Proefdieren en dierproeven

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas vwo | 2680 woorden
  • 21 mei 2001
  • 196 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 196 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Hoe zijn de dierproeven ontstaan en in welke periode?

Al eeuwenlang dient in de wetenschap het dier als onderzoeksmodel voor de mens. Met de ontwikkeling van de wetenschap neemt ook het aantal dierproeven toe. In de 20e eeuw heeft het terrein waarop dierproeven worden uitgevoerd ongekende vormen aangenomen. Het begrip ‘in het belang van de mensheid’ is steeds verder opgerekt en leidt tot een steeds grotere rechtenloosheid van dieren.

Prehistorische geneeskunde

In primitieve samenlevingen wordt ziekte beschouwd als iets dat door boze geesten veroorzaakt wordt. Genezing wordt veelal gezocht in gebed en rituelen, waarmee men probeert de geesten uit het lichaam te verdrijven. In verschillende delen van de wereld zijn prehistorische schedels gevonden waarin gaten zijn geboord, waarschijnlijk met een puntige vuursteen, met het idee de kwade geesten uit het lichaam te laten ontsnappen. Opvallend genoeg zijn er mensen die deze operatie overleefd hebben, getuige de dichtgegroeide gaten in veel gevonden schedels.


De eerste proefnemingen

In het oude Griekenland wordt de geneeskunde beoefend in de tempel van genezing, het Askleipeon. De oude Grieken ontdekken dat bepaalde symptomen altijd tegelijkertijd voorkomen en dat bepaalde middelen verlichting kunnen geven. Zijn leggen hiermee in de 5e eeuw vóór Christus de grondslap voor de rationele geneeskunde, losgekoppeld van mythologie en godsdienst. De Grieken baseren zich voornamelijk op waarneming. Bekende artsen als Alcmaeon en Hippocrates voeren al experimenten uit. Later, rond de tweede eeuw ná Christus, neemt het experiment een steeds grotere plaats in binnen het geneeskundig onderzoek. Als arts van gladiatoren begrijpt Galenus (130-201) als eerste dat spieren vanuit de hersenen bestuurd worden. Hij voert experimenten uit op onder andere honden, varkens en apen. Het dier wordt volledig geaccepteerd als model voor de mens.

Het heilige lichaam

Na de val van Rome in de 5e eeuw komt het medisch onderwijs in Europa vrijwel tot stilstand. De vroege Christenen beschouwen het lichaam als heilig en ziekte als een straf van God. In Italië vinden pas in de 14e eeuw lijkschouwingen plaats. Men gebruikt hiervoor het lichaam van terechtgestelden.

In het Midden-Oosten blijft de belangstelling voor de Griekse geneeskunde levend; Arabische geleerden als Avicenna (980-1037) bestuderen en vertalen Griekse geschriften en voegen daar commentaren en aanvullingen aan toe. Dit onderzoek blijft voornamelijk theoretisch; in de praktijk ligt meer de nadruk op de dagelijkse verzorging dan op medisch onderzoek. Het werk van de Arabische geleerden doen ook in Europa de belangstelling voor de medische wetenschap van de oude Grieken herleven.

Met eigen ogen

De Renaissance (ca. 1450-1600) is een periode van grote veranderingen. De wetenschap breekt met de traditie van het klakkeloos overnemen van overgeleverde kennis. In het jaar 1527 verbrandt Paracelsus (1493-1541), hoogleraar in de geneeskunde aan de universiteit van Basel, de boeken van Galenus en Avicenna. Hij vindt dat artsen zelf onderzoek moeten doen en niet langer moeten vertrouwen op het gezag van vroegere geleerden.


Het eerste boek over de menselijke anatomie met illustraties en nauwkeurige beschrijvingen verschijnt in 1543. De onderzoeker en schrijver van dit boek, Vesalius (1514-1564), baseert zijn bevindingen op waarneming van een ontleed menselijk lichaam. Hij experimenteert ook met dieren.

