich ook sympathiek tegenover de gevangen had gedragen, werd hij kaalgeschoren, kreeg 26 stokslagen en werd tussen de gevangen opgesloten. Vooral degenen die steeds sadistischer werden, maakten snel carrière. Voordat een SS’er een leidende taak mocht verrichten, moest hij eerst een aparte cursus afleggen. In het concentratiekamp Dachau werden alle concentratiekampcommandanten opgeleid, dit deed men omdat ze dan het geleerde snel in praktijk konden brengen.
De doodskop-formaties kregen ook een opleiding in het bijeenbrengen en gebruiken van de ‘werkslaven der SS’. Met die ‘werkslaven’ werden natuurlijk de gevangenen bedoeld. Deze gevangenen hadden volgens de SS de taak de behoeften van hun meesters te vervullen, zolang de meesters ze in leven lieten. Een heel andere opvatting over slaven dan er door de geschiedenis is geweest: men had namelijk altijd de mening dat je je slaven goed moest behandelen. Maar de SS binnen het Derde Rijk dus niet, zij hadden er toch genoeg.
De SS verbloemde de uitbuiting van de gevangenen onder het mom dat ze de ‘gevaarlijke individuen’ uit de maatschappij tenminste gebruikten voor nuttige arbeid. Zo had de SS voor al haar gepleegde gruweldaden wel een excuus, altijd ging het om een verheven ideaal: de gruwelijke proeven die gedaan werden op de gevangenen werden gedaan omdat er zo nog iets nuttigs werd gedaan met wezens die voor de vernietiging bestemd waren.

2.2 De indeling van de SS-bewakers

De kamp-SS (de doodskop-formaties) was ingedeeld in drie afdelingen namelijk:

Afdeling 1: bureau van de commandant
Afdeling 2: stafbureau-commandantuur (bestuur)
Afdeling 3: kampleiding

De bewakers werden geselecteerd uit de SS’ers die buiten de concentratiekampen verbleven.
Aan het hoofd van het kamp stond de commandant met de adjudanten. Hij hoefde absoluut niet zeer hoog in rang te zijn. Kleinere kampen werden bijvoorbeeld door Scharführer (sergeant 1e klasse) gecommandeerd; in de grote was de commandant minstens Hauptsturmführer (sergeant-majoor 1e klasse), meestal Sturmbannführer (majoor) of Obersturmbannführer (luitenant-kolonel). Hij had volledige beschikkingsmacht over het concentratiekamp en was aan de SS-WVHA verantwoording verschuldigd. Zijn adjudant zorgde voor het uitdelen van de commandantuursbevelen en het contact met alle hogere en lagere instanties.
De administratieve bewindvoerder moest alle economische dingen van het kamp regelen. In grotere kampen stonden de administratieve bewindvoerder tientallen Scharführer ter beschikking.
Het eigenlijke gevangenenkamp stond onder de kampleiders. Ze losten elkaar elke dag af in de leiding van het gevangenenkamp en troffen maatregelen die de SS-leiding noodzakelijk vond, onder leiding van het commandantbureau. In de praktijk waren zij de echte ‘meesters’ over de gevangen. De voornaamste verbindingspersoon tussen de kampleiding en het kamp zelf was de rapportleider. Via zijn bureau werd informatie over de gevangenen aan de kampleiders meegedeeld. Meestal waren er twee rapportleiders die elkaar dan aflosten.
Onder de rapportleider stonden de blokleiders. Deze waren qua rang evenhoog als een Oberscharführer (sergeant-majoor), vaak waren het Rottenführer (korporaal) of Unterscharführer (onderofficier) die aan het hoofd stonden van de afzonderlijke woonblokken van de gevangenen. Zij woonden buiten het kamp, maar konden wanneer zij maar wilden dag en nacht in de woonblokken komen. Zij hielden zich, alleen of met een groep, vaak urenlang tussen de gevangenen op.
Gelijkwaardig aan de blokleiders waren de commandoleiders, die toezicht hadden op de arbeidscommando’s. Ook zij hadden onbeperkte macht over leven en dood van de gevangenen.
Alles wat te maken had met arbeid in het kamp, de leiding en organisatie waren taken van de arbeidsdienstleider en die later ondergeschikt werd aan de Arbeitseinsatzführer . De arbeidsdienstleider en later de Arbeitseinsatzführer zorgde voor de transporten van gevangenen. En voor de bouw van buitenkampen of voor arbeids-buitencommando’s bestemd waren. Deze transporten werden in het bijzonder gevreesd.
De Gestapo was in het kamp vertegenwoordigd door de politieke afdeling, die gedeeltelijk onafhankelijk was van de kampleiding. De verhouding tussen beide instanties was vaak gespannen. Het opbrengen van de gevangenen naar en ontslag uit het kamp, evenals het verzenden en ontvangen van officiële stukken van de Gestapo liep geheel over de politieke afdeling. Deze Gestapo-instelling stond bekend om zijn huiveringwekkende mishandelingen.
Vóór de oorlog werden uit de doodskop-formaties, vaak de blokleiders, de commandoleiders en de bewakers aangesteld. Vanaf 1939 behoorden de blok- en commandoleiders vast bij de kern van de concentratiekampbewaking.
Een wachtbataljon had vaak een eigen honden-Staffel. De op mensen in gestreepte kledij afgerichte bloedhonden en wolfshonden, die buiten de bewakingsketen (bijv. bij spoorwegaanleg) werden gebruikt, hebben veel onheil aangericht.
Ook was er de SS-medische leiding, belast met de ziekenzorg.

