Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Pijn

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • groep 8 | 2085 woorden
  • 12 februari 2004
  • 48 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 48 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Inhoud:

Hoofdstuk 1, de zenuwen pagina 2
Hoofdstuk 2, pijnbeleving pagina 3
Hoofdstuk 3, een alarmsysteem pagina 3
Hoofdstuk 4, soorten pijn pagina 4
Hoofdstuk 5, verschillende oorzaken pagina 6
Hoofdstuk 6, reactie op pijn pagina 7
Hoofdstuk 7, pijnbestrijding pagina 8
Hoofdstuk 8, alternatieve geneeswijzen pagina 11
Hoofdstuk 9, voorkomen is beter dan genezen pagina 12
Nawoord pagina 13








Hoofdstuk 1, de zenuwen


In de huid zitten allemaal kleine draadjes. Dat zijn de uiteindes van de zenuwen. De zenuwen zorgen ervoor dat je bijvoorbeeld warmte, kou en pijn kunt voelen. Daarom zitten er in ons lichaam duizenden zenuwen. De zenuwen lijken wel een beetje op telefoondraden. Ze kunnen boodschappen doorgeven aan de “telefooncentrale” van het lichaam.
Dat heet het centrale zenuwstelsel.



Zo noemen we de hersenen. Daar hoort ook het ruggenmerg bij. Als een prikkel (de “boodschap”) in het centrale zenuwstelsel aankomt, dan merk je iets.
Dan komt er een pijnsnelle reactie: de zenuwen geven een “opdracht” aan bepaalde spieren, die dan in actie komen.

Bijvoorbeeld; als je je hand brandt aan een kaars, dan voel je pijn, de zenuw geeft een seintje aan de spier dat je de hand moet terugtrekken en dan moet je de lucifer wegdoen en je vinger onder koud water houden.
[plaatje0]

Hoofdstuk 2, pijnbeleving

Als iemand zijn bezeert, sturen de zenuwuiteinden een prikkel (ook wel genoemd als stroomstootje) naar de zenuwen. Via de zenuwen wordt de boodschap doorgegeven aan het centrale zenuwstelsel. Als de boodschap in de hersenen is aangekomen is, merkt die iemand dat hij/zij pijn heeft. Dat noemen we: ”pijngewaarwording”.
Daarna komen er allerlei gevoelens op. Zoals: verdriet, omdat hij/zij zich pijn heeft gedaan. Angst en schrik, omdat hij is gevallen, omdat hij/zij misschien bloed ziet en omdat hij/zij nog niet precies weet wat hij/zij allemaal heeft. Dat is de “pijnbeleving”.



Hoofdstuk 3, een alarmsysteem

Pijn is een vervelend gevoel. Niemand vind het fijn om pijn te hebben. Toch is het wel goed dat we af en toe pijn hebben, voelen of krijgen. Pijn heeft een belangrijke functie voor de gezondheid van een mens.
Als je pijn voelt, waarschuwen de hersenen, dat er iets mis is. Het lichaam is beschadigd of kan beschadigd raken. Er moet dus iets gebeuren om de beschadiging te herstellen of de beschadiging te voorkomen. Pijn werkt dus als een alarmsysteem: je weet dat je iets moet doen. Als je je hand snijdt met een mes bijvoorbeeld, voel je pijn. Je schrikt van de pijn en je doet het mes vlug weg. Deze reactie zorgt ervoor dat je geen verdere schade aanricht.


Soms voel je geen pijn. Dat lijkt handig maar dat kan gevaarlijk zijn. Want als het alarmsysteem van je lichaam niet werkt, kun je je verwonden zonder dat je dat merkt. Als je voet verlamd is, heb je er geen gevoel meer in. Zelfs als je je voet verbrandt, voel je niks. Dus sturen de hersenen niet de boodschap dat je je voet weg moet trekken.


Hoofdstuk 4, soorten pijn

Er zijn verschillende soorten pijn:

Acute pijn,

Acute pijn begint heel plotseling en is meestal best heftig. Je kunt vaak goed uitleggen waar de pijn is. De dokter kan de oorzaak meestal wel snel vinden en hij kan je dan helpen. Je kunt ineens heel erge pijn in je buik krijgen. Dat kan lijden naar een blindedarmontstekening. Meestal moet je dan naar het ziekenhuis voor een operatie. De pijn die je voelt als je je ergens aan bezeert, is ook een acute pijn.

Chronische pijn,
Chronische pijn is een pijn die heel lang duurt, of zelfs nooit meer over gaat. Daarom ook het woord “Chronisch” want dat betekent: langdurig. De oorzaak kan duidelijk zijn, maar soms wordt de oorzaak helemaal niet gevonden.

Er is nog een mogelijkheid: de oorzaak van de pijn is genezen, maar de pijn blijft. Mensen met chronische pijn noemt men pijnpatiënten.
Een voorbeeld van chronische pijn is hoofdpijn en rugpijn die vaak terugkomt. Chronische pijn is vaak moeilijker te behandelen dan acute pijn.




