Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

1893 Johan de Liefde richt het Utrechtsch Volksblad op

Beoordeling 5.2
Foto van Simon
  • Werkstuk door Simon
  • 1e klas wo | 2409 woorden
  • 24 november 2002
  • 103 keer beoordeeld
Cijfer 5.2
103 keer beoordeeld

1893. Johan de Liefde richt het Utrechts Volksblad op Inleiding "In October 1876 - dezelfde maand waarin hij den leeftijd van zestien (!) jaar bereikte - was de jonge Johan de Liefde met zaken doen begonnen: harde noodzaak had hem hiertoe gedreven. [] Dit Amerikaansch-aandoend begin past wonderwel in den stijl van zijn latere jaren. Een zestienjarige toen hij zijn commercieele zendingsreizen begon, had hij het dubbele van dien leeftijd bereikt, toen zijn rusteloos initiatief hem bracht tot de oprichting van een courant in Mei 1893."
1 Zo wordt Johan de Liefde geportretteerd in het gedenkboek van zijn krant, het Utrechtsch Volksblad dat al binnen de kortste keren omgedoopt werd tot Utrechtsch Nieuwsblad. Wie was deze Johan de Liefde? Een echt zakenman, wil bovenstaand citaat uit het vijftigjarig jubileumboek ons duidelijk maken. Het verhaal van Johan de Liefde, waarin het Utrechtsch Volksblad een steeds grotere rol ging spelen, lijkt een verhaal over een echte doorzetter, een waar zakenman die zichzelf geen rust gunde en alsmaar doorging. Of zoals in zijn biografie 'Johan de Liefde (1860-1923), van prentenverkoper tot krantenmagnaat' valt te lezen: "een Utrechtse variant van de Amerikaanse droom 'van krantenjongen tot miljonair'."2 Maar het kan heel goed dat hier sprake is geweest van mythevorming, hoe bijzonder was De Liefde in zijn tijd? Is hij een van de mensen geweest die eind negentiende eeuw de journalistiek op een hoger niveau tilde, of was hij slechts een gelukkig zakenman die meedreef in de golf? Hoe kwam De Liefde in het uitgeversvak? En waarom was hij zo succesvol? Zijn eigengereide persoonlijkheid heeft daarin een grote rol gespeeld: "
Telkens had patroon weer wat nieuws; wat-ie eenmaal in zijn hoofd had, dat kreeg je er niet meer uit. Zoo moest het gebeuren"3, herinnerde een van De Liefde's eerste knechten zich in de jaren negentien veertig. Dankzij een, voor die tijd, grootschalige promotiecampagne had het Utrechtsch Volksblad direct zesduizend abonnee's.4 Hoe heeft deze krant zich vervolgens ontwikkeld tot het Utrechts Nieuwsblad dat wij nu nog kennen? Wie was Johan de Liefde? "Johan Wijnand Herman de Liefde werd op 24 oktober 1860 in Utrecht geboren als zoon van de koopman in turf en brandhout Hendrik Arie de Liefde en Wijntje van Maarschalkerweerd. Het gezin telde zes kinderen. De Liefde trouwde 27 augustus 1902 met Johanna Maria Rijntjes. Het echtpaar kreeg geen kinderen. De Liefde stierf op 6 augustus 1923 in zijn geboortestad."
5 Het biografisch lemma over Johan de Liefde start met deze basisinformatie het levensverhaal van de stichter van het Utrechtsch Volksblad. Wat valt er verder nog te vertellen over De Liefde? Hij groeide op aan de Cellebroedersstraat en de Tulpstraat, waarnaar werd verhuisd omdat zijn vader daar een winkel opende. De jonge Johan had zijn eerste bijbaantje als barbiersknecht, maar dat beviel blijkbaar niet, want "de jonge De Liefde [trad] op zestienjarige leeftijd in het voetspoor van zijn vader en ging de handel in". 6 Wat Johan dan 'in de handel' deed? Langs de deuren lopen met religieuze prenten. Opmerkelijk was wel dat Johan zowel langs de katholieke als de protestantse gezinnen liep. Het kwam "door zijn flair en gemakkelijke omgang"
