Cultuur van de Kerk

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas vwo | 1715 woorden
  • 11 augustus 2008
  • 8 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 8 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
CKV
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Cultuur van de Kerk
Samenhang kennis, geschiedenis, moraal en geloof

Probleemstelling:

Wat is de belangrijkste oorzaak dat kennis, geschiedenis, opvattingen over moraal en het geloof in de Middeleeuwen sterk met elkaar samenhingen?

Onderzoeksvragen:

1. Welke verbanden waren er in de Middeleeuwen tussen kennis, geschiedenis, moraal en geloof.
2. Waarom waren er verbanden in de middeleeuwen tussen kennis, geschiedenis, moraal en geloof.

Trefwoorden:

• Zeven vrije kunsten (Artes Liberales)

• Trivium
• Quatrivium
• Deugden
• Iconografie
• Scholastiek
1. Welke verbanden waren er in de Middeleeuwen tussen kennis, geschiedenis, moraal en geloof.
In Europa, in de vroege Middeleeuwen was er niet veel vooruitgang op het gebied van wetenschap. De mensen waren zelfs heel wat kennis verloren met de val van het Romeinse Rijk. In de Oudheid was Alexandrië het middelpunt van het geestelijk en wetenschappelijk leven. In de Islamitische wereld waren dat Bagdad en Cairo.
In het westen was er tot eind 12-de eeuw geen vergelijkbaar middelpunt. De geestelijkheid kende wel de theologie, die werd gedoceerd in de kloosters en later de kathedraalscholen. Deze laatste waren in de steden. Naast de kathedraalscholen waren er ook wereldlijke scholen.


Kennis:

Kennis werd steeds minder een zaak van alleen de Kerk. Naarmate de maatschappij ingewikkelder werd, groeide de noodzaak afspraken en regels schriftelijk vast te leggen. De regeerders hadden geschoolde ambtenaren nodig om een geordend bestuur van de grond te krijgen. De handelaren hadden beter opgeleide mensen nodig naarmate hun transacties groter en ingewikkelder werden. Ook daardoor begon voor de kathedraalscholen na 1150 een bloeiperiode. Er ontstonden ook universiteiten die functionarissen afleverden en raadgevers. Geleerden stortten zich op alle kennis die uit de Arabische wereld beschikbaar kwam. Dat de drang naar kennis groeide, bleek ook uit het steeds groter wordende aantal boeken in de volkstaal.
De Middeleeuwse wijsgeren zochten niet naar antwoorden over vragen over het ontstaan van de dingen. Dat was immers duidelijk: het stond in de bijbel. Het leven was begonnen met de schepping en zou eindigen met het Laatste Oordeel. Van daaruit moest de wereld verklaard en begrepen worden.
De wereld werd gezien als een symbool, als een idee van God (Dat is te zien aan de kathedralen met hun beelden en glasramen, die een complete samenvatting geven van de menselijke kennis van die tijd). Alle kennis moest ondergebracht worden in een systeem met God als middelpunt. Ze viel samen met de opkomst van de universiteiten (1200) waar het onderwijs vrijer was dan op de kloosterscholen.
Dat ideaal van kennis verschilt totaal van wat men nu onder kennis verstaat. Kennis is in de Middeleeuwen het doorzien van de waarheid, en de waarheid is God. God zelf is de waarheid. Het algemene heeft de voorkeur boven het bijzondere. In alles werd de goddelijke schepping gezien. Er werd niet gekeken vanuit de gedachte: Hoe zit het eigenlijk in elkaar, welke delen zie je, hoe zit elk deel eigenlijk in elkaar, waar is elke deel voor enz. Het geloof staat boven het verstand.

Moraal:

In de bijbel staat hoe je moet handelen. Het doel is om goed mens te worden volgens de voorschriften van God en daarmee zijn zieleheil te redden: in de hemel te komen. Omdat de mens een vrije wil heeft en dus kan kiezen tussen goed en kwaad, heeft hij steun aan de spiegel der moraal.