2.3 Gevangenen als personeel

De Duitsers hadden in de kampen ook een interne organisatie voor de gevangenen gemaakt en deze was gericht op zelfbestuur en zag er zo uit:
Aan de top stond de kampoudste die door de SS werd aan gewezen. Hij was vertegenwoordiger van het kamp bij de SS, op wie zij altijd konden rekenen als ze een maatregel namen. Het was een gevaarlijke taak. De verkeerde man op de verkeerde plaats betekende een ramp voor het kamp.
Ook was er een zogenaamde schrijfkamer. Deze stond slechts tijdelijk en niet overal onder toezicht van een SS-man en er werkten uitsluitend gevangenen. Deze functie kwam overeen met wat de rapportleider had bij de SS en had een grote betekenis voor het kamp.
De relatie van de gevangenen tot arbeid werd geregeld door de zogenaamde arbeidsstatistiek. Hier stonden o.a. de arbeiders en het aantal gewerkte uren geregistreerd.
Aan het hoofd van de afzonderlijke woonblokken stonden aan de zijde van de gevangenen de blokoudsten die door de kampoudsten voorgedragen werden en door de kampleiding werden benoemd. Zij waren tegenover de blokleider verantwoording verschuldigd voor alles wat in het woonblok gebeurde. Daarnaast kozen de blokoudsten als hulp enkele kamerwachten. Hun benoeming moest door de kampoudste bevestigd worden. Zij zorgden voor orde in het blok en brachten daar porties eten rond. De macht van de blokoudste en de kamerwachten werd nogal eens misbruikt. Ook werden gevangen aangesteld bij de arbeidscommando’s. Zij werden zogenaamde kapo’s genoemd en voerden het bevel over arbeidscommando’s en waren verantwoording schuldig aan de SS-commandoleider die hen door de arbeidsdienstleider liet aanstellen. De kapo’s hadden voormannen als hulp en waren niets anders dan opzichters die het werk indeelden, maar zelf niet werkten.
De kampoudsten, de blokoudsten, de kapo’s en de voormannen droegen als kenteken, hun door de kampleiding voorgeschreven, een zwarte band om de linkerarm, met een wit opschrift.
In 1942 werd de Lagerschutz (kampbescherming) in het leven. Een kapo in Auschwitz geroepen en had de volgende taken: het bewaren van de openbare orde in het kamp, controle op de discipline, ’s nachts de bewaking van de magazijnen waar zich de levensmiddelen bevonden en de kledingmagazijnen.

3. Hoe ging het er aan toe in een concentratiekamp?

Ook deze deelvraag splitsen we op in een aantal paragrafen:
- Vervoer naar en insluiting in het concentratiekamp
- De dagindeling in het concentratiekamp
- Het werk in het concentratiekamp
- De straffen in het concentratiekamp
- De voeding van de gevangenen
- Vrijetijdsbesteding in het concentratiekamp
- De ziekenverzorging in het concentratiekamp

3.1 Vervoer naar en insluiting in het concentratiekamp

Er waren erg weinig gevangenen die vóór hun eerste zending naar een concentratiekamp enig begrip hadden van wat hun te wachten stond.
Gevangenen die naar een kamp werden gebracht werden voordat ze daar naartoe gingen eerst thuis gearresteerd, meestal ’s nachts, en naar een Polizeigefängnis (grote politiebureaus die als ‘Huis van Bewaring’ dienden) gebracht. Daar zat je dagen, weken en soms zelf maanden, eenzaam of soms gemeenschappelijk met tien, twintig, dertig lotgenoten. Ook hier werden de mensen door de politiemensen, vooral in de eerste jaren van het nazi-bewind, ernstig mishandelt. Op een zekere dag, wanneer dan ook, als het de Gestapo-ambtenaar zinde werd men gehaald voor een verhoor. Wie geluk had werd niet meteen of helemaal niet geslagen, maar je kreeg op z’n minst een hevige psychologische kwelling. Joden kwamen er nooit zonder mishandelingen van af. Dan kwam je in een cel terecht en werd er een administratie rond jouw persoon opgemaakt. In die cel moest je dan weer een paar dagen of weken wachten en dan pas volgde het vertrek naar het concentratiekamp. Dit ging altijd in groepstransporten van tientallen tot duizenden, waartussen veel mensen zaten waar geen administratie van was opgemaakt. Het transport kon soms lang duren en de goederenwagons waren vaak overvol, waardoor er zelfs mensen stierven door verstikking of verdrukking.
Van het station af werden de gevangenen in gesloten overvalauto’s of in vrachtwagens samengeperst of te voet in lange rijen naar het kamp toegebracht. Tijdens deze tocht werden vooral de gevangenen te voet afgeranseld. Als ze gevangenen op transport in een goederenneervielen werden ze in elkaar geslagen of eenvoudig wagon doodgeschoten. Bij de aankomst op het kamp volgde een ontvangstceremonie: de kampleiding stortte zich begerig op de nieuwe buit en het regende slagen en schoppen en andere soorten van mishandeling.
De politieke afdeling (zie ook paragraaf 3.2) zorgde voor een nauwkeurige registratie van alle aanwezige gevangenen in het kamp, maar ook van diegenen die in het kamp waren gestorven of waren ontslagen uit het kamp. Ook verkreeg de kampleiding gegevens over het verleden van de gevangenen.
In het concentratiekamp werden de gevangenen verhoord door de Scharführer en werden tijdens dat verhoor weer ernstig mishandeld en het was helemaal erg als je een Jood was.
Na het verhoor volgde de eigenlijke intocht in het kamp. Daar werd een groot deel van je bezittingen afgenomen, werd je kaalgeschoren, ging je douchen en kreeg je een kampuniform, wat een gestreepte plunje voorstelde en van slechte kwaliteit was. Ook werden de gevangenen wel eens gedesinfecteerd. Daarna werden de nieuwelingen in de gevangenenschrijfkamer ingeschreven en verwezen naar een bepaald woonblok. De volgende dag volgde een medisch onderzoek. In de woonbarak zaten de gevangenen krap. In de slaapruimte stonden de bedden en in de dagverblijven stonden rijen tafels en banken. In deze vertrekken speelde het leven van de kampbewoners zich af, buiten hun werktijd.

