Architectuur van het jaar 0-2000

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 3069 woorden
  • 18 december 2003
  • 111 keer beoordeeld
Cijfer 5.5
111 keer beoordeeld

Hoofdstuk 1: Voorwoord

Ik ga een werkstuk maken over de architectuur in de tijd 0- 2000. Ik ben op het idee gekomen, doordat we het er nu bij handvaardigheid over de tijd 0-1800 hebben. Dat onderwerp heb ik dus iets aangepast, naar 0- 2000.

Wat ik van plan ben in dit werkstuk is om 3 maquettes te maken, over de tijd 0- 2000.
0-500: Romeinen. Uit die tijd ga ik een het Colosseum maken, een amfi-theater uit schuim.

500- 1500: Middeleeuwen. Uit die tijd ga ik de Notre Dame maken, van papier maché. Dat doe ik met kippengaas, en vervolgens meerdere lagen oude kranten met behangplaksel aan en op elkaar plakken.


1500- 2000: Nu. Uit deze tijd ga ik het Gelredome maken, het Vitesse stadion waar tevens concerten e.d. in gehouden worden.

Hoofdstuk 2: Romeinen

In dit hoofdstuk ga ik vanalles over de Romeinen en het Colosseum vertellen. Dat doe ik door middel van deelvragen. De deelvragen worden niet voor het antwoord gesteld, ik stel de volgende vragen, en de antwoorden erop geef ik in een soort van verhaaltje:
Waarom werd het gebouwd?
Wanneer werd het gebouwd?
Door wie werd het gebouwd?
Door wie en waarvoor werd het gebruikt?
Welke soort achitectuur is dit?
Waar is deze architectuur aan te herkennen?
Waarom juist deze architectuur?


In 64 na Chr. brandde het eerste amfi-theater van Rome af, dat heette het Campus Martius. Keizer Nero die toen aan de macht was, die vond het niet nodig om een nieuw, groot amfi- theater te bouwen, dus hij liet er een klein houten gebouwtje maken, en ging verder aan de bouw van zijn eigen villa.
Enige jaren later, toen Nero zelfmoord had gepleegd, kwam keizer Vespasianus aan de macht. Hij vond wel dat er een nieuw amfi- theater moest komen. Daarom liet hij het Flavium bouwen, dat leter bekend werd als het Colosseum.
De bouw van het Flavium heeft geduurd van 72 na Chr. tot 80 na Chr, dus in totaal 8 jaar.


Zoals ik al zei werd het Flavium later bekend als het Colosseum, dat was in de achste eeuw. Het werd het symbool van de macht en duurzaamheid in Rome, en het kreeg de naam “het Colosseum”.

In het Colosseum werden gevechten gehouden, gladiatorengevechten
genoemd. Tijdens zon gevecht (ook wel slachting genoemd) konden er maximaal 64 wilde dieren losgelaten worden.
Zo’n gevecht werd ook gehouden voor een beweegbaar decor, zodat de slachtingen wel leuk, spannend en nieuw bleven.

Het aantal bezoekers kon tot maximaal 80.000, maar meestal waren er tussen de 50.000 en de 73.000 bezoekers per slachting. En doordat er zoveel bezoekers kwamen kijken, zou je denken dat het heel lang duurde totdat die het gebouw in waren en weer verlaten hadden, maar dat valt reuze mee. Het Colosseum was voorzien van allerlei trappen en gangen, twee soorten:
-Bovengrondse: De bovengrondse trappen en gangen waren dus om de bezoekers er snel in en uit laten gaan.
-Ondergrondse: En de ondergrondse trappen en gangen waren er om de slaven in te “bewaren”. Daar zaten allemaal slaven te wachten, in kooien, op hun dood.

De bouwstijl (architectuur) van het Colosseum wordt de Romaanse stijl
genoemd. Waarom dat is lijkt me duidelijk, het was door de Romeinen verzonnen, en de Romeinen bouwden met deze stijl.

Waaraan deze architectuur te herkennen is, zijn vooral de bogen en de
zuilen. Waarom juist die stijl, waarschijnlijk gewoon omdat de Romeinen dat mooi vonden uit zien. Verder heeft het waarschijnlijk geen betekenis.

