Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Er komt een komeet op de aarde af... wat te doen!

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas havo | 7310 woorden
  • 2 maart 2005
  • 35 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 35 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
OOH NEE! EEN KOMEET!

Wat zou de mensheid moeten doen om zichzelf van die grote, gevaarlijke komeet te redden die op de aarde afgestormd. To live or not to live, that’s the question! Dankzij de techniek heeft de mens de beschikking over wapens of middelen, het ligt eraan wat je het beste vindt klinken, die waarschijnlijk die best in staat zijn om zo’n komeet zijn baan te veranderen. Deze dingen heten de atoombom en nog beter/erger: de waterstofbom.Hoe deze bommen zijn ontwikkeld is ook boeiend, en daar heb ik nog goede info over gevonden, maar dat komt later.

Er vanuit gegaan dat we voldoende tijd hebben, zo’n 3 jaar, om de komeet te stoppen denk ik dat we een aardige kans hebben om nog iets aan het lot van de aarde te kunnen veranderen.


Ik dacht aan een stappenplan van wat er moet gebeuren om de wereld te redden van de komeet en van de mensen zelf:

-De regeringen houden het zo lang mogelijk geheim om de rust te bewaren. (HEEL belangrijk!)
-De regeringen gaan heel hard aan het ontwikkelen van nieuwe technieken
-Er moet een globaal samenwerkingsverband worden opgezet, met daarbij inbegrepen ook de “as-landen” waar de zogenaamde terroristen zitten. Dat is heel nuttig want die weten volgens mij heel veel van explosieven.
-Het moet verboden worden dat mensen gaan proberen een slaatje te slaan uit alle bange mensen, want dat geld is, als het fout gaat, toch niets meer waard.

nog erger de waterstofbom. Ik denk dat geleerden niet een paar dagen van tevoren pas te weten komen dat er een komeet op weg naar de aarde is. Dat is in de film zo gedaan om het spannender te maken, want er hangt dan meer chaos in de lucht. Maar wij bedoelen dat als je een komeet ongeveer twee jaar voordat ie aankomt aan de zijkant met een gigantische waterstofbom raakt. Dat zelfs een kleine verandering van de baan van de komeet voldoende zal zijn om ons van onze ondergang te redden. Want des te eerder je zijn baan veranderd des te minder je nodig hebt om die baan te veranderen.

Als dat niet lukt kunnen we de komeet ook simpelweg in zulke kleine stukjes blazen met meerdere waterstofbommen. Zodat de komeet niet eens door de dampkring heen komt.


Als dat ook niet lukt kunnen we in gigantische schuilkelders gaan wonen. Met genoeg voorraad voor ongeveer twintig jaar eten en drinken. En dan wachten tot de stof die in de lucht heerst, en alle warmte tegen houdt, langzamerhand oplost. Maar het probleem is dat alleen de rijke landen dit alternatief kunnen veroorloven. De arme ontwikkelingslanden hebben noch het geld noch de technologie noch de geschikte mensen om gigantische schuilkelders te bouwen. Zij zullen dus gigantisch veel schade oplopen.

Er is ook nog een ander alternatief. Dat is dat geen één van de hiervoor genoemde alternatieven goed uit zal pakken. Wij denken dat de mens het uiteindelijk wel zal overleven. Maar één ding weten wij dan wel zeker; er zal voor een erg lange tijd geen sprake zijn van overbevolking op de aarde.

Wij denken dat een film de mogelijkheden wel erg goed laat zien. De alternatieven voor het oplossen van het probleem. Daarop is de hele film gebaseerd; de manier waarop de aarde wordt gered van zijn ondergang. Maar Wij denken dat de filmmakers het hele gebeuren omtrent een komeetinslag wel erg dramatisch laten zien. Dat de geleerden pas 3 à 4 dagen voor de inslag pas te weten komen dat er een gigantische komeet op weg is naar de aarde. Wetenschap en techniek heeft ons in staat gesteld om erg vroeg erachter te komen of de baan van een komeet de baan van de aarde kruist (ongeveer 2 à 3 jaar van tevoren). We kunnen zelfs bureaucratisch beslissen welke alternatieven wij nemen. Aangezien bureaucratische beslissingen best wel veel tijd vergen. Wij denken ook dat als de aarde in zo’n gevaar komt, het het wel redt. Want wij denken dat de baan van de komeet vroegtijdig wordt veranderd. Maar de film moet spannend blijven, daarom zullen er ook onrealistische dingen gebeuren.

Wij denken dat als de mensen te weten komen dat het over een paar dagen afgelopen is, ze allemaal (volgens hun) naar veilige plekken gaan. Ik denk dat de meeste mensen naar hoog gelegen gebieden gaan. Want als de komeet in de oceaan inslaat het voor een gigantische golf zal zorgen. Des te hoger je bent des te veiliger je bent tegenover zulke gevaren. Maar door de massale verhuizingen, die natuurlijk met de auto zal worden gemaakt, ontstaat er chaos op de wegen. Niet alleen dat maar ook irritatie die misschien zelfs tot moorden oploopt om hun zelf en hun familie te redden.
Er zullen ook mensen gewoon thuis gedwee hun lot aanvaarden, dat zullen dan meestal oudere mensen zijn. Die al die moeite niet willen nemen, want ze hebben toch al bijna hun hele leven achter de rug.

Er zal dus veel chaos ontstaan als de mensheid pas een paar dagen van tevoren erachter komt dat een gigantische komeet zal inslaan. Maar zoals wij al eerder hebben gezegd vinden wij het onrealistisch dat de mensheid pas een paar dagen van tevoren erachter komt.

In deze tekst zijn de eerste vier deelvragen verwerkt:

- Wie was de uitvinder van de atoombom?
- Wanneer en voor welke doeleinde werd de atoombom ontwikkeld?
- Wat voor een ontwikkeling heeft de atoombom al doorgemaakt?
- Waarvoor is de atoombom al gebruikt?