7 dat De Liefde een succesvol verkoper werd en gaandeweg zijn assortiment uitbreidde met kalenders en grotere platen en schilderijen. Voor laatstgenoemden ging hij tevens de lijsten leveren. In het adresboek van 1882/83 stond de winkel aan de Tulpstraat op zijn naam en had hij een knecht in dienst. In het biografisch lemma staat het woord "al" in bovenstaande zin verwerkt, natuurlijk bestond het begrip YUP destijds nog niet, maar zo bijzonder lijkt mij het niet dat je na zes jaar (!) zelfstandige handel een eigen zaak opent en iemand in dienst neemt.8 Verder onderzoek naar de snelheid waarmee handelaren in die tijd hun imperium uitbreidden heb ik overigens niet gedaan. Na het lezen van het biografisch lemma kan ik in zijn algemeenheid zeggen dat er drie punten zijn die het zaken doen van Johan de Liefde kenmerken. De eerste is het principe waar hij mee werkte: als ik het zelf doe, weet ik in ieder geval dat het goed en goedkoop gebeurt en ben ik bovendien van niemand afhankelijk. Volgens dat principe besloot Johan de Liefde zich dan ook in de jaren achttien tachtig te vestigen als uitgeverij. "Hij begon met scheurkalenders, maar gaf al snel ook stichtelijke boekjes, praktische gidsjes en bijbels uit. [] Ook het door hem gestichte protestants-christelijke tijdschrift De Heilbode
bleek een groot succes."9 Omdat Johan de Liefde steeds meer in eigen handen nam, en daar succesvol zaken in deed, waagde Johan zich ook aan het uitgeven van tijdschriften en kranten. In de loop der jaren gaf hij behalve het Utrechtsch Volksblad, het Amsterdams Nieuwsblad, Haagsch Nieuwsblad, Arnhemsch en Geldersch Nieuwsblad, Enschede's Nieuwsblad en de tijdschriften De Heilbode en Het Ideaal uit.10 Dan komen we nu bij het tweede punt. Zijn drang om uit te breiden was succesvol omdat hij, zoals eerder gezegd, flair had en gemakkelijk was in de omgang. Ook liet hij de verzuilde samenleving zijn handel niet in de weg staan. Hij ging op zijn zestiende langs de deuren van protestantse én katholieke gezinnen, gaf neutrale kranten uit en als andere mensen daar moeite mee hadden wist hij dat handig te omzeilen. Zo "publiceerde hij katholieke uitgaven niet onder eigen naam, maar onder de naam van zijn moeders kant: Van Maarschalkerweerd."
11 Het laatste punt dat De Liefde's zaken doen kenmerkte, was dat hij een goed commercieel inzicht had. Klantenbinding, promotiecampagnes, voor Johan de Liefde sprak het allemaal voor zich. "Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van koning Willem III op 19 februari 1887 liet hij een kar rondrijden met daarop een drukpers. Tijdens de rit werden portretten van de jublierende vorst gratis aan het publiek uitgedeeld. Voor de bijbehorende lijsten konden de Utrechters goedkoop terecht bij de lijstenmakerij aan de Vaartschestraat."12 Bij de oprichting van het Utrechtsch Volksblad kregen mensen die drie maanden abonnee waren een prent cadeau, betaalde je vooruit, dan kreeg je de prent direct. Heel normaal was het in die tijd bovendien om verzekeringen aan je abonnee's aan te bieden, maar Johan de Liefde ging nog een stapje verder. In 1903 richtte hij een apotheek op, speciaal voor lezers van het Utrechtsch Nieuwsblad. De oprichting van het Utrechtsch Volksblad "
