Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Balkan

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas vwo | 3223 woorden
  • 23 april 2007
  • 51 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 51 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Inhoudsopgave:

Inleiding
Eerste Balkan-oorlog
Tweede Balkan-oorlog
Gevolgen
Derde Balkan-oorlog
Gevolgen
Kosovo-conflict
Hoe verder?
Slot
Taakverdeling
Bronvermelding
Bijlage

Inleiding:

Toen we een onderwerp moesten bedenken voor onze presentatie, gingen we ons wat meer verdiepen in de gebeurtenissen van de 20ste eeuw. Natuurlijk zijn de belangrijkste gebeurtenissen daarvan de 2 wereldoorlogen. En we hadden dan ook al erg vaak gehoord dat de aanleiding van de 1ste wereldoorlog, de moord op Frans Ferdinand, was. Toen kwam bij ons de vraag op: ’Het zal best dat dat de aanleiding is geweest, maar waarom? Wat was er daarvoor al allemaal gaande op de Balkan, want het was immers een Slavische nationalist geweest die de moord op Frans Ferdinand gepleegd had.’ Zo kwamen we op ons onderwerp: “Gebeurtenissen op de Balkan in de 20ste eeuw”.

De Eerste Balkanoorlog
In 1912 was het Ottomaanse Rijk door de revolutie van 1907-1908, een Albanese opstand, en door de Turks-Italiaanse oorlog van 1912 ernstig verzwakt. Voor de Balkanstaten Servië, Griekenland, Montenegro en Bulgarije was dat een gelegenheid om de Balkan geheel te ontdoen van de resten van de Ottomaanse heerschappij. Rusland had de Balkanstaten hulp beloofd bij een oorlog met het Ottomaanse Rijk. Rusland had dit verdrag eigenlijk als tegengewicht tegen Oostenrijk-Hongarije bedoeld. De Balkanlanden hadden echter andere plannen: zij wilden onafhankelijkheid. Concrete afspraken bestonden eigenlijk niet: het Turkse gebied werd slechts ruwweg verdeeld, en vaak gold de regel: "wie het eerst komt, die het eerst maalt". Wel was er een bepaling dat de toewijzingen eerst aan tsaar Nicolaas II van Rusland ter arbitrage zouden worden voorgelegd. Op 8 oktober 1912 verklaarde Montenegro de oorlog aan Turkije. De partners op de Balkan volgden enige dagen later.

