1.Inleiding:

De Latijnse naam voor de vos is Vulpes vulpes. Er bestaan 45 ondersoorten van de vos. In Nederland leven 2 verschillende soorten:

1. De gewone vos: deze is over het hele lichaam roodbruin, behalve op zijn buik, borst, bek, aan de binnenkant van zijn poten en aan het uiteinde van zijn staart. Deze delen zijn wit

2. De brandvos of kruisvos: deze is meestal dieper roodbruin. Hij heeft zijn naam ‘kruisvos’ te danken aan de donkere band in de vorm van een kruis die hij op zijn rug en over zijn schouders heen draagt. Zijn keel, borst en buik zijn grijs/zwart, het uiteinde van zijn poten is zwart en het bovenste deel van zijn poten is bruin.

In dit verslag vertel ik over de voortplanting en de bedreiging van de vos. Eerst wil ik iets vertellen over de algemene kenmerken van de vos.





1. Kenmerken van de vos:

De totale lengte van de vos is 90 tot ongeveer 130 centimeter. 32 tot 52 centimeter hiervan is voor de staart. De schouderhoogte van een vos bedraagt 35 tot 40 centimeter. Hij weegt tussen de 5 en 7 kilo. Mannetjes vossen hebben een sterk ontwikkelde staartwortel.

Alle ondersoorten van de vos ruien in maart en april. Ze verliezen hun wintervacht hierbij. In november krijgt de vos zijn vacht terug.

De vos voelt zich bijna overal thuis. Hij schrikt er niet voor terug om zich in de buurt van de menselijke bewoning te graven; zo kan men hem vinden aan de rand van buitenwijken. De enige eis van een vos is dat hij een hol moet kunnen graven. In gebieden waar de grondwaterspiegel onder de oppervlakte ligt, in de zogenaamde polders, is hij dan ook bijna helemaal afwezig.

De vos is heel goed in staat om zijn eigen hol te graven. Hij zoekt naar grond die stevig genoeg is voor zijn hol. Hij gebruikt ook vaak de burcht van een das of een konijnenhol dat hij aanpast aan zijn eigen afmetingen. Het hol van een vos bestaat uit: een observatieplek vlak bij de hoofdingang, een kuil waar voedsel voor directe consumptie ligt en één of meerdere kamers.

Het voedsel van de vos bestaat voor het grootste gedeelte uit kleine knaagdieren, zoals woelmuizen en ratten. een vos eet jaarlijks honderden van deze. De vos vangt af en toe ook grote prooien: hazen, fazanten, jonge reekalfjes, korhoenders en allerlei vogels. Maar op het menu van de vos komen nog veel meer prooien voor:

· kleine zoogdieren



· de eieren van vogels

· vissen: vossen zijn handige vissers bij gunstige omstandigheden

· hagedissen

· insecten, zoals sprinkhanen, kevers en hun larven en wespenraten

· kadavers: de vos speelt een grote rol bij het opruimen van kadavers

· regenwormen en slakken



In het menu van de vos komt ook plantaardig voedsel voor:

· kersen, bosbessen, druiven en bramen (zwarte uitwerpselen)

· rijpe pruimen en bessen van asperges

. maïskolven, gras en mos



3. Voortplanting:

Om te kunnen paren moet het mannetje eerst een vrouwtje aantrekken. Het mannetje keft daarom 3 tot 5 maal. Het mannetje maakt het hele jaar door kefgeluiden, maar vooral in de paartijd. Hij maakt dan merkwaardigere en moeilijk te omschrijven kefgeluiden.

De vos bezit een aantal speciale geurklieren. Al deze klieren met hun verschillende geuren hebben een rol bij de communicatie:

· De anaalklier: deze heeft een naar muskus ruikende afscheiding, die de uitwerpselen een eigen identiteit meegeeft.

· Een klier aan de bovenkant van de staartwortel: deze is vooral bij de mannetjes sterk ontwikkeld. Hij speelt met name in de paartijd een belangrijke rol. De afscheiding ervan ruikt vaag naar viooltjes, wat hem de naam ‘viooltjesklier’ heeft bezorgd.

· Geurklieren tussen de tenen: hiermee wordt het voorbijgaan van de vos gemarkeerd.

De paartijd is afhankelijk van het weer en het klimaat. Hij begint soms in november, maar vaker in december of de eerste weken van januari. De paring zelf vindt plaats aansluitend op de paartijd, in januari of februari.

De stuitklier van het mannetje geeft een maximale hoeveelheid geurstof af. Het mannetje loopt nu heen en weer in het territorium en bezoekt alle holen. Hij blaft veel en markeert op veel plaatsen zijn territorium. Het territorium van een vossen paar is 25 tot 50 hectare. Het vrouwtje is maar zeer kort bereid om te paren: 24 tot 36 uur. Zij besproeit veel plaatsen met urine, waardoor een ‘reukbaan’ ontstaat die mannetjes gebruiken om haar te bereiken. Aan het sterkste en meest agressieve mannetje komt de eer toe om het eerst met haar te paren. Hij accepteert vervolgens zonder jaloezie dat de door hem overtroffen mannetjes op hun beurt het vrouwtje dekken. Hij wordt weer intolerant op het moment dat de jongen opgroeien.