De ontwikkeling en de uitvinders van de atoombom

Voordat de eerste atoombom viel waren er jaren aan vooraf gegaan van ontwikkeling en proeven voordat eindelijk de atoombom was uitgevonden. Er hebben vele wetenschappers en bomexperts aan meegewerkt om tot de uiteindelijke atoombom te komen. Maar dat betekende niet dat ze gezamenlijk werkten.
We zullen onder aan de ladder beginnen van de ontwikkeling van de atoombom. Onder aan die ladder staat Ernest Rutherford.
Rutherford bombardeerde in het begin van de twintiger jaren eeuw alfadeeltjes (kerndeeltjes die in een radioactief proces worden uitgestoten) op
stikstofgas, daardoor ontstond een transformatie van een stikstofatoom in een zuurstof- en een waterstofatoom. Dit was het begin van de atoombom, waar Rutherford nog geen idee van had.

Daarna kwam er een periode van vele ontwikkelingen op het gebied van kernsplijting. Deze periode bevindt zich tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, aan het beging van de dertigen jaren. De Italiaan Enrico Fermi was de eerste die door neutronen te bombarderen op elementen een atoomsplitsing veroorzaakte waarbij vele isotopen vrij kwamen. Alleen had hij het zelf niet door.

Ongeveer omtrent 1933 waren er in Duitsland ook wetenschappers bezig om met neutronenstraling veranderingen in het binnenste van atomen te veroorzaken. Dat waren namelijk: Otto Hahn, Lise Meitner, en Fritz Strassman. Zij hadden ook de atoomsplitsing ontdekt, alleen zij hadden wel door wat ze deden. Deze wetenschappers hielden zich vooral bezig met de beschieting van neutronen op de stof Uranium. Hierdoor ontstonden kleine brokstukken Uranium en daarbij kwam
een grote energie bij vrij. Lisa Meitner had als eerste door dat hier sprake was van een atoomsplitsing.

Op 3 maart 1939 ontdekten Leo Szilard en Walter Zinn dat er bij de splijting van het atoom Uranium de brokstukken na de splijting weer een ander atoom konden splijten. Zo ontstond er een kettingreactie en kwam er ongelooflijk veel warmte en energie vrij. Voor deze reactie was een bepaald soort Uranium voor nodig: U-235. In de natuur komt deze gemengd met U-238 voor. Dat betekent dus dat dat U-235 eruit gehaald moest worden. Daar zijn verschillende technieken voor en toen begonnen de problemen. Elke wetenschapper wilde weer een andere techniek toepassen, maar uiteindelijk werd er toch een oplossing gevonden.
Nu gingen de wetenschappers nadenken over een grootschaliger project met atoomsplitsing. Ze realiseerden zich heel goed dat ze met deze kennis een alles vernietigende bom konden maken.
Toen dit bekend werd publiceerde een journalist dit nieuws en dat was gelijk het laatste wat er gepubliceerd werd over de ontwikkeling over atoomsplitsing. Vanaf toen gebeurde alles in het geheim.

Het onderzoek kwam ook op gang in Amerika. Dat kwam door een brief van Einstein aan de president waar hij het volgende in schreef:
…In the course of the last four moths it has been made probably…that it may become possible to set up a nuclear chain reaction (kettingreactie) in a large mass of uranium, by which vast amounts of power and large quantities of new radium-like elements would be generated. Now it appears almost certain that this could be achieved in the immediate future.
This new phenomenon would also lead to the construction of bombs, and it is conceivable -though much less certain- that extremely powerful bombs of a new type, carried by boat and exploded in a port, might very well destroy the whole port together with some surrounding territory. However, such a bomb might be very well prove to be too heavy for transportation by air…
(http://huizen.daxis.nl/~mantveld/Atoombom.htm)

Amerika wilde in het begin niet veel geld uittrekken voor het onderzoek, dat kwam ook omdat er gewoonweg geen geld beschikbaar was. Maar Amerika was een uitermate geschikte plek om met het onderzoek verder te gaan, want er is veel ruimte en veraf gelegen van Europa. Dat betekende dus ook dat er geen pottenkijkers waren. Maar er kwam toch geld beschikbaar via Groot-Brittannië. Die wilden in ruil voor dat geld de resultaten van het atoombomonderzoek tot zover. Amerika ging akkoord.

Er werd al langer onderzoek gedaan in Amerika, maar dat ging heel chaotisch. Alle wetenschappers in Amerika deden onafhankelijk onderzoek en er was bijna geen contact onderling. Ze deden daar vooral onderzoek, omdat ze bang waren voor de Duitsers. De Duitsers waren natuurlijk ook al bezig met de ontwikkeling van de atoombom. Zij hadden alleen nog wat problemen rond het afronding van atoombomproject.
Grote wetenschappers uit Europa zaten al in Amerika vanwege de oorlog. Een paar van die wetenschappers hielpen met de ontwikkeling van de atoombom namelijk: Fermi, Einstein en Szilard. Omdat de Amerikanen bondgenoten waren, is het duidelijk dat ze de Amerikanen hielpen. Alleen is het vreemd dat Einstein ook meehielp, want hij kwam uit Duitsland wat duidelijk geen bondgenoot was. Einstein was in die tijd één van de grootste wetenschappers in de wereld en hij was naar Amerika gekomen, omdat hij het te gevaarlijk vond in Duitsland ten opzichte van zijn eigen veiligheid. Hij had waarschijnlijk niet een groot nationalistisch gevoel, want hij ging de Amerikanen helpen in plaats van de Duitsers.

In juni 1942 kwam er wat meer schot in de ontwikkeling van de atoombom in Amerika. Dat hadden ze te danken aan één man: Robert Oppenheimer, hij wordt ook wel de “vader van de atoombom” genoemd. Hij bracht orde in de chaos die dan tot op heden heerste onder de wetenschappers in Amerika. Er werd totaal niet goed samengewerkt op het gebied van de atoombom. Robert Oppenheimer veranderde alles, want hij liet de wetenschappers goed samenwerken en het onderzoek begon eindelijk goed te lopen. Naast zijn goede organiserende kwaliteiten had hij ook een groot kernfysische kennis. Hij had dus een groot aandeel in de ontwikkeling van de atoombom. De naam “vader van atoombom” is dus geheel terecht.
Hij had dus een grote invloed op de ontwikkeling en daarom werd hij ook wel de uitvinder van de atoombom genoemd, maar dat klopt dus niet helemaal.
Vele verschillende wetenschappers hebben allemaal hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling van de atoombom. Er is niet één persoon aan te wijzen die zonder hulp van een ander de atoombom heeft uitgevonden. Maar Robert Oppenheimer is toch wel de man van de atoombom. Als hij niet het project had opgestart en in goede banen had geleid, dan was er geen atoombom geweest. Want al die andere landen die ook bezig waren met de ontwikkeling van de atoombom hadden de belangrijkste informatie van Amerika.
Dat project dat een paar maanden later werd opgestart nadat Oppenheimer aangesteld was als hoofd van het onderzoek heette het “Manhattan project”.

