Cavia

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 10517 woorden
  • 28 september 2005
  • 103 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 103 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor je werkstuk, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Gooi jij een week lang zo min mogelijk weg of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie! 

Check alle challenges!
INHOUDSOPGAVE;

Hoofdstuk 1 Algemene informatie
1.1 Cavia
1.2 Afkomst
1.3 Gedrag
1.4 Voedsel
1.5 Huisvesting
1.6 Verzorging

Hoofdstuk 2 Voortplanting
2.1 Geslacht
2.2 Fok
2.3 Paring

Hoofdstuk 3 Hormonen
3.1 Vrouwtje (zeugje)
3.2 Mannetje (beertje)

Hoofdstuk 4 Fokbeleid
4.1 Verantwoord fokken
4.2 Lijnteelt
4.3 Stamboom
4.4 Standaard

Hoofdstuk 5 Dracht
5.1 Verzorging
5.2 Ontwikkeling


Hoofdstuk 6 Geboorte
6.1 Voorbereidingen
6.2 Bevalling
6.3 Geboortehulp
6.4 Complicaties
6.5 Nazorg

Hoofdstuk 7 Genetica
7.1 Algemeen
7.2 Overerving

H.1. Algemene informatie.

1.1 Cavia

Een cavia is een zoogdier. Een korte definitie van een zoogdier is dat een zoogdier een gewerveld dier is, met een constante lichaamstemperatuur, met long ademen en met een haarkleed (schubben, haren, huid). Constante lichaamstemperatuur houdt in dat de lichaamstemperatuur niet zomaar kan veranderen. Dus het is niet afhankelijk van zonlicht, of warmte van buitenaf. Op 2 zoogdieren na (o.a. vogelbekdier), werpt ieder zoogdier levende jongen, die gezoogd worden doormiddel van melklieren.

Een cavia behoort tot de orde van knaagdieren. Een knaagdier is over het algemeen een klein diertje, en dat vooral in de schemering actief is. Er zijn ook grote knaagdieren, zoals het waterzwijn die 1.20 m kan worden. Er zijn bijna 3000 verschillende soorten knaagdieren.

Een knaagdier heeft meestal 5 tenen, die van klauwachtige of hoefachtige nagels voorzien zijn. Het belangrijkste kenmerk van een knaagdier is het gebit. Een knaagdier heeft in de onderkaak en bovenkaak 2 gebogen snijtanden, die levenslang blijven groeien. De hoektanden ontbreken.

Een cavia is een plomp stevig dier, van ongeveer 20 centimeter. Ze hebben korte pootjes, en onbehaarde oren. Ze hebben drie tenen aan de achterpoten, en vier tenen aan de voorpoten. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben beide twee tepels. Ze hebben geen zichtbare staart. Het gewicht van een volwassen dier kan uiteenlopen van 500 tot wel 1500 gram. Een cavia is een strikte herbivoor.

1.2 Afkomst

Cavia’s komen oorspronkelijk uit Peru. Daar zijn ze door zeelieden meegenomen als voedseldieren. En zo zijn ze in Europa terecht gekomen.

De naam cavia, en de benaming in andere talen heeft een betekenis. Door de vertaling van de naam te weten, en de betekenis, snap je ook waarom ze zo gelijk worden gesteld met het varken.

Cavia’s zitten graag in grotten en holen. Cavus = grot/hol, daarvandaan komt de naam cavia.
In Duitsland heten ze Meerschweinchen. De dieren kwamen van over zee (in het Duits;meer), en ze knorden als varkens, en hun ronde vormen en manier van lopen vertoonde veel overeenkomsten met varkens (in het Duits;schweinchen).

In het Engels heten ze Guinea pig. Duidelijk is dat Pig weer varken betekend. Vermoedelijk was Guinea een gouden Engelse munt van vroeger. De eerste cavia’s in Engeland waren erg duur, en kosten 1 guinea. Dat is een oude en waardevolle Engelse muntsoort. Maar het oorspronkelijk leefgebied van de cavia heet nu ook Guinea, alleen het is onduidelijk of die streek vroeger ook zo hete, en of de naam dus oorspronkelijk daar vandaan komt.

In het Frans heten de cavia’s; cobayes en cochon dínde, oftewel varkentje uit Indië.

In het Spaans heten ze; conegillo de Indias, oftewel konijntje uit Indië. Toen de westkust van Amerika door de Spanjaarden werd ontdekt, dacht men dat het de westkust van Indië was, vandaar de naam Indië.

Caviidae betekend cavia-achtigen, en is de familienaam van de cavia. De INC ( Internationale Nomenclatuur Commissie ) stelt richtlijnen vast voor het benoemen van soorten en geslachten, van zowel planten als dieren. Nomenclatuur betekend naamaanduiding. De INC stelde vast dat de namen voor families moeten eindigen op –idae. Ze hebben toen de laatste a van cavia weg gelaten, aangezien het dan geen correct woord zou zijn, en het werd dus caviidae. De gedomesticeerde caviasoort, oftewel de huis-tuin-keuken cavia, heet cavia porcellus. De wilde cavia is cutleri. Er zijn 12 soorten onder de cavia’s, namelijk de volgende;

cavia anolaimae komt voor in de omgeving van de stad Bógota in Colombia

cavia aparea komt voor in Argentinië, Brazilië, Ecuador, Paraquay, Uruguay en Suriname. Deze soort is de enige die zijn eigen holen kan graven.

cavia fulgida wordt ookwel de amazone cavia genoemd. Hij komt voor in Zuid-Oost Brazilië.

cavia guianae komt voor in Brazilië, Guyana, venuzuela.

cavia magna komt voor in Brazilië en Uruguay.

cavia nana komt voor in Bolivia.

cavia niata leeft in het Andesgebergte van Peru en is een zwarte versie van de wilde cavia

cavia pamparum komt voor in Brazilië.

cavia stolida wordt ook wel de Peruviaanse cavia genoemd. Hij komt over heel Peru voor.

cavia tschudii komt voor in Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Peru en Ecuador. Hij is vernoemt naar de Zwitserse onderzoeker Tschudii. Deze soort kan op grote hoogtes leven, tot wel 4500 meter hoog in de bergen.

cavia cutleri (wilde cavia) komt voor in heel Peru. Is, zoals men aanneemt, de voorvaderen van alle soorten cavia’s. De echte wild kleur is agouti.

cavia porcellus (huiscavia) komt wereldwijd voor
(in gevangenschap), maar nog steeds ook in Peru. Hier zijn alle mogelijke kleuren mogelijk.

1.3 Gedrag

In het gedrag bij cavia’s onderling kun je verschillen opmerken of het gaat om zeugen (vrouwen) of beertjes (mannen). Als je een volwassen beer bij een andere volwassen beer zet, die beide vreemde van elkaar zijn, gaat dat bijna zeker fout. Beertjes zijn vaak strijdlustig en territoriaal. Territoriaal is niet echt het goede woord, want een cavia is een vluchtdier, en maakt geen territorium om dat vervolgens te gaan verdedigen. Maar als er een vreemd iemand te dicht bij komt, en vluchten is geen optie (denk aan en afgesloten kooi), dan gaan ze verdedigen. Ze gaan dan een soort knarsetandend geluid maken. En ze lopen sloom langs de kant van de kooi op. Als het bijten wordt, dan zijn meestal de oortjes het doelwit. Soms blijft het echt fout gaan. Ook gecastreerde beertjes is dan niet altijd een oplossing. Maar meestal zijn ze na 2 dagen vriendjes. Toch blijft het risico op gevechten altijd verhoogd aanwezig.

Als je een jong beertje bij een volwassen beertje zet, dan kan het wel eens gebeuren dat het volwassen beertje “homo” gedrag gaat vertonen. Dit gebeurt vaak uit dominantie.

Als 2 beertjes met elkaar opgroeien is er vaak niks aan de hand, mits er geen zeugje in de buurt komt. Want 2 beertjes en een zeugje kan fout gaan. Meerdere zeugjes op een beertje gaat wel.

Dit alles betekend niet dat zeugjes onderling lieverdjes zijn. Alhoewel het over het algemeen wel goed gaat, ook als je 2 volwassen vreemde bij elkaar zet. Maar al met al kan er wel eens een kleine kibbeling ontstaan. Vaak is een te kleine kooi, of een te kleine voerbak de oorzaak, het is tenslotte ieder voor zich overleven volgens hun instinct. Maar uiteraard kan het ook gewoon eens gebeuren zonder aanleiding. Wat ook een typisch gedrag is voor vrouwtjes, is het zogenaamde “spuiten”. Dit gebeurt minder als de cavia’s een overvloed van ruimte hebben. Op deze manier laten ze een andere cavia weten dat ze degene vervelend vinden, en waar hun plaats is. Ze richten wel op de ander, niet op voorwerpen om zo een territorium af te bakenen. Dat spuiten is een soort witachtige vloeistof die ze uit hun achterwerk spuiten.

Cavia maken verschillende geluiden. Het knarstanden doen ze als ze op het punt van vechten staan. Zachtjes brommen betekend dat ze iets fijn vinden, of de zeug is bronstig. Hard brommen, wat alleen beren doen, betekend dat ze paringslustig zijn. En het bekende schreeuwen / hoog piepen van cavia’s, dan horen ze de koelkast open gaan en weten ze dat er een worteltje uit komt.