3.2 De dagindeling in het concentratiekamp

De dag in het kamp begon natuurlijk met het opstaan. In de zomer tussen vier en vijf uur, in de winter tussen zes en zeven uur. Binnen een half uur moest men zich wassen en aangekleed hebben en moest het bed perfect zijn opgemaakt, iets wat eigenlijk onmogelijk was. Sommige kampbeulen lieten de gevangenen ‘s morgens zware gymnastiekoefeningen doen, zowel in de zomer als in de winter, waarbij velen overleden als gevolg van longontsteking.
Het ontbijt bestond vaak uit een stuk brood van het rantsoen dat iedereen per dag kreeg en een halve liter dunne soep of een halve liter ‘koffie’ zonder suiker of melk. De porties werden in de verschillende woonblokken op verschillende tijden uitgedeeld. Ochtendgymnastiek op het appèl. In de ene barak ‘s avonds en in de andere barak ‘s ochtends. Wie zijn portie ‘s avonds had ontvangen en meteen had opgegeten, had niets bij het ontbijt.
Na het ontbijt vond het ochtendappel plaats. Op een gegeven teken verzamelden alle gevangenen van elk woonblok zich in de kampstraat en marcheerden in gesloten rijen naar de appelplaats, waar ieder woonblok zijn vaste plaats had. Daar werden de gevangenen geteld, wat ongeveer een uur duurde, afhankelijk van de grote van het kamp. Daarna begon men als er genoeg licht was met het werken.
Sommige gevangen kregen een oproep en moesten zich na het ochtendappel melden om vervolgens verhoord te worden en tijdens die ‘verhoring’ werden ze dan zwaar mishandeld.
De gevangenen hadden een nummer en werden via dit nummer opgeroepen voor verhoor of verscheidende werkzaamheden. Die werkzaamheden vonden vaak buiten het kamp plaats.
Er werd gewerkt tot in de late namiddag en men kreeg een half uur middagpauze, waarbij ze een enige warme maaltijd kregen die bestond uit vaak een liter min of meer dunne of stevige stamppot.
Het einde van de werkdag was in de winter tegen een uur of vijf en in de zomer om acht uur.
Het inspectieappel vond plaats na het werken en was een verschrikking voor de gevangenen. Na zwaar werk moest men urenlang op de appelplaats staan met vaak slecht weer totdat de SS haar slaven had geteld. Ook was er een avondappel.
Op de appelplaatsen van de concentratiekampen hebben zich vele en verschrikkelijke dingen afgespeeld. Vaak gebeurde het dat het hele kamp daar uren moest blijven staan als er een gevangene gevlucht was.
Na het avondappel mocht men terug naar de barakken. Maar ook daar werd men lang niet altijd met rust gelaten, en zelfs midden in de nacht gemarteld.

3.3 Het werk in het concentratiekamp

De dag in het concentratiekamp werd bepaald door dwangarbeid, welke zijn stempel drukte op het leven in het kamp.
De vakmensen moesten werken in de werkplaatsen en dat werk was in vergelijking met het werk wat de rest moest doen veel beter uit te houden.
Alle overigen ongeacht hun lichamelijke toestanden, geschiktheid of vaardigheden werden ingedeeld naar de wensen van de arbeidscommando’s.
Het verwisselen van een arbeidscommando waarbij men was ingedeeld was erg moeilijk. Om in het commando waarin je zat een betere baan te krijgen, hing helemaal af van de kapo’s en de voormannen. Deze waren vaak omkoopbaar. Overschakelen naar een ander commando was haast onmogelijk en als het wel zo was gebeurde dit illegaal.
Jezelf verstoppen zodat je niet hoefde te werken was onmogelijk omdat er een zeer strenge controle was. Als je het toch probeerde werd je gauw gesnapt en ernstig gestraft. Ook het hele commando waar je werkte kon door jouw afwezigheid ernstig gestraft worden.
Wilde je het werk overleven dan moest je wel een gemakkelijker werkpositie krijgen, want als gewone SS-werkslaaf kon geen mens het op den duur volhouden. Om zo’n positie te krijgen moest je over flink wat geld beschikken of je moest een invloedrijke vriend hebben. Soms werd je opgeroepen door de SS voor een betere positie, als je geluk had .Er was in het kamp werk dat zin had en er was ook
volkomen zinloos werk, dat als enig doel had om de
gevangenen te kwellen. Over het algemeen was het opgedragen werk in het concentratiekamp grotendeels overbodig.
De gevangen hadden veel geld over voor een goede ‘baan’, vooral in en slecht jaargetijde. Dit was dan vooral het werk in een binnencommando. Dit commando had taken zoals de keuken, magazijn, wasserij, bad, bergplaatsen, kledings- en gereedschapsruimtes, schoenmakerij, kleermakerij, sokkenstopperij, meubelmakerij en een aantal andere werkplaatsen en soms de tuinderij.
Wie bij het buitencommando zat had het minder getroffen. Het was zwaarder werk en vond buiten plaats. Voorbeelden waren werken in de steengroeven en andere graafwerkzaamheden. Gevangenen aan het werk Binnen zowel de binnen- als buitencommando’s bestonden ook weer afzonderlijke commando’. De diverse commando’s bestonden vaak uit een vast aantal gevangenen en als dit aantal daalde werd deze dan weer opnieuw aangevuld. Onder de gevangenen vond altijd een strijd plaats wie de beste gereedschappen kreeg en wie de lichtste stenen moest dragen.
Tijdens het werk werden de gevangenen ernstig mishandeld. Als zij hun werk niet goed uitvoerden, iets wat vaak gebeurde door de verschrikkelijke uitputting, werden zij ernstig mishandeld en het kwam vaak genoeg voor dat zij simpelweg door de bewakers werden gedood. Ook speelden de bewakers dan diverse ‘spelletjes’ met de gevangenen. Ze gebruikte ze als schietschijf of liet ze door de honden verscheuren. De gevangenen probeerden zo onopvallend mogelijk voor te komen, omdat je anders eerder uit de groep werd gepikt om vervolgens te worden gemarteld.