Het “Manhattan Project”

Dit project werd in september 1942 opgestart door Robert Oppenheimer. Voor dit project werd een compleet nieuw laboratorium gebouwd door brigadier generaal Groves. Dit lab kwam te staan in Los Almos in de staat New Mexico. Dankzij dit lab konden alle bomwetenschappers nu samen in één gebouw samenwerken en kon er dus sneller resultaat geboekt worden. Alle suburbanisaties waarvoor die wetenschappers werkten kwamen bijeen in het lab.
Niet alleen dankzij het feit dat alle wetenschappers in één gebouw samenwerkten kon er snel resultaat geboekt worden, maar ook dankzij de open houding van Oppenheimer tegenover zijn personeel. Hij vertelde ze niet alleen wat ze moesten weten om iets te maken, maar hij vertelde ze over het hele project en wat daar allemaal de bedoeling van was. Dus de werknemers hadden een doel om naar toe te werken, dat werkt ook prestatiebevorderend.
In het lab in Los Almos werden de twee atoombommen ontwikkeld “Thin Man” en “The Fatman”. De Thin Man was een Uranium-235 bom en “The Fatman” was een plutonium-239 bom. De grondstoffen voor deze bommen werden ergens anders geproduceerd. Het plutonium werd geproduceerd in Hanford, Washington. De reactor hiervoor werd gebouwd door 60.000 inwoners van het plaatsje. En in Oak-Ridge, Tennessee werd een fabriek gebouwd door 25.000 inwoners voor de scheiding van uranium-235 uit een mengsel met uranium-238.
Toen al deze grondstoffen geleverd waren en de proefatoombommen klaar waren konden ze een paar proeven doen in één van de woestijnen van Amerika (“Thin Man” en “The Fatman” waren natuurlijk bedoeld voor het grote werk en werden eerst nog niet in elkaar gezet). Er was alleen nog een klein probleempje met de plutoniumbom. De wetenschappers moesten nog een manier vinden om de bom snel genoeg te laten imploderen. Maar dat werd snel opgelost.
Op 16 juli was het grote moment daar, de eerste proef met de plutoniumbom zou plaats vinden 125 mijl van Albuquerque. De proef was een succes. De bom voldeed aan alle verwachtingen en misschien nog wel beter. Er werd ook nog een test gedaan met de uraniumbom, waar dat word niet gemeld.

En toen president Truman het sein had gegeven voor het werpen van de atoombommen, viel er om kwart over acht ’s ochtends op 6 augustus 1945 op Hirosjima de eerste atoombom. Dit was de uraniumbom. Het had een kracht van 20 kiloton en de gevolgen waren afschuwelijk. De tweede bom viel om precies te zijn op twee minuten over elf op negen augustus 1945 op de stad Nagasaki. Dit was dus de plutoniumbom en had nog een grotere kracht dan de uraniumbom. Nu ook weer waren de gevolgen afschuwelijk.
Dit was het einde van het Manhattan project en het heeft in totaal 2 biljoen dollar gekost. En dat was in die tijd ongelooflijk en onbeschrijfelijk veel. Dat die Amerikanen zoveel geld over zouden hebben om zo’n bom te maken, had niemand verwacht.

Waarvoor is de atoombom al gebruikt?

Nadat de twee bommen geworpen waren op Japan, ontstond er een ware kernwapenwedloop onder de rijke landen. Iedereen moest en zou zo’n atoombom hebben, want als je zo’n ding had werd je eindelijk ook aanvaard als groot macht. Daarom zijn vele landen toen met de ontwikkeling van de atoombom begonnen en zijn steeds verder gaan ontwikkelen. Elk land wil natuurlijk de grootste en de krachtigste atoombom hebben. Zulke landen gingen ook proeven doen, bovengronds en ondergronds. Hier een rijtje van landen die proeven gedaan hebben of nog steeds doen:

-1949-1990: De voormalige Sovjet-Unie deed 207 bovengrondse en 508 ondergrondse kernproeven. De ernstige gevolgen hiervan bleven lang onbekend. De overheid blijft verklaren dat er 'niets aan de hand zou zijn'.
-1951-1992: In de Verenigde Staten werden vele kernproeven gedaan. Bijvoorbeeld in de Nevada woestijn werden meer dan 1000 bovengrondse proeven gehouden. Na 1963 ging men door met ondergrondse proeven. Daarbij werden de belangen en rechten van de Indianen in dit gebied totaal genegeerd.
1954: Op de Marshall-eilanden in de Stille Oceaan deden de Verenigde Staten een bovengrondse kernproef, zonder medeweten van de omringende bevolking, onder de naam "Bravo". Het effect op de bevolking werd uitgebreid bestudeerd.
-1960-1996: Door Frankrijk werden 210 kernproeven gedaan. De zes ondergrondse kernproeven die in het atol Mururoa tegen de wil van de omringende bevolking uitgevoerd werden in 1995 en 1996, zorgden voor een storm van protesten. Met medeweten van de gehele wereld werd het milieu en de gezondheid van de bevolking van de Pacific opgeofferd. Doel was een verdere verbetering van Franse kernwapens. Deze zouden op termijn bij een Europese defensie de rol van Europese massavernietigingswapens kunnen gaan spelen.