Vaak blijven cavia’s ook tegenover mensen schuw. Het zijn vluchtdieren, en door hun instinct kruipen ze overal onder.

1.4 Voedsel

Een cavia is een echte herbivoor. Ze eten uitsluitend plantaardig voedsel. In het wild verkrijgen ze dit door gras en struiken en soms vruchtjes en bloemen te eten. De tamme cavia krijgt meestal brok, aangevuld met groenvoer. Wat met een volledige brok eigenlijk niet nodig is.

Voedsel levert energie voor bijvoorbeeld de bloedsomloop en spierarbeid. Het dient ook als bouwstoffen, vooral bij jonge en zwangere dieren. Voor volwassen dieren dient de bouwstof als celvernieuwing, als hij bijvoorbeeld een wondje heeft. Maar wat voor een bestanddelen zitten eigenlijk in het voer? En waar zijn deze voor nodig? Een goed voor bestaat uit 6 bestandsdelen; vetten, eiwitten, koolhydraten, mineralen, vitamine, water (vocht).

Vitamines zijn voor vitaal belang, voor een goede werking van het lichaam. Iedere cavia liefhebber weet dat vooral vitamine C ontzettend belangrijk is voor cavia’s. Ze kunnen dit niet zelf aanmaken, maar hebben hier wel veel van nodig. Een tekort hieraan kan verlammingen en scheurbuik veroorzaken. Daarom is het zo belangrijk dat er voldoende vitamines in de voeding zit. B en C zijn in water oplosbaar, de overige meestal alleen in vetten.

Vitamine A en Beta-carroteen Nodig voor groei, gezichtsvermogen, voortplanting, botten en versterking afweersysteem. Zit in groente en vruchten.
Vitamine B Is een complex. Zit in noten, granen en groene groenten
Vitamine B1 Nodig voor zenuwstelsel, hartvaten, bloed
Vitamine B2 Nodig voor spieren, botten, huid, ogen
Vitamine B3 Nodig voor spijsvertering en zenuwstelsel
Vitamine B5 Nodig voor hersenen, zenuwstelsel, afweersysteem
Vitamine B12 Nodig voor zenuwcellen, bloed, amonizuren
Vitamine C Nodig voor hormonen, afweersysteem, botten. Zit in sommige groenten en vruchten
Vitamine D Nodig voor botten, gebit, hartritme, zenuwstelsel, bloedviscositeit (stroperigheid). Zit in sommige groenten en fruit, maar vooral in zonlicht.
Vitamine E Nodig voor bloed. Zit in noten en groenten
Vitamine K Nodig voor leven, botten, bloed. Zit in groene bladgroenten.
Paba (geen officiële vitamine, wordt wel als zodanig erkend) Nodig voor huid, haar, nagels
Foliumzuur Nodig voor celdelingsproces (mitose) tijdens zwangerschap, en voor bloed, lever, afweersysteem.
Biotine Nodig voor darmflora, haar, nagels, stofwisseling van vetten en eiwitten.
Choline Nodig voor zenuwstelsel, lever, nieren
Inositol Nodig voor hersencellen, haargroei, lever, stressbeheersing.
Bioflavonoïden Nodig voor versterking vit. C, stofwisseling
Mineralen of sporenelementen kunnen voor een deel wel door het lichaam aangemaakt worden, maar moeten toch worden bijgevoerd. Sporenelementen zijn mineralen die slecht in kleine hoeveelheden nodig zijn. Mineralen en sporenelementen zijn van belang voor de vorming van botten en tanden, als co-enzymfactor bij chemische processen, de hoeveelheid en samenstelling lichaamsvloeistoffen, en voor het evenwicht.

Borium Bloedstolling, opname calcium, werking celmembraan
Calcium Opbouw botten en tanden
Chloor Zuur/basisevenwicht, gewrichten en pezen
Chroom Vorming vetzuren en cholesterol, koolhydraat stofwisseling, werking insuline
Fosfor Zuur/basisevenwicht, botten en tanden
Germanium Stimuleert afweersysteem, verwijderd zware metalen uit lichaam, verbeterd zuurstof voorziening van de cellen
Jodium Schildklier functie, opname koolhydraten
Koper Opname ijzer, eiwitstofwisseling, energie productie
Kalium Zenuwstelsel, vochthuishouding, hartritme
Lithium Stabiliteit celmembraan, vorming regulatie stoffen
Mangaan Vorming botten en kraakbeen, energieproductie, bloedsuikerspiegel
Magnesium Opbouw botten en tanden, vorming DNA
Molybdeen Koper- en ijzerstofwisseling
Natrium Vochthuishouding, zuur/basisevenwicht
Rubidium Bioritme, celdifferentiatie (fase in celdeling), transport andere mineralen
Selenium Bloeddruk, afweersysteem, afvoer giftige stoffen uit het lichaam
Strontium botmineralisering
Vanadium Cholesterol stofwisseling, vorming bot- en kraakbeencellen, tanden
IJzer Eiwitstofwisseling, energieproductie
Zink Afweersysteem, opbouw DNA, hormonen


Water of vocht is eigenlijk wel verschillend van elkaar. Want het is afhankelijk van waar het vandaan komt. Voedsel bevat namelijk droge en natte stof. Water heeft meestal alleen organische stoffen bij zich, en vocht kan ook anorganische stoffen bevatten (bijv. mineralen).
Vocht en water lossen niet alleen bepaalde vitamines op, maar hebben verschillende functies in het lichaam.

Transportmiddel Bloed bestaat voor een groot deel uit water. Dat vervoert bouwstoffen uit voeding, en afvalstoffen uit het lichaam.
Oplosmiddel Sommige voedingsstoffen moeten eerst worden opgelost, voordat ze kunnen worden opgenomen in het bloed.
Bouwstof Meer dan de helft van het lichaam is water
Regelaar Lichaamstemperatuur op peil houden
Beschermer Slijmvliezen hebben water nodig om hun werk te doen, en zo schadelijke stoffen kunnen afvoeren.

Koolhydraten zijn de belangrijkste energie leveraars. Bestaat uit koolstof, waterstof en zuurstof. Koolhydraten worden sneller opgenomen in ons lichaam, dan andere suikers uit voeding. Zetmeel is bijvoorbeeld ook een suiker, maar dat moet eerst omgezet worden, voordat het opgenomen kan worden. Daarom zijn koolhydraten snelle energie levers. Koolhydraten zit onder andere in ruwe celstof, en dat zit weer in hooi. Ruwe celstof is belangrijk voor de spijsvertering.

Eiwitten (proteïnes) bestaan uit aminozuren, en zijn voor het hele lichaam nodig. Ze zorgen namelijk voor veel scheikundige processen. Er zijn 20 aminozuren bekend. Cavia’s hebben er 12, waarvan arginine, leucine, lysine, methionine en valine de belangrijkste zijn.

Vetten dienen hoofdzakelijk als bouwstof voor allerlei dingen in het lichaam. Het is ook een goede energiebron, het heeft bijna twee keer zoveel energie per gram als koolhydraten. In vetten kunnen ook veel vitamines worden opgeslagen, die niet in water oplosbaar zijn.

Een volledig cavia voer is dus belangrijk. Je hebt gemengd voer, en pellet voer. Als de cavia mocht kiezen koos hij gemengd. Alleen je hebt dan kans dat hij alleen het lekkere opeet, en zo tekort komt. Veel mensen geven konijnenvoer, dit is ook niet zo raar. Sommige weten niet dat vitamine C heel belangrijk is voor cavia’s, het is ook nog vaak goedkoper, en het verschil is bijna niet te zien.

Een cavia eet haar eigen keutels op. Met name de zachte nachtmest. Dit heet coprofagie. Dit is een optimale benutting van het voer. De darmen van een cavia zijn altijd in werking. Het voer passeert de darmen namelijk zo snel, dat het niet volledig verteert kan worden. Met name de vertering van bepaalde aminozuren, en de opname van vitamine C en B, neemt veel tijd in beslag. De restanten hiervan passeert dus 2 keer de cavia.

Hooi is belangrijk omdat er ruwe vezels inzitten. Dit bevorderd de spijsvertering van de cavia.
Daarnaast is vitamine C heel belangrijk. De meeste zoogdieren en gewervelde dieren kunnen in hun lever vitamine C maken uit glucose. Er zijn echter een paar uitzonderingen die dat niet kunnen, mensen, apen, cavia’s, vruchtetende vleermuizen, mussen. Glucose is een monosacharide, oftewel een enkel suikermolecuul. Het kan door celwanden heen om zo snel de cel van brandstof te voorzien. Om vitamine C uit glucose te maken zijn 4 enzymen nodig, waarvan 1 het L-gulonolactone oxidase enzym is. Bij enkele dieren ontbreekt dit vierde belangrijkste enzym dus.
Zie hieronder een lijst met hoeveelheden vitamine c per groente/fruit soort.

1.5 Huisvesting

Wat is een geschikte huisvesting voor een cavia? Dat ligt eraan wat je met de cavia wilt doen, en je persoonlijke voorkeur. Voor mensen die veel cavia’s houden om mee te fokken (20-80), dan worden meestal caviaflats gebouwd. Meestal zitten zeugen en beren in hokken alleen, of met twee om te dekken. Het zijn hokken die makkelijk open te maken, en te verschonen zijn. Er wordt dan vaak ook een grote groep, en een kraamstal gebouwd. De grote groep daar zitten dan alle zeugen die nog jong zijn, of met pensioen. En de kraamstal dat zijn grotere hokken, waar meestal twee nestjes tegelijk in worden gedaan.

