Schistosomiasis

Wat is het?
Schistosomiasis (ook wel Bilharzia genoemd) is een parasitaire ziekte die wordt veroorzaakt door de Schistosoma worm. De wormen zijn verre familie van de regenworm en zijn, in tegenstelling tot de meeste wormen, niet tweeslachtig. De worm bestaat dus als een mannelijke en een vrouwelijke worm. Het mannetje is een platte brede worm, die opgerold is; hij kan van zijn lichaam een geultje maken (opgesneden tuinslang) waar het vrouwtje dan in gaat liggen (“het gynaephoor kanaal”). Zo worden ze als het ware weer één. De lengte van de wormen is tussen de 7 en 14 millimeter. Verder kunnen de wormen ook vrij oud worden; er zijn zelfs situaties beschreven waarin de parasieten bijna 40 jaar werden.
De wormen kunnen niet op zichzelf alleen leven, ze hebben een ‘gastheer’ nodig. De jonge worm komt als larfje het lichaam binnen en gaat dan al groeiend via de bloedvaten naar de bloedvaten rond de darmen of de blaas, afhankelijk van welke soort worm het is. Na paring leggen de vrouwtjes eieren, die via de urine of ontlasting weer in het water terechtkomen. Uit deze eitjes komt een larfje dat een bepaalde slak kan binnendringen, wat de cyclus rond maakt (zie onder).

De ziekte wordt door de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) als de belangrijkste platworm infectie beschouwd, en na malaria als de belangrijkste infectieziekte van ontwikkelingslanden.

De ziekte wordt in de volksmond ook Bilharzia genoemd, naar de ontdekker ervan, Theodor Bilharz (figuur 1), die het eerste geval van urinaire schistosomiasis beschreef, in Egypte in 1851. In Egypte is de ziekte erg wijdverspreid, en is er ook een heel instituut naar de ontdekker vernoemd, het Theodor Bilharz Research Institute.

Soorten
Schistosomiasis kent vijf bij de mens vijf verschillende soorten (species): Schistosoma haematobium, Schistosoma mansoni, Schistosoma japonicum, Schistosoma mekongi en Schistosoma intercalatum. De eerste 3 zijn verreweg de belangrijkste, de andere komen maar in beperkte mate voor. Verder zijn er nog diverse soorten die bij dieren (runderen, geiten, zelfs nijlpaarden) voorkomen: bijv. S. bovis, S. curassoni, S. rodhaini, S. margrebowiei, S. matthei, en S. hippopotamus.

In het taxonomisch systeem worden ze als volgt geclassificeerd:
Phylum: Platyhelminthes (platwormen)
Klasse: Trematoda (‘botten’)
Familie: Schistosomatidae (tweeslachtigen)

Schistosoma haematobium veroorzaakt urinaire schistosomiasis: de wormen leven in de bloedvaten rond de blaas en de eitjes kunnen via de urine naar buiten verdwijnen. Echter, lang niet alle eitjes komen naar buiten en degene die verstrikt raken in de blaaswand, het weefsel eromheen, in de bloedvaten zelf of ook meegevoerd worden naar de lever, veroorzaken op al die plaatsen ontstekingen. In ernstige gevallen raakt de blaaswand dus helemaal ontstoken waardoor er bloed in de urine uitgescheiden wordt. De ziekte komt het heftigst voor bij kinderen en in gebieden waar de ziekte veel voorkomt wordt het gewoon gevonden dat rond de tienerleeftijd de jongens dus net als de meisjes gaan ´menstrueren´.

Schistosoma mansoni, en S. japonicum zijn de belangrijkste veroorzakers van intestinale schistosomiasis. De parasieten leven in de bloedvaten rondom de darmen en de eitjes kunnen via de ontlasting naar buiten verdwijnen. Maar net als bij urinaire schistosomiasis blijven er heel veel eitjes achter die weer overal in het lichaam ontstekingen veroorzaken. De klachten bij deze vormen van schistosomiasis zijn vooral diarree, buikpijn, bloed in de ontlasting, koorts, vermoeidheid, vergrote lever en milt.

In uitzonderlijke gevallen kunnen de eitjes ook in het zenuwstelsel terechtkomen en daar bijv. verlammingen of hersenaandoeningen veroorzaken. In mensen die in ontwikkelingslanden leven is de ziekte vooral een chronische ziekte, dat wil zeggen dat de verschijnselen zich pas na vele jaren als heel ernstig voordoen. De zogenaamde acute fase duurt een paar weken en gaat dan weer over. Bij toeristen en reizigers naar de tropen komt vooral deze acute fase voor, die ook wel het Katayama-syndroom wordt genoemd.
(zie ook verderop onder ´gevolgen´).

