Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Volkomen concurrentie

  • zeer veel vragers en aanbieders
  • volledige marktkennis
  • homogeen waar
  • vrije toe- en uittreding




Bij volkomen concurrentie is voor zowel de individuele producent als de vrager de marktprijs een gegeven. Bij volkomen concurrentie is de individuele producent hoeveelheidsaanpasser. De producent beslist naar aanleiding van zijn productiekosten en de marktprijs hoeveel goederen hij zal aanschaffen.

Marktprijs wordt bepaald door de collectieve vraag en het collectieve aanbod. Een individu heeft dus géén invloed op de prijs.





Als een producent zijn artikelen hoger zal prijzen dan andere producenten, dan zal hij niets meer verkopen. Als hij ze lager zal prijzen, gebeurt er uiteraard het omgekeerde.



Voorbeelden:

  • graanmarkt
  • koffiemarkt
  • geldmarkt (yen, dolaard enz.)




Van hoeveelheidsaanpassing is sprake, wanneer de individuele producent zijn productie zodanig aanpast bij de marktprijs, dat hij een zo groot mogelijke winst behaald.

Als de evenwichtsprijs is uitgerekend, bereken je de totale opbrengst (TO) deze is gelijk aan de prijs vermenigvuldigd met de verkochte hoeveelheid. TO = p x q



De totale winst is de totale opbrengst min de totale kosten

TW = TO – TK



TW is uitgedrukt in q omdat we de waarde van q willen weten waarbij TW maximaal is.



De maximale winst wordt begrensd door de productiecapaciteit. De afzet, waarbij de kosten precies gelijk zijn aan de omzet, is de breakevenafzet.



  • als niet wordt geproduceerd, is het verlies gelijk aan de contante kosten.
  • De afzet is de verkochte hoeveelheid
  • De omzet is de verkochte hoeveelheid vermenigvuldigd met de prijs
  • Het breakevenpunt wordt gevonden door TO = TK




TW = TO – TK



Om de maximale winst te kunnen uitrekenen bepalen we eerst de afgeleide van TW

De winst is maximaal bij als de afgeleide van TW = 0

De grootte van de behaalde winst vinden we door de optimale hoeveelheid in de winstvergelijking in te vullen.



De productie (en verkoop) waarbij de onderneming maximale winst behaalt, wordt de optimumsituatie van de onderneming genoemd.



  • soms kunnen twee break-evenpunten worden onderscheiden. Uitsluitend bij die hoeveelheden waarvoor de totale opbrengst groter is dan de totale kosten wordt winst gemaakt. De overige productiewaarden zijn bij de gegeven marktprijsverliesgevend.
  • Als de afstand tussen TO en TK het grootst is, is de winst maximaal.




De winst is ook maximaal als afgeleide TO en afgeleide TK gelijk zijn oftewel als MO en MK gelijk zijn. De winst is maximal bij de productieomvang (afzet) waarvoor geldt: MO = MK.



De marginale opbrengst (de reactie van de omzet op een zeer kleine verandering van de afzet) is bij volkomen concurrentie gelijk aan de marktprijs, omdat de marktprijs een gegeven is.



De winst is het verschil tussen de GO en de GTK. De grootte van de winst wordt als volgt berekend: TW = TO – TK.



De aanbodcurve is gelijk aan de marginale kostenlijn., omdat bij een bepaalde marktprijs via de marginale kostenlijn af te lezen is hoeveel er wordt aangeboden.



Collectieve aanbod – de som van alle individuele producenten. Alle hoeveelheden van elke producent moeten bij elkaar opgeteld worden; dat geeft de collectieve aanbodvergelijking.

Bijv. I 1000q

II 1000 (50p)

I + II 50000p

Bij volkomen concurrentie is er geen sprake van prijsconcurrentie, maar er zal wel een verschil zijn tussen de kosten. Sommige bedrijven hebben een lagere GTK dan andere. De bedrijven die het minste rendement maken, worden de marginale bedrijven genoemd. Als het marginale bedrijf winst maakt, zullen er bedrijven toetreden. Meer bedrijven zullen dus het desbetreffende product gaan verkopen en produceren. Er zullen niet zóveel bedrijven toetreden dat de aanbodlijn naar rechts opschuift, waardoor (ceteris parbus) de prijs lager wordt. Door de lage marktprijs zullen verschillende bedrijven verlies maken en uittreden. De prijs zal weer gaan stijgen, wat toch weer bedrijven zal lokken enz.



Bedrijfstakevenwicht – geen toe- of uittreding, de winsten van de marginale bedrijven zijn dan nihil.

