Chinese Dynastieën

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas vwo | 2596 woorden
  • 13 maart 2002
  • 116 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 116 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Hoofdstuk 1, Xia-dynastie (21e - 16e eeuw v. Chr.)
Sommige mensen zeggen dat de Xia-dynastie de eerste echte dynastie van China is geweest, maar de wetenschappers en geleerden zijn er vandaag de dag nog niet uit of dit ook echt het geval is. Er gaan verhalen dat rondom het prehistorische dorp Banpo het begin van het Chinese rijk is gelegd. Onder leiding van 1 van de eerste keizers uit de Xia-dynastie, keizer Huangdi (geregeerd van 2490 tot 2413 v. Chr.) , ook wel de Gele Keizer genaamd, zouden er fundamentele dingen voor de Chinese cultuur zijn aangelegd, het gaat dan om dingen als irrigatiesystemen en de rijstbouw.
Keizer Huangdi zou met wapens gemaakt van Jade (een bleekgroen gesteente) andere volken uit het Chinese grondgebied hebben verdreven en hij zou, zo gaat het verhaal, de strijdwagen, de sloep en een voorloper van het kompas hebben ontworpen. En bovendien zouden onder leiding van deze belangrijkste keizer uit de Xia-dynastie de eerste Chinese kalenders opgesteld zijn, en zouden de Chinese schrifttekens, de twaalftonige toonladder en verschillende maten zijn ontwikkeld.

Toch blijft het onzeker of dit allemaal waar is, want er is nooit enig wetenschappelijk bewijs gevonden dat al het voorgaande ook werkelijk is gebeurd.

Hoofdstuk 2, Shang-dynastie (16e - 11e eeuw v. Chr.)
De Xia-dynastie werd opgevolgd door de Shang-dynastie, deze dynastie kwam tot ontwikkeling in de vlaktes van Noord-China. Onder de Shang werd China een soort aristocratische samenleving, waarin de familie aan de basis van alles stond. De Shang-dynastie die beheerste de kunst van het kweken van zijderupsen en van het spinnen en weven van zijde. Bovendien werd er onder de Shang-dynastie zeer goed brons geproduceerd, dat onder meer gebruikt werd om wapens, gereedschap, keukengerei en kunst mee te maken. Dit alles weten we aan de hand van bronzen schalen die uit die tijd gevonden zijn.

Hoofdstuk 3, Zhou-dynastie (11e eeuw - 221 v. Chr.)
De Zhou-dynastie begon zijn heerschappij vanuit de provincies Shaanxi en Gansu, die wat Westelijker lagen dan de plaatsen vanwaar de Shang-dynastie was begonnen. De Zhou-keizers versloegen de Shang met grof geweld, onder het mom dat de Shang zijn corrupt en losbandig zou zijn en dat het zijn taken als keizer had verzaakt.
De Zhou-dynastie nam wel enkele dingen over van de Shang, zoals het ontwikkelde systeem, waar door de Zhou nog enkele verbeteringen in aangebracht zouden worden. Om het uitgestrekte Chinese grondgebied te kunnen besturen introduceerde de Zhou een leenstelsel, de keizer leende dan allerlei stukken grond uit aan stamhoofden en vrome aristocraten. In ruil hiervoor moesten ze belastingen betalen en de keizers van de Zhou-dynastie bijstaan in tijden van oorlog.
Op het gebied van godsdienst veranderde de Zhou enkele dingen t.o.v. de Shang, onder de Zhou was de hemel de meest vooraanstaande godheid. En de keizer was een tussenstation tussen hemel en aarde, en alleen de keizer kon offers brengen aan de goden. Het brengen van mensenoffers werd door de Zhou keizers verboden, evenals het raadplegen van orakels.