Hoofdstuk: Middeleeuwen

In dit hoofdstuk ga ik het voornamelijk hebben over het Chatres, beter bekend als Notre Dame. Natuurlijk zijn er ook in dit hoofdstuk een aantal deelvragen, maar ook deze ga ik in een verhaaltje beantwoorden.
Wanneer is het gebouwd?
Waar is het gebouwd?
Hoe is het gebouwd?
Door wie is het gebouwd?
Welke soort architectuur is dit?
Waar en wanneer vond je deze architectuur vooral?
Wat zijn de kenmerken van deze architectuur?

De Notre Dame is een paar keer afgebrand, maar omdat de mensen het zo belangrijk vonden dat hij er zou blijven, is hij steeds weer opnieuw opgebouwd. Dat in totaal 5 keer.

In de 3de eeuw is hij, in Frankrijk, voor de eerste keer opgebouwd. Het was toen nog een vrij klein gebouw, maar het werd verwoest door een brand. Er was niets meer van over.
In 743 werd hij voor de 2de keer gebouwd, dit keer wat groter. Maar ook deze keer werd het verwoest, het hield een eeuw stand, totdat er Noormannen binnen vielen (in 858) en de Notre Dame verwoesten, voor de tweede keer.

Toch werd er weer opnieuw gebouwd, en nog groter. Maar ook deze keer werd het verwoest, in 1020, door brand.
In 1021 besloot bisschop Fulbert een nieuwe kerk te bouwen. Omdat het altijd zo koud was in de kerk, werden er (als isolatie) lange wandkleden voor de muur bevestigd. Daardoor was het er al gauw minder koud.
Maar de kaarsen en fakkels die ook in de kerk stonden, sloegen vlammen over naar de lange wandkleden. Het vuur sloeg over naar de spanten (de houten balken) van het dak, waardoor de kerk instortte.
Later is het weer opgebouwd. Maar ook deze keer hield het niet lang stand. In 1134 ontstond er weer brand, waardoor de oostkant (de kant waar de torens staan) werd verwoest. De noordelijke toren was in 1150 klaar, de zuidelijke in 1160.
Maar toen brak er wéér brand uit, de laatste keer (tot nu toe). Dat was in 1194. Deze keer was bijna de hele kathedraal afgebrand, alleen de oostkant (die toevallig net weer was opgebouwd) stond er nog. De rest is weer opnieuw opgebouwd, zoals we hem nu dus kennen. Maar er was een groot probleem bij de laatste keer dat het opgebouwd werd, geld. Maar dat werd als eerste, gedeeltelijk, opgelost door Filip II Augustus. Hij wilde namelijk Normandië veroveren, dat dicht bij de kathedraal
lag. Veel baronnen volgden zijn voorbeeld, en steunden de bisschop (bisschop Regnault) door geld bij te leggen. Er kon een kathedraal gebouwd werden. Maar steeds als het geld weer op was, werd de bouw gestaakt, tot er weer nieuw geld was en er verder gebouwd kon worden.
De architect (wat toen de bouwmeester of meestermetselaar) was altijd aanwezig, maar werkte nooit zelf met zijn handen. Hij wees de mensen wat ze moesten doen, hoe alles moest staan, enz. Hij werd goed betaald, maar er is nooit gezegd hoeveel ze nou precies kregen.

Er waren ook funderingleggers, wat zij deden lijkt me duidelijk. Maar zij werden natuurlijk minder betaald. Zij kregen 6 á 7 silverling per dag, maar ook een
maaltijd.
Steenhouwers (die beelden maakten voor in en op het gebouw), beschouwde men als ware specialisten, daarom kregen ze ook meer betaald (20 á 22 silverlingen per dag).
Ook de metselaars kregen goed betaald, ze kregen 20 á 25 silverlingen per dag.

Elk gedeelte werden met 2 dwarsbogen gezet, deze bogen doorsneden elkaar, zo ontstonden er 4 compartimenten (delen). Elk deel werd zo op natuursteen gezet, dat de druk op voetringen werden gedeeld. Deze werden goed verstevigd.
Omdat de muren geen steunende functie hadden, konden er grote openingen gemaakt worden, bijv. een dubbele rij glas-in-lood ramen.