De praktijk van de wetenschap

Na de Renaissance richten wetenschappers zich steeds meet op algemene wetmatigheden. Mens en dier worden meer en meer gereduceerd tot verschillende ‘onderdelen’. William Harver (1578-1657) ontdekt in 1628 met behulp van dierproeven de bloedsomloop. Hij opent de borstkas van onverdoofde dieren om de functies en bewegingen van het hart te bestuderen. Daarmee legt hij de basis voor het dierexperiment van nu; hij doet verschillende dierproeven en gebruikt daarvoor verschillende diersoorten om deze met elkaar te kunnen vergelijken.

Nieuwe ontdekkingen

De Engelsman Jenner (1749-1823) ontdekt in 1798 dat mensen die door koepokken besmet zijn geweest, minder vatbaar zijn voor menselijke pokken. Dit brengt hem op het idee mensen tegen pokken te beschermen door hen met koepokstof in te enten. Zijn ontdekking brengt een nieuwe tak van wetenschap op gang: de immunologie. Bijna een eeuw later, in 1880, ontwikkelt de Fransman Louis Pasteur een vaccin voor hondsdolheid. Dit succes stimuleert het onderzoek naar ziekteverwekkers. Met deze ontwikkeling in de wetenschap neemt het aantal dierproeven een hoge vlucht.

Proefdier multi-inzetbaar

In de 20e eeuw breidt het aantal terreinen waarop dierproeven worden gedaan enorm uit. Zo ontstaan nieuwe onderzoeksgebieden als de virologie en de toxicologie. Na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelt de productie van geneesmiddelen zich op industriële wijze; ook bedrijven leggen zich toe op het doen van dierproeven. De welvaart neemt na de Tweede Wereldoorlog toe en daarmee de vervaardiging van tal van nieuwe producten. Met het oog op de volksgezondheid worden dierproeven verplicht gesteld voor bijvoorbeeld voedingsstoffen en huishoudelijke producten/ Defensie gebruikt dieren onder andere om de effecten van gifgassen te testen. De intrede van de bio-industrie reduceert dieren tot productiemachines. Met behulp van proefdieren wordt onderzocht hoe de koe nog meer melk kan ‘produceren’ en het varken sneller kan groeien. Daarnaast worden dieren gebruikt voor onderzoeken die de mens zelf niet durft uit te voeren; ze worden de ruimte ingestuurd en vervolgens opengesneden om te zien wat dit avontuur in hun lichaam heeft aangericht. Dit alles ‘in het belang van de mensenhei’. De nieuwste ontwikkelingen in wetenschappelijk onderzoek maken orgaantransplantatie van dier naar mens mogelijk. Zo wordt het lichaam van het ene dier volledig ter beschikking gesteld van het andere – de mens.

Welke proefdieren worden er gebruikt en in welke aantallen?
In 1998 werden er in Nederland bijna 675.000 dieren gebruikt in dierproeven. Al deze proeven vinden plaats voor onderzoek of onderwijs in universiteiten, bedrijven, overheidsinstellingen, ziekenhuizen en scholen voor middelbaar en hoger beroepsonderwijs.

Sinds het aantal dierproeven wordt bijgehouden in 1981, is het aantal dierproeven per jaar bijna gehalveerd. De invoering van de Wet op de dierproeven, de verplichte registratie van dierproeven en de komst van alternatieven voor dierproeven hebben deze snelle daling veroorzaakt.

Aantal proefdieren per soort in 1998

Muizen 254.992

Ratten 224.195

Vogels 100.736

Vissen 37.808

Cavia’s 15.152

Varkens 12.117

Konijnen 10.424

Geiten/Schapen 4.826

Hamsters 4.698

Amfibieën 2.672

Andere Vleeseters 1.803

Runderen 1.669

Honden 1.252

Andere Knaagdieren 590

Uit recent onderzoek is gebleken dat maar liefst 51% van alle proefdieren pijn lijdt.
Van de bijna 675.000 proefdieren die in 1998 voor proeven gebruikt werden, overleefde slechts 7,1% de dierproeven. Al de andere dieren sterven tijdens de proeven of worden na de proeven alsnog gedood

Voor welke doelen worden in ons land proefdieren gebruikt?
De proefdieren worden gebruikt voor verschillende testen. Onderzoekers testen op dieren, omdat testen op mensen te gevaarlijk wordt gevonden. Alle dierproeven die worden uitgevoerd kunnen worden onderverdeeld in vier groepen: medisch onderzoek, wetenschappelijk onderzoek, giftigheidonderzoek en onderwijs.