Hoe wordt je besmet?
Je kan met schistosomiasis besmet worden als je in aanraking komt met besmet water. De larven leven in een tussengastheer (slak) waar ze na enige tijd uitgaan. Dan komen ze in het water en gaan via je huid je lichaam binnen. Als ze eenmaal binnen zijn gaat de larf via de bloedvaten naar een plaats in je lichaam en groeit
daar uit tot een volwassen worm. Deze plek is afhankelijk van de soort worm. Als de worm eitjes heeft gelegd, worden deze door de gastheer weer uitgepoept/plast, en komen zo weer in het oppervlaktewater terecht. Dan begint de cyclus weer opnieuw.

Ontwikkeling/cyclus van de parasiet
De volwassen wormen, die al in het lichaam van de mens of dier zijn, leven in de bloedbaan. Nadat het mannetje het vrouwtje bevrucht heeft, gaat het vrouwtje eieren maken. Het verschilt van 150 tot 1500, ook afhankelijk van de soort worm. De eieren maken bepaalde eiwitten die de wanden van de bloedvaten zo kapot maken dat ze erdoor kunnen. Als ze buiten de bloedvaten zijn, gaan ze eerst door nog een paar laagjes weefsel en zo komen ze in de darm of blaas. Via het darmstelsel komen ze in de ontlasting van de gastheer en zo gaan ze naar buiten.
Dit hele proces duurt bij elkaar wel een paar weken. In deze periode ontwikkelt zich in het ei een larfje, het miracidium (±0,1 mm). Als het ei dan eindelijk in zoet oppervlaktewater komt, heeft het voldoende licht en een geschikte temperatuur (20-26°C) nodig om uit te komen. Als deze factoren niet aanwezig zijn komt het ei niet uit en gaat het miracidium dood. Het miracidium heeft als het uit het ei is ongeveer een dag de tijd om een tussengastheer te vinden. Als dit niet lukt gaat het miracidium ook dood.
De tussengastheer is een bepaald soort slak, die voor elk van de Schistosoma-soort anders is. Het voorkomen van schistosomiasis is erg afhankelijk van de hoeveelheid slakken van de goede soort. Als het miracidium de slak is binnengedrongen, ontwikkelt het zich door een groot aantal delingen tot een cercarie (±0,3 mm). Dit proces verschilt van een paar weken tot een paar maanden.

Als de cercariën volgroeid zijn, verlaten ze de slak weer. Dit gebeurt, net als bij de miracidium, ook onder invloed van licht en temperatuur. Nu is er weer een gevaarlijk moment; de cercariën kunnen maar 2 uur tot 2 dagen vrij leven. Ook voor de mens is dit gevaarlijk, want een cercarie is in staat om heel snel iemands lichaam binnen te dringen, zelfs door de kleren heen.
Als ze eenmaal binnen zijn verliezen ze hun staart en veranderen ze van uiterlijk. Op deze manier worden ze onherkenbaar voor het immuunsysteem. Ze trekken ook om de zoveel tijd hun jasje uit om eiwitten en andere gevaarlijke stoffen kwijt te raken die aan hun kleven.
Vanaf nu is er een periode van ongeveer zes weken waarin de cercarie een volwassen worm wordt. Ze reizen in die tijd het hele lichaam door via het bloedvatenstelsel. Van het hart, de longen, de maag tot uiteindelijk de lever. In de lever worden de wormen volwassen en zoeken ze een partner. Als ze die gevonden hebben gaan ze in de bloedvaten rond de darm of blaas zitten en begint het vrouwtje eitjes te leggen. En danbegint de cyclus weer opnieuw. (zie figuur 3 en de figuur in bijlage 2)

Waar komt Schistosomiasis voor?
De Schistosoma worm komt alleen voor in zoet, stilstaand of langzaam stromend water, zoals moerassen en meren. In snelstromende rivieren komen ze niet voor omdat de slak zich daar niet kan handhaven. In zeeën of zout water komen de slakken ook niet voor en zo kan er dus ook geen verspreiding plaatsvinden.
Er wordt geschat dat in de wereld ongeveer 200 miljoen mensen zijn besmet met schistosomiasis. Van die 200 hebben 120 miljoen mensen ook echt klachten.