Voor mensen die veel cavia’s hebben, maar enkel als hobby kan een caviaflat ook een uitkomst zijn. Maar net zo leuk is dan een grote groep, of een cavia ren buiten. Een cavia kan prima buiten, ook in de winter (mits het geen strenge is). Hij moet echter wel een binnenhok hebben. Want kou is niet zo erg, maar tocht is de boosdoener. Bij een nat seizoen moet men wel de langharen knippen, want deze raken eerder aan de diarree met een nat achterwerk. Een cavia heeft wel veel last van warmte, en kan snel in een shock raken als het boven de 27 graden stijgt. Zorg daarom voor voldoende schaduw.

Mensen die 1 of 2 cavia’s hebben is een gewoon konijnenkooi voldoende. Zowel een binnen als buitenhok is geschikt. De meeste konijnen kooien zijn 1 meter bij 50 centimeter, en die zijn geschikt voor 2 cavia’s. Er zijn zoveel soorten kooien te verkrijgen, dat men naast de grote vooral uit moet gaan van eigen wensen.

Voor de plaats van de kooi moet je op enkele dingen letten. Hij moet wel in het licht, maar niet onder een raam staan i.v.m. te veel warmte in de zomer. Een cavia mag ook niet in de toch staan, als bijvoorbeeld een deur veel open en dicht gaat. Zorg dat de kooi op een rustige plek staat, dus niet langs een doorloop waar veel mensen langs komen. En ook niet direct langs de stereotoren of televisie. De kooi moet enig sinds van de grond staan. Anders kan een cavia heel erg bang worden, omdat hij alleen maar snelle benen voorbij ziet komen. Ook goede ventilatie van de kooi is belangrijk, dus zet het niet weg in een hoekje.

Voor de inrichting heb je niet veel nodig. Een voerbak, liefst een zware (bijv. beton) anders gooien ze de bakjes omver. En ze moeten groot genoeg zijn voor meerdere cavia’s, anders krijgen ze ruzie. Verder heb je nodig bodembedekking, zaagsel of stro wordt aanbevolen omdat de rest vaak te scherp is voor de pootjes. Een drinkflesje of bakje, beide heeft voor en nadelen, het beste is dit zelf uit te proberen. En eventueel een hooiruif, maar dan wel een degelijke zodat de cavia zich niet kan ophangen. Een nachthok is ook belangrijk. Ze worden er niet meer schuwer op, maar het zijn nu eenmaal vluchtdieren, en die kans moeten ze krijgen, anders raken ze gestrest.

1.6 Verzorging

Een cavia is een makkelijk dier om te verzorgen, maar ieder soort heeft een andere gebruiksaanwijzing. Ten eerste is het dus heel belangrijk dat je op een goede voeding let, en voor een degelijk hok zorgt. En uiteraard ook een flinke dosis aandacht. Iedere dag een portie voer, het liefst meerdere keren op een dag. Bijvoorbeeld ’s morgens hooi, en ’s avonds voer. En iedere dag een schone volle fles water. Uiteraard verschoon je ook een keer per week de kooi.

Daarnaast is de uiterlijke verzorging van de cavia belangrijk. De kortharige zijn het makkelijkst. Die hebben vrijwel geen vachtverzorging nodig. Je kunt met een zachte borstel de losse haren eruit borstelen. Op zich hoeft een cavia niet in bad. En dit is zelfs af te raden als hij buiten zit. Maar sommige cavia’s vinden dat lauwe water en die aandacht wel lekker. Met een milde hondenshampoo kun je de cavia wassen. Een speciale knaagdier shampoo is niet nodig. Deze zijn heel duur, en worden gemaakt van dezelfde ingrediënten als hondenshampoo. De vacht moet wel op parasieten worden gecontroleerd, of eventuele andere gebreken zoals huidaandoeningen. Als de vacht niet glanst, dan is er iets niet in orde met de cavia, wat meestal aan de voeding ligt.

De vacht van een langharige cavia is een ander verhaal. Deze moet iedere dag op klitten worden gecontroleerd, vooral rondom het achterwerk. En de cavia moet vaak gekamd worden, en het stro en zaagsel uit de vacht verwijderd worden. Een wandelende dweil is wel erg leuk, maar de cavia is ook blij als je het in een warme zomer afknipt. Als men shows wil gaan doen met de cavia, dan moeten deze in papillotten worden gedraaid.

Dan zijn er nog algemene punten bij een cavia waar op gelet moet worden. Zijn de oren schoon? Hier moet vooral gelet worden op roodheid wat kan duiden op ontstekingen, en op bruine puntjes wat kan duiden op mijd. Zijn de neus en ogen en mond schoon? Er moet op gelet worden dat er geen vloeistof uit komt, wit of doorzichtig. Er moet gekeken worden of de ogen helder zijn, de neus en ogen geen verwondingen heeft, en of er niet een soort vlies (derde oogvlies) zichtbaar is. Ook de mond mag geen korstjes hebben. en de tanden mogen niet te lang of scheef zijn

Ook op het achterwerk moet gelet worden. Als er viezigheid aan zit dan kan het zijn dat de cavia diarree heeft. Dit kan aan voeding liggen, maar ook aan een ziekte.

Als laatste moet gelet worden op de nagels. Vooral of deze niet te lang zijn of afgebroken. En of de voetzooltjes en tussen de tenen geen wondjes zitten.

H.2. Voortplanting.

2.1 Geslacht

Alle diersoorten hebben primaire en secundaire geslachtskenmerken. Het verschil tussen primaire en secundaire geslachtskenmerken is makkelijk te onthouden. Primair betekend eerst of voorste/belangrijkste. Het gaat hier dus ook om de eerste geslachtskenmerken die direct na de geboorte zichtbaar zijn. Secundair is tweede, hierbij gaat het om de geslachtskenmerken die zich pas op latere leeftijd ontwikkelen. Het is makkelijk te onthouden welke eerst komt, want de P(rimaire) komt voor de S(ecundaire) in het alfabet.

Een vrouwtje heet zeug, een man beer. Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes bij cavia’s is moeilijker te zien dan bij muizen of ratten. Maar als je het eenmaal door hebt, is het zo moeilijk nog niet. Meestal is bij het mannetje de penis goed te zien, maar je hebt uitzonderingen. Je kunt ook proberen om 2 vingers rondom de opening te leggen, en er net onder wat zachtjes op te drukken. Dan wordt vaak de penis wel duidelijk zichtbaar. Vrouwtjes en mannetjes krijgen beide 2 tepels, alleen bij het vrouwtje zijn deze groter en sterker ontwikkeld. Bij mannetjes zijn ook 2 teelballen voelbaar, en soms zelfs goed zichtbaar.

Als je het geslacht van een cavia controleert, zul je hem op de rug moeten houden.
Want boven je gezicht houden is niet alleen onhandig, maar ook nog eens onveilig.
Het beste kun je gaan zitten en de cavia op zijn rug op je schot leggen, zodat de ruggengraat goed wordt ondersteunt. Hou de cavia met een hand goed vat, zodat hij niet kan vallen, en controller met je andere hand het geslacht.
Als dit eenmaal goed lukt, en je er een handigheid in hebt gekregen, dan kun je het vaak ook sneller zien. Dan kun je de cavia met 2 handen vasthouden. Waarbij je met de ene hand zijn onderlichaam ondersteunt. En dan heb je het vaak in een oogopslag gezien.

Toch kun je nog eens voor verrassingen komen te staan, als je cavia de ene dag een beer is en de andere dag een zeug. Beertjes kunnen hun teelballen namelijk terug trekken in het lichaam, dan kan de cavia op een zeugje lijken. Dit doen ze soms als het enorm koud is. Een zeugje kan juist opgezwollen schaamlippen hebben, bijv. als ze bronst is, of als gevolg van incontinentie. Soms kan het gebied eromheen ook gezwollen zijn, en dan lijken het net teelballen.

Bij pasgeboren cavia’s is het echter wat moeilijker te zien van welk geslacht ze zijn. De tepels ontwikkelen zich later pas. Daarom zijn tepels ook een secundair geslachtskenmerk. En natuurlijk is bij zo’n jong beestje nog alles heel klein. Toch is het wel te doen, alleen je moet goed kijken. Denk er wel aan dat ze na een paar weken al geslachtsrijp zijn! Dus als je het niet zeker weet, nog maar even controleren of je wel alle broertjes en zusjes apart hebt staan.

Vaak hebben pas geboren cavia’s een Y of een I (streepje). Als de opening een Y-vorm heeft is het meestal een vrouwtje. Als de opening een I-vorm heeft, dan is het vaak een mannetje. Meestal hebben mannetjes al een klein stipje bovenaan, wat later duidelijker zichtbaar wordt als de penis. Dit is wel een onbetrouwbare methode, maar als eerste indicatie voldoet het.