Medisch Onderzoek

Zoals in de diagram wel te zien is worden de meeste dieren gebruikt voor medisch onderzoek. Medisch onderzoek is onderzoek naar medicijnen en behandelmethoden voor ziekten, de oorsprong en het verloop van ziekten, het voorkomen van ziekten door het ontwikkelen van vaccins en het herkennen en opsporen van ziekten.
De proeven worden zowel gedaan voor het genezen van mensen als dieren, maar toch worden verreweg de meeste medische proeven gedaan voor het welzijn van mensen.



Onderzoek naar: Aantal 1997

Kanker 60.934

Hart en vaatziekten 36.121

Geestesziekten of ziekten van het zenuwstelsel 21.360

Andere ziekten bij mens 57.321

Andere lichamelijke 586

Gedrag van dieren 6.320

Ziekten bij dieren 8.811

Een andere wetenschappelijke vraag 89.532

Totaal 280.895



Giftigheidonderzoek

Jaarlijks worden veel dieren het slachtoffer van zogenaamde ‘giftigheidonderzoeken’. Bij deze onderzoeken wordt de giftigheid van bepaalde stoffen bepaald. Het gaat hier om stoffen die door mensen gemaakt worden en die gebruikt worden in het huishouden (bv. schoonmaakmiddelen), eten (bv. smaakstoffen), voor de landbouw (bv. bestrijdingsmiddelen) en andere stoffen waarmee de mensen in aanraking kan komen. Tegenwoordig is het verboden in Nederland om dierproeven voor cosmetica te doen.

Onderwijs

Studenten gebruiken gezonde levende dieren om te leren hoe het menselijk en dierlijk lichaam er van binnen uitziet, of om het dierlijk gedrag te bestuderen. Ook studenten die later in hun beroep niet met dieren gaan werken doen wel eens dit onderzoek. Studenten leren hoe ze moeten snijden, hechten en andere vaardigheden. Hiervoor bestaat overigens een goed alternatief programma die naar schatting slechts door 2% van de studenten wordt gevolgd.

Wat voor alternatieven zijn er voor het gebruik van proefdieren?

Er zijn twee soorten alternatieven: alternatieven voor wetenschappelijk onderzoek en alternatieven voor standaard diertesten. In het wetenschappelijk onderzoek worden de meeste alternatieven ontwikkeld en gebruikt. Maar toch vervangen deze alternatieven maar weinig dierproeven. Elk onderzoek is namelijk uniek en daar zijn speciale alternatieven voor nodig. Die kunnen dan weer niet voor een ander onderzoek gebruikt worden.
Standaard diertesten worden over de hele wereld uitgevoerd. Een alternatief voor zo’n test spaart al gauw honderdduizenden dierenlevens per jaar. Het gaat hierbij om dierproeven om de veiligheid van stoffen te testen.
Voorbeelden van deze dierproeven zijn de huid- en oogirritatie testen, de LD 50 testen en testen om te kijken of stoffen kanker veroorzaken. Vaak zijn het verplichte dierproeven die in allerlei wetten worden voorgeschreven. Dus ook al bestaan er alternatieven voor de standaard dierproeven, dan nog verplicht de wet de bedrijven soms om dierproeven te gebruiken. Die wetgeving moet dus zo snel mogelijk worden aangepast.
Voordat een alternatief gebruikt kan worden, willen onderzoekers weten of de alternatieve testen betrouwbaar zijn. Hiervoor zijn drie dingen belangrijk:

1) De test moet te herhalen zijn en telkens dezelfde resultaten opleveren.

2) Als de test in een ander laboratorium, door andere mensen gedaan wordt, moet het dezelfde resultaten geven.

3) De resultaten moeten gelijk zijn met wat in mensen en gevonden wordt. Dus ze moeten de waarheid vertellen over wat zich afspeelt in het lichaam van mensen en/of dieren.