Zoals hiervoor gezegd zijn er verschillende soorten van schistosomiasis. Voor elke soort is er ook een verschillend verspreidingsgebied. We noemen ze hieronder.
Schistosoma mansoni komt voor in Zuid-Amerika, in Afrika, het Midden-Oosten en in de Caraïben.
Schistosoma haematobium komt voor in Afrika en in het Midden-Oosten.
Schistosoma japonicum is te vinden in Japan en in het verre Oosten (delen van Azië).
Schistosoma mekongi komt voor in Zuidoost Azië en in de Mekongdelta.
En als laatste Schistosoma intercalatum, die voorkomt in Centraal Afrika.

Schistosomiasis komt vooral zoveel voor in de derde wereld, omdat de verspreiding van de parasiet samenhangt met het gebrek aan hygiëne en beschikbaarheid van schoon water. Het is “een ziekte van de armen”, in de meeste gevallen. Het verspreidingsgebied van de Schistosoma parasiet is zo groot, omdat de slak, als tussengastheer, zo wijd verspreid is en de armoede in de derde wereld heel groot. In een aantal gebieden neemt de ziekte ondanks alle bestrijding juist toe, omdat er door nieuwe irrigatieprojecten nieuwe leefruimte voor de slakken wordt gecreëerd.
Figuur 4.
Een overzichtskaart van het verspreidingsgebied van de verschillende Schistosoma parasieten.

Diagnose en behandeling
Diagnose
De diagnose van de ziekte kan op verschillende manieren worden vastgesteld:
- klinisch, op basis van de verschijnselen en klachten van de patiënt
- parasitologisch, door het aantonen van een van de stadia van de parasiet
- immunologisch, via diverse laboratoriumtechnieken op bijv. serum of urine van de patiënt

Klinisch: Een goede arts kan op basis van de verschijnselen en klachten van de patiënt vaak al een goed idee krijgen wat de oorzaak daarvan is. Met name als bekend is welke ziektes er in het gebied waar de patiënten wonen voorkomen. En als er bijv. in het gezin ook al gevallen van die ziekte zich hebben voorgedaan. Zo is bloed plassen van jongetjes van 12 jaar die in de buurt van de Nijl in Egypte wonen vaak al voldoende aanwijzing voor het hebben van Bilharzia.

Parasitologisch: onder de microscoop kunnen de eieren van de parasiet worden gezien in bijv. urine of ontlasting. Hoe meer eieren, des te meer wormen, hoewel deze relatie niet altijd even direct opgaat. De uitscheiding van de eieren is ook erg afhankelijke van de gastheer en de fase van de infectie (acuut of chronisch). Als het om erg lichte infecties gaat, kan het urine of faeces monster ook worden geconcentreerd. Of soms wordt er een klein stukje darm weggenomen om de eieren daarin aan te tonen.

Immunologisch: hier wordt er met allerlei technieken (microscopie, ELISA) meestal gekeken naar antistoffen die de gastheer maakt tegen de parasiet (in serum). Dit is een erg gevoelige methode, maar het grote nadeel is dat het niet altijd zeker is dat de antistoffen wel door de parasiet Schistosoma worden veroorzaakt (specificiteit). Soms komt het door een andere parasiet of oorzaak. Soms is de parasiet al weg, na behandeling, maar blijven de antistoffen in de bloedsomloop van de patiënt. Een andere mogelijkheid is het aantonen van (afbraak)producten van de parasiet, in serum of urine. Maar hiervoor zijn weer veel gevoeligere technieken voor nodig.

Deze laatste aanpak is al jarenlang onderwerp van onderzoek in het LUMC, Leiden. De onderzoekers van de afdeling Parasitologie hebben hiervoor unieke methodes en technieken ontwikkeld, die op diverse plaatsen in de wereld worden toegepast. Al jaren werd er gezocht naar deze manieren om parasitaire uitscheidings-producten (antigenen) aan te tonen in de circulatie van de gastheer. Alleen actieve infecties worden aangetoond en dat helpt ook bij het vaststellen of de therapie is geslaagd. Het antigeen gehalte in het bloed komt ook goed overeen met het aantal wormen in het bloed. Er zijn daarvoor speciale tests zoals de ELISA-test. Dat gaat als volgt. In een bord worden 96 reageerbuisjes geplaatst. Met een zogenaamd ELISA-plaatje worden de antigenen van de parasieten opgenomen. De rest wat overblijft wordt gefilterd en gewassen. Daarna wordt er verdund bloed of urine bij gedaan. Als de ziekte aanwezig is zal het antigeen binden aan de antistof. Dit wordt weer eruit gehaald en gewassen. Vervolgens wordt er een antistof bij gedaan met kleurstof. Het resultaat is dat hoe meer kleur, hoe meer parasitaire stoffen er in het bloed of urine zitten. En dat duidt dus op meerdere parasieten.