Aan het einde van de 8e en het begin van de 7e eeuw v. Chr. vielen nomadische stammen China binnen en in 771 v. Chr verwoesten ze de hoofdstad en vermoorden ze de toenmalige keizer, de zoon van deze keizer regeerde verder als hoofd van de Oostelijke Zhou-dynastie. In 771 v. Chr begon de Periode van Lente en Herfst, in deze periode werd China bestuurd door de leenheren en de lager landadel, deze begonnen het land als hun eigendom te beschouwen en gingen het verkopen, verhandelen en er oorlogen om voeren. In de 6e eeuw v. Chr. viel China uiteen in vele kleine staatjes en begon er een Periode van Strijdende Staten. In deze periode streden de vele staten veel met elkaar en ontstonden er nieuwe sociale klassen en groeperingen.
Ook waren er in de laatste jaren van heerschappij van de Zhou-dynastie vele verschillende filosofische stromingen, o.a. het Tatoïsme en het Confusianisme kwamen op. Maar deze zou niet de sterkste stroming zijn, dit waren de Legalisten. En onder de invloed van deze filosofische stroming kon een grensstaat, genaamd Qin enkele losse Chinese staatjes aan zich onderwerpen en werd er een nieuwe Chinese dynastie gevormd, de Qin-dynastie.

Hoofdstuk 4, Qin-dynastie (221 - 206 v. Chr.)
De 1e keizer van de Qin-dynastie, Qin Shi Huangdi, had Qianyang als hoofdstad. In Huangdi’s keizerrijk was het land onderverdeeld in prefecturen en werd het land bestuurd door speciaal daarvoor gekozen ambtenaren. Om het land te verdedigen buitenlandse vijandige acties werden tijdens de Qin-dynastie alle afzonderlijke verdedigingslinies verbonden tot één grote wand, de zogenaamde Chinese muur. Deze muur was in 204 v. Chr. voltooid en was 2400 km lang. Aan de bouw van de Chinese muur hebben meer dan driehonderdduizend mensen meegewerkt.
Alhoewel de Qin-dynastie slechts kort aan de macht was, zijn er tijdens deze periode toch veel dingen gebeurd. Zo verloren de leden van de adel langzaam hun macht en werden er voor maten, gewichten en munten allerlei standaarden ingevoerd. En eigenlijk de belangrijkste verandering tijdens de Qin-dynastie was de invoering van een uniform Chinees schrift.
Qin Shi Huangdi was een strenge vorst, zo liet hij in 213 v. Chr. alle niet-legalistische boeken verbranden en diegene die deze boeken uitgaven werden vermoord. Ook werden er tijdens de Qin-periode vele confisianistische geleerden levend begraven. Doordat het volk gedwongen werd door Qin Shi Huangdi om mee te werken aan diverse bouwprojecten, waaronder de Chinese Muur en de diverse Chinese Paleizen, waren er in de landbouw te weinig arbeidskrachten waardoor hongersnoden ontstonden.
Na de dood van Qin Shi Huangdi in 211 v. Chr. was overleden werd zijn zoon enkele jaren later tijdens een boerenopstand vermoord.

