Verteringsziektes

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 2789 woorden
  • 20 maart 1999
  • 69 keer beoordeeld
Cijfer 6.1
69 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview
Inleiding
In dit werkstuk behandelen we verschillende ziekten en afwijkingen die allen te maken hebben met het verteringsstelsel. De afwijkingen die wij behandelen zijn: Bof, Maagzweer, Galstenen, Cholera, Tyfus, Verstopping. Van al deze ziekten of afwijkingen kan je in dit werkstuk de verschijnselen, hoe de ziekte of afwijking veroorzaakt wordt, en op welke manier je de ziekte of afwijking eventueel kan laten genezen. In de bronvermelding kan je vinden welke naslagwerken wij voor dit werkstuk hebben gebruikt.

Bof (parotitis epidemica)
De bof is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Bij deze ziekte kunnen de oorspeekselklieren (glandula parotis) aangetast worden, maar echter ook andere organen. Een druppelinfectie zorgt voor de besmetting van mens tot mens. De incubatietijd bij de bof bedraagt 18 tot 21 dagen. De zwelling van de glandula parotis begint meestal aan een kant. De klier is niet drukpijnlijk en de huid boven de klier is niet rood. Verhoging van de temperatuur komt ongeveer gedurende de hele ziekte voor. De zwelling zit in het verloop van de opstijgende lijn van de onderkaaktak voor het oor. Het oorlelletje wordt bij de infectie van de oorspeekselklier naar buiten geduwd. In het algemeen bereikt de zwelling zijn hoogtepunt na 2 tot 3 dagen en gaat in de loop van 4 tot 5 dagen weer weg. Vaak wordt het openen van de mond gehinderd en is pijnlijk. Door de druk op de gehoorgang kan er oorpijn ontstaan.

De bof is een onschuldige ziekte, althans, in de meeste gevallen. De bof komt het meest bij kinderen voor. Op oudere leeftijd treedt in 20-25% van de gevallen bij mannen orchitis op. Bij vrouwen kan salpingitis optreden. Ook kan er een ontsteking aan de alvleesklier optreden, die zich meestal op de vijfde of zesde dag van de ziekte openbaart door middel van buikpijn, braken en verontlasting. Een ontsteking aan de alvleesklier kan ook op jonge leeftijd optreden.
De behandeling is eenvoudig en bestaat uit het omleggen van warme lappen en bedrust. Bij het optreden van verdere complicaties moeten deze afzonderlijk worden behandeld.

Galstenen (cholelithiasis)
Deze ziekte komt over het algemeen meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Bij deze ziekte ontstaan er in de galblaas of in de galwegen stenen. De oorzaken voor deze ziekte zijn:

