Welke schrijvers & genres vind jij leuk? 📖️ Wij zijn benieuwd. Geef je mening en maak kans op één van de Bol.com cadeaubonnen. 🎁️

Naar de vragenlijst!


Inleiding:



Laten we de Van Dale er eens bijpakken. Die omschrijft beleggen als volgt: geld in waardepapieren omzetten om de waarde te behouden of te vergroten. Het doel van beleggen is dus je geld in waarde laten toenemen, oftewel het behalen van rendement.Alleen, dit rendement is met de nodige risico’s omgeven. Hoe meer rendement je wilt halen , hoe hoger in de regel het risico is van belegging. De afweging tussen rendement en risico is daarom de belangrijkste beslissing bij beleggen.



Wie geen risico’s wil lopen en toch rendement wil halen op zijn centen, kan het beste sparen. Wie belegt gaat voor een hoger rendement. Op lange termijn leveren aandelen namelijk meer op dan sparen (9% tegenover 4%). Logisch, want niemand begint natuurlijk een bedrijf als het geïnvesteerde vermogen niet meer zal opleveren dan op een spaarrekening. Bedrijven zijn gericht op groei en op het maken van winst. Als aandeelhouder, en dus mede-eigenaar in een bedrijf , profiteer je daarvan mee. Ga maar na, als de winst van een bedrijf toeneemt, stijgt ook de winst per aandeel. Hierdoor kan het dividend, het deel van de winst dat aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd, toenemen. Het aandeel wordt daardoor populairder onder beleggers en dus zijn zij bereid meer te betalen voor het aandeel dan voorheen.En dat is weer goed voor je rendement. Bij een spaarrekening profiteer je niet van zo’n waardegroei en krijg je alleen een vaste rentevergoeding.








De aandeelkoersen zijn voor een groot deel afhankelijk van de winsten van bedrijven en dus zijn er risico’s verbonden aan beleggen. Kijk maar eens hoe de koersen gat afgelopen jaar onderuit zijn gegleden. Je moet daarom altijd op twee dingen letten. Ten eerste is het belangrijk je geld te spreiden over verschillende bedrijven, sectoren en landen. Voor veel kleine beleggers is het vaak verstandiger om gespreid beleggingsfonds te kopen. Met een aankoop bezit je dan een aandeel in een gespreide beleggingsportefeuilles. Ten tweede moet je het geld waarmee je belegt voor langere tijd kunnen missen. Soms kunnen de beurzen onverwachts hard dalen. Je moet dan de slechte tijden kunnen uitzitten totdat betere tijden aanbreken die je verlies ruimschoots goed maken.



De geschiedenis heeft geleerd dat aandelen de neiging hebben terug te keren naar hun gemiddelde rendement op lange termijn (van 9%). Daarom is het vaak verstandiger om forse dalingen aan te grijpen als koopmoment. Je koopt immers dezelfde bedrijven, alleen voor minder geld.Wanneer de economie aantrekt, moet het voor bedrijven mogelijk zijn om dankzij kostenbesparingen hun historische winsten te overtreffen, waardoor de koersen fors kunnen aantrekken.



We hebben een stuk van deze tekst uit een jongeren tijdschrift Young Dynamic genomen omdat het een goed beeld gaf over ons onderwerp en het geeft al een beetje uitleg over beleggen.We hebben het onderwerp gekozen omdat steeds meer mensen interesse tonen voor beleggen. Dat is ook wel logisch want je kunt er enorm rijk van worden zonder er veel voor te doen en dat is natuurlijk de droom van iedereen. Maar natuurlijk zitten er ook risico’s verbonden aan beleggen. Een aandeel kan plotseling minder waard worden door een politieke omwenteling of door de problemen van een bedrijf. Toch zijn er tegenwoordig veel mensen die beleggen. Het eerste argument vóór beleggen is dat het traditionele sparen niet veel meer oplevert. Ook kan beleggen zich ontwikkelen tot een interessante hobby. Het is vanzelfsprekend dat men belegt om er uiteindelijk rijker van te worden, bijvoorbeeld omdat de pensioenvoorziening aan de magere kant is.

Maar beleggen is niet alleen goed voor je persoonlijke portemonnee maar je helpt ook het bedrijfsleven ermee, dus de economische groei en dus ook de werkgelegenheid.



Maar wat is beleggen nou eigenlijk? En hoe beleg je? Dat zijn de twee hoofdvragen van dit werkstuk. Om die vragen te beantwoorden moet je eerst vragen beantwoorden zoals: wat zijn aandelen, obligaties en opties? Maar niet alleen deze begrippen maken deel uit van beleggen maar ook andere zaken zoals de koers, de AEX Index en het beleggingsfonds. En hoe begin je met beleggen? Als je wilt beginnen met beleggen zal je van de zojuist genoemde zaken toch iets moeten weten.

Ook is het belangrijk om te weten hoe de koersen tot stand komen en welke factoren hier invloed op hebben. En hoe gaat het beleggen in de praktijk in zijn werk? Hoe stel ik een beleggingsportefeuille samen? Door al deze vragen te beantwoorden, weet je al veel meer van beleggen af. Om deze vragen te beantwoorden hebben we bronnen geraadpleegd, zoals de krant, boeken, het RTL Z nieuws, tijdschriften en betrouwbare internetpagina’s.












Hoofdstuk 1 Adviezen over beleggen



1.1 Wat is beleggen, en wat maakt beleggen interessant?



Beleggen is iets anders dan sparen, waarbij je, je geld ergens insteekt en daarvoor later hoopt een hoger bedrag te kunnen krijgen. Als je kiest voor aandelen/ obligaties dan steek je, je geld in activiteiten van bedrijven, die daarmee winst kunnen maken (of verlies) en daar deel je in mee, hierdoor kan je dus geld verdienen of verliezen( mede aandeelhouder). Het risico wat je daarbij loopt is bij het ene bedrijf groter dan bij het andere. Als je kiest om in obligaties te gaan beleggen, dan is de opbrengst misschien wat lager, maar (bijna) zonder risico’s.



De hoofdkenmerken van beleggen zijn: pieken en dalen in het rendement (rendement is de opbrengst of het verlies dat d.m.v aandelen wordt verkregen). Maar op lange termijn is gebleken dat beleggen meer oplevert dan sparen. Je behaald winst dor de stijgende koersen, je ontvangt dividend en bovendien hoef je over de behaalde koerswinsten géén belasting te betalen.



Goed beschouwd zijn er vier redenen om te gaan beleggen. Op de eerste plaats is dat de wens om een hoger rendement te behalen dan met sparen mogelijk is. Daarnaast zien veel mensen beleggen als een boeiende bezigheid. Een manier om meer betrokken te raken bij de financiële en economische ontwikkelingen in de wereld. Sommigen zien beleggen zelfs als een sport: de voorbereiding, de spanning van de wedstrijd, de teleurstelling bij onverwachte tegenvallers en de vreugde bij de winst



1.2 Met welk doel ga je beleggen?



Heb je plannen om te gaan beleggen? Voordat je, je eerste stappen in de beleggerwereld zet, is het verstandig om al je persoonlijke wensen eens op en rij te zetten. Heb je een bepaald doel voor ogen en weet je voor jezelf hoeveel risico je in relatie tot dat doel bereid bent te nemen? Welk bedrag kun je investeren zonder dat je dat direct nodig hebt? Hoeveel tijd heb je om je doel te bereiken? Heb je, je ook afgevraagd wat je reactie is bij eventuele koersdalingen? Dit zijn allemaal punten waar je bij stil moet staan voordat je besluit te gaan beleggen. En voordat je een beslissing neemt over waarin je gaat beleggen.



1.3 Zelf doen of laten doen?



Voordat je de keuze maakt hoe je gaat beleggen(aandelen, obligaties, opties) is het goed om je af te vragen hoeveel tijd je kunt en wilt steken in het volgen van het financiële en economische nieuws. En in hoeverre je zelf alle beleggingsbeslissingen wilt nemen. Als je weinig tijd hebt, hoeft dat niet direct te betekenen dat beleggen niets voor je is. Veel banken bieden aantrekkelijke mogelijkheden, waarbij je het roer ‘deels’ uit handen geeft.



1.4 Waarin beleggen?



Het antwoord op deze vraag hangt nauw samen met je persoonlijke wensen, financiële mogelijkheden én doelstellingen.

Met welk doel wil je gaan beleggen? Hoeveel risico ben je bereid te nemen in relatie tot dat doel? Welk bedrag kun je investeren, zonder dat je het direct weer nodig hebt?Hoeveel tijd kun je en wil je uittrekken om dat doel te bereiken? Hoe reageer je op koersdalingen. Raak je daarvan in paniek en verkoop je alles meteen of durf je erop te vertrouwen dat er op den duur weer een keursstijging komt? Als je het antwoord op al deze vragen kunt geven, dan ben je al een behoorlijk stuk op weg naar de beurs.



1.5 Risico of zekerheid



In het algemeen kan gezegd worden dat hoe meer risico je neemt bij een belegging hoe groter je kans is op een hogere beloning. Een risicoloos hoog rendement bestaat niet. Zo zul je met een risicomijdende belegging als obligaties een gemiddelde rendement van tussen de 4% en 6% kunnen behalen. Met een risicovolle(re) belegging in de vorm van aandelen is de verwachting voor de lange termijn ca. 10%- 12%. Hierbij zijn uitschieters van zowel –30% als +30% in een bepaald jaar zeker mogelijk. Wat dus heel belangrijk is, is of je risico wilt lopen of niet. Ben je niet in de wieg gelegd om risico te lopen, dan kun je dat beter ook niet doen. Bewandel dan liever een veilige weg. Bijvoorbeeld door je beleggingen te spreiden óf te kiezen voor beleggingsvormen.