-1964: Op 16 oktober werd ook China een kernmogendheid. Toen deed men de eerste bovengrondse kernproef.
In Aboriginal-gebied in Australië werden door de jaren heen meerdere bovengrondse kernproeven door Groot-Brittannië gedaan.
In totaal deden de vijf kernwapenmogendheden 1.936 grote bovengrondse kernproeven, vaak met veel grotere bommen dan die van Hiroshima en Nagasaki. In 1996 werd het verbod op kernproeven van kracht. Sindsdien worden er door alle kernwapenstaten de zogenaamde 'subcritical tests' gedaan Dit zijn mini-atoomontploffingen die het mogelijk maken om nieuwe kernwapens te ontwikkelen en de bestaande te controleren.

Atoombommen worden niet alleen gebruikt om proeven mee te doen en daarna de reactie te bestuderen op onwetende mensen, maar ze worden ook gebruikt als politiek wapen. Landen met kernwapens kunnen andere naties onder druk te zetten, intimideren of bang maken. Bijvoorbeeld bij een langlopend conflict gaan naties dreigen met kernwapens, zodat de tegenpartij doet wat ze willen. Hier een paar voorbeelden van conflicten waar landen dreigden een atoombom of andere kernwapens in te zetten:

-1962: Cuba-crisis, na de plaatsing van Russische kernraketten op Cuba, dreigden de Verenigde Staten met een kernaanval. De raketten werden uiteindelijk weer verwijderd door de Sovjet-Unie.
Er komen de laatste tijd steeds meer verzwegen feiten aan het licht. Enkele voorbeelden:
-1969 - 1974: President Nixon heeft meerdere malen de inzet van kernwapens overwogen.
-1994: Nadat Franse VN-militairen in de knel kwamen in Bosnië, werden op het vliegdekschip Clemenceau kernraketten in paraatheid gebracht voor een mogelijke inzet op Voormalig Joegoslavië.
-1995: Op 25 januari 1995 werd het verschijnen van een raket op het scherm van een radarstation, geïnterpreteerd als een mogelijke aanval op Rusland. De gealarmeerde Jeltsin gaf toestemming om de procedure te starten om kernraketten te lanceren voor een nucleaire 'tegenaanval'. Pas op het allerlaatste moment, twee minuten voordat dit proces in werking zou worden gesteld, kwam het bericht dat het om een Noorse onderzoeksraket ging die geen bedreiging vormde. De wereld balanceerde een half uur lang aan de rand van de nucleaire afgrond.

Wat voor (maatschappelijke) gevolgen heeft de atoombom?

Stel nu eens dat er een atoombom wordt gegooid op Amsterdam. Ga er eens vanuit dat er een bom van 1 megaton op 2 kilometer boven Amsterdam. Om een idee te krijgen van hoeveel 1 megaton is: De bom op Nagasaki in 1945 had een kracht van 22000 kiloton, dus bijna 50x kleiner dan 1 megaton. Echter er zijn ook bommen uitgeprobeerd van 10 megaton (10 miljoen ton). Dus het exemplaar waar wij bij deze situatie vanuit gaan mag je gerust een "middenklasser" noemen.

1,8 seconden na de ontploffing
Er ontstaat een extreem hete en oogverblindende vuurbal met een lichtintensiteit die feller is dan de zon. Er wordt zo'n intense hitte afgegeven door de vuurbal, dat tot in de verre omtrek grote branden zullen ontstaan. De hitte dichtbij de vuurbal bedraagt zo’n miljoen graden, maar hoe verder je van de vuurbal verwijdert raakt zal de temperatuur redelijk snel afnemen. Op zo’n 1000 meter kan de temperatuut nog meer dan 2000 graden zijn. Tijdens de explosie ontstaat er een vernietigende schokgolf, die met de snelheid van een straaljager uitdijdt. Zo’n atoomstorm kan heel dicht bij de ontploffing 1000 km/u halen en wat verder weg zal het weer afnemen, maar op 1000 meter bedraagt de wind nog een snelheid van 420 km/u. Na 1,8 seconde is de schokgolf al meer dan een kilometer verwijderd van het middelpunt (vuurbal). Rondom de vuurbal ontstaat een vernietigende radioactieve straling. Deze straling bevat extreem gevaarlijke dosis, waaraan je als je er een lange tijd aan wordt blootgesteld doodgaat.

4,6 seconden na de ontploffing
De schokgolf knalt op de grond en kaatst terug. De terugkaatsende schokgolf vormt samen met de oorspronkelijke schokgolf een allesvernietigende storm. Het blaast alles omver wat het op zijn pad tegenkomt. Huizen, bomen, mensen, dieren, alles.

11 seconden na de ontploffing
De schokgolf is in een cirkel al zo'n 5 kilometer ver. Achter de schokgolf waait een wind met een snelheid van bijna 400 km/uur

37 seconden na de ontploffing
Doordat alles meewaait met de schokgolf, ontstaat er binnen in de steeds groter wordende cirkel een onderdruk. Alle lucht wordt weggezogen. De krachten zijn zo groot dat vensterglazen (als die er nog inzaten) alsnog gebroken zal worden. De vuurbal is afgenomen in felheid en is niet meer oogverblindend. Door de enorme hitte van de vuurbal stijgt deze naar grote hoogte. Geholpen door de schokgolf die ook naar boven toe uitdijdt (deze is immers op de grond teruggekaatst en klimt naar boven), ontstaat in het spoor van de vuurbal een zuil van opstijgend gruis, puin en stof. De steel van de bekende paddenstoel ontstaat zo. Ook in en rondom de paddestoel waaien enorme winden (nawinden) met gigantische snelheden. In de top van de paddestoel ontstaat een gasvormig overblijfsel.

110 seconden na de ontploffing
De vuurbal heeft een hoogte van zo'n 11 kilometer bereikt en begint af te koelen. De paddestoel zal in de breedte gaan uitdijen en de beruchte grote paddenstoel zal ontstaan. In de paddenstoelwolk zitten radioactieve deeltjes die over de hele omgeving zullen neervallen en hun vernietigende werk zullen doen. Dit wordt ook wel de “fall out” genoemd. Dit is radioactieve regen die in dikke, zwarte druppels naar benden komt en verspreid wordt over vele vierkante kilometers. Hierin zitten ook nog steeds grote hoeveelheden straling en zal alles besmetten wat er op zijn pad komt.