Hoofdstuk 5, Han-dynastie (206 v. Chr - 220 na Chr.)
In 206 riep de leider van de boerenopstanden zichzelf uit tot de eerste keizer van de nieuwe dynastie, de Han-dynastie. Chang’an was tot 8 na Chr. de hoofdstad van de Westelijke Han- dynastie en die werd opgevolgd door Luoyang als hoofdstad van de Oostelijke Han-dynastie. Onder de Han-dynastie werden de strenge wetten van de Qin enigszins versoepeld, diegene die aan de kant van de nieuwe keizer hadden gestreden kregen diverse leengoederen tot hun beschikking. En naast de Adel was het nu ook toegestaan voor kooplieden en ambtenaren om land in eigendom te hebben. Het door de Qin-dynastie ontwikkelde bestuurssysteem werd in grote lijnen door de han-dynastie overgenomen, alleen de ambtenaren kregen nu een uitvoerende taak en om ambtenaar te worden moest je een examen afleggen waar in principe iedereen aan mee mocht doen, in de werkelijkheid was dit examen alleen beschikbaar voor de personen uit welgestelde families.
Één van de belangrijkste uitvindingen van de Han-dynastie was het papier, voorheen werd altijd geschreven op hout, bamboe of zijde, maar dat was nu overbodig geworden. De Han- dynastie beleefde haar grootste bloei tijdens de regeerperiode van Han Wudi (140 - 87 v. Chr.), hij slaagde erin de nomaden uit het gebied ten noorden van China, de Hunnen, te verslaan. na diverse andere veroveringen strekte het Chinese rijk zich uit tot Sinkiang, wat ver in het westen lag.
Tijdens het bewind van de Han-dynastie werden er door de handel vele contacten met het buitenland gelegd, ook werden er nog enkele veroveringen naar het zuiden toe gedaan. Maar na verloop van tijd begon het land onder de han te vervallen, een steeds kleiner wordende groep mensen kreeg steeds grotere stukken land, daardoor vertrokken veel boeren vanuit China. En aan het hof van China was corruptie aan de orde van de dag. Hierdoor ontstonden boerenopstanden geleid door een geheime sekte, de Gele Tulbanden genaamd. In 220 deed de toenmalige keizer officieel afstand van de troon en was het gedaan met de Han-dynastie.

Hoofdstuk 6, Sui-dynastie (589 - 618 na Chr.)
In de periode na de Han-dynastie was het land enkele jaren erg verdeeld en waren het erg onzekere tijden, het land werd door verschillende dynastiën geregeerd, De westelijke en Oostelijke Jin-dynastie en de dynastie van de Zestien Staten bestuurden op een gegeven moment ieder een deel van China. Hierna kwam de Sui-dynastie in 589 aan de macht, in de zeer korte regeerperiode van deze dynastie werden vele bouwprojecten gestart, deze werden het land na een tijdje teveel en de Sui-dynastie werd tijdens een volksopstand afgezet, net als de Qin-dynastie.

Hoofdstuk 7, Tang-dynastie (618 - 907 na Chr.)
De eerste keizers van de tang-dynastie slaagde erin China weer een beetje op te krijgen en begonnen aan enkele veroveringen in de richting van Korea, Vietnam, Tibet en Turkije. Onder het bewind van 1 van de Tang-keizer, keizer Taizong, beleefde men in China een economische opleving. Mede door het Grote Kanaal, een kanaal voltooid tijdens de Tang-dynastie dat met zijn 1795 km het oudste en langste kanaal ter wereld is, konden de steeds groter wordende landbouw opbrengsten door heel het land vervoerd en verkocht worden. Onder de Tang werden nieuwe bestuurlijke eenheden, de Dao, gecreëerd, deze hadden de vorm van een provincie. Ook werd het examenstelsel voor de ambtenaren herzien en opnieuw ingevoerd. Na de dood van Taizong volgde Wu Zetian, de enige vrouwelijke keizer van China, hem op. Deze bleef 20 jaar lang aan de macht waarna haar zoon, Xuanzong, de macht in China overnam. Xuanzong verzaakte echter zijn taken wat leidde tot een opstand van An Kushan. Alhoewel deze opstand werd neergeslagen tastte dit toch de machtspositie van de tang-dynastie aan. Waardoor de macht erg verdeeld werd en de Tang-dynastie uiteindelijk door boerenopstanden in 907 instortte.

Hoofdstuk 8, Song-dynastie (960 - 1279 na Chr.)
Na een korte regeerperiode van de Vijf Dinastieën (907 - 960) kwam de song in 1960 aan de macht. Onder de Song vonden indrukwekkende ontwikkelingen plaats op het gebied van landbouw en handel. In de mijnen werd goud, zilver, koper en ijzererts gevonden. Er werd papiergeld in de omloop gebracht. En in China werd de drukpers uitgevonden, vierhonderd jaar voor de uitvinding van Gutenberg.
In het Zuiden kregen de kooplieden een aanzienlijk hogere status, en het confusianisme werd ontwikkeld tot een politieke en filosofische stroming die er vandaag de dag nog is.