1 Er is voordat de stenen zijn ontstaan een onsteking ontstaan in de galblaas.
2 Ook stofwisselingsstoornissen kunnen een belangrijke rol spelen. Je kunt deze ziekte herkennen doordat er opeens krampachtige pijn onstaat. Terwijl de patient zich goed voelt, krijgt hij vaak 's nachts een plotseling heftige krampachtige pijn. De pijn kan op verschillende plaatsen te voelen zijn bijv. in de rug of in de buik of zelfs in de arm. Vooral de omgeving rond de ribben doet erg zeer. Nadat deze krampaanval voorbij is voelt de patient zich vrijwel meteen weer goed. In de tijd dat je je goed voelt kunnen er hoge temperaturen, pijn, misselijkheid en traagheid in de sloelgang optreden. Dit ontstaat doordat er een steentje in de galafvoergang komt. Men kan niet direct zien of je deze ziekte hebt. Meestal worden er foto's gemaakt waardoor het duidelijk wordt of je deze galstenen hebt. het kan zelfs ook gebeuren dat de totaale galafvoergang afgesloten wordt. Tenslotte kunnen er nog zware beschadigingen aan de lever ontstaan. Door deze beschadigingen kunnen er andere kwalen aan het lichaam ontstaan, zoals buikvliesontsteking. De ziekte kan uiteindelijk weer verdwijnen doordat de stenen in de dikke darm terecht komen en die daarna dus weer in de w.c. verdwijnen. De ziekte is heel erg moeilijk handmatig te genezen omdat steenvorming heel moeilijk tegen te gaan is en om het te genezen (handmatig) is dus een ingewikkelde zaak. Meestal lost de ziekte zich dus vanzelf op. Men kan wel de hestelling versnellen door medicijnen voor te schrijven, of een groot dieet. Je moet dan vooral gebakken spijzen, koolsoorten, vet , koffie, nicotine en alcohol eten en drinken. Het valt mij op dat een paar van deze etenswaren en dranken normaal wel slecht zijn voor het lichaam, zoals roken en alcohol drinken, maar nu wel een goede uitwerking kunnen hebben. Ook moeten patienten met deze ziekte middelen innemen die de stoelgang versnellen. Het beste middel is Karlsbaderzout. Ook bevordert dit middel het ontstoppen van de galblaasafvoer. Als al deze middelen dan uiteindelijk toch niet helpen dan is toch zo'n ingewikkelde operatie (handmatig) nodig. Het is echter wel een probleem dat als er een operatie noodzakelijk is dat dit snel na het verschijnen van de ziekte gebeurt. Anders wordt de kans op absolute genezing kleiner.


Maagzweer, zweer aan de twaalfvingerige darm (ulcus ventriculi, ulcus duodeni)
Mannen hebben meer last van zweren in de maag en de twaalfvingerige darm dan vrouwen. Er wordt op meerdere manieren gedacht over het ontstaan van die zweren. Een manier is dat een chronische prikkeling van het maagslijmvlies voorafgaat, die langzaam leidt tot een zweer. Andere mensen zeggen dat een zweer ontstaat doordat er op een bepaalde plek vaatkramp of spierkramp ontstaat. Daardoor wordt de bloeding minder geeft dat aanleiding tot beschadeging van de maagwand. Eigenlijk hebben bijde opvatingen iets gemeen en dat is dat de zweer door meerdere beschadigingen wordt veroorzaakt. Er is wel een ding waar iedereen het mee eens is, en dat is dat een nerveuse manier van leven ook veel uitmaakt. Een maagzweer is iets heel anders dan een huidzweer. Een maagzweer begint doordat er iets kapot is in het slijmvlies van de maag. Daarna eet het door de lagen van de maagwand heen en ontstaat er een gat. Het ontstaan van de zweer in de twaalfvingerige darm gaat op de zelfde manier. Een zweer komt bijna altijd in de binnenbocht van de maag en bij de maaguitgang voor. Bij de twaalfvingerige darm zit de zweer meestal onder de maaguitgang. Als een zweer lang bestaat dringt deze diep tot in de darmwand door. Dit heet een doorbraak van de zweer. Dan komt de spijsbrij in de buikholte ontstaat er een buikvliesontsteking. Door deze doorbraak kun je plotseling hevige pijnen krijgen, gaan braken en een harde gespannen buikwand hebben. In de voorkant van de twaalfvingerige darm vindt er sneller een doorbraak plaats dan aan de achterkant. In de buurt van een zweer die lange tijd bestaat kunnen sterke vergroeiingen optreden. Dit kan de doorbraak tegenhouden door de wand te versterken. Zweren kunnen in de omliggende organen van de maag groeien. Bij de twaalfvingerige darm kan een zweer makkelijk in de alvleesklier groeien. daarna komt hevige pijn. Bij elke zweer komt veel pijn kijken. Daarbij komt een vol gevoel, zuur dat opbreekt, gebrek aan eetlust, vermagering en vaak braken voor. De pijn van een maagzweer komt meteen na het eten. Bij een zweer in de twaalfvingerige darm komt de pijn pas tussen de 1 en 2 uur na het eten. In de nacht kun je last hebben van pijn. Als het zuur op komt borrellen komt dit door een ontsteking in het maagslijmvlies. De doorbraak van een zweer is het begin van de ziekte. Als de binnenkant van de maag te zuur wordt is dat een teken dat de zuurwaarde veranderd en dat geeft aan dat er een zweer is. Om er zeker van te zijn kun je je maag laten doorlichten. Hiermee kan de dokter aangeven of je wel of niet een zweer hebt. Er zijn echter nog meer symptomen van deze ziekte. Door littekenvernauwing van de maaguitgang ontstaat er maagvergroting. Het voedsel blijft in dit geval wel 4 uur in de maag. Als er te veel voedsel in de maag komt moet je braken. Je kunt aan het braaksel zien of de zweer bloed, want dan zie je zwart-bruin verkleurd bloed. De behandeling tegen zweren die nog niet zo lang bestaan moet je volledige rust hebben en een streng dieet volgen. Na een lange kuur verdwijnen de meeste zweren. Vaak begint het opnieuw en moet je een nieuwe kuur doen. Daarnaast moet je ook medicijnen nemen. Chronische maagzweren zijn vaak de oorzaak van maagkanker, zweren in de twaalfvingerige darm hebben bijna nooit met kanker te maken.

