Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen
Alle literatuurprijzen

Derde wereldschuld

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 3107 woorden
  • 5 april 2000
  • 113 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 113 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Derde Wereldschuld: ontstaan
Er zijn wereldwijd zowat 41 HIPC’s of Heavily Indebted Poor Countries. Ze zijn vooral gelokaliseerd in Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Samen hebben zij een schuld uitstaan die meer bedraagd dan 313 miljard US$ of 12.000 miljard BEF en deze schuld groeit elk jaar gestaag aan.

Na wereldoorlog II hebben de Verenigde Staten inmense bedragen in de economie van Europa gepompt om deze terug op haar benen te krijgen en zo een afzetmarkt te creëren voor Amerikaanse produkten. Dit had tot gevolg dat de internationale markten overspoeld werden door dollars, bovendien werden ook alle soorten leningen aangenomen door Amerikaanse banken, wat de waarde van de dollar liet dalen. Aangezien alle olie werd aangekocht in US$ verhoogden de OPEC-landen hun prijs zodat zij genoeg levensnoodzakelijke goederen konden invoeren.

De olieprijs steeg echter zo fel dat de OPEC-landen meer US$ binnenkregen dan ze konden absorberen. Ze belegden deze overschot in Europese en Amerikaanse banken die er natuurlijk winst mee moesten maken om zo de OPEC-landen intrest te kunnen uitkeren. De banken leenden dit geld uit aan ontwikkelingslanden die ook een hoge olierekening kregen voorgeschoteld en deze leningen met open armen aanvaarden. De banken namen aan dat ontwikkelingslanden een vrij veilig risico waren aangezien hun economie aan het groeien was en ze er zeker van waren dat landen niet bankroet gingen.


In 1973 lokte de prijsstijging van ruwe olie een gigantische inflatie uit in de Verenigde Staten en andere noordelijke landen. In 1979 deed zich weer een gigantische prijsstijging voor en moest Amerika de intrestvoeten optrekken om inflatie te bedwingen. Hierdoor ondergingen deze landen wel een recessie en daalde de verkoop van zogenaamde ‘zuidelijke’ produkten drastisch. Deze ‘zuidelijke’ landen hadden echter hun export nodig om geld binnen te krijgen en zo hun leningen af te betalen. Alsof dat nog niet genoeg was stegen de internationale intrestvoeten ook nog. De ontwikkelingslanden waren wanhopig. Hoe konden ze hogere intresten terugbetalen als ze geen geld binnenkregen door export?

In 1982 kondigde Mexico aan dat het zijn leningen niet meer kon terugbetalen, dat het zich zelfs de intresten niet kon permitteren, en dat het daarom ook niet zou terugbetalen. De noordelijke landen waren spraakloos, landen konden immers niet bankroet gaan, maar Mexico kreeg al snel bijval van andere ontwikkelingslanden. De Latijns-Amerikaanse landen en Nigeria en Ivoorkust hadden voornamelijk van Amerikaanse banken geleend en als zij hun leningen niet terugbetaalden zouden deze banken failliet gaan. Ze hadden namelijk veel te veel geleend en teerden op de intresten van deze leningen.

In 1989 kwam men op met het Brady Plan. Hierin werd overeengekomen dat de schulden wel iets verlaagd werden, maar daartegenover stond dat het overblijvende bedrag nog steeds moest worden afbetaald.
Dit uitstaande bedrag was nog steeds veel te hoog voor deze arme landen en dus hadden ze geen keuze dan te gaan lenen bij andere landen of bij multilaterale instellingen zoals het IMF en de Wereldbank. Hier kregen ze wel hun leningen, maar deze leningen kwamen met strikte voorwaarden. De ontwikkelingslanden moesten hun hele economie hervormen om zo de inflatie tegen te houden, hun budget beter te beheren en hun concurrentiekracht te vergroten.