De Serviërs rukten snel op in Macedonië en wisten Kumanovo en Skopje te bezetten. Ze bezetten ook de sandjak van Novi Pazar, waarmee ze contact maakten met de Montenegrijnen. De Bulgaren bezetten ook een deel van Macedonië en rukten op naar Thessaloniki en Istanboel. De Grieken trachtten in Macedonië hun deel van de buit binnen te halen, en rukten ook op naar Thessaloniki. Bij Bitola in Macedonië werden ze echter als enige door de Turken verslagen waardoor de geïrriteerde Serviërs de belegering van het stadje moesten overnemen. Uiteraard behielden ze de stad voor zichzelf. De Grieken wisten echter wel de hoofdprijs binnen te halen: ze bezetten Thessaloniki net enkele uren voor de Bulgaarse Rila-divisie arriveerde. Aangezien degene die als eerste de stad bezette, deze mocht houden, was Thessaloniki voor de Grieken.
De Bulgaren rukten op tot 32 kilometer voor Istanboel. Het kanonvuur was in de stad te horen, en de sultan ontvluchtte de stad. Tsaar Ferdinand van Bulgarije zou echter de stad niet mogen bezetten: de Turken hielden stand.
In minder dan twee maanden tijd verloor Turkije bijna alle Europese bezittingen aan de Balkanlanden. Op 3 december 1912 tekenden Servië, Montenegro en Bulgarije een wapenstilstand met Turkije, maar Griekenland bleef de oorlog voortzetten. De vredesbepalingen werden door Turkije echter onacceptabel bevonden, en begin 1913 kwam het tot een staatsgreep. De gevechten laaiden daardoor weer op. Op 19 april werd er een nieuwe wapenstilstand overeengekomen.
Onder bemiddeling van de Europese grootmachten werden op 30 mei in Londen vredesbepalingen opgesteld. Turkije zou zich grotendeels uit Europa terugtrekken.
Tijdens de eerste Balkanoorlog had Albanië op 28 november 1912 de zelfstandigheid uitgeroepen, maar de andere Balkanstaten waren niet van zins dat te erkennen en Griekenland, Servië en Montenegro maakten aanspraak op grote delen van het Albanese gebied.
Deze situatie op de Balkan leidde tot de Skutari-crisis. De Skutari-crisis liep bijna uit op een Europese oorlog. De Montenegrijnen rukten op richting Albanië. Zij stuitten daarbij op steeds heftiger Albanees-Turks verzet. Het doel van de aanval was Skutari, een stad met een volledig Albanese bevolking. Dit zinde Italië en Oostenrijk-Hongarije niet, omdat zij zelf plannen hadden in het gebied. Koning Nikola van Montenegro belegerde Skutari, zelfs terwijl Italië en Oostenrijk-Hongarije hem bevolen zich terug te trekken. Gesteund door Rusland hield hij de belegering vol tot de Turken zich overgaven. Italië en Oostenrijk dreigden met oorlog, Rusland en Servië steunden Montenegro, Duitsland verklaarde niet neutraal te zullen blijven. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Gray, bemiddelde echter. Koning Nikola gaf de stad op, en liet zich afkopen met een lening die hij gebruikte om zijn gedaalde populariteit in eigen land op te vijzelen. Door op goed geluk twee grootmachten uit te dagen had hij wel een enorm risico gelopen, want het krachtsverschil was enorm. Driekwart van de bevolking van Skutari was verhongerd of in de strijd en plunderingen omgekomen. Bovendien had de hebzuchtige vorst bijna een Europese oorlog uitgelokt!

De Tweede Balkanoorlog
Nog in datzelfde jaar 1913 leidde ontevredenheid over de verdeling van de gebieden die op Turkije veroverd waren tot de Tweede Balkanoorlog. Bulgarije was een zeer groot land geworden. Te groot, volgens Griekenland en Servië. Zij vreesden een Bulgaarse dominantie over de Balkan, die er wellicht in de toekomst toe zou leiden dat ook Thessaloniki en (de rest van) Macedonië Bulgaars zouden worden. Ze hadden spijt van het verdrag met Rusland en de goedkeuring van de Russische tsaar die zij nodig hadden, want Rusland en tsaar Nicolaas zouden wellicht te pro-Bulgaars oordelen.

Op 29 juni ondernam de Bulgaarse generaal Savov een aanval op Servië, zonder dat hij daartoe opdracht had gekregen. Dit was net op het moment gebeurd dat de internationale diplomatie de drie Balkanstaten om de tafel had gekregen. De Bulgaarse regering ontkende enige betrokkenheid bij het voorval, maar op 8 juli verklaarden Servië en Griekenland de oorlog aan Bulgarije. Kort daarna volgden ook Roemenië en Montenegro, en ook Turkije nam (min of meer op uitnodiging van Servië en Griekenland) weer deel aan de strijd in de hoop een deel van het na de Eerste Balkanoorlog verloren gebied weer terug te winnen. Zo staan de staten die een half jaar eerder zij aan zij vochten tegen de Turkse overheersing tegenover elkaar. De Bulgaren die een paar maanden eerder in Servië en Griekenland geprezen werden als moedige Slavische/orthodox-christelijke bondgenoten, werden nu als monsters en misdadigers afgeschilderd.
Bulgarije stond alleen tegenover een overmacht en kon bijna niet anders dan capituleren. Op 10 augustus werd in Boekarest een vredesverdrag ondertekend. Bulgarije moest een groot deel van de winst uit de Eerste Balkanoorlog weer afstaan en Macedonië werd haast geheel tussen Griekenland en Servië verdeeld. Turkije wist een klein deel van het verloren gegane gebied te heroveren.
Vastgelegd werd ook dat Bulgarije land zou overdragen aan Roemenië. Bulgarije zegde ook toe de militaire macht in die regio af te bouwen. Herovering van deze gebieden zou tot 1945 altijd een essentieel onderdeel van de Bulgaarse politiek blijven.
Het Verdrag van Boekarest had twee fundamentele tekortkomingen:
• De in dit verdrag vastgelegde grenzen hadden geen relatie met de nationaliteit van de inwoners van de betreffende districten;
• Bulgarije werd door de verdragsbepalingen zo zwaar getroffen dat het land het verdrag niet als een permanente oplossing kon accepteren.