Maar ook aan andere kenmerken kun je zien of je te maken hebt met een mannetje of een vrouwtje. Bij jonge dieren is het te zien dat de mannetjes van een nestje, sneller groeien dan de vrouwtjes. En na enkele weken zijn bij jonge cavia’s de teelballen voelbaar.
Volwassen mannetjes zijn vaak ook iets forser van bouw. Dat is alleen nog niet duidelijk zichtbaar bij jonge cavia’s.

2.2 Fok

Als je meerdere cavia’s wilt gaan houden, dan moet je jezelf afvragen of je er wel of niet mee wilt gaan fokken. Cavia’s zijn leuke dieren om mee te fokken. Er zijn zoveel rassen en kleurslagen, en er zijn zoveel combinaties mogelijk. Daarnaast zijn cavia’s nestvlieders. Dit betekent dat ze vrijwel direct na de geboorte op eigen benen kunnen staan. De ogen zijn open, ze zijn al behaard, en proberen al na enkele uren mee te knabbelen aan het hooi.

De draagtijd van een cavia is ontzettend lang voor zo’n klein diertje, namelijk 65 tot 70 dagen. De worpgrote varieert van 2 tot wel 6, maar gemiddeld is 3 a 4. Zijn het er meer dan vier, dan moet je wel opletten dat ze allemaal goed groeien. Want moeders heeft maar twee tepels. Om de 16 dagen is een cavia bronstig, met het goede moment is bijna niet waar te nemen. Het beste is om een zeug en een beer minimaal 16 dagen bij elkaar te laten. Dan weet je zeker dat je goed zit. Als je wilt gaan fokken, doe dit dan als de zeug tussen de 6 en 12 maanden is. Is ze al ouder, en heeft ze nog nooit een nestje gehad, dan moet je er niet meer aan beginnen. De bekken gaan dan namelijk vergroeien, en de bandspieren worden slapper. Tijdens de bevalling kan ze zelfs de bekken breken, en het wordt meestal haar dood.

Om te voorkomen dat je een niet gewild nestje krijgt, moet je zorgen dat je de beer en zeug altijd gescheiden houdt. Cavia’s zijn preutse dieren, en paren niet zo snel in het bijzijn van de mens. Dus een indicatie zoals “ik heb ze niet zien paren”, die is beslist niet gegrond. Jonge cavia’s moeten daarom al snel gescheiden worden. Beertjes kunnen namelijk al met 4 weken geslachtrijp zijn. Ze kunnen dan hun moeder of zusjes bevruchten.

Wil je toch de beer en zeug bij elkaar zetten, dan is castratie of sterilisatie de oplossing. Meestal is castratie aanbevolen. Voor de hormonen die betrekking hebben op het gedrag maakt het vrij weinig uit. En dan is castratie de makkelijkste en goedkoopste oplossing. Een beer kan pas gecastreerd worden vanaf 3 maanden. Zeugen moeten het liefst nog enkele maandjes ouder zijn. Na castratie kunnen beren nog tot 4 weken vruchtbaar zijn.

Castratie is over het algemeen ongevaarlijk. Maar er moet wel goed op de verdoving gelet worden. Omdat het moeilijk is om zijn klein dier te verdoven, kan het fout gaan. Daarom is het belangrijk dat de cavia in een goede conditie is. Je hebt 2 verschillende verdovingen.

Vloeistof narcose is de “gewone” narcose. Ketamine en Domitor zijn veel gebruikte vloeistoffen. Aan de hand van het gewicht en conditie wordt bepaald hoeveel vloeistof nodig is. Ketamine bevat een pijnstiller, Domitor niet. De werking van Domitor kan worden opgeheven door Antisedan toe te dienen, Ketamine moet vanzelf uitwerken. De vloeistoffen worden door de lever en nieren afgebroken. Van Ketamine is minder nodig dan Domitor, en het werkt beter tegen ongecontroleerde zenuwprikkelen. Vaak worden deze twee vloeistoffen gecombineerd. Zo kunnen ze het dier en snel bij laten komen, en worden ongecontroleerde bewegingen tegen gegaan. Meestal wordt per kilo 0,25 milliliter Domitor gebruikt, en 0,10 milliliter Ketamine.

Dan heb je ook nog gasnarcose. Er wordt dan een mengsel van zuurstof en Isofluraan toegediend. Het is eigenlijk ook een vloeistof, maar wordt via een verdamper omgezet tot gas. Isofluraan is heel makkelijk te doseren, en kan op ieder moment worden bijgesteld. Dit is vooral handig bij kleine dieren, zoals de cavia, omdat teveel aan narcose dodelijk kan zijn. Isofluraan wordt nauwelijks opgenomen door het lichaam, dus er valt ook bijna niets af te breken. Daarom is het dier sneller hersteld van de narcose.


2.3 Paring

De cavia is om de ong. 16 dagen in haar dekbare periode. Dan is ze 20 tot 24 uur paringsbereid. Het beste moment om te dekken duurt slecht enkele uren en is niet zo eenvoudig te bepalen. Cavia’s zijn preutse dieren, en zullen niet dekken wanneer de mensen in de buurt zijn.

Tijdens de dekbare periode breekt het vlies dat de vagina afsluit, waardoor dekking mogelijk is. Het gedrag van het zeugje veranderd tijdens deze periode, ze wordt aanhaliger en luidruchtiger. Ze zeggen vaak, wanneer het mannetje wil, is het vrouwtje bronstig. Dit geld zeker niet bij cavia’s. Het mannetje probeert altijd, het vrouwtje staat alleen toe wanneer de tijd er is.

Het vrouwtje kan 24 uur na de bevalling weer paringsbereid zijn (postpartum paring), en zo snel 2 nestjes achter elkaar is niet goed voor haar. Let er dus op als je het beertje bij de zeug in het hok laat. Ook al heb je de beer laten castreren, hij is nog in staat om tot 4 weken daarna het vrouwtje te bevruchten.

Beertjes zijn al vroeg geslachtsrijp. Maar toch moet je beertjes ook niet te jong gebruiken. Dan kunnen de geslachtscellen nog niet volledig ontwikkeld zijn, en dan krijg je misvormde jongen. Hoewel beertjes best vroeg voor de fok gebruikt kunnen worden, ligt dit bij een zeugje anders. Ze is misschien wel al geslachtsrijp na enkele weken, maar fokrijp is iets anders. Ze is daarvoor nog te jong en te weinig uitgegroeid. De beste leeftijd om een zeug voor het eerst te laten dekken, ligt tussen het 5/6 maanden en 1 jaar. Als men op een later tijdstip zou beginnen aan de eerste bevalling, dan zou het zeugje moeilijker zwanger kunnen worden en ontstaan problemen rondom de geboorte. De bevalling is dan vaak ook zwaarder, terwijl er soms ook minder melk voor de jongen wordt geproduceerd. En de kans is aanwezig dat de bekken zijn vergroeid, of verhard. Sommige cavia’s kunnen er zelfs aan sterven als ze de jongen er niet uit kan krijgen. Als een goed zeugje regelmatig, maar niet te vaak, een nestje krijgt, kan ze wel tot en met haar derde of vierde jaar voor de fok gebruikt worden.

Het zal niet vaak gebeuren dat een cavia gedekt wordt in het bijzijn van de mens. Tenzij het rustig is. Cavia’s zijn toch wat schuwere dieren, meestal is het vrouwtje degene die het dan af laat weten. Na de paring wordt de vagina met een soort prop gesloten, waardoor het sperma er niet uit kan lopen, dit laat op ten duur vanzelf weer los. Het mannetje scheidt een soort vloeistof uit op het einde van de paring, en die vormt die prop. Het wordt hard en wit, en is rubberachtig van samenstelling. Heel soms kan je deze prop terug vinden in de kooi.

Soms kun je wel zien wanneer je zeugje echt is gedekt. Maar dit is geen betrouwbare indicatie. Maar er zijn beren bij die er een echte klieder boel van maken. Ze dekken het zeugje zo vaak ze kunnen, in die paar uur dat ze bronstig is. De vacht van het zeugje is dan vies en kleverig aan haar achterwerk.

H.3. Hormonen.

3.1 Vrouwtje (zeugje)

Helaas heb ik over de hormonen bij een cavia heel erg weinig kunnen vinden. Dus ga ik ervan uit dat cavia’s de bekende hormonen bezitten.

Het hormoon relaxine zorgt ervoor dat de bekken gaan open staan voor de bevalling.
Het hormoon F.S.H. zorgt voor een ovulatie (follikel stimulerend), gemaakt door hypofyse.
Het hormoon L.H. (luteïne) zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies in orde wordt gebracht, gemaakt door hypofyse.
Het hormoon oestrogeen is het vrouwelijk bronsthormoon / geslachtshormoon.
Het hormoon progesteron is het zwangerschapshormoon en remt de aanmaking van F.S.H., wordt gemaakt door het gele lichaam (corpus lutheum).
Het hormoon oxitocine zorgt voor de spierkramp tijdens de weeën.

3.1 Mannetje (beertje)

Hierover heb ik helemaal niks kunnen vinden. Dus ga ik er ook hier van uit dat zij de bekende genen bezitten.

Het hormoon testosteron is het mannelijk geslachtshormoon, wordt aangemaakt door de teelballen.

H.4. Fokbeleid.

