ontwikkelings schema

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 669 woorden
  • 29 september 2009
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Ontwikkelingsschema Kleuter
Lichamelijke ontwikkeling:
Een 4 jarige kleuter is meestal iets langer dan 1 meter en weegt ruim 18 kilogram. Als het 6 jaar is is het meestal 1.20 meter en weegt 22 kilogram.
Bij een peuter zie je nog duidelijk het baby vet en is hij “mollig”. Bij een kleuter verdwijnt het vet een beetje en wordt het minder mollig.
De fijne motoriek verbeterd. De kleuter leert een draad door een naald te doen, kralen te rijgen, knopen dicht te doen, veters te strikken en binnen de lijntjes te kleuren.
De grove motoriek gaat ook beter. Hij rent zonder te vallen, kan goed klimmen en kan ook goed met een bal overweg.

Een kleuter krijgt een beter gevoel van evenwicht. Hij loopt op muurtjes en bij het fietsen heeft hij geen zijwieltjes meer nodig. Er is dus een hele vooruitgang tussen peuter en kleuter.
Cognitieve ontwikkeling:
Je mag naar de basisschool als je een kleuter bent. Het is vooral erg spannend als de kleuter nog niet naar een kinderdagverblijf is geweest of op een peuterspeelzaal heeft gezeten. De kleuter leert erg veel op de basisschool op een leuke, speelse manier.
In groep 1 en 2 wordt het kind voorbereid op groep 3, want daar gaat hij leren lezen, schrijven en rekenen.
Een peuter kan nog geen onderscheid maken tussen de werkelijkheid en fantasie. In dat verband zijn de termen magisch denken en animistisch denken genoemd.
Als een kind onopzettelijk onwaarheden spreekt noem je dat “jokken”. Dit is iets heel anders dan liegen. Bij liegen spreek je opzettelijk onwaarheden.
Sociale en persoonlijke ontwikkeling:
Een kleuter gaat voor het eerst naar de basisschool, vaak al meteen de eerste dag na de 4e verjaardag. Dit kan erg spannend voor de kleuter zijn, vooral als hij daarvoor niet op een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal heeft gezeten. Het kind moet nu de juf gaan vertrouwen terwijl hij al die tijd zijn moeder of vader had als vertrouwenspersoon.
Een kleuter kan zich nu meer in andere kinderen inleven. Hij krijgt nu voor het eerst vriendjes en vriendinnetjes. Het egocentrisme verdwijnt. Nu speelt het kind niet meer naast een ander, maar met een ander.

Bij het “rollenspel” speelt de fantasie van de kleuter een grote rol. Een rij stoeltjes wordt omgetoverd tot een trein, een tafel met een doek eroverheen is een huis, een stok is een paard enz. enz.
Omdat de kleuters nu met elkaar spelen is er een rolverdeling, hierdoor komen er wel eens ruzies.
Een kleuter kan zich veel beter concentreren dan een peuter. Hierdoor kan hij langer met speelgoed blijven spelen.
Een kleuter wilt graag bij de groep horen en daarom doet hij de andere kleuters na.
Een kleuter ontwikkeld een zelfbeeld. Hij weet wat hij kan en niet kan en hoe hij is. Andere hebben hier veel invloed op.
Een kleuter krijgt nu wel schaamtegevoelens. Ook krijgt hij een schuldgevoel als hij schuldig is.

Emotionele ontwikkeling:
In de emotionele ontwikkeling van de kleuter spelen angst en fantasie een belangrijke rol. De kleuter leert nu zijn eigen gevoelens kennen en benoemen. De kleuter leeft met een ander mee als diegene iets overkomt waar hij bij is. Je kan zien dat hij de emoties van andere kan herkennen en benoemen.
De kleuter begrijpt nu meer van de wereld en wordt meer getroffen door nare gebeurtenissen dan toen hij een peuter was. Als je hem wilt “beschermen” tegen nare gebeurtenissen kan dit een slecht gevolg hebben op de kleuter omdat hij er met zijn fantasie zelf een verhaal of oorzaak voor gaat bedenken.
Seksuele ontwikkeling:
Een kleuter wordt nu nieuwsgierig naar zijn en andermans geslachtsdeel. Ook vragen ze zich af waar ze nou vandaan komen en hoe ze in mama’s buik kwamen.
Kleuters snappen niet dat jongetjes wel een penis hebben en meisjes niet. Hier komt hun fantasie ook naar boven en verzinnen ze verhaaltjes als: Vroeger hadden meisjes ook een penis. Jongetjes vinden dit maar een eng idee, dit noem je “castratie- angst”.
Meisjes kunnen jaloers zijn op jongetjes omdat zij wel een penis hebben en zij niet. Dit noem je “penisnijd”.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.