3.4 De straffen in het concentratiekamp

De zware arbeid die in het kamp verricht werd was een straf. Maar daarnaast waren er nog vele straffen. Als aanleiding tot straf werden door de SS redenen opgegeven zoals: handen in de broekzakken als het koud was, opgeslagen jaskraag bij regen en wind, vlekken op kleding of beschadigingen op kleding, gepoetste schoenen als bewijs dat iemand zich van het werk had gedrukt, overtreding van de plicht tot groeten, enzovoort. Het waren dus redenen die nergens op sloegen. Het is onmogelijk om alle redenen die door de SS zijn gebruikt om te straffen op te noemen. Als de leiding het ook maar wilde dan deden de diverse bewakers, kapo’s en voormannen met genoegen aangifte. Hierbij kwam nummerverwisseling vaak voor, zodat een onschuldige bestraft werd.
Voor het ene vergrijp golden zwaardere straffen als voor het andere. Zo berustte bijvoorbeeld op sabotage zeer zware straffen. Onder sabotage werden verscheidende dingen verstaan en het werd dus vaak als excuus gebruikt. Werkelijke sabotage hebben de doodskop-formaties slechts zelden ontdekt.
De orde in de woonblokken was een bijna onuitputtelijke bron voor elke soort van strafvervolgingen. De kleinste details waren vaak reden voor zware straffen. Zoals o.a. het niezen of hoesten in bijzijn van de bewakers of het niet in orde zijn van de bedden wat eigenlijk een onmogelijke opgave was omdat het matras gevuld was met stro en dus onmogelijk strak te krijgen was. Veel van de straffen werden uitgevoerd op het appèl zodat het een schrikbeeld voor de andere gevangenen zou zijn.
Als er geen echte diefstallen gebeurden die bestraft konden worden, dan werden ze door de SS uitgevonden.
Er waren natuurlijk dingen die de SS vanuit haar standpunt streng moest bestraffen, bijvoorbeeld politieke propaganda. Het luisteren naar buitenlandse radio-uitzendingen, illegale verbinding met de buitenwereld, sabotage, antifascistische bijkomsten organiseren, smokkelen van brieven en ontvluchtingspogingen.
Gevangenen die hun kameraden mishandelen of zelfs doodsloegen, werden nooit bestraft door de SS en moesten daarom door de zogenaamde gevangenenjustitie ter dood worden gebracht. Dit was vaak erg moeilijk en kostte veel tijd.
De straffen die in het kamp werden uitgedeeld bestonden uit: geen voedsel, appèl-staan, strafarbeid, strafexerceren, overplaatsing naar de strafcompagnie, werken in een slechter commando, stok- en zweepslagen, aan een boom of paal hangen, arrest, doodgeslagen, ophangen, neergeschoten worden en zo was er nog een overvloed van kwellingen.
Voor de lijfstraffen bestond een zogenaamde ‘bok’, een speciaal gebouwde en ervoor ingerichte stellage in de vorm van een tafel, waarop je op je buik liggend werd vastgebonden, het hoofd omlaag en het zitvlak omhoog en gespannen, de benen afhangend naar voren getrokken. De bok was in alle kampen een bekend executie-instrument.
Nog gevreesder dan de bok was het boomhangen. Net als alle andere straffen werd deze volkomen willekeurig opgelegd. Het ‘boomhangen’ ging als volgt: de handen van de gevangene werden op zijn rug stijf vast gebonden, daarna werd zijn lichaam hoog opgetild en aan de handboei aan een spijker opgehangen, die op twee meter hoogte in een boom of paal was geslagen, zodat de benen vrij in de lucht bengelden. Het hele lichaamsgewicht hing dus aan de naar achteren gebogen gewrichten. Het gevolg was, het uit het lid trekken van het schoudergewricht onder hevige pijn. Bovendien werden de hulpeloze slachtoffers vaak met knuppels en zwepen geslagen. De tot krankzinnig geworden gemartelden riepen om water, om hun vrouw, of om de kogel die een eind zou maken aan deze foltering. Urenlang Het boom- of paalhangen
strafstaan werd door de SS ook wel gecombineerd met
strafarbeid. Allebei vonden natuurlijk plaats in de vrije tijd van de gevangenen. De doodstraf had vele vormen in een concentratiekamp. Als iemand er niet officieel toe veroordeeld was en door neerschieten, wurgen, ophangen of vergiftigingen vermoord werd, camoufleerde de SS dit steeds met de verklaring ‘op de vlucht neergeschoten’.Er waren maar enkele concentratiekampen die een eigen vergassingsinrichting hadden.Het concentratiekamp Auschwitz was hierop gespecialiseerd. De vergassingsinstallatie was eenvoudig, maar desondanks geraffineerd. De inrichting zag eruit als een bad en dat werd de slachtoffers ook verteld. In het ‘bad’ kwam vanuit de douches en Lijken verbranden ventilatoren het blauwzuurgas binnenstromen zodra de deuren gesloten waren. De verstikkingsdood duurde vier tot vijf minuten. Als er na deze periode nog levenden waren werden deze ter plaatse doodgeknuppeld. Daarna werden de sieraden verwijderd en werden de lijken verbrand.

3.5 De voeding van de gevangenen

Het voedsel dat de bewoners van een concentratiekamp kregen was allemaal gelijk. Iedereen kreeg een even grote portie. Hierbij werd niet gelet op het soort werk wat een gevangene deed, voor zwaarder werk heb je meer energie nodig, of als je een vrouw was. En als je al erg ondervoed bent kun je met een voedingsrantsoen dat in normale gevallen voldoende is, niet meer op de been worden gebracht.
De gevangenen hebben nooit de hoeveelheid voedsel gekregen waar zij op papier recht op hadden en het was vaak van slechte kwaliteit.
Tot aan het uitbreken van de oorlog werd er voor het onderhoud van de gevangenen een vast bedrag ter beschikking gesteld. Toen die uitbrak verdween dit. Ook werd de voeding toen over het algemeen slechter en Uitgemergelde kinderen. Werd er gerantsoeneerd. De waarde van deze rantsoenen was met betrekkingen op de omstandigheden in en kamp, erg wisselvallig.
Vlees was van slechte kwaliteit, brood was al een stuk beter. De suiker die voor de voeding zo belangrijk is, verdween bijna altijd. Aardappelen werden met de schil gekookt en waren vaak voor het grootste gedeelte rot. Ook de kwaliteit van andere voedingsmiddelen liet vaak veel te wensen over.
De toelage voor zware arbeid kreeg slechts een klein gedeelte van de gevangenen en later bijna niemand meer.Voor het gevangenenhospitaal bestond er in de kampen een aparte ziekenkost, het zogenaamde dieet. In een concentratiekamp was het overgrote deel van de gevangenen ondervoed en uitgeput. Nieuwelingen verloren meestal in de eerste twee tot drie maanden 20 tot 25 kilo aan gewicht.Het gebrek aan vitaminen was buitengewoon groot en heeft veel bijgedragen aan de verspreiding van ziektes en epidemieën.