De gevolgen
De Balkanoorlogen waren het voorspel tot de Eerste Wereldoorlog die een jaar later uitbrak. Servië kwam als sterke macht uit de Balkanoorlogen, hetgeen leidde tot spanningen met het buurland Oostenrijk-Hongarije dat al in 1908 delen van Bosnië-Herzegovina ingelijfd had bij Oostenrijk-Hongarije. Servische en Bosnische nationalisten verzetten zich tegen die inlijving. Op 28 juni 1914 werd vervolgens de Oostenrijkse aartshertog en troonopvolger Frans Ferdinand gedood bij een aanslag in Sarajevo. Deze aanslag geldt als het begin van de Eerste Wereldoorlog.
Turkije en Bulgarije bleven echter ontevreden achter. Beide landen zouden in de Eerste Wereldoorlog de kant kiezen die hen teruggave van de verloren gebieden zou beloven. En dat was de kant van Duitsland en Oostenrijk.

Derde Balkanoorlog
Toen in juli 1914 Oostenrijk-Hongarije Servië aanviel, stond dit conflict korte tijd bekend als de Derde Balkanoorlog. Al snel bleek het conflict veel meer te omvatten dan slechts de Balkan en werd de term Grote Oorlog of (Eerste) Wereldoorlog gebruikt.
Oostenrijk-Hongarije, dat immers de oorlog tegen Servië begonnen was, probeerde Servië drie keer te bezetten. Drie keer werden de Oostenrijk-Hongaren verslagen. In 1915, na de toetreding van Bulgarije en Turkije tot de Centralen werd Servië vanuit Oostenrijk-Hongarije en Bulgarije bezet. Bulgarije gaf er overigens daarna de brui aan. Zoals een generaal zei: "We hebben wat we willen (Macedonië), wij doen niets meer." De laatste Servische en geallieerde troepen werden naar Korfoe en Thessaloniki verdreven. In de eindfase van de oorlog werden de Centralen door de Geallieerden teruggedreven naar hun beginpunt.

Na de Eerste Wereldoorlog ontstaat het koninkrijk Joegoslavië. Griekenland, Albanië, Hongarije, Roemenië en Bulgarije krijgen bij benadering de omvang die zij tegenwoordig nog hebben.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog valt Joegoslavië uiteen. Een onafhankelijk Kroatië ontstaat, dat ook Bosnië-Herzegovina omvat. De hele Balkan is nu Duits of pro-Duits, op gebieden in Kroatië na waar de Joegoslavische partizanen vechten. Deze veroveren in 1944 geheel Joegoslavië onder leiding van maarschalk Tito.
Na de oorlog wordt het koninkrijk Joegoslavië een federatie met een sterk centraal bestuur van zes republieken: Slovenië, Kroatië, Servië, Bosnië-Herzegovina, Macedonië en Montenegro. Om de Servische dominantie terug te dringen krijgen Kosovo en Vojvodina een autonome status en worden drie nationaliteiten binnen Servië erkend: Kroaten, Serviërs en moslims.
In 1948 kiest Joegoslavië voor het communisme.