In de 12de eeuw begonnen glazeniers met het tonen
van hun meesterwerk in een techniek waarvan het
geheim al snel verloren ging, het maken van
glas-in-lood ramen. Pas eeuwen later werd het geheim

terug gevonden. Het bleek dat het de techniek was,
om gekleurd glas te laten smelten en als het dan
afgekoeld was, het in de stukken te snijden die men
nodig had. Als de vorn eruit was gesneden, werd er
lood omheen gedaan. Zo leek het raam een puzzel
van schitterende kleuren.
De kleuren die vooral gebruikt werden bij de
Notre Dame waren rood en blauw.

Hoofdstuk 4: Nu

Dit hoofdstuk gaat over de architectuur in de tijd 1500- 2000. In dit hoofdstuk ga ik het hebben over het Gelredome. Waarom ik dat gebouw uitgekozen heb als voorbeeld, is heel simpel: ik kom er vaak langs, ben laatst naar een concert geweest in het Gelredome, wilde er wel eens wat meer over weten en ik vond er vrij veel informatie over. Natuurlijk ga ik ook in dit hoofdstuk een aantal deelvragen beantwoorden en de antwoorden verwerken in een verhaaltje.
Wanneer is het gebouwd?

Waar is het gebouwd?
Waarvoor werd het gebouwd?
Wat maakt dit gebouw zo uniek?

Het Gelredome, een uniek, origineel en zeer nuttig gebouw. Het heeft een beweegbaar dak, een verschuifbaar voetbalveld, een uitstekend klimaatbeheersingssysteem en een perfecte geluidsinstallatie. Het is een gebouw waar concerten, congressen, voetbalwedstrijden en bedrijfsbijeenkomsten gehouden worden.

In 1986 geeft Vitesse aan dat ze een modern voetbalstadion willen, ze hadden in eerste instantie het idee om hun oude stadion te renoveren, maar dat mocht niet van de gemeente. Daarom waren er al snel (in 1987) de eerste plannen voor de bouw van een nieuw stadion. Maar ook dat idee werd afgewezen.
Vitesse ging op zoek naar andere oplossingen, dit keer in het buitenland. In de Verenigde Staten waren ze er meteen van overtuigd dat een overdekt en multi functioneel stadion geweldig zou zijn. Toen gaf de provincie Gelderland en de gemeente Arnhem toestemming voor de bouw, maar overtuigd waren ze nog niet helemaal.
Ze gingen naar het Astrodome en Summit in Houston, Verenigde Staten, en kwamen overtuigd terug in Nederland.

Maar toch duurde het nog een tijdje tot de vergunning er was om er zo’n multifunctioneel stadion te bouwen. Die vergunning was er eind 1993.
Begin 1994 zou een duitse ontwerper, Holzman, het ontwerpen en realiseren, maar dat ging niet door. De Hollandse betongroep raakte geinteresserd en namen de plannen van Holzman in nog hetzelfde jaar over.
De volgende hindernis: geld. Hoewel dat gelukkig vrij snel geregeld was. In novemer 1995 is de financiering helemaal rond, dankzij provincie Gelderland, gemeente Arnhem, banken, subsidie van de Europeese Unie en twee ministeries uit
Den Haag.
In februari 1996 is het bouwcontract getekend, in maart de koopakte van het bouwterren ondertekend en de grond bouwrijp gemaakt. Er kon eindelijk gebouwd worden.
Dat gebeurde er ook in Juli 1996, toen begon de bouw van het nieuwe, unieke, mulifunctionele stadion. Tevens werd er bekend gemaakt hoe het stadion ging heten: het Gelredome.
In oktober waren de contouren zichtbaar, en in mei 1997 kon het gras worden gezaaid. En in Augustus was het dak klaar.
In september werd er een inzamelingsactie van plastic tuinmeubilair om de stadionstoeltjes te maken van gerecycled plastic.

In november was de eerste training van Vitesse op het grasveld, buiten het
stadion. In januari 1998 was de eerste training binnen het Gelredome.
Ook was er het eerste optreden in het Gelredome in januari 1998, dat was van Olga Romenento.
Op 25 maart was eindelijk het lang verwachte moment aangebroken: de officiele opening van het Gelredome met Marco Borsato als eerste artiest en de eerste competitiewedstrijd werd gespeeld, NAC- Vitesse.