De draagtijd van een vrouwtjesvos is 52 tot 55 dagen. Het vrouwtje werpt één keer per jaar. Zij werpt dan, afhankelijk van de voedselsituatie en de bevolkingsdichtheid aan vossen, 3 tot 8 jongen. De worp van een jong vrouwtje bevat 3 tot 5 jongen. De jongen hebben bij de geboorte een wolachtige, grijsbruine vacht. Ze zijn blind en zo groot als een mol. Tijdens het opgroeien verplaatst het vrouwtje de jongen als er gevaar heerst. Ze neemt ze dan, net als een kat, in haar bek en brengt ze in veiligheid. Als ze 2 weken oud zijn openen ze de ogen. Na 3 weken komen de tanden door en begint het einde van de staart te kleuren. De jongen krijgen nu gekauwd en opgebraakt voedsel. Bij een leeftijd van 5 weken beginnen de jongen buiten het hol te spelen. Na 8 weken wordt hun vacht grijs/rood. De jongen eten nu levende prooien. De jongen beginnen na deze periode uitstapjes buiten het hol te maken en leren spelenderwijs te jagen. Rond september, oktober zijn de jongen geheel zelfstandig. Zowel mannetjes als vrouwtjes zijn na de eerste winter, op een leeftijd van 5 tot 10 maanden, in staat zich voort te planten.



4. De bedreiging van de vos:

De vos is geen zeldzaam dier in ons land. Hij geldt niet als bedreigde diersoort en is momenteel niet beschermd. Hij is dus zo goed als vogelvrij verklaard.

Voor de Tweede Wereldoorlog werd de vos gejaagd om zijn vacht en ook omdat hij veel kippen en andere dieren van boeren opat. Hij vernietigde ook de akkers van boeren. In 1969 werd de klem verboden.

Volgens jagers zijn er nu nog steeds te veel vossen in ons land. Er worden elk jaar zo’n 10.000 vossen geschoten. De norm die de regering nu nog heeft over het aantal vossen in een gebied, is dat er niet meer dan één vos per 500 hectare voor mag komen. Deze norm is ingesteld om het hondsdolheidvirus te bestrijden. Dit is een besmettelijke ziekte waarbij uiteindelijk een dodelijke vergiftiging van het centrale zenuwstelsel optreed. Hondsdolheid is een veel voorkomende ziekte onder vossen.

De laatste tijd zijn er berichten in de media verschenen over wormen die zich via vossen, maar ook via knaagdieren, verspreiden. In Duitsland zijn mensen overleden door besmetting met deze wormen. Jagers vinden dat de vos de boosdoener is bij het overbrengen van deze ziekte. Maar biologen zeggen dat ook andere dieren dit overbrengen.

Er komt een nieuwe Flora- en Faunawet. Deze zegt dat je alleen nog maar op de vos mag jagen als hij aantoonbare schade aanricht. Tot nu toe mag je ook op vossen jagen als ze zwanger zijn of zogen. Als een zogende moeder word doodgemaakt verdorsten en verhongeren de jongen. Jonge dieren worden soms doodgeknuppeld of tegen een boom doodgeslagen. Dit mag ook niet meer. De jagers zijn tegen deze nieuwe wet. Ook mensen die bang zij voor de dodelijke lintwormen, die gevonden zijn in Duitsland en voor hondsdolheid zijn tegen deze nieuwe wet. De dierenbescherming en biologen willen de nieuwe wet graag, omdat ze de vossen willen beschermen tegen de wrede mens. Ook weet je niet of het waar is dat de vossen al die schade aanrichten.



5. Eigen mening:

Ik vind dat er alleen maar op vossen gejaagd mag worden als ze echt een plaag worden. De jagers moeten de vossen zo min mogelijk pijn doen als ze hen dood maken. Vossen hebben recht op hun eigen territorium in Nederland, want ze hebben altijd al op zandgronden geleefd. Ik vind het niet goed om jongen van hun moeder te beroven.



6. Bronvermelding:

- François Moutou – Zoogdieren op het platteland. 1996

- Rien Poortvliet - ... De vossen hebben holen. 1992

- Dieren encyclopedie voor de jeugd. 1995

- James van Leuven ,Ger Meesters – Natuuratlas van Nederland. 2001

- Richard Adams, Max Hooper- Rond het jaar in bos, veld en beek. 1975

- http://member.tripod.lycos.nl/Leonvv/vos.html

- http://home.planetinternet.be/~nahucee/vossen.htm

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

er staat dat de vos veel keft maar
dan moet je ook erbij vertellen wat dat
keffen betekend!!!!!!!!!!!

15 jaar geleden

L.

L.

RT, maarree ff rustig. Niet alles moet perfect.

Cijfer: 6,5

Hou het overzichtelijk, de informatie is goed!

7 jaar geleden

D.

D.

Ik vind het wel grappig dat iedereen zegt dat vulpes vulpes Latijn is voor vos. Vulpes vulpes is Latijn voor een bepaalde vos en dat is de rode vos (ook wel normale/gewone vos genoemd). Meestal wordt die ook bedoel met vos. Er zijn ook vele Latijnse benamingen voor veel veschillende vossen zoals: vulpes velox (kit vos), urocyon cinereoargenteus (grijze vos ), vulpes zerda (woestijnvos), etc. Ik vin het ook wel grappig dat er veel mensen zijn die zeggen dat je geen vos als huisdier kan hebben (heb ik gezien in vele andere presentaties en verslagen). Je kan wel een vos als huisdier hebben, maar natuurlijk geen vos uit het wild (er zijn uitzonderingen). De vossen die geschikt zijn als huisdier worden gefokt. De russen waren daar in 1958 mee begonnen en het was een succes. De vossen waren tam geworden en daardoor waren ze geschikt als huisdier. Er zijn ook mensen op youtube die een vos als huisdier hebben, zoals foxalbiazul, kay fedewa en SpiritwhiteFox2.

6 jaar geleden