3.6 Vrijetijdsbesteding’ in het concentratiekamp

Het leven in het concentratiekamp bestond volledig uit slavenarbeid en de strijd om het bestaan. Vrije tijd? Er was natuurlijk ook vrije tijd in het concentratiekamp, maar die was schaars. In aanmerking kwamen slechts enige avonduren en de zondag. Maar vaak genoeg moest het hele kamp regelmatig na het avondeten aantreden voor werk diep in de nacht.
Ook zondags werd gewerkt. Dit zogenaamde zondagswerk moest jarenlang, in sommige kampen altijd, tot de middag of vanaf ‘s middags met korte onderbrekingen gedaan.
De strafcompagnieën hadden zo goed als nooit vrij.
De meeste vrije tijd had je ’s winters als het werk vroeger ten einde was. ’s Avonds voor het naar bed gaan werd op verschillende manieren voor ontspanning benut.
Heel merkwaardig bestond er in het kamp zoiets als sport. Er waren nog jonge mensen die geloofden kracht over te hebben (en in commando’s waar dit mogelijk, hadden ze die ook). Soms wist men het voor elkaar te krijgen bij de SS-leiding om te voetballen.
Ook was er vaak een kampmuziekkorps aanwezig. Wel moesten de gevangenen de instrumenten zelf betalen. Het repeteren vond plaats buiten het werk, dus in de vrije tijd.
Behalve de kampmuziek was er ook nog radio, stonden er boeken en kranten ter beschikking van de gevangenen. Ook kwam er 1941 de eerste bioscoop in een concentratiekamp. Dit was in het kamp Buchenwald.

3.7 De ziekenverzorging in het concentratiekamp

Ziek worden in een kamp was van het begin af een ramp. Vele gevangenen werden vaak direct ziek doordat ze plotseling in een omgeving kwamen vol ellende en verschrikkelijke verschijningen. In een hospitaal bestond een poliklinische behandeling, de behandeling bij verblijf in het hospitaal, de tandheelkundige kliniek en de zogenaamde rustkuur.
De behandelingen van de gevangenen waren in verschillende kampen zeer ongelijk. Ook de artsen mishandelen de zieken en waren niet verlegen om een zieke een dodelijke injectie te geven. Met de rapporten van zieken en doden werd dan ook erg gesjoemeld. Het verplegend personeel in de ziekenbarakken misten vaak de benodigde de kennis, en handelde naar goeddunken. Vaak kwam het voor dat men de gevangenen zelf aanstelde als verplegend personeel. Deze zagen toe dat hun kameraden zoveel mogelijk werden geholpen.
Er werd in de ziekenbarakken sterk onderscheid gemaakt tussen gevangenen en kampleiding. Werd bij een gevangene een rotte kies er zo uitgetrokken, werd bij het kamppersoneel er alles aan gedaan om die kies te behouden.
Het verblijf in het hospitaal was een lastige kwestie. Er was maar een beperkte ruimte, waardoor veel zieken er niet terechtkonden. De inrichting ervan was in het begin primitief en nog jarenlang gebrekkig. Verder ontbraken er vaak de benodigde medicijnen en was de ruimte voor operaties niet goed.
Het bewust doden van patiënten was overal bij de SS nog veel gebruikelijker dan experimenteren. Als het aantal zieken boven een bepaalde hoogte kwam, dan werd er geïnjecteerd. Mensen die hiervoor in aanmerking kwamen werden naar aparte zalen gebracht.
Ook ‘gezonde’ gevangenen probeerden in de ziekenbarakken te komen om zo de kwellingen van de dag zoveel mogelijk mis te lopen.
Er bestonden ook tuberculoseklinieken, waar gevangenen maandenlang, zelfs jarenlang werden vastgehouden uit angst voor besmetting. Ook voor andere soortgelijke ziekten bestond deze opvang.
In het zogenaamde rustkuur werden gevangenen ondergebracht die een kwaal hadden die niet ernstig genoeg was om in het hospitaal te worden opgenomen of herstellenden die uit het hospitaal waren ontslagen.
De algemene hygiëne was erg slecht en werd nog verergerd door het gebrek aan water in de meeste kampen. In de laatste oorlogsjaren kwamen van overal vervuilde en verluisde transporten aan. Dit maakte desinfectie noodzakelijk.
De doden in het kamp, omgekomen door mishandeling of ziekte, werden in lijkenkelders bewaard om vervolgens verbrand te worden in de door Heinrich Himmler bevolen crematoria.
Ook werden er in de kampen diverse medisch wetenschappelijke experimenten uitgevoerd in speciale proefklinieken, maar ook in de kampen zelf. Zo waren er vlektyfusproeven in Buchenwald, malariaproeven in Dachau, sulfonamideproeven in Ravensbrück, hogedruk- en onderwaterproeven in Dachau, sterilisatieproeven in Auschwitz en nog verscheidende andere proeven in verschillende concentratiekampen.

4. Hoe ging het verder met het Duitse volk en de concentratiekampen na de val van het Derde Rijk?

Om deze deelvraag te beantwoorden hebben we hem weer opgesplitst in een aantal deelvragen, namelijk:

- De geallieerde acties in het voormalig Derde Rijk en het effect ervan op het Duitse volk
- De berechting van de nationaal-socialisten
- De reactie van het Duitse volk op de terugkeer van de gevangenen uit de concentratiekampen
- Wat wisten de Duitsers van de concentratiekampen af?
- De reactie van het Duitse volk op het onrecht binnen het Derde Rijk
- Wat gebeurde er met de concentratiekampen na de 2e Wereldoorlog?