Deze maatregelen wogen het meest door op de armste bevolking die alle hulp van de overheid mocht vergeten. Het Structural Adjustment Program had als eerste doel een land uit de schuld te halen, hoewel dit virtueel onmogelijk was. Daarom gingen alle beschikbare fondsen naar schuldaflossing en amper iets naar gezondheidszorg en onderwijs.
Deze SAP’s droegen in 5 manieren toe tot een verhoging van armoede en honger. 
  1. ze prefereren dat landen voedsel uitvoeren dat het voor eigen gebruik te houden om zo exportinkomsten te verzekeren
  2. ze verbieden subsidies voor kleinschalige landbouwers die voor eigen markt produceren
  3. ze verwijderen de plafondprijs op voeding waardoor basisingrediënten zoals rijst, bonen of olie onbetaalbaar worden voor de armsten
  4. ze dragen door economische beperkingen toe tot werkloosheid en lagere lonen en zorgen er zo voor dat families zichzelf niet kunnen onderhouden
  5. ze verbieden protectionisme zodat geïmporteerde produkten goedkoper worden dan de eigen produkten en landbouwers nog amper iets verdienen


Landen die leningen uitkeerden aan ontwikkelingslanden hadden ook niet altijd het beste voor ogen met het volk. In vele gevallen maakte het hen zelfs niet uit of het geld de bevolking wel bereikte. Ze waren meer geïnteresseerd in het vinden van gealliëerden voor de Koude Oorlog. Het geld kwam in handen van wankele regeringen zonder enige ondervinding en werd gebruikt in de uitvoering van slecht geplande en onproduktieve projecten. Wegen die nergens heengaan, fabrieken die nooit zullen produceren en allerlei gebouwen die nooit voltooid werden. Dit verkeerd gebruik van fondsen liet niets achter behalve een enorme schuldenlast. Niet alleen werd geld weggegooid door onwetendheid, maar ook door massale corruptie en militaire egotrips.

Zo lijden honderden miljoenen mensen dagelijks onder de gigantische bedragen die hun land moet terugbetalen. Zij betalen mee intrest op leningen waar zij nooit de voordelen van hebben gezien.

Vergeleken met Afrikaanse landen hebben Latijns-Amerikaanse landen het nog betrekkelijk goed. De schuldeisers van de Latijns-Amerikaanse landen zijn banken die failliet kunnen gaan en er dus alles aan zullen doen om het merendeel van hun geld terug te zien, zelfs al betekent dat een deel van de schuld laten vallen. Afrikaanse landen daarentegen hebben geleend van andere landen en instellingen als het IMF en de Wereldbank. Deze landen en instellingen hebben geduld om hun geld terug te zien en in plaats van een deel van de schuld kwijt te schelden leggen ze de landen nog strengere maatregelen op.

Multilaterale schulden
Wat zijn multilaterale schulden?
Multilaterale schulden zijn schulden van ontwikkelingslanden aan het IMF, de Wereldbank en andere multilaterale instellingen.

Waarom zijn deze schulden een probleem?
De schulden geraken niet afbetaald. In plaats van te verminderen zijn ze de laatste jaren zelfs drastisch toegenomen. De schuld van de 36 armste landen is in de laatste 14 jaar opgelopen van 418 miljard BEF tot 2.090 miljard BEF.
De totale Derde Wereldschuld steeg op 14 jaar van 2.341 miljard BEF tot 11.894 miljard BEF.
Om deze schulden af te betalen keren de regeringen zich tot hun natuurlijke bronnen, daarmee het milieu in ernstig gevaar brengend.
Bovendien is de schuld nu zo hoog dat landen met schulden gedwongen worden nieuwe leningen aan te gaan om de intrest van oude leningen af te betalen. Zo gaat alle uitgekeerde hulp meteen terug naar de Wereldbank en het IMF. Ook persoonlijke giften aan ontwikkelingslanden helpen niet, want deze landen zijn verplicht eerst multilaterale banken af te betalen. In tegenstelling tot commerciële banken hebben multilaterale banken niets van de schuld laten vallen en zijn ze dat ook niet van plan.

Wat is de rol van de Wereldbank en het IMF?
De Wereldbank en het IMF staan centraal in dit probleem. In een poging landen te helpen hebben ze hun hele programma gericht op het afbetalen van schulden. Deze strategie verwaarloosd echter gezondheid, voedselvoorziening en onderwijs en leiden tot onhoudbare uitbuiting van de natuurlijke bronnen.

