VMBO'ERS GEZOCHT!

5 euro verdienen? Doe mee aan het Nationale Scholierenonderzoek. Vul de vragenlijst in over jouw toekomstplannen (ongeveer 10 min) en je krijgt 5 euro op je rekening (binnen 5 werkdagen). 

 


Naar de vragenlijst


ADVERTENTIE
Hou jij van plannen, regelen en organiseren? Misschien is een opleiding van Schoevers iets voor jou! Daar leer je plannen, regelen en organiseren op hoog niveau, zodat jij daar later je beroep van kunt maken. Tijdens onze Open Dag op 1 februari in Amsterdam of 8 februari in Utrecht vertellen we alles over de opleiding én over hoe het is om bij Schoevers te studeren.

Meer info!
Inleiding

In de oude tijd beschouwde men in Egypte de aap als een heilig dier. Wanneer de apen bij zonsopgang begonnen te krijsen, dacht men dat dit een loflied was ter begroeting van de zonnegod. En omdat de apen dit iedere morgen deden en het nooit vergaten vonden de oude Egyptenaren dat ze de godsdienstige plichten zeer goed na kwamen en daardoor een voorbeeld waren voor alle mensen. De apen mochten dan ook niet verwaarloosd worden en kregen van alle kanten voedsel. Je kan het een beetje verglijken met de koe in India.

Apen zijn er in allerlei soorten. Ze hebben verschillende uiterlijkheden zoals een verschil in kleur vacht, lengte van de haren, gezichtskleur, lengte, hoe ze leven, welke geluiden ze maken.De aap heeft altijd veel belangstelling van de mens gehad. Apen spreken mensen aan. De mensen vinden apen altijd erg leuk. Door de bewegingen die ze maken en bijvoorbeeld de gezichten die ze kunnen trekken doen ze ons aan onszelf denken.

Vanuit het verleden zijn ze dan ook nauw verwant met de mens. Dit zien we niet bij alle apensoorten even duidelijk terug. De apen bij wie dit wel het geval is zijn de zogenoemde mensenapen. Dit zijn apen door de bewegingen en zoals ze zich kunnen gedragen erg op de mensen lijken. Ze kunnen namelijk op twee benen lopen, hebben geen staart en zijn intelligent.

Ontwikkeling van de aap

Apen zijn goed ontwikkelde zoogdieren. Zij beschikken over een grote intelligentie.
Hun hersenen zijn relatief groter dan die van de andere dieren, speciaal de grote hersenen zijn groter en ingewikkelder van bouw. Het gebit is volledig, met sterk ontwikkelde hoektanden. De apen zijn alleseters. Al gaat hun voorkeur uit naar plantaardig voedsel, zoals vruchten, noten, knoppen, bloemen, bladeren, wortels en knollen, zij eten tevens jonge vogels en eieren, kruipende dieren, insecten en
insectenlarven, slakken, mosselen, enz. De zintuigen zijn goed ontwikkeld, met name de ogen waardoor de apen goed afstanden kunnen schatten. Dit is erg belangrijk voor hun leven in bomen (grijpen van takken). De voorste ledematen zijn echte armen met een rolgewricht en een grijphand; de achterste ledematen eindigen meestal in grijpvoeten met grote teen. Vingers en tenen zijn voorzien van platte nagels. De grootte varieert van 17–19 cm tot 170–180 cm. Het gewicht van apen kan 85 gram zijn (klein klauwaapje) tot 300 kg (gewicht van een volwassen mannelijke gorilla).

Hoe leven ze?

De meeste apen zijn dagdieren. Ze zijn helemaal aangepast om in bomen en in het bos te leven. Alleen een aantal apen leeft op rotsen, zoals de bavianen. Als nachtverblijf bouwen de apen soms een nest van takken en bladeren in de bomen. Soms zie je dat alleen de vrouwtjes en de jongen gebruik maken van de nesten en dat de mannetjes op een bed van takken en bladeren onder aan de boom slapen. De lagere soorten leven veelal alleen, de hogere in troepen. Zo’n troep kan bestaan uit een harem met mannetje, enkele wijfjes en jongen, uit een familie. Waarschijnlijk is alleen de Oerang Oetang monogaam. Dat wil zeggen dat één mannetje maar één vrouwtje heeft. In de troep heerst als regel een strenge sociale rangorde met een mannetje als leider aan de top. Alle apen uit de troep doen hun uiterste best zich aan de geldende regels van de groep te houden. Als apen niet met elkaar kunnen opschieten ontstaan er wel eens kleine ruzietjes waarna ze proberen elkaar te ontlopen. Er wordt alleen fel gevochten wanneer een mannetje een ander van zijn plaats in de rangorde probeert te verdringen.
De wijfjes brengen jaarlijks één jong ter wereld, dat door de moeder aan de borst (later soms op de rug) wordt meegedragen. Over het algemeen verzorgen de apen hun jongen bijzonder goed. In de dierenwereld zijn de apen de meest liefdevolle ouders ook al verwennen ze hun jongen niet. Als een aapje iets doet wat niet mag krijgt hij eenvoudig een tik of de moeder houdt haar jong bij een arm/been of staart vast. Wordt er in de groep een waarschuwingssignaal gegeven dan rennen de moeders onmiddellijk op hun jongen af en vluchten hiermee de dichtstbijzijnde bomen in. Natuurlijk komt het ook wel eens voor dat een moederaap geen goede moeder kan zijn. Ervaring speelt over het algemeen een belangrijke rol. Een vrouwtje dat al eerder jongen heeft grootgebracht, weet hoe ze er mee moet omgaan en houdt het rustig vast, zonder acht te geven op zijn gespartel. Maar er zijn ook vrouwtjes die nerveus, prikkelbaar en onzeker zijn en nooit goed leren om met een jong om te gaan. Het sociale leven van de apen is hoog ontwikkeld; naast een aantal handelingen (bijv. ‘vlooien’), speelt ook de mimiek een grote rol.