Geschiedenis:

Het oude testament werd altijd beschouwd als een voorafbeelding van het nieuwe testament. De bijbel is op 4 manieren uit te leggen:
• historisch: de feiten
• allegorisch: oude testament is een voorafbeelding van het nieuwe.
• moralistisch: de morele waarheid achter de bijbelteksten
• anagogisch: over het toekomstig leven na de dood.
Zo kan Jeruzalem op 4 manieren worden uitgelegd:
• historisch: het is een bestaande stad in Palestina
• allegorisch: het is een stad waar strijd was en in het nieuwe testament was het een voorbeeld waar de kerk moest strijden om overeind te blijven: de strijdende kerk.
• moralistisch: de christelijke ziel die naar het goede, de waarheid streeft.
• anagogisch: het hemelse Jeruzalem waar alle goede mensen uiteindelijk na het laatste Oordeel terecht zullen komen.
De allegorische benadering is vaak het uitgangspunt geweest voor schilderingen: aan de ene kant van een kapel wordt bijvoorbeeld het leven geschilderd van Mozes, en aan de andere kant het leven van Christus. Zo wordt het Oude Testament a.h.w. naast het Nieuwe Testament gelegd.. Vaak wordt er dan wel meer bijbelkennis verondersteld om het te zien en te begrijpen.
De spiegel der geschiedenis eindigt Vincent van Beauvais met het slottafereel van de geschiedenis der wereld: het Laatste Oordeel. Veel van het bovenstaande ziet men terug in het beeldhouwwerk van de Franse kathedraal. Het best is dat te zien aan de kathedraal van Chartres.
Geleidelijk kwam de nadruk te liggen in de encyclopedieën op de waardering van de kennis om de kennis. Het godsdienstig aspect was nooit helemaal afwezig. Toch werden de religieuze interpretaties ondergeschikt aan de kennis op zich.
Er is dus een grote samenhang tussen kennis, geschiedenis, moraal en geloof (Encyclopedisch geheel).

De zeven vrije kunsten (Artes Liberales)

Om echt wijs te kunnen worden moest men beginnen bij de “Zeven vrije kunsten”. De beoefening hiervan was geen doel op zich. Het was een middel om tot wijsheid te komen, het Goddelijke. De zeven vrije kunsten werden verdeeld in twee groepen:
1. Het trivium:
- Grammatica (taal)
- Retorica (spreken)
- Dialectica (redeneerkunst)
2. Het quadrivium:
- Aritmetica (wiskunde)
- Geometrie (meetkunde)
- Astronomie (sterrenkunde)
- Musica (Muzikale wetenschap der verhoudingen)
De kennis en wetenschap is dus een middel tot het goede leven en is geen doel op zich. De zeven vrije kunsten beschermden de maatschappij ook tegen ketterij.

Scholastiek

Met Scholastiek wordt in het algemeen de middeleeuwse filosofie bedoeld en specifiek de onderwijsmethode die in de elfde eeuw tot ontwikkeling kwam in de stedelijke scholen en verder uitgebouwd werd in de twaalfde en dertiende eeuw aan de universiteit. Het betreft een logische manier van denken van tegenstellingen, een vorm van dialectiek.
Het is een methode, die toegepast werd voor de verwerving van kennis en wijsheid. De aanhangers van die methode menen, in overeenstemming met de opvattingen van de Griekse denkers, dat de enige manier om tot inzicht en wijsheid te komen, is door het opzetten van lange redeneertreinen, die van conclusie tot conclusie rijden, in gesloten gelederen van strikt formele logische argumenten. Denken staat boven waarnemen.
De oorsprong van de scholastiek ligt in de Karolingische Renaissance. Aan de hofschool van Karel de Grote begint in de negende eeuw onder leiding van Alcuinus de cultuur en de filosofie weer op te bloeien. De filosofie wordt gezien als een ancilla theologiae, een dienstmaagd van de theologie. Geleidelijk ontwikkelt zich in kloosters, domscholen en aan de hoven weer wetenschap. De scholastiek kent globaal drie fasen.
I. De vroege scholastiek: in de 11e en de 12e eeuw. Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Anselmus van Canterbury en Petrus Abaelardus.
II. De hoge scholastiek: in de 13e en 14e eeuw. Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Albertus Magnus en Thomas van Aquino.
III. De late scholastiek: in de 14e en 15e eeuw. Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Johannes Duns Scotus en Willem van Ockham.
Net als de methodiek van het onderricht aan de middeleeuwse kloosterscholen wilde de scholastiek God vinden door middel van de wetenschap. De scholastieke theologie werd mettertijd een zelfstandige wetenschap die steeds meer betekenis ging toekennen aan 'rationele' processen van het denken. De kloostercultuur daarentegen bleef bij haar meer mystiek georiënteerde methode.
Het scholastieke systeem wordt in de Middeleeuwen gebruikt voorde studie van de zeven vrije kunsten of artes liberales en de overige wetenschappen.

