Doping

Beoordeling 7.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas havo | 2322 woorden
  • 10 juli 2001
  • 178 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.6
  • 178 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
Inleiding

In deze tijd wordt er veel gesproken over doping. Er zijn heel wat gevallen van doping bekend in de topsport. Denk maar aan het wielrennen met de gevallen van EPO uit de Tour de France van 1998 en het recente geval van een te hoog hematocriet gehalte van Pantani in de Giro de Italia. Verder had je een jaar geleden in het zwemmen de Chinese vrouwen met hun "schildpaddensoep" (dihydrote-testosteron). In het voetbal had je Diego Maradona met cocaïne.
Maar wat is nou precies doping? Waar komt het vandaan? Wat doet het en wat voor gevolgen heeft het?


Wat is doping en waar komt het vandaan?

Het is moeilijk een definitie te geven van doping, een eenvoudige
omschrijving: "doping is het toedienen van stimulerende middelen, om een hogere prestatie te krijgen."
Er is een dopinglijst, hierop staan alle stoffen die tot stimulerende middelen worden gerekend. Deze is niet in elk land en bij alle sporten hetzelfde. Het vreemde is dat van veel van deze stoffen niet eens bewezen is dat de sportprestatie verbeteren.
Bij deze lijst moet je erg oppassen, want in onschuldige middeltjes zoals neusdruppels en hoestsiroop kunnen ook al stoffen zitten die als doping worden gezien. Een ander voorbeeld is de cafeïne in koffie en redbull.
Je mag ongeveer 4 à 5 kopjes koffie en niet eens 1 blikje redbull drinken om onder de tegenstaande hoeveelheid cafeïne te blijven.

Het woord doping is afkomstig uit Engeland. Men denkt dat de Kaffers, een volk in Zuidoost Afrika, een plaatselijke vorm van een sterke drank, die "dop" heette, gebruikte als een stimulerend middel. Tijdens de Boerenoorlog is dit woord overgenomen in de Engelse taal.
De oudste verhalen over doping komen uit Griekenland. Als je erg moe was werd er vrouwenmelk gedronken rechtstreeks uit de borst van een jonge moeder.

Bij oude Olympische Spelen werden er wel eens paddestoelen geslikt om de prestatie te verbeteren.
De Azteken uit het oude Mexico haalden uit cactussen strychnineachtige stoffen, waarmee ze in staat waren om 3 dagen achterelkaar te lopen.
Deze stof wordt nu nog gezien als een krachtbrengende stof en staat dan ook op bijna alle lijsten van de voor sporters verboden middelen.
Het eerste geval waarin het gebruik van middelen bij een wedstrijd kon worden aangetoond was dat van Amsterdamse Kanaalzwemmers in 1865. Zij hadden cafeïne bevattende middelen. Hierna begon een lange strijd tegen het gebruik van doping.
Als je denkt dat er alleen middelen worden gebruikt om prestatie van sporters te verbeteren heeft het mis. Mensen, die bijvoorbeeld een belangrijk optreden hebben, gebruiken soms ook bètablokker. Dit zijn middelen waarvan je rustig wordt, je faalangst gaat weg, deze wordt in de sport niet veel meer gebruikt, je reactiesnelheid gaat namelijk door deze stof achteruit. Ook bij dierensporten wordt doping gebruikt, denk maar
aan paardensporten, windhondenrennen en tegenwoordig ook bij
postduivenwedstrijden.

Verschillende soorten doping

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft de dopinglijst in drie categorieën ingedeeld en die categorieën weer in hoofdgroepen. De totale lijst met bijlagen bevat enkele honderden verboden stoffen en methoden, hier houden we het echter op een kort overzicht.

1. Verboden groepen van stoffen

A. Stimulantia

Stimulantia zijn stoffen die een directe, stimulerende werking hebben op het zenuwstelsel. Ze worden gebruikt om hetzelfde effect te krijgen dat adrenaline, een stof die het lichaam zelf aanmaakt, veroorzaakt.
Stimulantia zorgen ervoor dat men beter geconcentreerd is, het gevoel van vermoeidheid afneemt, minder pijn voelt en dus zwaardere inspanningen kan leveren.
Het meest bekende voorbeeld van stimulantia is zijn amfetaminen, die vooral door duursporters worden gebruikt. Ook stoffen als cocaïne, efedrine en cafeïne worden tot de stimulantia gerekend. Het gebruik van stimulantia is niet geheel zonder risico. Door het gebruik kan het lichaam minder makkelijk afkoelen en is het mogelijk dat het hart of andere organen niet meer goed
functioneren. Verschillende sporters zijn hieraan overleden. Andere bijwerkingen zijn rusteloosheid, hoofdpijn, duizeligheid, hallucinaties, hartkloppingen en stijging van de bloeddruk.

