Tegen Globalisering en tegen Protectionisme

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas vwo | 1593 woorden
  • 7 juni 2003
  • 36 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 36 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Voor protectionisme en tegen vrijhandel

Protectionisme is het beschermen van je productie en werkgelegenheid door middel van het beschermen van je grenzen. Vrijhandel heeft een nadelig effect op protectionisme, omdat je je grenzen niet kan beschermen, als er vrijhandel is. In principe is vrijhandel en protectionisme het tegenovergestelde van elkaar, en hebben dus geen goed effect op elkaar. Doe je het ene dan kan je het andere niet doen, doe je het

Er zijn vele argumenten te noemen waarom protectionisme goed is voor de ontwikkeling van je eigen land.

Globalisering en daarmee vrijhandel betekent altijd winst voor de kapatalistische land. Zo is het nu en zo is het altijd geweest. Hoe word protectionisme eigenlijk toegepast? Een land heeft verschillende instrumenten om "handelspolitiek" te drijven. Deze handelspolitieke instrumenten zijn in te delen in twee soorten: tarifaire en non-tarifaire maatregelen.

tarifaire maatregel is het heffen van tarief op een artikel dat word ingevoerd.
Een heffing aan de grens word ook wel invoerrecht genoemd. Dit wordt gedaan zodat het product dat word ingevoerd duurder word gemaakt, en de binnenlandse producten met dit product kunnen concuren. De binnenlandse bedrijven die hetzelfde artikel maken zouden hierdoor niet meer kunnen concuren met deze goedkope invoer. Voor de meeste landen geld een invoerrecht voor landbouwproducten, zodat de boeren binnen dit landen worden beschermd. Een voorbeeld van dit soort protectionisme is Amerika en de door Bush voorgelichte staalbeleid. Hij wil de staalproductie beschermen door een een heffing van 30%. "De staalproductie raakt in problemen doordat de staalproductie goedkoop ligt in de wereldmarkt, hierdoor zijn 30 staalbedrijven failliet gegaan", aldus Bush. Dit toont dus de bedreiging van de binnenlandse werkegelegenheid. Ook word er soms uitvoerrechten ingesteld, anders zou er een tekort aan bepaalde producten ontstaan in eigen land, doordat alles naar het buitenland word vervoerd.

Non-tarifaire maatregelen zijn alle andere maatregelen, zoals contingenteringen, administratieve belemmeringen, handelsverdragen, subsidisubsidies. Contingenteringen of quota's zorgen ervoor dat er een maximum word gesteld aan het aantal van een product dat kan worden ingevoerd. Hierdoor word in ieder geval het tekort van het product ervan weggevaagd en word de eigen productie beschermd. Anders zou het land dat het product ingevoerd krijgt, een enorme schade kunnen ervaren, doordat zijn eigen productie word overgenomen, doordat andere producten goedkoper zijn dan die van eigen grond.
Administratieve belemmering betekent dat het invoeren van het product word bemoeilijkt door douane-, fiscale-, gezondheids- of milieu-eisen te stellen. Dit wordt onder andere gedaan omdat je een ziekte binnen het land kan krijgen. Een goede voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de boycot van Engels rundvlees door de ander Europese landen in 1996, toen bleek dat de Engelse koeien aan de gekkekoeieziekte leden. Hadden ze de Engelese rundvlees niet geboycot, dan zou dat nog grote consequenties hebben opgeleverd, dan die die er al waren.

Subsidies worden gebruikt om bepaalde producten van eigen grond te subsidieren, zodat deze makkelijker kunnen concurern met buitenlandse producten. Een voorbeeld is India die subsidies zal blijven gebruiken om haar landbouwsector te beschermen. In India wonen 700 miljoen mensen op het platteland, die afhankelijk zijn van (veelal zelfvoorzienings)landbouw. Zij zijn absoluut niet opgewassen tegen internationale concurrentie uit met name de ontwikkelde landen. Voedselveiligheid mag door vrijere handel niet op het spel worden gezet. Als dit wel werd gedaan, dan had je het risico dat er meer honger zou ontstaan in het land.


Een arm land die zijn grenzen opent, kan bijna onmogelijk concureren met andere landen. Omdat deze landen niet de middelen, het geld, infrastructuur, en de "brains"hebben. Hierdoor maken ze producten die onvoldoende ontwikkeld zijn en niet kunnen concureren aan de eisen waar het product volgens Europese maatstaven aan moet voldoen. Als deze landen hun grenzen beschermen, kunnen ze op economisch, sociaal en politiek gebied ontwikkelen zodat ze mee kunnen doen met de internationale handel. Het preispeil zal hierdoor ook op den duur verhogen, dit is het opvoedingsargument. Ook jonge nieuwe bedrijven zijn vaak erg kwetsbaar als ze net op de markt komen. Protectionisme word daarom ook vaak gebruikt om deze ïnfant Industries"een kans te geven te ontwikkelen. Ontwikkelinglanden gebruiken hierdoor protectionisme om importen te verweren, zodat er in eigen land meer werkgelegenheid komt en het preispeil zal steigen. De crises in Mexico, Zuidoost-Azie, Brazilie en Argentinie waren het gevolg van arme landen met lage lonen die hun economie openden, gericht waren op een exportgerichte groei en die van het binnenlandse markt naar de 2e plaats drongen. Nog een voorbeeld=de arme landen, voornamelijk ten zuiden van de Sahara in Afrika, die samen met 2 miljard mensen een enorm gedeelte van de wereldbevolking in beslag neemt. De mensen uit deze klasse verdienen iedere dag minder dan 1 US $. De groep arme landen wordt steeds groter, omdat ze steeds meer buitengesloten worden van de wereldeconomie. Ze hebben het vermogen niet om hun economie te integreren in de wereld.