Een aantal jaren geleden heeft de afdeling Parasitologie in samenwerking met een bedrijf één van ELISA-testen ontwikkeld tot een testje dat ook in ontwikkelingslanden kan worden toegepast. Er wordt eenvoudigweg een druppeltje urine op een stripje gebracht en als de patiënt geïnfecteerd is, wordt er na enige minuten een lijntje zichtbaar.

Behandeling
Het medicijn dat verreweg het meest wordt gebruikt bij mensen die besmet zijn met schistosomiasis, is Praziquantel. Dit medicijn is erg effectief en veilig, maar het zorgt er niet voor dat een patiënt geen tweede keer wordt besmet. Daardoor is het niet het optimale medicijn voor mensen die leven in besmette gebieden. Er is nu wel een groot onderzoek bezig naar het vaccin dat ervoor moet zorgen dat de Schistosoma parasiet zijn levenscyclus niet kan afmaken in een mens, waardoor een persoon geen tweede keer besmet kan worden.
Een ander middel dat vroeger werd gebruikt tegen de ziekte is Antimonium, dit is een metaal dat, als het in beperkte mate wordt ingenomen, enzymen van de parasiet veranderd, waardoor deze doodgaat zonder de gastheer te beschadigen. Dit middel wordt nu niet meer voorgeschreven. Een tweetal ander medicijnen die nog af en toe worden gebruikt zijn Oxamniquine en metrifonate, resp. effectief tegen vooral S. mansoni en S. heamatobium.
In Egypte is nu nog een onderzoek bezig naar Mirazid, een ander medicijn dat nog niet wordt gebruikt. Het ziet er echter niet naar uit dat dit medicijn erg effectief is.

Gevolgen van Schistosomiasis
Verschijnselen
Als een persoon geïnfecteerd is, zijn er nog geen directe verschijnselen. Soms ontstaat er huiduitslag, dit jeukt meestal erg en komt voor op de plek waar de worm de huid is binnengedrongen. Andere korte termijn verschijnselen zijn: gebrek aan eetlust, gewichtsverlies, een gevoel van slapte, buik-, hoofd- en gewrichtspijn, diarree en misselijkheid. Deze verdwijnen alleen meestal weer snel.

Na 2 weken geïnfecteerd te zijn, volgt de 2e fase. In deze fase heeft de patiënt een erge allergische reactie op de uitscheidingen van de worm. Tot 2 maanden na de besmetting heeft de patiënt last van koorts, rillingen, hoest en spierpijn. Andere verschijnselen zijn depressies, vermoeidheid en koorts. In het bloed zijn er meer eosinofielen te zien, een soort witte bloedcellen.

De ernstigste verschijnselen worden veroorzaakt door eieren die niet het lichaam hebben kunnen verlaten. Als er teveel eieren in het lichaam zitten, kunnen de witte bloedcellen deze niet vernietigen, de eieren hopen zich dan op. Daardoor kan de lever zijn werk minder goed doen hoewel hij niet helemaal stopt met functioneren. Door de slechtere doorbloeding van de lever ontstaan er een soort spataderen in het darmkanaal. Als deze kapot gaan, heeft het meestal de dood van het slachtoffer als gevolg.


Gevolgen op lange termijn
Bij de urinaire vorm van schistosomiasis, veroorzaakt door S. haematobium, ontstaan er, soms pas na tien jaar, wondjes in de blaaswand waardoor er bloed in de urine komt. Ook gaat de hele blaas minder goed werken, wat ook de nieren nog kan aantasten. In sommige gevallen zijn is er een verband gevonden tussen deze vorm van schistosomiasis en blaaskanker.
In sommige gevallen kunnen de eitjes in het ruggenmerg of de hersenen terechtkomen en wordt het zenuwstelsel aangetast. Dit kan voor verlammingen zorgen.
Patiënten die chronische schistosomiasis hebben, dus heel langdurig geïnfecteerd zijn, kunnen zoals hiervoor gezegd dus ook last krijgen van long-, lever-, darm- en blaasklachten. Deze mensen hebben dan meestal niet veel klachten in de eerste fase van de infectie.