Typhus Abdominalis (buiktyphus)
"Krijg de typhus!": hoor je wel eens op het schoolplein. Nou ik kan je een ding zeggen, wees blij dat je dat niet echt krijgt. Want dan voel je je niet erg lekker.

Typhus wordt veroorzaakt door de typhusbacil die door Eberth in 1880 werd ontdekt. De ziekte komt voor in de vorm van een epidemie. Ongeveer 1 tot 2 weken na de besmetting treden er een aantal algemene symptomen: bv. moeheid, hoofdpijn, lichte rillingen en ziekte. De koorts stijgt in de eerste weken gelijdelijk aan en blijft dan voor enige tijd op ong. 39 graden en meer staan. In de vierde week van ziekte daalt de lichaamstemperatuur gelijdelijk aan tot het normale. De koortscurve van de Typhus is zeer karakteristiek: De 2 weken wanneer de koorts op gelijke hoogte blijft staan noemen we de continua. Op de algemene symptomen volgt een toenemende beneveling van het bewustzijn. Aan het einde van de eerste ziekteweek treden op de buikhuid rode vlekken (roseola) op. De milt is vergroot, in de urine wordt de diazoreactie positief en in het bloed ontwikkelt zich een uitgesproken leucopenie met een vermindering van witte bloedlichaampjes. De roseola zijn zeer belangrijk voor de diagnose. Zij verschijnen op de borst- en buikhuid en laten zich door druk tijdelijk verwijderen. Het aantal rode plekken bedraagt niet meer dan 10 à 15. Vaak zie je bij typhus ook diarree wat er helemaal niet bij aanwezig hoeft te zijn. Typhus komt dus ook wel eens voor samen met verstopping (zie verstopping) De diarree en andere verschijnselen aan de kant van het darmkanaal zijn de gevolgen van de grote veranderingen die in de dunne darm plaats vinden. Eerst ontstaat er een zwelling van het lymphaepparaat in de dunne darm, gevolgd door een zweervorming van de darmwand. De zweren worden bedekt met korsten, die langzamerhand worden afgestoten. Diepe zweren leiden tot darmbloedingen en in vele gevallen zelfs tot een doorbraak van de zweren, een perforatie, die altijd als een zeer ernstige complicatie van Typhus moet worden beschouwd. Pas in de vierde week van ziekte beginnen de darmzweren te genezen. De diarrhee zorgt telkens voor sterke uitdroging met als gevolg gespleten tong, droge lippen en schilferige huid. Hart en bloedsomloop worden bij Typhus zwaar belast: bijna altijd bestaat een neiging tot collaps. Regelmatig treedt bronchitis op. Longontsteking is in vele gevallen bij Typhus de oorzaak van de dood. Zeer belangrijk bij iedere van Typhus verdachte ziekte is, dat bacillen in het bloed, de ontlasting en de urine kunnen worden aangetoond. Terwijl in het bloed, vooral in het beenmerg, de Typhusbacillen reeds vroeg kunnen worden aangetoond, verschijnen zij in de ontlasting en de urine eerst in een later stadium van de ziekte. Zijn Typhusbacillen moeilijk aan te tonen, dan kan een bloedonderzoek met behulp van de reactie volgens Gruber-Widal de diagnose zeker maken. Deze reactie