De schokgolf drukt alle wolken in de nabijheid van de paddestoel gewoon weg, door die gigantische snelheden die om de paddenstoel heen draaien. De rode pijlen in de foto geven de rand van de weggedrukte wolken aan. In het wolkendek ontstaat een cirkelvormig gat dat steeds groter wordt.
Het resultaat van deze geweldige explosie de verdwenen stad Amsterdam. Hij zal volledig met de grond gelijk gemaakt zijn. Alleen een paar zeer sterke gebouwen zouden het overleefd kunnen hebben.

Een paar dagen na de explosie
De straling die is vrijgekomen bij de explosie zal dagen en weken, misschien maanden en jaren ook nog veel schade aanrichten. Deze straling bestaat uit vier verschillende straling. Er zitten alfa- en bètastraling in, die zijn alleen schadelijk als je het binnenkrijgt, bijvoorbeeld via lucht, eten of drinken. En je hebt ook nog gamma- en neutronenstraling. Deze straling is uitermate gevaarlijk voor elk levend organisme. Je kunt je hier tegen alleen beschermen door een meters dikke laag aarde, beton of water.
Al deze vier straling zijn onzichtbaar en ontastbaar. Als je gelijk na de bomexplosie aan enorm grote hoeveelheden straling wordt blootgesteld, sterf je binnen een paar uur. Mensen en dieren die wat met een mindere mate straling te maken krijgen, hebben een grote kans “stralingsziekte” op te lopen. Deze ziekte is op den duur voor een groot aantal mensen ook dodelijk. Deze ziekte verloopt in drie stadia.

Stralingsziekte
Eerste stadium: Dit is een onmiddellijke reactie op de hoeveelheid straling waaraan men is blootgesteld. Dit stadium is ook gelijk dodelijk voor een groot aantal mensen, die de explosie ternauwernood overleefd hebben, die zich in een zeer korte straal van de explosie bevonden, namelijk 95%. Vele duizenden op een wat grotere straal zullen in dit stadium ook sterven. Mensen die niet in dit stadium dood gingen hadden last van misselijkheid, hoofdpijn, diarree of koorts.
Tweede stadium: Dit stadium zal ongeveer 10 tot 15 dagen na de explosie beginnen, als men dan nog in leven is gebleven na het eerste stadium. Een goed kenmerk hiervan is haaruitval. Verder krijgt men last van diarree en erge koorts. 25 tot 30 dagen na de explosie krijgt men afwijkingen in het bloed. Dat uit zich in bloedend tandvlees, sterke daling van witte bloedlichaampjes wat slechte genezing van wonden en grote kans op infecties geeft en puntvormige bloedinkjes in huid en slijmvliezen.
Als men dit ook overleeft treedt er aan het eind van het tweede stadium bloedarmoede op.
Derde stadium: Dit is een compensatieregeling van het lichaam op de schade en wonden van de explosie. Het witte bloedlichaampjesgehalte steeg bijvoorbeeld ver boven de normale waarden en er kwam een dikke laag littekenweefsel op de brandwonden. Het lijkt als of mensen na dit stadium niet meer dood konden gaan, maar dat gebeurde toch wel. Ze stierven alsnog aan de gevolgen die de infecties hadden veroorzaakt.
Er overleefde maar een klein percentage van diegenen die de stralingsziekte hadden opgelopen en ook nog eens de drie stadia hadden doorlopen van de ziekte.
Behandeling van deze ziekte is mogelijk met leverextract, vitamines en bloedtransfusies.
De explosie van de atoombom zal al direct ongeveer honderdduizend mensen het leven kosten en door verwondingen of de stralingsziekte zullen nog eens ongeveer honderdduizend mensen later sterven. En dan hebben we nog niet eens gesproken over al die gewonden en slachtoffers die wel overleven en die nooit meer een normaal leven zullen leiden. Want zij zullen misschien in de toekomst te maken krijgen met verminkte of geestelijk gehandicapte baby’s of onvruchtbaarheid.

Maatschappelijke kwestie

De atoombom draagt zeer zeker een maatschappelijke kwestie met zich mee. Zou hij wel ingezet mogen worden? Vormt de atoombom geen bedreiging voor de mensheid? Moeten al de kernwapens niet vernietigd worden? Dit zijn allemaal vragen die de regeringsleiders elkaar stellen en ook de burgers doen hier aan mee. Die hebben goed door wat een atoombom of andere kernwapens aan kunnen richten.
De atoombom boezemt bij de maatschappij veel angst in als er dreiging is om er één in te zetten. Recentelijk was er ook dreiging van het inzetten van de kernwapens bij een conflict tussen India en Pakistan. (AD, 9 januari 2002)
Het conflict ging om een stuk grensland waar ze het niet eens over konden worden bij wie het nou hoorde. De kernwapens werden wel in gereedheid gebracht voor een eventuele aanval, maar werden niet gebruikt. De Indiase regering reageerde gelijk met dat er over alles te praten viel en Pakistan stemde toe. Beide landen hadden ook wel door dat een kernoorlog niks opschoot, want dat zou alleen maar vernietiging veroorzaken en ze alleen een stukje land opleveren.
Zo werd er weer een kernoorlog voorkomen, maar de bevolking was toch flink bang gemaakt.
Tussen India en Pakistan zal altijd een spanning blijven en dat weet de bevolking daar ook. Ze zullen dus altijd met de angst leven dat er op een dag een keer een atoombom op hun dak zou kunnen vallen.
En zo is het, wel in mindere mate, ongeveer het geval in de hele wereld. Er zijn landen die wapens bezitten die de aarde drie keer kunnen opblazen. Dit is natuurlijk wel een aparte zaak, want waarom zou de mens wapens willen bezitten die de aarde kunnen opblazen.
De mensheid voelt zich hierdoor alleen maar meer bedreigt in plaats van dat ze zich veiliger zouden moeten voelen door al die wapens. De regeringsleiders hebben dit in meerdere mate wel door en daarom zijn er verdragen opgesteld, die het gebruik en productie van kernwapens belemmeren.
Eerder waren er al verdragen getekend voor het tegengaan van productie en transport van chemische en biologische wapens (Protocol van Genève, 1925 en Conventie inzake Biologische Wapens, 1972) voordat er een in 1970 het Non-Proliferatieverdrag kwam en het MAD-plan. voor het tegengaan van verspreiding van nucleaire wapens. De vijf kernwapenstaten mogen geen kernwapens leveren aan niet-kernwapenstaten en die mogen op hun beurt ook geen kernwapens verwerven.
In 1995 werd dit verdrag verlengd.
Maar dit betekent nog niet dat de maatschappij veilig is, want de vijf kernwapenstaten bezitten natuurlijk nog kernwapens (en nog meer landen die zelf kernwapens ontwikkeld hebben in het geheim, zoals Irak, Pakistan). Dit verdrag lijkt een verbetering, maar dat is maar een hele kleine verbetering. Er zijn geen kernwapens vernietigd of kernwapenontwikkeling stopgezet, want dat is een groot aantal landen nog volop bezig.
Een wat grotere verbetering is recentelijk de afspraak tussen Amerika en Rusland om een groot deel van hun kernwapenarsenaal te vernietigen.
Maar die afspraak werd na een tijd weer ingetrokken door Amerika.
Tegenwoordig zijn de regeringsleiders slim genoeg om conflicten verbaal op te lossen, zodat er niet een bloederige oorlog ontstaat waar vele slachtoffers zullen vallen en waar geen kip iets aan heeft. Maar waarom zijn er dan nog kernwapens? Die vraag is heel makkelijk te beantwoorden, want landen die kernwapens hebben voelen zich veiliger en groter met zulke wapens. Geen land zal er aan denken om hun aan te vallen, want dan kunnen ze het ergste verwachten ondanks alle verdragen. Dat betekent dus dat er altijd kernwapens zullen blijven bestaan en de maatschappij altijd onder spanning zal moeten leven.