Dit zijn nog even de gevolgen op een rijtje:
- Huiduitslag
- Allergische reactie
- Depressies, vermoeidheid en koorts
- Na tien jaar een opgezwollen buik
- Bloed in de urine
- Verlamming



Oplossingen
Besmetting voorkomen
Er is geen inenting tegen schistosomiasis mogelijk. Als je toch naar een land wil gaan waar schistosomiasis voorkomt dan kun je het beste op de volgende dingen letten.

Het is onmogelijk om besmet water van onbesmet water te onderscheiden. Daarom is het beter om niet in aanraking te komen met oppervlakte/water in landen waar schistosomiasis voorkomt. Je kunt je in deze landen ook beter alleen maar wassen met water uit de kraan, een pomp of water dat voor minstens vijf minuten verhit is boven de 50 graden Celsius. Daardoor worden de Schistosoma larfjes gedood. Als je water drie dagen laat staan is het ook veilig, de larven leven maar 48 uur dus na drie dagen zijn ze ook dood. Verder kun je nog jodium of chloor toevoegen aan het water, dit vinden de larven ook niet leuk… Je kunt wel gewoon zwemmen in zwembaden met een hoog chloorgehalte of in zee.
Eén van de middelen die dus niét werkt is het gewoon stevig afdrogen na een bad, dan zou je de wormen die bezig zijn je huid binnen te dringen weg wrijven. De wormpjes al zo snel binnen en zijn zo klein, dat deze methode dus echt niet werkt.

Maatregelen van de regering
De regering probeert wel iets tegen schistosomiasis te doen. Ze zet zoals in afbeelding 7 op de voorpagina borden neer om mensen te waarschuwen dat water besmet is. Niet alleen borden worden geplaatst. In sommige landen financiert de regering onderzoek en ontwikkeling van nieuwe medicijnen tegen schistosomiasis. Dit geeft aan dat de regering de ernst van de ziekte wel inziet. Helaas wordt er nog niet in elk land wat gedaan aan schistosomiasis door de regering, dit is ook te zien in afbeelding 1 van de voorpagina. Ook de regeringen van de rijke landen doen er iets aan om schistosomiasis tegen te gaan; ook zij subsidiëren projecten en onderzoeken naar schistosomiasis.

Omdat vooral de gevolgen op langere termijn het ergst zijn voor de patiënten, zijn er in diverse landen project om de mensen regelmatig te behandelen. Dit gebeurt vooral op scholen, omdat de kinderen het ergst zijn geïnfecteerd, en via de scholen die ook makkelijk te behandelen zijn. Er is zelfs een heel groot project om alle kinderen in een zestal Afrikaanse landen (Burkina Faso, Mali, Niger, Tanzania, Uganda en Zambia) binnen een aantal jaren te behandelen. Voor dit project zijn vele miljoenen dollars geschonken door Bill Gates (www.schisto.org).

Interview met dr. Govert van Dam: onderzoeker van Schistosomiasis
Wij hebben voor onze opdracht Govert van Dam geïnterviewd. Hij is onderzoeker van schistosomiasis aan het LUMC. Govert is nu 46 jaar en hij is al in verschillende landen geweest voor het ‘veldwerk’; zelf ontwikkelde testen in praktijk brengen. Hij heeft voor zijn studie ook al een verslag gemaakt over schistosomiasis of Bilharzia. Dit zijn zijn antwoorden op onze vragen.

1.) Hoe komt het dat u Schistosomiasis bent gaan onderzoeken?
Ik zocht een promotiebaan met onderwerpen die belangrijk waren voor ontwikkelingslanden zoals bijvoorbeeld tropische ziektes. Dat was omdat we toen plannen hadden om in de tropen te gaan wonen. Daarvoor is het nodig dat je gepromoveerd bent en de titel doctor hebt.
Er waren verschillende projecten beschikbaar en ik heb voor het project over schistosomiasis gekozen. Ik had van tevoren geen relaties met deze ziekte waardoor ik er misschien eerder voor zou kiezen. Het was dus min of meer toevallig deze ziekte en had bijvoorbeeld ook malaria of een andere wormenziekte kunnen zijn. Achteraf is wel gebleken dat de Schistosoma parasiet ook wetenschappelijk een zeer interessant diertje is.