Oplossingen
Op korte termijn kan men alleen de schulden drastisch verlagen of laten vallen. Dit is niet eerlijk voor commerciële banken die hierdoor veel geld zouden verliezen, maar het is evenmin eerlijk dat ¾ van de wereld in armoede moet leven om leningen af te betalen uit het verleden en niet uit te kunnen kijken naar een toekomst.
Op lange termijn kan men niet alleen iets doen aan de schulden, maar ook aan de ongelijkheid tussen het rijke noorden en het arme zuiden die aan de basis van de armoede van ontwikkelingslanden ligt.

Gevolgen van de schuldenlast
Gezondheid en sociale zekerheid
In een gemiddeld ontwikkelingsland wordt er ongeveer drie maal zoveel uitgegeven aan terugbetaling van leningen dan aan gezondheidszorg en onderwijs samen. Dit heeft verstrekkende gevolgen zoals hoge kindersterfte, lage levensverwachting. 180 miljoen kinderen lijden aan ernstige ondervoeding en 1,3 miljard mensen hebben geen toegang tot zuiver en veilig water!
De meeste vrouwen hebben ook geen toegang tot contraceptiva zodat er van gezinsplanning geen sprake is. De vrouw kan zelfs niet bepalen hoeveel tijd er tussen twee kinderen komt en kan zo haar eigen gezondheid en die van haar kinderen ernstig beïnvloeden.
Elk jaar wordt er in een gemiddeld ontwikkelingsland ongeveer 9 US$ uitbetaald als intrest terwijl men slechts 3 US$ uitgeeft aan gezondheidszorg.
Als het totale bedrag van schulden zou worden aangewend in gezondheidszorg zou men elk jaar de levens van ongeveer 400.000 kinderen kunnen redden, die nu sterven onder de leeftijd van 5 jaar. Men zou de dood van 15.000 vrouwen kunnen voorkomen die nu sterven in het kraambed en men zou lager onderwijs kunnen verzekeren voor meer dan twee miljoen kinderen.
Daar waar medicijnen beschikbaar zijn, zijn ze onbetaalbaar duur zodat vele kinderen en volwassenen sterven van ziektes die zouden kunnen voorkomen worden door een minimum aan hygiënische maatregelen.
Twee miljoen kinderen sterven jaarlijks aan ziektes die perfect voorkomen zouden kunnen zijn door vaccinaties.

Onderwijs
Vele kinderen in ontwikkelingslanden krijgen niet de kans om naar school te gaan. Eerst en vooral omdat er thuis vele handen nodig zijn om op het land te werken en zo genoeg geld en voedsel in huis te halen om de vele mondjes te voeden. Daarnaast wordt er ook nog een groot verschil gemaakt tussen jongens en meisjes. In sommige Afrikaanse landen gaan meisjes alleen tijdens het lager onderwijs naar school en het enige dat ze daar leren is de Koran en onderdanigheid.

In Derde Wereldlanden is er niet allen nood aan deftig onderwijs voor kinderen, maar ook voor volwassenen. In Latijns-Amerika zijn er evenveel begaafde mensen als in Europese landen, maar zij zullen nooit toegang krijgen tot de hogere plaatsen op de hiërarchie van een Westers bedrijf tenzij zij kunnen schrijven om zo een aanvraag in te dienen (als deze dan al aanvaard wordt betekent dit dat hun vrouw niet meer dag in dag uit op de markt moet staan én dat hun kinderen in school kunnen blijven).

Milieu
De ondergang van het regenwoud is niet alleen te wijten aan westerse bedrijven die wegen en fabrieken aanleggen, maar ook aan plaatselijke boeren die de grond uitputten in een poging zo snel mogelijk vruchtbare grond en opbrengst te krijgen door grote stukken woud plat te branden.
Niet alleen het regenwoud lijdt, maar ook de waterlopen. Buitenlandse bedrijven vestigen zich in ontwikkelingslanden en creëren zo hoognodige arbeidsplaatsen, maar dit alles tegen een prijs. De controle op milieuwetgeving moet zo laag en zo nonchalant mogelijk gehouden worden.