4.1 Verantwoord fokken

Bij verantwoord fokken wordt eigenlijk, globaal gezien, bedoelt; fokken vanuit het welzijn van het dier. Dus de natuur niet forceren. Als je wilt fokken om geld met de jongen te verdienen, dan heb je het verkeerde dier gekozen. Het kost je meer dan dat het je oplevert. De moeder eet meer, de jonkies eten ook al snel. Je moet misschien vitamine c druppels bijgeven. En voor een prachtig exemplaar cavia kun je hooguit 15 tot 18 euro vragen.

Een zeug mag ook niet teveel jongen per jaar krijgen. Twee nestjes in een jaar is wel het maximum. Ook direct na een nestje weer laten dekken, vraagt erg veel van de zeug. Haar gezondheid gaat hard achteruit, en ze krijgt waarschijnlijk slechte jongen. En met een jaar of 3 tot 4, dan heeft ze voldoende nestjes gehad, en moet ze met pensioen. Dus als het om productie gaat, dan heb je ook het verkeerde dier.

Te oud voor het eerst een nestje laten krijgen is ook slecht. Als de cavia een jaar is geweest, dan zijn de bekken verhard en vergroeid. Bij langharen is dit heel erg. Het wordt dan hoogstwaarschijnlijk een keizersnede.

De voeding voorziening moet je langzaam opbouwen en afbouwen. Naarmate de dracht vordert, krijgt ze meer voer, en eventueel vitamine c druppels. Zodra de jongen er zijn ga je langzamer nog meer voer geven. Vooral als de jongen een week oud zijn. Maar als de jongen dan weg zijn na 4 weken, dan is de zeug moddervet. Dus moet je haar weer laten lijnen. Het beste is om een week nadat er gespeend is, de voerhoeveelheid ineens drastisch te verminderen. Zo moet ze wel haar lichaamsreserve opbouwen. Pas als ze weer helemaal in conditie is, en heeft uitgerust, zou ze pas opnieuw gedekt mogen worden.

Voordat je er überhaupt aan begint, moet je jezelf afvragen wat je met de jongen gaat doen. Waar gaan ze heen. En stel dat het allemaal beertjes worden, wat dan? Want beertjes raak je moeilijk kwijt dan zeugjes. Beertjes zijn namelijk niet zo gewild.

Welke 2 cavia’s zet je bij elkaar? Je kunt wel gewoon een beer en een zeug nemen, maar wat schiet je daarmee op. Kijk eerst hoe bepaalde kleuren, en zelfs rassen overerven. Zo kun je bijvoorbeeld mooie kleuren fokken, of speciale rassen. Want wie wil er nog een gladhaar of borstel? Die zijn er al talloze in dierenwinkels. Ook ga je natuurlijk niet met cavia’s fokken die gebreken hebben.

4.2 Lijnteelt

Als je met cavia’s gaat fokken, hou je natuurlijk een administratie en stamboom bij. Je schrijft zoveel mogelijk gegevens op. Wie je met wie dekt. Vanaf wanneer en tot hoelang zitten ze bij elkaar. Enz. enz. Hier een voorbeeld van een dekkaart;

Wie ♂ Winnetou ♀ Jessy
Periode Van 1 juli 2004 t/m 16 juli 2004
Bevalling Van 3 september 2004 t/m 24 september 2004

Nestje nr. 8 datum 19 september 2004
Aantal ♂ 1 ♀ 2
Gem. gewicht (gr.) 80 gram 77,5 gram
Kleuren + soort Gladharen. Zeug 1; een helft rood, driekleur Zeug 2; wit kontje, driekleur Beer; gestreept op rug, driekleur

Inteelt is iets wat je meestal moet proberen te voorkomen. Inteelt is bijvoorbeeld al de zoon zijn moeder dekt. Dit noemt men direct inteelt, omdat de verwantschap zo dichtbij is. Je kunt hiermee veel gebreken oplopen, omdat het om dezelfde genen gaat. Deze dieren zijn vaak ook klein en zwak van gezondheid.

Maar soms kan inteelt ook nuttig zijn. Dan kruis je 2 familieleden met goede eigenschappen die je wilt behouden. Dit noemt men dan veredeling. Dit kun je het beste doen door 2 ver verwanten te nemen. Dus oom met achternicht of zo. Op deze manier heb je meer kans om alleen de goede eigenschappen door te geven, en de slechte eigenschappen van inteelt niet tot uiting te laten komen.

Je moet van tevoren wel weten welke eigenschappen je wilt veredelen, en hoe deze overerven, en wat de gevolgen kunnen zijn. Zo is er ooit een satijncavia uit inteelt gekomen. Dit was een nieuwe eigenschap, en ze zijn hiermee door gaan fokken. Totdat er honderden satijn cavia’s verspreid waren. Toen is aan het licht gekomen dat vrijwel alle satijncavia’s de “satijnziekte” (osteodystrofie) met zich meedragen. Dit veroorzaakt broze botten, en verlamming. Dit is niet te genezen. Het blijkt dus, dat in het begin met de inteelt dit gen erbij is geslopen. Dit gen hangt samen met het dubbele gen voor de satijn beharing. Cavia’s die satijndragers zijn, kunnen deze ziekte niet krijgen. Omdat het gen van de ziekte dan niet tot uiting kan komen. Op röntgenfoto’s is deze ziekte te herkennen. Botten met deze ziekte hebben geen structuur meer, en worden of feller wit, of juist grijs op de foto’s.
Hieronder staan enkele röntgenfoto’s.

4.3 Stamboom

Om verantwoord te fokken, en te voorkomen dat je inteelt krijgt, heb je een stamboom nodig. Hierin hou je alles bij over de ouders en de jongen. Een officiële stamboom, zoals bij honden, is er voor cavia’s niet. Maar iedere goede fokker maakt er zelf wel een, of gebruik de software van Zoo-easy. Voor de een is dit makkelijk werken, voor de ander niet. Deze Software bevat stambomen voor alle soorten knaagdieren.

Er zijn bepaalde dingen die je zeker in je stamboom moet verwerken. Ten eerste om welk dier het gaat. Niet alleen de naam, want dan weet een ander nog niet wie het is. Maar vooral de ras en kleurslag. Ten tweede staan er zoveel mogelijk afstammingen bij, ook als je bij sommige dieren niet de volledige informatie weet. Verder dan de overgroot ouders ga je niet, omdat het dan te onoverzichtelijk wordt. Ook hierbij, als het kan, kleur en ras vermelden. Dit is namelijk belangrijk om te weten als men verder gaat fokken. Want sommige eigenschappen kunnen nog ver doorgegeven worden, en dan ineens tot uiting komen.

Hieronder volgt een stamboom voorbeeld van Zoo-Easy.

Ikzelf heb mijn eigen stamboom gemaakt. Dit omdat ik sommige aanvullende informatie miste, en omdat ik foto’s erbij wou. Hieronder volgt een stamboom van een van mijn eigen gefokte cavia’s.

4.4 Standaard

Hoe een goede cavia eruit moet zien, daar verschillen de meningen nogal over. De bouw is meestal hetzelfde, met kleine verschillen per ras. Maar over kleur wordt nog veel gediscussieerd. Vooral over bijzondere kleuren zoals saffraan en lilac, en over aftekeningen zoals schildpad. Op shows is dit ook heel erg afhankelijk van de smaak van de keurmeester.

Over de bouw zijn mensen het wel meestal eens. De cavia moet op de eerste plaats stevig zijn, en het liefste met een hoge schouderpartij. Bij gladharen is het ook belangrijk dat de snuit niet spits is, maar zo rond mogelijk. Anders duidt het vaak op incest of rasonzuiverheid. Bij tessels en sheltie’s mag de snuit wel enig sinds spitser zijn. Voor alle cavia’s geld dat de oortjes goed plat op het hoofd moeten liggen, en geen vouwtjes in de aanzet mogen zitten. De beharing is ook erg belangrijk, uiteraard met ras specifieke kenmerken. In ieder geval moet het haar glanzen, mooi aangesloten zijn, en overal even lang.

Voor bepaalde eigenschappen krijgt een cavia op een show punten, of worden er punten afgetrokken. Een cavia kan naar zijn behaalde punten bijvoorbeeld een ZG (zeer goed) of een F (fraai) halen. Goede resultaten van een show, daarmee verkoop je sneller de jonkies daarvan.

Een lijst met alle showpunten van een cavia per ras en beharing geselecteerd.

De algemene showpunten van de cavia:
De hieronder beschreven punten zijn schoonheidsfactoren die gelden voor elk type cavia, ongeacht de kleur en het ras.
• Een hoge en brede schouderpartij
• Een fraai afgeronde achterhand
• Breed ingeplante oren, iets afhangend te dragen en niet klein
• Heldere, ietwat bolle en grote ogen
• Sterk gebogen neusbrug, stomp afgerond en goed ontwikkelde wangen
• Diepe, brede en goedgevulde borstpartij
• Rechte, stevige en niet te lange voorbenen uitlopend in vier tenen
• Sterke achterbenen uitlopend in drie tenen

Vachtstructuren:
• Borstel. Een stevige, stugge beharing. De rozetten moeten gelijkmatig over het lichaam zijn verdeeld en het liefst zijn ze zo groot en rond mogelijk.
• Gekruind: Gesloten, zachte en glanzende beharing met een kruin op het voorhoofd. De kruin moet het liefst zo groot mogelijk zijn en rond van vorm
• Gladhaar: Gesloten, zachte en glanzende beharing die glad op het lichaam moet liggen. De vacht moet vrij zijn van kruinvorming en volledig doorgehaard zonder dunne plekken.
• Langhaar (Peruvian): De beharing is lang en dicht ingeplant. De kop is voorzien van een pony die de snuit geheel bedekt en de flanken en achterhand zijn voorzien van een sleep.
• Rex: Voorzien van een korte, gekroesde en veerkrachtige beharing die zeer dicht is ingeplant. De vachtstructuur is ruw en stug en moet zo egaal mogelijk verdeeld zijn.
• Satijn: Voorzien van een gesloten, zachte en glanzende beharing van normale lengte. De vacht heeft een zeer zachte structuur en een fraaie satijnglans.
• Sheltie: De beharing is lang en dicht ingeplant met uitzondering van kop en snuit die voorzien zijn van een normale beharing. Er is geen pony aanwezig.