Hoofdstuk 9, Chin-dynastie (1127 - 1234 na Chr.)
Tijdens de regeerperiode van de Song waren er herhaaldelijk schermutselingen met de nomadenstammen. Tot in 1127 uiteindelijk Kaifeng werd ingenomen en er een Chin-dynastie en een Zuidelijke Song-dynastie ontstonden. Vanuit het noorden kwam er een gevaar voor deze 2 dynastieën, de Mongolen. Onder Dzjengis Khan hadden de Mongolen zich verenigd en vele delen van Centraal Azië, Rusland en Oost-Europa veroverd. In 1234 begonnen deze Mongolen aan diverse veroveringen in China en werd de Chin-dynastie verslagen. En het duurde nog tot in 1279 voordat ook de Zuidelijke Song-dynastie werd verslagen en China werd verenigd onder de Mongoolse Yuan-dynastie.

Hoofdstuk 10, Yuan-dynastie (1279 - 1368 na Chr.)
Voordat de Yuan-dynastie aan de macht was gekomen in China, was Marco Polo vanuit Europa over land naar Khanbalik (nu Peking) gekomen. Hier diende hij zeventien jaar lang aan het hof van Dzjengis Khan, waarop hij terugkeerde naar Europa en hier het eerste echte boek over China schreef.
De Yan-dynastie nam het Chinese bestuursapparaat over, omdat dit in hun ogen goed functioneerde. Ook waren deze nieuwe Mongoolse heersers erg tolerant ten opzichte van Chinese religieuze zaken. Wel moesten de Chinese boeren en adel afstand doen van hun grond die werd verdeeld onder de Mongoolse edelen. Ook de belastingen werden hoger, waardoor vele boeren in armoede moesten leven. Dit leverde verzet tegen de Mongoolse Yuan-dynastie op waardoor op den duur hele gebieden in handen vielen van roversbendes en de Yuan-dynastie zijn macht in China verloor.

Hoofdstuk 11, Ming-dynastie (1368 - 1644 na Chr.)
De Yuan-dynastie werd in 1368 verslagen door het Chinese leger onder leiding van Zhu Yuanzhang, hij werd in datzelfde jaar gekroond tot keizer Taizu van de Ming-dynastie. Nadat deze nieuwe keizer de mongolen uit Peking had verbannen, was er in China weer eens een echte Chinese dynastie aan de macht. Onder bevel van de Ming-dynastie werd Peking tot nieuwe Chinese hoofdstad gebombardeerd, werd de economie nieuw leven ingeblazen, werden nieuwe irrigatiesystemen aangelegd en de belastingen werden verlaagd en in sommige gevallen zelfs afgeschaft. Mede hierdoor werd de positie van de regering in Peking verbeterd. Chinese schepen voeren overal naartoe en er werden zelfs de eerste overzeese Chinese koloniën gesticht. In de 14e en de 15e eeuw lagen de mensen in China erg ver voor op Europa, zowel op economisch als op technisch gebied.
Toch veranderden er in de 16e eeuw het een en ander. In 1516 kwamen de Portugeze met katholieke misionarissen China binnen, maar het grootste gevaar kwam volgens de Chinezen nog steeds uit Noord- en Centraal Azië. mede daarom werd de Chinese muur weer versterkt. De oorlogen tegen de Mongolen en anderen nomaden duurden voort tot ver in de 16e eeuw. Terwijl de Ming-dynastie op zijn eind begon te lopen, nam de armoede onder de boeren toe, de geheime politie probeerde bij de kleinste tekenen van oppositie tegen de Ming-dynastie de kop in te drukken, maar aan het begin van de 17e eeuw wist deze geheime politie de boerenopstanden niet de kop in te drukken.