Dit onderzoek naar betrouwbaarheid van de alternatieven wordt validatie genoemd. Pas als een alternatieven test is gevalideerd, kan deze in de wet worden opgenomen. In Nederland is het verplicht om ene gevalideerd alternatief te gebruiken. De dierproef mag dan niet meer worden uitgevoerd.

Alternatieven voor dierproeven

Cel- en weefselkweken.

Het gaat hierbij om losse cellen, stukjes weefsel of delen van een orgaan die in leven worden gehouden buiten het lichaam. Hiervoor worden bijvoorbeeld stukjes huid gebruikt die bij een operatie zijn overgebleven. Het voordeel voor onderzoekers om met deze techniek te werken is, dat ze hun onderzoek met cellen en weefsels van mensen kunnen doen. Wat bij dieren op een bepaalde manier werkt, kan bij mensen tenslotte heel anders gaan. In deze cel- en weefselkweken kan bijvoorbeeld worden bestudeerd hoe cellen zich delen, n dergelijke Ook effecten van stoffen op deze processen kunnen worden gevolgd.

Immunologische technieken

Iedereen heeft een afweersysteem in het lichaam dat je beschermt tegen ziekten. Dit systeem zorgt ervoor dat virussen, bacteriën en andere stoffen worden afgebroken, zodat ze onschadelijk zijn. Als je een ziekte een keer gehad hebt, onthoudt je afweersysteem hoe ze die ziekte te lijf moet gaan. Een volgende keer ben je dan veel sneller beter. Of je wordt helemaal niet ziek, omdat de bacteriën al onschadelijk zijn gemaakt voordat ze je ziek konden maken. Je bent immuun geworden
Om te voorkomen dat mensen ziek worden, zijn we van te voren kunstmatig immuun gemaakt tegen bepaalde ziekten. Denk hierbij aan de prikken die je als baby krijgt tegen polio, de bof, mazelen en rode hond. Je krijgt dan speciale onschadelijk gemaakte ziektekiemen ingespoten, zodat het net lijkt of je de ziekte al hebt gehad. Je lichaam weet daarna dus hoe ze de ziekteverwekkers onschadelijk moet maken.
Vroeger werden deze ziektekiemen in dieren gekweekt. Zij werden dus ziek gemaakt in plaats van de mens. Vooral muizen waren hiervan het slachtoffer. Gelukkig is het nu mogelijk om ziektekiemen te kweken in lichaamscellen die in een reageerbuis in leven worden gehouden. Dit spaart vele honderdduizenden dierenlevens.

Computers

Computers zijn dé doorbraak op het gebied van alternatieven voor dierproeven. Er kan van alles op worden nagebootst en in kaart gebracht. Niet alleen maken ze het voor wetenschappers gemakkelijker om na te zoeken of er voor hun proef al een alternatief bestaat. Ook kunnen er allerlei proefdiervrije testen direct op worden uitgevoerd.

Robots

Met robots kunnen mensen of organen van mensen nagemaakt worden. Bij het Nederlandse TNO instituut hebben onderzoekers een glazen maag-darm kanaal nagemaakt. Hiermee onderzoeken wetenschappers de spijsvertering van mensen. Allerlei stoffen die in het voedsel van mensen zitten zoals geur-, kleur- en smaakstoffen kunnen op giftigheid getest worden. Ook de omzetting van medicijnen in de maag of de darmen kunnen de onderzoekers in deze robot bestuderen.

Onderzoek met mensen

De proefdieren die door onderzoekers gebruikt worden, zijn in feite modellen voor mensen. De beste en meest betrouwbare informatie krijg je door onderzoek te doen met mensen. Niet alleen omdat het product dat gemaakt wordt bedoeld is voor mensen en niet voor dieren. Ook omdat mensen tijdens de onderzoeken kunnen aangeven wat ze voelen, waar de pijn zit, wanneer een geneesmiddel begint te werken, enz.