Maar wat voel je? Om aan te geven wat we voelen, gebruiken we veel verschillende benamingen.
Je kunt bijvoorbeeld scherpe, hevige, brandende, zeurende, stekende, irritante of kloppende pijn voelen. De pijn die je voelt als je je stoot, is kort en hevig.
Het is een ander gevoel dan wanneer je kiespijn hebt. Die voelt vaak zeurend en kloppend.


Als je ziek bent, ga je naar de dokter. Hij vraagt je waar het pijn doet en wat voor pijn je ongeveer voelt. Het is handiger voor de doktor als je dat wel goed uitlegt want dan begrijpt hij beter wat je mankeert. Zo help je hem bij de diagnose. Want bepaalde soorten pijn horen bij bepaalde soorten ziektes.



Hoofdstuk 5, verschillende oorzaken

Pijn kan veel verschillende oorzaken hebben. Soms is oorzaak wel duidelijk. Bijvoorbeeld als je valt. Of als je je stoot, brandt of verwondt. In die gevallen zie een beschadiging buiten op de huid.
Bij pijn door een ziekte zíé je geen beschadiging. Toch waarschuwt de pijn dat er iets niet in orde is. Een doktor kan de oorzaak meestal wel vinden en misschien wel snel. Door de ziekte te behandelen, kan de doktor vaak voorkomen dat je lichaam van binnen (nog) verder beschadigd wordt.

Als je oorpijn hebt, kan dat door een ontsteking komen. Als die niet behandeld wordt, kan het gehoor verminderen.


Pijn door verwonding of ziekten heeft een lichamelijke oorzaak.


Maar je kunt ook pijn voelen omdat je verdriet hebt. De pijn heeft dan geen lichamelijke oorzaak, maar een psychische oorzaak. Dat betekend dat het met je gedachten en je gevoelens te maken heeft. Dat noemen we je geest. Je lichaam en je geest hebben veel met elkaar te maken. Ze beïnvloeden elkaar. Je kunt door je verdriet wel weer lichamelijke pijn krijgen. Bijvoorbeeld als je een “gebroken hart” hebt. Dan ben je ziek van liefdesverdriet. Soms heb je zelfs buikpijn en wil je niet meer eten!
Maar soms is er geen oorzaak om de pijn te vinden. Dat kan bij chronische pijn het geval kan zijn. Er is dan weinig of niets aan te doen. Misschien is alleen de pijn op zich nog te bestrijden.


Hoofdstuk 6, reactie op pijn

Mensen hebben allemaal hun eigen reactie op pijn. Dat wil zeggen, dat ze allemaal iets anders zeggen of doen als ze pijn hebben. Sommigen huilen en schreeuwen het uit. Andere trekken een pijnlijk gezicht, hebben een rare houding, zitten in een rare houding of hebben een slecht humeur.
Er zijn mensen die duidelijk laten merken dat ze pijn hebben en er over praten. Er zijn ook mensen die hun pijn verbergen en stoer doen.




Kinderen reageren anders op pijn dan volwassenen. Meestal huilen ze eerder, omdat ze meer van pijn schrikken en er nog onbekend mee zijn.

Over het algemeen reageren vrouwen anders op pijn dan mannen. Ze klagen meestal eerder over kleine pijntjes.
Maar bij pijn met een ernstiger oorzaak zijn ze vaak flinker dan mannen. Die worden somber of boos, omdat ze hun lichaam niet onder controle hebben. Niet alle kinderen, mannen of vrouwen reageren hetzelfde. Persoonlijke verschillen zijn er altijd. Hoe je op pijn reageert, lijkt heel spontaan te gaan. Maar voor een groot deel heb je dat geleerd. Je reactie op pijn wordt beïnvloed door de groep waarin je leeft.

Niet iedere bevolkingsgroep gaat op dezelfde manier met pijn om.
Over het algemeen reageren mensen uit Zuid-Europa heftiger en luidruchtiger op pijn dan mensen uit West-Europa. Die vinden dat je dan rustig en flink moet zijn. Pijnbeleving en pijngedrag zijn iets heel persoonlijks. Daarom zijn er op dit soort algemene verschillen veel uitzonderingen.

Hoofdstuk 7, pijnbestrijding

Er zijn verschillende manieren om pijn te verminderen:

Fijne dingen,

Bij een kindje wat pijn heeft kan een kusje helpen, een cadeautje krijgen soms ook. Prettige dingen zorgen voor afleiding en op je gemak voelen ook. Je kunt je dan beter ontspannen en dat vermindert de pijn vaak.










De cliniclowns komen in het ziekenhuis bij zieke kinderen.


Voorlichting,
Pijn wordt gunstig beïnvloed door een goede voorlichting. Bijvoorbeeld door een folder te lezen of door van tevoren te weten wat er gaat gebeuren bij een operatie. Dan kun je je er beter op voorbereiden. En neemt angst en onzekerheid weg.

Warmte en kou,
Warmte kan goed helpen tegen pijn. Bijvoorbeeld een warm bad of massage. Warmte helpt tegen pijn omdat het lichaam ontspant. Warmte stimuleert de bloedsomloop.
Bij andere soorten pijn helpt kou weer beter. Door kou kan een pijnlijke plek verdoofd worden. Dan is de plek minder gevoelig. Sporters gebruiken vaak ijs tegen de pijn.