In de jaren negentig van de vorige eeuw beleefde de populaire pers in Nederland een enorme opgang. In tal van steden richtten ondernemers nieuwe bladen op bedoeld voor brede lagen van de bevolking. Terwijl de kranten van oudsher vooral voor het meer gegoede deel van de samenleving waren bedoeld, richtten de zogenaamd 'volksbladen' zich vooral op de kleine burgerij, ambachtslieden en de (geschoolde) arbeiders."13 Johan de Liefde was dus geen pionier op dit gebied. Nationaal gezien waren Amsterdam, Den Haag en Rotterdam de voornaamste journalistieke stedelijke centra.14 Utrecht speelde een bijrol in de ontwikkeling van de journalistiek. Ook het aantal Utrechtse leden van de Nederlandse Journalistenkring geeft die indruk. In 1897 waren dat er 7, terwijl dat er in die tijd in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam respectievelijk 82, 27 en 16 waren. In de loop der jaren verandert er verhoudingsgewijs op dat gebied weinig.15 "
Toen in het voorjaar van 1893 het prille lenteblad uitkwam verscheen ook een ongedateerd proefblad van de krant, die in den volksmond nog heden "de krant van 'De Liefde' " heet. Dit nummer telt vier pagina's en draagt den titel van Utrechtsch Volksblad,"16 aldus J. A. F. Janzen in het vijftig jarig jubileumboek van het Utrechtsch Nieuwsblad. Het was mede dankzij de grootschalige promotie-campagne die Johan de Liefde op poten had gezet, dat het Utrechtsch Volksblad direct al zesduizend abonnee's had. In november van dat jaar besloot De Liefde een eigen drukkerij aan de Oudegracht in gebruik te nemen, in december al veranderde de naam in het Utrechtsch Nieuwsblad en in februari17 ging het UN in plaats van drie keer in de week dagelijks verschijnen.18 Johan de Liefde had in deze tijd ook "bijzonder veel profijt" van een drukpersstaking bij Van Ditmar, de uitgever van concurrent de Utrechtsche Courant. Deze had tot gevolg dat deze krant een tijdlang niet kon verschijnen. "Vele abonné's [sic] waren hierover zeer verontwaardigd, vooral degenen die vooruitbetaald hadden, en die zich bekocht gevoelden nu zij dit blad plotseling eenigen tijd moesten missen." De Liefde sprong daarop in door een reclamewagen de stad door te sturen en zijn krant uit te laten delen. "
de staking bij Van Ditmar bezorgde den uitgever van het jonge blad een belangrijk voordeel: het regende abonné's bij het U.N. Op eenige duizenden is dit aantal gerust te schatten."19 Verdere ontwikkelingen rond het Utrechtsch Nieuwsblad en De Liefde Het Utrechtsch Nieuwsblad deed goede zaken en Johan de Liefde was Johan de Liefde niet geweest als hij zijn bedrijf niet wederom uitbreidde. "Naar het voorbeeld van het Utrechtsch Nieuwsblad stichtte De Liefde in de daarop volgende jaren ook volksbladen voor het publiek in andere steden."20 Twee van deze kranten werden in de voornaamste journalistieke centra uitgebracht: het Amsterdams Nieuwsblad en het Haagsch Nieuwsblad. Beiden hebben een niet noemenswaardige rol gespeeld, in het artikel 'De som en de delen in journalistieke cultuur, nationale en stedelijke journalistenkringen in Nederland, 1880-1930' dat, terecht, veel aandacht besteedt aan de journalistiek in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, maakt geen melding van deze bladen.21 Desalniettemin deed Johan de Liefde goede zaken, het bedrijf groeide en de drukkerij op de Oudegracht werd te klein. "