Moleculaire structuren

Wetenschappers kunnen gebruik maken van de nieuwe inzichten in moleculaire structuren van allerlei stoffen. Elke stof is opgebouwd uit moleculen die elk ook weer uit kleine bouwstenen zijn opgebouwd. De bouwstenen van een stof kunnen heel erg verschillen, maar ook juist heel erg op elkaar lijken. Zo kunnen de moleculen van een nieuwe stof bestaan uit precies dezelfde bouwstenen, die alleen anders gegroepeerd zijn. Dan kan het dus toch een heel andere stof opleveren. Maar doordat het uit precies dezelfde bouwstenen bestaat, waar alles al van bekend is, weet je toch al veel van deze nieuwe stof. Je hoeft al die bekende gegevens dan niet opnieuw uit dierproeven te halen. Vroeger gebeurde dat vaak wel.

Als er een nieuwe stof wordt samengesteld kijken de onderzoekers nu eerst op welke andere stoffen deze nieuwe het meest lijkt. Al die gegevens worden via een computerprogramma vergeleken en zo kan vooraf worden berekend hoe een stof op het lichaam zal reageren. Deze methode wordt al veel toegepast voor het nauwkeurig samenstellen van medicijnen.

Overige alternatieven

Het voorkomen van ziekten, maakt dierproeven ook overbodig. Vroeger was bijvoorbeeld de pest doodsoorzaak nummer 1 onder de bevolking. Tegenwoordig komt die ziekte niet meer voor in Nederland. Dit is het gevolg van betere hygiëne. Al vrij vroeg ontdekte men dat de pest te maken had met de ziektekiemen in ons eigen afval. Om deze ziekte te voorkomen zijn er rioleringen aangelegd. Nu de pest hier niet meer voorkomt, hoeven er ook geen dierproeven gedaan te worden om deze ziekte te genezen. Er zou dus meer onderzoek gedaan moeten worden naar het voorkomen van ziekten.

Welke maatregelen zijn er al genomen tegen het gebruik van proefdieren?

Er zijn al verschillende stappen ondernomen voor het voorkomen van het gebruik van proefdieren. Zo zijn er vele alternatieven, zoals in het vorige hoofdstuk staat aangegeven. Ook is de wet op dierproeven de afgelopen jaren aangepast. Verschillende verbeteringen die in 1995, zijn hieronder in een tabel weergegeven.

Verbeteringen



1995 De wet op dierproeven is aan de orde. De 'intrinsieke waarde van het dier' wordt opgenomen in de wettekst. Hiermee zijn de belangen van het proefdier officieel erkend. De wet verbied dierproeven voor cosmetica. Helaas blijven veel andere proeven nog wel toegestaan.

1995 Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besluit dat dieren niet meer gebruikt mogen worden voor de productie van sera, vaccins en andere natuurlijke producten, omdat hiervoor goede alternatieven bestaan.

1995 De Minister van Landbouw komt, onder druk van de Tweede Kamer, terug op zijn voornemens om bij de gezondheids- en welzijnswet voor dieren tot zelfregulering over te gaan. Zo wordt voorkomen dat belanghebbenden maatregelen in hun eigen voordeel kunnen voorstellen.

De vereniging AVS Proefdiervrij zet zich in tegen dierproeven. Deze instantie heeft een webpagina: http://www.proefdiervrij.nl, geeft verschillende brochures uit met voorlichting over dierproeven en elk kwartaal komt er een krantje van de stichting uit. Door deze vereniging is het onderzoek naar alternatieven voor dierproeven gestimuleerd en zijn er aanpassingen in de wet van dierproeven opgenomen.

Ook zijn er tegenwoordig proefdiervrije cosmeticaproducten op de markt. Deze zijn te herkennen aan het Proefkoneen-logo. Producten met dit logo voldoen de volgende criteria:

1) Noch de eindproducten, noch de ingrediënten worden vanaf de datum van invulling door of ten behoeve van de producent op dieren getest. Aan de fabrikant wordt gevraagd aan te geven hoe hij/zij voorziet in de veiligheidstesten voor het product.

2) De fabrikant voert het strikte beleid geen dierproeven te doen of te laten doen, niet nu en niet in de toekomst.

Sinds februari ‘97 is het in Nederland verboden om dierproeven te doen voor het maken van cosmetica.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

bedankt voor je verslag,
't was erg goed bruikbaar!!!!!!!!!


groetjes Annelies

21 jaar geleden

F.

F.

Heel relaxed!!

20 jaar geleden