Deze tekst hierboven vermeld alleen nog maar de gevolgen van het bestaan van de atoombom of kernwapens en dan hebben we het nog niet gehad over de maatschappelijke gevolgen bij de ontploffing van de atoombom.

Soorten projectielen

We weten dat er twee soorten kosmische projectielen zijn: kometen en planetoïden. Kometen zijn kleine klompen van ijs en gruis. Als poreuze sneeuwballen, met afmetingen van een paar kilometer, bewegen ze in extreem langgerekte banen om de zon. Soms komen ze in de buurt van de zon, en verdampt een deel van het ijs, waardoor een indrukwekkende staart van weggeblazen gas- en stofdeeltjes ontstaat. Een fraai schouwspel aan de hemel, maar toch enigszins angstaanjagend.
Planetoïden zijn er in alle soorten en maten, van kleine kiezels en keien die je met goed fatsoen geen bestaan hemellichamen kunt noemen tot mini- planeetjes met een middellijn van een paar honderd kilometer. Ze voornamelijk uit gesteenten en metalen, en de meeste bewegen in redelijk geordende banen om de zon, tussen de omloopbanen van de planeten Mars en Jupiter, op veilige afstand van de aarde.
Voor wat betreft de toegebrachte schade maakt het weinig uit of de aarde geraakt wordt door een komeet of door een planetoïde. Kometen zijn weliswaar poreuzer, en bij gelijke afmeting bevatten ze dus minder massa, maar bij een projectiel van tien kilometer middellijn biedt dat weinig soelaas. Waar het in beide gevallen om gaat, is dat een geweldige hoeveelheid materie met hoge snelheid op de aarde botst en plotseling tot stilstand komt. De bewegingsenergie van het hemellichaam wordt volledig omgezet in warmte, en er ontstaat een explosie die krachtig genoeg is om een gapend gat in de aardkorst te slaan.
Maar er zijn ook nog meteoriden! Wat zijn dat dan? Meteoriden zijn kleine deeltjes in de ruimte, meestal nauwelijks groter dan enkele centimeters. Toch kan zo'n deeltje van een centimeter nog een mooi zichtbaar spoor achterlaten als hij bij ons in de dampkring komt! Dat spoor heet dan een meteoor. Als hij ook nog eens op de Aarde terechtkomt noemen we het een meteoriet.

Ontstaan projectielen

Waarschijnlijk zijn meteoriden stukken van kometen of asteroïden. Kometen zijn klompen ijs en steen. Hierom worden ze ook wel vuile sneeuwballen genoemd. Meteoriden beschrijven, in tegenstelling tot de planeten een elliptische baan om de zon. Ze komen van diep uit het zonnestelsel slingeren langs de zon en gaan weer terug het zonnestelsel in. Als een komeet dichtbij de zon komt kan het zijn dat het ijs een beetje begint te smelten en een spoor van stof en gas achter zich laat. Soms wordt dit heel helder en kan je kometen met het blote oog zien. Kometen komen dus niet door de dampkring heen.
Een asteroïde is een groot stuk steen dat door het zonnestelsel zweeft. In tegenstelling tot kometen beschrijven asteroïden, net als de planeten een cirkelvormige baan om de aarde. Ze worden hierom ook wel kleine planeten genoemd. Er zijn astronomen die vinden dat Pluto zo klein dat het eigenlijk ook een asteroïde is. Een asteroïde kan vroeger een komeet zijn geweest die door de zwaartekracht van de zon een cirkelvormige baan is gaan vormen.
95% van de meteorieten bestaan uit steen. Ook worden er wel eens meteorieten gevonden van ijzer.