1.6 Spreiden



Spreiden is een veel gehoorde term in bellegingsland. Spreiden is een manier om de risico’s van beleggen binnen de perken te houden. Dat kan op verschillende manieren. Je kunt beleggen in verschillende beleggingscategorieën (aandelen, opties en obligaties), maar ook in landen en in uiteenlopende takken van handel en industrie. Stel, je kiest ervoor te gaan beleggen in aandelen en begint met één aandeel in je portefeuille, laten we zeggen: Koninklijke Olie. Stijgen de koersen, dan zit je goed. Maar dalen de olie prijzen om welke reden dan ook, dan voel je, je ineens erg afhankelijk van dat ene fonds. Denk maar eens aan het casino. Zet je alles op ‘33’ en het balletje rolt op dat nummer dan heb je een fantastische avond. Maar je weet tegelijkertijd dat die kans klein is en dat je, je moet voorbereiden op verlies. Als je bijvoorbeeld al aandelen hebt in de chemische sector en je wilt nog meer beleggen, zoek dan, om risico te spreiden, naar een heel andere bedrijfstak.. Zoals een verzekeraar of een automatiseringsbedrijf. Door steeds iets nieuws in te brengen in je portefeuille wordt de spreiding groter en het risico kleiner. Mogelijke verliezen in de ene sector worden dan gecompenseerd door winst in de andere bedrijfstak. Je kunt dit zelf bereiken door te beleggen in verschillende aandelen en in beleggingsfondsen. Bedenk echter wel dat het spreiden van je portefeuille je vanzelfsprekend niet behoedt voor een daling van het algemene koersniveau.



1.7 Je doel in de tijd



Inmiddels zijn we aanbeland bij de belangrijkste vraag, hoe lang kun je het geld waarmee je gaat beleggen kunt missen. Wanneer heb je de inleg en de eventuele opbrengsten hiervan weer nodig? De termijn die je naar aanleiding van deze vraag bepaald, wordt je beleggingshorizon genoemd. Ga je bijvoorbeeld beleggen voor de financiering van de studie van je kind dat 6 jaar oud is heb je een beleggingshorizon van ongeveer 12 jaar. Ga je beleggen voor de oude dag en ben je 35 jaar oud, dan is je beleggingshorizon 25 tot 30 jaar of nog langer. Is je horizon langer dan 10 jaar dan kun je gerust overwegen om voor een belegging te kiezen die op korte termijn veel risico met zich meebrengt. Met kans op een hoger rendement!

Wel moet je dan rekening houden met tussentijdse koersschommelingen en daar niet wakker van liggen.

Staat je minder tijd ter beschikking, dan is het beter om op safe te spelen. Tenzij je stalen zenuwen hebt, risico wilt lopen of je geld makkelijk kunt missen. Hoeveel risico je neemt is niet alleen afhankelijk van hoe lang je beleggingshorizon is, maar ook het doel waarmee je belegt. Dit noemen we beleggingsdoel. Is dat een doel dat u moet halen, bijvoorbeeld de studie van je kinderen, dan kies je voor een beleggen die minder risico met zich meebrengt. Immers je moet het geld op een bepaalde datum echt ter beschikking hebben. Beleg je bijvoorbeeld om ooit eens een zeilboot te kunnen kopen, dan kun je wellicht wat meer risico nemen. Als het geld wat eerder of later ter beschikking komt, heeft dat minder ingrijpende gevolgen.



1.8 Je kansen bij emissies



Een emissie is niets anders dan de uitgifte van (nieuwe) aandelen of obligaties. Doorgaans besluiten ondernemingen tot een emissie om nieuw kapitaal te verwerven. Op een emissie kun je inschrijven gedurende een vaste periode van bijvoorbeeld twee weken. Maar als blijkt dat er veel vraag is naar de aandelen wordt de emissie eerder gesloten. Het inschrijven op aandelen van bedrijven die voor het eerst naar de beurs gaan, is een bijzondere vorm van beleggen. Er is immers nog geen koers, waardoor je dus zelf moet inschatten hoeveel het aandeel waard is. Daar staat tegenover dat de emissie prijs meestal aan de voorzichtige kant wordt gehouden. Zo ontstaat immers een goede sfeer rond het aandeel. Af en toe lijdt dit tot spectaculaire koersstijgingen op de eerste beursdag. Sommige beleggers schrijven daarom in op meer aandelen dan ze eigenlijk willen hebben(majoreren). Zij gaan ervan uit dat er voor meer aandelen wordt ingeschreven dan er beschikbaar zijn. Bij zo’n overtekening krijgen de beleggers maar een deel van hun inschrijving toegewezen. Aan majoreren kleven grote risico’s. Als een missie mislukt, kun je alle aandelen daadwerkelijk toegewezen krijgen. Neem daarom bij twijfel eerst contact op met je bank voordat je inschrijft.



Hoofdstuk 2 Voor- en nadelen van beleggen en beleggingsvormen



2.1 Waarom wel beleggen?



Veel mensen denken dat beleggen zo riskant is. Maar als het zo riskant is, waarom doen zoveel mensen het dan? Daar zijn veel verschillende redenen voor. Maar zelfs degenen die fel tegen het riskante beleggen zijn, beleggen toch, al is dat maar indirect via hun pensioenfonds of verzekeringspolis. Dat zijn dan ook de grootste beleggers van ons land. Dus zo gezien is de gemiddelde Nederlander een van de grootste beleggers ter wereld, of hij wil of niet.

Zelf beleggen heeft vele voordelen, hieronder zullen wij er een paar vermelden.

Tegenwoordig levert sparen niet veel meer op. De rente bevindt zich heden op een laag niveau rond de 2.5%. Maar de inflatie ligt ook omstreeks 2.5% de laatste paar jaar. Dat betekent dat je er reëel eigenlijk niets op vooruitgaat. Dus in feite ga je er niets op vooruit met sparen en kan je dus beter gaan beleggen. Want als je redelijk had belegd, had je de laatste jaren gemakkelijk 12% rendement gemaakt op je belegd vermogen. Daar kan normaal sparen niet tegen op.

Beleggen kan zich ook ontwikkelen tot een interessante hobby. Wie gaat beleggen gaat ook beter opletten wat er in de maatschappij gebeurt. De belegger probeert te begrijpen waarom het ene bedrijf veel beter draait dan het andere, wat een verandering in de rente voor de beurs betekent, wat politieke beslissingen voor invloed hebben op zijn beleggingen enzovoorts.

Het kan ook zo zijn dat je al je hele leven een huisje in Frankrijk wilt hebben. Om het bedrag bij elkaar te krijgen om zoiets te financieren, duurt sparen veel te lang. Beleggen daarentegen kan veel sneller.

Stel dat je pensioenfonds niet veel bedraagt, dan is het erg handig als je nog een extra zakcentje hebt. Dat zakcentje kan je verdienen door te beleggen. Want vaak valt het bedrag dat men krijgt als men met pensioen gaat nogal tegen, en het bedrag kan men aanvullen met geld dat wordt verdient door beleggen. Zo heeft men toch nog het bedrag waar men op had gerekend. De overheid treedt steeds meer terug, het sociale vangnet wordt kleiner en men moet meer zelf gaan doen om de welvaart te handhaven.

Maar beleggen is niet alleen goed voor de persoonlijke portemonnee, het bedrijfsleven wordt er namelijk ook mee geholpen. De economische groei stijgt hierdoor en dus evenzo de werkgelegenheid. Als een bedrijf wil uitbreiden of wil investeren, hebben ze geld nodig. Ze geven extra aandelen uit op de effectenbeurs en de beleggers kopen die dan weer. Daar profiteert de maatschappij dus van.



2.2 Waarom niet beleggen?



Natuurlijk is er ook één groot nadeel verbonden aan het beleggen: je kan er ook je geld aan verliezen. Maar als je, je goed laat informeren, kan je dit voorkomen. Ook is het verstandig aandelen te hebben in meerdere bedrijven. Want als het met één bedrijf slecht gaat en met andere bedrijven wel goed, maak je dus nog altijd winst. Het beste is dus om aandelen te hebben in een beleggingsfonds.

Er zijn mensen die niet beleggen door onwetendheid. Maar tegenwoordig heb je zelfs het RTL Z nieuws, dat elke werkdag de laatste ontwikkelingen geeft van de beurs. En als je niet geïnformeerd wordt door de televisie dan is het wel door de radio, waarop veel reclames te horen zijn over beleggen. Op het internet en in de krant is ook van alles te lezen over beleggen en daar vind je natuurlijk het laatste nieuws. Dus het is moeilijk nog niets iets te hebben gehoord over beleggen, maar het kan zo zijn dat sommige mensen niet goed weten wat het allemaal inhoudt. Dan zouden ze gemakkelijk naar de bibliotheek kunnen gaan en zich daar kunnen laten voorlichten.

Vaak denken mensen dat het hun veel tijd kost, maar het tegenovergesteld kán waar zijn. Het hangt er gewoon vanaf hoeveel tijd je erin stopt. In principe kan de bank bijna al het werk doen.

Maar de meeste mensen beleggen niet omdat ze er geen behoefte aan hebben. Ze kunnen rondkomen van hun salaris en willen geen risico lopen ook maar ietwat van dat geld te verliezen.



2.3 Wat zijn effecten precies?



Het begrip ‘effecten’ is eigenlijk lastig te omschrijven. We kunnen in ieder geval zeggen dat een effect een gemakkelijk verhandelbare belegging is. Bovendien moet een effect verwisselbaar zijn voor een gelijksoortig effect. Onroerend goed is bijvoorbeeld geen effect. Een huis is wel een belegging maar het ene huis komt niet overeen met het andere huis en bovendien is het niet echt gemakkelijk verhandelbaar. Het aandeel Philips daarentegen is ook een belegging en bovendien is elk aandeel Philips identiek aan alle andere aandelen Philips en dus verwisselbaar. Voor de gemakkelijke verhandelbaarheid van dit aandeel zorgt een beurs. In Nederland worden effecten verhandeld op de beurzen van Euronext Amsterdam, afgekort AEX. Op deze beurzen worden verschillende soorten effecten verhandeld. We kunnen een onderverdeling maken in onder andere:

• Aandelen

• Obligaties

• Aandelen in beleggingsfondsen

• Warrants

• Opties

• Futures

De aandelen, obligaties en beleggingsfondsen worden op de effectenbeurs van Euronext Amsterdam verhandeld. Opties en futures zijn ook effecten, maar worden verhandeld op de Euronext Amsterdam Derivatives Market, een van de beurzen van Euronext Amsterdam. Warrants worden op beide beurzen verhandeld.



Beleggingsvormen



2.4 aandelen




Een aandeel is een risicodragende deelneming in het kapitaal van een onderneming

Een aandeelhouder stelt geld ter beschikking aan een onderneming. Met dit geld koopt hij een stukje van de onderneming (een aandeel), hij wordt dus een klein stukje eigenaar van een bedrijf. Het gaat altijd om een vennootschap; bedrijven met een andere rechtsvorm hebben geen aandelen. Men kan ook meerdere aandelen kopen van een onderneming. Een aandeelhouder kan op twee manieren profiteren van zijn belegging: via het dividend en koerswinst.

Dividend is een jaarlijks variërende hoeveelheid geld die door de onderneming wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders. Meestal gebruikt het bedrijf een deel van de winst om dividend uit te keren. Als het bedrijf dan veel winst maakt kan er een hoog dividend worden uitgekeerd. Als de onderneming weinig winst of verlies maakt dan kan het dividend lager zijn of helemaal niets. Daarom zoekt een aandeelhouder een onderneming met een goede winstverwachting. Maar toch kan een bedrijf dat verlies maakt dividend uit keren. Dat geld komt dan uit de reserves die zijn opgebouwd in betere jaren. Veel bedrijven kiezen er tegenwoordig echter voor een keuzedividend. De aandeelhouder mag dan kiezen: óf het geld óf het geld in de vorm van aandelen in de onderneming (stockdividend). Dit is voor een bedrijf aantrekkelijker.

De marktprijs van een aandeel wordt de koers genoemd. Als de vraag naar een bepaald aandeel toeneemt dan stijgt de koers van het aandeel. Dan word je ingelegde geld meer waard. Maar natuurlijk kan de vraag naar een bepaald aandeel ook afnemen. Dan wordt het aandeel minder waard en lijd je koersverlies. De vraag naar een aandeel wordt bepaald door de vooruitzichten van dat bedrijf en het vertrouwen in de economie.

Voorbeeld:

De heer Zwaneveld koopt 6 aandelen Heineken en betaalt per aandeel €40. Doordat het vertrouwen in de markt waarop Heineken deelneemt groot is en het bedrijf zegt dat het veel nieuwe producten zal gaan uitgeven, neemt de vraag naar deze aandelen toe. De koers stijgt nu bijvoorbeeld naar €55. Als de heer Zwaneveld nu zijn aandelen verkoopt maakt hij per aandeel €15 winst. Maar ook krijgen alle aandeelhouders van Heineken €5 dividend. Dus dan heeft de heer Zwaneveld al €20 per aandeel winst gemaakt.



2.5 obligaties



Een obligatie is een schuldbrief die wordt uitgegeven door de overheid of door een particuliere onderneming voor de meestal langere termijn.

Met een obligatie geef je ook geld aan een bedrijf, maar zonder mede-eigenaar te worden. Hier gaat het dus om een lening. De beleggers die geld uitlenen krijgen als beloning een rente. Het risico dat een obligatiehouder loopt is dat het bedrijf in financiële moeilijkheden komt waardoor deze niet meer in staat is om zijn verplichtingen na te komen. Je weet van tevoren hoe lang de lening loopt en hoeveel rente je krijgt. Hierdoor ben je minder afhankelijk van het reilen en zeilen van een bedrijf dan een aandeelhouder.

Niet alleen bedrijven maar ook (overheid)instellingen kunnen obligaties uitgeven. Een bekend voorbeeld daarvan zijn de staatsleningen.

Het lijkt misschien een beetje alsof het hetzelfde is als sparen. De obligatiehouder krijgt tenslotte een vaste rente vergoeding. Het enige verschil is dat obligaties, net als aandelen, worden verhandeld op de beurs. En dat betekent dat je koerswinst kunt maken.

Voorbeeld:

Je hebt voor €450 een obligatie gekocht die 7% per jaar uitkeert, De marktrente daalt van 7% naar 6%. Je obligatie geeft een hogere rente dan nieuwe obligaties. Gevolg is dat beleggers meer voor je obligatie willen betalen, bijvoorbeeld €500. Je hebt dan een koerswinst van € 50.

Er is sprake van waardedaling van je obligatie als de marktrente boven je obligatierente stijgt.



2.6 Opties



Een optie is het recht tot koop of verkoop van een bepaalde onderliggende waarde, gedurende een bepaalde termijn, tegen een vooraf vastgestelde prijs.



Met een optie krijg je het recht om iets te kopen of te verkopen.voor dit recht betaal je een bepaald bedrag. Hoe groter de kans dat je winst kunt behalen, hoe hoger de prijs. Is de kans echter klein dat de optie ooit geld gaat opleveren, dan is de optie goedkoop.

Het recht om iets te kopen is een calloptie; het recht om iets te verkopen is een putoptie. Een optie bestaat altijd uit honderd stuks van de onderliggende waarde.



De calloptie

Hiermee krijg je het recht om tot een vastgelegd tijdstip (altijd een derde vrijdag in de maand) iets te kopen tot een vastgelegde tijdstip tegen een vastgestelde prijs.

Bijvoorbeeld een calloptie Koninklijke Olie nov. 150, geeft je het recht om tot de derde vrijdag van november honderd aandelen Koninklijke Olie te kopen à €150 per aandeel. Als de beurskoers van het aandeel in die periode op €155 komt, kun je een mooie winst maken door de optie uit te oefenen en de honderd aandelen te kopen. Daarna verkoop je de aandelen door en maak je een winst van 100 x €5 = €500.

Andersom kan natuurlijk ook, dat betekent dat de beurskoers de hele periode onder de €150 blijft. De calloptie is dan waardeloos.



De putoptie

Eigenlijk is de putoptie precies het tegenovergestelde van een calloptie. Bij een putoptie koop je namelijk het recht om je aandelen tot een vastgesteld tijdstip (weer altijd een derde vrijdag in de maand) te verkopen tegen een vastgesteld bedrag.

Een putoptie Koninklijke Olie nov. 150 geeft het recht om tot de derde vrijdag van november 100 aandelen te verkopen tegen €150 euro per stuk. Als de beurskoers op een moment binnen de periode tot die vrijdag in november €140 is, maak je een mooie winst. Je koopt namelijk de 100 aandelen op de beurs en verkoopt ze door voor €150. zo maak je een winst van

100 x €10 = €1000. als de koers stijgt is de putoptie waardeloos.



2.7 Valuta's



Beleggen in geldsoorten van binnenland en buitenland. Deze manier heeft een groot risico en kans op hoge rendementen. De buitenlandse valuta heet ook wel de vreemde valuta. Een voorbeeld is natuurlijk de dollar. Als je dit gaat doen, handelen in vreemde valuta's, moet je goed weten hoe de economie in het land zelf is.



2.8 Beleggen in onroerend goed



Dit betekent dat je belegt in huizen, landgoederen enz.



2.9 Edele metalen



Handelen in metaalsoorten (goud, zilver etc.), waarbij je winst kunt maken als de prijzen van de door jou gekochte metalen stijgen.



Hoofdstuk 3 Fondsen



3.1 Wat is een beleggingsfonds?



Een beleggingsfonds beheert een groot pakket beleggingen, bijvoorbeeld aandelen. Als je deel neemt in een beleggingsfonds beleg je dus indirect in een groot aantal verschillende bedrijven.



De beheerders van een beleggingsfonds houden dagelijks het economische en financiële nieuws voor je bij. Zij kopen en verkopen aandelen en beleggen je dividenden (die je gekregen heeft door dit beleggingsfonds) opnieuw. Zij weten precies welke economische en financiële ontwikkelingen invloed kunnen hebben op jouw beleggingsfonds, en zij volgen kritisch de bedrijven waarin belegd wordt.



Kortom, je hebt er geen omkijken naar. Je hoeft je dus alleen met beleggen bezig te houden als je daar zelf zin in hebt. Nodig is dit dus niet, want alles wordt voor je geregeld en bijgehouden.



3.2 Beleggingsfondsen



In een beleggingsfonds wordt het geld van verschillende beleggers beheerd. Aan het stuur van zo’n beleggingsfonds staat de fondsmanager, die de economie en de markt waarop zo’n fonds opereert nauwlettend in de gaten houdt. Hij maakt hierbij gebruik van de informatie en expertise van analisten van de bank. De fondsmanager koopt en verkoopt effecten en stelt de portefeuille van het fonds samen. Je hebt hier dus geen omkijken naar. Beleggingsfondsen richten zich op een specifieke regio, bedrijfstak of bijvoorbeeld valuta’s. Doordat meerdere beleggers deelnemen in een beleggingsfonds bedraagt het totale vermogen hiervan vele tientallen of zelfs honderden miljoenen Euro’s. Hierdoor kan de fondsmanager een bredere spreiding aanbrengen dan zelfs de meest vermogen particuliere belegger zou kunnen. In een beleggingsfonds kun je vaak al deelnemen vanaf 20 Euro. Voor een relatief laag bedrag heb je dan al een gespreide portefeuille.



Er zijn al zo'n 700 fondsen in ons land en elke week komt er wel eentje bij. Ze zijn zo populair omdat je geld wel belegd is, maar je er verder geen omkijken naar hebt.

Elk fonds heeft een eigen filosofie en belegt op een andere wijze. Zo zijn er fondsen die willen beleggen in: milieuvriendelijke instellingen, Nederlandse aandelen, winkelpanden, obligaties enzovoorts.

Open-end fondsen: de beleggingsinstelling verplicht zich ten alle tijde de aandelen te (ver)kopen tegen de intrinsieke waarde. De intrinsieke waarde bij beleggingsfondsen is iets anders dan de intrinsieke waarde van aandelen. Dit is namelijk de som van de koerswaarde van de effecten - de schulden van de instelling + de liquide middelen : het aantal uitstaande aandelen

Close-end fondsen: de beleggingsinstelling geeft de aandeelhouders niet het recht bij koop of verkoop aan de instelling de intrinsieke waarde te ontvangen. Dan wordt de aandelenkoers bepaald door vraag en aanbod.



Click-fondsen: dit zijn fondsen die een grote mate van zekerheid, omdat bij een bepaalde winst deze wordt vastgelegd. Ook al daalt de beurs dan zal de belegger toch de "geclickte" winst ontvangen. Deze zekerheid wordt behaald door ingewikkelde transacties met opties.De belegger is tevens verzekerd van z'n inleg, want de eerste click ligt op 0%. Hierdoor zijn deze fondsen populair bij de beleggers.Er zijn ook nadelen aan click-fondsen; de opties moeten gekocht worden, dit bedrag gaat van de winst af. Ook is het een flinke financiële domper als een vooraf vastgestelde click net niet behaald wordt. Click-fondsen lopen vaak voor langere tijd, als je vervroegd er uit wil betaal je een boete.

Lease-fondsen: de belegger koopt geen aandelen maar huurt ze, dit heeft bepaalde belastingtechnische voordelen.

Aandelenzondereigengeld-fondsen: de aandelen worden gefinancierd met geld dat door de aandeelhouder is geleend. Deze fondsen hebben een goede optiedekking waardoor het geleende bedrag niet verloren gaat.

Sommige fondsen kunnen in verschillende categorieën voorkomen



3.3 Minder risico




Doordat heel veel beleggers deelnemen, bedraagt het totale vermogen van een beleggingsfonds vele miljoenen Euro’s. Hierdoor kan het fonds in een groot aantal verschillende bedrijven beleggen.



Gaat het met een van die bedrijven minder goed, dan kan dit rechtgetrokken worden door de goede resultaten van de andere beleggingen. Je belegging is daardoor minder gevoelig voor koersschommelingen.



Bijna alle grotere beleggingsmaatschappijen, zoals ABN-AMRO, OHRA, AMEV en Spaarbeleg adviseren je alleen te beleggen met geld dat je minimaal de komende drie jaar niet nodig denkt te hebben. Bij een korte looptijd is de waarde van je belegging te gevoelig voor koersschommelingen. Elke soort van beleggen brengt risico’s met zich mee. Beleggen geeft je de kans op een hoger maar ook een lager dan gemiddeld rendement. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.



3.4 Lage kosten



Het fonds koopt en verkoopt aandelen in het groot. Dit zorgt voor lage kosten. Je hoeft alleen rekening te houden met de “aan” en “verkoop” kosten. Die worden berekend als je aandelen in het fonds koopt of verkoopt.



Vaak hebben beleggingsmaatschappijen acties, dit kan bijvoorbeeld zijn dat je de komende tijd op een beleggingsfonds geen aankoopkosten hoeft te betalen. Je kan dan dus gratis instappen. Als je over beleggingen praat met duizenden Euro’s kan dat toch een heel groot bedrag besparen. Door deze acties proberen de beleggingsmaatschappijen de twijfelaars over de streep te trekken.



3.5 Aandelen kopen en verkopen



Het kopen en verkopen van je aandelen in een beleggingsfonds gaat heel eenvoudig. Je belt gewoon je beleggingsmaatschappij en vertelt voor welk bedrag je wilt kopen of verkopen. Deze opdracht wordt dan tegen de openingskoers van de volgende beursdag uitgevoerd.



Om een idee te geven om wat voor bedrijven in zo’n fonds kunnen zitten zullen we een paar voorbeelden noemen:

Koninklijke Olie, ING, Philips, ABN AMRO Bank, Aegon, Ahold, KPN en Unilever. Beleggingsmaatschappijen hebben uitgebreide assortimenten van beleggingsfondsen. Zo’n assortiment bevat alle belangrijke beleggingscategorieën, en economische regio’s, landen en bedrijfstakken.



3.6 De waarde van je aandelenportefeuille



Eens in de zoveel tijd ontvang je van je beleggingsmaatschappij een overzicht van de waarde van je beleggingen. Maar als je wilt kan je natuurlijk ook de koers van je beleggingen dagelijks volgen via de beurspagina van de krant, teletekst of via internet. Bijvoorbeeld: www.ohra.nl of www.abnamro.nl/beleggingsfondsen/



3.7 Automatisch beleggen



Dat is echt heel eenvoudig. Je hoeft alleen maar aan te geven hoeveel je per maand in wilt leggen en in welk beleggingsfonds van een bepaalde maatschappijen, de rest doen anderen voor je. Ze schrijven dan maandelijks een vast bedrag van je bankrekening af. Hier is wel een minimum per maand vastgesteld, en dit is bij elke maatschappij anders. Nu heb je er geen omkijken meer naar. Je kunt natuurlijk je inleg altijd verhogen of verlagen of (tijdelijk) stopzetten. Dit kun je allemaal met een telefoontje regelen.



Hoofdstuk 4 Beurs en Koersen



4.1 De beurs en de koersen



Aandelen, obligaties en opties worden verhandeld op de beurs. De prijzen, doorgaans koersen genoemd, worden bepaald door het marktmechanisme van vraag en aanbod. Het voorspellen van vraag en aanbod is lastig. Daarvoor moeten we begrijpen welke interne en externe invloeden de vraag of juist het aanbod doen toe- of afnemen.



4.2 De rol van de beurs



De beurs is een soort markt. Er wordt gehandeld in aandelen, obligaties, opties en tal van andere financiële producten. Banken spelen hierbij een bemiddelende rol. Zij krijgen de aan- en verkooporders binnen en sturen die door naar de beurs tegen een bepaalde vergoeding. Op de beurs komen die orders bij elkaar. Op grond van vraag en aanbod worden hier de koersen bepaald. In Nederland zijn de beurzen gevestigd op beursplein 5 in Amsterdam onder de naam Amsterdam Exchange N.V. Zowel de effecten- als de optiebeurs maken hiervan deel uit.



4.3 Hoe komen koersen tot stand?



Een koers is een prijs die beleggers betalen of krijgen voor effecten. Die koers wordt bepaald door vraag en aanbod en ligt dus vooraf niet vast. Veel vraag en weinig aanbod leiden tot stijgende koersen en de omgekeerde situatie tot dalende koersen. Je treft dit mechanisme ook aan in bijvoorbeeld de huizenmarkt. Is er veel vraag naar huizen en weinig aanbod dan stijgen de prijzen, is er weinig vraag en vel aanbod dan dalen de prijzen. Hoeveel vraag er is naar bepaalde effecten, hangt af van vele factoren. Zo zijn interne invloeden zoals de winstvooruitzichten van een onderneming van groot belang. Evenals externe invloeden als de rentestand, valutabewegingen, het politiek-economische klimaat en de gang van zaken op andere toonaangevende beurzen (New York, Londen, Tokio). Zelfs het weer kan invloed hebben op de koersen. Denk bijvoorbeeld aan aandelen Heineken. De bierverkoop is sterk afhankelijk van het weer in de zomer. In een erg warme zomer zal de bieromzet een stuk hoger zijn dan in een slechte zomer. Door de hogere omzet zal de winstverwachting toenemen en de koers van het aandeel Heineken waarschijnlijk stijgen.



4.4 Wat is een index?



Een index (meervouden: indices en indexen) is een getal dat het koersverloop van een aantal fondsen weergeeft. Een index geeft een beeld van de gemiddelde prestaties van deze fondsen. Vaak gebruikt men de index voor het weergeven van de prestaties van (een gedeelte van) de markt en de stemming op de beurs. Stijgt de waarde van de index, dan zeggen we dat de beurs goed presteert.

Zo zijn er onder andere de Euronext 100 Index en de Next 150 index. De Euronext 100 index is de barometer voor de handel in blue chip aandelen in Amsterdam, Brussel en Parijs. De Euronext 100 index bestaat uit de 100 grootste fondsen op basis van marktkapitalisatie en liquiditeit. De Next 150 bestaat uit de 150 fondsen die hierop volgen.



AEX 218.44 -4.05%

MIDKAP 232.09 -0.51%

Euronext 419.95 -3.56%

DOW 7552.00 0.37%

NASDAQ 1279.24 0.61%

NIKKEI 7943.04 1.03%

HSENG 8874.99 0.25%

DAX 2202.96 -4.44%

CAC 40 2403.04 -3.62%

BEL 20 1426.59 -2.52%

EUR/USD 1.10 -0.49%



4.5 Toonaangevende beursindexen



Een beursindex geeft een gewogen koersgemiddelde aan van de belangrijkste aandelen. Aan de veranderingen van de index kun je de stemming op de beurs aflezen. In Nederland hebben we te maken met de AEX-index (Amsterdam exchangesindex), de officiële graadmeter voor de aandelen handel. De AEX-index wordt samengesteld uit 25 toonaangevende aandelen, die 80% van de aandelen vertegenwoordigen op de beurs. Maar er zijn er meer. De Amsterdam Midcap-index(AMX-index) is samengesteld uit 25 middelgrote fondsen uit de AEX-index. Buiten Nederland is de Dow Jones-index van Wallstreet een bekende. Ook de Amerikaanse Nasdaq-index is belangrijk, omdat daar veel nieuwe technologie bedrijven in zitten.



4.6 Andere beursindexen



Euronext Amsterdam kent, naast de AEX-index, de:

• AMX oftewel de Amsterdam Midkap-indeX. De volgende 25 meest verhandelde fondsen. Net als de AEX stelt men de Midkap-index eens per jaar opnieuw samen.

• AFSX staat voor Amsterdam Financials Sector Index, waarin de vijf grootste fondsen uit de financiële sector zijn opgenomen (ABN AMRO, AEGON, Fortis, ING, Van der Moolen).

• AISX staat voor Amsterdam Informatie Technologie Sector Index met de vijf grootste technologiefondsen (ASML, ASM, Getronics, CMG, Océ).

• ATSX staat voor Amsterdam Telecom Sector Index met de vijf grootste telecomfondsen (KPN, KPNQwest, Libertel, UPC, Versatel)

De laatste drie indices zijn zogenoemde sectorindices. Sectorindices geven een beeld van de ontwikkeling in een bepaalde sector. Tot zover enkele indices die de prestaties weergeven van Nederlandse fondsen. Er zijn echter ook indices waarin fondsen uit verschillende landen zijn opgenomen.



Dan zijn er nog enkele andere indices van diverse grote beurzen die een belegger geregeld tegenkomt:



• FTSE Eurotop 100 index: Deze index volgt de prestaties van de 100 topfondsen uit 9 Europese landen:

Zwitserland, Groot-Brittannië, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, België en Zweden

• Dow Jones: De Dow Jones index is de eerste aandelenindex ter wereld, ontwikkeld door Charles H. Dow. Dow had samen met Edward D. Jones een firma. Zij publiceerden in 1884 de allereerste aandelenindex door de koersen van 11 fondsen bij elkaar op te tellen en door 11 te delen. Van een weging zoals tegenwoordig was toen nog geen sprake; de index was een gemiddelde. De eerste Dow Jones index had voornamelijk betrekking op spoorwegmaatschappijen. Als men tegenwoordig over de Dow spreekt, dan gaat het over de Dow Jones Industrial Average, bestaande uit 30 aandelen van allerlei verschillende soorten ondernemingen.

• Nasdaq Composite-index: Dit is de index van een andere Amerikaanse beurs in New York, de Nasdaq. De Nasdaq is na de beurs van New York de grootste van de wereld. Nasdaq staat voor National Assocation Securities Dealers Automated Quotation. In deze index zitten vooral technologieaandelen.

• S&P 500: Een andere belangrijke Amerikaanse index, waarin 500 fondsen zijn opgenomen. De S en de P staan voor Standard & Poor’s, de onderneming die deze index berekent.

• CAC 40: Weerspiegelt de prestaties van fondsen op Euronext Parijs

• BEL20: Weerspiegelt de prestaties van fondsen op Euronext Brussel

• DAX: Weerspiegelt de prestaties van fondsen op Deutsche Börse in Frankfurt

• SMI: Weerspiegelt de prestaties van fondsen op Swiss Exchange in Zürich

• FTSE100: Weerspiegelt de prestaties van fondsen op London Stock Exchange in Londen

• Nikkei: Weerspiegelt de prestaties van fondsen op Tokio Stock Exchange

• Hang Seng: Weerspiegelt de prestaties van fondsen op Stock Exchange of Hong Kong



4.7 Het peilen van de beursstemming



Als belegger heb je direct financieel belang bij de actuele ontwikkelingen op financieel- economisch terrein in Nederland en daarbuiten. Dus wil je al het nieuws op dit gebied op de voet volgen, zodat je kunt handelen als dat nodig is. Hiervoor kun je uit vele informatie bronnen putten.

Zo maken veel beleggers gebruik van het internet. Hier vind je veel financiële informatie en koersen. Een vaak geraadpleegde bron is het AEX met het internet adres www.aex.nl. Ook ABN AMRO is op het internet te vinden, dit adres is www.abnamro.nl/beleggen. En zo zijn er vele sites met informatie.

Ook op de financiële pagina’s van landelijke dagbladen vind je dagelijks het actuele nieuws over de economische en financiële ontwikkelingen in de wereld. Daarnaast besteden journaal en actualiteitenrubrieken steeds meer aandacht aan het beursklimaat en de daarmee samenhangende factoren. Voor koers informatie schakelen beleggers vaak over naar teletekst. De koersen die je hier aantreft zijn in de meeste gevallen zo’n 20 minuten oud.



4.8 Een Stukje geschiedenis over de beurzen



4.8.1 Inleiding

Euronext ontstond op 22 september 2000 toen de beurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs samengingen. De beurs van Amsterdam heette toen Amsterdam Exchanges N.V. en was pas op 1 januari 1997 ontstaan, toen, onder andere, de EOE-Optiebeurs en de Amsterdamse Effectenbeurs fuseerden. We bespreken daarom de geschiedenis van deze twee beurzen apart.



4.8.2 Geschiedenis Optiebeurs

De eerste optiebeurs ter wereld, de Chicago Board Options Exchange in Amerika, moet haar dertigste verjaardag nog vieren, maar de eerste ‘optiehandelaar’ leefde al zo’n zeshonderd jaar voor Christus. Thales van Milete, een bekende filosoof, maakte in die tijd al gebruik van een soort opties. Aan de hand van de sterren had hij goede verwachtingen van de olijfoogst in de komende zomer. Hij nam daarom opties op alle in de omgeving beschikbare olijfpersen; hij betaalde de eigenaren van de persen wat geld en maakte met hen de afspraak dat hij in de zomer gebruik mocht maken van de persen. Zijn verwachtingen over de oogst waren juist en hij kon zijn opties met flinke winst doorverkopen aan de olijfboeren die de persen nodig hadden. In Nederland vindt men de eerste sporen van termijnhandel in de zestiende eeuw. Men maakte toen afspraken over de prijs van graan waarvan de levering in de toekomst pas zou plaatsvinden. De speculatieve termijnhandel kwam in de zeventiende eeuw op gang door de handel in tulpenbollen. De tulp was in die tijd net meegebracht uit Arabië en een echt luxeproduct. Er was dan ook een drukke handel in het nieuwe product. De oogst van de bollen was echter pas mogelijk in juni. In de maanden daarvoor was er geen handel, omdat levering onmogelijk was. Hierdoor kwam de termijnhandel op gang. Rond 1630 was het gebruik al in de winter een bol te kopen voor levering in juni van het daaropvolgende jaar. Er zat een periode van meer maanden tussen koop en levering. In deze maanden veranderde de prijs van de gekochte tulpenbollen geregeld. Het leveringscontract van de bollen veranderde, met de prijs van tulpenbollen mee, in waarde. Aangezien de vraag naar tulpenbollen steeds verder steeg, schoten de prijzen van dit product omhoog. Sommige bollen vertienvoudigden binnen een paar weken in waarde. Als we de verhalen mogen geloven dan kon je voor de prijs van de September er Augustus, de duurste tulp aller tijden, op zijn minst een compleet grachtenpand kopen. De snel stijgende prijzen zorgden ervoor dat speculanten zo veel mogelijk leveringscontracten gingen kopen om deze zo snel mogelijk met een flinke winst door te verkopen. Vaak kocht men de leveringscontracten met de afspraak later te betalen. Zo kochten speculanten leveringscontracten met geld dat ze in de toekomst pas verwachtten te krijgen door het doorverkopen van deze contracten. Dit vroeg natuurlijk om problemen en in 1637 ging het werkelijk mis. De prijzen van de leveringscontracten waren de pan uitgerezen. Het stadsbestuur van Haarlem, waar veel van de handel plaatsvond, besloot te adviseren niet meer te kopen. Hierop kelderden de prijzen in een razend tempo en veel speculanten konden niet aan hun schulden voldoen en bleven berooid achter. Deze periode in de jaren 30 van de zeventiende eeuw is de geschiedenis ingegaan als de ‘tulpenmanie”. In Londen begon men eind zeventiende eeuw met de handel in de voorloper van aandelenopties.



In Amsterdam duidde men deze contracten aan als premieaffaires. Deze premieaffaires gaven, net als de huidige optie, een recht te kopen en te verkopen. Groot verschil met de optie zoals wij die nu kennen is dat er nog geen sprake was van standaardisatie. Men sprak op een bepaald moment een afspraak af wát men kon kopen, hoeveel, tegen welke prijs en hoelang de premieaffaire geldig was. In 1973 ging ‘s werelds eerste optiebeurs open; de Chicago Board Options Exchange (CBOE) en hiermee was de eerste complete standaardisering van premietermijncontracten een feit. Er kwamen regels voor de onderliggende waardes, hoeveelheden en de looptijd van premietermijncontracten. Deze gestandaardiseerde premietermijncontracten zijn de huidige opties.

Amsterdam volgde 5 jaar later, op 5 april 1978. Op initiatief van een aantal handelaren dat het Amerikaanse succes zag, kwam, met steun van de Amsterdamse Effectenbeurs, de eerste optiebeurs in Europa tot stand. Deze beurs kreeg de naam European Options Exchange omdat de bedoeling was er dé Europese optiebeurs van te maken. De vloer van de optiebeurs vond haar zetel in het oude onderkomen van de effectenbeurs, de Beurs van Berlage. De start van de European Options Exchange verliep moeizaam, in het eerste jaar gingen er gemiddeld zo’n 1000 contracten per dag om. Om kostendekkend te draaien was het zevenvoudige nodig. De Amsterdamse effectenbeurs zorgde in die tijd voor de nodige financiële steun. Na enkele jaren ontstaat er dan een levendige handel op de optiebeurs in Amsterdam. Andere Europese landen volgen daarna snel en richten hun eigen optiebeurs op. In 1987 zag een beurs voor de termijnhandel in financiële waarden het licht: de Financiële Termijnmarkt Amsterdam. Hier kon men in futures handelen met als onderliggende waardes obligaties, valuta en indices. De Financiële Termijnmarkt stond onder toezicht van de optiebeurs en is daar nu nog steeds een onderdeel van. In datzelfde jaar verhuisde de optiebeurs wegens ruimtegebrek naar een nieuwe handelsvloer op het Rokin. Tien jaar later, in 1997, was door de enorme stijging van de omzetten de handelsvloer op het Rokin al weer te krap en verhuisde de optiebeurs naar het huidige pand op Beursplein 5. De EOE-Optiebeurs was inmiddels gefuseerd met de Amsterdamse effectenbeurs en samen vormden deze Amsterdam Exchanges. De EOE-Optiebeurs ging sinds de fusie door het leven als AEX-Optiebeurs. Sinds de fusie tot Euronext, heet zij Euronext Amsterdam Derivatives Market. Gemiddeld gaan er per dag zo’n 200.000 contracten om.



4.8.3 Geschiedenis Effectenbeurs

De Amsterdamse Effectenbeurs is de oudste nog bestaande effectenbeurs ter wereld en viert in 2002 haar 400-jarig bestaan. Al in 1602 was er in Amsterdam handel in aandelen van de Verenigde Oostindische Compagnie. De aandelen hadden destijds nog geen vaste waarde, maar bestonden uit willekeurige bedragen. De eerste obligaties, uitgegeven door de Staat, stammen ook uit die tijd.

In de beginperiode van de effectenhandel was er nog geen beursgebouw. Effectenhandelaren handelden op bruggen of in koffiehuizen op verschillende plaatsen in de stad. In 1611 nam men voor het eerst een echt beursgebouw in gebruik. Dit was de beurs van Hendrick de Keyser op het Rokin, vernoemd naar de bouwmeester van het gebouw. In deze beurs verhandelde men behalve aandelen ook goederen als graan en specerijen. De beurs van Hendrick de Keyser ging in 1835 dicht. Korte tijd later ging men over tot sloop van het gebouw omdat het scheuren begon te vertonen. Men bouwde een houten hulpbeurs op de Dam in afwachting van een nieuw gebouw.

Verschillende personen hebben in die tijd ontwerpen gemaakt en in 1840 viel de keuze op een ontwerp van J.D. Zocher. Vijf jaar later, op 10 september 1845, ging aan het Damrak het door Zocher ontworpen nieuwe beursgebouw open. Dit gebouw was echter geen lang leven beschoren. Het viel niet in de smaak bij de handelaren en al in mei 1903 kwam er een nieuwe beurs: de Beurs van Berlage, ook vernoemd naar zijn ontwerper. Het oude beursgebouw van Zocher kwam spoedig daarna onder de slopershamer. Enige jaren later verrees het huidige gebouw van De Bijenkorf op deze plek. De Beurs van Berlage aan het Damrak heeft tot 1913 dienst gedaan als onderkomen voor effectenhandelaren. Later zou ook de optiehandel nog enige jaren in dit gebouw plaatsvinden. De Beurs van Berlage staat er momenteel nog steeds en biedt onderdak aan evenementen zoals exposities en concerten. Omdat in 1913 de handelsvloer in de Beurs van Berlage te weinig ruimte bood, vond er weer een verhuizing plaats.

Ditmaal naar het huidige onderkomen op Beursplein 5. Op 1 januari 1914 nam men dit, door de architect Jos Cuypers ontworpen, gebouw in gebruik. De effectenhandel verliep tot korte tijd geleden altijd mondeling: op de vloer maakten de handelaren afspraken over de te verhandelen effecten. In 1988 veranderde dat: in dat jaar ging men over op schermenhandel; sinds die tijd vindt de handel in aandelen plaats via computernetwerken. De schermenhandel speelde zich tot enige jaren geleden nog wel af op dezelfde vloer, maar de handelaren handelden voortaan vanaf hun zitplaats via de computer met elkaar. In oktober 1998 nam de optiebeurs de vloer van de effectenbeurs over. De effectenbeurs verhuisde een verdieping in het gebouw omhoog, waar zij nu nog steeds zit. Tegenwoordig zitten alleen de hoekmannen nog op de effectenvloer. De effectenhandelaren bevinden zich tegenwoordig niet meer op het Beursplein, maar in de zogenoemde dealingrooms van banken of andere in effecten bemiddelende bedrijven. Via computernetwerken hebben zij contact met de hoekmannen op Beursplein 5. Bij een rondleiding over de galerij van de optiebeurs kun je door de deurramen nog een glimp opvangen van de hoekmannen achter hun computerschermen.



In de eerste eeuwen van de effectenhandel vond de handel in aandelen en obligaties min of meer ongecontroleerd plaats. De beurs was 's middags een paar uur geopend en iedereen had toegang tot de beursvloer. Hiervoor moest men wel betalen. In de achttiende eeuw kostte dit, als je geen abonnement had, f 0,25 voor één dag. Aan het eind van de negentiende eeuw bestond de handel in Amsterdam uit aandelen van veelal Amerikaanse spoorwegmaatschappijen, maar ook de huidige aandelen Philips, Unilever en Koninklijke Petroleum (Olie) waren al genoteerd. In die eeuw was er door de groei van het aantal aandelen en de omzet behoefte aan een betere organisatie en regelgeving ontstaan. Daarom voegden op 17 mei 1876 enkele kleine belangenverenigingen zich samen tot de ‘Vereeniging voor den Effectenhandel’. Vanaf die tijd stond de effectenhandel uitsluitend open voor leden van deze vereniging. De ‘Vereeniging’ telde bij de oprichting 465 leden. Aan het begin van de twintigste eeuw gingen meer mensen beleggen en de effectenbeurs kreeg een belangrijker plaats in de Nederlandse economie. De afgelopen eeuw is de handel in effecten enorm toegenomen. De vereniging zorgde voor betere regulering en toezicht op de handel, waardoor het vertrouwen van de beleggers in de beurs toenam. Langzaam maar zeker veranderde de vereniging in een professionele organisatie. Dit leidde in 1990 tot een splitsing van de organisatie in de Vereniging voor de Effectenhandel en de Amsterdamse Effectenbeurs. In de jaren negentig leidden onder andere de Europese eenwording en de invoering van één Europese munt tot een steeds sterkere internationale concurrentie.

Om voor beleggers en ondernemingen aantrekkelijk te blijven als thuismarkt moest er een compleet financieel centrum komen. Dit leidde halverwege de jaren ’90 tot het besluit te fuseren met de EOE-Optiebeurs. Op 1 januari 1997 was de fusie een feit en gingen de effectenbeurs, de optiebeurs en nog enkele beursgerelateerde bedrijven op in Amsterdam Exchanges N.V. In februari 1997 trad ook de Agrarische Termijnmarkt toe tot de nieuwe beursorganisatie. Het afgelopen decennium zijn met name de aandelenomzetten op de effectenbeurs enorm toegenomen. Van omgerekend 68 miljard euro in 1987 tot 1.481 miljard euro in 2000. Vooral de laatste jaren is er sprake van een enorme toename. Dit heeft natuurlijk geleid tot de nodige veranderingen in de organisatie en handelssystemen van de beurzen. Een voorbeeld hiervan is de eerdergenoemde schermenhandel (handel via de computer). Die kwam in 1988 met de ingebruikneming van het Handels Ondersteunend Systeem en het Computer-To-Computer-Interface. Sindsdien vindt de handel in effecten plaats via computers. Dit systeem kreeg in 1994 weer een opvolger in het huidige elektronische handelssysteem van de effectenbeurs: Trading System Amsterdam (TSA). Ook dit systeem is nog continu aan veranderingen onderhevig.



Hoofdstuk 5 Koersveranderingen in relatie met beleid voering en nationale gebeurtenissen



WEEK 38 2002

Nederland: De AEX-index daalde de afgelopen week met 4,8% naar een stand van 372 punten. Een belangrijke factor voor de koersontwikkeling was het economisch nieuws uit de Verenigde Staten. De economische indicatoren gaven een wisselend beeld te zien maar met name het gedaalde consumentenvertrouwen drukte zwaar op beurskoersen. CMG (+16%) kwam met meevallende resultaten en was de grootste stijger op de beurs. De meer defensieve waarden zoals TPG (+0%), Wolters Kluwer (-1%) en AKZO (-1%) presteerden relatief goed. De technologie aandelen liepen groten klappen op. ASML (-15%) en Philips (-13%) daalden fors. Het Amerikaanse Intel ziet namelijk weinig verbetering optreden in de computermarkt en daardoor zal de vraag naar computerchips tegenvallen. Ahold rapporteerde een kwartaalverlies en stelde tevens de winstverwachting neerwaarts bij hetgeen resulteerde in een koersverlies van 9%. Hagemeijer (-4%) verwacht dat de recessie in Amerika dieper is dan verwacht en gaf geen winstprognose af.



Europa: Afgelopen week werd in Duitsland het producentenvertrouwen bekendgemaakt en dit was slechter dan verwacht. De Eurotop 100 index ging 3,6% onderuit om te eindigen op 2123,88 punten. In Londen sloot de FTSE 100 index 3,7% lager de week af op 4227,30 punten. In Duitsland noteerde de DAX index 3,01% lager op 3712,94 punten. De Euronext 100 ging tenslotte 4,33% naar beneden om de week op 596,61 punten af te sluiten. Afgelopen week werd de verzekeringssector het hardste geraakt. Dit werd vooral veroorzaakt doordat de twee grootste herverzekeringsmaatschappijen ter wereld, het Duitse Munich Re en het Zwitserse Swiss Re, slechtere halfjaarresultaten presenteerden dan verwacht. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door grotere afboekingen op de beleggingsportefeuille dan verwacht. Ook lag de verzekeringssector er slecht bij omdat een daling van de aandelenmarkten momenteel twee keer zo hard doorwerkt in de koersen van verzekeringsmaatschappijen.



Azië: De Aziatische aandelenmarkten doorbraken de stijgende lijn van de afgelopen maand en sloten met Taiwan (-4,1%) en Indonesië (-3,2%) op kop de week in de min af. De trend werd gezet door teleurstellende macro-economische cijfers en twijfels over de haalbaarheid van verwachte winsten van technologiebedrijven. Bedrijven als Taiwan Semiconductor, United Microelectronics, Samsung Electronics en Chartered Semiconductor werden van de hand gedaan. Ook de veilige haven Australië (-1,9%) kon niet aan de dalingen ontkomen: Rupert Murdoch’s mediabedrijf NewsCorp, met een gewicht van 7% één van de grootste indexnamen van de All Ordinaries, leed onder cijfers uit zijn grootste afzetmarkt, de VS. Daarnaast was deze laatste week van het Australische rapportageseizoen redelijk teleurstellend. 15% van de resultaten was deze week namelijk beneden verwachting. In Japan bepaalden negatieve economische resultaten de stemming. Economische groei voor het tweede kwartaal was licht positief, maar daar lag een negatieve bijstelling voor het eerste kwartaal aan ten grondslag. Consumentenbestedingen en productie vielen tegen. Chipproducent Nikon bevestigde met tegenvallende verwachtingen, de twijfel over technologie-bedrijven. In het negatieve sentiment waren volumes laag. Het huidige niveau van de markten wordt door velen als kritiek gezien voor verzekeraars en banken die eind september hun boeken sluiten



VS: In juli onttrokken Amerikaanse beleggers voor maar liefst $52mrd aan aandelenbeleggingsfondsen. Deze uitstroom was de grootste ooit, na de $30mrd uitstroom in September 2001 als gevolg van de terroristische aanslagen in Amerika. Het aantal nieuwe huizen dat in juli is verkocht steeg met maar liefst 6,7% tot 1,02mln op jaarbasis. Dit was duidelijk hoger dan verwacht. Het aantal bestaande huizen dat van eigenaar wisselde steeg met 4,5% tot 5,33mln op jaarbasis. Orders voor kapitaalgoederen (exclusief de volatiele transportsector) bleken in juli met 3,9% te zijn gestegen. Dit was veel beter dan de 1% stijging die was verwacht en de grootste stijging sinds oktober 2001. Het consumentenvertrouwen bleek in augustus behoorlijk gedaald te zijn, tegen de verwachtingen in. De groei van het Bruto Nationaal Product in het tweede kwartaal bleek 1,1% te zijn geweest, hetgeen gelijk was aan het eerder gepubliceerde indicatieve cijfer. Een tegenvallend cijfer was het aantal mensen dat een werkloosheidsuitkering aanvroeg. Dit aantal steeg met 90.000 tot 3,588mln. Het inkomen van de Amerikaan bleek in juli niet gestegen te zijn, maar hij gaf in juli wel meer geld uit (1% extra om precies te zijn). Per saldo eindigde de S&P500 index de week lager op 916 punten, een verlies van 2,7%. De Nasdaq eindigde de week 4,8% lager op 1315 punten. Hewlett-Packard Compaq, de grootste producent van computers en printers, publiceerde haar eerste gecombineerde cijfers sinds het ontstaan van de fusie. De omzet viel licht tegen, met name de verkoop van computers was teleurstellend, maar als gevolg van kostenreductie werden de winstcijfers toch gehaald. Voor het komende kwartaal handhaafde de onderneming haar prognose. De voorzitter van Intel liet zich tamelijk somber uit over het komende kwartaal en wilde geen voorspelling doen over het moment dat de vraag weer zou gaan aantrekken. Het Canadese telecombedrijf Nortel kondigde het ontslag van nog eens 7000 mensen aan.



WEEK 10 2003

Nederland: De AEX-index daalde de afgelopen week 30 punten naar een stand van 236 punten. Met deze daling van 11,3% was de Nederlandse beurs de grootste daler in Europa. Van der Moolen (-34%) kwam met tegenvallende resultaten en ook de cijfers van AEGON (-31%) werden niet goed onthaald. Ook elders in Europa kondigden verzekeraars dividendverlagingen aan. De andere Nederlandse verzekeraars ING (-20%) en Fortis (-13%) werden mee omlaag getrokken. Unilever (-5%) was zwak na geruchten in de markt over boekhoudkundige issues bij Bestfoods. Unilever kwam met een ontkenning maar het aandeel wist niet te herstellen. Getronics (+50%) steeg als gevolg van de opdracht die het nieuwe management heeft gegeven aan ABN-AMRO om alle opties te bestuderen, inclusief het zoeken naar een partner. De koers van Numico (+3%) bleef overeind na de publicatie van de jaarcijfers.



Europa: De Europese beurzen verloren de afgelopen week 5,5%. De autosector werd geraakt door slechte verkoopcijfers uit de VS en Frankrijk. Autofabrikant Porsche meldde dat de verkoop in de VS met 40% was afgenomen in februari waardoor de koers met meer dan 10% in elkaar stortte. Peugeot en Renault lagen onder druk door slechte verkoopcijfers van de Franse markt. De Italiaanse verzekeraar Generali wordt in de greep gehouden door een machtsstrijd tussen de Italiaanse bank Mediobanca, die bijna 14% van de aandelen heeft, en Unicredito die van mening is dat er een tweede grote aandeelhouder bij moet komen om de macht van Mediobanca wat in te binden. Dit om te voorkomen dat er teveel mensen uit het Mediobanca kamp op belangrijke posten in Generali terechtkomen waardoor Mediobanca de mogelijkheid krijgt om tegen een te lage prijs Generali over te nemen. De verzekeringssector stond onder druk door de tegenvallende cijfers en bijna halvering van het dividend bij Aegon. Verder presenteerde Swiss Life een recordverlies van CHF 1,7 miljard. Het Franse nutsbedrijf Suez kwam met iets betere cijfers dan verwacht en presteerde daardoor fors beter dan haar concurrenten. Het Franse mediabedrijf Vivendi Universal rapporteerde een recordverlies van EUR 23,3 miljard.



Azië: De Japanse aandelenmarkt ging de afgelopen week gebukt (-1,8%) onder een verslechterend sentiment als gevolg van de zwakke westerse markten en de Noord-Koreaanse rakettesten vlak naast de Japanse wateren. De belangrijkste gebeurtenis was de aanstelling van een nieuwe centrale bank president, meneer Fukui. Deze man staat bekend als orthodox, waardoor hoop op een beleidsverandering vervlogen is. In Azië zakten de meer aan de Amerikaanse gekoppelde markten, als Korea en Taiwan, verder weg. Meer defensieve markten als Australië en Thailand sloten de week af in de plus.



VS: De index van inkopers voor de industrie bleek in februari 50,5 te bedragen, terwijl 52 werd verwacht. Het inkomen van de Amerikaan was in januari met 0,3% gestegen, terwijl men 0,1% minder had uitgegeven. De bouwuitgaven waren 1,7% hoger in januari, duidelijk beter dan verwacht. Het aantal verkochte auto's bedroeg 15,4mln op jaarbasis, iets lager dan verwacht. De index van inkopers voor de dienstverlening bleek in februari 53,9 te bedragen, iets beter dan verwacht. Het aantal nieuwe werkloosheidsuitkeringsaanvragen bedroeg 430.000, behoorlijk hoger dan verwacht. De arbeidsproductiviteit over het vierde kwartaal van 2002 werd naar boven bijgesteld van 0,4% naar 0,8%. De nieuwe fabrieksorders bleken in januari met 2,1% te zijn gestegen. Het aantal nieuwe banen bleek zwaar tegen te vallen. In plaats van de verwachte creatie van 10.000 banen bleken er 308.000 te zijn verdwenen. De werkloosheid liep in februari op naar 5,8%. Het totale uitstaande consumentenkrediet in januari te zijn gestegen met $13mrd. Pessimisten zullen zeggen dat de Amerikanen zich veel te diep in de schulden steken, optimisten zullen zeggen dat dit een teken van financiële kracht is.



Per saldo eindigde de S&P500 index op vrijdag op 829 punten, een verlies van 1,4%. De Nasdaq eindigde de week 2,5% lager op 1305 punten.