De Liefde besloot om te zien naar ruimere bedrijfshuisvesting. Toen notaris De Graaf zijn woning Drift 23 op een veiling te koop aanbood rook de uitgever zijn kans. De Liefde bood niet zelf, maar liet dat over aan J.H. Th. O Kettlitz, de latere liberale wethouder. Kettlitz wist als tussenpersoon het pand voor De Liefde te bemachtigen. De Liefde was bang dat als hijzelf zou bieden, niet alleen de prijs zou stijgen, maar ook dat omwonenden er alles aan zouden doen om de verkoop aan hem te dwarsbomen. Deze vrees bleek terecht: nadat bekend werd dat het pand in handen van De Liefde was terecht gekomen, deden omwonenden op de deftige woongracht er alles aan om de vestiging van De Liefde en zijn bedrijf tegen te gaan. Tevergeefs."22 In de achtertuin werden bedrijfsgebouwen neergezet waarin de drukkerij en uitgeverij zich vestigden. De Liefde hield zich ondertussen ook met heel andere dingen bezig: in het begin van de twintigste eeuw kocht hij met twee compagnons een hotel, in 1912 stichtte hij een bioscoop.23 Door de eerste wereldoorlog en stevige concurrentie moest De Liefde zijn zakenimperium inperken, maar met het Utrechtsch Nieuwsblad bleef het voorspoedig gaan: begin jaren twintig was het de grootste krant van Utrecht met een oplage van 22.000. Toen De Liefde, hij was lange tijd ernstig ziek, op 62-jarige leeftijd stierf, werden het hotel, de bioscoop en de apotheek van de hand gedaan, maar het UN bleef tot 1981 in handen van de familie.
24 Inmiddels is het Utrechts Nieuwsblad in handen van het Wegener-concern en heeft de in Houten gevestigde krant een oplage van 120.000. Conclusie Johan de Liefde heeft stapsgewijs zijn zakenimperium uit weten te breiden. De titel van het biografisch lemma 'van prentenverkoper tot krantenmagnaat' is feitelijk juist. Het begon met handelen in prenten, scheurkalenders, grotere prenten en schilderijen, lijsten, een eigen lijstenmakerij, een uitgeverij, stichtelijke boekjes, praktische gidsjes, bijbels, en vervolgens ook tijdschriften en kranten. Maar daar hield het niet mee op. Johan had op een gegeven moment ook zijn eigen apotheek, bioscoop en hotel en stierf in 1922 als een welvarend man. Toch is er naar mijn mening sprake van enige mythevorming. Over Johan de Liefde zijn slechts een beperkt aantal bronnen beschikbaar, waarvan de belangrijkste het vijftig jarig jubileumboek over het Utrechtsch Nieuwsblad uit 1943. Dit boek schetst een zeer geromantiseerd beeld van de werkelijkheid (zoals de eerder aangehaalde citaten uit dit boek duidelijk maken), en drukt daarmee een flinke stempel op de beeldvorming rond Johan de Liefde. Na het lezen van dit boek, een stevig staaltje subjectiviteit en nostalgie, zou je haast denken dat De Liefde een wereldheld was, Utrechtsch trots in de (inter)nationale handel. Pieter Jelles Troelstra - Abraham Kuyper - Johan de Liefde, dat idee. Waar je dit jubileumboek ook openslaat, op elke bladzij vind je wel een citaat wat mijn punt duidelijk maakt, zo ook op bladzijde 38: "Dit klein getuigenis - niet van één enkelen van zijn vroegere medewerkers, maar van elkeen, die onder hem gediend heeft - is kenteekenend [sic] voor den "baas", die van geen zwakte of vermoeidheid - noch bij zichzelven nòch bij anderen - weten wilde. Hij eischte veel van zijn eigen persoon en veel van zijn werkvolk. Maar trots alle gestrengheid bleef hij toch altijd "mensch": het succes heeft hem niet hoogmoedig gemaakt: tot zijn laatsten ademtocht is hij een eenvoudig man geweest."