H.5. Dracht.

5.1 Verzorging

Aan de cavia kun je na een tijdje voelen of ze zwanger is. Als je je hand onder de buik legt, en er stevig omheen houdt, moet je de jonkies kunnen voelen bewegen. Dat kan niet meteen de eerste paar dagen, en ook niet als de cavia niet stil zit. De bewegingen van de jonkies zijn pas goed te voelen vanaf de 40ste dag. Ook zie je dat de cavia duidelijk op een plek, vooral in de zij, dikker wordt, en meer wilt eten.
De draagtijd van een cavia varieert van 65 tot 70 dagen. Langer is ook niet uitgesloten. Dat hangt af van de leeftijd, conditie en voeding. Er ontwikkelen zich 2 tot 5 jongen in de buik, ondanks dat cavia’s maar 2 tepels hebben. Maar de jongen worden dan netjes om de beurt gezoogd, aangezien ze ook meteen hard voedsel kunnen eten. Het schijnt dat de wisseling van de tanden zelfs al in de baarmoeder plaatsvindt.

Maar mij lijkt het waarschijnlijker dat meteen het “grote” gebit aangroeit. Want volgens mij heeft het geen nut om melktanden te hebben in de baarmoeder, en tanden zijn moeilijk afbreekbaar, dus waar laat het lichaam dat?
Ong. 14 dagen voor de geboorte gaan de oogjes al open van de jonkies. Dit kun je zien als er de jonkies te vroeg geboren worden. Op het eind van de zwangerschap zal elk jong tussen de 75 en 100 gram wegen.

De hoeveelheid voedselbehoefte van de zeug zal uiteraard toenemen, want ze eet tenslotte voor meerdere. Je moet de portie voedsel verhogen, en ook zeker geen dag hooi en groenvoer overslaan. Een normale zeug heeft zo’n 30 gram korrel per dag nodig, aan het eind van een drachtige cavia moet dit bijna verdubbeld zijn.

Zorg ook voor extra vitamine C. Dit kan in de vorm van druppels die aan het drinkwater toegevoegd moeten worden, maar dan zul je eerst het water moeten uitkoken, omdat de vitamine ook snel verdwijnt in het water. Je kunt ook vitamine C-rijke groentes geven, zoals paprika, of vitamine C brokjes. Per 1 kilo lichaamsgewicht hebben gewone cavia’s ong. 20 mg vitamine C per dag nodig. Ook moet er gelet worden op het vitamine B gehalte. Een tekort bij zwangere zeugjes is herkenbaar door haaruitval.
In de eerste periode van de dracht kan men invloed uitoefenen op de nestgrootte. Men heeft ontdekt dat magere cavia’s, nadat ze ong. 2 weken voor de dekking ruim gevoerd worden (waardoor ze beter groeien), meer jongen ter wereld brengen dan wanneer ze in normale conditie zijn.

Behalve extra en vitaminerijk voedsel heeft een zwanger vrouwtje niet veel meer aparte verzorging nodig. Alleen oppakken moet zoveel mogelijk vermeden worden. Dit kan een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van de jongen. Alleen als het echt moet, bijv. om de kooi te verschonen, dan moet je zorgen dat je de hele buik goed ondersteunt. En ga er dan ook niet hele afstanden mee wandelen. Een beetje rust in de omgeving van de cavia kan ook geen kwaad.
Ontwormen bij cavia’s dat gebeurd bijna nooit, aangezien het zelden voorkomt dat een cavia wormen heeft. En het heeft sowieso een nut omdat bij een drachtig zeugje te doen, want dan zijn haar jongen waarschijnlijk toch al geïnfecteerd. Dat kun je beter na de geboorte doen bij allemaal tegelijk.

5.2 Ontwikkeling

Over de embryonale ontwikkeling van een cavia jong valt niet zoveel te zeggen. Hier is tot nu toe helaas nog weinig over bekend.

Het is wel bekend dat ong. 14 dagen voor de geboorte de ogen open gaan, en zelfs het wisselen van de melktanden zou al in de baarmoeder gebeuren.

In de tweede helft van de dracht (na +/- 30 dagen) begint het jong snel te groeien. Na de eerste 40 dagen zijn zelfs al bewegingen te voelen.

H.6. Geboorte.

6.1 Voorbereidingen

Het beertje kun je voor de bevalling het beste eruit halen. De zeugjes kunnen hier gestrest van raken. En het beertje bemoeid zich nergens mee. Hij bevrucht het zeugje alleen, en heeft geen verdere rol in de zwangerschap, geboorte of opvoeding. Zeugjes die gewend zijn te werpen met het beertje erbij, daar maakt het niet veel uit. Het beertje moet dan tenminste 4 weken gecastreerd zijn.

Het bekkenbeen dat is een harde beenstructuur die vlak onder de buik te voelen is. Drie tot vier dagen voor de bevalling beginnen de bekken zich al te openen, hiervoor zorgt het hormoon relaxine. Het komt ook wel eens voor dat dit maar een paar uur voor de bevalling gebeurd. Een ervaren iemand kan zo voelen wanneer de bevalling in aantocht is. Je kunt dit net achter de vulva voelen, als twee botten die in een V liggen. Normaal sluiten ze tegen elkaar aan. Bij ontsluiting openen deze zich. Zodra je er een wijsvinger tussen kunt doen, dan is de ontsluiting volledig.

Met warm weer kun je een baksteen in een emmer koud water leggen. Als de bevalling dan begint, leg je deze tegen de zeug aan. Dit voorkomt oververhitting tijdens de bevalling.

Verder hoeven er geen echte grote voorbereidingen getroffen te worden. Je kunt hoogstens zorgen dat het rustig blijft in de omgeving voor de cavia.

6.2 Bevalling

Als een cavia dan een tijdje volledige ontsluiting heeft, dan is het moment nabij. Je voelt of er al iets voor de opening ligt. En soms kun je ook voelen, of het kopje niet verkeerd ligt.

Als de weeën beginnen dan gaat de cavia zwaarder ademen, en je ziet de buikwand lichtjes samentrekken. Meestal blijft ze vanaf nu liggen. En zijn haar achterpoten naar achteren gesperd.

Het kan zijn dat het jong onder haar geboren wordt, maar meestal gewoon achter. Dat ligt aan de houding van de moeder. Zodra het eerste jong geboren is scheurt de moeder de geboortevliezen open. Zou ze dit niet doen, dan zou het jong stikken. Ze bijt ook de navelstreng door, hiermee wordt de verbinding verbroken tussen placenta en jong. De vliezen worden opgegeten, en het jong wordt schoon gelikt. Het schoonlikken is vooral om de neus en de mond open te krijgen, en dan volgt pas de rest van het lichaam. Dan is de volgende al ruim onderweg. Het opeten van de vliezen en de placenta is ook een instinct. De geboorte geeft een sterke geur af aan, en daar komen roofdieren op af. Als de moeder het opeet, dan is dat gevaar minder. De jongen worden met open oogjes (deze zijn al open 14 dagen voor de geboorte) en met een vacht geboren, dit zijn dus nestvlieders. Ze kunnen ook al direct vluchten bij eventueel gevaar.

Aan het einde van de geboorte komt pas wat bloed samen met de placenta, door spier samentrekkingen naar buiten. De geboorte zelf is dus niet zo’n kliederboel. Deze worden ook weer direct opgegeten.

Laat de moeder vlak voor en tijdens de bevalling met rust, tenzij het echt niet anders kan. Laat haar ook na de bevalling rustig de jongen schoon likken, en alle geboorteresten opeten. Verwijder de overgebleven resten pas enige tijd later. Ook een moeder met pas geboren jongen moet je een beetje met rust laten. Jonge moeders kunnen er behoorlijk gestrest van raken, en dan besteden ze geen aandacht meer aan hun jong.

Dat ze de placenta opeten is in het wild niet alleen belangrijk voor het weghouden van roofdieren, maar het heeft ook een andere reden. Er zitten namelijk 2 stoffen in. Een zorgt ervoor dat de melkproductie goed op gang komt. En de ander zorgt ervoor dat de baarmoederhoorns weer inkrimpen.

Als je een andere zwangere cavia erbij hebt zitten in het hok, dan moet je zorgen dat ze ongeveer even lang drachtig zijn. De ander kan namelijk meehelpen met de jongen schoonlikken. En zo krijgt ze hormonen binnen, die bij haar de weeën opwekken. Als de cavia nog niet lang genoeg draagt, krijg je dus te vroeg geboren jongen.