4.1 De geallieerde acties in het voormalig Derde Rijk en het effect ervan op het Duitse volk

De Geallieerden vonden het na de oorlog hun taak om het Duitse volk tot bezinning te laten komen. Dit probeerden ze doormiddel van een ‘heropvoedingprogramma’. Zij begonnen ermee de Duitsers te laten inzien dat ze allemaal hadden bijgedragen aan de oorlog en dus allemaal schuld hadden. Dit werkte averechts. Vele Duitsers dachten dat juist zijzelf niet behoorde tot de criminelen van het Derde Rijk, dat anderen het Derde Rijk gemaakt hadden tot wat het was. Er waren ook vele Duitsers voor wie dat terecht was, er waren Duitsers die zich tegen het regime verzet hadden, zij verzetten zich nu tegen de beschuldigingen van de geallieerden. De Duitsers kregen niet het gevoel van inkeer, maar meer een gevoel dat ze zich moesten verdedigen tegen die beschuldiging.
Ook de geallieerde concentratiekamppropaganda werkte niet. Deze propaganda over de concentratiekampen had tot doel de Duitsers tot inkeer te laten komen door ze te confronteren met de gruwelijkheden van de kampen. Maar de Duitsers hadden in 12 jaar Derde Rijk geleerd om de gevoelens van menselijkheid weg te stoppen, dat bleven de Duitsers doen en kwamen dus niet door inkeer door de concentratiekamppropaganda, omdat ze hun menselijke gevoelens niet lieten spreken.
De Geallieerde propaganda had tot doel moeten hebben het kwaad in Duitsland uit te roeien en niet om de Duitsers tot inkeer te laten komen. Dan hadden ze ruimte gemaakt voor een vernieuwd Duitsland in Europa. Het voorlichtingswerk werd bijvoorbeeld uitgevoerd zonder rekening te houden met de Duitse gevoelens na de 2e Wereldoorlog. Het volk had gebombardeerde steden gezien met de verkoolde overblijfselen van vrouwen en kinderen. Dat had tot gevolg dat de Duitsers niet geschokt waren bij het zien van stapels naakte lijken uit een concentratiekamp. Door de gruwelijkheden die het volk zelf overkomen waren, hadden ze minder oog voor de gruwelijkheden die andere volkeren getroffen had.
Het Duitse volk had in de tijd van het Derde Rijk onder propagandaminister Goebbels ook al veel met propaganda te maken gehad. Daarom werden de gruwelberichten die de geallieerden via de radio uitzonden gewoon uitgezet, men had genoeg van de hamerende propagandazinnen.

In de jaren na 1945 wilden de geallieerden de staat volledig ‘denazificeren’. Dit probeerden ze, vier keer, elke bezettingsmacht anders, door het hele volk te overspoelen met vragenlijsten. Tegen meer dan de helft van de Duitse burgers van achttien jaar en ouder werd bezwaar ingediend. Degenen die echt actief waren geweest binnen het nationaal-socialisme werden doormiddel van ‘automatische arrestaties’ onder toezicht gesteld. Je werd gearresteerd op grond van rang, functie en niet wegens gepleegde daden. Dat hield dus in dat de honderdduizenden Duitsers die formeel lid waren van de NSDAP (de nationaal-socialistische partij in Duitsland), maar vaak verder weinig te maken hadden met het nationaal-socialisme, gearresteerd werden. Al deze mensen verloren tot aan hun proces hun inkomen en vaak ook hun woning, meubilair en hun beslissingsrecht over hun vermogen. Verder zaten er tienduizenden kleine en middelmatige aanhangers van het nationaal-socialisme in ‘automatisch arrest’, het duurde jaren voordat uit al die mensen de echte schuldigen werden aangewezen.

4.2 De berechting van de Duitse nationaal-socialisten

De Duitse gevangenen werden in geallieerde interneringskampen opgesloten. In 1947 zaten er ongeveer 120.00 voorlopige verdachten. Dat is naar schatting een tiende van het aantal nationaal-socialisten, een groot aantal was dus nog op vrije voet, veel SD’ers werden bijvoorbeeld niet gevonden, sommigen verblijven nog in Duitsland, anderen zijn vertrokken naar landen als Zweden, Spanje of naar Zuid Amerika. Tegenstanders van het nationaal-socialisme wilden een snelle schifting van de gevangenen doormiddel van goede processen. Ook wilden ze werk voor degene die wilden werken, en ze wilden nationaal-socialisten die de democratie aanvaarden stimuleren. Er kwam weinig van terecht. Veel Duitsers waren verontwaardigd over het bestaan van de kampen en de slechte levensvoorwaarden. Ze zagen niet het verschil tussen de interneringskampen en de concentratiekampen uit het Derde Rijk, terwijl er in de interneringskampen geen sprake van moord en slavernij was.
Toen de interneringskampen na de berechtingen werden opgeheven, waren er zoveel onrechtvaardigheden begaan en fouten gemaakt tijdens de processen, dat niemand meer kon zeggen wie straf had verdiend en wie niet. Het was waarschijnlijk beter geweest als de nationaal-socialisten door Duitsers die verstand van zaken hadden berecht werden. Voor de geallieerden was onmogelijk gebleken om de massa’s nationaal-socialisten goed onderscheid te maken om ze goed te kunnen berechten.

4.3 De reactie van het Duitse volk op de terugkeer van de gevangenen uit de concentratiekampen

De stoet terugkerende gevangenen, die het Duitse volk te zien kreeg, waren joodse en Oost-Europese, vooral Poolse ‘displaced persons’. Dit waren vaderlandsloze, overal naartoe verplaatste personen. De vele weggevoerde Joden, Russen en Polen zagen na de bevrijding vaak niet in waarom ze nog meer maanden in de concentratiekampen zouden moeten wachten, tot hun afkomst en het aantal slachtoffers waren vastgesteld. In de kampen werd hen niets meer geboden dan wekenlang wachten en blikken Amerikaans voedsel. De ontwikkeling die volgde was dat een groep verbitterde en verwaarloosde gevangenen die in hun geest overwinnaars waren en gedeeltelijk vrij, stootten op een Duitse bevolking die zich eveneens verbittert, genegeerd en niet begrepen voelde. Het Duitse volk moest naast alle ellende ook nog een vlaag plunderende en wraaknemende gevangenen het hoofd bieden.
De meerderheid van de bevrijde gevangenen hadden voor het Duitse volk niet meer over dan aanklachten, en scheldwoorden.