25 Dat beeld wordt - natuurlijk - niet geheel overgenomen in het in 1994 verschenen biografisch lemma, noch in het in 1993 verschenen honderd jarig jubileumboek, doch beiden 'vallen' toch voor de romantiek. De schoonheid van het verhaal, van het sprookje. Johan de Liefde was vast en zeker een geweldig persoon en een succesvol zakenman. Voor Utrechtse begrippen, wil ik daar aan toevoegen. Literatuurlijst 1. J.A.F. Janzen, Het Utrechtsch Nieuwsblad vijftig jaar (Utrecht 1943) 2. A. de Jongh, -Honderd jaar Utrechts Nieuwsblad (Utrecht 1993) Unknown (0:0 Sun 0/0/1900) 3. H. Buiter, 'Johan de Liefde (1860-1923), van prentenverkoper tot krantenmagnaat' in: Johan Aalbers, Utrechtse biografieën: levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Utrechters I (Utrecht 1994) 105-109 4. Huub Wijfjes, 'De som en de delen in journalistieke cultuur, nationale en stedelijke journalistenkringen in Nederland, 1880-1930', Tijdschrift voor Mediageschiedenis 4 (2001) 2, 130-155 1 J.A.F. Janzen, Het Utrechtsch Nieuwsblad vijftig jaar (Utrecht 1943) 37 2 H. Buiter, 'Johan de Liefde (1860-1923), van prentenverkoper tot krantenmagnaat' in: Johan Aalbers, Utrechtse biografieën: levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Utrechters I (Utrecht 1994) 105-109, aldaar 109 3 J.A.F. Janzen, Het Utrechtsch Nieuwsblad vijftig jaar (Utrecht 1943) 38 4 Ibidem, 44
5 H. Buiter, 'Johan de Liefde (1860-1923), van prentenverkoper tot krantenmagnaat', aldaar 105 6 Ibidem. 7 Ibidem. 8 Ibidem. 9 Ibidem, aldaar 106 10 Ibidem, aldaar 107, 109 11 Ibidem, aldaar 106 12 Ibidem. 13 H. Buiter, 'Johan de Liefde (1860-1923), van prentenverkoper tot krantenmagnaat', aldaar 106-107 14 Huub Wijfjes, 'De som en de delen in de journalistieke cultuur, nationale en stedelijke journalistenkringen in Nederland, 1880-1930', Tijdschrift voor Mediageschiedenis (TMG) 4 (2001) 2 130-155, aldaar 131 15 Ibidem, aldaar 151
16 J.A.F. Janzen, Het Utrechtsch Nieuwsblad vijftig jaar (Utrecht 1943) 43 17 Ibidem, 45 18 H. Buiter, 'Johan de Liefde (1860-1923), van prentenverkoper tot krantenmagnaat', aldaar 107 19 J.A.F. Janzen, Het Utrechtsch Nieuwsblad vijftig jaar (Utrecht 1943) 46 20 H. Buiter, 'Johan de Liefde (1860-1923), van prentenverkoper tot krantenmagnaat', aldaar 107 21 Huub Wijfjes, 'De som en de delen in de journalistieke cultuur, nationale en stedelijke journalistenkringen in Nederland, 1880-1930', TMG 4 (2001) 2 130-155 22 H. Buiter, 'Johan de Liefde (1860-1923), van prentenverkoper tot krantenmagnaat', aldaar 108
23 Ibidem. 24 Ibidem, aldaar 109 25 J.A.F. Janzen, Het Utrechtsch Nieuwsblad vijftig jaar (Utrecht 1943) 38

REACTIES

J.

J.

L.S.,
Wij doen onderzoek naar het oude kantoorgebouw van het UN, Drift 23. Voor de restauratie is het nuttig om over oude foto te beschikken van de directiekamers. Daarvoor zoeken wij onder andere het boek van J.A.F. Janzen uit 1943, "Het Utrechtsch Nieuwsblad vijftig jaar". Op "Het Utrechts Archief" kon men ons niet verder helpen. Kunt u ons aangeven waar een exemplaar van dit boek in te zien is.

Gaarne een antwoord tegemoetziend, vriendelijke groeten:
Jan van der Hoeve

19 jaar geleden

D.

D.

7 jaar geleden

D.

D.

Voor mij een informatief verhaal, omdat ik een biogrfischschetsje van Johans broer Hendrik Arie Matthijs de Liefde (1856-1913), amanuensis van het Botanisch Laboratorium te Utrecht, 1876-1912, samenstel.

dr. J. Heniger, Utrecht

15 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Simon