Iconografie

Iconografie (letterlijk 'beeldbeschrijving') is die richting in de kunstgeschiedenis die zich bezighoudt met de onderwerpen en hun betekenis, in de beeldende kunst.
Het eerste doel van de iconografie is om de onderwerpen van kunstwerken te bepalen, en wanneer aanwezig, de diepere betekenissen te vinden en te verklaren die de kunstenaars in hun werken hebben ondergebracht. Een tweede doel is om de directe en indirecte bronnen van de kunstenaar te vinden, zowel de literaire alsook de visuele bronnen. Nog weer een andere opgave van de iconografie is het bestuderen van bepaalde onderwerpen en hun ontwikkeling, wijze van uitbeelden en diepere betekenis door de eeuwen heen.
Iconografie als woord is afgeleid van twee Griekse woorden die beeld en schrijven betekenen, letterlijk is iconografie dus ‘beeldbeschrijven’. Dit is ook het voornaamste wat in de iconografie gedaan wordt, het aangezicht van een kunstwerk beschrijven en soms dateren en toeschrijven aan een kunstenaar.
2. Waarom waren er verbanden in de Middeleeuwen tussen kennis, geschiedenis, moraal en geloof.
De Kerk, oftewel het christelijke geloof had een enorm grote macht in de Middeleeuwen. Omdat geestelijken de enigen waren die konden lezen waren zij ook de enige link naar God en het eeuwige leven, sinds alleen zij de bijbel konden lezen. Het geloof was een belangrijk deel in het leven van de mensen in de Middeleeuwen, want iedereen wou natuurlijk in de hemel komen. Om deze reden had de Kerk zoveel macht in de Middeleeuwen, daarnaast had de Kerk ook heel wat land en geld. In de Middeleeuwen was het leven op aarde niet zo belangrijk mensen concentreerde zich op het leven na de dood. De Kerk vertelde je wat je moest doen om in de hemel te komen, wat deugden waren en wat zonden waren. Het christendom lag dan ook ten grondslag aan het moraal in de Middeleeuwen. Er was ook erg weinig belangstelling voor de geschiedenis, alleen de geschiedenis uit de bijbel was belangrijk. Wat betreft kennis werd voornamelijk aandacht besteed aan zaken die met het geloof te maken hadden. Al werd er door monniken onderzoek verricht op andere terreinen van de wetenschap. In kloosters werden boeken van de oude Grieken en Romeinen bewaard en hier uit werden veel dingen opnieuw ontdekt door de monniken. Door de tijd van de kruistochten werd er ook kennis verschaart bij de Arabieren. Dit groeide nog eens door handelsroutes en ontdekkingsreizen.
Om de mensen in het gareel te houden werden er zonden en deugden verkondigd. Als je een zonde beging ging je naar de hel. Maar zolang je je aan de deugden hield kwam je in de hemel. Zo waren er de zeven deugden, bestaande uit de vier kardinale deugden en de drie Goddelijke deugden. Deze zijn:
1. Prudentia (Voorzichtigheid - verstandigheid - wijsheid)
2. Iustitia (Rechtvaardigheid - rechtschapenheid)
3. Temperantia (Gematigdheid - matigheid - zelfbeheersing)
4. Fortitudo (Moed - sterkte)
5. Fides (Geloof)
6. Spes (Hoop)
7. Caritas (Naastenliefde)
Een alternatieve opsomming is:
1. Nederigheid
2. Gulheid
3. Naastenliefde
4. Zachtmoedigheid
5. Kuisheid
6. Matigheid
7. IJver

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.