4.4 Wat wisten de Duitsers van de concentratiekampen af?

Behalve dat de kampen hebben bestaan bijna niets. In het Derde Rijk werden de bijzonderheden van de terreur, zoals concentratiekampen streng geheim gehouden. Veel Gestapoambtenaren wisten niets van het echte reilen en zeilen in de concentratiekampen waar ze hun gevangenen heen stuurden. Het grootste gedeelte van de gevangenen zelf hadden ook geen idee van de precieze bijzonderheden en methoden van het kamp. Wie in een concentratiekamp werd opgesloten werd in een nieuwe en vreemde wereld gegooid. Daarom was het systeem van geheimhouding van de kampen ook zo effectief, men kon de structuur ervan niet doorzien.
En toch was er geen Duitser die niet iemand uit zijn bekendenkring in een concentratiekamp had gehad. Alle Duitsers waren getuige van de anti-joodse maatregelen in het Derde Rijk. Veel Duitsers hebben zich zelf ook schuldig gemaakt aan het bespotten of mishandelen van joden. En ook hebben veel Duitsers wel over de concentratiekampen gehoord op de buitenlandse radio tijdens de 2e Wereldoorlog. En er zijn Duitsers geweest die rijen ellendige gevangenen zijn tegengekomen op straat of op het station.
En het volk wist van de overvolle gevangenissen. En zo zijn nog veel meer voorbeelden te noemen waaruit de Duitsers een conclusie hadden kunnen trekken, namelijk dat er op grote schaal gruweldaden gebeurden.

4.5 De reactie van het Duitse volk op het onrecht binnen het Derde Rijk

Onder het vorige kopje stond te lezen dat er de meeste Duitsers wel wisten dat er onrecht was binnen het Derde Rijk. Maar hoe reageerde men daar dan op? Als volk hebben de Duitsers niet gereageerd. Nu zijn er mensen die zeggen dat dat komt omdat het Duitse volk pas vrij laat in de geschiedenis een eenheid heeft gevormd. En dus niet met een gevoel van nationalisme tegen het heersende regime konden optreden.
Anderen zeggen dat het komt door de typische aard van een Duitser. Een Duitser leeft volgens die mensen niet in een wereld van feiten maar in een wereld van fantasieën en onuitputtelijke plannen en idealen. Hij geeft zich gemakkelijk over aan een politiek die een grote toekomst verkondigt. Dat ook de verklaring waarom een Duitser tegelijkertijd dapper en laf kan zijn. Als een Duitse militair alleen is en dus niet gesteund door een groepsgedachte, dan is hij bang voor de dood, als wordt deze nog zo mooi voorgesteld. Maar als hij in een groep zit, voelt hij zich verbonden aan deze groep en vindt hij sterven een kwestie van eer en plicht. De Duitsers zijn dus niet als volk in opstand gekomen omdat ze gedreven werden door een mooi vooruitzicht.
Dat verklaart ook waarom voor de Duitsers het ontbreken van vrijheid en recht binnen het Derde Rijk geen groot probleem was. Het stond toch allemaal in het teken van een groter doel: een duizend jarig rijk. Daarom sloten ze willens en wetens de ogen voor het onrecht in het Rijk. Het weten van het onrecht zou verplichtingen met zich meer hebben gebracht, namelijk een verzet tegen het onrecht. Bovendien was het misschien wel terecht dat sommigen naar een concentratiekamp werd gebracht. Het was toch moeilijk voor te stellen dat de staat zich bewust schuldig maakte aan justitionele dwaling. Misschien werden de gruwelijkheden wel overdreven en was het gewoon buitenlandse propaganda. De meeste Duitsers konden niet geloven dat de regering zo’n gruwelijk systeem van moord en doodslag hanteerde.

4.6 Wat gebeurde er met de concentratiekampen na de 2e Wereldoorlog?

Zoals bekend is werd het Derde Rijk opgesplitst onder de vier geallieerde machten. Er ontstond een Oostelijke zone o.l.v. de Sovjet Unie en een Westelijke zone o.l.v. de Verenigde Staten, Frankrijk en Engeland. In de Westelijke zone verloren de concentratiekampen hun echte functie. Maar in de Oostelijke zone was dit anders, de kampen Sachsenhausen-Oranienburg, Torgau, Ravensbrück en Buchenwald bleven bestaan en werden soms zelfs uitgebreid. Er waren op den duur waarschijnlijk zes hoofdkampen en minstens twaalf bijkampen met in totaal meer dan 100.000 gevangenen. En er vonden deportaties van gevangenen naar Rusland plaats. Vele staatsvijanden werden er in opgesloten. Tot eind 1946 was het voor de Duitse pers, die dit door begon te krijgen, verboden om er over te schrijven: dat zou kritiek op de geallieerden zijn geweest. Maar sinds 1947 toen de Oost-West tegenstelling op begon te komen werd het door de Westelijke mogendheden juist aangemoedigd. De communisten vonden dat politieke tegenstanders nu eenmaal moesten worden opgesloten. Zij gaven toe dat dit weinig verschilde van de nationaal-socialisten. Alleen werd er binnen de communistische kampen geen mensen vergast of in grote aantallen neergeschoten. Toch zijn er ontsnapte gevangenen geweest die melding hebben gemaakt van gruwelijkheden binnen de communistische kampen.