Misverstanden
Armoede komt nooit alleen. Honger, ziektes, ongeletterdheid, slechte huizen (of hutten), onvoldoende hygiëne, werkloosheid en schade aan het milieu zijn slechts enkelen van de directe gevolgen.

Zevenenzeventig procent van de wereldbevolking (vier miljard mensen) leven in ontwikkelingslanden, zogenaamde Derde Wereldlanden.

- 1.400.000.000 mensen leven in totale armoede
- 180.000.000 kinderen (één op drie!) lijden aan ernstige ondervoeding
- 1.300.000.000 mensen hebben geen zuiver drinkwater
- 300.000.000 kinderen krijgen geen onderwijs hoewel dit de enige uitweg uit de vicieuse cirkel van armoede is.
- 1.300.000.000 mensen leven op minder dan 1US$ per dag 
- meer dan 30.000 kinderen sterven dagelijks aan de gevolgen van armoede en honger

Iedereen weet dit, maar er zijn er slechts weinigen die er iets aan doen. Deze reactie is begrijpelijk, want er zijn een aantal hardnekkige misverstanden die ervoor zorgen dat mensen ongeïnteresseerd blijven in het helpen van Derde Wereldlanden omdat het toch allemaal ‘voor niets’ zou zijn.

Ze produceren niet genoeg voedsel
De meeste ontwikkelingslanden produceren meer voedsel dan andere landen, maar ze zijn verplicht om dit voedsel sterk onder de prijs te verkopen op de internationale markt om zo geld binnen te krijgen dat terugvloeit naar de westerse landen als intrest op uitstaande leningen. Zo blijven één op drie kinderen ondervoed en kunnen ze niet naar school omdat ze op het land moeten werken.

Ze hebben teveel kinderen, er zijn gewoon teveel mensen
Gezinnen in ontwikkelingslanden krijgen veel kinderen deels omdat ze geen middelen tot geboortebeperking ter beschikking hebben, maar ook deels omdat ze veel kinderen moeten hebben. Ongeveer 20% van de levend geboren kinderen zal nooit de leeftijd van vijf jaar halen en er moeten vele handen zijn om het gezin te onderhouden. Tegelijkertijd geven veel kinderen hun ouders ook de zekerheid van een inkomen op latere leeftijd.
Paradoxaal is de enige manier om de bevolkingsgroei te stabiliseren het optrekken van de levensstandaard. Zodra ouders (vooral moeders) toegang krijgen tot beter onderwijs, betere gezondheidszorg en zich financieel zekerder voelen hebben ze de neiging om minder kinderen te krijgen.

Ze moeten maar industrialiseren
Ontwikkelingslanden zoals Brazilië en Indië zijn geïndustrialiseerd en toch verdwijnen elk jaar meer en meer mensen in de armoede. Hoe komt dit? Slechts een heel kleine hoeveelheid van de winst van deze industrialisatie druppelt door tot de onderste en armste laag van de bevolking. Deze industrialisatie heeft meestal negatieve gevolgen voor de plaatselijke bevolking én voor de wereld, het regenwoud, de longen van de wereld, wordt elk jaar verder omgehakt en dat allemaal in de naam van industrialisatie en beschaving.

Er moet meer geïnvesteerd worden
Er is geen enkele garantie dat buitenlandse investeringen de ontwikkelingslanden daadwerkelijk zullen helpen. Ontwikkelingslanden trekken investeerders aan met genereuze toegevingen. Ze garanderen dat de lonen laag blijven, de werkers gemotiveerd en de milieuwetgeving minimaal. Bovendien verlaten de opbrengsten het land in plaats van dat ze geïnvesteerd worden in scholen of hospitalen.
Bedrijven vestigen zich vaak in deze lage-loonlanden en creëren daarmee heel veel broodnodige arbeidsplaatsen, maar vaak brengen ze hooggeschoolde arbeiders mee en laten zo alleen het simpele, en daardoor goedkope, werk voor de plaatselijke arbeiders. Daarenboven is er geen enkele garantie dat dit bedrijf blijft als het elders goedkopere arbeidskrachten en meegaande en stabielere regeringen vindt.