Op lange termijn zal bij volkomen concurrentie de marktprijs gelijk zijn aan het minimum van de gemiddelde totale kosten van het marginale bedrijf.



Soms beïnvloedt de overheid de prijsvorming. Enkele reden:



  • fiscale redenen (BTW en accijns)
  • beïnvloeden van het gebruik (alcohol of openbaar vervoer)
  • beschermen van producenten (minimumrijzen ter voorkoming van té lage prijzen)




Kostprijsverhogende belastingen – belastingen die aan de producenten in rekening worden gebracht. Accijns – een belasting die wordt geheven op sommige producten als alcohol, suiker en tabak. Omdat de marginale kostenlijnen van álle individuele aanbieders met het bedrag van de accijns omhoog schuiven, schuift óók de collectieve aanbodlijn met het bedrag van de accijns omhoog. De collectieve aanbodlijn is immers afgeleid uit de individuele MK-lijnen.



  • de oorspronkelijke marktprijs was f 4,- vergoeding van productiekosten + winst.
  • Na invoering van de accijns wordt de marktprijs f 6,-
  • Van de ontvangen marktprijs moet f 2,50 naar de overheid, f 3,50 blijft over i.p.v. f 4,50
  • Er wordt minder verkocht tegen een hogere prijs




Van afwenteling is sprake wanneer degen die een bepaalde belasting moet betalen, deze belasting geheel of gedeeltelijk aan een ander weet te berekenen.



Hoe elastischer de vraag, hoe minderde marktprijs door accijns stijgt.

Als de vraag volkomen inelastisch is neemt de marktprijs van de accijns toe, zónder dat de afgezette hoeveelheid verandert.



BTW vormt een belangrijke inkomstenbron voor de overheid. De producent zal bij de beoordeling welke hoeveelheid product hij op de markt zal brengen de marktprijs minus de omzet belasting. Dit leidt ertoe dat op de markt de aanbodlijn met het bedrag van de omzetbelasting naar boven verschuift. De omzetbelasting is een percentage van de verkoopprijs. Hierdoor verandert de richtingscoëfficiënt van de aanbodlijn.



Het stimuleren van het gebruik van bepaalde goederen gebeurt via subsidies. Hierbij kunnen we twee mogelijkheden onderscheiden:



  • goederen worden tegen een lagere prijs aangeboden (openbaar vervoer en woningbouw)
  • goederen worden gratis aangeboden (quasi-collectieve goederen)




Door de subsidie moeten we een onderscheid noemen tussen de consumentenprijs en de producentenprijs.

Producentprijs – bepaald door de marktprijs en de subsidie

Consumentenprijs – bepaald door de marktprijs

Hoe elastischer een product, des te meer effect heeft subsidie.



Minimumprijzen worden ingesteld om te voorkomen dat bedrijven te weinig inkomen hebben; vaak in de agrarische sector. Doel van minimumprijzen:



  • het garanderen van een minimum inkomen van Europese boeren.
  • ervoor zorgen dat de EG niet afhankelijk is van voedselvervoer uit het buitenland.




Wat moet er nu gedaan met een overschot? Tegen een lage prijs is niet slim, niemand zal het product meer kopen als het wel normaal geprijsd is. Vroeger werden ze wel eens vernietigd of aan de 3e wereld geschonken. De kosten van dit landbouwbeleid worden uiteindelijk door de consument betaald en wel langs twee wegen:



  • de consument betaald de hogere minimumprijs, buitenlands producten komen het land niet binnen door de hoge invoerrechten.
  • De kosten voor het opkopen en opslaan komen uit de belastingen.




Als een prijs op een veiling onder het minimum komt, wordt de partij doorgedraaid. De producent ontvangt dan de minimumprijs en het overschot wordt vernietigd. De minimumprijs is niet kostendekkend, zo zal de producent een overschot vermijden.



Een maximumprijs wordt ingesteld om een goed voor iedereen betaalbaar te maken. Maximumprijzen kunnen tot tekorten leiden, omdat de gevraagde hoeveelheid bij deze maximumprijs veel groter is dan de aangeboden hoeveelheid. Om de verdeling toch eerlijk te laten zijn, maakt men gebruik van een rantsoenering. Voor het huren van een huis is bijvoorbeeld een woonvergunning nodig.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

N.

N.

Een heel mooi werkstuk, maar waar heb je de informatie vandaan?

19 jaar geleden

H.

H.

ik zag dat je in 1999 iets over economie had gevraagd

11 jaar geleden