Pijnstillers,

Als de voorgaande manieren niet werken, kan een arts pijnstillers voorschrijven. Dat zijn middelen die de pijn kunnen verminderen.

Morfine is een zware pijnstiller en beïnvloed de hersenen, hierdoor wordt de pijngewaarwording vertraagd. Daarmee verhoog je iemands pijndrempel kunstmatig. Hij kan meer pijn verdragen maar voelt het niet.

Een plaatselijke verdoving verdooft een plek in het lichaam. De zenuwen geven daar geen prikkels meer door. Dat is bijvoorbeeld de verdoving die een tandarts geeft, voordat hij een kies vult.

Een verdoving via het ruggenmerg, noemen ze een epidurale verdoving. Dit gebeurt in het ziekenhuis bij bijvoorbeeld een operatie aan het been of als er een kindje geboren wordt via een keizersnee. De moeder heeft dan geen pijn maar is wel wakker en kan dus haar kindje geboren zien worden. Ook de papa kan dan bij de geboorte van zijn kindje zijn.



Een ander soort pijnstiller maakt de zenuwen minder gevoelig voor pijn. Een voorbeeld hiervan is paracetamol.






Pijnstillers van het lichaam,
Het lichaam maakt zelf ook stoffen (endomorfinen) aan die het pijngevoel verzachten. Dat gebeurt in de hersenen en het ruggenmerg. Pas als je je zwaar inspant, komen die stoffen vrij in je lichaam.
Het ruggenmerg houdt de pijn ook een beetje tegen. Het werkt als een filter: niet alle prikkels worden doorgegeven aan de hersenen. Dat voorkomt dat je teveel prikkels ineens zou voelen.

De pijnkliniek,
In een speciale pijnkliniek komen moeilijk te behandelen pijnpatiënten. Vaak kunnen ze niet helemaal genezen, de dokters proberen de pijn zodanig te onderdrukken of te verminderen, dat de patiënt mobieler wordt, dat het sociale leven verbetert. Ze kunnen ook leren hoe ze het beste met de pijn kunnen omgaan en hoe ze weer plezier in het leven kunnen krijgen.

Wat je gelooft, helpt,
Wat je denkt en gelooft, beïnvloedt hoe je pijn beleeft.
Pijnbeleving heeft met je gevoel en gedachten te maken. Je kunt pijn in je hersenen beïnvloeden en uitschakelen. Je voelt minder pijn als je intensief met iets bezig bent, omdat je minder aan de pijn denkt.
Soms helpen nep-pillen (placebo) als iemand denkt dat het echte pillen zijn. Doordat iemand verwacht dat het echte pillen zijn kan de pijn verminderen. En soms voel je minder of helemaal geen pijn op het moment dat je iets bereikt wat voor jou belangrijk is.

Hoofdstuk 8, alternatieve geneeswijzen

Er zijn ook alternatieve geneeswijzen om de pijn te bestrijden. Dat wil zeggen, andere manieren dan een gewone dokter gebruikt.

Hypnose,

Door middel van hypnose kun je je heel goed concentreren en van pijn een ander gevoel maken.



Acupunctuur,

[plaatje1]
De acupuncturist prikt naaldjes op bepaalde plaatsen in het lichaam.
Dit vermindert de pijn.

Magnetiseren,

Een magnetiseur geneest mensen door met zijn handen vlak boven of op het lichaam te strijken. Hij brengt dan “straling” op de patiënt over.









Chiropractie,


Chiropractie is een wereldwijd bekende vorm van geneeskunde, waarin de wervelkolom en het zenuwstelsel centraal staan.
Ze gaan ervan uit dat veel gezondheidsproblemen en pijn daarin hun oorsprong kunnen hebben. De chiropractor behandelt de wervelkolom.


Osteopathie,

Osteopathie is een geneeswijze, die de samenhang van het lichaam onderzoekt om tot de oorzaak van een klacht te komen. De osteopaat behandelt dan die oorzaak van de pijn.



Hoofdstuk 9, voorkomen is beter dan genezen

Pijn kan vaak worden voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld door je gedrag of houding te veranderen.
Als je verwacht dat je pijn kunt krijgen, kun je voorzorgsmaatregelen nemen. Met een “warming-up”kun je blessures voorkomen. En met een goede houding met zitten kun je rugpijn voorkomen.
[plaatje2]


Nawoord.

Ik vond het wel leuk en interessant om mijn werkstuk over pijn te doen. Want de meeste kinderen weten niet zoveel over dit onderwerp. Het is ook belangrijk om te weten wat voor soorten pijn er zijn. Dan kun je dat misschien ook beter aan de dokter vertellen als hij vraagt wat voor pijn je hebt. Als je voor een vak kiest dan kun je kiezen wat je wilt leren. Je kunt dan kiezen tussen verschillende beroepen. Daar zit ook geneeskunde en verpleegkunde bij. Daar leer je zoiets ook.

Groetjes Milou Heetkamp



REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

bedankt voor de info

8 jaar geleden