Ze hebben meer ‘hulp’ nodig
Derde Wereldlanden hebben inderdaad meer hulp nodig, maar niet het soort hulp dat ze in het verleden gekregen hebben. Wat deze landen nodig hebben is een basis aan onderwijs en gezondheidszorg. Vroeger ging teveel hulp naar grote projecten zoals luchthavens, electriciteitscentrales en dammen. Projecten waar de armen weinig hulp in vonden.

Investeerders kijken vaak naast landen die hulp echt nodig hebben om zo de landen te zien waar wel geld uit te halen is door onder andere een strategische locatie.

Slechts ¼ van de hulp gaat naar de 10 landen in Afrika en Azië die ongeveer ¾ van de absoluut armste mensen hebben.

Misschien wel het ergste is dat voor elke US$ die de armste landen krijgen van het westen ze 9 US$ terugbetalen aan intresten.

Ongelijkheden in de Derde Wereld
Grondbezit en gebruik
In Latijns-Amerika bezit 17% van de bevolking 90% van de landbouwgrond. In praktijk betekent dit dat miljoenen mensen geen mogelijkheid hebben om hun eigen voedsel te kweken en veroordeeld zijn om voor de grootgrondbezitters te werken als onderbetaalde arbeiders of hun grond duur moeten huren.
Het merendeel van de landbouwgrond wordt gebruikt voedsel te verbouwen dat op buitenlandse markten verkocht zal worden.

Politieke onderdrukking en militaire verkwisting
Onderdrukkende regimes die het leger of etnische en economische elites vertegenwoordigen houden maatregelen tegen die het land kunnen hervormen ten voordele van de armen. Deze regimes worden vaak ondersteund door westerse landen die er een afzetmarkt vinden voor wapens.

Lagere status van vrouwen
Op bijna elk vlak - inkomen, gezondheid, onderwijs, tewerkstelling, rechten – liggen vrouwen ver achter op mannen. Onderwijs is de enige manier waarop zij hun status kunnen optrekken, maar meisjes zijn de eerst om school te verlaten. Vrouwen zijn ook de eersten om hun baan te verliezen bij besparingen en als ze wel tewerkgesteld zijn is dit aan een merkbaar lager loon dan mannen.
Families worden in armoede tot het uiterste op de proef gesteld. Verarming in al slechte omstandigheden leidt vaak tot drankzucht, geweld, gebroken families en depressies.
Vergelijking tussen Niger, Braziliëe en Belgiëe

Om de armoede in Derde Wereldlanden aanschouwelijker te maken heb ik een vergelijking gemaakt tussen twee ontwikkelingslanden, één uit Afrika en één uit Latijns-Amerika, en België gemaakt.
Hiervoor heb ik enkele voor de hand liggende criteria genomen, zoals BBP en oppervlakte, maar ook enkele minder voor de hand liggende criteria. Het merendeel van mijn informatie haalde ik van de Wereldbank, het IMF en de CIA.
België Niger Brazilië
Oppervlakte 30.510 km² 1.267.000.000 km² 8.511.965 km²
Bevolking 10.200.000 10.100.000 165.900.000
BBP per Capita 964.440 BEF 7.220 BEF 173.660 BEF
Aantal mensen in armoede / 63% 17%
Levensverwachting 77j 47j 67j
Kindersterfte 0,6% 18,8% 3,4%
Ondervoeding onder 5 jaar / 43% 6%
Toegang tot zuiver water 100% 48% 69%
Analfabeet 15+ / 86% 16%




Waar komt dit gigantische verschil tussen 2 ontwikkelingslanden vandaan?
Brazilië heeft het meeste schuld uitstaan bij private Amerikaanse banken. Zij moeten hun geld terugkrijgen en doen daarom alles om investeerders in ‘hun’ Latijns-Amerikaanse landen aan te trekken. Afrikaanse landen zoals Niger daarentegen hebben schulden bij de Wereldbank en het IMF. Deze instellingen nemen geen maatregelen om de economie aan te zwengelen. Alles wordt in dienst gesteld om intrest te betalen, niet om de economie op te bouwen of te herstellen.