Mensapen

Mensapen dragen hun naam niet voor niets. Zij lijken het meest op de mens. Het zijn grote apen die op de grond op de voetzool lopen en daarbij steunen op de bovenzijde van de omgebogen vingers (op de knokkels). Zij onderscheiden zich van andere apen (en lijken daardoor meer op de mens) doordat ze geen wangzakken hebben, geen ziteelt op de billen (met uitzondering van de Gibbons) en ze hebben geen staart. De armen zijn langer dan de benen. De benen zijn kort en hebben geen kuiten. Het gelaat is bij volwassen dieren sterk ontwikkeld. De kaken zijn zwaar en bevatten een krachtig gebit met sterk ontwikkelde hoektanden en twee voorkiezen plus drie kiezen in elke kaakhelft.
De zwangerschap van een mensaap duurt bijna net zo lang bij mensen en blijven de jongen heel lang afhankelijk van hun ouders en de andere groepsleden. Tegenwoordig komen mensapen alleen nog maar voor in Midden-Afrika en Zuidoost- Azië.

Men rekent tot de mensapen : de chimpansee, de gorilla, de gibbon en de oerang oetan.
Mensapen zijn zeer intelligente dieren. Ze kunnen zelfs 'gereedschappen' gebruiken voor
allerlei doeleinden. Stenen om noten mee te kraken, stokken om roofdieren te verjagen en twijgjes om termieten uit hun termietenheuvel te peuteren.
Ofschoon de mensapen met zijn lichaamsbouw dicht in de buurt van de mens komt komen zijn hersenen niet in de buurt van de hersenen van de mens. Bij een volwassen mannetjes gorilla van 2 meter hoog en 300 kilogram zwaar zijn de hersenen even groot en even zwaar als die van een pasgeboren mensenbaby en wegen ze nauwelijks 1/3 van het gewicht van een volwassen mens. Ook ontbreekt bij de hersenen van de mensapen het centrum wat bij de hersenen van de mens ervoor zorgt dat ze kunnen praten.

Leiders

De dominante mannetjes zijn bij de apen de heersers. Ze willen het liefst rust in de groep. Ze handelen onder invloed van hun aangeboren neigingen. Ze proberen tot op hoge leeftijd hun gezag te blijven handhaven. Ze hoeven, om de orde te handhaven, in de meeste gevallen geen geweld te gebruiken. Gewoonlijk slagen zij erin, de rust verstoorders tot de orde te roepen door te dreigen. Ze beginnen met een dreigende blik. Blijkt dit onvoldoende dan trekt hij zijn hoofdhuid naar achteren en spert de ogen wijd open. Is dit nog niet genoeg dan gaat hij in een gespannen houding rechtop staan, zet de nekharen rechtop en spert de bek wijd open zodat de grote hoektanden zichtbaar worden. Soms doet hij hierbij een paar stappen naar voren en slaat dreigend op de borst of op de grond. Maakt dit zelfs dit niet voldoende indruk dan stormt hij tenslotte op de ander af om hem tegen de grond te drukken, als een soort waarschuwing, of in het ergste geval de ander een nekbeet toe te dienen. Meestal komt het niet zover omdat de andere aap, wanneer het dominante mannetje indruk maakt om op hem af te komen, zich plat op de grond drukt en zijn hoofd weg draait. Worden ze ingehaald als ze wegrennen,dan draaien ze vlug hun zitvlak naar de leider toe. Dit is voor hun een teken van ondergeschiktheid en vreedzaamheid. De leider van de groep zal bij het eten ook het eerste het voedsel mogen pakken. Daarna mag steeds de hoogste in rang dit ook doen. Een ondergeschikte zal nooit een vrucht pakken, ook al ligt deze bij de voeten, als er een aap naast zit die hoger is.

De doodshoofd aapjes.