is een zogenaamde agglutinatiereactie, waarbij de in het bloed van een mens opgebouwde antilichamen met behulp van bekende Typhus-, Paratyphus- en Dysenteriebacteriën worden aangetoond. De verdunningen, waarbij een reactie optreedt, geven de uitslag. Reactie bij een verdunning van 1 : 100 is zeer verdacht, een zeer hoge agglutinatie ongeveer bij 1 : 800 bijna zeker. De waarde der reactie van Gruber-Widal wordt echter door voorafgegane voorbehoedsinentingen vermindert, daar ook na deze inentingen een positieve uitslag wordt gezien. Het sterftecijfer aan Typhus Abdominalis wordt gemiddeld op ongeveer 10% geschat: dit kan echter bij zware epidemieën belangrijk hoger zijn. De dood treedt het meest in de 2e-4e week van de ziekte in. Een groot deel van de zieken sterft aan complicaties van de Typhus, vooral aan een perforatie van de zweren of aan een hevig bloedverlies. De behandeling van Typhus is zeer moeilijk, omdat wij tot nu toe nog geen middel ter bestrijding van de Typhusbacil zelf kennen. In de laatste tijd komen berichten binnen over succes met aureomycine. Het dieet moet er voor zorgen, dat geen te grote ondervoeding ontstaat. Waterverliezen bij zware diarrhee moeten door infusies worden aangevuld. Bij darmbloedingen kunnen stopmiddelen als tannalbine, bismut e.d. worden toegepast, bij verstopping vruchtensappen. Tegen de hoofdpijnen helpen algemene pijnstillers (aspirientje). In de laatste tijd werden met pyrifer, een koortsopwekkend middel ter bestijding van hoge temperaturen, met wisselend succes proeven genomen. In vele gevallen trad na een pyriferbehandeling een snelle daling van de temperaturen in. Tot verlaging van de lichaamstemperatuur kan een badbehandeling worden toegepast, die echter slechts bij goede hart- en bloedsomlooptoestanden mogelijk is. Bij de Typhus vaak optredende complicaties moeten afzonderlijk worden behandeld. De Typhuslijders mogen eerst uit de isolering worden weggehaald, als bij viermaal achtereen plaats gehad hebbend onderzoek geen bacillen meer in het bloed, de ontlasting en de urine worden aangetroffen. De Typhusbacillen blijven echter vooral in de galblaas achter. Daarom moet bij ieder onderzoek op bacillen en als eindonderzoek de gal worden gecontroleerd, hetgeen met behulp van een sondering van de twaalfvingerige darm geschiedt. Worden in de galblaas Typhusbacillen aangetroffen, dan is de betreffende3 een bacillendrager, die voor zijn omgevingen een blijvend gevaar oplevert, ofschoon de kiemen voor hemzelf onschadelijk geworden zijn. Vaak leidt in zulke gevallen slechts het wegnemen van de galblaas to vrij zijn van bacillen. Belangrijk is de voorbehoeding tegen Typhus. Deze bestaat uit een inenting, die echter jaarlijks moet worden herhaald, daar de afweerstoffen zich slechts ongeveer een jaar in het menselijk bloed handhaven en werkzaam zijn. De bescherming treedt ongeveer 2-3 weken na de inenting in.