B. Narcotische analgetica

Narcotische analgetica zijn eigenlijk pijnstillers. Ze werken op het centraal zenuwstelsel, hebben een versuffend effect en onderdrukken pijngevoel. Door het gebruik van narcotische analgetica hopen sporters minder pijn te voelen. Daarnaast onderdrukken narcotische analgetica hoest.
Veel narcotische analgetica zoals morfine kunnen verslavend zijn. Ook codeïne, een stof die tegen hoesten wordt gebruikt viel jarenlang onder deze groep, maar is tegenwoordig toegestaan. Het gebruik van narcotische analgetica kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Door de pijnstillende werking voelt de sporter niet dat hij geblesseerd is, hij sport verder met het risico ernstige schade aan zijn eigen lichaam te
veroorzaken. Andere bijwerkingen zijn misselijkheid,
ademhalingonderdrukking, stoornissen bij het urineren en slaperigheid.

C. Anabole middelen

De anabole middelen zijn eigenlijk ook weer onder te verdelen in twee groepen. Ten eerste de androgene anabole steroïden. Androgene anabole steroïden zijn afgeleid van het natuurlijke, mannelijke hormoon testosteron.
Anabool betekent weefselopbouwend en androgeen betekent vermannelijkend.
Door de inname van testosteron wordt vooral de vorming van eiwit in de geslachtorganen, de huid het skelet en de skeletspieren bevordert.
Sporters proberen door anabolengebruik te combineren met een nauwkeurige trainingsopbouw en juiste voeding hun spiermassa en spierkracht te vergroten. Androgene anabole steroïden worden het meest gebruikt door krachtsporters.
De tweede groep anabole middelen zijn de bèta- 2 agonisten. Dit zijn stimulerende middelen die tevens een anabole werking kunnen hebben. Een voorbeeld van bèta- 2 agonisten is clenbuterol, wat door gebruik kan leiden tot een afname van het vetpercentage en een toename van spiermassa. Ook bij anabole middelen kunnen ernstige bijwerkingen optreden. Ze hebben invloed op
de groei en kunnen bij vrouwen vermannelijking en menstruatiestoornissen veroorzaken en bij mannen prostaatvergroting en remming van de vorming van zaadcellen.

D. Diuretica

Diuretica, ofwel plaspillen, werken direct op de nieren om de
hoeveelheid urine te vergroten en het afvoeren van die urine te versnellen. Sporters gebruiken diuretica om hun lichaamsgewicht te verminderen. Bij sporten als judo, gewichtheffen, boksen en worstelen is het belangrijk om in een zo licht mogelijke gewichtsklasse uit te komen, en net op de grens te zitten
tussen het goede en het te zware gewicht voor die klasse. Diuretica worden ook gebruikt als maskeringmiddel. Door het gebruik van diuretica wordt de urine sneller uitgedreven, waardoor de concentratie van geneesmiddelen in de urine wordt verlaagd en verboden stoffen dus moeilijker zijn aan te tonen.
Tot de bijwerkingen behoren uitdroging, vermoeidheid en kramp.

E. Peptide, glycolproteïne hormonen

Peptide en glycolproteïne hormonen zijn natuurlijke stoffen die als een soort boodschappenjongen in het lichaam fungeren. Ze stimuleren de productie van lichaamseigen hormonen of bevorderen de lichaamsgroei. Tot deze groep behoort ook het middel EPO, dat in de Tour de France zoveel commotie veroorzaakte. EPO kan het aantal rode bloedcellen in het bloed verhogen, wat het bloed dikker maakt en waardoor de kans op klonteren van het bloed
toeneemt. Als gevolg hiervan kan men een hartinfarct of beroerte
krijgen.