Ook al zijn de doodshoofdaapjes erg klein, toch zijn ze familie van de grotere Zuid-Amerikaanse apen. Ze lijken in bouw en gedrag namelijk meer op de geelborst aapjes dan op de dwergaapjes uit Zuid-Amerika. Een groep doodshoofdaapjes kan wel uit honderd dieren bestaan. Op zoek naar vruchten, bladknoppen, en allerlei insecten trekt zo’n groep door het oerwoud heen. Vrijwel overal in de onmetelijke regenwouden van Midden-Amerika en Zuid-Amerika leven doodsaapjes. Maar ze zien er niet allemaal hetzelfde uit want van plaats tot plaats verschillen ze van kleur. Doodshoofdapen vrouwtjes krijgen eenmaal per jaar jong. Ook al is een groep nog zo groot er zijn slechts een paar mannetjes die voor de voortplanting zorgen. Deze mannetjes dekken de vrouwtjes in het vroege voorjaar zodat die vijf maanden later allemaal rond dezelfde tijd jongen krijgen. Dat is bijzonder want de meeste andere apen hebben niet zo’n
duidelijk geboorte seizoen. Jonge doodshoofd aapjes zijn al snel na de geboorte sterk genoeg om op de rug van de moeder te klimmen en zich zo goed vast te houden aan de haren dat ze zelfs bij de ruigste sprongen er niet af vallen. Ze drinken meer dan zes maanden en zijn twee jaar later geslachtsrijp.

De geelborst aapjes

De geelborst apen hebben hun naam te danken aan hun duidelijke geel tot geel bruine kleur van hun vacht, vooral op hun borst en schouders. Geelborst apen komen voor in bijna alle tropische bosgebieden in Zuid-Amerika. Maar de geelborst aap komt nog het meeste voor in het kustregenwoud ten oosten van Brazilië. Door het kappen van hun wouden en andere gevolgen zoals de overbevolking tussen Rio de Janeiro en Bahia staan de geelborst apen er niet goed voor. Sterker nog ze leven nu nog maar in kleine, van elkaar geïsoleerde, groepjes. Over de hele wereld leven zo’n veertig geelborst apen in dierentuinen. Om deze aapsoort te behouden heeft de dierenbescherming van Brazilië een internationaal programma opgezet. Het idee was om enkele landen te selecteren die een mannetje en een vrouwtje mee kregen naar een dierentuin om daar te kunnen fokken. Alleen zijn deze dieren officieel eigendom van Brazilië. Ook Nederland is
geselecteerd om te fokken. De dieren verblijven in de Apenheul te Apeldoorn.

Oerang-oetang

Als een mannetjes orang-oetang een vrouwtje wilt krijgen gaat hij zingen,
Dat begint met een zacht gebrom daarna hard en dan weer zacht. Tenslotte komt het mannetje dichter bij het vrouwtje en begint levendig met haar te spelen.
Als een vrouwtje orang-oetang ongeveer tien jaar oud is kan ze kinderen krijgen.
Na een draagtijd van ongeveer acht maanden wordt het jong geboren.
Het jong is zes jaar lang dicht bij zijn moeder.
De moeder kauwt altijd eerst alles voor en moet haar jong binnen zes jaar leren wat ze wel en niet voor vruchten mag eten. Een vrouwtje krijgt ongeveer zeven tot acht jongen.
Een derde daarvan sterft al snel na de geboorte. Ze krijgt dus ongeveer zo’n vijf/zes jongen. Vijanden van de orang-oetang zijn er niet zo veel alleen de tijger en de mens (stropers)natuurlijk om zijn vijanden uit de buurt te houden gaat hij brullen (net zoals bij het versieren van een wijfje).

De gorilla

De gorilla is de grootste van alle apen. Volwassen mannen kunnen 150 tot 200 kilogram wegen. De vrouwtjes kunnen 75 tot 175 kilogram wegen. Gorilla’s leven in groepen van 5 tot 20 dieren in centraal Afrika. Volwassen mannen krijgen een zilvergrijze rug.

Een groep wordt geleid door zo’n ‘zilverrugman’. Bijgestaan door een of meer van zijn zonen bewaart hij rust en orde in de groep die verder bestaat uit enkele vrouwen en hun kinderen. Uiteraard beschermd hij de groep ook tegen gevaar: als het er op aan komt hoeft deze reus zelfs niet voor een luipaard niet uit de weg te gaan. Toch misbruikt de leider zijn kracht nooit: hij blijft een uiterst vredelievende planteneter. Dat geldt trouwens voor de hele groep: vredig en rustig trekken ze erop uit op zoek naar bladplanten, jonge scheuten en vruchten. ‘s Nachts slapen ze in boomnesten die ze overdag maken van takken en bladeren.

Nawoord

Wij vonden het leuk om dit werkstuk te maken. Wij vonden het ook interessant en hebben veel geleerd door het opzoeken. Wij vonden dat er van sommige apensoorten veel meer te vinden was dan van andere apensoorten. Ook kwam ik veel dezelfde informatie tegen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.