Derde Balkanoorlog
In 1980 was maarschalk Tito overleden. Vijfendertig jaar lang was hij de absolute heerser in Joegoslavië. Tito, die besefte dat hij het eeuwige leven niet had, was ruim voor zijn dood begonnen een systeem op te zetten dat moest voorkomen dat de nationaliteiten elkaar in de toekomst naar de keel zouden vliegen. Een te grote Servische dominantie werd voorkomen door de provincies Kosovo en Vojvodina in 1974 autonomie te verlenen met een nagenoeg gelijke zelfstandigheid als gold voor de zes andere republieken. Samen met de zes deelrepublieken zouden deze ieder een stem krijgen in de Federatieraad, het belangrijkste besluitvormingsorgaan. Daarnaast kwam een roulerend presidentschap. Dat wil zeggen dat iedere Joegoslavische deelrepubliek een president naar voren mocht schuiven die dan voor een bepaalde periode president was van Joegoslavië.
In 1981 groeide een studentendemonstratie tegen het slechte eten van de universiteit van Pristina uit tot een Kosovaarse demonstratie voor meer autonomie. Terwijl de economie van Joegoslavië in rap tempo verslechterde, kwam het nationalisme op. Slobodan Milosevic, begonnen als communistisch partijleider van Belgrado, klom op tot partijleider in Servië in 1987, en werd boegbeeld van het Servische nationalisme. In 1988 werd de autonomie van Kosovo en Vojvodina opgeheven door Servië, waarbij de zetels in de Federatieraad rechtstreeks door Servië bezet werden. In 1989 wist Milosevic het Servisch nationalisme verder aan te wakkeren door een toespraak op het Merelveld te Kosovo. Dat jaar werd hij tevens president van Servië. Milosevic had nu, ook door zijn aanhang in Montenegro, vier van de acht stemmen in de Federatieraad in handen.
Intussen had dit irritatie opgewekt in Slovenië en Kroatië. Door het toerisme en de industrie waren deze deelrepublieken altijd al de welvarendste van de Federatie geweest. In ruil voor financiële steun aan armere gebieden, zoals Macedonië, kregen zij autonomie. Nu dreigde ook deze autonomie hen te worden ontnomen. Er kon alleen tegengewicht aan Milosevic geboden worden door een coalitie te vormen met Bosnië-Herzegovina en Macedonië.
In 1990 wonnen bij verkiezingen in deelrepublieken overal de nationalisten. Het gevolg hiervan was onafhankelijkheidsverklaringen van de Joegoslavische deelstaten.
De onafhankelijkheidsverklaringen
Ondanks buitenlandse oproepen de eenheid te bewaren, verklaarde Slovenië zich op 25 juni 1991 onafhankelijk. Toen volgde de Tiendaagse Oorlog tussen Slovenië en Joegoslavische legers. Deze oorlog werd na tien dagen beëindigd toen het akkoord van Brioni werd getekend. In dit akkoord stond dat Joegoslavië drie maanden de tijd had om de legers terug te trekken uit Slovenië. Joegoslavië gaf gevolg aan de afspraken van het akkoord en Slovenië was officieel onafhankelijk.
Op dezelfde dag als Slovenië heeft ook Kroatië zich onafhankelijk verklaard. In Kroatië reageerden de etnische Serviërs door wegversperringen op te richten en met bescherming en wapens van het Volksleger een eigen republiek te stichten. In eerste instantie moest Kroatië deze gebieden opgeven, maar was al begonnen met de opbouw van een eigen leger. Met ingekochte wapens werd de strijd tegen het Volksleger voortgezet, tot dit zich in 1992 uit Kroatië terugtrok. Joegoslavië bestond toen dus nog uit de staten Bosnië-Herzegovina, Servië, Macedonië en Montenegro.
De Bosnische regering had op 29 februari en 1 maart 1992 een referendum uitgeschreven met de vraag of Bosnië-Herzegovina onafhankelijk moest worden. De Bosnische Kroaten en Bosnische Moslims stemden in meerderheid voor onafhankelijkheid. De Bosnische Serviërs boycotten deze verkiezingen; zij waren tegen onafhankelijkheid en vonden dat het refendum ongrondwettelijk was. Aangezien de meerderheid van de uitgebrachte stemmen in het referendum voor onafhankelijkheid was, riepen de Bosnisch-Kroatische en Bosnische Moslim parlementsleden op 5 april 1992 de onafhankelijkheid uit. Als reactie hierop riepen de Bosnische Serviërs op 7 april 1992 een eigen republiek uit: de Republika Srpska en claimden ook grote gebeiden elders in het land waar een Servische minderheid woonde.
Al voor het referendum vormden elk van de drie etnische groepen eigen legertjes en locale milities, waarbij de Serven werden gesteund door het Joegoslavische Volksleger. Dit was omdat Milosevic, een Serf, van Servië en grote delen van Joegoslavië een Groot-Servië wilde maken. Één van de eerste gewelddadige incidenten vond al plaats op 30 september 1991, toen het Joegoslavische Volksleger het stadje Ravno dat door Bosnische Kroaten bewoond werd, verwoestte. In afwachting van de resultaten van het referendum braken op verschillende plaatsen gevechten uit, in eerste instantie tussen Serviërs en Bosnische Moslims.
In het begin van de oorlog (1992) vochten de Bosnische Kroaten en de Bosnische Moslims tegen de (Bosnische) Serviërs, die als gevolg van de onafhankelijkheidsverklaring een eigen republiek hadden uitgeroepen: de Republika Srpska, gesteund door Servië onder leiding van Slobodan Milošević.
In 1993 ontstond er ook oorlog tussen de Bosnische moslims en de Bosnische Kroaten, omdat ook de Kroaten een territorium in Bosnië wilden. De Kroaten kregen hierbij steun vanuit Kroatië. In 1994 sluiten de Bosnische Moslims en Bosnische Kroaten vrede na tussenkomst van de Kroatische president Franjo Tudjman.
In eerste instantie werd tijdens deze derde balkanoorlog niet ingegrepen door internationale vredesorganisaties. Na de Val van Srebrenica en een aanval op een markt in Sarajevo, waarbij een aantal Bosnische Moslims omkwam, veranderde het internationale politieke klimaat en werd door de internationale gemeenschap een Rapid Reaction Force ingezet, die werd gesteund met door de NAVO uitgevoerde luchtacties. Dit dwong de Serviërs tot het beeindigen van de gewapende strijd en bracht de strijdende partijen aan de onderhandelingstafel in het Amerikaanse Dayton. Als gevolg van deze onderhandelingen en onder druk van verder ingrijpen door de internationale gemeenschap werd het Verdrag van Dayton bereikt.