2. Verboden methoden

A. Bloeddoping

Sporters die gebruik maken van bloeddoping laten zes tot twaalf weken voor de wedstrijd hun bloed aftappen. Ze trainen vervolgens door met een kleiner bloedvolume. Kort voor de wedstrijd, minimaal 24 uur, laten ze zich het eerder afgetapte bloed toedienen. Hierdoor neemt het bloedvolume en het
hemoglobine- gehalte in het bloed toe. Hierdoor wordt het vermogen om zuurstof op te nemen, en dus ook het uithoudingsvermogen groter. Daarom wordt bloeddoping vooral bij duursporters aangetroffen. Bij bloeddoping hoeft men niet persé gebruik te maken van het eigen bloed, men kan ook donorbloed gebruiken. Hier door heeft men echter risico op virusinfecties en
allergische- en afstootreacties. Algemene bijwerkingen van bloeddoping zijn bloedstolsels, koorts en kouden rillingen.

B. Farmacologische, chemische en fysieke manipulatie

Met farmacologische, chemische en fysieke manipulatie wordt het gebruik van middelen of methoden bedoeld die de betrouwbaarheid van de tijdens de dopingcontrole afgenomen urinemonsters beïnvloeden. Een voorbeeld is het afgeven van oude of andermans urine of het toevoegen van stoffen aan de afgegeven urine. Ook het gebruik van epitestosteron, dat het gebruik van testosteron verhult en diuretica vallen onder deze groep. Manipulatie
met de dopingcontrole wordt door het IOC gelijk gesteld aan het gebruik van doping.

3. Groepen van middelen die niet altijd verboden zijn, maar waarvoor beperkingen gelden

A. Alcohol

Alcohol wordt door sommige sporters gebruikt om trillen te verminderen, het zelfvertrouwen te vergroten en te ontspannen. Het gaat hier om de stof alcoholsoort ethanol. De regels kunnen voorschrijven dat bij overmatig gebruik een sanctie volgt. Het IOC laat dit aan de sportorganisaties over.

B. Marihuana

Marihuana, of hasj, wordt net als alcohol gebruikt om te ontspannen, er gelden in grote lijnen ook dezelfde regels voor als voor alcohol.

C. Lokale anaesthetica

Lokale anaesthetica zijn stoffen die de start en overdracht van
zenuwimpulsen voorkomen. Het gebruik ervan is bedoeld om bepaalde delen van het lichaam ongevoelig voor pijn te maken. Lokale anaesthetica kunnen oppervlakkig worden gebruikt, bijvoorbeeld crèmes, sprays, oogdruppels, of door middel van een injectie. Alleen het gebruik door middel van injectie is
aan beperkingen onderhevig. De kunstmatig gemaakte lokale anaesthetica zijn wat structuur betreft te vergelijken met cocaïne.

D. Corticosteroïden

Corticosteroïden zijn lichaamseigen hormonen die door de bijnierschors geproduceerd worden of kunstmatig vervaardigde hormonen die verwant zijn aan de bijnierschorshormonen. Ze kunnen worden gebruikt om ontsteking en pijn te onderdrukken, maar ook vanwege de stemmingverbeterende werking. Het
stijgende gebruik van corticosteroïden in de sport heeft de
overkoepelende sportorganisaties doen besluiten strenge regels op te stellen voor dit gebruik. Het gebruik ervan is alleen toegestaan als er medische redenen voor zijn, bijvoorbeeld voor de behandeling van astma.

E. Bètablokkers

Bètablokkers behoren tot een groep geneesmiddelen die gebruikt worden voor de behandeling van hoge bloeddruk, pijn op de borst, migraine en bepaalde hartritmestoornissen. Het gebruik van bètablokkers zonder medische reden is niet alleen ongezond maar heeft in de meeste sporten ook een averechts effect op de sportprestatie. Bij enkele sporten zouden ze gebruikt kunnen
worden om rustiger te worden, de hartslag regelmatiger te krijgen en om het trillen van handen te verminderen. Bètablokkers worden dus voornamelijk gebruikt bij sporten die om een goede beheersing van de motoriek vragen.
Het gebruik ervan heeft een negatieve invloed op het vermogen langdurige inspanningen te leveren, verdere bijwerkingen zijn: te lage bloeddruk, koude handen en voeten en slaapstoornissen. Bètablokkers zijn niet in alle sporten verboden.

Problemen bij doping

Wat is er tegen doping?