Hoofdstuk 12, De Qing-dynastie (1644-1911 na Chr.)
Temidden van de chaos rond de diverse opstanden wisten de Mantsjoes in 1644 de macht te grijpen. Ze wierpen de Ming-dynastie omver en stichten zelf de Qing-dynastie. Aan het eind van de 16e eeuw wist Nurhachi diverse nomadenvolken rondom Matsjoerije te verenigen in datzelfde rijk. Al vanaf 1616 was de Qing-dynastie bezig hun grondgebied uit te breiden. Onder de Qing bereikte China zijn grootste oppervlakte uit de geschiedenis, zo’n 11 miljoen km² . Diverse buurlanden werden gedwongen door de Qing-dynastie om de Chinese heer- schappij te aanvaarden en te luisteren naar wat China en vooral de Qing-dynastie zei. In de eerste 150 jaar van het bewind van de Qing-dynastie werd het belasting- en landbouwbeleid versoepeld, werd de handel gestimuleerd, diverse industriën werden opgezet en de contacten met het buitenland werden onder de Qing verstevigd. Omdat de Qing een minderheid was in China namen ze oude Chinese gebruiken over, maar ze voerden ook nieuwe dingen in. Het verplicht in een vlecht dragen van je haar was daar een voorbeeld van.
Tegen het eind van de 18e en aan het begin van de 19e eeuw vonden er steeds meer en steeds vaker opstanden plaats, dit kwam mede doordat het bevolkingsaantal van China snel toenam, maar dat er geen nieuwe technoliogieën ontwikkeld werden. De vorsten van de Qing-dynastie hadden hun buitenlandse politiek voornamelijk gericht op de landen uit Centraal-Azië. Daardoor kon er geen weerstand geboden worden tegen Europese landen in diverse oorlogen, zoals de Opiumoorlog (1839 - 1842). Door herstelbetalingen werden de belastingen in China hoger en de Qing-dynastie minder geliefd. Nog meer opstanden namen plaats in China, opstanden als de taiping- en de Boxeropstand, deze opstanden werden toch nog de kop in gedrukt, al was het met de grootste moeite en een grote hoeveelheid slachtoffers. Na de 2e opiumoorlog moest China nog meer aan het buitenland gaan betalen, wat doorgevoerd werd op de belastingen. Veel Chinezen pikten dit niet en emmigreerden naar de V.S. of ander Azia- tische landen, de mensen die in China bleven pleegden nog heftiger verzet tegen de Qing-dynastie, die uiteindelijk in 1911 omver geworpen werd door Sun Yat Sen en zijn Republikeinse Revolutionaire Liga. Tot slot werd de laatste Qing-keizer, keizer Puyi, in 1912 gedwongen om afstand te doen van de troon.
De Qing-dynastie was de laatse dynastie die in China aan de macht was, aan een tijd van bijna 4000 jaar dynastieën was in 1912 een einde gekomen.

Bronvermelding.

- Insight Guides China,
Hans Hüfer (Vertaald uit het Engels door: Frank rozendaal),
Zeewolde, 1998,
Uitgeverij Cambium

- De eeuw van China,
Jonathan Spence & Annping Chin (Vertaald uit het Engels door:
Catalien van Paassen),
Oorspr. Uitgave: Endeavour group, 1996,
Nederlandse Uitgave: Amsterdam, 1996, Anthos.

- Prisma, Nederlands Woordenboek,
prof. dr. A.A. weijnen, m.m.v. drs. A.P.G.M.A. Ficq-Weijnen,
Den Haag, 1996,
Uitgeverij Het Spectrum B.V.

- De Grote Bosatlas, 51e editie,
WN Atlas Productions,
Groningen, 1995,
Wolters-Noordhoff.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

bwoa da valt mee wa ge het geschreven zo slecht was het ni maar het was wel zeer bondig vertelt ni?????????????,

19 jaar geleden