Tegenwoordig wordt het Gelredome nog steeds veel gebruikt voor voetbalwedstrijden, concerten enz, zoals ik laatst bij het concert van Metallica geweest ben.
Daar heb ik ook ervaren dat de geluidsinstallatie erg goed was. Dat had ik wel al vaker gehoord van anderen, maar heb het nog nooit eerder kunnen ervaren. Maar het Gelredome beviel me prima, en het is een zeer geslaagd stadion als je het mij vraagt.

Hoofdstuk 5: Interview met F. Schümers

Ik heb mijn interview gehouden met Mevr. F. Schümers, eeen handvaardigheid lerares op school die op de kunstacademie zit. Omdat zij dus die opleiding doet, dacht ik meteen aan haar toen ik hoorde dat ik een interview moest houden.


Vraag 1:
Heeft u bewust voor deze opleiding gekozen of bent u er toevallig in terecht gekomen?
Ik wist al van jongs af aan dat ik iets creatiefs wilde gaan doen, maar wat precies wist ik pas heel laat.
Ik heb eerst de MAVO gedaan, en toen wist ik nog steeds niet wat ik precies wilde gaan doen, maar wel iets in de richting van de leraar. Dus heb eerst nog HAVO gedaan, dan zou ik er nog even over na kunnen denken.
Na de havo ben ik de lerarenopleiding gaan doen, en in het derde jaar kwam dat samen met de kunstacademie in Arnhem. Daar ben ik toen dus heen gegaan, en nu zit ik in mijn vierde jaar, en studeer ik aan het einde van dit schooljaar als het goed is af.

Vraag 2:
U heeft dus bewust voor deze opleiding gekozen, wat was de doorslag dat u voor die opleiding gekozen hebt?
Ik heb het altijd al leuk gevonden om met kinderen en/ of jeugd te werken. Maar niet iedereen was er zo zeker van dat ik het ook zou kunnen. Maar omdat ik het heel graag wilde en ik wist dat ik het wel aankon, ben ik dus toch die opleiding gaan doen. En het beviel/ bevalt me erg goed, dus ik ben blij dat ik gewoon dat ben gaan doen wat ik wilde.

Vraag 3:

Wat had die keuze temaken met uw sterke of zwakke kanten?
Ik vond het leuk om creatief bezig te zijn, en ik kon het ook goed. Daarom wist ik ook al heel vroeg dat ik iets creatiefs wilde gaan doen. En omgaan met kinderen/ jeugd vond ik ook erg leuk. Maar omdat ik het omgaan met jeugd toch iets leuker en interessanter vond, ben ik dat dus gaan doen, i.p.v. kinderen, of een combinatie van kinderen en jeugd.

Vraag 4:
Naar welke school/ scholen bent u na de basisschool geweest?
Ik ben eerst naar de MAVO gegaan, in Meerlo. Dat was een goede school voor me, omdat er maar ongeveer 100 leerlingen op zaten, dus erg klein en kon er goe dop je gelet worden, wat ik wel nodig had.
Maar na een jaar werd de school opgeheven, en moest ik naar het
Dendron College. Dat was een school waar ongeveer 1700 leerlingen op zaten, dus werd ik minder in de gaten gehouden, wat dus ook vrijwel meteen te merken was.

Vraag 5:
Welke scholen en cursussen heeft u daarna nog allemaal gedaan?
Na de MAVO ben ik dus HAVO gaan doen, dat was HAVO-4 en HAVO-5. Daarna ben ik de lerarenopleiding gaan doen, en heb ik een cursus “Jongeren met Gedragsproblemen” gedaan.
En nu moet ik dus nog afstuderen.


Vraag 6:
Hoe lang duurde de opleiding?
Officieel duurt hij 4 jaar, maar omdat hij zo moeilijk is, doen de meesten er 5 jaar over. Soms doen mensen er ook 7 of 8 jaar over, maar er zitten mensen bij me op school die nu in hun 13de jaar zitten. Die mensen geven nu wel al les bij mij op school, maar moeten dus ook nog zelf afstuderen.

Vraag 7:
Hoe zijn de vooruitzichten? Wat gaat u na dit schooljaar doen?
Eerst ga ik dus afstuderen, zoals ik al eerder zei. Daarna ga ik heel snel een baan zoeken. Op Blariacum College zou ik graag les blijven geven, maar dat gaat helaas niet, omdat ik dit schooljaar inval voor een zwangere lerares.
Maar ik wil in ieder geval docent, voor tekenen, handvaardigheid en CKV

blijven, het liefst van een moeilijke/ drukke klas. Ik vind het namelijk leuk om daar mee te werken, het is een uitdaging voor me.
En ik wil kijken of ik zelf als kunstenares verder zou kunnen.