De Torino-schaal

De afgelopen jaren is de wereld regelmatig opgeschrikt door de ontdekking van een planetoïde die binnen vijftig jaar mogelijk in botsing zou kunnen komen met de aarde. In beide gevallen liep het uiteindelijk met een sisser af - nauwkeuriger baanbepalingen wezen uit dat er niets te vrezen was - maar de 'doem-planetoïden' veroorzaakten toch een lichte paniek, vooral bij het grote publiek.
Om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen, heeft Richard Binzel van het Massachusetts Institute of Technology ruim twee jaar geleden een soort 'Richter-schaal' voor kosmische inslagen opgesteld. Deze Torino-schaal, genoemd naar de Italiaanse stad Turijn waar in juni 1999 een conferentie aan het onderwerp werd gewijd, moet in één klap duidelijk maken of een bepaalde komeet of planetoïde echt gevaarlijk is. De Torino-schaal is inmiddels officieel goedgekeurd door de Internationale Astronomische Unie.
'In Californië maakt ook niemand zich zorgen wanneer er een aardbeving met een kracht van 1 op de schaal van Richter wordt voorspeld,' zegt Binzel. 'Zo hoeft ook niemand wakker te liggen van een planetoïde met een Torino-waarde van 1.' Bij Torino-waarden van 2, 3 en 4 bestaat er een reële, maar nog steeds vrij kleine kans op een inslag. Naarmate de kans op een inslag en de mogelijke gevolgen daarvan toenemen, stijgt de Torino-waarde naar 5, 6 of 7. Pas bij 8, 9 en 10 is het zeker dat er een inslag plaatsvindt, met lokale, regionale of zelfs wereldwijde gevolgen.
Binzel hoopt dat het gebruik van de Torino-schaal ertoe zal leiden dat publiek, pers en politiek wat minder overspannen zullen reageren op nieuwe ontdekkingen van planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen. 'Aan de andere kant is het gevaar op een inslag wel degelijk reëel,' zegt hij. Een inslag met wereldwijde gevolgen voor het klimaat komt gemiddeld eens in de honderdduizend jaar voor. Er bestaat dus een kans van een tiende procent dat zo'n inslag in een bepaalde eeuw plaatsvindt.
Tip: Op deze website kan je bepalen hoe groot de inslagplek zal zijn van een projectiel waarvan je zelf enkele gegevens van invoert!

Inslagen voorkomen

Sinds de komeet boven Siberie in 1908 en Hermes in 1937 de planeet hadden opgeschrikt door, de een: vlak boven de aarde te ontploffen en de ander: vlak langs de aarde te scheren, was er geregeld aandacht voor kometen (ook wel NEO's genoemd: Near - Earth Objects) in de media. Omdat men echter geen nieuw gevaar aan zag komen en men ook nog niet de apparatuur had om er iets aan te doen, werd het echter voorlopig met rust gelaten, hoewel men wel begreep wat zo'n NEO met de aarde zou kunnen doen.
Tot de ontdekking van de planetoide, die later 4581 Asklepius genoemd is, in 1989 vlak langs de aarde kwam. Namelijk slechts op een afstand van 650000 kilometer (maar iets verder dan de afstand tussen de aarde en de maan). De planetoide miste ons dus ongeveer met vijf tot zes uur (de tijd die nodig is om zo'n afstand af te leggen). Asklepius was een paar honderd meter in diameter en dus tot staat een aardige klap uit te delen (zo'n paar duizend megaton TNT).
Hierdoor kwam de hele zaak weer in de publieke sector. De meeste mensen waren weer opgeschrikt en de regering van de VS vroeg aan de NASA dit te onderzoeken. Dit kwam vooral omdat veel mensen in die tijd niet geloofden dat een komeet zou kunnen neerstorten op hun planeet - toegegeven, het was eerder gebeurt maarja - en Asklepius drukte die mensen met hun neus op de feiten. De regering van de Verenigde Staten stelde commissies samen voor twee doelen:
Onderzoeken op welke manieren het mogelijk is om de ruimte af te zoeken en kometen die echt een NEO worden op te sporen zodat men niet verrast wordt.
Het onderzoeken of het mogelijk is die kometen waarvan vaststaat dat het NEO's worden en helemaal waarvan vaststaat dat ze op aarde inslaan af te laten buigen of op te blazen. Dit programma werd Spaceguard genoemd.
Het idee was om met 6 grote speciale telescopen de ruimte af te zoeken om zo van alle kometen groter dan een kilometer in doorsnee de baan te berekenen en te kijken of ze in de buurt van de aarde zouden komen. Vanwege het feit dat dit enorm veel geld zou gaan kosten en er geen andere landen aan mee wilde werken, werd het programma op een kleinere schaal voortgezet.
In plaats van op het zuidelijk halfrond 3 en op het noordelijk halfrond 3 telescopen staan er nu alleen maar telescopen op het noordelijk halfrond, dus slechts de helft van de ruimte wordt onderzocht en bovendien zijn de telescopen niet goed genoeg om alle kometen te "spotten".
Nou is het project spaceguard niet het enige project dat zich hiermee bezighoudt. Voorbeelden van andere projecten om NEO's op te sporen voordat ze echt near earth komen zijn onder andere: spacewatch 1 en spacewatch 2, NEAT (Near Earth Asteroid Tracking), GEODSS (Ground-based Electro-Optical Deep-Space Surveillance), LINEAR (Lincoln Near-Earth Asteroid Research) en de International Spaceguard Foundation. Een bekend man op dit gebied is Gene Shoemaker, die heel veel waarnemingen hiervoor heeft gedaan en zelf ook 10tallen kometen heeft ontdekt. De meeste van deze projecten doen echter hetzelfde, maar dan met een net iets andere techniek, of zijn verbonden aan een andere universiteit of organisatie.
Dit beantwoord deel 1 van van spaceguard project al. Ja het is mogelijk om kometen van te voren aan te zien komen, maar hoe krijg je ze uit de baan dien ze naar de aarde leidt?
De 1e stap is nu al gedaan. Je hebt een komeet gelocaliseerd die op de aarde afkomt. Dan zijn er nog altijd twee problemen. Ten eerste: hoe kom je bij die planeet voordat hij bij jou komt. En ten tweede: hoe zorg je dat de komeet niet op de aarde neerkomt. Op dit moment zijn er - waarschijnlijk - geen raketten die ertoe in staat zouden kunnen zijn om de afstand naar een komeet die op ons toe komt te overbruggen (die afstand is groot, want als hij dichtbij is is het al niet eens meer nodig om te broberen hem te laten afwijken). Een space shuttle gaat niet meer dan enkele honderden kilometers boven de aardse atmosfeer (in het heelal is dat zeer weinig), dus die kun je er waarschijnlijk niet voor gebruiken. Omdat dit probleem nog niet opgelost is, kijken we eerst naar het tweede probleem. Sommige mensen hebben het over het opblazen van een planetoide. Dat is echter niet echt slim, want - als je er al in zou slagen om hem op te blazen - zou je alleen maar een kogel in een lading schroot veranderen. Dat gaat dus niet. Het beste idee is om de komeet een duwtje te geven zodat hij van zijn baan afwijkt, en de aarde niet raakt. Dat hoeft niet zo veel te zijn, want een kleine afwijking maakt veel uit op zo'n grote afstand.
Er is berekend er daar ongeveer een miljoen ton TNT voor nodig zou zijn om de komeet dat duwtje te geven, maar zoveel TNT is onmogelijk te verschepen (tien ton zou al lastig zijn). De enige mogelijkheid op het moment is dus met kernwapens, niet prettig, maar wel noodzakelijk. Als je echter een kernwapen op een komeet afvuurt is de kans nog steeds groot dat de komeet een een heleboel kleine stukjes uiteenvalt. Het is dus nodig om de ontploffing vlak boven de komeetoppervlak te laten plaasvinden. Door de ontploffing zal de bovenlaag van de komeet smelten en zal de zon waarschijnlijk op de onderliggende gesteenten schijnen. Of de zon erop schijnt is niet echt nodig maar zou wel erg helpen, want dan ontsnappen er waarschijnlijk gassen uit de komeet die de komeet de andere kant op dwingen, waardoor hij net iets afgebogen wordt. Dit kan trouwens ook met gewone brokstukken van koper of andere metalen. Het voordeel is dus dat hier geen kerwapens voor nodig zijn.
Het blijft echter heel onzeker of dit alles zou lukken als er vandaag de dag een komeet op de aarde af zou komen razen. De meeste regeringen doen helemaal niks aan dit onderwerp, we hebben niet de raketten om bij de kometen te komen en het is nog niet eens zeker of we de komeet wel ontdekken voordat hij ons raakt, omdat onze zoeksystemen nog niet optimaal zijn. Het is dan ook maar gelukkig dat er het komende millennium wel een komeet is berekent om vlak langs ons te gaan, maar het niet waarschijnlijk is dat we geraakt worden. Er moeten echter wel maatregelen genomen worden tegen deze dreiging, anders komt er ongetwijfeld een keer een inslag waar we niks tegen kunnen doen......