In westerse landen word protectionisme ook vaak toegepast door middel van onder ander het zelfvoorzieningsargument. Een land dat alle producten importeerd en afhankelijk word van andere landen, kan zich in tijden van nood niet zelfvoorzienen. Als dit land een conflict krijgt met andere landen, zou het in deze situatie een regelrechte ramp worden. In bijvoorbeeld tijden van oorlog, zullen andere landen schuwen hun producten naar dat land te vervoeren.

Vele landen zullen ook hun grens beschermen als anderen dat ook doen. Een kind kan niet hele tijd zijn poppen ruilen tegen jou vrachtwagentjes als hij zelf niets wil verruilen met de vele vliegtuigjes die je hebt.

Een andere manier waarop protectie wel eens wordt toegepast is op politiek gebied. Om een land onder druk te zetten, bijvoorbeeld door middel van een boycot. Een duidelijk voorbeeld hiervan is natuurlijk Irak. Irak mag geen olie uitvoeren. Het land is dus geboycot, hiermee wordt getracht de politiek in Irak de wapens die het land bezit af te staan of te vernietigen, pas als dit gebeurt is wordt het boycot weer opgeheven en kan de olie weer verhandeld worden.

Antidumpingsargument: Dat is het geval wanneer een buitenlands bedrijf producten tegen dumpprijzen probeert te verkopen. Dat zijn zulke lage prijzen, dat er hier niet mee kan worden geconcurreerd, in landen waar deze producten naar worden geexporteerd. Het doel van deze lage prijzen is het veroveren van de markt, concurrenten uit te schakelen, en hierna de prijs weer te verhogen. Hiertegen verzetten regeringen zich door middel van protectie.

Voorbeelden van voordelen van Protectionisme en de nadelen van Vrijhandel
Een goede voorbeeld van een protectionistisch land is Japan. Dit land beschermde zijn grenzen na de tweede wereldoorlog en is nu de een na grootste industriele en economische land ter wereld. Dit land heeft de protectionisme gehanteerd en is hierdoor helemaal tot bloei gekomen. Dit protectionistisch land word een economisch land genoemd.

Een goed voorbeeld van crises die zich heeft voorgedaan door middel van vrijhandel is Mexico. Mexico had een handelsverdrag met Amerika en Canada gesloten, de NAFTA. Het gevolg was een 45% daling van de lonen in Mexico, 2 miljoen nieuwe werklozen, en de ëxtreem armen"werd verhoogd met 31% naar 50%.

Dat de eengemaakte wereldmarkt een mythe is, bewijst de toestandin Afrika. Dit werelddeel neemt maar 2 procent van de wereldmarkt voor zijn rekening. Dat heeft niets met het afschermen(protectionisme) van de Afrikaanse markten te maken. Die werden sinds het begin van de jaren tachtig, op aandringen van het IMF, in ruime mate opengesteld. Maar het Afrikaanse aandeel in de wereldhandel, dat in 1980 nog 4 procent beliep, werd door vrijhandel gehalveerd.
Dat hoeft niet te verbazen als men weet dat de prijzen van de grondstoffen die Afrika uitvoert, sneller dalen dan die van de verwerkte producten die Afrika uit de rijke landen invoert. Onder druk van het IMF voert Afrika driekwart van zijn productie uit. Maar de binnenlandse markt blijft in de kou staan. Voordat Afrika zijn grenzen openstelt moet het eerst een goede binnenlandse economie krijgen, dit kan door middel van protectionisme.

Zelfs Het Parool van februari 2002 wijst uit dat men steeds minder vertrouwen heeft in de globalisering. Uit onderzoek van accountants- en adviesbureau PricewaterhouseCoo-pers (PWC) is gebleken dat 1 op de 3 multinationale ondernemers denkt dat de kloof tussen arm en rijk groter wordt door de globalisering. Er staat echter niet beschreven hoe groot dit aantal eerst was, maar uitgaande van een stijging is dit aantal nog altijd lager dan de 67 pro-cent die het tegenovergestelde meent. Dit bewijst dat zelfs de rijken zeggen dat vrijhandel slecht is, hiermee word dus ook gezegd dat protectionisme moet worden ingevoerd.

In 1965 was het gemiddelde inkomen in de zeven rijkste landen 20 keer zo hoog als dat in de zeven armste landen. In 1995 was die kloof maar liefs 39 keer zo groot. Door vrijhandel worden de armen steeds armer en de rijken steeds rijker.

Conclusie protectionisme:

Ik ben dus voor protectionisme omdat protectionisme nodig is om de binnenlandse handel te beschermen. Met vrijhandel komt uitvoer op eerste plaats en de binnenlandse markt word verschoven naar de tweede, wat grote gevolgen kunnen beteken voor de werkenden in het land, en daarmee de binnenlandse productie en weer daarmee de binnenlandse markt. Als arme landen hun grenzen openen en hun producten naar buiten vervoeren, zullen ze alleen maar in moeilijkheden raken. Arme landen hebben de geavanceerde productiemiddelen niet om mee te doen met wereldmarkt, die al veel verder is met ontwikkelde productiemiddelen en daarmee producten. Armelanden zouden niet kunnen bijbenen met de rijke landen en hierdoor zullen deze "on-ontwikkelde producten" een superlage prijs hebben op de wereldmarkt, en daarmee een verlies draaien. Deze landen zouden gewoon worden uitgebuit. Als een arm land protectionisme toepast, dan kan het zijn binnenlandse markt bevorderen, stijgt het prijspeil, stijgt dus het besteedbaar inkomen, en daarmee de bevorderingen van producten door middel van investeringen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.