Vraag 8:
Vind u dat er op dit moment teveel of te weinig leerlingen die voor deze opleiding en dit beroep kiezen?
Teveel, omdat ik natuurlijk meteen een baan wil krijgen als ik afgestudeerd ben. Maar, tijdens de studie haken er wel steeds meer mensen af. Er waren toen ik aan die opleiding begon ongeveer 180 aanmeldingen, ongeveer 150 mochten die opleiding gaan doen, en nu zijn er nog ongeveer 25 over.

Vraag 9:
Kunt u me vertellen hoe uw gemiddelde week eruit ziet?
Op zondag lig ik ’s avonds in bed, en ga ik de lessen van de volgende dag voorbereiden. Als daar nog iets voor gedaaan moet worden, dan doe ik dat ook nog.
Op maandag geef ik eerst een uur handvaardigheid, daarna heb ik een LIO- uur. Dat is dat ik met een docent(e) ga praten over hoe ik les geef, wat ik beter kan doen of ze geeft me tips enz. Soms valt er niet echt iets te bespreken, en kletsen we gewoon gezellig wat.
Daarna geef ik weer les, en ga ik naar huis. Als ik dan thuis ben, bereid ik wat lessen voor voor dinsdag.

Op dinsdag geef ik les, daarna thuis weer wat lessen voorbereiden.
Op woensag hetzelfde, dus geef ik ook les op school en daarna thuis natuurlijk weer wat lessen voorbereiden.
Op donderdag ook gewoon les geven, maar heb de twee meest rustige klassen, dus hoef ik niet zo veel te doen.
Op vrijdag ga ik zelf naar school, en gaan we collen, collegiaal overleggen. Alle jonge docenten bespreken dan met elkaar hoe de week ging en wisselen we ideeën uit.
En op zaterdag kan ik lekker uitrusten.
Vraag 10:
Hoe zijn de werktijden voor u ingedeeld?
Ik werd gewoon overdag, en gewone standaard uren. Hoewel ik dat niet altijd fijn vind, omdat ik vaak maar 2 uur per dag les geef. Ik geef liever 2 hele dagen les, en de rest van de week vrij, maar binnenkort krijg ik een nieuw lesrooster, en wordt dat ook geregeld.

Vraag 11:
Zou u uw werk kunnen missen?
Nee! In het 2de jaar van mijn opleiding, moest ik stage gaan lopen. Na mijn stage mocht ik een tijdje geen les meer geven, ik zat echt in een dip. Vond het helemaal niet leuk dat ik geen les kon geven. Van lesgeven word ik blij.
En in het 3de en 4de jaar was dat ook zo, even stage lopen, en daarna weer even geen les meer geven.


Vraag 12:
Wat zijn de voor- en nadelen van uw beroep?
Een nadeel is dat het ontzettend vermoeiend is. In mijn eerste jaar stage gaf ik 1 uur per stagedag les, de rest van de dag moest ik meelopen. Dan kwam ik rond 6 uur thuis, en viel ik meteen op de bank in slaap. Ik ben toen ook een tijdje niet uit gegaan, omdat ik steeds zo vermoeid was.
En een groot voordeel is dat het iedere dag, ieder uur anders is. Een les is nooit hetzelfde als een van de vorige. Het is altijd aders, en dat vind ik juist zo leuk aan dit beroep.

Vraag 13:
Zijn er dingen die er veranderd moeten worden, zodat u gelukkiger wordt?
Ik vind het erg fijn als ik het eerste uur, of de eerste uren, vrij heb, zodat ik mijn dochter nog naar school kan brengen.

Tot slot- Vraag 14:
Bent u tevreden over de beloning van uw werk?
Ja, ik ben erg tevreden. Iedere glimlach, of iedere “aha” is al erg veel beloning. Dat betekend dat ze het snappen, dat ik het goed heb uitgelegd, en ik dus mijn erk goed gedaan heb.

REACTIES

S.

S.

ik moet voor school het colosseum maken hoe heb jij dat gedaan kan je mij iets laten weten groetjes shari

13 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.