Gevolgen
Het verdrag van Dayton is dus het vredesverdrag dat een einde maakte aan de Derde Balkanoorlog. Het is een verdrag tussen de Republiek van Bosnië-Herzegovina, de Republiek van Kroatië en de Federale Republiek van Joegoslavië, tegenwoordig Servië en Montenegro.
In het Verdrag van Dayton werd bepaald dat de republiek Bosnië-Herzegovina zou gaan bestaan uit twee afzonderlijke entiteiten: de Republiek Srpska en een federatie van moslims en Kroaten. Verder was in het Daytonverdrag ook aandacht voor verkiezingen, mensenrechten en een grondwet. Tegenwoordig kampt Bosnië-Herzegovina met 2 verschillende problemen: de wederopbouw na de oorlog en de verandering van een communistisch systeem naar een kapitalistische samenleving.

Joegoslaviesche burgeroorlog

Voor de oorlog had Kosovo zo’n 1,5 tot 2 miljoen inwoners, waarvan 90% Albanees en 10% Servisch was. De Albanezen zijn vooral moslim en de Serviers vooral orthodoxe christenen. Voor de oorlog was de economische situatie erg slecht, ongeveer 70% van de Albanezen was werkloos. En ook onder de Serviers was veel werkloosheid. Ondertussen was er in Joegoslavië waar Kosovo toen nog een onderdeel van was, dat onder leiding van Milosevic stond, in een economische crisis doordat ze financieel werden geboycot door de westerse wereld.
De Albannezen in Kosovo zijn onder te verdelen in twee groepen, namelijk het LDK en het UCK. Beide partijen streefden naar onafhankelijkheid. De leider van de LDK, Ibrahim Rugova riep in 1990 de onalfhankelijkheid uit en kreeg in de verkiezingen van 1992 de meerderheid van de stemmen. Rugova was voor een vreedzame oplossing van het conflict met de Joegoslavische regering. Helaas had hij niet veel succes. Het UCK was meer van de geweldadige aanpak. Zij begonnen in 1997 met een oorlog tegen de Serviers. Ook hun succes duurde niet lang, want de Serviers sloegen terug en begonnen aan een etnische zuivering. Dat betekend dan Albaneze Kosovaren gingen verjagen of vermoorden. Veel Albaneze-Kosovaren zijn toen gevlucht.
Toen gingen de westerse landen zich ermee bemoeien.Beide partijen streefden immers voor een zelfstandige staat voor de Kosovaren, dus werd er gedacht over een vereniging van alle Albanezen in een Groot-Albanie. Dat zou dan bestaan uit Albanie, Kosovo, West-Macedonie en een deel van Noord-Griekenland. Maar dat plan kreeg geen internationale steun.