Conclusie

Wat waren precies concentratiekampen, hoe zijn ze ontstaan en wat was hun doel?
Concentratiekampen waren kampen waar de tegenstanders van het nationaal-socialisme werden samengebracht, of zoals de naam al zegt: ‘geconcentreerd’. Tot die ‘tegenstanders’ behoorden, behalve politieke tegenstanders ook de mensen van een ‘lager’ ras, de zogenaamde ‘untermenschen’, denk bijvoorbeeld aan Joden of zigeuners.
Het doel van de kampen was de vijanden van het nationaal-socialisme te vernietigen, dit werd gedaan door ze te vernederen, te mishandelen en ze op grote schaal uit te moorden. Dit was nodig om een superieur ras te kweken, volgens de nazi’s.
Ze zijn opgericht door de SA, maar de SS heeft er de grote vernietigingskampen van gemaakt. Langzaam kreeg de SS meer grip op het reilen en zeilen binnen de concentratiekampen.
Hoe was de leiding binnen de kampen geregeld? De SS had de leiding binnen de kampen, zij waren oorspronkelijk in het leven geroepen als persoonlijke lijfwacht van Hitler. Maar al snel werd een aparte afdeling, namelijk: de doodskopformaties heer en meester binnen de kampen. Er was binnen de SS een ware hiërarchie aanwezig met rangen en standen. Ook de gevangenen zelf hadden taken, bijvoorbeeld op het gebied van organiseren van de eigen groep. Natuurlijk waren die gevangenenleiders volkomen overgeleverd aan de grillen van de SS.
Hoe ging het er aan toe in een concentratiekamp? Het begon natuurlijk met de arrestatie van een gevangene, waarna wekenlange opsluiting volgde. Ondertussen was er een ‘selectieprocedure’ aan de gang. Daarna volgde het transport naar een concentratiekamp onder erbarmelijke omstandigheden. Deze erbarmelijke omstandigheden begonnen al nadat je gearresteerd werd. Eenmaal in het kamp vond dagelijks de terreur van de SS plaats. Gevangenen werden verschrikkelijk gemarteld en gedood om het minst of geringste. Zowel lichamelijk als geestelijk werden de gevangen gebroken. Vernietiging was aan de orde van de dag. Het verschafte de SS-leiding groot genoegen om de gevangenen te mishandelen, te martelen en te doden. Alle normen en waarden uit de normale samenleving waren verdwenen, er was geen moraal meer.
Hoe ging het verder met het Duitse volk en de concentratiekampen na de val van het Derde Rijk?
De geallieerden probeerden het Duitse volk tot inkeer te laten komen door allerlei anti-nationaal-socialistische propaganda te verkondigen. Het effect hiervan was gering. Vele Duitsers voelden zich niet aangesproken, ze hadden ook teveel ellende meegemaakt om nog open te staan voor andermans ellende. De berechting van de misdadigers uit het Derde Rijk verliep ook niet goed, de geallieerden konden niet wijs worden wie verantwoordelijk was voor wat. De Duitsers hebben niet veel geweten of niet willen weten van de concentratiekampen. De Duitsers hebben zich niet als volk verzet tegen het onrecht binnen het Derde Rijk, velen waren verdoofd door de indoctrinatie van de nationaal-socialisten. De concentratiekampen in het oosten werden na de 2e Wereldoorlog gebruikt door de communisten om daar hun politieke gevangenen op te sluiten.

Eigen mening

Marien:
Als ik de concentratiekampen op gevoel beoordeel, voel ik natuurlijk afgunst. Het idee alleen al dat mensen bij elkaar worden gedreven om ze te vernietigen; dat gevangenen compleet nutteloos werk kregen, puur om ze lichamelijk te breken. Om nog maar niet te spreken van de slechte voeding, en mensonterende omstandigheden. Ook de verschrikkelijke daden die door de kampleiding zijn gepleegd zijn te erg voor woorden, zwangere vrouwen die voor de lol in de onderbuik werden geschoten en noem zo maar op. Bij het behandelen van de bronnen was ik regelmatig stil van verbazing, we konden natuurlijk niet alle gruwelijkheden behandelen in het werkstuk, maar het is zeker indrukwekkend om er eens over te lezen.
Het merkwaardige is dat de SS-bewakers thuis brave huisvaders waren, maar als ze in een concentratiekamp waren, ware beesten werden. Dat komt, denk ik, doordat het flinterdunne laagje beschaving dat die mensen hadden op dat moment wegviel. Ik ben bang dat elk mens dat misschien wel heeft. Door het nationaal-socialisme werden de mensen gehersenspoeld en dachten ze dat hun daden tegenover de gevangenen in de kampen legitiem waren omdat het toch maar ‘untermenschen’ waren en ze niet konden bijdragen aan het Derde Rijk.
Toch voel ik ook enige fascinatie jegens de organisatie binnen het Derde Rijk, miljoenen mensen werden binnen korte tijd bezeten van de propaganda en gaven hun leven voor het nationaal-socialisme. Hoewel de organisatie natuurlijk enige haken en ogen had, is het natuurlijk ontzagwekkend hoe een land binnen zo’n korte tijd, zo veel macht kan krijgen en ook net zo snel weer kan verliezen.
Al met al vond ik het erg interessant om het onderwerp te behandelen, en heb ik dingen gelezen die ik nooit had gedacht.

Maurijn:
Ik vond het maken van deze opdracht over de Duitse concentratiekampen een erg interessante bezigheid. Dit kwam omdat dit onderwerp mij zeer aanspreekt. Over het onderwerp op zich wist ik nog niet zo heel erg veel en ik wilde daar eigenlijk wel wat meer over te weten komen. Het werken aan het werkstuk was erg interessant. Bijvoorbeeld in het boek dat wij gebruikten stonden veel boeiende maar ook veel schokkende dingen. Wat de Duitsers daar in de kampen deden tart elke beschrijving. Het waren zieke geesten die geen mededogen kenden en er plezier in hadden andere mensen vreselijk te zien lijden. Ik vind het erg dat er op deze wereld nu nog steeds van die mensen rondlopen. Ik vind dat deze personen, zoals neo-nazi’s, strenger moeten worden aangepakt. Ik heb naast de informatie die wij voor dit werkstuk nodig hadden, ook stukken uit dat boek gelezen omdat het mij erg aangreep wat daar verteld werd. De gruweldaden van de Duitsers werden in de meest schokkende details verteld. Ik vind dat het eindresultaat er absoluut mag zijn. We hebben er veel tijd ingestoken en ik heb het in de periode dat we aan het werkstuk hebben gewerkt erg druk gehad, maar als ik naar het werkstuk kijk weet ik dat die moeite niet voor niets is geweest.

Bronvermelding

- Internetsite: www.auschwitz.nl
- Internetsite: www.wo2.com/testemonials.html
- Internetsite: www.wsg-hist.uni-lim.at/auschwitz.
- Het boek: De SS-Staat: Het systeem der Duitse concentratiekampen, Eugen Kogon, Uitgeverij Amsterdam Boek N.V., 1976


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

Waarom zo lang? ik vond het wel goed hoor!! ga zo door

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

`.

`.

ik had er helemaal niks aan

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Ik ben er snel ff doorgegaan en echt goed!!

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

mooi verslag!

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

ik snap de tekst niet zo goed.
maar ik wil toch meer weten over concentratie kampen. kan iemand deze tekst makkelijker omschrijven..?

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

super erg bedankt heeft ons heel erg geholpen!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

R.

R.

een PERFECT werkstuk

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

fantastisch!!!

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast