Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Impressionisme

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 6e klas vwo | 3876 woorden
  • 22 februari 2004
  • 27 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 27 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
CKV
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor je werkstuk, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Gooi jij een week lang zo min mogelijk weg of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie! 

Check alle challenges!
Ontwikkelingen naar het impressionisme

Parijs rond 1860
De kunstenaars in deze tijd hadden een verschillend aandeel in de Parijse kunstwereld. Elk individueel aandeel moest veroverd worden op de kunstmarkt. Daarna moest de kunstenaar zijn plek behouden in een alsmaar in strijd met de concurrentie. De omstandigheden in de kunst, die nog wel eens veranderden, werkten de kunstenaars die werkelijkheid, natuur en licht wilden weergeven tegen.
De economie en sociale structuur ontwikkelden zich in het kapitalistische Frankrijk heel sterk. De versnelde industrialisering had invloed op de gehele manier van leven. In Parijs was het opvallendste symptoom daarvan de verandering van de stedelijke structuur. In de buitenlandse politiek probeerde Napoleon de macht en invloed van Frankrijk op de wereldpolitiek te vergroten. Groot-Brittannië was zijn grote concurrent.

Een factor daarbij was de organisatie van de wereldtentoonstelling in Parijs in 1855, de tweede na eenzelfde succesvolle onderneming in Londen in 1851. In Parijs werd ook een grote kunsttentoonstelling in het programma opgenomen. De internationale betekenis van de Franse kunst als het centrum van informatie-uitwisseling en trendsetter voor smaak- en stijlrichtingen moesten worden uitgebreid. Vanaf dat moment waren wereldtentoonstellingen, afwisselend in Londen en Parijs, belangrijke processen in de kunstgeschiedenis. Die van 1855 was dat in verschillende opzichten.
Duizenden schilderijen, sculpturen en andere kunstwerken maakten een blik op de stand van zaken van de Europese kunst mogelijk. Er was een kunstenaar, Gustave Courbet, die zijn werk zelfstandig toonde, wat in die tijd ongebruikelijk en financieel moeilijk was. Hij liet een paviljoen bouwen voor de Wereldtentoonstelling. Courbet exposeerde met landsschappen, wat ook al ongebruikelijk was. Hij benadrukt deze tak de schilderkunst voor het realisme en geeft de categorie ‘natuur’ een centrale plaats in zijn kunstprogramma.

De Salon
De wereldtentoonstelling en de Courbet-tentoonstelling trokken de aandacht van de latere impressionisten. De jaren erna sloegen deze kunstenaars allemaal hun eigen weg in. Ze leerden elkaar kennen en ontwikkelde samen een nieuwe kunstopvatting.
Pissarro, Monet, Guillaumin en Cezanne leerden elkaar ook kennen. Ze schilderden landschappen in verschillende kleine plaatsen in de omgeving van Parijs. De kunst van Courbet had vooral Pissarro, de oudste voorvechter van de principes van de impressionisten, met zijn kleurgebruik beinvloed. In 1958 stuurde Pissarro voor het eerst zijn werk in voor de Salon. De Salonjurie accepteerde zijn werk.
Op dit moment had Claude Monet, tien jaar jonger dan Pissarro, zijn artistieke weg nog niet gevonden. Monet zou in Parijs een academische opleiding doorlopen, maar ging naar de Zwitse academie. Daar leerde hij Pissarro kennen. Monet toonde weinig begrip voor de realistische manier van schilderen.
Expositie mogelijkheden vinden was bijna het levensdoel van kunstenaars. Hun inspanningen daarvoor werden een motor van de ontwikkelingen in de kunstgeschiedenis. In Frankrijk was een expositiemogelijkheid belangrijker dan alle andere: de Salon in Parijs. In het politiek en cultureel centralistisch geleide land konden de geldende maatstaven alleen in de hoofdstad worden bepaald. Het politieke en culturele gewicht van Frankrijk en de prestaties van kunstenaars maakten van Parijs vanaf de 17e eeuw al een internationaal gewaardeerd en toonaangevend kunstcentrum. Sinds 1673 waren er geregeld tentoonstellingen van leden van de koninklijke academie van de kunsten. Die werden de Salon van de beeldende kunst genoemd.

Na de revolutie van 1789 werden in 1791 ook niet-academieleden toegelaten. Over de toelating besliste een jury, die tot 1863 alleen uit leden van de academie bestond. Daarna werd driekwart van de jury gekozen uit kunstenaars die al eens een medaille hadden gewonnen en die zonder jurering mochten exposeren.
De Salon werd door kunstenaars voortdurend aangevallen, vervloekt of vertwijfelt ontlopen. Maar de beurs van het Franse kunstaanbod bleef onontbeerlijk voor het levensonderhoud van de kunstenaars, voor het veroveren van een plaats in de kunstwereld en voor het slagen van nieuwe manieren van vormgeven.
De kunstkritiek hield zich uitgebreid met de Salon bezig. Daarom moesten de kunstenaars om de gunst van critici dingen en proberen hun promotie te organiseren. Maar merendeel van het publiek vertrouwde op de gespecialiseerde kennis en ervaring van de jury.
Er werd telkens ook geprobeerd kunst via andere wegen onder de aandacht van publiek te brengen. De onderling concurrerende kunstenaars werden daarnaast betrokken bij de concurrentiestrijd van hun handelaars en waren afhankelijk van de afloop daarvan.
Omdat ongeveer 80 procent van de ingestuurde kunstwerken werd geweigerd door de jury stelde Napoleon voor dat deze werken in een ander deel van het gebouw geëxposeerd mochten worden. In de ‘Salon der afgewezenen’, Salon des Refuses, hingen werken die om stilistische en kwalitatieve redenen waren afgewezen. Daaronder bevonden zich ook de al eerder genoemde Guillaumin, Pissarro en Cezanne.

Impressie
De kunstenaars gingen steeds meer hun eigen artistieke persoonlijkheid vormen. Hiermee ook de vorming van het impressionisme. De meesten stuurden regelmatig kunstwerken in voor de Salon. In het begin, rond 1965, werden ze geaccepteerd. Later werden ze ook veel afgewezen. Toen er in 1867 weer een Wereldtentoonstelling plaatsvond in Parijs, werd de selectie voor de Salon strenger. Daarop kwam bij een aantal kunstenaar het idee op om op eigen kosten een groepstentoonstelling te organiseren. Het idee werd door onder andere geldgebrek opgegeven. Manet echter liet, net als Courbet in 1855, voor de drukbezochte Wereldtentoonstelling een paviljoen bouwen voor zijn eigen expositie.
Op zoek naar inspiratie en motieven waren de schilders veel op reis. Ze verstevigde connecties en knoopten nieuwe aan. Ze debatteerden veel over kunst, ook met critici, van wie Zola erg belangrijk werd. Vanaf 1866 probeerde hij de nieuwe opvattingen gedreven te verspreiden via het tijdschrift ‘l’evenement’. Voor degenen die van huis uit geen geld hadden, was de financiële situatie vaak erg moeilijk. Dat was ook bij Monet het geval. Monet werd af en toe ondersteund door een andere kunstenaar.
Een aantal probleemgebieden was bepalend in de artistieke zoektocht van jonge kunstenaars. Ze wilden allemaal het realisme, maar ook weer op een afwijkende manier verder ontwikkelen. Voor deze ontwikkelingen gebruikte Zola het begrip ‘naturalisme’. In Zola’s kunstopvatting leefde het sinds de renaissance bestaande besef dat het schilderij een raam is waardoor men de werkelijkheid ziet. Zola verrijkte dit concept met de belangrijke opvatting dat iedere kunstenaar die verschijning ‘vertroebelt’. En juist daardoor maakt hij er een kunstwerk van. Een citaat van Zola: “Een kunstwerk is een deel van de natuur, gezien door een temperament.”
De toekomstige impressionisten Renoir en Monet twijfelden in hun inspanning om opname in de Salon en om de portretopdrachten tussen dapper zoeken naar een nieuwe waarheid en aanpassing aan de geldende idealen en de sociale normen. Aansluiting bij het realisme of naturalisme betekende dat ze buiten gingen schilderen in de dorpen of aan de kust. Hier ontdekten ze de kleuren en optische verschijnselen van licht. Onder andere Monet en Renoir begonnen systematisch met licht en kleur te werken.
Naast landschap en licht vormden de aspecten van het moderne leven een ander aandachtspunt van de jonge kunstenaars.De kunstenaar kreeg de functie van de aandachtige waarnemer van interessante, maar willekeurige momenten binnen een gebeurtenis.
Monet was de meest consequente van alle kunstenaars die in een gelijksoortige richting zochten en experimenteerden. Hij had grote materiele zorgen, vooral sinds hij tegen de zin van de familie ook voor zijn levensgezellin moest zorgen. In 1870 trouwde hij met Camille Doncieux, met wei hij sinds 1867 een zoon had.
Monets ambitie richtte zich op de beeldende problemen in de open lucht. Hij wilde het beroemde schilderij van Manet ‘Dejeuner sur l’herbe’ overtreffen. Het schilderij kwam echter nooit af.

Het impressionisme
Aan het eind van de jaren 60 was in ruwe vorm alles bijeen wat later het Impressionisme in de schilderkunst zou vormen. Het ging om een kleine groep van tamelijk jonge, met elkaar bevriende schilders die veel samen deden. De artistieke bedoelingen en manieren van schilderen was bij niemand gelijk. De kunstenaars waren in de strijd om een inkomen en een plaats in de kunstwereld bevriend geraakt en werkten samen met collega’s die niet impressionistisch waren. Elk afzonderlijk artistiek kenmerk had voorgangers in de voor-impressionistische en parallellen in de niet-impressionistische kunst.
Impressionistisch schilderen betekende een werkelijkheid uitbeelden zoals de kunstenaar het interpreteerde. De werkelijkheid van alledag stond daarbij in het middelpunt. Men schilderde liever vrije tijd, landschap en zee dan werk. De dynamische trekken van de werkelijkheid kregen in het bijzonder de aandacht. De ervaring van verandering en beweging, ook die van licht en kleur.
De kunstenaars wilden andere kunstenaars voor zijn met het ‘nieuwe zien’. Ze werkten hard aan hun schilderijen en werkten met een grotere lichtheid, stralende kleuren en contrasterende kleuren. Ze ontdekten onder andere dat een kleur een lichtere of fellere indruk kan maken wanneer je op het doek verschillende primaire kleuren dicht naast elkaar aanbrengt. Deze kleuren mengen zich dan optisch in het oog van de persoon die het werk bekijkt. Zulke experimenten voor een nieuwe kijk vormden voor hen de legitimatie van hun artistieke bezigheid. Ze vonden dan ook dat het er niet toe deed welk onderwerp je gebruikte
Het impressionisme werd om drie redenen belangrijk voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de schilderkunst.
Zowel gezien de kleur als de grafische vorm van het deel van de werkelijkheid is de waarheid van het schilderij relatief, omdat het afhangt van degene die waarneemt en schildert en afhangt van een bepaald moment met bepaalde omstandigheden.
De relativiteit van het schilderij en de open vorm activeren de toeschouwer op een nieuwe manier tot waarnemen. Het individuele schilderij heeft geen dwingend, geldige karakter voor iedere toeschouwer.
Onafhankelijk van de beeldende kwaliteit van de schilderijen werd de daad van het schilderen een specifieke aangename bezigheid en het kunstwerk het blijvende spoor daarvan met zelfstandige geestelijke waarden.

Oorlog
Frankrijk raakt in de zomer van 1970 in oorlog met Pruisen. De Duitsers omsingelde Frankrijk. De troepen van de Franse republiek sloegen waaraan een groep kunstenaars meedeed met ongekende hardheid neer.
De kunstenaars werden door de gebeurtenissen verschillend getroffen. Een aantal waren bij het leger gegaan. Enkelen sneuvelden. De kunstenaars hadden voldoende vrije tijd om te blijven schilderen. Pissarro was naar Londen gevlucht, zijn huis met honderden achtergelaten schilderijen was geplunderd. De schilderijen vernietigt.
Monet verbleef aan de kust en onttrok zich aan de militaire dienstplicht door ook naar Londen te vluchten, waar hij Pissarro en Daubigny ontmoette. Daubigny introduceerde Monet bij een kunsthandelaar, die later ook losse doeken van Monet en Pissarro presenteerde.
Op de terugreis naar Frankrijk maakte Monet voor een tussenstop in Nederland om musea en nieuwe motieven te bestuderen.
De ‘geëmigreerde’ schilders deden zeer veel moeite hun voorstellingen te verrijken met nieuwe motieven. Monet bijvoorbeeld met gezichten op Londen en taferelen met Hollandse grachten en huizen. Pissarro hield zijn oude interesses en voegde daar nieuwe bij. Hij liet bijvoorbeeld de voorsteden van Londen eruitzien als Franse dorpjes.
Deze jaren na de bezetting van Parijs werkten de schilders verder in de ingeslagen richting. Ze waren zeker van hun opvattingen en probeerden de beeldende problemen waar ze bij de uitvoering van hun concept op stuitten, consequenter uit te werken. Omdat ze zich altijd gehinderd hadden gevoeld door het keizerrijk en een aantal van hen ook in hun politieke opvattingen in de oppositie waren geweest, verwachtten ze nu meer erkenning. Ze werden teleurgesteld.
De nieuwe republiek was onstabiel. Ondanks de herstelbetalingen die aan Duitsland moesten worden betaald, vond er een opvallend snelle economische groei plaats. Deze kreeg in 1873 al meteen een klap tijdens de eerste wereldwijde economische crisis. De politieke machtsverhoudingen waren toen ook nog niet beslist. Na de oorlog was de kunsthandel steeds belangrijker geworden. Kunstenaars benadrukten dat alleen de steun van kenners hen iets zei. Maar ze hoopten wel dat hun publiek steeds groter zou worden.
De kunsthandel werd voor de impressionisten vooral belichaamd door Durand-Ruel. Hij had vertouwen in hen. Als handelaar vertrouwde hij op een verdere ontwikkeling. Zijn aandeel in de definitieve start van de nieuwe beweging was aanzienlijk. In januari 1872 kocht hij alles wat in Manets atelier te koop was en daarna geleidelijk iets van bijna alle impressionistische schilders. In 1873 publiceerde hij een dikke driedelige verkoopcatalogus. De catalogus verscheen onder de titel ‘Racueil d’estampes’ en bevatte 300 reproducties van schilderijen uit Durand-Ruels collectie. Het jaar erop dwongen de gevolgen van de economische crisis hem de verkoop van de schilderijen tijdelijk te staken.

Naamgeving
In 1872 maakte Monet een bezoek aan zijn thuisstad Le Havre. Hij maakte een schilderij dat snel geschetst was. in blauw, paars, grijs en oranje. Het schilderij laat het gezicht op de oude haven zien. Schepen en fabrieksgebouwen in de verte. Een geheel niet romantische zonsopgang is in het schilderij geplaatst volgens de gulden snede. Toen het doek snel een naam moest krijgen voor de catalogus van de tentoonstelling, schijnt Monet alleen ‘Impression’ te hebben voorgesteld, en zou de broer van de schilder Renoir er ‘soleil l’evant’ aan toe hebben gevoegd. ‘Impression: soleil l’evant’. Hij had niet kunnen bevroeden dat dit werk een naamgever van een stroming zou worden.
De economische crisis van 1873 temperde de hoop, hoewel begin 1874 nog goede prijzen voor schilderijen werden betaald. In debatten in de tweede helft van 1873 vatte het oude idee weer post om als zelfstandige tentoonstellingsgroep naar buiten te treden. Voor de organisatie en de financiering greep Renoir terug op zijn ervaringen als werknemer in het kunstvak. Pissarro won inlichtingen in over de statuten van het bakkerijgenootschap van Pontoise. Dat werd uiteindelijk het voorbeeld voor de inrichting van een soort collectief: de ‘Societe anonyme des artistes-peintres, sculpteurs’. Het werd opgericht op 27 december 1873 en geregistreerd en bekendgemaakt in ‘La Chronique de Arts et de la Curiosite’ van 17 januari 1874.
Ieder lid moest minstens 60 francs per jaar betalen. Daarvoor mocht je dan twee doeken exposeren, om de ophanging werd geloot. Men zocht goed naar leden om de financiële basis te verbreden en werkte met namen van kunstenaars die uiteindelijk niet meededen.
Twee weken voor de opening van de officiële Salon, op 15 april 1874, werd de tentoonstelling van het collectief een maand lang opengesteld. De expositie werd vrij goed bezocht. Er kwam geen winst uit, maar toch wilden een aantal schilders het nog een keer proberen.
Monet exposeerde landschappen, waaronder ook ‘Impression: soleil l’evant’. Louis Leroy bekritiseerde deze tentoonstelling. Hij noemde de schilders impressionisten, wat totaal niet lovend bedoeld was.
Steeds weer opnieuw werd deze term ter discussie gesteld of opnieuw gedefinieerd. Maar de term bleef bestaan. Daardoor noemden de kunstenaars die deze stijl vertegenwoordigde zich impressionisten.

Ontplooiing van de stijl
Na de tentoonstelling gingen de impressionisten voortvarender verder op de ingeslagen weg. In het middelpunt stond de kleur van de objecten in de open lucht en de weergave ervan met losjes naast elkaar geplaatste vlekken van pure en fel stralende kleuren. De kunstenaars maakten definitief geen onderscheid meer in waardering tussen een voltooid schilderij en een schets. Ze vonden een schets zelfs waarachtiger en beter vanwege zijn niet-bedachte spontaniteit. Natuurlijk was de opvatting over de zin van de artistieke activiteit niet bij iedereen gelijk.
Het jaar 1878, het jaar van de Wereldtentoonstelling in Parijs, bracht de impressionisten tegenslagen. Frankrijk had een jaar eerde definitief zijn status als republiek veiliggesteld. Het wilde zijn internationale aanzien helemaal herstellen. Daarbij hoorde een van alle radicaliteit gezuiverd cultureel aanzien, vooral nu de arbeiders beweging opnieuw onrust begon te zaaien. Zo werd Manet afgewezen voor de Salon van 1878 en werd het plan voor een groepstentoonstelling van de impressionisten losgelaten.
Uiteindelijk waren de omstandigheden van de impressionisten sterk veranderd. In mei 1886 vond de laatste gezamenlijke tentoonstelling plaats, die in de recensies doorgaans als tentoonstellingen van de impressionisten werden beschreven.
Er kwam een tweede Salon voor de kunstenaar die zich wilden afscheiden in 1890, de ‘Indepentdants’. Hier begon het postimpressionisme. Een goed voorbeeld van een postimpressionist is Vincent van Gogh.

Monet

Zijn leven
Op 4 november in 1840 word Claude Oscar Monet geboren in Parijs. In 1945 verhuist de familie naar Le Havre. Het beging van Monets carriere werd gekenmerkt door gebrek aan erkenning en financiële mogelijkheden. Zijn jonge jaren werden beïnvloed door de grote sociale en politieke strubbelingen in Frankrijk, maar hij was er niet direct bij betrokken. Hij werd wel in de oorlog, 1861, naar Algarije gestuurd, maar kwam na een jaar al weer terug vanwege zijn slechte gezondheid.
Voor zijn diensttijd was Monet met schilderen begonnen. Boudin, wiens landschappen met hun grote, lichte luchten een spontane sfeer hadden, liet hem kennismaken met de plein-air schilderkunst. Hij besloot schilder te worden. Zijn vader bleek met enige tegenzin hem financieel te willen steunen, als hij les zou nemen in het atelier van een erkend academistisch schilder in Parijs. In 1862 schreef hij zich in bij Charles Cleyre, die een goede reputatie had. Hier waren ook Bazille, Sisley en Renoir in de leer.
Deze hadden bezwaar tegen de commerciële inslag van de kunstwereld, waar succes belangrijker was dan verdienste en een goede reputatie belangrijker dan kwaliteit. Monet en zijn vrienden verlieten Cleyres academie toen deze in 1864 werd gesloten, maar Monet bleef in Parijs en schilderde het omringende platteland en de kuststreek van Normandie. Hij ging samenwonen met Camille Doncieux en in 1867 kregen zij een zoon, Jean. Het was een magere periode voor Monet, toen hij een camille geen cent meer bezaten besloten ze terug te keren naar Le Havre.
In 1870 trouwden Camille en Monet in Parijs, waar in de herfst van dat jaar brak de Frans-Duitse oorlog uit. Deze had een dramatisch effect op het culturele leven in Frankrijk. De jonge schilders die in en om parijs werkten trokken weg en Bazille sneuvelde tijdens een onbelangrijke schermutseling in het begin van de oorlog.
Monet ging op huwelijksreis met Camille en Jean en vertrok daarna naar Londen, ver van de oorlog en het beleg. In 1871 keerde de familie naar Frankrijk terug en vestigde zich in Argenteuil.
Na het einde van de Frans-Duitse oorlog was er een periode van grote expansie. In de loop van de jaren 70 verwierf Frankrijk, vooral Parijs, zich de vooraanstaande artistieke positie die het tot aan de tweede wereldoorlog zou behouden.
Monets werk uit deze periode laat duidelijk zien dat de oude academistische traditie van schilders als Cleyre niet langer overeenstemde met deze nieuwe, creatieve energie. De maatschappij was zich weliswaar niet bewust van deze nieuwe behoeften, maar ze waren er en het impressionisme kwam hen daarin tegemoet.
Monet werd af en toe met schilderijen toegelaten tot de Salon, maar ondanks dat verkocht hij niet veel en moest hij zich vaak laten onderhouden door zijn vader en zijn vrienden. In 1870 kwam daar verandering in toen hij Durand-Ruel ontmoette in Londen. Durand-Ruel steende de impressionisten sterk en handelde in hun schilderijen, ook in die van Monet.
Helaas kwam Durand-Ruel in de financiele problemen en kon geen schilderijen meer verhandelen, waardoor Monet ook in de moeilijkheden kwam. Monet werd echt bevriend met een zakenman, Hoschede, wiens invloed groot was op Monets leven. Voorlopig kon hij enkele schilderijen aan Hoschede verkopen en wat geld van hem lenen.
In 1874 was Monet betrokken bij de organisatie van de eerste impressionistische expositie. De criticus Louis Leroy schreef in een vernietigend artikel dat een echte schilder gek zou worden van de geëxposeerde werken. Hij noemde het werk impressionistisch.
Hoschede ging in 1877 failliet. Beide families besloten hun reserves te bundelen en verhuisden samen naar Vetheuil, 60 kilometer van Parijs.
Al snel na de verhuizing overleed Monets vrouw, die pas een tweede zoon op de wereld had gezet, Michel. De vrouw van Hoschede zorgde nu naast haar eigen zes kinderen ook voor Monets kinderen. De gezinnen bleven samen.
Op al latere leeftijd kreeg Monet in 1914 de dood van zijn zoon Jean te verwerken. Monet zorgde voor de vrouw en kinderen van Jean. Jeans vrouw, Blanche, was ook kunstenares en ze schilderden vaak samen.
Monet overlijdt op 5 december in Giverny.

Boten bij Etretat
Hoewel het werk ‘Impression: soleil l’evant’ het beroemdste werk is van Monet heb ik besloten om ‘Boten bij Etretat’ te beschrijven. Dit werk, omdat het sterk in de buurt komt van mijn voor deze presentatie geschilderde werken. Het bevat bergen en water, in dit geval zee.
Dit is een schilderij uit een reeks die Monet tussen 1883 en 1886 schilderde tijdens bezoeken aan de rotskust bij Etretat, ten noorden van Le Havre. Tijdens zijn eerste bezoek van drie weken, in februari 1883, begon hij aan een aantal schilderijen voor een expositie in Durand-Ruels galerie in maart. Hij voltooide de doeken echter niet. Monet bleek niet in staat zijn schilderijen van Etretat voor deze expositie in te sturen. Dit schilderij, ‘Boten bij Etretat’, is uiteindelijk toch nog verkocht door Durand-Ruel, nadat Monet het verder had uitgewerkt.
Aan de bootjes is te zien dat Monet in zijn atelier nog verder heeft gewerkt aan zijn werk. Aan de rest van het werk is te zien dat het meeste ter plekke is geschilderd.
Vissen was een belangrijk middel van bestaan langs de Normandische kust. Het was een voortdurende strijd tussen meedogenloze kracht van de zee en de moed van de vissers met hun kleine, sterke boten. Dit schilderij geeft een indruk van ijverige voorbereidingen, met enige drukte op het strand. Opvallend is wel de inconsequentie in de schaal van het schilderij: vergeleken bij de boten rechts, lijken de twee zeilbootjes links wel heel erg klein en de figuren in het midden niet lijken te kloppen met de voorgrond. Het effect hiervan is dat de rotsen sterk naar voren komen.

Eigen mening
Ik vind Monet een bijzonder man. Ondanks alle tegenslagen die hij te verduren had bleef hij maar doorgaan. Hij heeft geschiedenis geschreven met zijn beroemdste werk: ‘Impression: soleil l’evant’. Ik vind in ieder geval de impressionistische stijl mooi en motiverend.
Het schilderij: ‘Boten bij Etretat’, sprak mij direct aan vanwege de openheid van het werk. Hierin is ook duidelijk te zien dat de werken van impressionisten niet altijd af waren. Een deel is wel aardig gedetailleerd weergegeven een ander deel weer helemaal niet, dat bewonder ik.

Van Gogh

Zijn leven
Vincent Willem van Gogh werd op 30 maart 1853 geboren. Vier jaar later krijgt hij een broer, Theo van Gogh. Vincent krijgt een voorliefde voor de schilderkunst en gaat in 1869 naar de Haagse school. In 1875 wordt hij overgeplaatst naar Parijs, omdat hij zijn werk verwaarloosde. Maar ook daar verwaarloosd hij zijn werk.
Voor de rest van zijn leven, zie komende pagina’s.

Korenveld met maaier en zon
Toen Van Gogh als geestelijk gestoorde in een inrichting was opgenomen in Saint-Remi, schilderde hij onder andere in 1889 ‘korenveld met maaier en zon’. Dit werk is absoluut niet een van zijn beste werken, maar wel het werk dat mij erg aanspreekt.
De lucht is geelgroen en de zon staat nog laag. De zon is een veelvoorkomend subject in Van Gogh’s werk. Er staan bergen op de achtergrond van het korenveld. Op het korenveld is een maaier bezig.
Wat opvalt, is dat Van Gogh alle interessante aspecten van zijn werk ook in de titel heeft beschreven, behalve de bergen. De bergen nemen dan ook alleen een achtergrond functie in.

Eigen mening
Van Gogh is na Monet mij favoriete kunstenaar. Hij heeft wat. Van Gogh heeft zijn eigen stijl weten te ontwikkelen, terwijl zijn schilderkunst tijdens zijn leven niet gewaardeerd werd.
Van Gogh zei ooit: “Ik kan er niets aan doen dat mijn schilderijen niet gekocht worden. Maar er komt een tijd dat mensen erkennen dat ze meer waar zijn dan verf.” Dat getuigd van mentaliteit. Van Gogh wilde zo graag dat anderen zijn kunst ook mooi vonden, op zijn manier. Dat is tijdens zijn leven niet gelukt, maar vandaag de dag zijn zijn schilderijen, zoals Van Gogh zei, meer waard dan alleen de verf.

Bronnen
"Van Gogh"- Ingo F. Walther + Rainer Metzger
"Het impressionisme"- Ingo F. Walther
"Monet" - Trewin Copplestone

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.