-doping is oneerlijk. Bij wedstrijden gaat het om wie de sterkste, snelste enz. is.
Hierbij moet je je aan bepaalde regels houden als je dit niet doet is dat onsportief.
Zo wordt door de meeste mensen het gebruik van geneesmiddelen om de prestatie te verbeteren gezien als oneerlijk. Er moet een gelijke kans zijn voor iedereen.
-dopingmiddelen kunnen gevaarlijk zijn. Sommige dopingmiddelen brengen gevaren met zich mee. Dit is in terug in het artikel beschreven.
-doping kan ook anderen in gevaar brengen. Bijvoorbeeld als een
wielrenner onder invloed van doping ten val komt en het hele peleton over hem heen stort.

Er komen nogal wat problemen kijken bij doping. Alles wat op de lijst staat is doping en alles wat er niet opstaat niet. Deze streep is nogal scherp.
Er zijn ook nog andere middelen, die niet tot doping worden gerekend, maar die toch zeker de prestatie bevorderen.
Een voorbeeld is Creatine, een lichaamseigen stof. Creatine is betrokken bij de stofwisseling, als je hiervan de concentratie verhoogt kan je een inspanning langer volhouden.
Een ander voorbeeld is alcohol. In kleine hoeveelheden werkt dit
stimulerend en neemt je faalangst weg. Het staat niet op alle dopinglijsten.

Een ander probleem bij doping zijn geneesmiddelen. Een sporter een ziekte krijgen, zoals diarree en griep. Soms heb je daar geneesmiddelen voor nodig die op de dopinglijst staan.
Het belangrijkste voorbeeld hiervan is de medicijnen tegen astma. Deze staan op de dopinglijst. Als een topsporter astma heeft, moet je hem of haar dan verbieden deze middelen te nemen?
Olympische spelen worden vaak in grote steden gehouden. Vaak zijn deze steden berucht om hun SMOG. Wat moeten topsporters doen met een allergische aanleg beginnen als ze terechtkomen in deze SMOG? Mogen ze zijn dan wel die medicijnen gebruiken die op de verboden lijst staan?

Tenslotte volgen nog een aantal voorvallen in de sport, waarvan men niet weet of je ze tot doping moet rekenen.

-Bij turnsters zou gebruik worden gemaakt van hormonen om de groei te remmen. Dit is van belang omdat dan het zwaartepunt lager blijft liggen in je lichaam en je zo beter kunt turnen.
-anale luchtinblazing. Het inblazen van lucht via de anus in de dikke darm, zodat een zwemmer beter op het water licht.
-verschuiving van de menstruatie. Met behulp van de moderne middelen is mogelijk de menstruatie van de vrouw te verplaatsen. Voor topsportsters is dit zeker aantrekkelijk.
-Er gaan geruchten rond van vrouwen, die zich express zwanger lieten maken door hun trainers en na de prestatie abortus lieten plegen. Er is een zwangerschap- hormoon (HCG) dat mogelijk de prestatie zou verbeter.

Dopingcontrole
Iedereen die lid is van een sportorganisatie of deelneemt aan
wedstrijden kan gecontroleerd worden. Dit kan bij deelname aan een wedstrijd, maar ook "out of competition". Dit kan aangekondigd of onaangekondigd gebeuren.
Het kan in principe op elk tijdstip plaatsvinden, maar meestal zal men een normaal tijdstip nemen, dus na een training of wedstrijd. De controle vindt meestal plaats op de locatie van training of wedstrijd.
Als een sporter positief is bevonden:
-wordt de (inter)nationale sportorganisatie op de hoogte gebracht van de uitslag
-deze brengt de sporter op de hoogte van de positieve uitslag en kan de sporter tijdelijk uitsluiten van deelname aan wedstrijden.
-de sporter heeft recht op een 2e onderzoek en een gesprek met de
sportorganisatie eventueel met advocaat/deskundige
-een sporter kan een geld boete krijgen of geschorst worden.

Bronnen

Internet: vooral de pagina's van NeCeDo (een organisatie voor
dopingvoorlichting) en NRC
- profiel doping
Boeken: -P.L.S. van Steen - NeCeDo doping info en preventie (editie juli
1997)
-P.L.S. van Steen - De dopingcontrole (editie juli 1997)
-Frits Wafelbakker - Doping

Knipsel map uit de bibliotheek: Doping uitgave nr. 95/77

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

ey,
wat een mooi werktstuk echt waar

19 jaar geleden