6.3 Geboortehulp

De bevalling is snel, en duurt zo’n 20 – 30 minuten, waarbij de jongen snel achter elkaar worden geboren. Het kan gebeuren dat er een jong blijft steken in het geboortekanaal. Het is dan voor een keizersnede al te laat. Dit kan gebeuren doordat het een stuitligging of dwarsligging was. Maar het kan ook zijn dat er iets mis is met de bekken. Als je ruim voor de geboorte een röntgenfoto laat maken, kun je dit voorkomen. Zo kun je bij de dierenarts ruim op tijd een keizersnede plannen. Zit het jong eenmaal in het geboortekanaal vast, dan zou je moet spoed naar de dierenarts moeten, zodat de moeder misschien nog te redden valt. Anders puft zij zich letterlijk dood. Maar meestal sterven de kinderen, maar ook de moeder. Als het jong er gedeeltelijk uit is, maar de rest blijft steken, dan zou je voorzichtig kunnen proberen het jong eruit te trekken.

Soms wil het ook lukken het jong zelf uit het geboortekanaal te halen. Je gaat dan met je pink in de vulva, en probeert met je nagel achter iets (beste is het gebit) van het jong te haken. Zo kun je hem er soms uittrekken. Trek altijd op het ritme van een wee.

Het kan ook eens voorkomen, vooral bij zeugjes die voor het eerst moeder worden, dat ze niet weten wat ze moeten doen. Ze kunnen in paniek raken, maar bij en normale bevalling zullen de jongen er wel uitkomen, alleen heb je kans dat ze door toedoen van de moeder sterven. Pak dan, als het echt niet anders kan, het jong meteen uit de kooi. Als je een andere moeder hebt, kun je vaak het jong daar probleemloos bij zetten, anders zul je moeten proberen het jong met de hand groot te brengen.

Als de moeder het jong niet eens likt, dan moet je wel meteen actie ondernemen. Maak het vlies om het jong kapot, als dit er nog omheen zit. Houdt het jong op de kop, zodat de vloeistof uit zijn longen kan stromen. Maak dan met je pink de mond vrij van slijm. Vervolgens ga je met een warme handdoek over het jong wrijven, zo breng je de ademhaling op gang.

6.4 Complicaties

Tijdens de dracht of dekkingen kunnen allerlei dingen gebeuren. Soms zonder direct aanwijsbare reden, bijvoorbeeld erfelijkheid. Maar soms ook door voeding e.d.

Problemen bij de zwangerschap
Als het zeugje stil in een hoekje zit met de haartjes rechtop en slecht of niet meer eet, dan is dit een teken dat er iets niet in orde is. Het is dan zeer waarschijnlijk dat het zeugje zwangerschapsvergiftiging heeft. De prognose is dan helaas niet goed, behandeling slaat vaak niet aan. De kans op zwangerschapsvergiftiging wordt vergroot door; te dikke zeug, voedingstekort, stress, ziekte van de zeug (bijv. schurft of schimmel).

Ook miskraam of een schijndracht komt regelmatig voor. Bij een miskraam wordt het jong verworpen, dit heeft meestal een medische achtergrond. Maar kan soms ook uit stress worden veroorzaakt. Bij schijndracht dan denkt de zeug dat ze zwanger is. Er is ook vruchtvlies e.d. maar er is geen vrucht. Er kan zelfs een bevalling komen.

Problemen bij de geboorte
Dystocia (weeënzwakte) komt voor als de jonkies te groot zijn, of fout liggen, bij onvoldoende ontsluiting, onvoldoende persweeën, misvormde jonkies. Als de zeug meer dan 20 minuten continu perst, of als er na 2 uur persen met tussenpozen, nog geen jong is, dan is het goed mogelijk dat er sprake is van dystocia. De weeën moeten dan door een dierenarts opgewekt worden met oxytocin. Als er na 15 tot 30 minuten nog steeds geen bevalling heeft plaatsgevonden, is een keizersnede de enige oplossing. Als de zeug nog in goede conditie is, heeft deze operatie een goede kans van slagen. Is het dier uitgeput en ziek, dan wordt de operatie meestal gezien als een kans om in ieder geval de jonkies levend ter wereld te brengen.

Stuitliggingen komen bij cavia’s ook wel eens voor. De kont komt dan als eerste naar buiten. Het gevaar bestaat dat de navelstreng klem komt te zitten, en er dus zuurstof tekort komt. In het ergste geval breekt de navelstreng te vroeg af. Bij zo’n geboorte zul je hulp moeten verlenen.

Het kan ook voorkomen dat de nageboorte blijft zitten. De zeug blijft dan hevig bloeden, terwijl ze niet uitgescheurd is. Je kunt dan de buik richting uitgang masseren. Doe dit niet te hard, want je kunt de baarmoeder er zelfs uitduwen. Helpt dit niet, dan zullen opnieuw weeën opgewekt moeten worden door een dierenarts.

Problemen na de geboorte
Ontstoken melkklieren. De melkklieren zijn gezwollen en rood en voelen warm aan. De ontsteking wordt veroorzaakt door een bacteriële infectie. Met een antibiotica en een zalf van de dierenarts gaat het over. De jonkies mogen dan niet meer bij de moeder drinken. Omdat het beter is dat ze geen medicatie binnen krijgen.

Na de geboorte kan ook de baarmoeder ontstoken raken. Dit komt meestal doordat er iets is achtergebleven. Het stinkt echt enorm, en er komt een bruinige vloeistof uit de vulva. Dit gaat bijna altijd gepaard met koorts. De zeug moet op een antibiotica kuur, en de resten uit de baarmoeder moeten verwijderd worden. Tegen de pijn kan men om de 12 uur 250 gram paracetamol geven.

6.5 Nazorg

Cavia’s zijn nestvlieders en kunnen dus al redelijk voor zichzelf zorgen. De jongen hebben al meteen een volledig darmstelsel en een gebit. Ze kunnen meteen mee eten, alhoewel ze met de harde brokjes vaak nog even wachten. Ze drinken ook nog 2 tot 3 weken moedermelk. Na die tijd drogen de melkklieren op, en jaagt de moeder de jongen weg.

Biest (eerste moedermelk) is erg belangrijk. Ten eerste krijgen ze zo natuurlijke afweermiddelen mee tegen ziektes. Ten tweede zorgt het voor de afdrijving van de darmpek (eerste ontlasting). En als laatste is het goed voor de moeder – kind binding.

In de moedermelk zitten voedingstoffen nodig die de jongen nodig hebben in hun eerste levensweken, het behoud ze ook voor ziektes. Dus zorg zeker nog voor een goed vitamine C gehalte. Controleer altijd of beide tepels melk geven. Kijk of de jongen goed groeien, en ze allemaal wel melk krijgen. Anders moet je ze met de hand gaan bijvoeren. Profitar is een middel wat verkrijgbaar is om ze mee bij te voeren. Dit kan met een spuitje gedaan worden. Vaak wordt hier water en suiker aan toegevoegd. Ook lammerenmelk is een goede en goedkope oplossing. Je kunt hier vitamine druppels, en venkel / kamille thee aan toevoegen.

De melk moet op lichaamstemperatuur gegeven worden (38.5 graden). De slikreflex van de kleintjes is nog niet goed ontwikkeld, daarom moet er heel voorzichtig gedaan worden met het voeden. Als het diertje een te grote slok ineens binnenkrijgt kan dat in de longen terechtkomen en kan het caviaatje stikken. Je kunt het beste met een pipet of 1 ml spuitje voeren. De eerste dagen zal het dier genoeg hebben aan 1ml per keer. Dan moet je iedere 2 uur voeden, ook 's nachts. Na het voeden moet je met een wattenstaafje, gedrenkt in lauw water, de onderbuik van de kleine masseren. Zo stimuleer je de stoelgang. Het is van belang dat de kleintjes warm liggen. Na de eerste week is het genoeg om de 3 a 4 uur te voeden. De caviaatjes zullen dan ook wat meer drinken, zo'n 2 tot 3 ml per keer. Venkelthee is goed voor de stoelgang.

Controleer ook de eerste dagen of de moeder geen complicaties heeft opgelopen van de bevalling, bijv. zwellingen.

De moeder en de jongen hoeven niet ontwormt te worden, omdat dit maar hoogst zelden voorkomt bij cavia’s. Tegenwoordig is er een middel verkrijgbaar wat ze voor anti-parasiet gebruiken, en ook wormen bestrijd. Dit wordt gedaan vlak voordat de jongen het nest uitgaan.

De jongen moeten nog gem. 4 weken bij de moeder blijven. Als ze min. 180 gram wegen, dan hebben ze hun “speenleeftijd” bereikt. Dat is na 3 tot 4 weken, dan worden ze niet meer gezoogd. Als ze 300 gram wegen (meestal met 4 weken), dan zijn ze sterk genoeg om alleen verder te gaan. Denk er wel aan dat ze vroeg vruchtbaar zijn.

Jonge cavia’s eten ook de keutels van de moeder. De moeder doet dit zelf ook, om zo optimaal van de voedingstoffen te profiteren. Maar omdat de jongen alle voedingsstoffen eruit halen, zit er niks meer in hun keutels. Daarom eten ze die van de moeder op. De jongen kunnen ook nog niet alle vitamines zelf aanmaken wat de moeder wel kan, dus op die manier krijgen ze dat toch binnen.