Cholera (cholera asiatica)
Zeker al duizend jaar komt cholera voor in de buurt van Voor-Indie. Ook in de Balkan en Zuid-Rusland komt veel Cholera voor. Overal in de wereld kan cholera voorkomen. De ziekte ontstaat door de choleravibrio bacil. De bacil kan alleen de ziekte verspreiden bij lichamelijk kontakt en als je eten en drinken van een cholera patiënt en drinkt. In het begin krijg je diarree die zich uitbouwt tot de dood. Bij de diarree kun je ook last hebben van buikpijn en kuitkramp. Vaak begint de Cholera als je je niet ziek voelt, met hartkloppingen, moeheid, heftige dorst, braken en zware diarree die je niet ruikt. Als het begint moet je wel tien keer per uur naar het toilet. Vaak raakt je lichaams temperatuur onder de 37 graden Celsius. Als je ziek bent krijg je een beetje ander uiterlijk. Voordat je dood gaat wordt je beneveld. Ongeveer de helft van de mensen die cholera krijgen sterven eraan. Dingen die je tegen cholera kunt doen zijn: 1) Veel vocht binnen krijgen die je bij het braken en de diarree verliest, dit is tegen uitdroging. 2) Ook proberen dokters met looizuurmiddelen en dierlijk kool de darm te beïnvloeden. 3) De patiënt moet warm worden gehouden. Er bestaan ook inentingen tegen cholera.

Verstopping (constipatio, obstipatio)
Een goed mechanisme zorgt voor de vertering, zodat het voedsel door de darm gaat en het zorgt voor een goede ontlasting. Als er iets fout gaat met dat mechanisme, zoals de vertraging van de vertering heet dat een verstopping. Veel dingen kunnen hiervan de oorzaak zijn. Vaak zijn er dan problemen in de darm ook kun je in een kramptoestand terecht komen, dit gebeurt vooral als er giftige stoffen in de darm komen. Soms kan er prikkeling van het slijmvlies optreden, zenuwstoornissen en je kunt ook een te kleine vulling van de darm hebben door slakkenarm eten. Dingen die je kunt opmerken bij een verstopping zijn: een opgeblazen gevoel, de buik is opgezet en je kunt volle darmen voelen. Bij kramptoestanden ontstaan meestal trekkende pijnen. Dingen zoals gebrek aan eetlust, een beslagen tong en een slecht humeur treden vaak op. Stofwisselingsziekten en hartaandoeningen worden hierdoor erger. Als de ziekte wordt bestreden schakelen ze eerst de hoofdzaak uit en is het goed om groenten en fruit te eten. Het is goed om veel te bewegen. Mensen die bij hun beroep de hele tijd zitten hebben meer kans op een verstopping in de darm. Het is goed voor de darm om er een gewoonte van te maken regelmatig naar de w.c. te gaan. Je kunt het best ook proberen om in de morgen een glas lauw water te drinken. Als deze manieren niet helpen kun je laxeermiddelen innemen. Als de darm daar aan gewent raakt gaat de darm nog trager werken. Als je door een verstopping kramp krijgt moet je middelen tegen kramp gebruiken. Als je al ouder bent en je krijgt een verstopping kun je beter naar de dokter gaan, omdat je dan ook darmkanker kunt hebben.


Bronvermelding
Prof. Dr. L.B.W. Jonkees Prof. Dr J. Vandenbroeke
Codex Medicus [Elsevier]

Prof. Dr. G. Boering
Aandoeningen van de mond en speekselklieren [Stafleu's wetenschappelijke uitgevers N.V.]

M.M. Hilfman, arts
Medisch woordenboek [Scheltema & Holkema]

(meerdere schrijvers)
Medisch Gezinsboek [Elsevier]

Dr. P.J. de Bruïne Ploos van Amstel
Medische Encyclopedie voor gezin en verpleging [Allert de Lange]

Gerard Smits Ben Waas
Biologie voor jou [Malmberg Den Bosch]

Ferenc Kiss, M.D. János Szentágothai, M.D.

Atlas of Human Anatomy [Pergamon Press]

REACTIES

A.

A.

hey...
dat werkstuk over die ziektes is egt goed ik heb er een 9 voor gehad dankjewel!

doei

groetjes angela

22 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.