2.) Waar bent u zoal geweest voor het onderzoek?
Voor het veldwerk, dat is het toepassen van onze vindingen in de praktijk ben ik in veel verschillende landen geweest. Senegal, Kenia, Tanzania, Zimbabwe, Zuid-Afrika en China. Daar werden dan monsters verzameld om die vervolgens te gaan testen. Ook gaf ik daar op laboratoria instructie over het gebruik van de in Nederland ontwikkelde testjes.
Voor congressen, dus het laten zien, presenteren van wat je gevonden hebt ben ik vooral in Europa gebleven: Zweden, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Portugal. Maar ook waren deze congressen soms in ontwikkelingslanden, zoals Thailand.

3.) Wat was uw werkwijze?
1. De oorspronkelijke doelstelling van mijn project was om nieuwe parasitaire structuren te vinden waarmee een infectie met Schistosoma bij de mens kon worden aangetoond. Deze doelstelling was van te voren al vastgesteld, daar heb ik geen invloed op gehad.
2. Inlezen, verdiepen in het onderwerp, informatie zoeken, termen, definities en technieken begrijpen en kunnen toepassen, vaststellen wat anderen al gevonden hebben en wat er al bekend is. Dus kort gezegd: theoretisch ‘onderzoek’.
3. Veel praktische kennis opdoen, eventueel nieuwe technieken leren, in mijn geval microscopische technieken, immunologische en biologische. Ook moest ik leren hoe ik om moest gaan met proefdieren (hamsters en muizen) en parasieten.
4. De hoofddoelstelling onderverdelen in kleinere, praktische, kortere termijn onderdelen, die in kortere perioden konden worden afgesloten. Daarvoor moest ik allerlei experimenten(proefjes) doen om die nieuwe structuren te ontdekken en te bepalen of ze relevant waren voor diagnostiek.
5. Als een stuk van het onderzoek tot een goed resultaat heeft geleid daar rapport van maken om in wetenschappelijke tijdschriften te publiceren en op wetenschappelijke congressen te presenteren. Op deze manier krijg je dan ook feedback op wat je gevonden hebt en discussie over de resultaten. En dit leidt soms weer tot nieuwe ideeën en mogelijkheden om het onderzoek voort te zetten. Het mooiste is om met andere wetenschappers samen aan een onderwerp te werken.
6. Als er voldoende resultaat bereikt is (in Leiden minimaal vier publicaties) kan het geheel worden gebundeld tot een proefschrift en aangeboden worden aan de promotiecommissie. Bij een positieve beoordeling en een openbare verdediging krijg je dan de titel doctor.

4.) Hoe heeft u het onderzoek ervaren?
Positief:
Het onderzoek was erg leuk om te doen, het was uitdagend vanwege de wetenschappelijke kant van de ziekte, het is steeds weer een soort nieuwe puzzels oplossen. Het was leuk om met zwarte mensen te werken, internationale contacten te hebben/houden en in het buitenland (derde wereld) te zijn.

Negatief:
Je komt tijdens het onderzoek vaak tot de conclusie dat wat je ontdekt hebt niet werkt. Een groot deel van de onderzoeken loopt op een dood punt uit, de hoeveelheid dingen die wel goed gaan is duidelijk veel kleiner. Je steekt er toch veel tijd in, als het dan doodloopt is het niet leuk, maar ook weer geen zonde van je tijd. Ook was ik tijdens het onderzoek beperkt in de middelen, tijd, geld en apparatuur.

6.) Heeft u bereikt wat u wilde bereiken?
Ik heb voor mezelf bereikt wat ik wilde bereiken, ik heb een leuk onderzoek gedaan en ik ben gepromoveerd. De oorspronkelijke doelstelling heb ik helaas niet gehaald, ik heb geen nieuwe parasitaire structuren gevonden om in nieuwe testen toe te passen, maar wel de testjes die al bestonden verfijnd en verder ontwikkeld zodat ze nu in de praktijk van ontwikkelingslanden kunnen worden toegepast.

7.) Zou u nog meer van deze of een andere parasitaire ziekte willen onderzoeken?
Ja. Ik vind het leuk om te onderzoeken en parasieten zijn erg interessante dieren. En verder wil ik erg graag dat wat ik doe iets betekent voor mensen die niet veel hebben.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.