Kijk ook naar de groei van de jongen. Beertjes zullen iets sneller groeien dan zeugjes. Maar controleer ook de hoeveelheid tenen, of de jongen niet blind zijn e.d.
Jonge dieren zijn sneller vatbaarder voor ziektes, ben dus erg voorzichtig met hygiëne.

Begin ook al vroeg met het oppakken van de jongen. Zo raken ze al aan alles gewend. Ook langharige moet je al vroeg gaan borstelen, zodat ze dit in de toekomst met gemak toelaten. Ook de cavia steeds belonen is een goede optie om te zorgen dat hij niet bang wordt.

H.7. Genetica.

7.1 Algemeen

Fokzuiverheid is iets belangrijks in de genetica, als je met dieren wilt gaan fokken. Daarom moet je raszuivere cavia’s kopen. Dit is ook belangrijk om geen inteelt cavia’s te hebben. Bij inteelt ligt de verwantschapsgraad hoger dan gemiddeld. Een extreem voorbeeld, wat bij cavia’s niet kan gebeuren, is zelfbevruchting. De heterozygoten genen worden steeds bij elke volgende generatie gehalveerd, hoe minder inteelt, hoe minder snel dat het gaat.

Fokzuiver houdt eigenlijk simpelweg in dat de genen “zuiver” zijn. En niet dat het dominante gen tot uiterlijk komt, maar er ook een recessieve zit. Dus bijv. een hoofdletter R en een kleine letter r samen, wordt; Rr, dat is fokonzuiver, want het zijn niet 2 gelijke letters. De hoofdletter verdringt de kleine, dus als R voor zwart staat en r voor wit, zie je aan de buitenkant alleen zwart. Terwijl de cavia wel het witte gen kan doorgeven aan de jonkies.
Fokzuiver heet ook wel homozygoot als het gaat om een bepaalde groep genen, en heterozygoot is fokonzuiver.

Als je 2 dezelfde rascavia’s die ook nog beide fokzuiver zijn, dan kun je zo zeggen hoe de jongen eruit komen te zien. Natuurlijk heb je altijd mutanten, maar die kans is zo minimaal, dat die niet van belang is. Heb je 2 verschillende fokzuivere cavia’s, of fokonzuivere, dan is het verstandig eerst een kruisingsschema te maken, zodat je weet hoeveel procent kans je hebt of wat voor een jong. Natuurlijk is dat in de praktijk wat onhandig, omdat je talloze genen hebt, maar zo kun je bijv. wel bepalen wat voor een kleuren mogelijk zijn. Mits je weet welke genen kleurbepalend zijn bij cavia’s. Zo ziet een simpel kruisschema eruit;

R r
r Rr rr
r Rr rr

7.2 Overerving

Cavia's zijn er in vele kleurslagen. De wildkleur is de agouti, die is opgebouwd uit 6 kleurfactoren, namelijk AA.BB.CC.EE.FF.PP. Wat betreft de vacht zijn er de gladharige, borstelharige, de satijn, de langharige, de rexen, en de crested (een kruin op de kop). De satijnbeharing is mooi glanzend als er ligt opvalt. Deze eigenschap is bijv. recessief, dat houdt in dat jongen afkomstig van een satijn en een gladharige cavia, gladharig zijn. Zo zijn de borstels en de kruinen dominant. De nakomelingen van gladharig en gekruinde hebben allemaal weer kruinen (mits de kruin ouder dominant is), alleen zijn dan de officiële kleurslagen voor de 2 soorten gekruinde niet, of minder aanwezig. Maar onderling geeft dat wel weer goede kruinen. Goede witte kruinen (vereiste Amerikaans gekruinde) onderling gepaard, levert in het algemeen steeds meer witte (bonte) dieren op.
Zo zijn er nog enkele eigenschappen meer de cavia’s dominant overerven;
Normaal haar over lang haar, en agouti over zwart/chocolade/lilac/rood.
Zo kun je de volgende genetische formules krijgen;
goud satijn = aa bb CC ee pp sasa rr stst
goud amerikaans crested = aa bb CC ee pp SaSa rr StSt
borstelharig goud = aa bb CC ee pp SaSa RR stst
goudagouti= AA BB CC EE PP SaSa rr stst

Als jij een normaalharige cavia kruist met een satijnhaar, dan zullen de nakomelingen allemaal normaalharig zijn. Maar zij dragen wel het recessieve gen voor satijnhaar bij zich. Zo’n cavia wordt een carriër genoemd. Het verschil tussen een carriër en een normaal kun je zien aan de grote, de carriër is iets groter, dit wordt hybride fok genoemd.
Een carriër en een satijn samen gekruist geeft voor de helft satijn en voor de helft carriër. Toch is deze kruising de beste manier om goede satijn te krijgen. Want als je 2 satijnen kruist, dan is de levensduur korter, en worden ze kleiner qua afmetingen.

Er bestaat ook nog een soort van intermediaire overerving. Intermediair betekend bemiddeling, en is dus een soort compromis tussen 2 dingen. Dat houdt in dat een eigenschap niet overheerst wanneer die maar een keer aanwezig is. Dus je hebt een soort van halve genen. Het kan bij sommige genen gebeuren dat ze voor de helft overerven, dat moet je een beetje zo zien;

Hierbij hebben ze beide dezelfde erfelijkheidsfactor, en dus evenveel inbreng. Een eigenschap die cavia’s bijvoorbeeld intermediair overerven is de vachtkleur crème, en dat ze meerdere tenen hebben.

Zo heb je ook verdunningsfactoren. Geen van beide genen overheerst, maar toch komt er een voornamelijk tot uiting, maar de kleur is licht verdunt of versterkt. En dat komt door het andere gen. Die verdunningsfactor kan bij bepaalde genen worden uitgedrukt in een cijfer, maar het kan ook in combinatie met een bepaalde kleur een letter zijn. De wordt dan weergegeven als een subscript. Dat ziet er zo uit;

E = geel pigment e = schildpad (zwart-geel)
F = beïnvloed de sterkte geel/bruin, behalve de kleur zwart
P = verdunt zwart, met rode oogkleur
R/M = factor voor borstel- en ruwharige
L = lengte van het haar
(kruising tussen normaal en lang geeft intermediair)

S = hollander, wordt weergegeven in S1, S2, S3 enz.
Hoe meer S, hoe meer wit, en hoe groter de vlekken.

=> hier een schema weergegeven met kleurfactoren in het Engels beschreven;

SYMBOOL NAAM
a Non-agouti
b Brown
ck Dark dilution
cd Light dilution
cr Red eyed dilution
ca Himalayan
dm Diminished
ep Tortoiseshell
e Red
gr Grizzled
l Long hair
m Rough modifier
p Pink eyed dilute
R Rough
re Rex
Rs Roan spotted
s White spotted
si Silvering
St Star



Naam (engels) Genetische formule Naam (engels) Genetische formule
Albino bbcacaee Lilac agouti pp
Beige aabbpp Magpie aacrcrepep
Beige agouti bbpp Red bbee
Black aa Self golden bbeepp
Black eyed golden bbee Sepia aacdca
Blue aacdca Silver crcr
Blue roan aasisi Strawberry roan eesisi
Chocolate aabb Tabby epep
Chocolate agouti bb Tortoiseshell black aaepep
Cream black eyed bbee Tortoiseshell chocolate aabbepep
Cream pink eyed bbeepp Tortoiseshell white aaepepss
Dalmatian Whwh Tricolour epepss
Dapple Whwh Dutch aass
Harlequin aacdcdepep Abyssinian mmRR
Himalayan black aacaca Crested StSt
Himalayan chocolate aabbcaca Peruvian llmmRR
Lemon agouti dark cdcd Rex rere
Lemon agouti light bbcdcd Sheltie ll
lilac aapp
Schema met de genenformules per kleur

Bronopgave.

· genotypes of varieties of cavy, robinson 1987

· fokkersbelangen.nl

· vantuyl.uwnet.nl

· cavia.pagina.nl

· dierenartsen.nl

· degrotecavia.nl

· overzicht van de genetica, J.F. Crow 2e druk

· avicultura, diverse jaargangen

· cavia’s als liefhebberij, R.R.P. van der Mark, 6e druk

· de cavia en cavia-achtigen, Anneke vermeulen-slik, rob dekker, 2e druk

eigen ervaring, en die van kennissen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Leuk werkstuk over cavia's, met veel wetenswaardigheden.
Binnenkort nemen we ook een cavia in huis dus ik heb er zeker wat van opgestoken.
Bedankt.

16 jaar geleden

J.

J.

Ik las dat je had getypt dat cavia's niet in het openbaar paren of als er mensen zijn. Dat is dus helemaal fout, cavia's doen gewoon waar ze zin in hebben, en willen ze paren dan doen ze dat dus ook, en dus ook wanneer er mensen in de buurt zijn.

Groetjes Janice.

12 jaar geleden

B.

B.

Een prima werkstuk!
Ik fok zelf al 30 jaar gladhaar cavia's en kan hier nog veel goede informatie uit halen.

P.s. ben jij de Fridarica die bij Helicon gezeten heeft?????

10 jaar geleden