Hoe verder?
Tijdens de Joegoslavische burgeroorlog zijn er enorm veel mensenrechten geschonden. Daarom is, al halverwege de oorlog, het Joegoslavië-tribunaal opgericht. Daar staat onder andere de Servische oud-president, Slobodan Milosevic, terecht.
Het tribunaal heeft het recht mensen te vervolgen die er verdacht worden van het schenden van de internationale mensenrechten, die gepleegd zijn op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië, vanaf 1 januari 1991. Dit is zo strik, omdat er zo heel gericht gewerkt kan worden. Omdat het Tribunaal een internationaal gerechtshof is, worden van rechtssystemen van verschillende landen gecombineerd.

De werking van het Tribunaal
Hoe werkt het Joegoslavië-Tribunaal?

Het Joegoslavië-Tribunaal is gebonden aan het statuut dat is opgesteld tijdens de oprichting in 1993. Het Tribunaal heeft het recht mensen te vervolgen die worden verdacht van het schenden van internationaal humanitair recht, gepleegd op het grondgebied van het voormalig Joegoslavië vanaf 1 januari 1991. Onder dit recht vallen de regels die zijn opgesteld over oorlogen, gewapende conflicten en dergelijke, maar ook eerdere uitspraken van nationale en internationale rechters in internationale conflicten.
Omdat het Tribunaal een internationaal gerechtshof is, worden rechtssystemen van verschillende landen gecombineerd. Zo is er geen jury, conform Europees recht, en is één getuige voldoende bewijs, zoals bij Angelsaksisch recht gebruikelijk is.
Het bestaat uit drie kamers en een kamer voor hoger beroep. De voertaal in de rechtszalen is Engels en Frans, waar nodig met behulp van tolken. De getuigen en verdachten mogen hun eigen taal spreken, en alle stukken zijn beschikbaar in het Bosnisch, Servisch en Kroatisch. Het Tribunaal wordt betaald door de Verenigde Naties.

Het proces tegen Slobodan Milosevic is deze week weer hervat. Het gaat inmiddels het vierde jaar in.
steeds duidelijker wordt dat er te weinig documenten bestaan op basis waarvan Milosevic veroordeeld kan worden. Het belangrijkste zijn de verklaringen van getuigen.

Er is zelfs een speciale afdeling bij het Tribunaal die helpt getuigen op te sporen, te begeleiden naar Den Haag, voor te bereiden op hun getuigenis en ervoor te zorgen dat ze weer veilig terug kunnen keren naar hun land. Maar dat is allesbehalve gemakkelijk: de getuigen willen vaak wel, maar durven niet.

Slot
Dit is alweer het einde van ons werkstuk over ‘Gebeurtenissen op de Balkan in de 20ste eeuw’. Dit onderwerp was toch een stuk moeilijker dan we in het eerste opzicht gedacht hadden. Er is zoveel gebeurd in de afgelopen eeuw. En als je dat allemaal op een rijtje moet zetten is dat erg lastig en wordt het al gauw onoverzichtelijk. Toch zijn we tevreden over het resultaat en we kunnen wel zeggen dat we een breder inzicht in de situatie hebben gekregen. En dat is toch ook belangrijk. Het heeft even tijd en een goede concentratie gekost, maar dan is het ons ook wel gelukt.

Bronvermelding:
www.nieuwsbank.nl
www.nrc.nl
www.landenweb.com/geschiedenis
www.novatv.nl
http://www2.rnw.nl/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Verdrag_van_Dayton
http://nl.wikipedia.org/wiki
http://www.gammanieuwsdienst.nl/pages1/week3599/kosovo_conflict.htm

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

ik heb een 1 wegens plagiaat

5 jaar geleden

I.

I.

is niet robin was grapje

5 jaar geleden