Creditcard maatschappij Capital One meldde dat de financieel directeur zijn ontslag had ingediend, aangezien hij wordt verdacht van het handelen met voorwetenschap. Chipfabrikant Intel was iets minder positief over de omzet voor het lopende kwartaal en zag geen enkel teken van herstel van bedrijfsinvesteringen in de informatietechnologie.

De gevolgen

De hierboven genoemde voorbeelden van koersveranderingen door nationale gebeurtenissen zijn groot want je ziet wel als bedrijven de cijfers niet halen wat ze voorspeld hadden heeft dat meteen uitwerking op de indexen van de beurzen in de hele wereld en dat heb je ook gezien na de aanslagen van 11 september 2001 toen het world trade centre werd aangevallen toen gingen de beurzen ook meten omlaag en ging het niet zo goed en nu heb je het weer met de dreiging van de oorlog tegen Irak de beurzen zijn maar aan het dalen.



EXTRA BIJLAGES

Koersverloop AEX maart 2003



CBS indexcijfers aandelen AEX Amsterdam

Maart 2003



vr 7 ma 10 di 11 wo 12 do 13



koersindex aandelen ultimo 1983 = 100

algemeen 353,0 343,7 343,3 329,6 340,8

algemeen excl. Kon. Olie 322,9 312,0 311,3 300,4 313,0

internationals 445,2 438,7 439,9 420,2 429,6

lokale ondernemingen 309,0 297,7 296,3 285,7 298,4

financiële instellingen 334,4 315,6 317,8 294,5 317,7

niet-financiële instellingen 313,5 306,9 302,8 301,0 306,7



bedrijfstakken vr 7 ma 10 di 11 wo 12 do 13



w.o.

consumentengoederenindustrie 653,9 646,0 648,2 630,9 640,3

kapitaalgoederenindustrie 229,0 219,9 222,8 215,1 226,4

basisgoederenindustrie 221,9 220,2 218,1 212,0 214,1

bouwnijverheid en installatie 259,5 252,5 250,7 256,1 300,5

transport-, opslag en communicatie 165,9 160,8 161,4 164,1 166,0

niet-financiële dienstverlening 539,3 532,5 499,2 496,9 510,3

handel 196,9 187,0 185,5 179,2 185,0

banken/financiële dienstverlening 343,9 340,0 342,6 315,7 333,9

verzekeraars 367,1 338,3 340,6 316,5 344,9



herbeleggingsindex aandelen vr 7 ma 10 di 11 wo 12 do 13



ultimo 1983 = 100

algemeen 700,1 681,5 680,7 653,5 675,8

algemeen excl. Kon. Olie 587,6 567,8 566,5 546,7 569,7

internationals 943,5 929,8 932,3 890,7 910,4

lokale ondernemingen 565,5 544,8 542,4 522,9 546,1

financiële instellingen 738,8 697,1 702,1 650,5 701,8

niet-financiële instellingen 513,5 502,7 496,0 493,0 502,4



bedrijfstakken vr 7 ma 10 di 11 wo 12 do 13



w.o.

consumentengoederenindustrie 1 149,7 1 135,9 1 139,8 1 109,3 1 125,8

kapitaalgoederenindustrie 351,6 337,6 342,0 330,1 347,5

basisgoederenindustrie 440,3 437,0 432,9 420,7 424,8

bouwnijverheid en installatie 547,3 532,6 528,7 540,1 633,8

transport-, opslag en communicatie 284,5 275,9 276,9 281,5 284,8

niet-financiële dienstverlening 845,4 834,8 782,5 778,9 800,0

handel 332,0 315,3 312,9 302,1 312,0

banken/financiële dienstverlening 876,7 866,7 873,4 804,9 851,2

verzekeraars 751,8 692,9 697,6 648,2 706,4



Extra bijlage Dow Jones Industrial



Laatste koers 7657.70

Datum 13-03-2003

Tijd 16:08:00

Relatieve verandering 1.40%

Absolute verandering 105.70

Open 7555.20

Hoog 7689.39

Laag 7557.40

Vorige slotkoers 7552.00

Intraday grafiek

Tweejaarsgrafiek



44 AEX-index



Laatste koers 234.40

Datum 13-03-2003

Tijd 16:33:00

Relatieve verandering 7.31%

Absolute verandering 15.96

Open 225.82

Hoog 237.62

Laag 224.63

Vorige slotkoers 218.44

Intraday grafiek

Tweejaarsgrafiek



Stijgers: 13-03-03

Fondsnaam Huidigekoers Vorigedag Verschil

kon.volk.wessels st. 19.20 12.34 55.59 %

fortis 11.03 9.26 19.11 %

aegon 6.90 6.10 13.11 %

ing c 9.80 8.70 12.64 %

reed elsevier 9.04 8.13 11.19 %

kon.philips 13.86 12.65 9.56 %

imtech 12.59 11.55 9 %

vnu 21.94 20.14 8.93 %

oce 7.51 6.91 8.68 %

kon.ahold 2.67 2.47 8.09 %

Extra bijlage Stijgers en dalers 13-03-03



Dalers: 13-03-03

Fondsnaam Huidigekoers Vorigedag Verschil

tpg 12.14 12.58 -3.49 %

buhrmann 2.03 2.09 -2.87 %

hagemeyer 3.35 3.42 -2.04 %

kon.numico 6.11 6.22 -1.76 %

vedior 3.48 3.54 -1.69 %

kon.boskalis westm. 17.95 18.03 -0.44 %

rodamco asia 12.80 12.85 -0.38 %

corio 25.90 25.95 -0.19 %

vastned retail 36.99 37.00 -0.02 %



Voorbeeld beleggen



Koop 500 stuks Ahold À €134,80

Verkoop 5 callopties op oktober. Koers 145 à € 5,50

Verkoop 5 putopties op oktober. Koers 125 à € 7,00



Oktober:

In deze maand zijn er de volgende mogelijkheden.

· Ahold boven 145: Levering aandelen voor €145

Winst per aandeel is € 10,20 (145-134,80)

+ 7,00

+ 5,50

€ 22,70 per aandeel, ongeveer 20% van je investering.

·

Ahold beneden 125: Verplichte aankoop 500 aandelen Ahold à € 125.-. Bezit wordt dan 1000 stuks Ahold, want er waren al 500 aandelen in bezit.. Gemiddelde koopprijs 125,00

+134,80

-5,50

-7,00

=247,30 : 2 = 123,65.

·

Ahold tussen 125 en 145: Beide opties 'verdampen' Winst = de gevangen optiepremies = 5,50

+7,00

= 12,50



Conclusie



Als je geld over hebt, dan is beleggen in aandelen het beste wat je kan doen, ook al gaat het niet goed met de economie. Als je nog onervaren bent en het wat veiliger wil spelen, doe dan aan een collectieve belegging. Als je er al wat meer verstand van hebt, dan kun je meer winst maken door individueel te gaan beleggen.



Je moet echter, zelfs als je aan een collectieve belegging doet, goed de koersen in de gaten houden. Denk je dan dat je dat niet kan, of wil je gewoon het risico niet nemen, neem dan een spaarrekening op lange termijn. Wij zijn zelf van mening dat je het beste kan gaan beleggen.



De bronnen



We hebben verschillende soorten bronnen gebruikt voor het werkstuk: de krant, diverse boekjes die we hebben gehaald bij de verschillende banken en assurantiekantoren, een tijdschrift (Young Dynamic), het internet en de televisie.

Om een economisch onderwerp te vinden hebben wij het tijdschrift, Young Dynamic, geraadpleegd. Er stond veel informatie in het tijdschrift.

Voor wij aan het werkstuk begonnen, wisten wij allebei vrij weinig van beleggen, vandaar dat een cursus op internet hebben gezocht (http://www.beursstarter.nl). Hierin staat alles wat je moet weten voordat je met beleggen kan beginnen. Het wordt beknopt en op een makkelijke manier uitgelegd zodat iedereen, dus ook wij, het konden begrijpen.

Na al deze informatie verwerkt te hebben en eindelijk begrepen te hebben wat beleggen is, leek het ons een slim idee om eens te kijken naar het dagelijkse leven van een belegger. Daarom zijn wij naar het RTL Z nieuws gaan kijken. Hier houden ze elke werkdag bij wat de laatste koersen zijn en proberen ze te voorspellen welke koersen gaan dalen en welke gaan stijgen. Hier hebben we erg veel van opgestoken want bij dit televisieprogramma kan je echt de stemming op de beurs ervaren.

Natuurlijk was er ook nog de krant waar we vaker even een kijkje in namen om het economische nieuws bij te houden. Vaak stond er wel iets in over beleggen en ik heb dat nieuws dan ook goed bijgehouden.

Op internet hebben wij nog gekeken voor illustraties om de uitleg over beleggen te verduidelijken zoals de internetpagina’s: www.debeurs.nl (voor de AEX-index) en www.abnamro.nl (om te kijken hoe makkelijk het is te beleggen bij een bank).



Dus alle bronnen op een rijtje:

- het RTL5 Z nieuws

- de het Limburgs Dagblad en de NRC-Handelsblad

- de volgende internetsites: www.aex.nl, www.debeurs.nl, www.abnamro.nl, www.rabobank.nl, www.beursstarter.nl, www.google.nl

- Boekjes van banken over beleggen en fondsen: SNS, Stad Rotterdam,

ABN-AMRO, Nationale Nederlanden, Rabobank, ASR-Bank, Postbank, Fortis, ING, AMEV

- Tijdschrift: Young Dynamic

- Centraal bureau voor statistieken internetsite: www.cbs.nl

Op deze manier zijn wij behoorlijk op de hoogte gekomen van het laatste nieuws en waren onze vragen omtrent beleggen beantwoord.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.