De dinosaurussen

De theorie dat de dino's omgekomen zijn door een ingeslagen komeet is erg bekend, maar om die theorie te bewijzen, moet je toch eerst bewijzen vinden.
Allereerst zijn er in de aardkorst verschillende aanwijzingen dat er ongeveer 65 miljoen jaar geleden een planetoïde is ingeslagen. Dit is vooral te zien aan het element iridium, wat op aarde erg zeldzaam is. Iridium komt echter op meteoren erg veel voor. Het is natuurlijk logisch dat als een planetoïde inslaat, er overal op aarde verdampt iridium neerkomt, wat dus ook in die laag te zien is.
De volgende vraag die je je moet stellen is: waar kwam die planetoïde dan neer, want een krater van 160 kilometer of meer, moet toch wel te vinden zijn (men heeft uitgerekend dat de planetoïde 8 tot 16 km in diameter moest zijn geweest, wat een krater van 160 kilometer of meer achterlaat).
Pas in 1990 werd bekend waar de planetoïde nou eigenlijk was neergestort: in het noorden van het Yucatan schiereiland in Mexico, ook wel de Chicxulub bekken genoemd (een krater die groter is dan 15 kilometer in diameter noemt men ook wel een inslagbekken). De grootte van dat bekken is nog steeds niet duidelijk. Sommigen zeggen dat hij ''maar'' 200 km groot is, en anderen zeggen dat hij wel 320 km groot is.
Hierdoor lijkt het bewezen dat een planetoïde het uitsterven van de dinosauriërs veroorzaakt heeft, maar wat waren nu eigenlijk de gevolgen van de inslag? Waardoor gingen de dino's dood?
Heel veel mensen denken dat er doordat de planetoïde insloeg, zoveel as en gruis in de lucht kwam dat de zon de aarde niet meer kon bereiken. Dat hierdoor de planten doodgingen, daardoor de planteneters, die afhankelijk waren van planten, en daarna de vleeseters, die afhankelijk waren van vlees, vooral van de planteneters.
Men heeft echter met behulp van de een roet -en koolstoflaag die in die tijd te zien is, aangetoond dat door de energie van de brokstukken van de planetoïde, de temperatuur zo hoog opliep (tot zo'n 1000 º C) dat de dino's gewoon gebakken werden. De enige overlevenden waren soorten die minder dan 25 kilo wogen en soorten heel diep in de zee. Het is vastgesteld dat door de hoge temperatuur ongeveer 90 % van de biomassa op de aarde verbrandde (vandaar de koolstoflaag). Dit moet zo'n paar weken aan de gang geweest zijn voordat het afkoelde, maar nu koelde het te snel af, want door de as en het gruis in de atmosfeer kon de zon nauwelijks de aarde bereiken, waardoor het heel erg koud werd.
De dieren die eerst de brand hadden overleeft moesten dus nu ook de kou het hoofd bieden.
Het duurde jaren voordat al het as was neergedaald en tegen die tijd was het grootste gedeelte van het land en water overdekt met ijs en sneeuw. Omdat sneeuw de zon terugkaatst hielden de lage temperaturen lang stand en kwam er een ijstijd.
Een ander negatief gevolg van de inslag is dat giftige stoffen, die waren vrijgekomen bij de inslag, nu overal op aarde zweefden.
Er waren maar heel weinig soorten dieren die deze rampen overleefden, en geen wonder, het is de vraag nog maar of de mens dit zou overleven, maar door het uitsterven van een heleboel soorten was de weg vrij voor andere soorten, en uiteindelijk ook voor de zoogdieren. Je kunt dus zeggen dat we er maar geluk mee hebben gehad.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.