Klimaat
Niger:
- woestijn, meestal heet, droog, stoffig, tropisch in het uiterste zuiden
- niet geschikt voor landbouw
- weinig water beschikbaar

Brazilië:
- vooral tropisch, maar redelijke temperatuur in het zuiden 
- geschikt voor landbouw
- regenwoud ‘in de weg’

Natuurrampen
Niger: droogtes
Brazilië: droogtes in het noordoosten, overstromingen en droogtes in zuiden

Milieuproblemen
Niger: overgrazing, bodemuitputting, ontbossing, verzanding, wilde dieren bedreigt door stropers en beschadiging natuurlijke omgeving
Brazilië: ontbossing, verdwijnen inheemse dier-en plantensoorten, lucht-en watervervuiling onder andere door mijnactiviteit

Bevolkingsgroei
Niger: 2,95%
Brazilië: 1,16%
België: 0,06%

Geboortecijfer
Niger: 52,31 geboortes/1000 mensen
Brazilië: 20,42 geboortes/1000 mensen
België: 9,98 geboortes/1000 mensen

Sterftecijfer
Niger: 22,78 doden/1000 mensen - AIDS
Brazilië: 8,79 doden/1000 mensen
België: 10,43 doden/1000 mensen - België is reeds vergrijsd - meer doden

Kindersterftecijfer
Niger: 112,79 sterftes/1000 levend geborenen
Brazilië: 35,37 sterftes/1000 levend geborenen
België: 6,17 sterftes/1000 levend geborenen

Vruchtbaarheid
Niger: 7,24 kinderen/vrouw
Brazilië: 2,28 kinderen/vrouw
België: 1,49 kinderen/vrouw

Economie
Niger: arm land, ingesloten door land, landbouw wanneer mogelijk (droogtes), veefokkerij, import en export, steeds minder uranium. Devaluatie van de munt met 50% in 1994 had succes in de export van vee, groenten en katoen.
Brazilië: veel en goed ontwikkelde landbouw, mijnbouw, fabricatie en dienstensector 
- Belangrijkste economie in Latijns-Amerika - Inflatie onder controle: 2% (in 1994: 1000%!) 
- Komt net uit diepe recessie
België: hoog ontwikkelde economie met veel privé-ondernemingen
- Centrale ligging in Europa 
- Goed ontwikkeld transportnetwerk 
- Diverse industriële en commerciële basis 
- Weinig natuurlijke reserves
- Heel afhankelijk van internationale markten en wisselkoersen

Verdeling BBP per sector
Niger:
- landbouw: 40% 
- Industrie: 18% 
- Diensten: 42%
Brazilië:
- landbouw: 14%
- Industrie: 36%
- Diensten: 50%
België:
- Landbouw: 1,9% 
- Industrie: 27,2%
- Diensten: 70,9%

Beroepsbevolking per sector
Niger:
- Landbouw: 90% 
- Industrie en verkoop: 6%
- Overheid: 4%
Brazilië:
- Landbouw: 31% 
- Diensten: 42%
- Industrie: 27%
België:
- Landbouw: 2,6% 
- Diensten: 69,7% 
- Industrie: 27,7%

Inflatie
Niger: 4,8%
Brazilië: 2%
België: 1%

Import – Export
Niger:
- X = 10.222.000.000 BEF
- M = 11.210.000.000 BEF
Brazilië:
- X = 1.938.000.000.000 BEF 
- M = 2.188.800.000.000 BEF
België:
- X = 5.513.800.000.000 BEF 
- M = 5.209.800.000.000 BEF

Buitenlandse schuld
Niger: 45.600.000.000 BEF
Brazilië: 9.807.800.000.000 BEF
België: 847.400.000.000 BEF

Televisies/bevolking
Niger: 1/100 mensen
Brazilië: 18/100 mensen
België: 32,5/100 mensen - rekening houdend met onaangegeven televisies: veel meer

Bronnen
CIA – The World Factbook 1999 
> World Bank en IMF
Friends of the Earth and

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

hoi,
superleuk verslag!
Had wel een klein vraagje,'
Zijn de bronnen die erbij vermeld zijn de enige die gebruikt zijn voor dit verslag?

Groetjes

9 jaar geleden